Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:4553

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
26-08-2013
Zaaknummer
521639 - FA RK 12-5688
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Stoornis, gevaar, causaliteit. Betrokkene heeft kanker en wil zich niet op reguliere wijze laten behandelen. Denkt dat ziekte te kunnen bestrijden door een bepaald dieet op basis van natriumbicarbonaat.

Zonder behandeling grote kans op uitzaaiingen en kans op overlijden. Komt het gevaar van niet laten behandelen voort uit de stoornis? Mag betrokkene alternatieve behandelwijze boven reguliere door de artsen voorgeschreven behandelwijze kiezen?

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Volgens de psychiater is betrokkene door zijn waan wilsonbekwaam. De raadsvrouw heeft onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot de conclusie dat het oordeel van de psychiater onjuist zou zijn. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de vaststellingen en conclusies van de psychiater niet te volgen. De rechtbank is gelet daarop van oordeel dat betrokkene door zijn waanstoornis zich niet op de reguliere wijze laat behandelen voor zijn teelbalkanker, waardoor het hiervoor genoemde gevaar optreedt. Betrokkene denkt immers door zijn waanstoornis dat de hele medische wereld hem tegenwerkt en dat de door hem voorgestane behandelwijze de enige juiste is. Als betrokkene is behandeld voor zijn waan, en derhalve niet meer vanuit die waan een keuze maakt voor de wijze van behandeling, is het vervolgens aan hem om een keuze te maken voor een behandelwijze, regulier dan wel alternatief.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2013/138

Uitspraak

521639 / FA RK 12-56881044959

RECHTBANK AMSTERDAM

CIVIELE SECTOR

BESCHIKKING

Voorlopige machtiging

De officier van justitie heeft op 17 juli 2012 een verzoek ingediend tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen voortduren van het verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1963,

wonende te [plaats], [adres],

verblijvende te [plaats], [locatie].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder een op 17 juli 2012 ondertekende en met redenen omklede geneeskundige verklaring van [A], als bedoeld in artikel 5 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ). Het onderhavige verzoek is behandeld ter terechtzitting van 31 juli 2012.

Gehoord zijn: betrokkene;

advocaat betrokkene, mr. S.I. Fonds;

psychiater de heer [B];

arts mevrouw [C];

uroloog mevrouw [D].

De rechtbank overweegt als volgt:

Uit de overgelegde stukken, de gehouden verhoren en de verkregen inlichtingen is het volgende gebleken.

Betrokkene verklaart ter zitting dat hij niet de behandeling wil die de behandelaren in het SLAZ aanbieden. Hij wil een alternatieve behandeling volgen. Deze behandeling is door een medicus ontwikkeld. Hij maakt bezwaar tegen de vergelijking van de door hem gekozen behandeling met de behandeling van [E] door [F]. Er is iemand genezen van botkanker door het gebruik van natriumbicarbonaat. Op internet zijn veel mensen die zeggen dat de behandeling werkt. De behandelaren en hij hebben een verschil van mening. Het is niet raar dat de tweede CT-scan iets anders aangeeft dan de eerste. Betrokkene was door de politie meegenomen en in een isoleercel gestopt. Hij had last van stress. Er was op de dag van de tweede CT-scan sprake van een lichte inflammatie. Hij had ook een beetje last op die dag. De inflammatie is inmiddels hersteld. Hij heeft zichzelf behandeld met extra vitamine C. Betrokkene verklaart verder dat de artsen zich niet aan hun afspraken houden. Hij had de afspraak gemaakt met de behandelaren dat hij nog vier weken zijn eigen medicatie zou gebruiken en dat hij dan een CT-scan zou laten maken. Toen hij in het ziekenhuis kwam voor de CT-scan zei de dokter dat het te vroeg was voor de scan. De behandelaren hebben de CT-scan handig achtergehouden tot na de eerste zitting. Hij heeft de hele medische wereld tegen hem. Hij is onder valse voorwendselen bij het AZL geweest. Door de behandelaren wordt een kunstmatige wereld geschetst. Het klopt dat hij in het verleden vreemde opmerkingen heeft gemaakt. Hij maakte toen een moeilijke tijd door met een scheiding. Hij staat niet meer achter die opmerkingen. Betrokkene verklaart voorts overeenkomstig de door hem overgelegde en aan de beschikking gehechte verklaring.

De raadsvrouw concludeert ter zitting primair tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. Er is minder dan een jaar verstreken sinds het vorige verzoek tot een voorlopige machtiging. Dit vorige verzoek is afgewezen en sindsdien hebben zich geen nieuwe feiten voorgedaan. De raadsvrouw concludeert subsidiair tot afwijzing van het verzoek. Voor zover er al sprake is van een stoornis, wat de raadsvrouw betwist, is er geen sprake van een causaal verband tussen stoornis en gevaar. Betrokkene beroept zich op zijn zelfbeschikkingsrecht. Hij kiest voor een alternatieve vorm van behandeling. Dat de behandelaren een andere behandeling voorstaan dan betrokkene maakt nog niet dat betrokkene een waanstoornis heeft. Een waanstoornis is bij eerder onderzoek ook niet gediagnosticeerd. Betrokkene kiest voor een medische behandeling die klinisch is onderbouwd en absoluut niet is te vergelijken met een behandeling door een gebedsgenezeres. Betrokkene kan niet op basis van de Wet Bopz worden behandeld voor een somatische stoornis. Het is niet te verwachten dat betrokkene op basis van de WGBO gedwongen behandeld kan worden voor de teelbalkanker.

De psychiater verklaart ter zitting dat de teelbalkanker waar betrokkene aan lijdt waarschijnlijk een langzaam groeiende vorm van kanker is. Zonder behandeling zal betrokkene eraan overlijden. Betrokkene is niet actief suïcidaal. Hij laat zich niet op de juiste wijze voor zijn teelbalkanker behandelen door zijn waanstoornis. De behandelaren willen betrokkene eerst behandelen voor zijn waanstoornis. Als dat lukt zal betrokkene inzien dat het beter is om zich op de reguliere wijze te laten behandelen voor de teelbalkanker.

De arts verklaart ter zitting dat betrokkene de waan heeft dat de behandelaren hem tegenwerken. Dit blijkt onder andere uit de aantekeningen uit het psychiatrisch dossier die zij ter zitting voorleest en die aan de beschikking worden gehecht. Ook uit de geneeskundige verklaring blijkt dat betrokkene deze waan heeft. Er is sprake van persisterende paranoïdie en achterdocht. Betrokkene wil zich niet op adequate wijze laten behandelen voor de waanstoornis. Hij heeft wel een niet-werkbare dosering anti-psychotica geaccepteerd om te kijken of het bijwerkingen had maar hij wilde niet dat de medicatie werd verhoogd tot een werkbare dosering. Betrokkene laat zich niet behandelen. Hij handelt dus niet alsof hij de consequenties van zijn handelingen kan overzien. Er is sprake van gevaar voor ernstige zelfverwaarlozing. De kanker kan nu nog behandeld worden maar deze kan uitzaaien naar vitale organen. Betrokkene is niet suïcidaal.

De uroloog verklaart ter zitting dat stressfactoren geen invloed hebben op een CT-scan. Het is niet zo dat stress leidt tot een tijdelijke verergering van uitzaaiingen. De uroloog verklaart verder dat de prognose voor betrokkene erg goed is als hij zich laat behandelen. Het volgen van een bepaald dieet zal niet helpen bij het behandelen van de tumor.

De rechtbank wijst het primaire verweer van de raadsvrouw af. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie wel ontvankelijk is in haar vordering, omdat er sprake is van een nieuw feit, namelijk de uitslag van de nieuwe CT-scan waar de uitzaaiingen uit zijn gebleken.

Met betrekking tot de door de raadsvrouw gevoerde verweren dat er geen sprake is van een stoornis oordeelt de rechtbank als volgt.

De behandelaren verklaren ter zitting dat er bij betrokkene sprake is van een waanstoornis. Deze diagnose is ook vermeld in de geneeskundige verklaring. De raadsvrouw heeft onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot de conclusie dat het oordeel van de psychiater onjuist zou zijn. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de vaststellingen en conclusies van de psychiater niet te volgen. Zij overweegt voorts dat de arts ter onderbouwing van de waanstoornis heeft gewezen op de door haar ter zitting genoemde en op papier overgelegde opmerkingen van betrokkene. Hieruit komt naar voren dat betrokkene meent dat de behandelaren tegen hem zijn. Dit blijft hij voortdurend herhalen. Betrokkene zegt ter zitting dat hij deze opmerkingen heeft gemaakt in een tijd dat het niet goed met hem ging vanwege een scheiding en dat hij nu niet meer achter die opmerkingen staat. Dat strookt niet met het feit dat betrokkene ter zitting nog heeft gezegd dat de hele medische wereld tegen hem is, dat de behandelaren de CT-scan handig achter de hand hebben gehouden voor ná de zitting en dat hij onder valse voorwendselen bij het AZL is geweest. Ook hier blijkt de achterdocht van betrokkene uit.

Hier komt nog bij dat betrokkene de uitzaaiingen verklaart door het feit dat hij uit zijn normale omgeving in het SLAZ is geplaatst en dat hij veel stress heeft ervaren. De uroloog heeft weersproken dat dergelijke feiten effect hebben op de uitzaaiingen, in die zin dat het niet zo is dat uitzaaiingen (tijdelijk) erger zijn als gevolg van stress. Betrokkene blijft echter bij zijn standpunt. Betrokkene ziet door zijn waan niet in dat het verslechterde beeld zoals weergegeven op de CT-scan niet (tijdelijk) wordt bepaald door stress maar het beeld geeft van de actuele stand van de uitzaaiingen. Betrokkene ziet evenmin in dat het volgen van een door hem uitgekozen dieet van bicarbonaat deze uitzaaiingen niet heeft voorkomen. Betrokkene blijft een reguliere behandeling afwijzen, ook na uitzaaiingen.

Gelet op al het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat er bij betrokkene sprake is van een waanstoornis. Anders dan namens betrokkene is betoogd, bestaat deze waan niet louter uit een verschil van mening over de wijze van behandeling. De waan bestaat uit een achterdocht, die zich uit in achterdocht jegens behandelaren en (daarmee) achterdocht tegen hun (reguliere) geneeswijze alsmede het onvoldoende erkennen van het ziektebeeld, in die zin dat betrokkene de uitzaaiingen verklaart door stress en het niet-tijdelijke karakter van deze uitzaaiingen niet lijkt in te zien.

Doordat betrokkene een reguliere behandeling niet toestaat bestaat gevaar dat nieuwe uitzaaiingen van de teelbalkanker plaatsvinden met daarbij een paraneoplastisch syndroom en uiteindelijk de dood tot gevolg.

De raadsvrouw heeft voorts betoogd dat, voor zover er sprake is van een psychiatrische stoornis, betrokkene daar niet door wordt geleid. Er is geen causaal verband tussen stoornis en gevaar, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Volgens de psychiater is betrokkene door zijn waan wilsonbekwaam. De raadsvrouw heeft onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot de conclusie dat het oordeel van de psychiater onjuist zou zijn. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de vaststellingen en conclusies van de psychiater niet te volgen. De rechtbank is gelet daarop van oordeel dat betrokkene door zijn waanstoornis zich niet op de reguliere wijze laat behandelen voor zijn teelbalkanker, waardoor het hiervoor genoemde gevaar optreedt. Betrokkene denkt immers door zijn waanstoornis dat de hele medische wereld hem tegenwerkt en dat de door hem voorgestane behandelwijze de enige juiste is. Als betrokkene is behandeld voor zijn waan, en derhalve niet meer vanuit die waan een keuze maakt voor de wijze van behandeling, is het vervolgens aan hem om een keuze te maken voor een behandelwijze, regulier dan wel alternatief.

De rechtbank is, gelet op de geneeskundige verklaring en de toelichting van de aanwezigen ter zitting, van oordeel dat betrokkene door een stoornis van de geestvermogens, te weten een waanstoornis, gevaar veroorzaakt, welk gevaar, met name gevaar dat betrokkene zichzelf ernstig zal verwaarlozen, niet kan worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis.

Bij betrokkene is onvoldoende sprake van bereidheid tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank heeft acht geslagen op het bepaalde in § 1 van hoofdstuk 2 van de Wet BOPZ.

B E S L I S S I N G :

De rechtbank:

verleent voorlopige machtiging om het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te doen voortduren tot 2 februari 2013.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Troost, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. P. van Herk, griffier, op 1 augustus 2012.