Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2012:2838

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
12-06-2019
Zaaknummer
470402-10-3045 deel 1
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

benoeming deskundige, geluidsoverlast harde vloerbedekking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 470402 / HA ZA 10-3045

Vonnis van 13 juni 2012

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat voorheen mr. N.M. de Jong, thans mr. L. de Man,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. R.W. Janssen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 17 november 2010;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 14 december 2010, tevens houdende mondeling vonnis;

  • -

    de akte uitlaten na comparitie van [eiser] ;

  • -

    de akte uitlaten na comparitie van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is sinds 1 november 1989 huurder/bewoner van het appartement op de [etage 1] van de [adres appartement] te [plaats] . [naam verhuurder] (hierna: de verhuurder) treedt op als verhuurder.

2.2.

Begin 2007 heeft de toenmalige eigenaar het pand gesplitst in appartementsrechten en deze verkocht.

2.3.

Het Modelreglement 2006 voor de Vereniging van Eigenaren is van toepassing verklaard op de splitsingsakte van 26 januari 2007. Ter aanvulling op het Modelreglement is in de splitsingsakte onder Bijzonder Reglement d. de volgende bepaling opgenomen:

“De vloerbedekking van de privé-gedeelten voor zover het de woningscheidende vloeren betreft, dient van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zoveel mogelijk worden tegengegaan, bijvoorbeeld door het aanbrengen van een geluidswerende vloer (een fermacell vloer).

De eigenaar(s) die voornemens is/zijn op de woningscheidende vloeren, (kurk)parket, stenen vloeren of andere harde vloeren casu quo vloerbedekking aan te brengen, dient/dienen een dergelijke harde vloerbedekking aan te (laten) brengen zodanig dat zulks op deskundige wijze geschiedt door middel van een “zwevende vloer”, zodat de vloerbedekking niet in rechtstreeks contact staat met de ondervloer of de wanden en geen hinder kan ontstaan voor de overige eigenaars en gebruikers. Deze bepalingen gelden niet voor badkamer, keuken en toiletruimte(n).

Bestaande situaties ten tijde van de splitsing dienen te worden gedoogd.”

2.4.

In juni 2007 is [gedaagde] eigenaar/bewoonster geworden van het appartement op de [etage 2] van de [adres appartement] te [plaats] . In dit appartement heeft de projectontwikkelaar op haar verzoek een harde vloerbedekking als bedoeld in het Bijzonder Reglement aangebracht.

2.5.

[eiser] heeft, via zijn rechtsbijstandverzekeraar, [gedaagde] op 15 februari 2008 schriftelijk aangesproken op de door hem ervaren geluidsoverlast, die zij volgens hem veroorzaakt.

2.6.

Op 27 februari 2009 heeft [naam onderzoeksburo] [ingenieursburo] op verzoek van [eiser] , een rapport op basis van een akoestisch onderzoek naar de geluidhinder uitgebracht. In dit rapport wordt onder meer de navolgende gemeld:

(…)

ANALYSE EN CONCLUSIE VAN DE MEETRESULTATEN

De contactgeluidisolatie van de vloer van nr. [etage 2] bedraagt resp -15 en -9 dB, gemiddeld -11,5 dB.

6.1.

Beoordeling vlgs Bouwbesluit

Dat is veel slechter dan het huidige nieuwbouw niveau van Ico +5dB

6.2.

Beoordeling vlgs de NEN 1070-1999

Volgens de beoordeling van de NEN 1070-1999 valt de geluidskwaliteit van de vloer in klasse VI. Het valt in de klasse slechter dan de slechtste klasse. De ondervonden geluidshinder is zeer begrijpelijk”.

6.3.

Beoordeling vlgs het VVE reglement

Het lijkt er op dat onder het laminaat geen enkele verende onderlaag is aangebracht omdat de contactgeluidisolatie ongeveer overeenkomt met die van een standaard houten vloer uit de bouwperiode 1920-1940 zonder enige aanvullende maatregelen.

Er is geen geluidswerende of zwevende vloer gebruikt zoals in het VVE reglement is voorgeschreven.

(…)

6.4.

Samenvatting geluidtechnische beoordeling

Samenvattend voldoet de harde vloerbedekking op de vloer van woning [etage 2] aan geen enkele geluidseis. Er is zo te zien niets gedaan om contactgeluiden tegen te gaan, waardoor er veel hinder kan ontstaan voor de ondergelegen eigenaar.

(…)

2.7.

De verhuurder heeft op 25 maart 2009 [gedaagde] per brief gesommeerd de vloer te verwijderen en/of te voorzien van een isolatiemateriaal dat voldoet aan de eisen gesteld in de splitsingsakte.

2.8.

De Huurcommissie heeft op 9 december 2009 op verzoek van [eiser] in een geschil inzake tijdelijke vermindering van de huurprijs in verband met gebreken aan de woning uitspraak gedaan. Hierin wordt onder meer overwogen:

“Indien sprake is van onvoldoende geluidsisolatie van woningscheidende vloeren en/of plafonds, kan de huurcommissie dit aanmerken als een gebrek in de zin van het Besluit huurprijzen woonruimte. Aan de geluidsisolatie voor bestaande bouw wordt in het Bouwbesluit geen nadere eisen gesteld. De commissie gaat er daarom vanuit dat er sprake is van onvoldoende geluidsisolatie als de geluidsisolatie-index voor woningscheidende plafonds met aan weerszijden een verblijfsruimte ten minste – 25 dB bedraagt.”

2.9.

De VvE [naam VvE] heeft op 27 december 2009 bij brief [gedaagde] gesommeerd per direct de vloer zodanig aan te passen zodat deze voldoet aan de bepalingen van de splitsingsakte.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde]

1. tot het verwijderen en verwijderd houden van de harde laminaatvloer in het appartement gelegen aan de [adres appartement] [etage 2] te [plaats] (met uitzondering van de gedeelten in de badkamer, de keuken en de toiletruimte(n)) binnen een maand na betekening van dit vonnis;

2. tot het plaatsen en geplaatst houden van een vloer in het appartement gelegen aan de [adres appartement] [etage 2] te [plaats] (met uitzondering van de gedeelten in de badkamer, de keuken en de toiletruimte(n)) die voldoet aan de norm van een minimale contact-isolatie-eis van Ico +10dB, althans aan een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen norm, binnen een maand na betekening van dit vonnis;

3. tot het aan eiser leveren van het bewijs dat de vloer in het appartement gelegen aan de [adres appartement] [etage 2] te [plaats] (met uitzondering van de gedeelten in de badkamer, de keuken en de toiletruimte(n)) voldoet aan de contactgeluidsisolatie-index met een waarde van tenminste Ico +10dB door het produceren van een rapport van een erkend akoestisch adviseur die dit bevestigt binnen een termijn van twee weken, nadat de sub 1 en 2 gevorderde maatregelen zijn getroffen;

4. tot betaling van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat gedaagde met de uitvoering van onder sub 1, 2 en 3 genoemde veroordelingen in gebreke blijft;

5. tot betaling van de kosten voor het onderzoek, zijnde een bedrag van € 673,60 in totaal (bestaande uit € 523,60 voor geluidsonderzoek en € 150,- voor toelating tot de woning), te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met wettelijke rente over deze kosten te rekenen van bedoelde termijn voor voldoening;

6. tot betaling van de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van deze proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met wettelijke rente over deze proceskosten te rekenen van bedoelde termijn voor voldoening;

7. tot betaling van nakosten, zijnde een bedrag van € 131,- zonder betekening van het vonnis en een bedrag van € 199,- na betekening van het vonnis en – voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn van voldoening. Voor zover in deze procedure niet in de nakosten veroordeeld kan worden, vordert gedaagde (rechtbank leest: eiser) op grond van art. 237, lid 4 Rv afgifte van een bevelschrift waarin eiseres (rechtbank leest: gedaagde) wordt veroordeeld tot betaling van de nakosten.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij door de harde vloerbedekking van [gedaagde] onrechtmatige hinder als bedoeld in art. 5:37 BW ondervindt, doordat deze vloer niet aangebracht is conform de bepaling in het Bijzonder Reglement onder punt d en tevens niet voldoet aan het contact-isolatie- niveau van tenminste + 10dB. Hierdoor is de door [eiser] ervaren hinder als onrechtmatig aan te merken.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [eiser] , ondanks het feit dat hij geen eigenaar is van het appartement dat hij bewoont en geen lid van de VvE [naam VvE] is, toch als bewoner/huurder van het appartement rechten kan ontlenen aan de bepaling van de splitsingsakte en het daarin opgenomen Bijzondere Reglement. Tevens biedt het leerstuk van de onrechtmatige daad (waaronder hinder) bescherming aan een ieder die schade ondervindt van een onrechtmatige daad van een ander.

4.2.

[gedaagde] stelt zich allereerst op het standpunt dat zij het appartement in opgeknapte staat van de toenmalige eigenaar, Zuider Vastgoed Holding B.V., heeft gekocht. Het is dus niet [gedaagde] geweest die de thans aanwezige harde vloerbedekking in het appartement heeft gelegd. Aan haar is alleen gevraagd welke vloer zij gelegd wilde hebben. De vloer is gelegd voordat de splitsingsakte van toepassing werd. Deze situatie dient dus te worden gedoogd.

4.3.

Vast staat dat de splitsingsakte op 26 januari 2007 is gepasseerd en dat [gedaagde] haar appartement in juni 2007 heeft gekocht en dat het op 28 juni 2007 aan haar is geleverd. Ook staat vast dat de harde vloerbedekking door de projectontwikkelaar/verkoper is aangebracht op verzoek van [gedaagde] . Nu er ruim 4 maanden liggen tussen het passeren van de splitsingsakte en de koop van het appartement door [gedaagde] , had het op haar weg gelegen feiten of omstandigheden te stellen op grond waarvan kan worden vastgesteld dat die vloerbedekking voor 26 januari 2007 is aangelegd. Nu zij dat niet heeft gedaan, zal zij niet worden toe gelaten tot het leveren van bewijs die stelling. Dit betekent dat ervan wordt uitgegaan dat de harde vloerbedekking is gelegd ná 26 januari 2007 en derhalve dient te voldoen aan de vereisten zoals deze zijn opgenomen in de splitsingsakte, meer in het bijzonder in het Bijzonder Reglement onder d.

4.4.

Het feit dat de vloer, zoals [gedaagde] stelt, op haar verzoek is gelegd door de toenmalige eigenaar, maakt niet dat zij als huidige eigenaar niet gehouden is aan hetgeen is bepaald met betrekking tot het aanbrengen van harde vloerbedekking in het Bijzonder Reglement. Zij is in beginsel als eigenaar van het appartement gehouden om de situatie in haar appartement hiermee in overeenstemming te brengen.

4.5.

Indien uit het onderzoek van de te benoemen deskundige blijkt dat de harde vloerbedekking in het appartement van [gedaagde] niet is gelegd conform het bepaalde onder d in het Bijzonder Reglement en deze situatie extra geluidsoverlast voor [eiser] veroorzaakt, is het laten voortbestaan van deze situatie in beginsel onrechtmatig jegens [eiser] .

4.6.

Indien de harde vloerbedekking wel conform het Bijzonder Reglement is gelegd, dient de rechtbank vervolgens te beoordelen of het voortbestaan van de huidige situatie desondanks een onrechtmatige daad jegens [eiser] oplevert. Dit zou het geval kunnen zijn, indien de vloerbedekking van [gedaagde] ondanks de juiste aanleg toch onaanvaardbare overlast voor [eiser] veroorzaakt.

4.7.

Bij de beoordeling van deze vraag is van belang te weten welke de te hanteren norm voor de isolerende waarde van vloeren in dit soort woningen is. Nu partijen verschillen van mening over welke norm gehanteerd dient te worden, zal de rechtbank dit geschilpunt eveneens aan de te benoemen deskundige voorleggen.

4.8.

In het mondelinge vonnis van 14 december 2010 is overwogen dat rechtbank behoefte heeft aan voorlichting door een deskundige, teneinde te worden voorgelicht onder andere omtrent de geluidsisolatie waarden van de scheidingsvloer (de ondervloer en de harde vloerbedekking) tussen [etage 1] en [etage 2] en zo nodig omtrent de mogelijkheden van geluidsbeperking. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de inhoud van de aan de deskundige te stellen vragen.

4.9.

Partijen hebben zich in de genomen akten – anders dan in zeer algemene bewoordingen – niet uitgelaten over de persoon van de deskundige. De rechtbank zal daarom zelf de volgende deskundige (hierna: de deskundige) benoemen: de heer [naam deskundige] , [naam bedrijf] te [vestigingsplaats] .

4.10.

Partijen hebben zich in de akten uitgelaten over de aan de deskundige te stellen vragen. Op basis hiervan en hetgeen hierboven is overwogen, zullen de volgende vragen aan de deskundige worden gesteld:

  1. Voldoet de harde vloerbedekking op [etage 2] aan de eisen die in de bepaling Bijzonder Reglement d. in de splitsingsakte zijn opgenomen?;

  2. Indien de harde vloerbedekking niet conform het Bijzonder Reglement is aangebracht, welke maatregelen zijn dan nodig om de harde vloerbedekking conform voormeld reglement aan te leggen?;

  3. Levert in dat geval het verschil in waarden tussen een aanleg van de harde vloerbedekking conform het Bijzonder Reglement en de huidige situatie een aanmerkelijke vermindering van de geluidsoverlast op? Welke geluidisolatie waarde zou dan bereikt kunnen worden en wat zijn de kosten hiervan?;

  4. Wat zijn de geluidsisolatie waarden van de scheidingsvloer vloer tussen de [adres appartement] [etage 1] en [etage 2] in de huidige situatie?;

  5. Welk beoordelingskader wordt gehanteerd voor de isolerende waarde van vloeren en de geluidsoverlast in dit soort woningen? Welke maatregelen zijn er nodig om deze waarde te bereiken en wat zijn hiervan de kosten?;

  6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?.

4.11.

De rechtbank heeft bij haar mondeling vonnis van 14 december 2010 bepaald dat het voorschot ten behoeve van het deskundigenonderzoek zal worden betaald door [eiser] .

4.12.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

4.13.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken,

4.14.

In afwachting van het deskundigenbericht zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

benoemt tot deskundige:

De heer [naam deskundige]

[naam bedrijf]

[adres]

[postcode] [vestigingsplaats]

Tel: [telefoonummers]

e-mail: [e-mailadres]

5.2.

bepaalt dat aan de deskundige de volgende vragen zullen worden voorgelegd:

  1. Voldoet de harde vloerbedekking op [etage 2] aan de eisen die in de bepaling Bijzonder Reglement d. in de splitsingsakte zijn opgenomen?;

  2. Indien de harde vloerbedekking niet conform het Bijzonder Reglement is aangebracht, welke maatregelen zijn dan nodig om de harde vloerbedekking conform voormeld reglement aan te leggen?;

  3. Levert in dat geval het verschil in waarden tussen een aanleg van de harde vloerbedekking conform het Bijzonder Reglement en de huidige situatie een aanmerkelijke vermindering van de geluidsoverlast op? Welke geluidsisolatie waarde zou dan bereikt kunnen worden en wat zijn de kosten hiervan?;

  4. Wat zijn de geluidsisolatie waarden van de scheidingsvloer vloer tussen de [adres appartement] [etage 1] en [etage 2] in de huidige situatie?;

  5. Welk beoordelingkader wordt gehanteerd voor de isolerende waarde van vloeren en de geluidsoverlast in dit soort woningen? Welke maatregelen zijn er nodig om deze waarde te bereiken en wat zijn hiervan de kosten?;

  6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

het voorschot

5.3.

bepaalt dat [eiser] in afwachting van de eindbeslissing een voorschot ter zake van de kosten van de deskundige aan de griffier van deze rechtbank zal betalen, welk voorschot zal worden vastgesteld op een door de deskundige te begroten bedrag, tenzij binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffier aan [eiser] , waarbij een kopie van de voorschotnota van de deskundige wordt doorgezonden, schriftelijk bezwaar tegen het voorschot ter griffie is ingekomen,

het onderzoek

5.4.

bepaalt dat [eiser] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

5.5.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

5.6.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis neemt van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot zal aan vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact op neemt met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

5.7.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien de deskundige daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

5.8.

draagt de deskundige op om uiterlijk 3 maanden na deze beslissing een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

5.9.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen zal toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop zal vermelden,

5.10.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

5.11.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol van 3 april 2013 zal komen,

5.12.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel) verlengde termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijde op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigebericht: voor conclusie na deskundigebericht aan de zijde van [eiser] op een termijn van vier weken, waarna [gedaagde] kan concluderen vier weken daarna,

5.13.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

5.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. de Vos en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.(