Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BX3194

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-07-2011
Datum publicatie
31-07-2012
Zaaknummer
AWB 09/1506 WOB (tussenuitspraak 1 juli 2011)
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

WOB-zaak. Verzoek betreft documenten inzake maatregelen in het kader van de openbare orde en veiligheid met betrekking tot verschillende kraakgroepen en te ontruimen panden. Vernietiging. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet kan volstaan met verwijzing naar eerdere openbaarmaking van documenten door een ander bestuursorgaan. Hij moet een eigen afweging omtrent openbaarmaking daarvan maken. Openbaar maken van adressen van te ontruimen panden is op zichzelf niet in strijd met het belang van privacy, maar verweerder kon deze gegevens wel weigeren op grond van het belang van inspectie, controle en toezicht. Zie ook de einduitspraak in deze zaak met LJN: BX3195.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/1506 WOB

tussenuitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

en

de Burgemeester van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde [gemachtigde].

Procesverloop

Eiser heeft verzocht om een afschrift van alle documenten over maatregelen die zijn ingezet in het kader van – onder meer – de openbare orde en veiligheid met betrekking tot verschillende kraakgroepen.

Verweerder heeft openbaarmaking van een aantal memo’s geweigerd. Deze weigering heeft verweerder in het bestreden besluit op bezwaar gehandhaafd.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting van 16 februari 2011 geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen intern overleg te plegen over de vraag welke (delen van de) memo’s alsnog openbaar kunnen worden gemaakt.

Bij brief van 22 februari 2011 heeft verweerder zes memo’s aan de rechtbank toegezonden, waarvan delen onleesbaar zijn gemaakt.

Nadat partijen toestemming hebben gegeven een nadere zitting achterwege te laten als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank overweegt met het oog op een definitieve beslechting van het geschil als volgt.

2. De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder ter zitting kenbaar heeft gemaakt dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), niet meer aan het bestreden besluit ten grondslag wordt gelegd.

3. Verweerder heeft de rechtbank op 22 februari 2010 de zes memo’s met een inventarislijst toegezonden, waarvan verweerder openbaarmaking bij het bestreden besluit heeft geweigerd. De tekst van de memo’s is deels weggelakt.

In de begeleidende brief bij de memo’s schrijft verweerder:

“In de memo’s zijn onderdelen betreffende de naam van de behandelend ambtenaar, de adressen van de te ontruimen panden en de strategie (techniek en tactiek) van de ontruimingsronden, onleesbaar gemaakt. Voor deze onderdelen handhaaft de burgemeester de gronden voor het niet verstrekken van informatie.”

4. De rechtbank stelt vast dat verweerder met deze brief (en de bijgevoegde memo’s) een besluit heeft genomen in de zin van artikel 6:18 van de Awb. Nu met dit besluit niet geheel tegemoet is gekomen aan het bezwaar van eiser, wordt het beroep tegen bestreden besluit op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit van 22 februari 2011.

5. Gelet op de onder 3 aangehaalde passage en het feit dat verweerder de weigeringsgrond in artikel 11, eerste lid, van de Wob niet meer aan het bestreden besluit ten grondslag legt, is de rechtbank van oordeel dat onduidelijk is op welke van de in de Wob genoemde weigeringsgronden verweerder de weigering op dit moment nog baseert.

6. Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder in het besluit van 22 februari 2011 noch in de bijgevoegde memo’s per weggelakt onderdeel van de tekst heeft aangegeven welke weigeringsgrond ten grondslag ligt aan de weigering om dat onderdeel van de tekst openbaar te maken.

7. Voorgaande houdt in dat het bestreden besluit, zoals dat is aangevuld bij besluit van 22 februari 2011, in strijd met artikel 7:12 van de Awb niet voldoende is gemotiveerd. Gelet hierop zal de rechtbank, mede gezien het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil, verweerder met toepassing van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb in de gelegenheid stellen om binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak de in de voorgaande overwegingen aangeduide motiveringsgebreken te herstellen.

Beslissing

De rechtbank

- heropent het onderzoek;

- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen twee weken na deze uitspraak voor elke onleesbaar gemaakte passage afzonderlijk (nader) te motiveren welke weigeringsgrond of weigeringsgronden hij ten grondslag legt aan de weigering de betreffende passage openbaar te maken;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.P. Kijlstra, voorzitter, mrs. A.D. Reiling en

P.H.A. Knol, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Heijman, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2011.

de griffier, de voorzitter,

is niet in staat de uitspraak

te ondertekenen.

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak kunnen partijen en belanghebbenden géén hoger beroep instellen (artikel 37, derde lid, van de Wet op de Raad van State). Hoger beroep is slechts mogelijk tegelijk met het hoger beroep tegen de nog te wijzen einduitspraak.

D:

SB