Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BW7965

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-11-2011
Datum publicatie
11-06-2012
Zaaknummer
465233 / HA RK 10-643 (24 november 2011)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 474g Rv. Verzoekster heeft ten laste van verweerders executoriaal beslag gelegd op de aandelen die verweerder sub 2 houdt in verweerster sub 1 en de aandelen die verweerster sub 1 houdt in haar dochtervennootschappen. Verzoekster verzoekt de rechtbank te bepalen binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen zal worden overgegaan en op welke wijze en onder welke voorwaarden deze verkoop zal dienen plaats te vinden.

De medeaandeelhouders van verweerders dienen een dag voor de mondelinge behandeling een verzoek in met het doel te worden toegelaten als belanghebbenden. De rechtbank wijst dit verzoek van de medeaandeelhouders af op de voet van art. 3:13 lid 2 BW. De beslagen zijn bijna anderhalf jaar geleden gelegd en niet gesteld of gebleken is dat de medeaandeelhouders eerst kort voor de dag waarop het verzoek werd ingediend, op de hoogte waren van de gelegde beslagen. Dit is gezien de omstandigheden ook onwaarschijnlijk. Het belang van verzoekster bij executoriale verkoop van de aandelen zonder verdere vertraging weegt dan ook zwaarder dan het (mogelijke) belang van de medeaandeelhouders om als belanghebbende te worden gehoord.

De rechtbank bepaalt dat de aandelen in de dochtervennootschappen zullen worden verkocht door middel van openbare verkoop (veiling) en stelt enkele verdere voorwaarden voor die verkoop. De rechtbank bepaalt dat de prospectusplicht van art. 5:2 Wft niet op de onderhavige executoriale verkoop van toepassing is en verwijst daarbij naar art. 7:19 BW.

Wetsverwijzingen
Wet op het financieel toezicht
Wet op het financieel toezicht 5:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2013/114 met annotatie van mr. dr. G.C. van Daal
RF 2012/62
JONDR 2012/1191

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummers / rekestnummers:

465233 / HA RK 10-643

465238 / HA RK 10-644

465240 / HA RK 10-645

465242 / HA RK 10-646

465243 / HA RK 10-647

465244 / HA RK 10-648

Beschikking van 24 november 2011

in de zaken van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TOPPOT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaat mr. M.A. Geuze te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOAD HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [A],

wonende te [woonplaats],

verweerders,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOAD ADMINISTRATIEKANTOOR B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] B.V.,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOAD MONUMENTEN B.V.,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOPIK HOLDING B.V.,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KEIZERSGRACHT B.V.,

alle gevestigd te Amsterdam,

belanghebbenden,

advocaat mr. P.L. Visser te Amsterdam.

Verzoekster zal hierna Toppot worden genoemd. Verweerder [A] zal hierna [A] worden genoemd en Hoad Holding B.V. zal met Hoad worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. In de tussenbeschikking van 30 juni 2011 heeft de rechtbank beslist dat de door [A] en Hoad opgeworpen bezwaren tegen het verzoek van Toppot om tot verkoop van de in beslag genomen aandelen te mogen overgaan, niet aan een executoriale verkoop in de weg staan. Thans ligt nog slechts het verzoek voor bij beschikking te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de aandelen kan worden overgegaan, en op welke wijze en onder welke voorwaarden de executoriale verkoop zal moeten plaatsvinden. Hiertoe heeft op 14 oktober 2011 een (tweede) mondelinge behandeling plaatsgehad. Van de mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.2. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling op 14 oktober 2011 is bij de rechtbank op 13 oktober 2011 ingekomen een verzoekschrift getiteld “Verzoekschrift tot tussenkomst in procedure tot verkoop van in beslag genomen aandelen op naam in de zin van artikel 474g Rv” van mr. [D] namens de heer [E] (hierna: [E]) en mevrouw [F] (hierna: [F]) als verzoekers (hierna: het verzoek tot “tussenkomst”). In dit verzoekschrift verzoeken [E] en [F] de rechtbank hen als belanghebbenden toe te laten tot de procedure(s) waarin de executoriale verkoop van de door Toppot in beslag genomen aandelen aan de orde is en hen te horen over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de verkoop van de aandelen zal plaatsvinden.

1.3. De beschikking is bepaald op heden. Partijen (ook [E] en [F]) zijn van de uitgestelde beschikkingdatum op de hoogte gesteld.

2. De feiten

2.1. Voor zover van belang is de situatie thans als volgt.

2.2. Bij vonnis van deze rechtbank van 12 mei 2010 zijn [A] en Hoad hoofdelijk veroordeeld om aan Toppot te betalen een bedrag van € 619.714,44 vermeerderd met de contractuele rente over het nog niet betaalde deel van het bedrag van € 600.000,= vanaf 1 oktober 2009 tot de dag van volledige betaling en vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 1.698,= vanaf de dag van betekening van het vonnis tot de dag van volledige betaling. Daarnaast heeft de rechtbank in het vonnis van 12 mei 2010 [A] en Hoad ieder afzonderlijk veroordeeld tot betaling aan Toppot van beslagkosten, proceskosten en nakosten ten bedrage van € 15.833,93 (waarvan € 68 voorwaardelijk) respectievelijk € 22.733,47 (waarvan € 68 voorwaardelijk).

2.3. [A] en Hoad hebben het hoger beroep dat zij tegen dit vonnis hadden ingesteld, ingetrokken, zodat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

2.4. Op 17 juni 2010 heeft Toppot ten laste van [A] respectievelijk Hoad executoriaal beslag laten leggen op:

(i) alle aandelen die [A] houdt in Hoad;

alsmede op alle aandelen die Hoad houdt in

(ii) Hoad Administratiekantoor B.V.;

(iii) [B] B.V.;

(iv) Hoad Monumenten B.V.;

(v) Hopik Holding B.V.; en

(vi) Keizersgracht B.V.

De onder (i) tot en met (vi) genoemde vennootschappen zullen hierna ook met “de vennootschappen” worden aangeduid en de onder (ii) tot en met (vi) genoemde vennootschappen met “de dochtervennootschappen”. De aandelen waarop beslag is gelegd zullen ook wel “de aandelen” worden genoemd.

2.5. Op het moment dat de deurwaarder het beslag aan de vennootschappen betekende, heeft hij ten kantore van geen van de vennootschappen iemand aangetroffen. Afschrift van de exploten van beslaglegging heeft hij dan ook in gesloten enveloppen achtergelaten. In de exploten heeft de deurwaarder de vennootschappen gesommeerd om per omgaande aan hem de aandeelhoudersregisters ter hand te stellen opdat hij daarin de beslagen kan aantekenen. Aan deze sommaties hebben de vennootschappen geen gevolg gegeven.

3. Het verzoek tot “tussenkomst”

3.1. Ter beoordeling ligt allereerst voor het verzoek van [E] en [F] te worden toegelaten als belanghebbenden.

3.2. Zij leggen aan hun verzoek het volgende ten grondslag. [E] houdt 12,5% van de aandelen in Hoad en [F] houdt 25% van de aandelen in deze vennootschap. Als aandeelhouders van Hoad – en indirect aandeelhouders van de dochtervennootschappen van Hoad – hebben zij belang bij de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de aandelen in Hoad en/of de dochtervennootschappen worden verkocht en de prijs die daarbij bepaald zal worden. Bovendien hebben zij als aandeelhouder op grond van artikel 6 van de statuten van Hoad een voorkeursrecht bij de verkoop van de aandelen in Hoad en wensen zij van dit voorkeursrecht gebruik te maken. Zij wensen voorts in de gelegenheid te worden gesteld de aandelen in de dochtervennootschappen zelf te verwerven.

3.3. Toppot verzet zich tegen dit verzoek, kort gezegd, omdat het tot verdere vertraging van de procedure zal leiden.

3.4. De rechtbank overweegt als volgt. Op zich is verdedigbaar dat [E] en [F] als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Zij hebben (onbetwist) gesteld dat zij aandeelhouder zijn van Hoad en dit wordt ook bevestigd door de thans wel overgelegde (kopieën van de) relevante pagina’s uit het aandeelhoudersregister van Hoad. Als (indirecte) aandeelhouders kunnen zij door de verkoop van de aandelen in hun belang worden getroffen. De rechtbank is evenwel op de voet van het bepaalde in artikel 3:13 lid 2 BW van oordeel dat [E] en [F] in redelijkheid in dit stadium van de procedure niet alsnog van hun recht om als belanghebbende te worden gehoord, gebruik kunnen maken. De beslagen zijn gelegd op 17 juni 2010 en de inleidende verzoekschriften dateren van 12 juli 2010, dat wil zeggen bijna anderhalf jaar geleden. Niet gesteld of gebleken is dat [E] en [F] eerst (kort voor) 13 oktober 2011 op de hoogte waren van de gelegde beslagen. Dit is ook onwaarschijnlijk, aangezien sprake is van een besloten vennootschap met slechts drie aandeelhouders en [E] en [F], naar de rechtbank begrijpt, bovendien de broer, respectievelijk ex-partner zijn van [A]. Zonder nadere toelichting die ontbreekt, valt niet in te zien waarom zij zich niet eerder als belanghebbenden hebben gemeld. Het belang van Toppot bij executoriale verkoop van de aandelen zonder verdere vertraging weegt dan ook zwaarder dan het (mogelijke) belang van [E] en [F] om als belanghebbende te worden gehoord.

3.5. Het verzoek zal worden afgewezen.

4. De verdere beoordeling

4.1. Ter beoordeling ligt vervolgens voor het verzoek van Toppot te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen zal worden overgegaan en op welke wijze en onder welke voorwaarden deze verkoop zal dienen plaats te vinden.

4.2. Tijdens de mondelinge behandeling van 14 oktober 2011 zijn Toppot, [A] en Hoad en de deurwaarder H.P.A. van Beest (hierna: de deurwaarder) gehoord.

4.3. Toppot heeft te kennen gegeven dat volgens haar de aandelen via een openbare verkoop moeten worden verkocht, waarbij kan worden volstaan met de verkoop van aandelen in een of meer van de vennootschappen, mits uit de opbrengst de vordering van Toppot volledig kan worden voldaan. Toppot stelt voor eerst de aandelen in Hopik Holding B.V. te verkopen en daarna de aandelen in Keizersgracht B.V. en vervolgens – indien nodig – de aandelen in [B] B.V.

4.4. De deurwaarder heeft ook geadviseerd de aandelen via een openbare verkoop te verkopen.

4.5. [A] en Hoad verzetten zich tegen (openbare) verkoop van de aandelen en voeren daartoe het volgende aan.

4.5.1. Allereerst stellen zij zich op het standpunt dat het beslag op de aandelen in Hoad is vervallen omdat de deurwaarder heeft nagelaten om overeenkomstig artikel 474d lid 2 Rv een afschrift van het beslagexploot aan [A] te betekenen. Daarnaast zouden de aandelen Hoad op grond van de in de statuten opgenomen aanbiedingsregeling eerst aan de mede-aandeelhouders moeten worden aangeboden.

4.5.2. Voorts stellen zij – onder verwijzing naar een brief van een advocaat van [A] en Hoad van 6 oktober 2011 aan (onder meer) Toppot – dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de vordering van Toppot op [A] is komen te vervallen

4.5.3. [A] en Hoad verzetten zich tegen openbare verkoop van de aandelen in de dochtervennootschappen op de volgende gronden:

- de statuten van de vennootschappen bevatten een prijsbepalingsmechanisme dat bij verkoop niet buiten toepassing kan blijven;

- het is moeilijk voorstelbaar dat openbare verkoop van de aandelen de meeste kans op de hoogste opbrengst biedt, mede omdat voor een openbare verkoop een prospectus zal moeten worden opgesteld;

- de medeaandeelhouders van [A] in Hoad ([E] en [F]) zijn de meest voor de hand liggende kopers.

4.6. De rechtbank oordeelt als volgt. Aan het verweer van [A] en Hoad dat er redenen zijn om aan te nemen dat Toppot niet langer een vordering heeft op [A] (en Hoad) wordt voorbij gegaan. Vaststaat immers dat Toppot voor haar vordering beschikt over een executoriale titel en niet gesteld of gebleken is dat de vordering van Toppot inmiddels is voldaan.

Aandelen dochtervennootschappen

4.7. Voorts geldt dat partijen het erover eens zijn dat niet alle aandelen tegelijkertijd hoeven te worden verkocht. Partijen zijn het erover eens dat in beginsel eerst de aandelen in Hopik Holding B.V. zullen worden verkocht en vervolgens – indien en voor zover de aandelen in Hopik Holding B.V. niet voldoende opleveren om de vordering van Toppot (en de executiekosten) te voldoen – de aandelen in Keizersgracht B.V. en vervolgens de aandelen in [B] B.V. Partijen gaan er vooralsnog vanuit dat de waarde van de aandelen in Hoad Monumenten B.V. en Hoad Administratiekantoor B.V. gering is zodat een verkoop van deze aandelen mogelijk niet zinvol zal zijn. Bij de invulling van de haar in de het derde lid van artikel 474g Rv opgedragen taak (bepaling van de wijze van en voorwaarden voor de verkoop) zal de rechtbank hiermee rekening houden.

Aandelen Hoad

4.8. Partijen verwachten niet dat na verkoop van de aandelen in een of meer van de dochtervennootschappen, verkoop van de aandelen Hoad nodig zal zijn voor volledige voldoening van de vordering van Toppot. Toppot wenst zich evenwel het recht voor te behouden ook de aandelen Hoad te verkopen indien de aandelen van de dochtervennootschappen niet genoeg opleveren. Toppot betwist dat het beslag op de aandelen Hoad is komen te vervallen. Volgens haar is het beslagexploot wel degelijk betekend aan [A], hetgeen tijdens de mondelinge behandeling door de deurwaarder is bevestigd. Hier geldt dat de rechtbank eerst kan vaststellen of aan de voorwaarden voor executoriale verkoop van de aandelen Hoad is voldaan, als aan haar een afschrift van het betreffende exploot wordt overgelegd. De beslissing ten aanzien van de verkoop van de aandelen Hoad zal dan ook worden aangehouden.

Wijze van en voorwaarden voor verkoop

4.9. Aan de door [A] en Hoad voorgestelde wijze van verkoop waarbij de aandelen in de dochtervennootschappen eerst worden aangeboden aan de medeaandeelhouders van Hoad ([E] en [F]) gaat de rechtbank voorbij. Dit voorstel is onvoldoende toegelicht en het is volstrekt onzeker of dit tot enige opbrengst zal leiden. Niet gesteld of gebleken is immers dat [E] en [F] de aandelen daadwerkelijk willen kopen en, zo ja, welke prijs zij bereid zijn voor de aandelen te betalen. Mede gezien het tijdsverloop tussen het moment van beslaglegging en de mondelinge behandeling op 14 oktober 2011 (bijna anderhalf jaar) had het op de weg van [A] en Hoad gelegen om met een concreet voorstel te komen voor deze (mogelijke) onderhandse verkoop, hetgeen zij hebben nagelaten. Dit ligt mogelijk anders indien en voor zover in een later stadium alsnog tot verkoop van de aandelen in Hoad zal worden overgegaan. In dat geval zullen de aandelen mogelijk eerst aan [E] en [F] moeten worden aangeboden, nu – vooralsnog – niet is gesteld of gebleken dat een dergelijke aanbieding conform de bepalingen in de statuten van Hoad de executoriale verkoop van die aandelen onmogelijk zou maken (artikel 474g lid 4 BW).

4.10. Nu de rechtbank ook geen andere concrete voorstellen over de wijze van verkoop van de aandelen in de dochtervennootschappen hebben bereikt, wordt uitgegaan van een openbare verkoop, zoals door Toppot gewenst en door de deurwaarder geadviseerd. Bij de invulling van de haar in de het derde lid van artikel 474g Rv opgedragen taak (bepaling van de wijze van en voorwaarden voor de verkoop), zal de rechtbank rekening houden met de volgende bijzondere omstandigheden. Het betreft hier de verkoop van aandelen in besloten vennootschappen die samen in een groep zijn verbonden. Partijen hebben de rechtbank te kennen gegeven dat de uiteindelijke waarde van de aandelen voornamelijk is gelegen in de waarde van de onroerende zaken (en andere goederen, zoals old timers in het geval van [B] B.V.) die de betreffende vennootschappen in eigendom hebben. Mede aangezien de vennootschappen hun jaarrekeningen kennelijk – zo stelt Toppot – niet openbaar hebben gemaakt, is zonder nadere (financiële) gegevens de waarde van de aandelen niet of moeilijk te bepalen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat [A] en Hoad ervoor moeten zorgdragen dat de dochtervennootschappen nadere (financiële) gegevens aan de deurwaarder ter beschikking stellen die de deurwaarder aan potentiële kopers ter inzage kan geven, een en ander zoals in het dictum bepaald.

4.11. Een en ander betekent dat de aandelen in het openbaar kunnen worden verkocht. De rechtbank zal deurwaarder H.P.A. van Beest van het gerechtsdeurwaarderskantoor Van Beest, Knol en Vermeulen te Delft, dan wel een door hem aan te wijzen vervangende deurwaarder verbonden aan dit kantoor, met de uitvoering daarvan belasten. De deurwaarder heeft tijdens de mondelinge behandeling van 14 oktober 2011 reeds te kennen gegeven deze benoeming te zullen aanvaarden. De deurwaarder zal de leiding dienen te nemen over de openbare verkoop. Hij dient de verdere voorwaarden voor de verkoop vast te stellen.

4.12. Ook aan de stelling van [A] en Hoad dat het prijsbepalingsmechanisme opgenomen (in de aanbiedingsregeling) in de statuten van de dochtervennootschappen moet worden toegepast, wordt voorbij gegaan. Kenmerk voor een openbare verkoop (veiling) is immers juist dat daar de prijs wordt bepaald door de vraag. De prijs van de aandelen zal uiteindelijk afhankelijk zijn van het bod van de uiteindelijke koper en de biedingen van andere bieders. De aandelen zullen worden verkocht aan de partij die het hoogste bod uitbrengt.

Prospectusplicht?

4.13. [A] en Hoad hebben zich op het standpunt gesteld dat in het geval van een openbare executoriale verkoop van aandelen een prospectusplicht bestaat op grond van artikel 5:2 Wet op het financieel toezicht (Wft). Of in het geval van een executoriale verkoop van aandelen in het algemeen een prospectusplicht bestaat, kan hier waarschijnlijk in het midden blijven. Ingevolge artikel 53 van de Vrijstellingsregeling Wft bestaat er immers geen prospectusplicht bij een aanbieding waarbij de totale tegenwaarde van de aangeboden aandelen minder dan € 2,5 miljoen bedraagt. Weliswaar hebben [A] en Hoad gesteld dat de waarde van de aandelen dit bedrag zal overstijgen – zij hebben concreet gesteld dat Hopik Holding B.V. eind 2010 een eigen vermogen had van € 3,8 miljoen – maar zij hebben deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd. Daarbij komt dat sprake zal zijn van een executieverkoop waarbij het niet voor de hand ligt dat iemand een marktconforme prijs zal bieden. Ook [A] en Hoad hebben zich op het standpunt gesteld dat dit onwaarschijnlijk is. Ten slotte geldt dat de vordering van Toppot op [A] en Hoad nog geen € 700.000 (te vermeerderen met rente en kosten) beloopt. Indien de verkoop van de aandelen in Hopik Holding B.V. inderdaad een waarde betreft van meer dan het drievoudige daarvan, is het de vraag of juist die aandelen moeten worden verkocht. In dat geval ligt meer voor de hand dat (de deurwaarder bepaalt dat) (eerst) aandelen in een van de andere dochtervennootschappen worden verkocht waarvan de waarde de hoogte van de vordering van Toppot meer benadert. Kortom, openbare verkoop van aandelen kan gezien het bedrag van de vordering in het onderhavige geval waarschijnlijk worden beperkt tot een aanbieding van aandelen met een totale tegenwaarde van (ruim) minder dan € 2,5 miljoen.

4.14. Voor het geval de waarde van de te verkopen aandelen (bijvoorbeeld in Hopik Holding B.V.) toch meer dan € 2,5 miljoen bedraagt, wordt het volgende overwogen. Over de vraag of in geval van een executoriale verkoop een prospectusplicht bestaat, geeft de wet(sgeschiedenis) geen uitsluitsel en in de literatuur bestaat hierover discussie. De rechtbank is van oordeel dat de prospectusplicht bij een executoriale verkoop van aandelen in besloten vennootschappen zoals hier aan de orde is, niet van toepassing is. De Wft heeft tot doel de financiële markten en daarmee de reguliere handel in effecten te reguleren en is niet van toepassing in de bijzondere situatie van een executoriale verkoop van aandelen in een besloten vennootschap. In het geval van een executoriale verkoop (een veiling) bestaat bij de potentiële kopers geenszins de verwachting dat zij volledig worden voorgelicht over de factoren die de waarde van de aandelen bepalen. Dit volgt ook uit artikel 7:19 BW waar is bepaald dat in geval van een executoriale verkoop de koper zich er niet op kan beroepen – kort gezegd – dat de zaak niet aan zijn verwachtingen beantwoordt.

Proceskosten

4.15. De rechtbank ziet aanleiding om [A] en Hoad te veroordelen in de proceskosten van Toppot. In de kostenveroordeling worden meegenomen de kosten van de deurwaarder om bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn. Deze kosten bedragen volgens eigen opgave van de deurwaarder € 300,=. De proceskosten worden aldus tot op heden aan de zijde van Toppot begroot op:

- griffierecht € 1.578,00 (6 x € 263)

- kosten deurwaarder 300,00

- salaris advocaat 1.356,00 (3 punten × tarief € 452)

Totaal € 3.234,00

5. De beslissing

De rechtbank

in het verzoek tot “tussenkomst”

5.1. wijst het verzoek af,

in het verzoek ex artikel 474g Rv

5.2. bepaalt dat de aandelen in (i) Hoad Administratiekantoor B.V., (ii) [B] B.V., (iii) Hoad Monumenten B.V., (iv) Hopik Holding B.V., en (v) Keizersgracht B.V. ter executie zullen worden verkocht, met inachtneming van hetgeen hierna is bepaald,

5.3. bepaalt dat de aandelen zullen worden verkocht door middel van een openbare verkoop (veiling), tenzij de deurwaarder anders bepaalt,

5.4. wijst H.P.A. van Beest, deurwaarder bij het gerechtsdeurwaarderskantoor Van Beest, Knol en Vermeulen te Delft, dan wel een door hem aan te wijzen vervangende deurwaarder verbonden aan dit kantoor (hierna: de deurwaarder), aan als de deurwaarder met de executie belast en belast hem voorts met de in de wet aan hem opgedragen taken,

5.5. bepaalt dat (tenzij de deurwaarder een andere volgorde bepaalt) eerst de aandelen in Hopik Holding B.V. zullen worden verkocht en slechts indien en voor zover de opbrengst van deze verkoop onvoldoende is om de vordering van Toppot (en de proces- en executiekosten) te voldoen, daarna – in de volgorde hier opgenomen – de aandelen in de vennootschappen Keizersgracht B.V., [B] B.V., Hoad Monumenten B.V. en ten slotte Hoad Administratiekantoor B.V., waarbij steeds geldt dat eerst de aandelen in één vennootschap zullen worden verkocht en dat de aandelen van de eerstvolgende vennootschap pas zullen worden verkocht, indien en voor zover de tot dan toe gerealiseerde opbrengst onvoldoende is om de vordering van Toppot (en de proces- en executiekosten) volledig te voldoen,

5.6. bepaalt dat [A] en Hoad hun medewerking aan de verkoop van de aandelen dienen te geven,

5.7. draagt [A] en Hoad op om binnen twee weken (14 dagen) na heden aan de deurwaarder ter beschikking te stellen:

(i) de jaarrekeningen van de dochtervennootschappen over het meest recente boekjaar;

(ii) een opgave van (de kadastrale gegevens van) de onroerende zaken die aan de verschillende dochtervennootschappen in eigendom toebehoren (met vermelding van de eventueel daarop rustende hypotheken en andere (beperkte) zakelijke rechten) en/of de andere goederen die aan de dochtervennootschappen in eigendom toebehoren en die van belang zijn voor de bepaling van de waarde van de aandelen in die vennootschappen; alsmede

(iii) alle overige door de deurwaarder gewenste informatie en inlichtingen,

5.8. bepaalt dat de deurwaarder aan potentiële kopers van de aandelen inzage zal geven in de hiervoor onder 5.7 bedoelde gegevens, indien en voor zover deze (tijdig) aan hem ter beschikking zijn gesteld,

5.9. bepaalt dat de deurwaarder een notaris zal aanwijzen ten overstaan van wie de aandelen zullen worden overgedragen,

5.10. bepaalt de termijn waarbinnen de verkoop en overdracht van de aandelen dient plaats te vinden op zes maanden na heden,

5.11. bepaalt dat de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake van vervreemding van aandelen in de dochtervennootschappen in acht zullen worden genomen, echter met uitzondering van de statutaire blokkeringsregeling en het in het kader daarvan in de statuten van de dochtervennootschappen opgenomen prijsbepalingsmechanisme,

5.12. veroordeelt [A] en Hoad in de proceskosten, aan de zijde van Toppot tot op heden begroot op € 3.234,00,

5.13. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.14. houdt de beslissing ten aanzien van de verkoop van de aandelen in Hoad Holding B.V. aan en bepaalt dat indien Toppot alsnog tot verkoop van deze aandelen wenst over te gaan, zij daartoe een (aanvullend) verzoek zal indienen bij deze rechtbank onder overlegging van (i) het onder 4.8 bedoelde exploot waarbij een afschrift van het beslagexploot overeenkomstig artikel 474d lid 2 Rv aan [A] is betekend en (ii) een voorstel voor de wijze van verkoop (zie 4.9), en verwijst de zaak hiertoe pro forma naar de rekestenrol van 5 januari 2012.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2011.?