Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BW7964

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-06-2011
Datum publicatie
11-06-2012
Zaaknummer
465233 / HA RK 10-643 (30 juni 2011)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekster heeft ten laste van verweerders executoriaal beslag gelegd op de aandelen die verweerder sub 2 houdt in verweerster sub 1 en de aandelen die verweerster sub 1 houdt in haar dochtervennootschappen. Een derde heeft conservatoir derdenbeslag laten leggen onder verweerders op alle gelden die zij hebben of verschuldigd mochten worden aan verzoekster. Dit beslag strekt tot zekerheid van betaling van een (mogelijke) vordering van de derde op verzoekster.

Verweerders menen dat dit derdenbeslag aan executie van de aandelen in de weg staat. De rechtbank oordeelt anders: de gelegde derdenbeslagen brengen niet met zich dat verzoekster niet tot executie van de aandelen mag overgaan. De derde heeft immers geen beslag gelegd op de aandelen. Zelfs indien sprake was geweest van cumulatieve beslagen, hadden de derdenbeslagen niet aan executie door verzoekster in de weg gestaan, omdat verzoekster als eerste en (vooralsnog) enige executoriale beslaglegger ook in dat geval bevoegd zou zijn om tot executie over te gaan.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 458
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 480
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 481
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 482
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 483
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 483a
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 483b
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 483c
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 483d
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 483e
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 483f
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 484
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 485
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 485a
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 486
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 489
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 490
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 490a
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 490b
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 490c
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 490d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2013/113
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummers / rekestnummers:

465233 / HA RK 10-643

465238 / HA RK 10-644

465240 / HA RK 10-645

465242 / HA RK 10-646

465243 / HA RK 10-647

465244 / HA RK 10-648

Beschikking van 30 juni 2011

in de zaken van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TOPPOT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaat mr. M.A. Geuze te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOAD HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [A],

wonende te [woonplaats],

verweerders,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOAD ADMINISTRATIEKANTOOR B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] B.V.,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOAD MONUMENTEN B.V.,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOPIK HOLDING B.V.,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KEIZERSGRACHT B.V.,

alle gevestigd te Amsterdam,

belanghebbenden,

advocaat mr. P.L. Visser te Amsterdam.

Verzoekster zal hierna Toppot worden genoemd. Verweerder [A] zal hierna [A] worden genoemd en Hoad Holding B.V. zal met Hoad worden aangeduid.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de zes verzoekschriften in de zaken met zaak-/rekestnummers: 465233 / HA RK 10-643; 465238 / HA RK 10-644; 465240 / HA RK 10-645; 465242 / HA RK 10-646; 465243 / HA RK 10-647; 465244 / HA RK 10-648, elk gedateerd 12 juli 2010, met producties;

- het verweerschrift van [A] en Hoad, met producties;

- het proces-verbaal van de op 7 december 2010 gehouden mondelinge behandeling;

- de oproeping van de rechtbank van [C] en [C] Media Holding B.V. (hierna samen: [C]) voor de mondelinge behandeling op 28 maart 2010 en de verdere correspondentie dienaangaande tussen de rechtbank enerzijds en (de raadslieden van) Toppot en [A] en Hoad anderzijds;

- de brief van de rechtbank van 25 maart 2011 waarbij aan partijen is bericht dat, nu [C] niet op de oproeping heeft gereageerd, zonder nadere mondelinge behandeling een beschikking zal worden gegeven.

2. De feiten

2.1. Bij vonnis van deze rechtbank van 12 mei 2010 zijn [A] en Hoad hoofdelijk veroordeeld om aan Toppot te betalen een bedrag van € 619.714,44 vermeerderd met de contractuele rente over het nog niet betaalde deel van het bedrag van € 600.000,= vanaf 1 oktober 2009 tot de dag van volledige betaling en vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 1.698,= vanaf de dag van betekening van het vonnis tot de dag van algehele betaling. Daarnaast heeft de rechtbank in het vonnis van 12 mei 2010 [A] en Hoad ieder afzonderlijk veroordeeld tot betaling aan Toppot van beslagkosten, proceskosten en nakosten ten bedrage van € 15.833,93 respectievelijk € 22.733,47.

2.2. Op 17 juni 2010 heeft Toppot executoriaal beslag laten leggen op:

(i) alle aandelen die [A] houdt in Hoad;

alsmede op alle aandelen die Hoad houdt in

(ii) Hoad Administratiekantoor B.V.;

(iii) [B] B.V.;

(iv) Hoad Monumenten B.V.;

(v) Hopik Holding B.V.; en

(vi) Keizersgracht B.V.

De onder (i) tot en met (vi) genoemde vennootschappen zullen hierna ook met “de vennootschappen” worden aangeduid en de aandelen waarop beslag is gelegd met “de aandelen”.

2.3. Bij exploot van 15 februari 2010 heeft [C] conservatoir derdenbeslag laten leggen onder Hoad op alle gelden die Hoad onder zich had van of verschuldigd mocht worden aan Toppot. Dit beslag strekt tot zekerheid van betaling door Toppot aan [C] van een vordering van € 1.230.000.

2.4. Bij exploot van 27 mei 2010 heeft [C] conservatoir derdenbeslag laten leggen onder [A] op alle gelden die [A] onder zich had van of verschuldigd mocht worden aan Toppot. Dit beslag strekt (eveneens) tot zekerheid van betaling door Toppot aan [C] van een vordering van € 1.230.000.

2.5. [A] en Hoad hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 12 mei 2010.

3. Het verzoek en het verweer

3.1. Toppot verzoekt de rechtbank te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen zal worden overgegaan en op welke wijze en onder welke voorwaarden deze verkoop zal dienen plaats te vinden.

3.2. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Toppot haar verzoek als volgt nader ingekleurd. Zij verlangt (vooralsnog) geen betaling aan zichzelf, maar eist betaling van [A] en Hoad aan de executerende deurwaarder. Toppot heeft verklaard dat zij ermee akkoord gaat als de rechtbank aan het verlof tot verkoop van de aandelen de voorwaarde verbindt dat de executieopbrengst wordt geparkeerd op een rentedragende rekening van de deurwaarder totdat vaststaat of [C] een vordering op Toppot heeft.

3.3. [A] en Hoad voeren als volgt verweer. Zij zijn wel bereid aan Toppot te betalen, maar omdat op de vorderingen van Toppot op [A] en Hoad door [C] beslag is gelegd, zijn zij hiertoe niet bevoegd. [A] en Hoad zijn op grond van de door [C] gelegde derdenbeslagen verplicht de aan Toppot verschuldigde gelden onder zich te houden. Voorts geldt dat in deze situatie (niet-betaling omdat er beslag ligt) geen sprake is van een tekortkoming jegens de schuldeiser (Toppot) omdat de beslagenen ([A] en Hoad) mogen opschorten, zodat er niet geëxecuteerd mag worden. Dit betekent ook dat [A] en Hoad vanaf de datum van het eerste door [C] gelegde derdenbeslag, 15 februari 2010, geen rente meer zijn verschuldigd. Alleen de deurwaarder die de derdenbeslagen heeft gelegd kan op grond van artikel 477 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betaling door [A] en Hoad van de aan Toppot verschuldigde bedragen verlangen. Indien de rechtbank van oordeel is dat Toppot in weerwil van de derdenbeslagen het recht heeft tot executoriale verkoop van de aandelen over te gaan, dient het verzoek toch te worden afgewezen gelet op de belangen van [A] en Hoad die door de executie zullen worden geschaad. Aldus steeds [A] en Hoad.

3.4. Ten slotte stellen [A] en Hoad dat reeds een bedrag van € 21.605,85 is afgedragen aan de executerende deurwaarder.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Toetsingskader

4.1. De rechtbank stelt het volgende voorop. Toppot beschikt over een executoriale titel. Uitgangspunt is dat het voor degene die beschikt over een executoriale titel, ook daadwerkelijk mogelijk moet zijn om het vonnis ten uitvoer te leggen. De schuldenaar is met al zijn goederen voor zijn verbintenissen aansprakelijk. Voordat tot uitwinning kan worden overgegaan, moet de schuldeiser een keuze doen uit de goederen van de schuldenaar. Die keuze maakt hij door het leggen van (executoriaal) beslag. Vervolgens wordt door de uitwinning – dat wil zeggen de verkoop en overdracht – van de beslagen goederen met de opbrengst de vordering van de schuldeiser voldaan. De bedoeling van de wetgever is dat de executiekoper de prijs voor de beslagen goederen (de executieopbrengst) voldoet aan de executerende deurwaarder. De artikelen 480 e.v. Rv regelen hoe de deurwaarder de executieopbrengst moet verdelen. In artikel 480 lid 2 Rv is bepaald dat als er meer schuldeisers zijn, de deurwaarder de netto-executieopbrengst stort bij een bewaarder (als bedoeld in artikel 445 Rv). Naast de executerende beslaglegger kunnen ook anderen die tijdig executoir of conservatoir beslag hebben gelegd op het goed (of de opbrengst daarvan) aanspraak maken op de executieopbrengst. In geval van een dergelijk cumulatief beslag geldt dat de oudste executoriale beslaglegger de bevoegdheid heeft om de beslagen goederen te verkopen (artikel 458 Rv). Dit betekent evenwel niet dat de oudste beslaglegger zich ook als eerste (bij voorrang) op de opbrengst van het goed mag verhalen. Hij mag zich de opbrengst niet toe-eigenen. Ieder die beslag heeft gelegd op het goed (of de opbrengst daarvan) moet uit de executie-opbrengst worden voldaan overeenkomstig zijn rang. Dit betekent dat als er sprake is van twee “gewone” (niet-preferente) schuldeisers/beslagleggers, de netto-executieopbrengst onder hen moet worden verdeeld naar evenredigheid van hun vorderingen.

Cumulatieve beslagen?

4.2. Het verweer van [A] en Hoad dat de door [C] gelegde derdenbeslagen met zich brengen dat Toppot niet tot executie van de aandelen mag overgaan, vindt geen steun in het recht. [C] heeft immers geen beslag gelegd op de aandelen. Ten overvloede wordt opgemerkt dat zelfs indien sprake was geweest van cumulatieve beslagen, de door [C] gelegde derdenbeslagen niet aan executie door Toppot in de weg zouden hebben gestaan, omdat – zoals hiervoor is overwogen – Toppot als eerste en (vooralsnog) enige executoriale beslaglegger ook in dat geval bevoegd zou zijn om tot executie over te gaan. De door [C] gelegde derdenbeslagen staan er slechts aan in de weg dat [A] en Hoad tot “vrijwillige” betaling overgaan van hetgeen zij op grond van het vonnis van 12 mei 2010 aan Toppot zijn verschuldigd.

Belangenafweging

4.3. Ook de belangen van [A] en Hoad staan aan de executie niet in de weg. Zoals hiervoor is overwogen, is uitgangspunt dat het voor degene die beschikt over een executoriale titel, ook daadwerkelijk mogelijk moet zijn om het vonnis ten uitvoer te leggen. Anders dan [A] en Hoad hebben betoogd, zijn de belangen van Toppot niet voldoende gewaarborgd door het enkele feit dat het (executoriale) beslag op de aandelen gehandhaafd blijft. Toppot heeft er terecht op gewezen dat het beslag niet verhindert dat andere schuldeisers van [A] en Hoad eveneens beslag leggen op de aandelen (zodat het risico bestaat dat zij een eventuele executieopbrengst met deze andere beslagleggers zal moeten delen) en tevens dat het beslag niet kan tegengaan dat de vennootschappen worden uitgehold doordat de schuldeisers van de vennootschappen verhaal nemen op de activa van de vennootschappen, of anderszins, hetgeen tot gevolg kan hebben dat de aandelen waardeloos worden of in ieder geval onvoldoende zullen opbrengen om de vorderingen van Toppot te voldoen. [A] en Hoad hebben weliswaar met recht betoogd dat andere schuldeisers ook op de executieopbrengst beslag kunnen leggen (tot het tijdstip van het sluiten van de rangregeling, zie artikel 490 Rv), maar dit doet niet af aan het risico van uitholling van de vennootschappen.

4.4. Het enkele feit dat de executie van de aandelen voor [A] en Hoad, zoals door hen in algemene zin verwoord, “zeer nadelige gevolgen” kan hebben die nadien niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, legt tegenover het belang van Toppot bij executie onvoldoende gewicht in de schaal. Aan het vermoeden van [A] en Hoad dat de kans aanwezig is dat Toppot, indien het vonnis van 12 mei 2010 uiteindelijk niet in stand mocht blijven, niet meer in staat zal zijn de schade die door de executie ontstaat aan [A] en Hoad te vergoeden, wordt eveneens voorbij gegaan. Het door [A] en Hoad in abstracto gestelde restitutierisico vormt op zich geen aanleiding om Toppot het recht op executie te ontzeggen, terwijl [A] en Hoad geen feiten of omstandigheden hebben gesteld op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat een concreet restitutierisico bestaat.

Afdracht aan de deurwaarder

4.5. Het verweer van [A] en Toppot dat alleen de deurwaarder die het derdenbeslag heeft gelegd, betaling door [A] en Toppot van het aan Toppot verschuldigde bedrag kan verlangen, gaat niet op. [A] en Hoad verliezen hierbij uit het oog dat de in artikel 477 lid 1 Rv neergelegde verplichting niet geldt zolang [C] als derdenbeslaglegger geen executoriale titel heeft verkregen (artikel 723 Rv).

Hoogte van de vordering van Toppot

4.6. [A] en Hoad hebben gesteld dat zij reeds een bedrag van € 21.605,85 hebben voldaan, althans dat dit bedrag is afgedragen aan de executerende deurwaarder, en voorts dat zij geen rente meer zijn verschuldigd over de in het vonnis van 12 mei 2010 in hoofdsom toegewezen bedragen vanaf 15 februari 2010, de datum van het (eerste) derdenbeslag. In deze verzoekschriftprocedure is geen plaats voor de vaststelling van de hoogte van de (openstaande) vordering, zodat hier verder niet op in zal worden gegaan.

Wijze en voorwaarden verkoop van de aandelen

4.7. Tijdens de mondelinge behandeling is (nog) niet aan de orde geweest op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht van de aandelen zal dienen te geschieden en is de deurwaarder hieromtrent ook nog niet gehoord. De rechtbank zal dan ook een nieuwe mondelinge behandeling bepalen. Voor deze mondelinge behandeling zullen worden opgeroepen: Toppot, [A] en Hoad, de vennootschappen en de deurwaarder. Tijdens die mondelinge behandeling kan tevens aan de orde komen of Toppot mogelijk met executie van de aandelen in één of enkele van de vennootschappen kan volstaan om haar vorderingen op [A] en Hoad voldaan te krijgen.

4.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

- bepaalt een nadere mondelinge behandeling,

- gelast partijen en de genoemde belanghebbenden (de vennootschappen) in persoon, rechtspersonen vertegenwoordigd door een bevoegde bestuurder of een door het bestuur schriftelijk gevolmachtigde, en desgewenst vergezeld van de raadslieden, te verschijnen teneinde te bespreken op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht van de aandelen zal dienen te geschieden,

- bepaalt dat partijen hun verhinderdata in de maanden augustus, september en oktober 2011 uiterlijk 14 juli 2011 schriftelijk aan de rechtbank (t.a.v. de rekestenadministratie) moeten doorgeven waarna een datum voor de nadere mondelinge behandeling zal worden bepaald,

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2011.?