Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BW7232

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-02-2011
Datum publicatie
01-06-2012
Zaaknummer
482593 / 11.1200 F
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet BOPZ. Ongeboren kind; verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling in psychiatrisch ziekenhuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaak- en rekestnr: 482593 / 11.1200 F

kenmerk: 1012860

RECHTBANK AMSTERDAM

CIVIELE SECTOR

BESCHIKKING

Voortzetting inbewaringstelling

De officier van justitie heeft op 10 februari 2011 een verzoek ingediend tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van

[betrokkene],

geboren op [1975],

wonende te [woonplaats], [adres],

verblijvende te [verblijfplaats], [ziekenhuis].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Amsterdam gedateerd 9 februari 2011 en een geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ).

Gehoord zijn: betrokkene;

advocaat betrokkene, mr. N.D. 't Zand;

behandelend arts dhr. [arts];

psychiater dhr. [psychiater].

De rechtbank overweegt als volgt:

Uit de overgelegde stukken, de gehouden verhoren en de verkregen inlichtingen is het volgende gebleken.

Betrokkene heeft medegedeeld dat zij nu zestien weken zwanger is. Zij wil dit kindje heel graag hebben. Sinds zij wist dat zij zwanger was heeft zij nog wel een keer cocaïne gebruikt, maar vanaf 15 december vorig jaar gebruikt zij niet meer. Zij heeft geen terugval meer gehad, ook niet tijdens vrijheden in het weekend. Zij is helemaal klaar met de cocaïne. Zij weet zeker dat zij geen terugval meer zal krijgen, al zal het wel moeilijk zijn als zij mensen tegenkomt die zij kent uit de periode dat zij nog gebruikte.

De raadsvrouw van betrokkene heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend gevaar. Betrokkene heeft haar leven op orde. Zij heeft een eigen huis en zij heeft ambulante hulp. De kans op een terugval is erg klein.

De psychiater heeft medegedeeld dat hij betrokkene op 9 februari jl. als onafhankelijk en niet bij de behandeling betrokken psychiater heeft onderzocht nadat zij in de kliniek was opgenomen. De psychiater heeft medegedeeld dat hij op dat moment geen psychose bij betrokkene heeft geconstateerd. Betrokkene lijdt wel aan een psychiatrische stoornis in de vorm van afhankelijkheid van cocaïne. Deze verslaving belemmert het denken, willen en doelgericht handelen van betrokkene ernstig en beheerst haar gevaarvolle handelen overwegend. Betrokkene heeft tijdens drie eerdere zwangerschappen cocaïne gebruikt, terwijl zij wist dat zij zwanger was. Door het gebruik van cocaïne tijdens de zwangerschap heeft zij vier kinderen verloren. Twee maal is een spontane abortus opgetreden en eenmaal is een tweeling prematuur overleden geboren. Wanneer betrokkene de kliniek verlaat acht de psychiater

de kans op een terugval, die zal leiden tot de dood van het ongeboren kind, zeer groot. De ambulante behandelaars delen deze mening.

De arts heeft medegedeeld dat betrokkene vrijwillig in de Jellinek was opgenomen. Daar constateerde men een psychose, waarna zij naar deze kliniek werd overgeplaatst voor verdere behandeling. De arts deelt mee dat hij vorige week een gesprek met betrokkene heeft gehad, waarbij het incoherente denken van betrokkene opviel. De arts acht de psychose onderliggend nog aanwezig. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht, waardoor zij oordeels- en kritiekgestoord is. Betrokkene heeft gedreigd met ontslag te gaan als zij niet mocht wandelen. Daarom is een inbewaringstelling aangevraagd.

De rechtbank acht het, gelet op de geneeskundige verklaring en de toelichting van de arts en de psychiater ter zitting, voldoende aannemelijk dat betrokkene gevaar veroorzaakt, waarbij het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens (afhankelijkheid van cocaïne, afhankelijkheid van nicotine en een borderline persoonlijkheidsstoornis) betrokkene dit gevaar doet veroorzaken. Het gevaar, eruit bestaande dat betrokkene met name haar ongeboren kind van het leven zal beroven of hem ernstig letsel zal toebrengen, kan niet worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis, terwijl het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat opneming met een voorlopige machtiging niet kan worden afgewacht.

Bij betrokkene is onvoldoende sprake van bereidheid tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank heeft acht geslagen op het bepaalde in § 3 van hoofdstuk 2 van de Wet BOPZ.

B E S L I S S I N G :

De rechtbank:

- verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van drie weken;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.C. de Wit, rechter, in tegenwoordigheid van A.C.M. Blekkenhorst, griffier, op 14 februari 2011.