Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV8873

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
502755/FT-EA 11.406
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

art. 3:13 lid 2 BW en art. 2 en 4 Fw, misbruik van bevoegdheid bij het doen van eigen aangifte faillietverklaring. Onvoldoende redelijk belang bij faillietverklaring

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaak-/rekestnummer: 502755/FT-EA 11.406

uitspraakdatum: 8 november 2011

Afwijzing faillietverklaring

Ter griffie van deze rechtbank is op 27 oktober 2011 een verzoekschrift, met bijlagen, strekkende tot het doen van eigen aangifte tot faillietverklaring, ingekomen van:

[verzoeker],

geboren op [1960] te [plaats],

woonadres: [postcode] [plaats], [straat].

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 8 november 2011.

Ter terechtzitting is het volgende gebleken. Verzoeker heeft een schuldenlast van minimaal EUR 23.600,-. Verzoeker is op 14 november 2008 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Bij vonnis van deze rechtbank van 13 juli 2011 is de schuldsaneringsregeling van verzoeker tussentijds beƫindigd (zonder schone lei).

Verzoeker heeft ter terechtzitting toegelicht dat hij eigen aangifte heeft gedaan omdat hij hulp wil krijgen van de aan te stellen curator bij het zoeken naar een budgetbeheerder of beschermingsbewindvoerder na onder curatele stelling. Hij is zich ervan bewust dat hij de komende tien jaar niet in aanmerking komt voor toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker krijgt een uitkering van ongeveer EUR 800,- per maand en heeft geen bezittingen. Hij heeft onvoldoende financiƫle middelen om zijn schulden te betalen, aldus steeds verzoeker.

De rechtbank overweegt het volgende. Vaststaat dat er geen actief is en dat daarom de kosten van het faillissement niet kunnen worden voldaan. Verzoeker voldoet aan de in de Faillissementswet gestelde vereisten om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard. Echter ook de bevoegdheid tot het doen van eigen aangifte door een schuldenaar kan worden misbruikt indien deze bevoegdheid wordt uitgeoefend met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.

Op grond van de aan de rechtbank overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat er geen baten te verwachten zijn waaruit de kosten van de curator kunnen worden voldaan dan wel een akkoord aan de schuldeisers kan worden aangeboden. Bij deze stand van zaken is te verwachten de curator het faillissement binnen korte tijd voordraagt voor opheffing wegens gebrek aan baten, waarbij de schuldenlast van verzoeker ongewijzigd blijft. Het aanstellen van een hulpverlener al dan niet in het kader van onder curatele stelling kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als een doel dat een redelijk door de Faillissementswet beschermd belang dient. Ook is sprake van een dermate onevenredigheid tussen het belang van verzoeker bij zijn faillissement en het belang van een te benoemen curator verschoond te blijven van niet-verhaalbare kosten dat verzoeker in redelijkheid niet tot uitoefening van zijn bevoegdheid tot het aanvragen van zijn eigen faillissement kan komen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat verzoeker een redelijk belang heeft bij zijn faillissementsaanvraag.

Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Degenaar en in raadkamer uitgesproken op

8 november 2011 te 10:00 uur.