Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV8385

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
09-03-2012
Zaaknummer
450554 / HA ZA 10-453
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst, productenaansprakelijkheid, non-conformiteit, aansprakelijkheid verkoper voor gegeven advies, geen aansprakelijkheid producent.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 450554 / HA ZA 10-453

Vonnis van 12 oktober 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MIDDENWEG B.V.,

gevestigd te Andel, gemeente Woudrichem,

eiseres,

advocaat: mr. J. Peeters-de Vormer te Delft,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COMGOED B.V.,

gevestigd te Dirksland,

gedaagde,

advocaat: mr. W.M. Bijloo te Middelharnis,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PURAC BIOCHEM B.V.,

gevestigd te Gorinchem,

gedaagde,

advocaat: voorheen mr. M. Hiemstra, thans mr. J. van der Lee te ‘s-Gravenhage.

Partijen zullen hierna Middenweg, Comgoed en Purac worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de gelijkluidende dagvaardingen van 22 januari 2010 en 26 januari 2010, met producties;

- de conclusie van antwoord aan de zijde van Comgoed;

- de conclusie van antwoord aan de zijde van Purac, met producties;

- het tussenvonnis van 19 mei 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de brief van 30 juli 2010 van mr. Bijloo, met producties;

- het proces-verbaal van de comparitie gehouden op 18 augustus 2010;

- de conclusie van repliek, tevens wijziging van eis, met één productie;

- de conclusie van dupliek, tevens antwoord wijziging eis aan de zijde van Comgoed, met één productie;

- de conclusie van dupliek aan de zijde van Purac, met één productie;

- de akte uitlaten producties aan de zijde van Middenweg.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Middenweg exploiteerde een chrysantenkwekerij, waarbij chrysanten in een kas op uit rivierklei bestaande tuinbouwgrond (hierna: de kweekgrond) werden gekweekt. De oppervlakte van de kweekgrond bedroeg drie hectaren.

2.2. Comgoed exploiteert een onderneming die handelt in compost, organisch en anorganisch materiaal. Zij koopt en verkoopt onder meer bodemverbeteraars.

2.3. Middenweg maakte voor het bepalen van de samenstelling van haar kweekgrond gebruik van een bemestingsadviseur en van een teeltvoorlichter. Zij controleerde zelf de bodemstructuur (hierna: de structuur) van haar kweekgrond. Middenweg had al jaren last van kleverigheid van de kweekgrond.

2.4. Middenweg heeft Comgoed in het voorjaar van 2005 benaderd, teneinde bij haar schelpen te kopen om de structuur van haar kweekgrond te verbeteren. Comgoed heeft, in de persoon van haar werknemer/vertegenwoordiger [A] (hierna: [A]), op of omstreeks 21 maart 2005 de kwekerij bezocht. [B] (hierna: [B]), enig aandeelhouder en enig bestuurder van Middenweg, en [A] hebben met elkaar gesproken over het soort teelt dat Middenweg verrichtte, de kweekgrond waarop zij teelde, de omvang van haar perceel en de wijze waarop zij in het verleden de kweekgrond had behandeld.

2.5. [A] heeft [B] gewezen op het bestaan van Puragyps en meegedeeld dat dit product net als schelpen de structuur van de grond verbetert, maar sneller werkt en makkelijker verkrijgbaar en goedkoper is.

2.6. Purac is de producent van Puragyps. Uit via de website www.puragyps.nl te vinden informatie over Puragyps blijkt dat Puragyps in 2002 en 2003 door Altic B.V. (hierna: Altic) getest is op kleilocaties waar vanwege de slechte bodemstructuur problemen bestonden met de rooibaarheid van aardappelen. Uit deze proeven is gebleken dat Puragyps een positief effect heeft op de bodemstructuur. Het (via genoemde website te raadplegen) rapport van Altic vermeldt onder meer:

“Resultaten

(…) Uit de (…) analyses blijkt dat toediening van gips op alle locaties resulteerde in een verhoogde beschikbaarheid van calcium en zwavel. Uit de (…) analyses bleek ook dat toediening van gips leidt tot een lichte daling van de pH-H2O.

De EC is een maat voor de zoutconcentratie in de bodem. De geconstateerde EC is na gipsbemesting dermate hoog, dat negatieve effecten op de groei verwacht mogen worden.

(…)

Conclusies

* Toediening van gips leidde tot een verhoogde beschikbaarheid van calcium en zwavel in de bodem. (…)

(…)

* Toepassen van gips in doseringen tot 10 ton per hectare heeft geen negatief effect op de gerealiseerde opbrengst gehad.

* Toediening van gips leidde bij een slechte structuur tot een verbetering van de structuur van de bodem.”

2.7. Middenweg heeft op 31 maart 2005 telefonisch vijfendertig ton Puragyps bij Comgoed besteld. Op een ter zake namens Middenweg getekende verkoopbevestiging gedateerd 31 maart 2005 wordt vermeld, voor zover hier van belang:

“Comgoed BV acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van verkeerd gebruik of een te hoge dosering. Comgoed BV levert zijn producten onder de vastgestelde leveringsvoorwaarden welke gedeponeerd zijn bij de Kamer van Koophandel (…). Deze handelsvoorwaarden zijn vrij op te vragen en zullen op verzoek toegestuurd worden.”

2.8. De door Comgoed gehanteerde Algemene Voorwaarden luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“8 Reclames

8.1 De door ons te leveren produkten zijn een genuszaak, die na levering niet identificeerbaar is. De kwaliteit na levering is grotendeels afhankelijk van de wijze van toepassing of bewaring, waarop wij na de levering geen invloed meer hebben. De koper dient daarom bij aflevering de ter levering aangeboden produkten voor zijn rekening te wegen en te onderzoeken, waaronder begrepen het meten van ondermeer de plantverdraagzaamheid (…), om vast te stellen of deze naar zijn mening voldoen aan de overeengekomen eisen en kwaliteit of – indien deze ontbreken — dan de eisen die gesteld mogen worden voor een normaal gebruik en/of handelsdoeleinden. (…) De koper dient onze produkten in opslag te houden zolang de resultaten van eerdergenoemd laboratoriumonderzoek nog niet aan ons is medegedeeld. Toepassen van de produkten is in die periode niet toegestaan.

8.2 (…) Over niet zichtbare gebreken zoals de plantverdraagzaamheid (…) vervalt het recht op reclame 14 dagen na levering.

8.3 De koper heeft zijn recht op reclame (…) ten aanzien van verborgen gebreken 14 dagen na levering.

(…)

8.5 Indien de afnemer binnen de in paragraaf 8.4 [rechtbank: bedoeld wordt waarschijnlijk 8.3] genoemde termijn van 14 dagen wenst te reclameren over verborgen gebreken zal hij deze klacht schriftelijk indienen Wij hebben het recht om contra-expertise uit te laten voeren.

(…)

8.11 Vorderingen c.q. verweren terzake van gebreken in de geleverde producten vervallen op het vroegste van de navolgende tijdstippen te weten; bij niet tijdige melding of door verloop van één jaar na levering

8.12 De afnemer zal in geen geval enige aanspraak hoegenaamd tegen Comgoed kunnen doen gelden indien hij het geleverde geheel of gedeeltelijk in gebruik heeft genomen, be- of verwerkt, vermengd met andere producten, respectievelijk heeft doen of laten in gebruik nemen, be- of verwerken, of vermengen met andere produkten of aan derden heeft doorgeleverd.

(…)

13 Aansprakelijkheid

13.1 Comgoed aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst danwel uit onrechtmatige daad. Dit is slechts anders in de gevallen waarbij de schade valt onder de dekking van een door Comgoed, of een aan haar gelieerde vennootschap, afgesloten verzekering waarbij de verzekeraar tot uitkering overgaat. In dat geval is de aansprakelijkheid beperkt tot het te dier zake door de verzekeraar, in verband met de door de afnemer geleden schade, uitgekeerde bedrag.

13.2 Comgoed is echter nimmer aansprakelijk voor gevolgschade, waaronder in ieder geval wordt verstaan bedrijfsschade, schade door bedrijfsstagnatie en /of winstderving van de afnemer.

(…)

13.5 Iedere aanspraak van de afnemer tot nakoming van de overeenkomst, de vergoeding van schade (…), uit welke hoofde dan ook, (…) vervalt op het vroegste van de navolgende tijdstippen te weten: bij niet tijdige of niet volledige melding of 12 maanden na de levering.”

2.9. Levering van de gekochte Puragyps heeft plaatsgevonden op 8 april 2005.

Middenweg heeft in mei 2005 en juni 2005 telefonisch opnieuw bij Comgoed Puragyps besteld, die op respectievelijk 18 mei 2005 en 15 juni 2005 aan Middenweg is geleverd.

2.10. Comgoed heeft met de drie onder 2.7 en 2.9 vermelde bestellingen totaal vijfentachtig ton (telkens een vrachtwagen vol) Puragyps aan Middenweg verkocht en geleverd. Middenweg heeft de Puragyps per vrachtwagen op telkens een hectare van de kweekgrond aangebracht, waarna zij de grond heeft gestoomd en chrysanten heeft geplant.

2.11. Middenweg heeft ongeveer vier weken na het planten van de chrysanten een grondmonster doen nemen. Uit het grondmonster is gebleken dat het calciumgehalte, het sulfaatgehalte en de zoutwaarde van de kweekgrond sterk waren toegenomen en boven de streefwaarden lagen.

2.12. Bij beschikking van 7 juni 2007 heeft deze rechtbank, na een daartoe strekkend verzoekschrift van Middenweg, een voorlopig deskundigenbericht gelast. Zij heeft hiertoe C.F.M. Koch (hierna: de deskundige) van Koch Bodemtechniek/Eurolab tot deskundige benoemd.

2.13. Het deskundigenbericht van 25 juli 2007 van de deskundige vermeldt, voor zover hier van belang:

“Indien het verlangen naar bodemstructuur het uitsluitende uitgangspunt was van de behoefte aan schelpen(kalk) zou Puragyps theoretisch echter wel als een alternatief hebben kunnen gelden. Echter: het effect van bodemstructuur verbetering gaat in de glastuinbouw minder duidelijk op omdat het calcium en sulfaatgehalte hier door de intensieve toepassing van meststoffen in de regel al veel ruimer aanwezig [is]. (…) Uit de analyses van de grond voor het incident is af te leiden dat het calcium en sulfaatgehalte al reeds licht boven de streefwaarden uitkomen. (…)

(…)

3. Wat is het geschatte effect van het gebruik van Puragyps op (de groei van) chrysanten bij het gebruik van respectievelijk 6 ton per hectare, 12 ton per hectare en 30 ton per hectare.

Korte beantwoording:

Door een relatief geringe stijging van de EC waarde in de grond kunnen de chrysanten minder vocht opnemen, hetgeen al snel de groei beïnvloedt. Chrysanten zijn erg gevoelig voor overmatige bemesting hetgeen het takgewicht beïnvloedt. Het takgewicht is een factor bij de bepaling van de financiële waarde van de chrysant als snijbloem.

De schade door zoutovermaat is niet exact te kwantificeren, maar wel globaal te voorspellen. (…)

4A Kan de door Middenweg gestelde lage opbrengst van de chrysanten het gevolg geweest zijn van het gebruik van ongeveer 30 ton puragyps per hectare?

Antwoord: Zeker.

4B Zou de opbrengst hoger zijn geweest als 6 tot 12 ton per hectare was gebruikt?

Antwoord: zeer waarschijnlijk.

4C Zou de opbrengst hoger zijn geweest als Middenweg schelpen als bemesting had gebruikt?

Antwoord: Ja, niet zozeer omdat de beoogde kalkwerking zou zijn gemist, maar omdat door Puragyps ongewenste, bijzonder schadelijke hoeveelheden zout i.c. calciumsulfaat aan de bodem zijn toegevoegd. Uit de brief van 27 juni blijkt dat Middenweg bv voornemens was om grove schelpen te gebruiken. Deze kunnen op de korte termijn nauwelijks kwaad omdat de kalk uit deze schelpen bij de zuurgraad van de grond, van net voor de maar zeer beperkt kan werken als kalkbemesting. Zij kunnen echter de structuur van de bodem eventueel gunstig beïnvloeden. Op lange termijn kan de pH echter ongebreideld doorstijgen.”

3. Het geschil

3.1. Middenweg vordert – na wijziging van eis – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat Comgoed is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst met Middenweg en/of onrechtmatig jegens Middenweg heeft gehandeld en op basis daarvan hoofdelijk aansprakelijk is voor de daaruit voor Middenweg voortvloeiende schade, nader op te maken bij staat;

2. voor recht verklaart dat Purac onrechtmatig jegens Middenweg heeft gehandeld en op basis daarvan hoofdelijk aansprakelijk is voor de daaruit voor Middenweg voortvloeiende schade, nader op te maken bij staat.

3.2. Middenweg legt – onder verwijzing naar de door haar gestelde feiten en de in het geding gebrachte stukken – aan haar vordering jegens Comgoed ten grondslag, dat Comgoed is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens Middenweg. Er is sprake van non-conformiteit van de geleverde Puragyps. Comgoed heeft volgens Middenweg ten onrechte aan Middenweg geadviseerd om Puragyps te gebruiken. Uit het rapport van de deskundige blijkt immers dat Puragyps een gebrekkig product is voor de teelt en kweekgrond van Middenweg. Comgoed heeft ook in strijd met de op haar als verkoper en adviseur van Puragyps rustende zorgplicht gehandeld door, in de wetenschap dat Middenweg 30 ton Puragyps per hectare zou gaan verspreiden, na te laten om Middenweg erop te wijzen dat deze hoeveelheid niet passend was en na te laten aan Middenweg te adviseren welke hoeveelheid Puragyps Middenweg diende te gebruiken. Comgoed heeft daarnaast onrechtmatig jegens Middenweg gehandeld, doordat zij aan Middenweg een ondeugdelijk product heeft geadviseerd en geleverd, aldus Middenweg.

Ten aanzien van Purac heeft Middenweg – onder verwijzing naar de door haar gestelde feiten en de in het geding gebrachte stukken – aan haar vordering ten grondslag gelegd, dat Purac jegens Middenweg onrechtmatig heeft gehandeld, doordat zij een gebrekkig product in het verkeer heeft gebracht dat schade heeft veroorzaakt bij normaal gebruik door Middenweg. Purac heeft nagelaten te onderzoeken wat de effecten zijn van het gebruik van Puragyps op tuinbouwgrond. Voor zover zij dit onderzoek wel heeft uitgevoerd, had Purac haar afnemers in de tuinbouwsector moeten waarschuwen voor de risico’s van het gebruik van Puragyps. Dit heeft zij niet gedaan. Purac heeft ook niet gewaarschuwd voor de maximaal te gebruiken hoeveelheid Puragyps, aldus Middenweg.

Volgens Middenweg heeft zij als gevolg van de tekortkoming van Comgoed en het onrechtmatig handelen van zowel Comgoed als Purac schade geleden, die bij staat moet worden opgemaakt en waarvoor Comgoed en Purac hoofdelijk aansprakelijk zijn.

3.3. Comgoed en Purac voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van het geschil van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ten aanzien van Comgoed

4.1. Of de aan Middenweg geleverde Puragyps non-conform was, zoals bedoeld in artikel 7:17 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is afhankelijk van de vraag of het product, mede gelet op de aard ervan en de mededelingen die Comgoed daarover heeft gedaan, de eigenschappen bezat die Middenweg op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Daarbij geldt dat Middenweg mocht verwachten dat Puragyps de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik daarvan nodig waren en waarvan zij de afwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig waren voor het bij de overeenkomst voorziene bijzondere gebruik ervan, te weten het verbeteren van de structuur van haar kweekgrond).

4.2. Vooropgesteld wordt dat niet ter discussie staat of de Puragyps de structuur van de kweekgrond heeft verbeterd (in die zin kan dan ook niet worden geconcludeerd dat de Puragyps niet aan de overeenkomst beantwoordde), maar wel of Middenweg in het licht van het hiervoor aangehaalde juridische kader had mogen verwachten dat de Puragyps geschikt was voor het gebruik bij de chrysantenteelt. In dat verband wordt het volgende overwogen.

4.2.1. Vaststaat dat Middenweg zich tot Comgoed heeft gewend, omdat zij schelpen wilde bestellen ter verbetering van de structuur van haar kweekgrond. Vaststaat verder dat Comgoed in reactie hierop – uit eigen beweging en zonder dat Middenweg hierom heeft verzocht – Middenweg heeft gewezen op het bestaan van Puragyps en dat zij daarbij op de hiervoor onder 2.5 vermelde voordelen van dit product heeft gewezen. Daarmee heeft Comgoed, anders dan zij betoogt, zich ten opzichte van Middenweg ook een adviserende rol aangemeten. Comgoed kan om deze reden niet worden gevolgd in haar verweer dat zij de Puragyps slechts heeft verkocht en dat haar reeds om die reden geen blaam treft.

4.2.2. Vaststaat dat over Puragyps bekend was hetgeen op de Puragyps-website werd vermeld (zie ook hiervoor onder 2.6): het werd ter verbetering van de bodemstructuur succesvol toegepast bij de aardappelteelt, met dien verstande dat gebruik van Puragyps tot verhoogde waardes calcium, zwavel en zout leidde. Op grond van de verhoogde zoutconcentratie in de bodem zouden, zo blijkt uit de informatie op de website, evenwel negatieve effecten op de groei verwacht mogen worden, maar bij de teelt van aardappelen was hiervan geen sprake geweest. Tot slot was bekend dat bij een dosering tot tien ton Puragyps per hectare geen negatief effect op de gerealiseerde opbrengst aardappelen was geconstateerd.

4.2.3. Uit de hiervoor onder 4.2.2 weergegeven informatie kan worden afgeleid dat voorzichtigheid geboden was bij de toepassing van Puragyps. Over mogelijke negatieve effecten van een dosering van meer dan 10 ton per hectare was immers niets bekend en ook was niet bekend of dit product zonder negatieve bij-effecten ten behoeve van de chrysantenteelt kon worden toegepast. De aardappelteelt kan immers niet zonder meer met de chrysantenteelt gelijk worden gesteld. Daarnaast werd in het rapport van Altic gewezen op de bij toepassing van Puragyps te verwachten verhoogde waardes calcium, zwavel en zout.

Voorgaande brengt met zich dat Comgoed niet, zonder nadere toelichting aan Middenweg over het gebruik en de dosering van Puragyps of zonder een waarschuwing dat zij zelf niet bekend was met het effect van Puragyps bij gebruik voor de chrysantenteelt, Puragyps als goedkope vervanging voor schelpen had mogen aanraden. Waar Comgoed, die bekend was met de aard van het door Middenweg uitgeoefende bedrijf, het gebruik van Puragyps suggereerde als alternatief voor schelpen, mocht Middenweg in beginsel verwachten dat Puragyps bij normaal gebruik als bodemverbeteraar als eigenschap zou bezitten dat zij geschikt was voor haar chrysantenteelt. Dit is slechts anders indien Comgoed, zoals zij aanvoert maar Middenweg gemotiveerd betwist, Middenweg daarbij voor meer informatie heeft verwezen naar de Puragyps-website en dat Middenweg pas een week nadien haar bestelling heeft gedaan. Immers, in dat geval kon Middenweg uit de mededelingen van Comgoed niet zonder meer afleiden dat Puragyps geschikt was voor de chrysantenteelt en mocht van Middenweg worden verwacht dat zij de Puragyps-website zou raadplegen alwaar zij de hiervoor onder 4.2.2 weergegeven informatie zou hebben aangetroffen. Het niet raadplegen van de website door Middenweg en de gevolgen daarvan dienen dan voor haar rekening te blijven. Middenweg kan in dat geval ook niet worden gevolgd in haar verwijt dat Comgoed haar niet heeft geadviseerd met betrekking tot de te gebruiken hoeveelheid Puragyps. Gelet op de informatie vermeld op de website mocht immers van Middenweg, die zelf van de diensten van een bemestingsadviseur en teeltbemiddelaar gebruik maakte, worden verwacht dat zij zelfstandig onderzoek zou verrichten naar de te gebruiken hoeveelheid Puragyps. Van belang daarbij is dat, naar Comgoed onbetwist aanvoert, Comgoed als handelaar in compost niet direct als deskundige op het gebied van bodemverbetering kan worden beschouwd.

Comgoed zal, als de partij op wie de bewijslast ter zake van haar verweer rust, bewijs van haar verweer moeten leveren. Zij zal als hierna te melden tot deze bewijslevering worden toegelaten.

4.2.4. Indien Comgoed niet slaagt in het van haar onder 4.2.3 gevraagde bewijs staat haar tekortkoming jegens Middenweg vast en ligt de vordering jegens haar voor toewijzing gereed. De rechtbank neemt echter aan dat Middenweg inmiddels in staat kan worden geacht de door haar als gevolg van deze tekortkoming geleden schade te begroten en dat verwijzing naar de schadestaatprocedure niet nodig is.

In voorkomend geval zal Middenweg daarom worden verzocht om zich bij akte nader uit te laten over de door haar geleden schade. In het kader van de begroting van de schade zal tevens aan de orde dienen te komen in hoeverre de schade in verband met eigen schuld aan de zijde van Middenweg voor haar rekening dient te blijven. In dat verband is onder meer van belang dat Puragyps voor Middenweg een onbekend product was en dat zij gebruik maakte van een bemestingsadviseur en een teeltvoorlichter. Van Middenweg mocht dan ook worden verwacht dat zij, waar Comgoed geen informatie had verstrekt over de te gebruiken hoeveelheid Puragyps, niet zonder enige nadere informatie in te winnen of zonder resultaten af te wachten grote hoeveelheden Puragyps op haar kweekgrond stortte.

Als Comgoed er wel in slaagt het van haar verlangde bewijs te leveren zal de vordering van Middenweg jegens haar worden afgewezen.

4.3. Het beroep van Comgoed op haar exoneratiebeding (zie hiervoor onder 2.7) en op de artikelen 8 en 13 van haar algemene voorwaarden (voor zover geciteerd onder 2.8) doet aan voorgaande geen afbreuk. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.4. De beantwoording van de vraag of partijen het door Comgoed ingeroepen exoneratiebeding en de toepasselijkheid van Comgoeds algemene voorwaarden zijn overeengekomen, kan in het midden blijven. Ook indien veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat partijen het exoneratiebeding en de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden zijn overeengekomen, kan dit Comgoed – zoals hierna zal worden besproken – niet baten. Of de bedingen uit de algemene voorwaarden waarop Comgoed zich beroept vernietigbaar zijn op grond van het in artikel 6:233 sub a of b BW bepaalde kan daarom eveneens in het midden blijven.

4.4.1. Met betrekking tot het ingeroepen exoneratiebeding geldt als uitgangspunt, dat een exoneratiebeding buiten toepassing moet blijven voor zover die toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Bij de beantwoording van die vraag kan onder meer in aanmerking worden genomen hoe laakbaar het verzuim dat tot aansprakelijkheid zou moeten leiden is geweest, wat de gevolgen van dit verzuim zijn en in hoeverre de daardoor ontstane schade eventueel door een verzekering is gedekt.

Het onderhavige exoneratiebeding houdt kort gezegd in dat Comgoed zich niet aansprakelijk acht voor schade als gevolg van verkeerd gebruik of een te hoge dosering van het geleverde.

Als Comgoed er niet in slaagt het van haar verlangde bewijs te leveren kan het (zonder nadere toelichting of waarschuwing) aanraden van Puragyps aan Middenweg, die slechts om schelpen had gevraagd, als bewust roekeloos handelen van Comgoed jegens Middenweg worden aangemerkt. Van Comgoed mag immers worden verondersteld dat zij bekend was met de op de website van Puragyps gepubliceerde informatie, waaruit zij kon afleiden dat niet gegeven was dat toepassing van Puragyps geschikt was voor de chrysantenteelt. Daarbij komt dat de gevolgen van de onzorgvuldige advisering door Comgoed voor Middenweg groot zijn geweest. Gelet op voormelde omstandigheden wordt het beroep door Comgoed op haar exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht. De enkele omstandigheid dat Comgoed niet verzekerd is voor onderhavige schade legt hiertegenover onvoldoende gewicht in de schaal.

4.4.2. Ook met betrekking tot de bedingen uit de algemene voorwaarden geldt als uitgangspunt, dat een tussen partijen als gevolg van een overeenkomst geldende regel niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Artikel 8.1 algemene voorwaarden legt – kort gezegd – een verplichting op de koper om het door Comgoed geleverde te onderzoeken, onder andere op plantverdraagzaamheid. Ingevolge artikel 8.2 en 8.3 dient de koper, op straffe van verval van zijn recht tot klagen, binnen veertien dagen na levering Comgoed van zijn klacht op de hoogte te stellen.

Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen wordt ook het beroep op genoemde artikelen - voor zover al van toepassing - naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht. Indien komt vast te staan dat Comgoed zonder nadere toelichting of waarschuwing Puragyps als geschikt product voor de chrysantenteelt van Middenweg heeft aangeraden kan zij zich ter afwering van aansprakelijkheid niet op deze artikelen beroepen. Daarbij is van belang dat niet is gesteld of gebleken dat Comgoed Middenweg erop heeft gewezen dat zij Puragyps eerst op plantverdraagzaamheid zou moeten testen, alvorens tot gebruik ervan over te gaan. Verder is van belang dat de schade die Middenweg heeft geleden zich niet binnen veertien dagen na levering van de Puragyps heeft kunnen manifesteren. Van Middenweg kon dan ook niet worden verwacht dat zij binnen veertien dagen na levering (schriftelijk) bij Comgoed zou klagen.

4.4.3. Het beroep van Comgoed op de vervaltermijnen uit de artikelen 8.11 en 13.5 wordt verworpen. Tussen partijen staat immers vast dat Middenweg in september 2005, kort nadat zij met de problemen werd geconfronteerd, contact met Comgoed over deze problemen heeft opgenomen. Comgoed heeft verder, in verband met de geconstateerde problemen, Middenweg in oktober 2005 bezocht en zelf geconstateerd welke problemen speelden. Bij deze stand van zaken, waar het voor Comgoed duidelijk was dat er problemen waren die mogelijk verband hielden met het gebruik van de Puragyps, moet haar beroep op de vervaltermijnen worden verworpen.

4.4.4. Comgoed heeft tot slot nog een beroep gedaan op de artikelen 13.1 en 13.2 algemene voorwaarden. In artikel 13.1 is – kort gezegd – opgenomen dat Comgoed geen aansprakelijkheid aanvaardt voor schade als gevolg van een toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad. In artikel 13.2 is opgenomen dat Comgoed nimmer aansprakelijk zal zijn voor gevolgschade, waaronder in ieder geval begrepen bedrijfsschade, schade door bedrijfsstagnatie en/of winstderving van de afnemer.

Het beroep van Comgoed op voormelde artikelen wordt verworpen. Onder verwijzing naar het voorgaande wordt hiertoe overwogen dat Comgoed, door ongevraagd Puragyps te adviseren, bewust het risico heeft genomen dat schade zou kunnen ontstaan. Onder deze omstandigheden moet toepassing van haar aansprakelijkheidsuitsluitingen onder 13.1 en 13.2 als naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geoordeeld.

Ten aanzien van Purac

4.5. Purac heeft zich primair op het standpunt gesteld dat niet vaststaat dat Middenweg Puragyps heeft gebruikt. Dit verweer behoeft echter, gelet op het navolgende oordeel, geen beoordeling.

4.6. De beweerde aansprakelijkheid van Purac moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:162 BW. Daarbij strekt tot uitgangspunt dat het in het verkeer brengen van een product, dat bij normaal gebruik voor het doel waarvoor het bestemd was, schade veroorzaakt, onrechtmatig is jegens de gebruikers van het product.

4.7. Voorop staat dat het product Puragyps niet intrinsiek gebrekkig is; het is immers geschikt voor het gebruik waarvoor het bestemd is. Anders dan Middenweg meent is in het onderhavige geval geen sprake geweest van normaal gebruik voor het doel waarvoor Puragyps bestemd was. Uit de hiervoor onder 2.6 weergegeven informatie blijkt dat Puragyps is getest op kleilocaties waar vanwege de slechte bodemstructuur problemen bestonden met de rooibaarheid van aardappelen. Naar het oordeel van de rechtbank kan hieruit niet worden afgeleid dat Puragyps ook bestemd was om bij chrysantenteelt de bodem te verbeteren, nog daargelaten dat Middenweg grotere hoeveelheden dan in het rapport van Altic geadviseerd op de kweekgrond heeft gebruikt. De stelling van Middenweg dat het gebruik van Puragyps in de chrysantenteelt voor de hand lag, omdat het ook al in de akkerbouw werd gebruikt kan in het licht van het voorgaande niet als juist worden aanvaard. Anders dan Middenweg betoogt rustte geen verplichting op Purac om (naast het door Altic verrichte onderzoek voor de aardappelteelt) afzonderlijk te onderzoeken wat de effecten van Puragyps bij gebruik in de tuinbouw zouden zijn.

4.8. Thans moet worden beoordeeld of Purac ten onrechte geen informatie heeft verstrekt met betrekking tot de maximaal te gebruiken hoeveelheid Puragyps. Ook indien veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat Purac hiertoe gehouden was, leidt dat niet tot schadeplichtigheid aan de zijde van Purac. Middenweg heeft zich – zoals Purac terecht heeft opgemerkt – steeds op het standpunt gesteld dat zij afging op de mededelingen van Comgoed. Vaststaat dat Middenweg en Comgoed niet hebben gesproken over de door Middenweg te gebruiken hoeveelheid Puragyps, Middenweg heeft hieromtrent ook bij het plaatsen van haar telefonische bestellingen geen vragen aan Comgoed gesteld, terwijl zij evenmin contact heeft gehad met haar teeltvoorlichter en bemestingsadviseur over de hoeveelheid Puragyps die zij zou moeten kopen en gebruiken. Middenweg heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat, indien de door haar bedoelde informatie wel was verstrekt, zij hiervan kennis zou hebben genomen en dat zij dientengevolge anders zou hebben gehandeld. Daarmee ontbreekt het causaal verband tussen het ontbreken van de informatie en de beweerde schade.

4.9. Uit hetgeen hiervoor onder 4.7 en 4.8 is overwogen, volgt dat de vorderingen jegens Purac zullen worden afgewezen, met veroordeling van Middenweg in de kosten van deze procedure aan de zijde van Purac. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen beoordeling.

4.10. Iedere verdere beslissing zal, hangende de bewijslevering door Comgoed, worden aangehouden.

4.11. De rechter ten overstaan van wie de comparitie van partijen heeft plaatsgevonden is niet langer werkzaam bij deze rechtbank, waardoor hij dit vonnis niet heeft kunnen wijzen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt Comgoed op te bewijzen dat zij Middenweg voorafgaand aan haar eerste bestelling van de Puragyps voor meer informatie over Puragyps heeft verwezen naar de Puragyps-website;

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 oktober 2011 voor het nemen van een akte aan de zijde van Comgoed waarin zij kan doen mededelen of zij van de gelegenheid tot bewijslevering door getuigen gebruik wenst te maken en zo ja, door hoeveel, met een opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen in de eerstvolgende drie maanden, waarna een dag voor getuigenverhoor zal worden bepaald dan wel wordt voortgeprocedeerd;

5.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2011.?