Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV6646

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-09-2011
Datum publicatie
22-02-2012
Zaaknummer
480421 / HA ZA 11-221
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontbinding overeenkomst en de gevolgen daarvan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 480421 / HA ZA 11-221

Vonnis van 14 september 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LAYAL SCHOONMAAKBEDRIJF B.V.,

gevestigd te Zaandam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F. van Vierssen te Ede,

tegen

de vereniging van eigenaars

VVE APPARTEMENTENGEBOUW 'T HOGE LARENSEHOF,

GELEGEN AAN DE KORTE NOORDERWEG TE HILVERSUM,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. B.W.G. Orth te Huizen.

Partijen zullen hierna Layal en de VvE worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 januari 2011 met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie met producties;

- het tussenvonnis van 23 maart 2011 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie van 19 mei 2011 met de daarin genoemde conclusie van antwoord in reconventie met producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Layal drijft een schoonmaakbedrijf en heeft vanaf juni 2008 voor de VvE schoonmaakwerkzaamheden verricht.

2.2. Op 8 mei 2009 zijn partijen een (nieuwe) overeenkomst aangegaan voor de periode van 23 maart 2009 tot en met 22 maart 2014 (hierna: de overeenkomst). In de overeenkomst is bepaald dat Layal schoonmaakwerkzaamheden zal verrichten aan het appartementencomplex van de VvE, ’t Hoge Larenshof te Hilversum, conform het in de overeenkomst genoemde werkprogramma voor de volgende vaste tarieven per jaar:

Periode Termijnnota excl. BTW Jaarnota excl. BTW

Jaar 1 € 374,50 per 4 weken € 4.868,50

Jaar 2 € 381,99 per 4 weken € 4.965,87

Jaar 3 € 389,63 per 4 weken € 5.065,19

Jaar 4 € 397,42 per 4 weken € 5.166,46

Jaar 5 € 405,37 per 4 weken € 5.269.81

2.3. Voorts is in de overeenkomst bepaald dat elke vier weken (een “periode”) achteraf een factuur wordt gestuurd met een betalingstermijn van 20 dagen.

2.4. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Layal van toepassing. In de algemene voorwaarden is in artikel 8 lid 5 bepaald dat (tijdig) reclameren van de wederpartij zijn betalingsverplichtingen niet opschort. In artikel 6 lid 2 is bepaald dat de wederpartij in geval van niet-tijdige betaling een rente van 10% per maand is verschuldigd. In lid 5 van dit artikel is bepaald dat bezwaren tegen de hoogte van de factuur de betalingsverplichting niet opschorten. In artikel 4 lid 3 van de algemene voorwaarden is bepaald dat indien de overeenkomst wordt ontbonden, de vorderingen van Layal op de wederpartij onmiddellijk opeisbaar zijn.

2.5. Per e-mail van 13 juli 2009 (het begin van periode 8) heeft de VvE aan Layal het volgende bericht:

“Ik heb van bewoners de klacht gekregen dat er niet conform de overeengekomen planning gewerkt wordt en dat er nogal eens werkzaamheden worden vergeten.

Een voorbeeld:

- De toegangsdeuren vanaf de galerijen naar het trappenhuis zijn niet gezeemd;

- De galerijen zijn niet geveegd;

- De putjes zijn niet schoongemaakt;

- De bijbehorende plafonds, incl. de lampen, zijn niet geragd.

Graag wil ik u verzoeken om hierop bij te sturen en deze werkzaamheden de komende week alsnog uit te voeren.

Bij voorbaat dank!”

2.6. Nog dezelfde dag heeft Layal per e-mail aan de VvE haar excuses aangeboden en gemeld dat zij de klacht en het verzoek van de VvE heeft verwerkt. Zij heeft de VvE in haar e-mail er tevens op gewezen dat klachten in het logboek in de werkkast kunnen worden genoteerd.

2.7. Layal heeft de VvE de factuur gestuurd voor periode 7 van 2009. De vervaldatum van deze factuur was 31 juli 2009.

2.8. Per e-mail van 1 augustus 2009 aan Layal heeft de VvE klachten geuit over de door Layal verrichte werkzaamheden in de weken 29 tot en met 31. Voorts heeft de VvE in deze e-mail het volgende geschreven:

“(…)

Voorlopig zullen we de betaling van de factuur achterhouden, totdat ALLE werkzaamheden conform afspraak worden uitgevoerd. Werkzaamheden welke wekelijks uitgevoerd hadden moeten worden, maar al weken vergeten zijn, gaan wij helemaal niet meer betalen! Daarnaast ga ik er vanaf nu vanuit dat u zelf orde op zaken stelt en dat wij niet iedere week uw medewerkers moeten controleren. Ten slotte verzoek ik u dringend om ALLE niet uitgevoerde werkzaamheden binnen 5 werkdagen alsnog uit te voeren.

Zo gaan wij het samen geen 5 jaar volhouden! Ik wil u dan ook dringend verzoeken de afspraken na te komen, anders zijn wij genoodzaakt om onze samenwerking te herzien.”

2.9. Op 3 augustus 2009 heeft Layal de VvE per e-mail als volgt bericht:

“Afgelopen zaterdag ontvingen wij van u vereniging de onderstaande klacht. Onze excuses hiervoor.

Wij hebben in de zelfde zaterdag naar de werklocatie gereisd en direct alle taken uitgevoerd.

(…)”

Voorts heeft Layal de VvE er in deze e-mail op gewezen dat de factuur voor periode 7 van 2009 op 31 juli 2009 betaald had moeten zijn, maar dat deze volgens haar administratie nog niet is voldaan. Zij verzoekt de VvE om de reden voor deze te late betaling.

2.10. Vervolgens heeft de VvE aan Layal per e-mail bericht dat zij de factuur voor periode 7 van 2009 niet zal betalen omdat in die periode niet alle werkzaamheden conform schema zijn uitgevoerd. De VvE verzoekt Layal haar een creditnota te sturen voor periode 7 en bij de facturering van periode 8 ook rekening te houden met het feit dat niet alle werkzaamheden in die periode zijn uitgevoerd.

2.11. Op 6 augustus 2009 heeft het incassobureau Graydon Nederland B.V. (hierna: Graydon) namens Layal aan de VvE een aanmaning gestuurd voor de factuur voor periode 7 van 2009.

2.12. Op 6 augustus 2009 heeft de VvE van de factuur voor periode 7 van 2009 een bedrag van € 334,25 aan Layal betaald. Het resterende bedrag van € 111,41 heeft zij onbetaald gelaten.

2.13. Per e-mail van 6 augustus 2009 heeft Layal aan de VvE medegedeeld dat zij haar werkzaamheden zal opschorten totdat de factuur voor periode 7 volledig is voldaan.

2.14. Bij brief van 13 augustus 2009 heeft Graydon de VvE aangemaand het openstaande bedrag van de factuur voor periode 7 van 2009 te voldoen, vermeerderd met rente en kosten.

2.15. Per e-mail van 23 augustus 2009 heeft Layal de VvE bericht dat haar facturen voor de periodes 7 (gedeeltelijk), 8 en 9 van 2009 nog niet zijn betaald en dat zij haar werkzaamheden zal hervatten zodra de facturen volledig zijn voldaan.

2.16. Na 1 augustus 2009 (dat wil zeggen na de voorlaatste week van periode 8 van 2009, week 31) heeft Layal voor de VvE geen schoonmaakwerkzaamheden meer verricht.

2.17. Bij brief van 19 november 2009 heeft (de rechtsbijstandverzekeraar van) de VvE aan Graydon bericht dat een patstelling is ontstaan nu de VvE niet betaalt omdat de schoonmaakwerkzaamheden niet conform de overeenkomst zijn uitgevoerd en Layal geen schoonmaakwerkzaamheden uitvoert omdat de VvE (terecht) haar betalingen opschort. In de brief wordt voorgesteld dat de VvE aan Layal een bedrag van € 445,66 betaalt waarna partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen.

2.18. Dit voorstel is door Layal niet geaccepteerd.

2.19. Bij brief van 14 januari 2010 heeft (de rechtsbijstandverzekeraar van) de VvE de overeenkomst ontbonden.

2.20. Bij brief van 21 juli 2010 heeft (de advocaat van) Layal aan de VvE laten weten dat geen sprake is van een tekortkoming (en verzuim) van Layal zodat de ontbinding van de overeenkomst door de VvE rechtsgevolg ontbeert. In de brief biedt Layal aan de schoonmaakwerkzaamheden te hervatten als de VvE de openstaande facturen (ten bedrage van € 891,32 - € 334,25 = € 557,07), vermeerderd met schade, rente en (incasso)kosten, te weten een bedrag van in totaal € 6.133,59, voldoet. In de brief wordt voorts aangekondigd dat Layal de overeenkomst zal ontbinden en aanspraak zal maken op betaling van alle dan opeisbaar geworden jaarlijkse bedragen ten bedrage van € 22.714,33, indien de VvE niet binnen tien dagen betaalt.

2.21. Bij brief van 10 september 2010 heeft (de rechtsbijstandverzekeraar van) de VvE het voorstel van Layal afgewezen.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Layal vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

(1) de overeenkomst ontbindt tegen het einde van de maand waarin dit vonnis wordt gewezen, en

(2)

primair

de VvE veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 23.949,24, te vermeerderen met de contractuele rente van 10% per maand vanaf 1 augustus 2009 tot aan de dag van algehele voldoening,

subsidiair

de VvE veroordeelt tot betaling van een bedrag gelijk aan – kort gezegd – de nog niet betaalde in de overeenkomst vastgelegde vierwekelijkse vergoedingen tot de datum van ontbinding, alsmede schadevergoeding gelijk aan het positieve contractsbelang, vanaf de datum van ontbinding, alles te vermeerderen met de contractuele rente van 10% per maand vanaf 1 augustus 2009 tot aan de dag van algehele voldoening,

meer subsidiair

de VvE veroordeelt tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding van € 15.973,08, te vermeerderen met de contractuele rente van 10% per maand vanaf 1 augustus 2009 tot aan de dag van algehele voldoening,

(3) de VvE veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.158,= aan buitengerechtelijke incassokosten,

(4) de VvE veroordeelt in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2. Layal legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De VvE is vanaf periode 7 van 2009 haar betalingsverplichtingen uit de overeenkomst niet nagekomen. De VvE is meermalen in gebreke gesteld en dus in verzuim geraakt. Daarom is Layal gerechtigd de overeenkomst te ontbinden. Op grond van artikel 4 lid 3 van de algemene voorwaarden maakt Layal primair aanspraak op alle per datum ontbinding opeisbaar geworden bedragen voor een totaalbedrag van € 23.949,24. Subsidiair vordert Layal deels nakoming en deels schadevergoeding en meest subsidiair alleen schadevergoeding.

3.3. De VvE voert als volgt verweer. Layal heeft – bij herhaling en in ieder geval in periode 7 van 2009 en ook in de weken daarna – de schoonmaakwerkzaamheden niet overeenkomstig het werkprogramma verricht. De VvE heeft haar klachten hierover bij e-mail van 13 juli 2009 en vervolgens via het logboek en bij e-mail van 1 augustus 2009 aan Layal kenbaar gemaakt. Layal heeft niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen door steeds andere schoonmakers te sturen die niet goed waren geïnstrueerd en door na te laten de schoonmaakwerkzaamheden wekelijks te controleren. Voorts is Layal tekort geschoten in het opvolgen van redelijke aanwijzingen van de VvE als opdrachtgever. Ten aanzien van de werkzaamheden behorende tot “programma A” die Layal in de laatste week van periode 7 niet heeft verricht, terwijl is overeengekomen dat deze wekelijks moeten worden verricht, is Layal meteen in verzuim. Voor zover geen sprake was van verzuim, heeft de VvE Layal bij e-mail van 1 augustus 2009 in gebreke gesteld. Omdat Layal in verzuim was geraakt, was Layal niet gerechtigd om haar werkzaamheden op te schorten. De VvE was daarentegen wel gerechtigd haar betalingsverplichtingen op te schorten, hetgeen zij ook heeft gedaan, en zij heeft de overeenkomst vervolgens bij brief van 14 januari 2010 terecht buitengerechtelijk ontbonden. De algemene voorwaarden van Layal staan hier niet aan in de weg.

in reconventie

3.4. Onder verwijzing naar haar verweer in conventie vordert de VvE dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat Layal toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, dat de VvE gerechtigd was haar verplichtingen jegens Layal op te schorten en dat de overeenkomst op 14 januari 2010 buitengerechtelijk is ontbonden, althans dat de rechtbank de overeenkomst alsnog gedeeltelijk ontbindt zodanig dat de verplichting van de VvE tot betaling volledig komt te vervallen, met veroordeling van Layal tot betaling aan de VvE van een bedrag van € 334,25, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 januari 2010 tot aan de datum van algehele voldoening, en veroordeling van Layal in de proceskosten.

3.5. Layal voert als volgt verweer. Er is geen sprake van een tekortkoming aan haar zijde. Bovendien geldt dat ook indien de werkzaamheden niet (volledig) naar tevredenheid van de VvE zijn verricht, de VvE op grond van de algemene voorwaarden niet gerechtigd was haar betalingsverlichtingen op te schorten en de mogelijke tekortkoming van Layal in ieder geval te gering was om opschorting te rechtvaardigen.

4. De beoordeling

in conventie

Ontbinding

4.1. Layal vordert ontbinding van de overeenkomst. Zij voert hiertoe aan dat de VvE tekort is geschoten in de nakoming van haar (betalings)verplichtingen uit de overeenkomst, aangezien zij de factuur voor periode 7 van 2009 op de vervaldatum niet heeft voldaan en vervolgens slechts gedeeltelijk heeft betaald. De VvE heeft ook de factuur voor periode 8 van 2009 niet betaald. De VvE is door Layal zelf en door Graydon in gebreke gesteld, zodat zij in verzuim is. De VvE betwist niet dat zij de facturen van Layal gedeeltelijk onbetaald heeft gelaten, maar beroept zich op een opschortingsrecht. De VvE stelt dat zij gerechtigd was de betaling van de factuur voor periode 7 van 2009 op te schorten omdat Layal wanprestatie had gepleegd door de schoonmaakwerkzaamheden niet, althans niet naar behoren uit te voeren.

4.2. In het midden kan blijven of Layal is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en of de VvE – zoals zij stelt en Layal betwist – Layal van haar klachten tijdig, al dan niet via het logboek, op de hoogte heeft gesteld. Layal doet terecht een beroep op haar algemene voorwaarden waarin is bepaald dat de VvE haar betalingsverplichtingen niet mag opschorten ook als zij tijdig heeft geklaagd over de door Layal verrichte werkzaamheden of wanneer zij bezwaren heeft tegen de hoogte van de factuur. Voor zover de VvE stelt dat deze bepalingen in de algemene voorwaarden in strijd zijn met de wet (artikel 6:61 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW)) of in strijd met de redelijkheid en billijkheid, baat dit verweer haar niet. De bepalingen waarop Layal zich beroept zijn gebruikelijke bedingen in het handelsverkeer. Artikel 6:61 lid 2 BW staat aan een dergelijke contractuele regeling niet in de weg. Van deze bepalingen in de algemene voorwaarden kan evenmin worden gezegd dat deze in algemene zin in strijd met redelijkheid en billijkheid moeten worden geacht. De VvE heeft verder geen bijzondere omstandigheden gesteld op grond waarvan het beroep door Layal op deze bepalingen in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

4.3. Uit het voorgaande volgt dat het te laat en niet-volledig betalen een tekortkoming van de VvE oplevert. De VvE verkeert bovendien in verzuim, zodat Layal bevoegd is de overeenkomst te ontbinden. De vordering van Layal strekkende tot ontbinding van de overeenkomst zal worden toegewezen. Aan de VvE komt, gelet op het voorgaande, geen recht tot ontbinding toe, zodat de door haar bij brief van 14 januari 2010 aangekondigde ontbinding geen rechtsgevolgen heeft.

Gevolgen van de ontbinding

4.4. Voorts vordert Layal primair betaling van een bedrag van € 23.949,24. Dit bedrag komt overeen met het totale bedrag dat de VvE (nog) aan Layal had moeten betalen als de overeenkomst de volledige overeengekomen periode van vijf jaar had voortgeduurd. Subsidiair vordert Layal nakoming tot het moment van ontbinding en vanaf het moment van ontbinding een bedrag aan schadevergoeding gelijk aan het positieve contractsbelang. Deze schadevergoeding moet worden berekend aan de hand van de omzet minus de kostprijs, waarbij Layal stelt dat de kostprijs per vierwekelijkse periode € 127,50 bedraagt. Meer subsidiair vordert Layal schadevergoeding gelijk aan het positieve contractsbelang vanaf het moment dat de VvE haar betalingsverplichtingen niet meer is nagekomen. Layal berekent die schade op € 15.973,08 (€ 2.470,00 voor jaar 1; € 3.308,37 voor jaar 2; € 3.407,69 voor jaar 3; € 3.508,96 voor jaar 4; en € 3.612,31 voor jaar 5; te verminderen met het reeds betaalde bedrag van € 334,25).

4.5. De VvE bestrijdt dat Layal recht heeft op enige betaling ten gevolge van de ontbinding. Zij stelt zich op het standpunt dat partijen door de ontbinding zijn bevrijd van de door de ontbinding getroffen verbintenissen. Layal kan volgens haar ook geen aanspraak maken op schadevergoeding omdat zij geen schade heeft geleden en voor zover zij al schade heeft geleden, zij dit geheel aan zichzelf heeft te wijten.

4.6. Hier geldt het volgende. Layal heeft (partiële) ontbinding van de overeenkomst gevorderd, namelijk ontbinding voor de toekomst. Ontbinding heeft geen terugwerkende kracht. Dit betekent dat partijen slechts zijn bevrijd van hun verbintenissen uit de overeenkomst vanaf het moment van de ontbinding en dat de verbintenissen van partijen – en dus ook de betalingsverplichting van de de VvE – tot dat moment in beginsel in stand zijn gebleven (artikel 6:271 BW).

4.7. Vanaf het moment van de ontbinding kan Layal schadevergoeding vorderen, mits sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de VvE. Onbetwist is dat de VvE niet volledig aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan en hiervoor – zoals hiervoor is overwogen – geen geldig “excuus” had, zodat de tekortkoming aan haar kan worden toegerekend. De omvang van de schadevergoeding moet worden vastgesteld door met elkaar in vergelijking te brengen enerzijds de hypothetische situatie waarin Layal zou hebben verkeerd bij een onberispelijke nakoming en, anderzijds, de feitelijke situatie waarin Layal na ontbinding van de overeenkomst verkeert. Dit betekent dat de schadevergoeding moet worden begroot op de per datum van de ontbinding verwachte winst die Layal in geval van correcte nakoming door de VvE gedurende de resterende looptijd van de overeenkomst zou hebben gerealiseerd, het positieve contractsbelang (zie HR 10 juli 2009, LJN: BI3402).

4.8. Layal stelt dat op grond van artikel 4 lid 3 van de algemene voorwaarden alle op grond van de overeenkomst door de VvE jaarlijks verschuldigde bedragen op het moment van de ontbinding onmiddellijk opeisbaar zijn. Zoals hiervoor is overwogen, vervallen door de ontbinding de door de overeenkomst ontstane verbintenissen (voor de toekomst), zodat Layal (voor de toekomst) geen nakoming meer vorderen. De uitleg die Layal geeft aan artikel 4 lid 3 van de algemene voorwaarden past, zoals de VvE terecht stelt, dan ook niet in het systeem van de wet. De rechtbank begrijpt artikel 4 lid 3 van de algemene voorwaarden aldus dat de overeengekomen vergoedingen voor de periodes tot aan het moment van ontbinding op het moment van de ontbinding onmiddellijk opeisbaar zijn. Dit betekent dat de VvE aan Layal in beginsel de overeengekomen vergoeding voor de periodes tot aan het moment van ontbinding zal moeten betalen. De VvE doet naar het oordeel van de rechtbank op dit punt evenwel terecht een beroep op de redelijkheid en billijkheid. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Layal betaald krijgt voor werkzaamheden die zij niet heeft verricht. Zij heeft vanaf het moment dat zij haar werkzaamheden heeft opgeschort immers ook geen kosten meer gemaakt. Betaling van de volledige overeengekomen vergoeding tot het moment van de ontbinding zou er ten onrechte toe leiden dat Layal in een voordeliger positie zou worden gebracht dan die waarin zij zou hebben verkeerd wanneer de overeenkomst door beide partijen volledig was nagekomen.

4.9. Vanaf het moment van de ontbinding zal de VvE aan Layal een bedrag moeten betalen gelijk aan de gederfde winst (het positieve contractsbelang). Layal stelt dat deze winst gelijk is aan de overeengekomen vergoeding (omzet) per vierwekelijkse periode minus de kostprijs van € 127,50 per periode. De VvE heeft niet bestreden dat deze kostprijs juist is zodat de schadevergoeding zal worden berekend op de wijze als door Layal gevorderd.

4.10. De rechtbank acht het redelijk dat ook de door de VvE aan Layal te betalen vergoeding tot het moment van ontbinding op deze wijze wordt berekend. Op deze manier ontstaat immers een vermogenssituatie voor Layal die overeenkomt met de situatie waarin zij had verkeerd als de overeenkomst door beide partijen (tot het moment van de ontbinding) volledig was nagekomen.

4.11. Het voorgaande brengt met zich dat de VvE aan Layal nog een bedrag van € 557,07 (inclusief btw) aan achterstallige facturen moet betalen (zie onder 2.20) en een bedrag van € 15.813,33 aan schadevergoeding. Dit bedrag is als volgt berekend:

jaar aantal periodes winst per periode totaal

1 (2009-2010) 8* 374,50 – 127,50 = 247,00 € 1.976,00

2 (2010-2011) 13 381,99 – 127,50 = 254,49 € 3.308,37

3 (2011-2012) 13 389,63 – 127,50 = 262,13 € 3.407,69

4 (2012-2013) 13 397,42 – 127,50 = 269,92 € 3.508,96

5 (2013-2014) 13 405,37 – 127,50 = 277,87 € 3.612,31 +

totaal € 15.813,33

*vanaf 10 augustus 2009 (periode 9) tot 23 maart 2010 (begin periode 4)

Rente

4.12. Layal vordert over de door de VvE aan haar te betalen (schade)vergoeding de contractuele rente van 10% per maand. De contractuele rente kan slechts zijn verschuldigd ten aanzien van vorderingen die voortkomen uit de overeenkomst. Deze is niet van toepassing op de schadevergoeding die is gebaseerd op de wet (artikel 6:277 BW). Dit betekent dat de VvE (slechts) gehouden is over de reeds aan haar gefactureerde bedragen over de periodes 7 en 8 van 2009 (waarin Layal wel werkzaamheden heeft verricht die de VvE nog niet heeft betaald), te weten een bedrag van € 557,07, de – verder door haar niet betwiste – contractuele rente van 10% per maand te betalen, vanaf 1 augustus 2009, zoals gevorderd.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.13. Layal heeft voorts een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd.

De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Layal heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden dient het tegendeel te worden afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten moet daarom worden afgewezen.

Proceskosten

4.14. De VvE zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, te vermeerderen met wettelijke rente als gevorderd. De kosten aan de zijde van Layal worden begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- vast recht 1.181,00

- salaris advocaat 904,00 (2 punten x tarief € 452)

_____________

€ 2.161,31

in reconventie

4.15. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen zullen de vorderingen van de VvE worden afgewezen. De VvE zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Layal worden begroot op € 384,= aan salaris advocaat (0,5 x 2 punten × tarief € 384).

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. ontbindt de overeenkomst met ingang van heden,

5.2. veroordeelt de VvE aan Layal te betalen een bedrag van € 557,07, te vermeerderen met de contractuele rente van 10% per maand vanaf 1 augustus 2009 tot aan de dag van algehele voldoening,

5.3. veroordeelt de VvE aan Layal te betalen een bedrag van € 15.813,33,

5.4. veroordeelt de VvE in de proceskosten, aan de zijde van Layal tot op heden begroot op € 2.161,31, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis indien deze op dat moment niet zijn voldaan, tot aan de dag van algehele voldoening,

5.5. verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst af het meer of anders gevorderde,

in reconventie

5.7. wijst de vorderingen af,

5.8. veroordeelt de VvE in de proceskosten, aan de zijde van Layal tot op heden begroot op € 384,00,

5.9. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2011.?