Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1492

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
20-01-2012
Zaaknummer
494320 - HA ZA 11-2073
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep op garantie oorspronkelijke verkoper ter zake van roestplekken auto; beroep op niet-naleven voorwaarde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? ; voorwaarde beding op grijze lijst?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 494320 / HA ZA 11-2073

Vonnis van 21 december 2011

in de zaak van

[A],

wonende te [plaats], [land],

eiseres,

advocaat mr. A.J. van de Graaf te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FORD NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M.J. Bollen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] en Ford Nederland genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 31 augustus 2011;

- het proces-verbaal van comparitie van 4 november 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] heeft op of omstreeks 1 juni 2005 van autohandelaar Autohaus [B] te Gieboldehausen, een Ford-garage (hierna: [B]), een gebruikte auto van het merk Ford, type Focus Futura (hierna: de auto), gekocht en geleverd gekregen voor een bedrag van € 9.500,00. De auto was geïmporteerd uit Nederland en toegelaten in Duitsland per 23 oktober 2001.

2.2. In het bij de verkoop van de auto door Ford Nederland aan de eerste koper verstrekte garantie- en onderhoudsboekje staat (voor zover hier relevant) vermeld:

“Daarnaast wordt de carrosserie zes jaar lang gegarandeerd tegen doorroesten van binnenuit (de Focus 12 jaar, alle nieuwe Transit uitvoeringen 8 jaar).

(…)

BOVENDIEN ZAL ELK DEEL VAN DE CARROSSERIE VAN UW WAGEN(1) DAT BINNEN 6 JAAR (FOCUS 12 JAAR, TRANSIT 6 JAAR) NA DE AFLEVERINGSDATUM VAN BINNENUIT DOORROEST, GRATIS DOOR EEN OFFICIELE FORD DEALER WORDEN GEREPAREERD OF VERVANGEN.

De enige voorwaarden zijn:

(…)

De carrosserie van de wagen dient te zijn onderhouden volgens de richtlijnen die in de handleiding en het serviceboekje zijn vermeld.

De carrosserie moet door een officiële Ford dealer zijn geïnspecteerd met de in het Ford service programma voorgeschreven intervallen, minimaal een keer per jaar.

(…)

Overdragen van garantie

Wanneer u uw wagen verkoopt, zullen de garanties automatisch en zonder kosten aan de volgende eigenaar worden overgedragen.”

2.3. In mei of juni 2009 is de echtgenoot van [A] tijdens een wasbeurt van de auto opgevallen dat er roestplekken op de auto zaten. Hij is toen met de auto naar [B] gegaan.

Aangesproken tot reparatie heeft [B] [A] doorverwezen naar Ford Duitsland, dat [A] op haar beurt heeft doorverwezen naar Ford Nederland. Bij brief van 6 januari 2011 heeft de toenmalige advocaat van [A] Ford Nederland van de corrosie aan de auto op de hoogte gesteld en Ford Nederland gesommeerd binnen veertien dagen te bevestigen dat zij haar garantieverplichtingen ten opzichte van [A] zou nakomen en dat de auto zou worden hersteld. Ford Nederland heeft daaraan echter geen gehoor gegeven.

3. Het geschil

3.1. [A] vordert

- te verklaren voor recht dat Ford Nederland toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de op haar rustende herstel- en/of reparatieverplichtingen uit hoofde van de in het gebruiks- en onderhoudsboekje opgenomen carrosseriegarantie;

- veroordeling van Ford Nederland om uiterlijk 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis de op haar rustende herstel- en/of reparatieverplichtingen uit hoofde van de in het gebruiks- en onderhoudsboekje opgenomen carrosseriegarantie na te komen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Ford Nederland in gebreke blijft dit gebod na te komen;

- veroordeling van Ford Nederland tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

3.2. [A] stelt dat zij jegens Ford Nederland aanspraak kan maken op garantie. Zij meent aan de daaraan gestelde voorwaarden te hebben voldaan. De auto is door haar en haar echtgenoot altijd goed onderhouden en verzorgd en de carrosserie is ook minimaal een keer per jaar door haar garage geïnspecteerd, waarbij geen roestplekken zijn geconstateerd. Weliswaar is zij een jaar of iets langer na de aankoop van de auto naar een andere garage dan [B] overgestapt omdat zij over [B] niet langer tevreden was en was de nieuwe garage geen Ford-garage, maar dat doet aan de garantie niet af omdat geen sprake is van causaal verband tussen het feit dat de inspecties na de wisseling van garage niet meer door een Ford-garage zijn uitgevoerd en de ontstane roestplekken, aldus [A].

3.3. Ford Nederland voert verweer. Zij stelt dat [A] te laat geklaagd heeft in de zin van artikel 6:89 BW. Verder betwist Ford Nederland gehouden te zijn tot het verlenen van garantie nu door [A] niet is voldaan aan de voorwaarde dat zij de carrosserie ten minste een keer per jaar door een Ford-garage diende te laten inspecteren.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ford Nederland wordt door [A] aangesproken onder een door Ford Nederland gegeven garantie. Uit de in het voorgaande sub 2.2 geciteerde passage uit het garantie- en onderhoudsboekje met betrekking tot het overdragen van de garantie concludeert de rechtbank dat de garantieovereenkomst tussen Ford Nederland en [A] tot stand is gekomen op het moment van de aankoop van de auto – op of omstreeks 1 juni 2005 – door [A] (en derhalve niet pas op het moment dat [A] een beroep op de garantie heeft gedaan, welk standpunt door Ford Nederland is ingenomen). Derhalve is van toepassing het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (dat geldt voor overeenkomsten gesloten vóór 17 december 2009). Nu Ford Nederland (de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten) indertijd – evenals thans – haar hoofdvestiging in Nederland had, is op grond van artikel 4 lid 2 jo. lid 1 van genoemd verdrag in het onderhavige geval – nu partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt – Nederlands recht toepasselijk.

4.2. [A] heeft erkend dat zij de carrosserie van de auto niet ten minste een keer per jaar door een Ford-garage heeft laten inspecteren. Zij meent echter dat Ford Nederland geen beroep op die voorwaarde in het garantie- en onderhoudsboekje toekomt. Dit betoog treft evenwel geen doel.

4.3. In het garantie- en onderhoudsboekje staat omschreven welke voorwaarden door Ford aan de toegezegde garantie worden verbonden. Het stond Ford Nederland vrij deze voorwaarden te stellen.

4.4. Ten onrechte heeft [A] zich op het standpunt gesteld dat een beroep op genoemde voorwaarde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ford Nederland heeft uiteengezet dat zij meent zelf het beste te kunnen zien of er met de carrosserie iets aan de hand is en, zo dat het geval is, wat er dient te gebeuren. In het geval van roestvorming is het van groot belang om er snel bij te zijn en als iets onder de garantie valt kan Ford Nederland snel maatregelen nemen om onnodige schade te voorkomen. In het andere geval kan zij over de te nemen maatregelen advies geven. Verder heeft de betreffende voorwaarde alleen betrekking op een jaarlijkse inspectie van de carrosserie en niet op het onderhoud van de auto, dat door een andere dan een Ford-garage mag worden uitgevoerd, aldus steeds Ford Nederland.

Naar het oordeel van de rechtbank betreft het hier een niet-onredelijke voorwaarde voor het verlenen van garantie en is het begrijpelijk dat Ford Nederland de inspecties zelf wil uitvoeren. Aldus voorkomt Ford Nederland dat zij geconfronteerd wordt met de gevolgen van een eventuele ondeugdelijke inspectie die is uitgevoerd door een andere dealer alsmede dat zij met Ford-rijders die aanspraak maken op garantie de discussie over de deugdelijkheid van een dergelijke inspectie moet aangaan.

4.5. Ook het betoog van [A] dat zij door het beroep op genoemde voorwaarde onaanvaardbaar in haar contractuele mogelijkheden wordt beperkt en dus sprake is van een beding vermeld op de grijze lijst van artikel 6:237 BW (sub h), wat vernietiging van die voorwaarde rechtvaardigt, wordt door de rechtbank verworpen. Dit betoog treft reeds geen doel omdat het aan het niet naleven van de voorwaarde verbonden gevolg (verlies van de aanspraken op garantie) naar het oordeel van de rechtbank gelet op hetgeen in het voorgaande sub 4.4 is overwogen wordt gerechtvaardigd. Ook wanneer de garantievoorwaarden als algemene voorwaarden in de zin van genoemd artikel zouden moeten worden aangemerkt komt [A] op genoemd artikel derhalve geen beroep toe.

4.6. Het in het voorgaande sub 4.4 en sub 4.5 overwogene zou anders kunnen zijn indien duidelijk zou zijn dat wanneer de inspecties door een Ford-garage zouden zijn uitgevoerd, dit niet tot eerdere constatering van de opgetreden gebreken zou hebben geleid. Een dergelijke situatie doet zich hier echter niet voor. Thans kan niet meer worden vastgesteld wanneer de corrosie redelijkerwijs had kunnen worden geconstateerd en of die tijdens een van de uitgevoerde inspecties had kunnen/moeten worden vastgesteld. Met het opnemen van genoemde voorwaarde in het garantie- en onderhoudsboekje heeft Ford Nederland blijkens haar stellingen willen voorkomen dat een dergelijke onduidelijkheid voor haar rekening komt, waarbij zij ook een redelijk – en in rechte te respecteren – belang heeft.

4.7. Nu vast staat dat [A] de carrosserie van de auto niet ten minste een keer per jaar door een Ford-garage heeft laten inspecteren, heeft Ford Nederland derhalve terecht met een beroep op de betreffende voorwaarde in het garantie- en onderhoudsboekje geweigerd garantie te verlenen. De vraag of [A] haar plicht om tijdig te klagen ex artikel 6:89 BW heeft geschonden en de overige stellingen van partijen behoeven gelet daarop geen bespreking meer.

4.8. De vorderingen van [A] dienen derhalve te worden afgewezen. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

Gelet op het feit dat de rechtbank bijzonder onwaarschijnlijk acht dat de kosten van het herstel van de roestplekken meer zullen bedragen dan € 10.000,00, zal – hoewel [A] in deze procedure een vordering van onbepaalde waarde heeft ingediend – bij de berekening van het salaris advocaat worden uitgegaan van een tarief van € 384,00. De kosten aan de zijde van Ford Nederland worden met inachtneming daarvan begroot op:

- griffierecht € 568,00

- salaris advocaat € 768,00 (2,0 punten × tarief € 384,00)

totaal € 1.336,00.

4.9. De vordering tot veroordeling in de nakosten zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Ford Nederland tot op heden begroot op € 1.336,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt [A] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [A] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2011.(