Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1023

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2011
Datum publicatie
17-01-2012
Zaaknummer
AWB 11/1363 WRO
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2013:BZ7538, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid. In beroep stelt verweerder dat eiseres haar zienswijze niet zelf heeft ondertekend. Geen herstel verzuim geboden terzake van ondertekening zienswijze. In beroep kan dat verzuim alsdan niet worden ingeroepen. Eiseres is geen belanghebbende bij de bouwvergunning, omdat zij op ongeveer 125 meter van de locatie van het bouwplan woont en vanuit haar woning noch aan de voorzijde, noch aan de achterzijde uitzicht heeft op het bouwplan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/1363 WRO

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1],

eiser 1,

[eiser 2],

[eiser 3],

[eiser 4],

[eiser 5],

[eiser 6],

[eiser 7],

Vereniging van Eigenaren “[VvE]”,

Stichting Monumentenbehoud Nederland,

Stichting Monumentenbehoud Noord-Holland,

allen wonende en gevestigd te [plaats],

gemachtigde [eiser 1],

(tezamen ook: eisers)

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. A.E. Jansen,

Tevens heeft als partij aan het geding deelgenomen,

de Stichting Hogeschool Amsterdam,

vergunninghoudster,

gemachtigde mr. J.R. van Angeren.

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan vergunninghoudster reguliere bouwvergunning verleend voor het oprichten van een onderwijsgebouw, woningen en een parkeergarage op het perceel Wibautstraat 3 te Amsterdam, bekend als de locatie Wibaut van de Amstelcampus.

Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de behandeling van de zaak op de zitting van 29 september 2011 geschorst om de zaak ter behandeling door te verwijzen naar de wrakingskamer vanwege een door eiser 1 ter zitting ingediend verzoek tot wraking tegen de behandelend rechter.

Bij uitspraak van 28 oktober 2011 is dit wrakingsverzoek afgewezen.

De rechtbank heeft op 25 november 2011 de zaak opnieuw geheel ter zitting behandeld. Eisers zijn vertegenwoordigd door eiser 1. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Vergunninghoudster is vertegenwoordigd door mr. H.A. Bergsma en door ir. [projectmanager], projectmanager Wibauthuis en Boerhaavegebouw.

Overwegingen

1. Op de zitting van 25 november 2011 heeft eiser 1 meegedeeld dat [eiser 2] en [eiser 3] hun beroep hebben ingetrokken.

2. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan uitsluitend een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken.

3. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

het beroep van [eiser 1] ([eiser 1])

4.1. Voor zover [eiser 1] voor zichzelf beroep heeft ingesteld, overweegt de rechtbank als volgt.

4.2. Eiser heeft ter zitting gesteld dat zijn woning is gelegen op de bovenste verdieping en dat hij vanuit zijn woning zicht zal hebben op het bovenste gedeelte van het te bouwen bouwplan. Uit de gedingstukken blijkt dat de woning van [eiser 1], gelegen aan de [A-straat nr], zich op meer dan 300 meter van de bouwlocatie bevindt. Het gaat om een dichtbebouwde stedelijke omgeving, en tussen de woning van [eiser 1] en het bouwproject bevinden zich het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis en drie woningblokken. Gelet op deze afstand en de tussenliggende bebouwing is de rechtbank van oordeel dat als eiser al zicht heeft op het bouwplan, dit leidt tot een zo geringe wijziging van het uitzicht van eiser dat hij door het bouwplan niet of nauwelijks in zijn belang wordt geraakt. Eiser kan niet worden aangemerkt als belanghebbende, zodat zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

het beroep van de Stichting Monumentenbehoud Nederland (SMN) en van de Stichting Monumentenbehoud Noord-Holland (SMNH)

5.1. Uit de gedingstukken blijkt dat eiser 1, die zelf bestuurslid is van de SMN, door bestuurslid [bestuurslid 1] is gemachtigd om namens de SMN beroep in te stellen tegen het bestreden besluit.

5.2. Verder is gebleken dat eiser 1, die zelf bestuurslid is van de SMNH, door bestuurslid [bestuurslid 2] is gemachtigd om namens de SMNH beroep in te stellen tegen het bestreden besluit.

5.3. Ingevolge artikel 1:2, derde lid, van de Awb worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

5.4. Volgens artikel 2, eerste lid, van haar statuten stelt de SMN zich ten doel de bescherming van de schoonheid en het historisch-ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en van cultuurmonumenten in het bijzonder.

5.5. Volgens artikel 2, eerste lid, van haar statuten stelt de SMNH zich ten doel de bescherming van de schoonheid en het historisch ruimtelijk karakter van Noord-Holland in het algemeen en van cultuurmonumenten in het bijzonder.

5.6. Het statutaire doel van de beide stichtingen is naar het oordeel van de rechtbank, zowel in functioneel als in territoriaal opzicht, zo veelomvattend dat het onvoldoende onderscheidend werkt om op grond daarvan te kunnen aannemen dat de belangen van de stichtingen rechtstreeks betrokken zijn bij de in het geding zijnde bouwvergunning. De feitelijke werkzaamheden bieden evenmin aanknopingspunten voor een inzichtelijke afbakening van de belangen die zij in het bijzonder behartigen. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 mei 2008, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer: BD2647.

5.7. Verder vermag de rechtbank niet in te zien dat de oprichting van een nieuw gebouw de doelstelling van de beide stichtingen raakt, aangezien het in dit geval niet gaat om een inbreuk op de monumentale waarden van een gebouw of om een cultuurmonument.

5.8. De rechtbank zal het beroep van de beide stichtingen niet-ontvankelijk verklaren, omdat zij geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 van de Awb bij de bouwvergunning.

het beroep van [eiser 4] ([eiser 4])

6.1. Ingevolge artikel 6:13 van de Awb kan geen beroep bij de administratieve rechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

6.2. Verweerder heeft het ontwerpbesluit ingevolge artikel 3:16, eerste lid, van de Awb zes weken ter inzage gelegd, binnen welke termijn belanghebbenden in de gelegenheid waren hun zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren te brengen. Na publicatie in het Amsterdams Stadsblad van 28 juli 2010 liep deze periode van 29 juli 2010 tot en met 8 september 2010.

6.3. Onder het ‘niet naar voren brengen van zienswijzen’ als bedoeld in artikel 6:13 van de Awb moet ook worden verstaan het ‘niet binnen de in artikel 3:16, eerste lid, van de Awb bedoelde termijn naar voren brengen van zienswijzen’.

6.4. De zienswijze van [eiser 4] is op 28 september 2010 ondertekend en door verweerder ontvangen op 13 oktober 2010. De rechtbank is niet gebleken dat [eiser 4] redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze heeft ingediend. Daarmee dient het beroep van [eiser 4] op grond van artikel 6:13 van de Awb niet-ontvankelijk te worden verklaard.

het beroep van [eiser 5] ([eiser 5])

7.1. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat [eiser 5] geen zienswijze heeft ingediend, omdat de zienswijze vermoedelijk niet door haar is ondertekend.

7.2. De rechtbank gaat er van uit dat de zienswijze van [eiser 5] in opdracht van [eiser 5] door [eiser 1] is ondertekend. Als verweerder twijfels had over de rechtsgeldigheid van een dergelijke wijze van indiening van een zienswijze had verweerder, alvorens het bestreden besluit te nemen, [eiser 5] en [eiser 1] in de gelegenheid dienen te stellen het verzuim bij de ondertekening van de zienswijze te herstellen. Verweerder heeft erkend dat hij dit achterwege heeft gelaten. De rechtbank ziet dan ook in dit stadium geen grond voor de stelling dat het beroep niet ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de zienswijze niet deugdelijk is ondertekend. Het bepaalde in artikel 6:13 van de Awb kan niet aan [eiser 5] worden tegengeworpen.

7.3. De rechtbank is evenwel op een andere grond van oordeel dat [eiser 5] niet in het beroep kan worden ontvangen, en dat is om dat het bouwplan geen rechtstreekse invloed heeft op de woonsituatie van [eiser 5]. [eiser 5] woont in een tussenwoning aan de [B-straat nr] op een afstand van ongeveer 125 meter van de locatie van het bouwplan. Vanuit haar woning heeft zij noch aan de voorzijde, noch aan de achterzijde uitzicht op het bouwplan. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat [eiser 5] niet rechtstreeks in haar belangen wordt geraakt door het bestreden besluit. Het beroep van [eiser 5] zal niet-ontvankelijk worden verklaard omdat zij geen belanghebbende is in de zin van de Awb.

het beroep van [eiser 6] ([eiser 6])

8.1. Ook voor [eiser 6] geldt dat verweerder hem niet in de gelegenheid heeft gesteld een eventueel verzuim bij de ondertekening van zijn door [eiser 1] in opdracht ondertekende zienswijze te herstellen. Hieruit volgt dat het bepaalde in artikel 6:13 van de Awb niet aan [eiser 6] kan worden tegengeworpen.

8.2. De woning van [eiser 6] is gelegen aan de [C-straat nr] en bevindt zich op een afstand van ongeveer 330 meter hemelsbreed van de bouwlocatie bevindt. Tussen de woning van [eiser 6] en de bouwlocatie bevinden zich vier bouwblokken terwijl sprake is van een dichtbebouwde stedelijke omgeving. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het bouwplan geen directe invloed heeft op de woonomgeving van [eiser 6] en dat hij niet in voldoende mate in een van anderen onderscheidend rechtstreeks belang wordt geraakt. Het beroep van [eiser 6] zal niet-ontvankelijk worden verklaard omdat hij geen belanghebbende is in de zin van de Awb.

het beroep van de Vereniging van Eigenaren “[VvE]”

9. Niet betwist is dat door of namens de Vereniging van Eigenaren “ [VvE]” geen zienswijze is ingediend en niet is gebleken dat er grond bestaat voor het oordeel dat dit redelijkerwijs niet verwijtbaar is. Het beroep van de Vereniging van Eigenaren “[VvE]” zal gelet op artikel 6:13 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

het beroep van [eiser 7] ([eiser 7])

10. Niet betwist is dat [eiser 7] geen zienswijze heeft ingediend. Niet is gebleken dat aan [eiser 7] niet redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze heeft ingediend. Het beroep van [eiser 7] zal gelet op artikel 6:13 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

11. Aangezien alle eisers niet-ontvankelijk worden verklaard, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijk oordeel. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of voor vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep van alle eisers niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.A.G. de Vries, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.M.P. Mulder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

19 december 2011.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB