Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV0510

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-12-2011
Datum publicatie
10-01-2012
Zaaknummer
501650 / KG ZA 11-1612 Pee/CGvB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De uitleg van het gunningscriterium 'social return' staat in deze procedure centraal. Beoordeeld dient te worden of de uitleg die de aanbestedende dienst bij de beoordeling van alle inschrijvingen aan vorenbedoeld gunningscriterium heeft gegeven voor een redelijk handelend en normaal zorgvuldige inschrijver was te verwachten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat zulks- in het licht van alle aanbestedingsdocumenten - niet het geval is.Verder is in de aanbestedingsdocumentatie niet omschreven hoeveel fte een reguliere arbeidsplaats omvat. Gebleken is dat de bij deze procedure betrokken marktpartijen bij het opstellen van hun offerte ieder van een verschillend aantal werkuren zijn uitgegaan. Nu de aanbestedingsdocumentatie op vorenbedoeld punt evenmin een invulling aan het begrip reguliere arbeidsplaats geeft, is een goede vergelijking van alle ingediende inschrijvingen achteraf niet meer mogelijk. De gunning wordt daarom verboden, anders dan na een heraanbesteding conform het Bao.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2012/23
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 501650 / KG ZA 11-1612 Pee/CGvB

Vonnis in kort geding van 5 december 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STADSMOBIEL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 13 oktober 2011,

advocaat mr. G.J. van de Wetering en mr. A.E. Broesterhuizen te Enschede,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM (DIENST WONEN ZORG EN SAMENLEVEN),

zetelend te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. Z.D. van Heesen-Laclé en mr. D.J.L. van Ee te Amsterdam,

met als voegende partij aan de zijde van gedaagde

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONNEXXION TAXI SERVICES B.V.,

gevestigd te IJsselmuiden, gemeente Kampen,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

Partijen zullen hierna respectievelijk Stadsmobiel, de gemeente Amsterdam en Connexxion worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Voorafgaand aan de behandeling ter terechtzitting van 21 november 2011 heeft Connexxion een incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van de gemeente Amsterdam ingediend. Dit verzoek is ter zitting behandeld. Stadsmobiel en de gemeente Amsterdam hebben geen bezwaar gemaakt tegen de voeging van Connexxion. De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot voeging vervolgens toegestaan.

1.2. Ter terechtzitting van 21 november 2011 heeft Stadsmobiel gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat de vordering onder subsidiair 1. zijn komen te vervallen. De gemeente Amsterdam en Connexxion hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Stadsmobiel en de gemeente Amsterdam hebben producties in het geding gebracht. Alle partijen hebben een pleitnotitie in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren, voor zover hier van belang, aanwezig:

Aan de zijde van Stadsmobiel: de heer [algemeen directeur Stadsmobiel], algemeen directeur, met mr. Van de Wetering en mr. Broesterhuizen.

Aan de zijde van de gemeente Amsterdam: de heer [gemeentejurist], gemeentejurist, met mr. Van Heesen-Laclé en mr. Van Ee.

Aan de zijde van Connexxion: de heer [divisie directeur], divisie directeur, met mr. Van Nouhuys.

2. De feiten

2.1. De gemeente Amsterdam is een aanbestedende dienst in de zin van het Besluit Aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (hierna: Bao). Op grond van het Bao is de gemeente Amsterdam verplicht opdrachten voor werken, leveringen en diensten boven de drempelwaarde aan te besteden.

2.2. Op 23 juni 2011 heeft de gemeente Amsterdam een aankondiging voor een Europese openbare aanbestedingsprocedure Aanvullend Openbaar Vervoer gepubliceerd. Deze aanbesteding omvat twee percelen: perceel A (beschermd vervoer en deur tot deur samen reizend) en perceel B (deur tot deur plus en kamer tot kamer).

2.3. Stadsmobiel is met betrekking tot perceel A de zittende aanbieder van vervoersdiensten.

2.4. De leidraad die ten behoeve van de openbare Europese aanbesteding Aanvullend Openbaar Vervoer (hierna: leidraad) is opgesteld, luidt, voor zover relevant, als volgt:

“(…)?

Begrip Verklaring

(…)

Deur tot deur samen reizend Cliënten die gebruik maken van het Deur tot deur samenreizend vervoer kunnen niet of niet altijd gebruik maken van het reguliere openbaar vervoer. De chauffeur biedt begeleiding en of ondersteuning bij het bereiken van het voertuig, het instappen, het uitstappen en het bereiken

van de bestemming.

(…)

Social Return Sociaal rendement van een aanbesteding door middel van het te werk stellen van werkzoekenden in het kader van de opdracht.

(…)

2 Globale omschrijving van de opdracht

2.1. De opdracht

De opdracht behelst het leveren van AOV voor cliënten van 75(…) jaar en ouder en voor cliënten met een beperking, die hiervoor in aanmerking komen in het kader van de Wmo en die wonen in de gemeente Amsterdam. Het vervoer brengt cliënten van deur tot deur, zeven dagen per week van 06.00 uur ’s ochtends tot 01.00 uur ’s nachts. Het AOV vervoert cliënten naar sociale en recreatieve bestemmingen, dus niet naar werk, school of dagbehandeling. Cliënten reizen over het algemeen samen met anderen.

2.2. Duur van de opdracht

De Raamovereenkomst voor AOV wordt aangegaan voor een periode van 3 jaar, van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014, na welke datum de overeenkomst van rechtswege eindigt, tenzij partijen overeenstemming bereiken over verlenging van de overeenkomst. Een verlenging wordt aangegaan voor een vaste periode van één jaar en kan maximaal tweemaal plaatsvinden.

(…)

2.6. Social Return

De voorliggende opdracht is één van de opdrachten die door de gemeente Amsterdam is aangemerkt voor het opnemen van een Social Return bepaling. De term ‘social return’ houdt in dat een investering die de Gemeente doet, naast het ‘gewone’ rendement, ook een concrete, sociale winst (return) oplevert. Die sociale opbrengst kan op diverse terreinen liggen, maar in dit verband is het in eerste instantie gericht op werkzoekenden. Het oogmerk is het creëren van werkgelegenheid voor WWB gerechtigden en Niet Uitkering Gerechtigde klanten (NUG), SW-werknemers, WIA en Wajong gerechtigden, Voortijdig schoolverlaters en

Klanten van het UWV-werkbedrijf.

Het projectbureau Social Return monitort deze doelstelling en kan helpen bij het vinden van personeel dat aan de doelgroepeisen voldoet. Het projectbureau Social Return is onderdeel van Vacatureservice Amsterdam (VSA). VSA is een samenwerking tussen het UWVWerkbedrijf en Dienst Werk en Inkomen. VSA brengt werkgevers en werkzoekenden, vraag en aanbod op de lokale arbeidsmarkt bij elkaar, en kan van advies dienen bij het inzetten van instrumenten als loonkostensubsidies, fiscale regelingen en detacheringconstructies.

In dit bestek is voor Social Return een sociale paragraaf opgenomen in het gunningcriterium. Inschrijver wordt gevraagd op te geven hoeveel werkzoekenden hij kan plaatsen in het kader van de opdracht.

WZS verwacht van iedere Inschrijver dat hij zijn betrokkenheid bij en zijn bijdrage aan Social Return in zijn aanbieding zo concreet mogelijk presenteert, voor zover dit qua omvang van de organisatie van de Inschrijver haalbaar is. De door de Inschrijver in zijn Inschrijving opgenomen aanbieding en Plan van Aanpak zal na gunning worden omgezet in contractuele afspraken en dient dus meetbaar en controleerbaar te zijn. Over de resultaten moet worden gerapporteerd.

Voor meer informatie over VSA en wat zij voor u kunnen betekenen zie:

www.vsa.amsterdam.nl.

(…)

5 Gunningcriterium

(…)

5.1. Perceel A

Als gunningcriterium voor deze opdracht wordt gehanteerd de ‘Economisch Meest Voordelige Inschrijving’ (EMVI), waarbij prijs voor 60% meetelt en kwaliteit voor 40%. De weging van de verschillende subcriteria, is beschreven in paragraaf 5.1.1. Het aspect ‘prijs’ is beschreven in paragraaf 5.1.2 en het aspect ‘kwaliteit’ in paragraaf 5.1.3. Hoe de beoordeling zal worden uitgevoerd is beschreven in paragraaf 5.1.4.

5.1.1. Weging perceel A

In onderstaande tabel is per subgunningcriterium het maximaal aantal te behalen punten weergegeven. Hieruit blijkt tevens in welke mate elk subgunningcriterium meeweegt.

Gunningcriterium Subgunningcriterium Max. aantal punten

per subgunning-criterium kwaliteit Maximaal aantal

te behalen

punten

Prijs A. Prijs per kilometer

B. Kortingspercentage voor groepsvervoer 60

Kwaliteit Implementatieplan 15 40

Communicatie met de Cliënt 15

Social Return 5

Duurzaamheid 5

Totaal 100

(…)

5.1.3. Kwaliteit perceel A

Het aspect kwaliteit telt voor 40% mee in de beoordeling. Voor het aspect kwaliteit zijn subgunningcriteria geformuleerd, die hieronder zijn uitgewerkt.

WZS hecht waarde aan een goede kwaliteit van de dienstverlening. Inschrijvers dienen voor het aspect kwaliteit een Plan van Aanpak bij de Inschrijving te voegen, waarin de hieronder vermelde subgunningcriteria worden beschreven. Door het Plan van Aanpak kan de Inschrijver zich onderscheiden ten opzichte van andere Inschrijvingen. Het Plan van Aanpak dient bij de Inschrijving te gevoegd onder tabblad 17.

Het Plan van Aanpak dient zowel inhoudelijk als procesmatig de aangeboden dienstverlening in het kader van de uitvoering van perceel A te beschrijven. In het Plan van Aanpak dienen de volgende subgunningcriteria te worden onderscheiden:

• Het implementatieplan

• Communicatie met de cliënt in reguliere situaties en bij calamiteiten

• Social Return

• Duurzaamheid

Hieronder zijn de bovengenoemde subgunningcriteria nader uitgewerkt.

Implementatieplan (maximaal 2,5 A4)

In oktober 2011 wordt definitief gegund en de Raamovereenkomst gaat per 1 januari 2012 in. De Inschrijver dient in het Plan van Aanpak aan te geven hoe hij gedurende deze periode de implementatie van deze Raamovereenkomst zal uitvoeren. Hoe borgt u dat u vanaf 1 januari 2012 kunt leveren en dat u voldoet aan het Programma van Eisen en de vereiste kwaliteit van het vervoer?

U dient in ieder geval op de volgende onderdelen in te gaan:

• voldoende opgeleid personeel:

1. chauffeurs

2. centralisten

3. telefonisten

• de beschikking hebben over de voorzieningen voor een centrale; waaronder:

1. communicatie apparatuur tussen de centrale en de voertuigen

2. planningsapparatuur en ICT

• het beschikbare in te zetten materieel (hoeveelheid en type);

• klachtenprocedure en calamiteitenprotocol;

• kennis van het reisgebied;

• het instrueren en controleren van onderaannemers.

In het geval Inschrijvers in combinatie of met onderaannemes inschrijven dient te worden

beschreven hoe in combinatie of met onderaannemers wordt geborgd dat aan de in het bestekgestelde eisen zal worden voldaan.

Voor het subgunningcriterium “Implementatieplan” kunt u maximaal 15 punten behalen.

Communicatie met de cliënt, in zowel reguliere situaties als calamiteiten (maximaal 1

A4)

Een heldere communicatie met de cliënt is essentieel voor een goede uitvoering van het

vervoer. Geef in een kort plan van aanpak aan hoe u er voor zorgt dat de cliënt goed

geïnformeerd is over de rit. Ga daarbij tenminste in op de volgende aspecten:

• uw visie op communicatie binnen het vraagafhankelijk vervoer.

• aansluiten bij de doelgroep

• communicatiemiddelen

• het voorkomen van loosritten

• protocol voor communicatie bij calamiteiten

Voor dit onderdeel van het “Subgunningcriterium Communicatie” kunt u maximaal 5

punten behalen.

Onderdeel van het Subgunningcriterium Communicatie is het uitwerken van een tweetal cases. Beschrijf in het Plan van Aanpak per case in maximaal 400 woorden hoe u in de praktijk omgaat met de volgende 2 cases.

Per case kunt u maximaal 5 punten behalen.

Case 1 (maximaal 1 A4)

(…)

Case 2 (maximaal 1 A4)

In de aanloop, ongeveer zes weken voor aanvang, naar de uitvoering van het AOV blijkt dat het aanbod van goed personeel om de werkzaamheden van dit perceel naar behoren uit te voeren onder druk te komen te staan. Welke acties gaat u ondernemen?

(…)

Social Return

Zie ook paragraaf 2.6 van dit Bestek deel I, Aanbestedingsleidraad en bijlage 13.

Uw Inschrijving met betrekking tot Social Return bevat twee elementen:

1. het formulier “Social Return”, waarin het aantal aangeboden werktoeleidingsplekken

moet worden ingevuld;

2. het “Plan van Aanpak Social Return”.

Hieronder worden beide elementen nader toegelicht.

Het formulier “Social Return” (zie bijlage 13)

Ten aanzien van Social Return wordt een prioriteitenlijst met betrekking tot werktoeleiding gehanteerd (zie ook bijlage 13), waarbij een aanbod op werktoeleiding per categorie een vaststaand (aflopend) aantal punten oplevert. De Inschrijver dient aan te geven hoeveel werktoeleidingsplekken per categorie hij in het kader van deze opdracht zal realiseren. Hiertoe dient het formulier Social Return (bijlage 13) volledig te worden ingevuld. De Inschrijving wordt beoordeeld aan de hand van het opgegeven aantal werktoeleidingsplekken per categorie. Het aantal werktoeleidingsplekken per categorie wordt vermenigvuldigd met de potentieel te behalen punten per categorie. Het behaalde

aantal punten per categorie wordt bij elkaar opgeteld. De Inschrijving met de hoogste score krijgt 3 punten, de overige inschrijvingen krijgen punten naar rato.

Voor dit onderdeel kunt u maximaal 3 punten behalen.

Het Plan van Aanpak Social Return (max. 1 pagina A4)

Naast de aantallen werktoeleidingsplekken vragen wij de Inschrijver om een Plan van Aanpak Social Return bij te voegen. De Inschrijver dient in ieder geval aan te geven op welke manier hij de beloofde resultaten denkt te realiseren en op basis van welke gegevens hij aan de aantallen is gekomen. Dit mag worden toegelicht per categorie.

Voor dit onderdeel kunt u maximaal 2 punten behalen.

Het formulier Social Return en het Plan van Aanpak Social Return samen vormen de Inschrijving op het onderdeel Social Return van het gunningscriterium Kwaliteit. De scores voor het “Formulier Social Return” en voor het “Plan van Aanpak Social Return” worden bij elkaar opgeteld, deze som is de score voor het subgunningcriterium Social Return.Score Verklaring

5.1.4. Beoordeling perceel A

Beoordeling Plan van Aanpak Kwaliteit

(…)

De kwaliteitsonderdelen zoals beschreven in het Plan van Aanpak worden beoordeeld door een beoordelingscommissie, bestaande uit deskundigen van de diverse geledingen van WZS. De beoordeling gebeurt door onderlinge vergelijking van de beschrijvingen van de Inschrijvers en met het referentiekader van het beoordelingsteam. De Inschrijvingen worden beoordeeld op kwaliteit van de gegevens van de afzonderlijke onderdelen en tevens in samenhang met elkaar.

Voor de waardering van de kwaliteit wordt per subgunningcriterium (zie paragraaf 5.1.1) een score tussen 0 en 5 toegekend. In de onderstaande tabel staan de te behalen scores met de daarbij behorende verklaring.

Score Verklaring

0 Voldoet niet

1 Slecht

2 Matig

3 Redelijk

4 Goed

5 Uitstekend

In de beoordelingscommissie zullen in eerste instantie de leden onafhankelijk een voorlopige score geven, waarna op basis van argumenten per onderdeel door de voltallige commissie in consensus een definitieve score wordt bepaald. Voor een onderdeel wordt 0 punten gescoord als voor dit onderdeel niets of geen relevante tekst wordt geleverd.

De toegekende scores per onderdeel worden vervolgens vertaald naar het aantal punten per onderdeel (“gewogen score”, zie de wegingstabel van paragraaf 5.1.1). Vervolgens worden de behaalde punten bij elkaar opgeteld en vormen samen de gewogen eindscore voor het Plan van Aanpak Kwaliteit van de betreffende Inschrijving.

(…)?

2.5. De gemeente Amsterdam heeft bijlage 13 Social Return (perceel A/B) aan de leidraad gehecht. Dit document bevat, voor zover in deze procedure van belang, de navolgende informatie:

“(…)

FORMULIER SOCIAL RETURN

In onderstaande tabel invullen hoeveel werkplekken per categorie worden aangeboden:

NR CATEGORIE AANGEBODEN

WERKPLEKKEN PUNTEN

1. Het aanbieden van een duurzame reguliere arbeidsplaats1 10 punten

2. Het aanbieden van een praktijkplaats bij een leer/werktraject (BBL) 6 punten

Het aanbieden van een beroepsspecifieke opleiding met behoud van uitkering. 4 punten

3. Het aanbieden van een stageplaats voor de beoogde doelgroep. 2 punten

4. Het aanbieden van een participatieplaats 2 punten

5. Categorie overig. Indien een Inschrijver met een voorstel komt dat ook concrete resultaten oplevert, maar niet is meegenomen in de reeds beschreven categorieën dan kunnen daar ook punten voor behaald worden. 1 punt

6. Niets, geen gegarandeerde werktoeleidingsplekken aangeboden. 0 punten

Noot 1: Een reguliere arbeidsplaats dient beschikbaar te zijn voor de duur van de opdracht voor een werkzoekende uit de doelgroep van Social Return. Een werknemer op deze arbeidsplaats dient gedurende ten minste zes maanden in dienst te worden gehouden. Bij vertrek van deze werknemer dient de reguliere arbeidsplaats opnieuw via Social Return te worden ingevuld. De reguliere arbeidsplaats kan gedurende de contractduur dus door achtereenvolgens meerdere werknemers (elk voor ten minste 6 maanden) worden vervuld. Voor elke reguliere arbeidsplaats die voor de duur van de opdracht beschikbaar wordt gesteld voor Social Return, krijgt de Inschijver 10 punten.

TOELICHTING OP FORMULIER SOCIAL RETURN

Social Return

Uitgangspunt bij dit criterium is dat u aangeeft wat u als toekomstig Exploitant kunt aanbieden tijdens de overeenkomstperiode en niet wat u in het verleden reeds hebt bijgedragen. U dient hierbij invulling te geven aan onderstaande prioriteitenlijst:

1. Het aanbieden van een reguliere arbeidsplaats.

2. Het aanbieden van een praktijkplaats bij een leer/werktraject (BBL).

3. Het aanbieden van een beroepsspecifieke opleiding met behoud van uitkering.

4. Het aanbieden van een stageplaats voor de beoogde doelgroep.

5. Het aanbieden van een participatieplaats

6. Categorie overig. Indien een Inschrijver met een voorstel komt dat ook concrete resultaten oplevert, maar niet is meegenomen in de reeds beschreven categorieën dan kunnen daar ook punten voor behaald worden.

7. Niets, geen gegarandeerde werktoeleidingsplekken aangeboden.

Per categorie dient u aan te geven hoe u de resultaten gaat behalen. U kunt hiervoor in het Plan van Aanpak Social Return de concrete stappen benoemen die u gaat ondernemen. De Inschrijver dient de antwoorden op bovenstaande vragen in het formulier ’Social Return“ in te vullen en dit samen met het Plan van Aanpak Social Return bij de Inschrijving te voegen. Na gunning maakt het voorstel (te ondernemen stappen en resultaten) onderdeel uit van de Raamovereenkomst.

Definities

Reguliere arbeidsplaats: Opdrachtnemer/werkgever zoekt een werknemer voor minimaal 6 maanden.

Opdrachtnemer/werkgever kan hierbij gebruik maken van diverse werkgeversarrangementen van Vacatureservice Amsterdam.

Leer-werk baan(BBL): Opdrachtnemer/werkgever biedt een dienstverband aan voor vier dagen per week en daarnaast volgt kandidaat één dag per week een opleiding.

Beroepspecifieke opleiding: Kandidaat wordt opgeleid voor een specifiek beroep (bijv. Beveiliger 2, Verkeersregelaar). Bij voorkeur gekoppeld aan een vacature binnen de organisatie van de leverancier.

Stage: Werkloos-werkzoekende doet met behoud van de (bijstands)uitkering werkervaring op en leert vaardigheden binnen een bepaald vakgebied.

Participatieplaats: Soort baan waarbij de Werkloos-werkzoekende werkritme en ervaring in een bedrijf opdoet. Begeleiding door de Opdrachtnemer/werkgever is intensief, de kandidaat nog niet productief. Hierbij zijn er geen loonkosten voor de Opdrachtnemer/werkgever. Wel zal de werkgever de begeleiding verzorgen. De aangeboden plaats dient boven-formatief te zijn.

Werkloos-werkzoekende: Iemand die minimaal 3 maanden werkzoekend is en die staat ingeschreven bij UWV Werkbedrijf. De werkloos-werkzoekende heeft een WWB-, een UWV-, een Anw-uitkering of geen uitkering. De Werkloos-werkzoekende wordt ook wel kandidaat genoemd.

Loonkosten: Brutoloonkosten, plus de directe werkgeverslasten van de werknemer.

Voor meer informatie verwijzen wij naar de website www.vacatureservice.amsterdam.n[l]

(…)?

2.6. Gedurende de aanbesteding konden inschrijvers de Leidraad Social Return van de gemeente Amsterdam (hierna: LSRA) van de website www.vsa.amsterdam.nl downloaden. Dit document bevat, voor zover in deze procedure van belang, de navolgende informatie:

“(…)

Aanpak specificeren

1. U stelt criteria vast, formuleert eisen en gunningscriteria, en bepaalt hoe u die in fase 3 gaat beoordelen. De eisen en gunningscriteria worden in een offerteaanvraag of bestek beschreven.

2. Voor het opnemen van social return in de bestekken zijn drie opties toepasbaar. Opties 1 en 3 zijn inzetbaar bij het gunningscriterium van de laagste prijs, optie 2 is geschikt bij EMVI (economisch meest voordelige inschrijving). Zie voor de invulling daarvan Stap 3 op pagina 25.

Optie 1: de contracteis (5%-regeling)

Bij de contracteis verplicht de leverancier zich om 5% van de aanneemsom van een opdracht aan te wenden om werkzoekenden in te zetten. Het percentage sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen op het gebied van social return. De

leverancier geeft bij zijn inschrijving aan akkoord te gaan met de regeling. De werkelijke invulling (hoeveel mensen, waar inzetten) wordt na gunning in een plan van aanpak tussen leverancier en het Projectbureau Social Return overeengekomen.

(…)

Optie 2: de sociale paragraaf

De leverancier moet aangeven hoeveel plaatsingen hij kan realiseren. Hij levert bij zijn offerte ook een plan van aanpak in. De offerte van de leverancier wordt beoordeeld en de leverancier met de beste score krijgt het hoogste aantal punten voor dit gunningscriterium. Voor optie 2 wordt gekozen wanneer er in

de markt veel kennis en ervaring met het onderwerp is en er het vertrouwen is dat de markt goede en nieuwe ideeën kan voortbrengen. De werkzoekenden moeten worden ingezet voor de betreffende opdracht.

Optie 3: voorstel met ideeën

Optie 3 wordt ingezet als optie 1 en 2 niet mogelijk zijn. Bij optie 3 wordt de leverancier gevraagd om concrete ideeën te geven over hoe hij social return kan invullen. Het indienen van een voorstel is al voldoende om de offerte mee te laten doen in de aanbesteding. Het voorstel hoeft geen betrekking te hebben op werktoeleiding. Zo is bijvoorbeeld ook een bijdrage aan een sociaal project (hier of in het buitenland) mogelijk. Wel moet de leverancier bij de invulling van social return zoveel mogelijk rekening houden met de beleidsdoelstellingen van de Gemeente Amsterdam.

(…)?

Voorts konden inschrijvers de Nota Inkopen en Aanbesteden van de gemeente Amsterdam (hierna: NIA) gedurende de aanbesteding van de website www.vacatureservice.amsterdam.nl downloaden. Dit document luidt, voor zover hier van belang als volgt:

“(…)

3.3.2. Social Return

De gemeente streeft ernaar, via de opdrachtverstrekking aan marktpartijen, concrete sociale winst te bereiken. Social return is een logische aanvulling op het Amsterdamse beleid van duurzaam inkopen(…) waar de balans tussen people, planet en profit centraal staat. In dit kader wordt onder social return verstaan dat de opdrachtgever (de gemeente) contractueel vastgelegde sociale voorwaarden stelt aan een opdrachtnemer. Deze voorwaarden liggen op het terrein van kansen op de arbeidsmarkt voor werkzoekenden.

Social return zal bij alle aanbestedingen met een opdrachtwaarde gelijk aan of groter dan het drempelbedrag voor Europees aanbesteden van Diensten(…) worden toegepast. Dit ongeacht of de opdracht betrekking heeft op Diensten, Leveringen of Werken.

Voor het opnemen van Social Return zijn 3 opties toepasbaar:

1. De contracteis (5%-regeling)

Een vast percentage (5%) van de overeengekomen aanneemsom van een opdracht wordt aangewend om werkzoekenden of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Na opdracht wordt tussen de opdrachtnemer en het projectbureau Social Return een plan van aanpak overeengekomen.

2. De sociale paragraaf

De inschrijvers worden verzocht in hun inschrijving aan te geven hoeveel werkzoekenden of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ingezet zullen worden bij het uitvoeren van de opdracht. Dit aantal weegt mee in het gunningcriterium. Na opdracht wordt tussen de opdrachtnemer en het projectbureau Social Return een plan van aanpak overeengekomen.

3. Het verzoek om ideeën

De inschrijvers worden verzocht een voorstel te doen voor de wijze waarop invulling wordt gegeven aan social return. Dit voorstel wordt niet meegenomen in het gunningcriterium maar, na opdracht, nader uitgewerkt in samenwerking met het projectbureau Social Return.

Uitgangspunt is dat boven het drempelbedrag social return altijd aan de orde is. De vorm van uitwerking moet zo goed mogelijk passen bij het betreffende contract. Er is dus in ieder geval sprake van een dwingende contractvoorwaarde.

Het is niet mogelijk de voorwaarde te stellen dat alleen werkzoekenden uit de eigen gemeente ingeschakeld worden.

(…)?

2.7. De vragen van inschrijvers zijn beantwoord in twee Nota van Inlichtingen van respectievelijk 22 juli 2011 en 27 juli 2011. De eerste Nota van Inlichtingen van 22 juli 2011 (hierna: NvI 1)luidt, voor zover in deze procedure van belang, als volgt:

“(…)

Nr. Paragraaf Vragen van gegadigden Antwoord van WZS

35. Paragraaf 5.1.3, pagina 34 De gemeente Amsterdam stelt de eis over social return bij meer aanbestedingen. Hoe voorkomt u dat dezelfde arbeids –

of stageplaats niet in meer aanbestedingen meetelt? Na ondertekening van de Raamovereenkomst AOV

meldt Opdrachtgever de overeenkomst aan bij het projectbureau Social Return. Het projectbureau neemt contact op met de Opdrachtnemer en tussen hen worden

concrete afspraken gemaakt over de invulling van Social Return. Opdrachtnemer dient in dit kader personen en hun BSN nummers door te geven aan het projectbureau. Indien Opdrachtnemer personen dubbel heeft aangemeld, zal dat in het kader van de controle en naleving aan het licht komen.

(…)?

2.8. Connexxion en Stadsmobiel hebben tezamen met de andere inschrijvers (Transvision en Willemsen-De Koning) tijdig hun inschrijvingen ingediend.

2.9. Bij brief van 28 september 2011 heeft de gemeente Amsterdam, voor zover hier van belang, het volgende aan Stadsmobiel bericht:

“(…)

Hierbij deel ik u mede dat de opdracht voor perceel A, conform bestek (…) niet aan uw organisatie zal worden gegund. Uw inschrijving voor perceel A was niet de economisch meest voordelige inschrijving.

WZS (de gemeente Amsterdam, vzr.) is voornemens de opdracht te gunnen aan de volgende inschrijver:

Perceel A: Connexxion Taxi Services B.V.

In onderstqaand schema is voor perceel A de eindbeoordeling van uw inschrijving en van de economisch meest voordelige inschrijving weergegeven.

Perceel A

Inschrijver Fictieve inschrijfsom Waarde Kwaliteit Waarde inschrijving

Connexxion Taxi Services B.V. 1,900 0,081 1,819

Stadsmobiel BV 1,900 0,069 1,831

(…)

Op het kwaliteitsaspect heft u een score behaald van 0,069 (waarde kwaliteit). De maximaal te behalen waarde kwaliteit was 0,10). Ten opzichte van de inschrijver die op de eerste plaats is geëindigd score u minder op de onderdelen:

- ‘Implementatieplan’:

Ten opzichte van de winnende inschrijver geldt bijvoorbeeld dat u de planning, de onderaannemeing en de communicatie tussen de centrale en de voertuigen in minderde mate heeft uitgewerkt en onderbouwd.

- ‘Case 2’:

Hierbij heeft u ten opzichte van de winnende inschrijver minder gescoord, o.a. omdat u de voorgelegde case in minder mate het ‘personeelstekort’ heeft geanalyseerd en uitgedrukt in cijfers. Bovendien bood uw inschrijving een minder concrete oplossing waarbij er geen sprake is van het betrekken van de opdrachtgever.

- ‘Social Return’:

Hier heeft u in vergelijking met de winnende inschrijver minder werktoeleidingsplekken aangeboden.

Op het onderdeel ‘Case 1’ scoorde u ten opzicht van de winnende inschrijver enigszins beter en op het onderdeel ‘Communicatieplan’ had u een gelijke score.

Met een totaal score van 1,831 (waarde inschrijving) is uw inschrijving beoordeeld als de op één na beste inschrijving.

(…)?

2.10. Op 10 oktober 2011 heeft er een bespreking tussen de gemeente Amsterdam en Stadsmobiel plaatsgevonden, waarbij een puntenmatrix aan Stadsmobiel is verstrekt met de door haar behaalde puntenscore. Uit deze matrix volgt dat Stadsmobiel op het onderdeel ‘social return’ 531 punten heeft gescoord, terwijl aan de winnaar, te weten Connexxion, 2750 punten zijn toegekend.

2.11. Bij brief van 12 oktober 2011 heeft (de advocaat van) Stadsmobiel bij de gemeente Amsterdam bezwaar gemaakt tegen de onder 2.9 opgenomen voorlopige gunningsbeslissing. In deze brief heeft Stadsmobiel zich onder meer op het standpunt gesteld dat de puntenscore van Connexxion op het onderdeel ‘social return’ – mede gelet op de omvang van de opdracht en de verplichting om de werktoeleidingsplekken in het kader van deze opdracht aan te bieden – irreëel is en dat de inschrijving van Connexxion als gevolg daarvan als ongeldig dient te worden aangemerkt. Stadsmobiel heeft de gemeente Amsterdam daarom verzocht de inschrijving van Connexxion ongeldig te verklaren en een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, waarbij Stadsmobiel als winnaar wordt aangemerkt.

2.12. Bij brief van 25 oktober 2011 heeft de advocaat van de gemeente Amsterdam aan Stadsmobiel laten weten dat zij haar gunningsvoornemen niet zal herzien.

2.13. Bij brief van 9 november 2011 heeft Stadsmobiel de gemeente Amsterdam verzocht te motiveren waarom de opgave van Connexxion op het punt ‘social return’ door de gemeente Amsterdam als reëel is aangemerkt.

2.14. Bij brief van 18 november 2011 heeft de gemeente Amsterdam, voor zover hier van belang, het volgende aan Stadsmobiel geschreven:

“(…)

Subgunningscriterium Communicatie (5 punten)

Stadsmobiel heeft op dit onderdeel 4 punten behaald. Het stuk bevatte een duidelijke visie en ervaring met de doelgroep. Positieve punten waren onder meer het apart benoemen van groepsvervoer en de rol van cliëntenorganisaties, het protocol voor communicatie bij calamiteiten en klachten, de open dag, de wijze van omgang gevonden voorwerpen en ‘pas verloren’. Mindere punten: de voorkoming van loosritten is voor verbetering vatbaar, onder andere bij herhaalritten. De rol van de opdrachtgever is minimaal, wat wij ook hebben besproken op 10 oktober j.l..

Subgunningscriterium Social Return (5 punten)

Stadsmobiel heeft op het onderdeel Plan van Aanpak 3 punten behaald. Het plan is op zich concreet genoeg, met een stappenplan. Zoals besproken op 10 oktober j.l. wordt ook hier echter onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de categorieën personeelsfuncties in de uitwerking. Daarnaast waren er bedenkingen bij de relatief korte implementatieperiode voor de realisatie van de Social Return.

Met betrekking tot het aantal aangeboden werktoeleidingsplekken merken wij op dat op grond van het bestek puntentoekenning plaatsvindt op basis van de opgegeven aantallen werkzoekenden waarvan in het kader van de opdracht wordt toegezegd dat deze geplaatst worden. Hierbij geldt dus niet de eis dat de werkzoekenden bij de uitvoering van deze opdracht moeten worden ingezet.

(…)?

3. Het geschil

3.1. Stadsmobiel vordert - na vermindering van eis samengevat - :

primair en op straffe van een dwangsom

de gemeente Amsterdam te verbieden de opdracht voor perceel A aan een ander dan Stadsmobiel te gunnen;

subsidiair en op straffe van een dwangsom

a. de gemeente Amsterdam te verbieden om de opdracht voor perceel A aan Connexxion te gunnen;

b. de gemeente Amsterdam te gebieden over te gaan tot een herbeoordeling van alle inschrijvingen voor perceel A door een door de voorzieningenrechter aan te wijzen onafhankelijke deskundige;

c. de gemeente Amsterdam te gebieden om Stadsmobiel een termijn van binnen 15 dagen na ontvangst van de uitslag van de herbeoordeling en de motivering te bieden voor het aanhangig maken van een nieuw kort geding, indien gemeente Amsterdam niet voornemens is perceel A aan Stadsmobiel te gunnen;

d. de gemeente Amsterdam te verbieden – alvorens de hiervoor onder c. genoemde termijn is verstreken en in het geval door Stadsmobiel een kort geding aanhangig is gemaakt – de opdracht te gunnen;

meer subsidiair en op straffe van een dwangsom

de gemeente Amsterdam te verbieden de opdracht voor perceel A te gunnen anders dan na een heraanbesteding;

nog meer subsidiair en op straffe van een dwangsom

dat de voorzieningenrechte een maatregel neemt die hij in goede justitie vermeent te behoren;

in alle gevallen (primair, subsidiair, meer subsidiair en nog meer subsidiair)

veroordeling van de gemeente Amsterdam in de (na)kosten van dit geding, te vermeerderen met rente.

3.2. Ter toelichting op de vordering heeft Stadsmobiel het volgende gesteld. De hoeveelheid door gemeente Amsterdam aan Connexxion toegekende punten op het onderdeel kwaliteit is niet reëel. Gebleken is dat Connexxion 2750 punten heeft behaald op het onderdeel social return, terwijl de overige drie inschrijvers, te weten Stadsmobiel, Transvision en Willemsen-De Koning respectievelijk 536, 554 en 668 punten hebben behaald. Uit een simpele rekensom volgt voorts dat Connexxion (minimaal) 275 werkplekken in het kader van deze opdracht heeft aangeboden. Een dergelijk aantal is – gelet op de omvang van de aanbestede opdracht – irreëel. Stadsmobiel heeft rapporten in het geding gebracht van Vitence en WayWise (twee onafhankelijk bureaus die deskundig zijn op het gebied van vervoersopdrachten en processen) waaruit volgt dat in het meest inefficiënte scenario circa 192 fte’s (fulltime-equivalent, vzr.) nodig is voor de uitvoering van de als perceel A aanbestede opdracht. Het aantal van 275 door Connexxion aangeboden werkplekken ligt ruim boven het hiervoor genoemde aantal fte’s en is dan ook niet reëel. Dit geldt te meer, nu Connexxion gehouden is minimaal 75% van het personeel (circa 84 werknemers met in totaal 68 fte’s) dat de huidige opdracht uitvoert een baanaanbod te doen. Voorts is sprake van een overgang van onderneming, omdat een wezenlijk deel van het personeel van Stadsmobiel – als gevolg van het verliezen van de aanbesteding – door Connexxion zal worden overgenomen. Het huidige personeel mag – ingevolge artikel 1.8 bijlage 3 lid 3 van de CAO Taxivervoer – slechts in uitzonderlijke situaties voor andere opdrachten worden ingeschakeld. Een en ander heeft tot gevolg dat Connexxion – gelet op de hoeveelheid personeel die zij bij de uitvoering van de opdracht gebruikt – gehouden is uit te leggen hoe zij denkt de opdracht te kunnen uitvoeren.

3.2.1. De gemeente Amsterdam heeft voorts nagelaten te onderzoeken of Connexxion haar aanbieding gestand kan doen. Voor zover zij dat wel heeft gedaan blijkt uit de onder 2.14 opgenomen brief van de gemeente Amsterdam dat zij er – geheel ten onrechte – vanuit is gegaan dat de werkzoekenden niet voor de uitvoering van de onderhavige opdracht behoefden te worden ingezet. Daartoe verwijst Stadsmobiel naar paragraaf 2.6 en 5.1.3 van de onder 2.4 opgenomen leidraad en de aanvullende verwijzingen naar twee websites waarop de LSRA en NIA waren gepubliceerd. Een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver behoefde ook niet te begrijpen dat werkzoekenden ook op andere opdrachten mochten worden ingezet. Daarbij komt dat bij een dergelijke uitleg de gunningscriteria onvoldoende verband houden met het voorwerp van de opdracht. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat Connexxion ongeldig heeft ingeschreven en dat Stadsmobiel – als gevolg daarvan – de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. De inschrijving van Connexxion kan achteraf immers niet meer worden gewijzigd.

3.2.2. In aanvulling op het voorgaande stelt Stadsmobiel dat de inschrijving van Stadsmobiel bovendien onjuist is beoordeeld. De gemeente Amsterdam heeft bijvoorbeeld te weinig punten aan Stadsmobiel toegekend op het onderdeel implementatieplan. Uit de verstrekte motivering volgt dat de gemeente Amsterdam de hoeveel in te zetten planners en de controle op de onderaannemers bij de beoordeling heeft betrokken. Deze elementen maken echter geen deel van het gunningscriterium implementatieplan, omdat deze vooraf niet bekend zijn gemaakt. Stadsmobiel behoefde dan ook niet te verwachten dat zij hierop zou worden beoordeeld. De gemeente Amsterdam dient de score van Stadsmobiel derhalve op dat punt aan te passen. Ten slotte heeft Stadsmobiel te weinig punten gekregen op de onderdelen “communicatieplan”, case 2 en het plan van aanpak social return.

3.3. De gemeente Amsterdam en Connexxion voeren verweer. Volgens de gemeente Amsterdam moet het bestek aldus worden gelezen dat de puntentoekenning plaatsvindt op basis van de opgegeven aantallen werkzoekenden waarvan in het kader van deze opdracht wordt toegezegd dat deze geplaatst worden. De gemeente Amsterdam heeft immers niet voorgeschreven dat inschrijvers de werkzoekenden in het kader van de “uitvoering” van deze opdracht moesten inzetten. Connexxion heeft in totaal 480 werk(toeleidings)plekken aangeboden en per categorie uitgewerkt op welke wijze zij het aantal werkplekken zal realiseren. De LSRA is niet op deze aanbesteding van toepassing verklaard en de besteksbepalingen kunnen dan ook niet aan de hand van dit document worden uitgelegd. Daarbij komt dat het niet voor de hand ligt dat werkzoekenden alleen bij de uitvoering van deze opdracht mogen worden ingezet. Het zou bijvoorbeeld in de praktijk ook onwerkbaar zijn als een telefoniste of een schoonmaker enkel bij de uitvoering van de onderhavige opdracht mogen worden ingezet. Dat werkzoekenden niet exclusief bij de uitvoering van deze opdracht moesten worden ingezet, volgt ook uit vraag 35 en het antwoord daarop in de NvI 1 (zie 2.7).

3.4. Voor het geval de voorzieningenrechter van oordeel is dat de gemeente Amsterdam alleen die werkzoekende bij de beoordeling van de inschrijving mag meetellen die ook daadwerkelijk bij de uitvoering van deze opdracht worden ingezet, voert de gemeente Amsterdam het volgende aan. Connexxion zou ook de winnaar van deze aanbesteding zijn geweest in het geval de gemeente Amsterdam enkel die werkplekken zou meerekenen die rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van deze opdracht. In dat geval zou Connexxion namelijk een puntenscore van 1270 hebben behaald, hetgeen significant meer is dan de overige inschrijvers, waaronder Stadsmobiel. Het aantal werkzoekenden dat Connexxion inzet op deze opdracht ligt in dat geval immers onder het aantal dat in het rapport van Vitence wordt genoemd, te weten circa 192 fte’s. De gemeente Amsterdam mocht er dan ook vanuit gaan dat de inschrijving van Connexxion reëel is. Er is dan ook geen grond om de gemeente Amsterdam te verplichten aan te tonen dat de inschrijving van Connexxion reëel is, aldus de gemeente Amsterdam.

3.4.1. Ten slotte is volgens de gemeente Amsterdam de inschrijving van Stadsmobiel niet onjuist beoordeeld. De gemeente Amsterdam heeft toegelicht op welke wijze de puntentoekenning tot stand is gekomen en nadere informatie verstrekt over de beoordeling van de inschrijving van Stadsmobiel. Voorop dient te worden gesteld dat de gemeente Amsterdam een ruime beoordelingsvrijheid toekomt en dat een rechterlijk ingrijpen slechts is toegestaan indien blijkt dat beoordeling niet aansluit op de vooraf bekend gemaakte gunningscriteria. Uit het gunningscriterium implementatieplan volgt dat inschrijvers inzichtelijk moesten maken op welke wijze zij zouden borgen dat hun onderaannemers (indien daarvan gebruik wordt gemaakt) aan de bestekseisen zouden voldaan. Dit heeft Stadsmobiel niet toegelicht, hetgeen een lagere score tot gevolg heeft gehad. Ter zake de gunningscriteria communicatie, social return en case 2 verwijst de gemeente Amsterdam respectievelijk naar de onder 2.14 en 2.9 opgenomen motiveringen.

3.4.2. De gemeente Amsterdam verzoekt de voorzieningenrechter om bij een eventuele veroordeling geen – althans een gematigde – dwangsom op te leggen, omdat zij zich zal houden aan een rechterlijke uitspraak, aldus nog steeds de gemeente Amsterdam.

3.5. Connexxion voert in aanvulling op het voorgaande nog het volgende aan. Het gunningscriterium social return wordt in de aanbestedingsdocumentatie omschreven als sociaal rendement van een aanbesteding door middel van het te werk stellen van werkzoekenden in het kader van de opdracht. In het kader van de opdracht is een ruimer begrip dan binnen de opdracht. Connexxion heeft 130 duurzame reguliere arbeidsplaatsen, 200 praktijkplaatsen bij een leer/werktraject (BBL), 100 stageplaatsen en 50 participatieplaatsen aangeboden, deels te werk te stellen buiten de opdracht. Dit is gelet op de omvang van de opdracht en de omvang van Connexxion niet schrikbarend groot. Connexxion beschikt ook over een forse capaciteit voor het aanbieden van werkplekken in het kader van social return. Connexxion heeft berekend dat zij (alleen al) aan chauffeurs ongeveer 200 fte’s nodig heeft om de opdracht goed te kunnen uit te voeren. Dit is meer dan het aantal fte’s dat in de rapporten van Vitence en WayWise wordt genoemd, hetgeen terug te voeren is op de omstandigheid dat in die rapporten geen rekening wordt gehouden met verlof en vakantie. Dit scheelt circa 17% op het totaal.

3.5.1. Connexxion kan haar inschrijving ook waarmaken. De werknemers die thans de opdracht uitvoeren zullen op andere opdrachten van Connexxion worden ingezet. Voorts geldt dat chauffeurs doorgaans arbeidscontracten van 0,5 fte hebben. Daar is Connexxion dan ook vanuit gegaan, te meer omdat een full time aanstelling voor de beoogde doelgroep te zwaar zou zijn. 130 banen is derhalve gelijk aan 65 fte. Een BBL-baan omvat 4 werkdagen. 200 praktijkplaatsen is volgens de berekening van Connexxion gelijk aan 160 fte. Per jaar zal Connexxion tussen de 90 en 100 fte beschikbaar maken voor BBL-banen. Dan resteert er nog circa 60 fte. Connexxion zal ieder jaar 36 stagiaires laten instromen. De participatieplaatsen worden voor de duur van twee maanden aangeboden. Hierdoor is Connexxion in staat de 50 aangeboden plaatsen binnen een paar maanden te realiseren. De aanbieding van Connexxion is derhalve reëel en niet ongeldig, aldus nog steeds Connexxion.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. Stadsmobiel heeft bestreden dat de ruime uitleg die de gemeente Amsterdam en Connexxion aan het gunningscriterium social return hebben gegeven, juist is. Ter beantwoording van deze vraag heeft als maatstaf te gelden of een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver de uitleg die de gemeente Amsterdam aan voorbedoeld gunningscriterium heeft gegeven, kon verwachten. Hierbij dient acht te worden geslagen op alle bij de aanbesteding betrokken documenten en bijlagen.

4.3. Partijen twisten met betrekking tot het gunningscriterium social return over de vraag wat moet worden verstaan onder het plaatsen van werkzoekenden c.q. het aanbieden van werkplekken in het kader van de opdracht. De voorzieningenrechter stelt voorop dat voorbedoelde zinsnede in de leidraad naar de letter in beginsel ruimte laat voor zowel de uitleg van Stadsmobiel (dat het slechts is toegestaan om werkplekken aan te bieden bij de uitvoering van de onderhavige opdracht) als de uitleg van de gemeente Amsterdam en Connexxion (dat het is toegestaan om ook werkplekken aan te bieden voor de uitvoering van andere opdrachten). De woorden “in het kader van” bakenen zonder verdere toelichting het begrip niet nauwkeurig af.

4.4. Stadsmobiel heeft in dit kort geding gesteld dat zij tijdens de aanbestedingsprocedure op de in de leidraad opgenomen verwijzingen naar een tweetal websites (zie 2.4 en 2.5) een exemplaar van respectievelijk de LSRA en een exemplaar van de NIA heeft aangetroffen. De gemeente Amsterdam heeft dat niet bestreden. Uit de tekst van de aanbestedingsleidraad en bijlage 13 volgt dat potentiële inschrijvers meer informatie over social return op de aldaar genoemde websites konden vinden. In zowel de LSRA als de NIA wordt er in optie 2, waarvan partijen het met elkaar eens zijn dat die in deze aanbestedingsprocedure aan de orde is – kort samengevat – van uitgegaan dat de werkzoekenden bij de uitvoering van de aanbestede opdracht moeten worden ingezet. Voor zover de gemeente Amsterdam deze uitleg niet beoogde en bedoelde een zo hoog mogelijk rendement op social return te halen door werkzoekenden “in het kader van de opdracht” ook bij werkzaamheden anders dan binnen deze opdracht aan werk te helpen, had zij dit – gelet op haar zorgplicht jegens potentiële inschrijvers – duidelijk in haar aanbestedingsdocumentatie dienen te vermelden. Bij een aanbesteding als de onderhavige zijn immers grote belangen betrokken, zowel die van de inschrijvende ondernemers als die van de werknemers die thans bij de uitvoering van de werkzaamheden van de opdracht zijn betrokken. De aanbestedende dienst dient zich bij de samenstelling van de aanbestedingsdocumentatie daar steeds van bewust te zijn en zorg te dragen voor het vermijden van onduidelijkheden daarin. Zij heeft door het opnemen van verwijzingen naar twee websites waarin het begrip social return in de daarin genoemde optie 2 met zoveel woorden is beperkt tot werkzoekenden die worden ingezet voor de betreffende opdracht de woorden “in het kader van” nadere invulling gegeven, althans moet worden vastgesteld dat een goed geïnformeerde en zorgvuldige inschrijver die verwijzingen als die invulling heeft mogen opvatten. Het beroep van de gemeente Amsterdam en Connexxion op hetgeen in de NvI (zie 2.7) is opgenomen, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de beantwoording van de gemeente Amsterdam blijkt niet dat zij het oog heeft op een ruimer begrip social return dan op de websites vermeld. De gemeente Amsterdam heeft aan Stadsmobiel tegengeworpen dat het op haar weg had gelegen nadere vragen te stellen om verdere duidelijkheid te verkrijgen over de inhoud van dat begrip, maar de gemeente Amsterdam vergeet daarbij dat er geen aanleiding is nadere vragen te stellen over iets wat de inschrijver meent te hebben begrepen en zo ook heeft mogen begrijpen. De slotsom moet dan ook luiden dat de door de gemeente Amsterdam en Connexxion voorgestane uitleg van het gunningscriterium social return wordt verworpen.

4.5. Voorts is gebleken dat Stadsmobiel en Connexxion van mening verschillen over de vraag hoeveel fte een reguliere arbeidsplaats omvat. Connexxion heeft in dat kader betoogd dat zij bij haar inschrijving er vanuit is uitgegaan dat een reguliere arbeidsplaats circa 0,5 fte omvat, omdat werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt niet meer aankunnen. Stadsmobiel heeft gemeld dat zij – anders dan Connexxion – van 1,0 fte is uitgegaan, omdat een BBL-baan – die daaronder is opgenomen – vier werkdagen en één opleidingsdag omvat. De gemeente Amsterdam heeft – nadat zij hiermee ter zitting is geconfronteerd – gemeld dat zij zich aansluit bij de door Connexxion voorgestane uitleg. Die uitleg valt – anders dan de uitleg die Stadsmobiel voorstaat – in het geheel niet uit de aanbestedingsdocumentatie af te leiden. Het had dan ook op de weg van de gemeente Amsterdam gelegen om vooraf voor de invulling van het begrip reguliere werkplek een vaste norm vast te stellen, waaruit de belanghebbende inschrijver zou kunnen opmaken dat bij de gemeente Amsterdam een reguliere werkplek niet bestaat uit een volle fte, maar uit een bepaalde deeltijd van een fte. Dit is achteraf niet meer mogelijk en maakt dat een vergelijking van de ingediende aanbiedingen op dat punt ondoenlijk is geworden. Geconcludeerd moet worden dat de hiervoor behandelde bezwaren van Stadsmobiel tegen de waardering van haar inschrijving door de gemeente Amsterdam gegrond zijn, zodat op grond van de door de gemeente Amsterdam uitgevoerde beoordeling van de inschrijvingen de opdracht niet aan Connexxion kan worden gegund.

4.6. Nu de mogelijkheid moet worden opengelaten dat de onduidelijkheid in de gunningscriteria niet alleen Stadsmobiel parten heeft gespeeld, kan de primaire vordering niet worden toegewezen. Ook voor een herbeoordeling is op dezelfde grond geen plaats, zodat ook de subsidiaire vordering niet toewijsbaar is. Indien de gemeente Amsterdam het werk wil doen uitvoeren – wat gelet op de aard van de aanbestede opdracht onvermijdelijk lijkt – zal er daarom niets anders opzitten dan dat zij overgaat tot heraanbesteding.

4.7. Gelet op het voorgaande behoeft de vraag of de aanbieding van Connexxion reëel is geen bespreking meer. De voorzieningenrechter zal dan ook in het midden laten of een eventuele overgang van onderneming bij de beoordeling van de vraag of de aanbieding van Connexxion reëel is moet worden betrokken.

4.8. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de meer subsidiaire vordering zal worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal echter worden afgewezen, omdat de voorzieningenrechter er – gelet op de ter zitting gedane toezegging – vanuit gaat dat de gemeente Amsterdam vrijwillig aan het vonnis zal voldoen.

4.9. De gemeente Amsterdam zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stadsmobiel worden begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- griffierecht 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.452,31

4.10. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure jegens de gemeente Amsterdam slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.11. Connexxion zal eveneens als de jegens Stadsmobiel in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu het verweer van Connexxion voor een groot deel identiek is aan het verweer van de gemeente Amsterdam, worden deze kosten aan de zijde van Stadsmobiel begroot op nihil.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt de gemeente Amsterdam de raamovereenkomst voor perceel A te gunnen anders dan na een heraanbesteding conform het Bao,

5.2. veroordeelt de gemeente Amsterdam in de proceskosten, aan de zijde van Stadsmobiel tot op heden begroot op € 1.452,31, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van 14 dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.3. veroordeelt de gemeente Amsterdam in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat,

- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 68,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van 14 dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. veroordeelt Connexxion in de proceskosten van Stadsmobiel, tot op heden begroot op nihil,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.J. Peeters, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. C.G. van Blaaderen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2011.?