Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV0296

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-10-2011
Datum publicatie
06-01-2012
Zaaknummer
AWB 11/3345 WOB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om openbaarmaking van documenten met betrekking tot de halsbandparkiet en andere exotische parkieten. De aanwezige documenten zijn al alle geanonimiseerd bekend gemaakt. Het beroep beperkt zich daarom tot de vraag of verweerder de risico-analyse pas na twee weken na het primaire besluit openbaar gemaakt had mogen maken of dit meteen had moeten doen. Hierin is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende belang gelegen bij een inhoudelijk oordeel over het beroep. Er wordt geen oordeel gegeven over de handelwijze van verweerder met het oog op eventuele toekomstige beroepen. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/3345 WOB

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

de informele vereniging Platform Stop invasieve exoten,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde mr. W.F.E. Reinhold,

en

de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I), verweerder,

gemachtigde mr. J. den Haan.

Procesverloop

Bij besluit van 31 januari 2011 (het primaire besluit I) heeft verweerder het verzoek van eiseres om openbaarmaking van drie documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) (gedeeltelijk) afgewezen.

Bij besluit van 22 maart 2011 (het primaire besluit II) heeft verweerder het primaire besluit I herzien. Verweerder heeft daarbij het verzoek van eiseres om openbaarmaking van drie documenten (gedeeltelijk) afgewezen en heeft een vierde document openbaar gemaakt.

Bij besluit van 6 juni 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit II ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 augustus 2011. Partijen hebben zich doen vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Het verzoek om openbaarmaking heeft betrekking op alle documenten die bij het ministerie van EL&I en daaronder ressorterende diensten aanwezig zijn met betrekking tot de halsbandparkiet en andere exotische parkieten (met name de grasparkiet, de grote Alexanderparkiet, de monniksparkiet en de valkparkiet).

2. Verweerder heeft vastgesteld dat er met betrekking tot voornoemd onderwerp vier documenten aanwezig zijn, te weten een brief van 15 oktober 2009, een brief van

18 november 2009, een offerte voor het uitvoeren van een risico-analyse met betrekking tot de halsbandparkiet en verwante soorten van 13 november 2009 en een risico-analyse. Verweerder heeft ten aanzien van de eerste drie documenten besloten om deze openbaar te maken, met uitzondering van de daarin vermelde namen en persoonsgegevens van de ambtenaren van het ministerie van EL&I, de namen en persoonsgegevens van natuurlijke personen, de bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan het ministerie zijn meegedeeld en de gegevens die zijn verweven met bedrijfsvertrouwelijke informatie. Ten aanzien van de risico-analyse heeft verweerder besloten dat deze twee weken na bekendmaking van het primaire besluit II openbaar zal worden gemaakt.

3. Het beroep beperkt zich tot de vraag of verweerder terecht twee weken heeft gewacht met het openbaar maken van de risico-analyse of dat deze gelijk met het primaire besluit II openbaar had moeten worden gemaakt. Over hetgeen verweerder in het bestreden besluit ten aanzien van de inhoudelijke openbaarmaking van de vier documenten heeft overwogen, bestaat geen geschil.

4. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is de bestuursrechter alleen dan tot het beoordelen van rechtsvragen geroepen als dat van betekenis is voor het geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 3 augustus 2005, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer AU0408). Daarbij geldt dat het doel dat eiser voor ogen staat met het ingestelde rechtsmiddel moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis moet zijn.

5. Vaststaat dat verweerder de risico-analyse twee weken na bekendmaking van het primaire besluit II geheel openbaar heeft gemaakt door verzending daarvan aan eiseres. Eiseres betoogt dat zij een inhoudelijk oordeel wenst over de rechtmatigheid van het bestreden besluit voor zover daarin is bepaald dat verweerder twee weken wacht met het openbaar maken van de risico-analyse. Dit omdat de kans bestaat dat een soortgelijk besluit in de toekomst wederom tot een geschil zal leiden. Hierin is naar het oordeel van de rechtbank evenwel onvoldoende belang gelegen bij een inhoudelijke oordeel over het beroep. Een vaststelling als door eiseres beoogd, zou immers enkel kunnen zien op de specifieke situatie die in dit geding voorligt, terwijl de openbaarmaking van de risico-analyse al heeft plaatsgevonden. De situatie kan bij andere, toekomstige, verzoeken van eiseres op grond van de Wob anders liggen. In dit beroep kan geen uitspraak worden gedaan over de handelwijze van verweerder in toekomstige beroepen.

6. Ten overvloede, en daarom niet vatbaar voor hoger beroep, overweegt de rechtbank nog dat het in het algemeen gebruikelijk en niet onzorgvuldig is, wanneer de opsteller van een document, alvorens dat document openbaar wordt gemaakt, in de gelegenheid wordt gesteld om binnen twee weken rechtsmiddelen aan te kunnen wenden tegen dat besluit.

7. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen (proces)belang heeft en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

8. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Bongers-Scheijde, voorzitter,

mrs. M. de Rooij en J.A.A.G. de Vries, leden, in aanwezigheid van

mr. M. Vogel-Frishert, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2011.

de griffier, de voorzitter,

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB