Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV0042

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
03-01-2012
Zaaknummer
AWB 10/4558 ZVW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser heeft nagelaten tijdig gegevens over zijn wereldinkomen te verstrekken aan de Belastingdienst. Daarom is het aan eiser zelf te wijten dat het CVZ de definitieve bijdrage Zvw voor 2007 eerst tijdens de beroepsprocedure bij de rechtbank correct heeft kunnen vaststellen. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat het CVZ geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan het beroep van eiser in de zin van artikel 8:75a van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RZA 2012/14

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10/4558 ZVW

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende in [woonplaats] (Cyprus),

eiser,

en

de Raad van bestuur van het College voor zorgverzekeringen,

verweerder,

gemachtigde mr. M. Mulder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 21 september 2010 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 16 augustus 2010 (hierna: het bestreden besluit). Bij dit besluit is het bezwaar van eiser tegen de definitieve jaarafrekening over 2007 inzake de Zorgverzekeringswet (Zvw) ongegrond verklaard.

Bij besluit van 17 november 2010 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en de door eiser verschuldigde Zvw-bijdrage over 2007 lager vastgesteld .

Bij brief van 14 februari 2011 heeft eiser het beroep ingetrokken en aanspraak gemaakt op vergoeding van de proceskosten.

Verweerder heeft op 23 februari 2011 een verweerschrift ingediend ter zake het verzoek om vergoeding van de proceskosten.

Het verzoek om proceskosten is behandeld ter zitting van 16 november 2011. Eiser is niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 22 maart 2010 heeft verweerder de definitieve bijdrage Zvw voor het jaar 2007 voor eiser vastgesteld op € 1.291,45. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

1.2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het besluit van 22 maart 2010 gehandhaafd.

1.3. In beroep heeft eiser een zogeheten herziene NiNbi-beschikking van de Belastingdienst van 18 oktober 2010 overgelegd.

1.4. Bij besluit van 17 november 2010 heeft verweerder, onder intrekking van het bestreden besluit, de definitieve bijdrage Zvw voor het jaar 2007 voor eiser vastgesteld op € 733,17.

1.5. Eiser heeft vervolgens het beroep ingetrokken en aanspraak gemaakt op vergoeding van proceskosten ter hoogte van € 50,- voor uittreksels en internationale telefoongesprekken.

2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de kosten worden veroordeeld.

3. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling, omdat het voeren van de beroepsprocedure uitsluitend te wijten is geweest aan de handelwijze van eiser zelf.

3.1. De rechtbank stelt allereerst vast dat verweerder op grond van het bepaalde in artikel artikel 6.3.1., tweede, zevende en achtste lid, van de Regeling Zorgverzekering, in samenhang met artikel 8, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, was gehouden de definitieve bijdrage Zvw voor het jaar 2007 vast te stellen aan de hand van de NiNbi-beschikking van de Belastingdienst van 28 maart 2009. In deze NiNbi-beschikking is het wereldinkomen van eiser over 2007 vastgesteld op het maximumbedrag van € 42.000,-. Hieruit kan worden afgeleid dat de Belastingdienst de desbetreffende NiNbi-beschikking ambtshalve heeft vastgesteld, omdat eiser het door de Belastingdienst verstrekte formulier “Opgaaf wereldinkomen” niet had ingevuld en geretourneerd.

3.2. Tijdens deze beroepsprocedure heeft eiser een herziene NiNbi-beschikking van de Belastingdienst van 18 oktober 2010 overgelegd, waarin het wereldinkomen van eiser over 2007 op € 18.032,- is vastgesteld. Aan de hand van deze herziene NiNbi-beschikking heeft verweerder bij het besluit van 17 november 2010, onder intrekking van het bestreden besluit, de definitieve bijdrage Zvw voor het jaar 2007 voor eiser vastgesteld op € 733,17.

3.3. Van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval geen sprake. Nu eiser zelf heeft nagelaten tijdig gegevens over zijn wereldinkomen te verstrekken aan de Belastingdienst, is het aan eiser te wijten dat de definitieve bijdrage Zvw voor 2007 eerst tijdens deze beroepsprocedure bij het besluit van 17 november 2010 correct kon worden vastgesteld. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat verweerder met het besluit van 17 november 2010 geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan het beroep van eiser in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Voor een proceskostenveroordeling als door eiser verzocht is dan ook geen aanleiding.

4. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van eiser om verweerder te veroordelen in de proceskosten afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een veroordeling in de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M. Beunk, rechter,

in aanwezigheid van mr. T.E. Bouwmeester, griffier,

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 november 2011.

de griffier, de rechter,

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

DOC: B

SB