Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9719

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-12-2011
Datum publicatie
30-12-2011
Zaaknummer
Parketnummer: 13/706890-2011 RK nummer: 11/7122
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

EAB; vervolgingsoverlevering aan België toegestaan. Onschuldverweer verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/706890-2011

RK nummer: 11/7122

Datum uitspraak: 27 december 2011

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 25 oktober 2011 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 24 oktober 2011 door de Onderzoeksrechter, verbonden aan de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout, België, en strekt tot de aanhouding en overlevering van de opgeëiste persoon:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] op [1987],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres], [woonplaats],

thans gede¬tineerd in de Penitentiaire Inrichting ‘Noord Holland-Noord’,

Huis van Bewaring ‘Zwaag’ te Zwaag,

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 december 2011. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. M.L. Daniëls, advocaat te Rijen.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, lid 1 OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er vanwege haar volle agenda niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsmandaat bij verstek, gedateerd 24 oktober 2011 (referentienummer OR K. Helsen 2011/168). Dit bevel bevindt zich bij de stukken en is afgegeven door eerdergenoemde Onderzoeksrechter.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schul¬dig heeft gemaakt aan vier naar het recht van België strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4. Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 14, 16, 18 en 21, te weten:

14: moord en doodslag, zware mishandeling

16: ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling

18: georganiseerde of gewapende diefstal

21: racketeering en afpersing

Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5. Onschuldverweer

De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. Namens hem heeft de raadsvrouw een beroep gedaan op de weigeringgrond als bedoeld in artikel 26 OLW en aangevoerd dat de opgeëiste persoon zich op een alibi beroept.

De rechtbank passeert dit verweer. Uit het dossier blijkt dat de opgeëiste persoon niet consistent heeft verklaard met betrekking tot het door hem gestelde alibi. In ieder geval is geen sprake van een zodanig alibi dat de opgeëiste persoon zijn onschuld daarmee tijdens het verhoor ter zitting heeft kunnen aantonen. De onschuldbewering kan dan ook niet leiden tot weigering van de overlevering.

De opgeëiste persoon zal, indien hij bij zijn standpunt blijft, het verweer moeten voeren tijdens de procedure bij de Belgische rechtbank. De Belgische rechter zal beschikken over een volledig dossier en het verweer dat op de bewijsvoering ziet, kunnen beoordelen.

6. De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan en dat deze straf met toepassing van artikel 11 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen van 21 maart 1983 (Trb. 1983, 74, hierna VOGP) zal kunnen worden omgezet.

De Procureur des Konings bij het Parket van de Procureur des Konings te Turnhout heeft bij brief d.d. 16 november 2011 de volgende garantie gegeven, daartoe gemachtigd door de Federale Overheidsdienst Justitie:

Bij dezen geeft mijn ambt de Nederlandse Staat de officiële waarborg dat [opgeëiste persoon] indien hij dat wenst, na zijn veroordeling in België daadwerkelijk aan de buitenlandse staat wordt overgeleverd teneinde er zijn straf te ondergaan.

Uiteraard is de omzettingsprocedure voorzien in artikel 11 van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de Overbrenging van gevonniste Personen van 21 maart 1983 tussen beide landen van toepassing, daar zij partij zijn bij dit Verdrag.

Bijgevolg zal de verdachte, na veroordeling, indien hij dat wenst worden overgedragen naar uw Staat.

Uit artikel 3, eerste lid, aanhef onder e van het VOGP volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren. Aan deze voorwaarde is voldaan.

De onder 4.1 bedoelde feiten zijn naar Nederlands recht strafbaar en leveren op:

- Medeplegen van moord en/of medeplegen van doodslag

- Medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven of beroofd houden

- Diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

- Medeplegen van afpersing

Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

7. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a OLW

De officier heeft primair betoogd dat de weigeringsgrond niet van toepassing is, aangezien alle feiten waarvoor overlevering wordt verzocht zich hebben afgespeeld op Belgisch grondgebied.

Mocht de rechtbank hier anders over oordelen, dan heeft hij subsidiair gevorderd dat van deze weigeringsgrond overeenkomstig artikel 13, tweede lid, OLW moet worden afgezien en de argumenten daarvoor vermeld in zijn conclusie.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de weigeringsgrond niet van toepassing is, aangezien de feiten, zoals omschreven in het EAB, hebben plaatsgevonden op Belgisch grondgebied.

8. Slotsom

Nu ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering voor die feiten te worden toegestaan.

9. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47, 282, 282a, 287, 289, 312 en 317 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.

10. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout, België, ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. M.J. Diemer, voorzit¬ter,

mrs. J.W. Vriethoff en C.W. Inden, rech¬ters,

in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, grif¬fier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 27 december 2011.

De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Ingevolge artikel 29, lid 2 OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

[A/B/C]