Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8781

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-11-2011
Datum publicatie
20-12-2011
Zaaknummer
13-692003-11 (zaak A), 13-710076-10 (zaak B), 13-692009-11 (zaak C) en 13-457889-08 (TUL) (PROMIS)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2013:2090, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte werd verdacht van een overval op een (geldtransport in een) supermarkt en van voorbereidingen van soortgelijke overvallen.

Uit informatie die via de internettap verkregen was, bleek dat verdachte op zoek was naar een nieuwe bestelbus. De politie heeft, nadat de rc een machtiging OVC had verleend, opnameapparatuur geïnstalleerd in een bestelbus en heeft deze via een advertentie op internet aan verdachte te koop aangeboden. Volgens de raadsman kan dit aangemerkt worden als pseudo-koop dan wel pseudo-dienstverlening en dient de informatie die hierdoor is verkregen uitgesloten te worden van het bewijs, nu hiervoor geen bevel was afgegeven.

De rechtbank verwerpt dit verweer. In het onderhavige geval was geen sprake van het afnemen van goederen van verdachte. Het handelen van de politie kan dus niet aangemerkt worden als pseudokoop. Ook van pseudodienstverlening was geen sprake. Het plaatsen van een advertentie kan immers niet worden bestempeld als dienstverlening. De ingezette opsporingshandeling was voorts niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, gezien de omstandigheden op dat moment. Ook is verdachte niet aangezet tot het plegen van een strafbaar feit en is hij niet gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummers: 13/692003-11 (zaak A), 13/710076-10 (zaak B), 13/692009-11 (zaak C) en 13/457889-08 (TUL) (PROMIS)

Datum uitspraak: 28 november 2011

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1989],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [A-straat nr] [plaats 1],

gedetineerd in het Huis van Bewaring "Demersluis" te Amsterdam.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna genoemd respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4, 7 en 14 november 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Boheur en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. J.W. Soeteman, naar voren

hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ten aanzien van de feiten 1 en 3 van zaak A en feit 3 van zaak B, tenlastegelegd dat

Zaak A

1.

hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 01 juni 2010 te

Vianen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het

voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, de

medewerker(s) van het geldtransportbedrijf G4S en/of de medewerker(s) van de

Aldi te Vianen, te dwingen tot de afgifte van (onder meer) geld en/of

goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

Aldi (filiaal Vijfheerenlanden 545 te Vianen) en/of het

geldtransportbedrijf G4S, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of bedreiging met geweld

hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) met voornoemd

oogmerk:

- zijn/hun gelaat en/of hoofd (grotendeels) had(den) verhuld en/of bedekt met

(een) (bivak)muts(en) en/of shawl(s) en/of capuchon(s), en/of

- voornoemde Aldi is/zijn binnengegaan, en/of

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op een

of meerdere klant(en) en/of medewerker(s) van voornoemde Aldi en het het

geldtransportbedrijf G4S heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of

- heeft/hebben gezegd en/of geschreeuwd: "Dit is een overval" en/of "Liggen

allemaal!", althans woorden met een dergelijke dreigende aard en/of strekking,

- een of meerdere keren de (spiegel)ruit van het kantoor van voornoemde Aldi

met een voorhamer met kracht heeft/hebben ingeslagen, en/of

- de medewerker van het geldtransportbedrijf G4S, de heer [slachtoffer 1], op het

hoofd heeft/hebben geslagen met een vuurwapen of een (ander) voorwerp, en/of

- die [slachtoffer 1] naar de grond heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of geslagen,

en/of

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of gedrukt op het hoofd en/of

de nek van die [slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] het kantoor van voornoemde Aldi in heeft/hebben geduwd en/of

gestuurd, en/of

- vervolgens in het kantoor een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt en/of

gericht en/of gericht gehouden en/of een of meerdere keren heeft/hebben gezegd

en/of geschreeuwd "maak de kluis open", althans woorden met een dergelijke

aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of:

hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 01 juni 2010 te

Vianen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (onder meer) een of twee

sealbag(s) met muntgeld met in totaal 1.350 euro en/of een of meerdere

geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

Aldi (filiaal Vijfheerenlanden 545 te Vianen) en/of het geldtransportbedrijf

G4S, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) de vlucht mogelijk te

maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) met voornoemd oogmerk:

- zijn/hun gelaat en/of hoofd (grotendeels) had(den) verhuld en/of bedekt met

(een) (bivak)muts(en) en/of shawl(s) en/of capuchon(s), en/of

- voornoemde Aldi is/zijn binnengegaan, en/of

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op een

of meerdere klant(en) en/of medewerker(s) van voornoemde Aldi en het het

geldtransportbedrijf G4S heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of

- heeft/hebben gezegd en/of geschreeuwd: "Dit is een overval" en/of "Liggen

allemaal!", althans woorden met een dergelijke dreigende aard en/of strekking,

- een of meerdere keren de (spiegel)ruit van het kantoor van voornoemde Aldi

met een voorhamer met kracht heeft/hebben ingeslagen, en/of

- de medewerker van het geldtransportbedrijf G4S, de heer [slachtoffer 1], op het

hoofd heeft/hebben geslagen met een vuurwapen of een (ander) voorwerp, en/of

- die [slachtoffer 1] naar de grond heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of geslagen,

en/of

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of gedrukt op het hoofd en/of

de nek van die [slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] het kantoor van voornoemde Aldi in heeft/hebben geduwd en/of

gestuurd, en/of

- vervolgens in het kantoor een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt en/of

gericht en/of gericht gehouden en/of een of meerdere keren heeft/hebben gezegd

en/of geschreeuwd "maak de kluis open", althans woorden met een dergelijke

aard en/of strekking;

Subsidiair:

een of meer anderen in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 01 juni 2010 te

Vianen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het

voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, de

medewerker(s) van het geldtransportbedrijf G4S en/of de medewerker(s) van de

Aldi te Vianen, te dwingen tot de afgifte van (onder meer) geld en/of

goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

Aldi (filiaal Vijfheerenlanden 545 te Vianen) en/of het

geldtransportbedrijf G4S, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of bedreiging met geweld

hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) met voornoemd

oogmerk:

- zijn/hun gelaat en/of hoofd (grotendeels) had(den) verhuld en/of bedekt met

(een) (bivak)muts(en) en/of shawl(s) en/of capuchon(s), en/of

- voornoemde Aldi is/zijn binnengegaan, en/of

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op een

of meerdere klant(en) en/of medewerker(s) van voornoemde Aldi en het het

geldtransportbedrijf G4S heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of

- heeft/hebben gezegd en/of geschreeuwd: "Dit is een overval" en/of "Liggen

allemaal!", althans woorden met een dergelijke dreigende aard en/of strekking,

- een of meerdere keren de (spiegel)ruit van het kantoor van voornoemde Aldi

met een voorhamer met kracht heeft/hebben ingeslagen, en/of

- de medewerker van het geldtransportbedrijf G4S, de heer [slachtoffer 1], op het

hoofd heeft/hebben geslagen met een vuurwapen of een (ander) voorwerp, en/of

- die [slachtoffer 1] naar de grond heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of geslagen,

en/of

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of gedrukt op het hoofd en/of

de nek van die [slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] het kantoor van voornoemde Aldi in heeft/hebben geduwd en/of

gestuurd, en/of

- vervolgens in het kantoor een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt en/of

gericht en/of gericht gehouden en/of een of meerdere keren heeft/hebben gezegd

en/of geschreeuwd "maak de kluis open", althans woorden met een dergelijke

aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

en tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in de periode 17

mei 2010 tot en met 01 juni 2010 te Vianen en/of Amsterdam, opzettelijk

gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- op 31 mei 2010 in een auto met anderen in de omgeving van voornoemde Aldi in

Vianen heeft gestaan met zicht op die Aldi;

en/of:

een of meer anderen in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 01 juni 2010 te

Vianen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (onder meer) een of twee

sealbag(s) met muntgeld met in totaal 1.350 euro en/of een of meerdere

geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

Aldi (filiaal Vijfheerenlanden 545 te Vianen) en/of het geldtransportbedrijf

G4S, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) de vlucht mogelijk te

maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) met voornoemd oogmerk:

- zijn/hun gelaat en/of hoofd (grotendeels) had(den) verhuld en/of bedekt met

(een) (bivak)muts(en) en/of shawl(s) en/of capuchon(s), en/of

- voornoemde Aldi is/zijn binnengegaan, en/of

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op een

of meerdere klant(en) en/of medewerker(s) van voornoemde Aldi en het het

geldtransportbedrijf G4S heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of

- heeft/hebben gezegd en/of geschreeuwd: "Dit is een overval" en/of "Liggen

allemaal!", althans woorden met een dergelijke dreigende aard en/of strekking,

- een of meerdere keren de (spiegel)ruit van het kantoor van voornoemde Aldi

met een voorhamer met kracht heeft/hebben ingeslagen, en/of

- de medewerker van het geldtransportbedrijf G4S, de heer [slachtoffer 1], op het

hoofd heeft/hebben geslagen met een vuurwapen of een (ander) voorwerp, en/of

- die [slachtoffer 1] naar de grond heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of geslagen,

en/of

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of gedrukt op het hoofd en/of

de nek van die [slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] het kantoor van voornoemde Aldi in heeft/hebben geduwd en/of

gestuurd, en/of

- vervolgens in het kantoor een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt en/of

gericht en/of gericht gehouden en/of een of meerdere keren heeft/hebben gezegd

en/of geschreeuwd "maak de kluis open", althans woorden met een dergelijke

aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in de periode 17

mei 2010 tot en met 01 juni 2010 te Vianen en/of Amsterdam, opzettelijk

gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- op 31 mei 2010 in een auto met anderen in de omgeving van voornoemde Aldi in

Vianen heeft gestaan met zicht op die Aldi;

2.

hij op of omstreeks de periode van 05 juli 2010 tot en met 05 september 2010

te Soest en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter voorbereiding van het

met anderen of een ander te plegen misdrijf/misdrijven, te weten diefstal met

geweld en/of bedreiging met geweld, dan wel afpersing met geweld en/of

bedreiging met geweld, van geld en/of goederen toebehorende aan (onder meer)

een of meer tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of instelling(en)

en/of winkel(s) te Soest,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk, een of meerdere voorwerp(en) en/of vervoermiddel(en), te weten

(onder meer):

- een bestelauto van het merk Citroën, type Berlingo, voorzien van het

kenteken [kenteken 1], en/of

- een personenauto van het merk Toyota, type Yaris, voorzien van het kenteken

[kenteken 2], en/of

- een (gestolen) bromfiets van het merk Vespa, type Piaggo, kleur blauw/groen,

niet voorzien van een kentekenplaat, en/of

- een paar zwarte en/of donkerkleurige handschoenen, en/of

- donkerkleurige kleding, en/of

bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft

verworven en/of voorhanden heeft gehad;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) of omstreeks de periode van 5 augustus 2008

tot en met 5 november 2008 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op de

openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

(onder meer)

- op 05 augustus 2008, op de openbare weg te weten de Scheldestraat, in/uit

een personenauto (van het merk Mini Cooper) een handtas (met inhoud), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader opzettelijk gewelddadig en/of

dreigend en/of onverhoeds (zulks terwijl hij verdachte en/of zijn

mededader(s) op/met een scooter (naast die [slachtoffer 2])

reed/reden/stilstond(en) en/of een helm en/of capuchon droeg(en) om

herkenning te voorkomen en/of om schrik aan te jagen) (met een voorwerp) met

kracht een ruit van voornoemde auto heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid,

waardoor glasscherven met kracht in die auto en/of tegen die [slachtoffer 2] kwamen

en/of vlogen, en/of

- op 05 augustus 2008, op de openbare weg te weten de Gijsbrecht van

Aemstelstraat, in/uit een personenauto (van het merk Volkswagen Polo) een

handtas (met daarin onder andere een zonnebril van het merk Fendi en/of een

zonnebril van het merk Dolce e Gabanna en/of een telefoon en/of (ongeveer )

500 euro en/of (ongeveer) 103 USA dollars), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader opzettelijk gewelddadig en/of

dreigend en/of onverhoeds (zulks terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s)

op/met een scooter (naast die [slachtoffer 3]) reed/reden/stilstond(en) en/of

een helm en/of capuchon droeg(en) om herkenning te voorkomen en/of om schrik

aan te jagen) (met een voorwerp) met kracht een ruit van voornoemde auto

heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid, waardoor glasscherven met kracht in

die auto en/of tegen die [slachtoffer 3] kwamen en/of vlogen, en/of

- op of omstreeks 5 november 2008, op de openbare weg te weten de Derde

Oosterparkstraat, in/uit een personenauto (van het merk Fiat, type Stilo) een

tas (met daarin onder andere een portemonnee en/of een telefoon en/of

(ongeveer) 95 euro en/of een bril), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, en/of

en welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het

bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader opzettelijk gewelddadig en/of dreigend

en/of onverhoeds (zulks terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s) op/met

een scooter (naast die [slachtoffer 4]) reed/reden/stilstond(en)

en/of een helm en/of capuchon droeg(en) om herkenning te voorkomen en/of om

schrik aan te jagen), snel het portier van voornoemde auto heeft/hebben open

gemaakt en/of getrokken en/of met grote kracht de tas uit de handen van die

[slachtoffer 4] heeft/hebben getrokken en/of gepakt en/of gerukt;

4.

hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 30 november 2010

te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere bromfiets(en) en/of scooter(s)

en/of motorfiets(en), te weten (onder meer):

- een bromfiets van het merk Gilera, type Typhoon, voorzien van het kenteken

[KENTEKEN 3], en/of

- een bromfiets van het merk Vespa, type Piaggo, kleur blauw/groen, voorzien

van het kenteken [kenteken 4],

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte,

en/of zijn mededader(s) (een of meerdere van) die weg te nemen bromfiets(en)

en/of scooter(s) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door het

contactslot en/of het hangslot van voornoemde bromfiets(en) en/of scooter(s)

te verbreken, in elk geval door middel van braak en/of verbreking;

en/of:

hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 30 november 2010 te

Vianen en/of Soest en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft/hebben

hij, verdachte en/of zijn mededader(s), een of meerdere bromfiets(en) en/of

scooter(s) en/of motorfiets(en), te weten (onder meer):

- een bromfiets van het merk Gilera, type Typhoon, met handvatten voorzien van

een of meerdere doodshoofd(en), niet voorzien van een kentekenplaat, en/of

- een bromfiets van het merk Vespa, type Piaggo, kleur blauw/groen, niet

voorzien van een kentekenplaat,

verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s)

ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van genoemde

bromfiets(en) en/of scooter(s) en/of motorfiets(en) (telkens) wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal,

in elk geval (een) door misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

5.

hij in de periode vanaf 01 februari 2008 tot en met 31 december 2010 te

[plaats 1], in elk geval in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens

wettelijk voorschrift (te weten artikel 9.2 van de Wet studiefinanciering

2000) opgelegde verplichting, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde

gegevens te verstrekken aan de Informatie Beheer Groep en/of de Dienst

Uitvoering Onderwijs, immers heeft hij (in die periode en op die plaats)

geheel of gedeeltelijk niet aan genoemde dienst medegedeeld of kenbaar gemaakt

dat hij:

- bij zijn ouders op het adres '[B-straat nr] te [plaats 1]' woonde en/of

had gewoond, en/of

- een thuiswonende studerende was,

zijnde dit gegeven(s) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat

dit/deze gegeven(s) van belang was/waren voor de vaststelling van zijn recht

op een verstrekking of tegemoetkoming - namelijk een studiefinanciering

krachtens de Wet studiefinanciering 2000 - dan wel voor de hoogte of de duur

van voornoemde verstrekking of tegemoetkoming, zulks terwijl dit feit kon

strekken en/of had kunnen strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander;

en/of:

hij op of omstreeks 5 februari 2008 te [plaats 1], in elk geval in Nederland,

terwijl aan hem een studiefinanciering krachtens de Wet studiefinanciering

2000 was toegekend, een geschrift, te weten:

- een algemeen mutatieformulier d.d. 05 februari 2008

zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft hij, verdachte,

opzettelijk valselijk op genoemd geschrift vermeld of doen vermelden dat

hij met ingang van 01 februari 2008 woonachtig is op de '[A-straat nr]

te [plaats 1]' en/of dat hij uitwonend is, zulks terwijl in werkelijkheid

verdachte bij zijn ouders op het adres '[B-straat nr] te [plaats 1]' woonde

en/of had gewoond en/of een thuiswonende studerende was, althans niet wonende

was op het adres '[A-straat nr] te [plaats 1]',

en/of genoemd geschrift voorzien van een handtekening ter bevestiging van de

juistheid van de daarin gedane opgave(n), zulks met het oogmerk om dat

geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken;

Zaak B

1.

hij in of omstreeks de periode vanaf 27 oktober 2010 tot en met 23 november

2010 te Delft en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter

voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf/misdrijven,

te weten diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld, dan wel afpersing

met geweld en/of bedreiging met geweld, van geld en/of goederen toebehorende

aan de Lidl (filiaal Multatuliweg 53-59 te Delft) en/of aan een of meerdere

(andere) supermarkt(en) en/of aan het geldtransportbedrijf G4S,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk, een of meerdere voorwerp(en) en/of vervoermiddel(en), te weten

onder meer:

- een bestelauto van het merk Volkwagen, type Caddy, voorzien van kenteken

[kenteken 5], en/of

-een (gestolen) bromfiets van het merk Piaggio Vesta, voorzien van het

kenteken [kenteken 6], en/of

- een (gestolen) scooter van het merk Puch/Piaggo, type Zip, kleur grijs,

niet voorzien van een kentekenplaat, voorzien van het chassisnummer

[CHASSISNR 1], en/of

- een (gestolen) scooter van het merk Aprilla, type Racing SR, zonder

kentekenplaat, waarvan het chassisnummer is weggeslepen, en/of

- een voorhamer, en/of

- een vuurwapen van categorie III, voorzien van patroonhouder met drie

volmantel patronen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

en/of

- een roodkleurige schoudertas van het merk Eastpeak, en/of

- een slotentrekker, en/of

- een of meerdere donkere en/of zwarte jassen met capuchon, en/of

- twee paar donkere handschoenen, en/of

- een of meerdere basebalpet(ten) van het merk Nike,

bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf/die misdrijven, heeft

verworven en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 23 november 2010 te Delft en/of te Hoofddorp en/of te

Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, een of meer wapen(s) en/of munitie van categorie

III, te weten een vuurwapen (merk Heckler & Koch, type USP Compact) en/of een

patroonhouder met drie volmantel patronen (merk Luger, type GFL 9 mm), in elk

geval een of meer patro(o)n(en), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

3.

A.

hij op of omstreeks 7 november 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets van het merk

Piaggio Vespa (voorzien van het kenteken [kenteken 6]), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s);

en/of

B.

hij op of omstreeks 8 november 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter van het merk

Puch/Piaggio, type Zip (kleur grijs, voorzien van het kenteken [kenteken 7], voorzien

van het chassisnummer [CHASSISNR 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die

weg te nemen scooter onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door het

contactslot en/of het stuurslot en/of het remschijfslot van voornoemde scooter te

verbreken, in elk geval door middel van braak en/of verbreking;

en/of

C.

hij in of omstreeks de periode van 20 november 2010 tot en met 22 november

2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een scooter van het merk Aprilia, type Racing SR

(voorzien van het kenteken [kenteken 8]),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s) die weg te nemen scooter onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door het kettingslot van voornoemde scooter te verbreken, in

elk geval door middel van braak en/of verbreking;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 7 november 2010 tot en met 23 november te

Amsterdam en/of Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere bromfiets(en) en/of

scooter(s), te weten (onder meer):

-een bromfiets van het merk Piaggio Vesta (voorzien van het kenteken

[kenteken 6]), en/of

-een scooter van het merk Puch/Piaggo, type Zip, kleur grijs, zonder

kentekenplaat, voorzien van het chassisnummer [CHASSISNR 1], en/of

-een scooter van het merk Aprilla, type Racing SR, waarvan het chassisnummer

is weggeslepen, niet voorzien van een kentekenplaat,

heeft verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s)

ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van genoemde

bromfiets(en) en/of scooter(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den)

moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door

misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 23-11-2010, te Amsterdam, althans in Nederland, een

voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 5.050 euro, voorhanden heeft

gehad, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat

bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf;

Zaak C

hij op of omstreeks 5 augustus 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,

op de openbare weg, te weten de Rooseveltlaan, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen (onder meer) een handtas van het merk Chanel (met

daarin onder andere een geldbedrag van (ongeveer) 718,00 euro en/of een

mobiele telefoon van het merk Samsung en/of een zilveren horloge en/of een

goudkleurig hangertje), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 8], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te

maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader met kracht aan de tas van die [slachtoffer 8] heeft/hebben

gerukt en/of getrokken en/of (toen die [slachtoffer 8] haar tas niet los liet en

hard begon te krijsen) heeft/hebben gezegd en/of geschreeuwd: "Hou je kop!!",

althans woorden met een dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of die

[slachtoffer 8] meermalen, althans eenmaal, met gebalde vuist(en) in het

gezicht, in ieder geval tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam

heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of die [slachtoffer 8] bij de pols

heeft/hebben vastgepakt en/of aan de pols van die [slachtoffer 8] heeft/hebben

gerukt en/of getrokken en/of vervolgens die [slachtoffer 8] (nogmaals) meerdere

keren, althans een keer, met gebalde vuist(en) in het gezicht, in ieder geval

tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

gestompt (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 8] op de grond is gevallen) en/of

(terwijl die [slachtoffer 8] op de grond lag) meermalen, althans eenmaal, met

kracht tegen het bovenlichaam en/of het onderlichaam van die [slachtoffer 8]

heeft/hebben geschopt en/of getrapt.

3. Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en het openbaar ministerie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

Ten aanzien van zaak A heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 tenlastegelegde overval. Zij heeft hierbij op het volgende gewezen. Op de ochtend van de overval is medeverdachte [medeverdachte 1] gezien bij de na de overval bij de vlucht gebruikte brommer. Getuige [getuige 1] heeft de overvallers zien vluchten in een witte Opel Corsa. Op 31 mei 2010 bevonden verdachte, [medeverdachte 1] en een onbekend gebleven derde persoon zich in een grijze Opel Corsa, die met draaiende motor stil stond in de buurt van de Aldi in Vianen. Deze Opel Corsa stond op naam van verdachte. Meerdere getuigen stellen dat de overvallers niet uit Vianen komen. Bij de overval hebben de daders een moker lagen liggen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 18 mei en op 7 juni 2010 een soortgelijke moker gekocht. Op 21 september is er in het programma Opsporing Verzocht aandacht besteed aan de overval. Op 22 september heeft [medeverdachte 1] in een tapgesprek gezegd dat hij zijn telefoon weg doet en vanaf 24 september heeft hij geen gebruik meer gemaakt van zijn telefoon. Door [medeverdachte 1] is er op de computer gezocht naar de overval in Vianen. Op de tas die door de overvallers in de Aldi is achtergelaten, is een biologisch spoor veilig gesteld met een onvolledig DNA-mengprofiel dat DNA-kenmerken bevat van onder andere verdachte. Bij [medeverdachte 1] is een Tomtom aangetroffen waarin een adres in Vianen is opgeslagen, dat zich in de nabijheid van de overvallen Aldi bevindt. Ten slotte heeft verdachte op 28 oktober 2010 in een OVC-gesprek zeer gedetailleerd aan [medeverdachte 2] verteld over wat hij in Vianen gedaan heeft. Dit verhaal komt in grote lijnen overeen met wat er volgens de aangever tijdens de overval in Vianen gebeurd is. De overval kan volgens de officier van justitie gekwalificeerd worden als een poging tot afpersing, nu geprobeerd is de geldloper met behulp van geweld te bewegen tot afgifte van geld uit de kluis, alsmede als een voltooide diefstal met geweld, nu er twee sealbags zijn weggenomen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in zaak A onder 2 tenlastegelegde voorbereiding van een overval in Soest bewezen kan worden. Op 5 augustus 2010 tilden de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] een gestolen brommer in een bestelauto, waarmee verdachte en [medeverdachte 1] vervolgens naar Soest reden. Daar liepen ze rond in de buurt van het postkantoor en laadden de bromfiets uit. Het kenteken van deze bromfiets ontbrak en de ketting waarmee de bromfiets aan een lantaarnpaal was vastgemaakt, was niet gezekerd met een slot. Verder ontbrak het contactslot en stond de brommer met de achterzijde tegen een lantaarnpaal geplaatst, mogelijk om het ontbreken van de kentekenplaat te verhullen. Op 6 augustus 2010 liep [medeverdachte 1] in Soest met de eerder genoemde scooter aan de hand, waarbij hij handschoenen droeg, wat opmerkelijk is aangezien het die dag 16,4 graden Celsius was. Voorts zijn verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] die dag achter het postkantoor in Soest geobserveerd. Deze feitelijke gang van zaken vertoont, voor wat betreft de context waarbinnen dit zich heeft afgespeeld, de omstandigheden waarmee het was omgeven en het handelen van verdachte en de medeverdachten, op essentiële punten overeenkomsten met de overval op de Aldi in Vianen. Er wordt een gestolen scooter neergezet in de omgeving van de te overvallen locatie, ten behoeve van de vlucht na de overval en er wordt geobserveerd om vast te stellen wanneer er een geldwagen arriveert.

De drie in zaak A onder 3 tenlastegelegde berovingen kunnen alle worden bewezen, gelet op de overeenkomsten tussen de aangiftes en het door verdachte op 9 november 2010 gevoerde OVC-gesprek, waarin hij gedetailleerd vertelt over drie berovingen uit auto's. De berovingen kunnen worden gekwalificeerd als diefstal met braak en inklimming. De beroving van [slachtoffer 4] kan tevens worden gekwalificeerd als diefstal met geweld, omdat er aan haar tas werd getrokken terwijl zij deze vasthad. De berovingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] kunnen niet tevens worden gekwalificeerd als diefstal met geweld, omdat het bij die berovingen gebruikte geweld, te weten het inslaan van een ruit, niet gericht is geweest tegen personen.

Met betrekking tot feit 4 kan volgens de officier van justitie bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling van de in de tenlastelegging genoemde bromfietsen.

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van feit 5 op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten aan de Informatie Beheer Groep en de Dienst Uitvoering Onderwijs mee te delen dat hij bij zijn ouders woonde, terwijl hij wist dat dit van invloed zou zijn op de hoogte van zijn studiebeurs. Op grond van de verklaringen van zijn familieleden heeft de officier van justitie verzocht verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde valsheid in geschrift.

Ten aanzien van zaak B heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 tenlastegelegde voorbereiding voor een overval op de Lidl in Delft bewezen kan worden. De officier van justitie heeft hierbij gewezen op het volgende. Verdachte en [medeverdachte 2] hebben zich op verschillende momenten opgehouden in de omgeving van de genoemde Lidl, terwijl zij, zoals blijkt uit de OVC-gesprekken, bespraken hoe ze de overval zouden plegen. Op 23 november 2010 is door het observatieteam gezien dat zij zich wederom in de buurt van de Lidl bevonden, dat [medeverdachte 2] een voorhamer in de bosjes bij de speeltuin in de buurt van de Lidl legde, dat zij een scooter aan de achterzijde van de Lidl plaatsten, dat [medeverdachte 2] een tasje waarin later een vuurwapen is aangetroffen in de bosjes legde, dat zij in de speeltuin gingen zitten en regelmatig naar de Lidl keken en dat zij abrupt reageerden en vervolgens weggingen op het moment dat er een politievoertuig langs kwam rijden. [medeverdachte 2] heeft bekend dat hij die dag samen met een ander de Lidl wilde overvallen.

Ook het in zaak B onder 2 tenlastegelegde kan volgens de officier van justitie worden bewezen, nu het vuurwapen met de bijbehorende munitie is aangetroffen in de auto waarin verdachte en [medeverdachte 2] zich bevonden.

Ten aanzien van het in zaak B onder 3 tenlastegelegde kan volgens de officier van justitie bewezen worden dat verdachte alle in de tenlastelegging genoemde scooters heeft gestolen, gelet op het feit dat de Caddy van verdachte elke keer op het moment van de diefstal aanwezig was in de buurt van de plaats waar de scooters gestolen zijn.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevraagd van het in zaak B onder 4 tenlastegelegde, gelet op de verklaring van de moeder van verdachte, namelijk dat het aangetroffen geld van de broer van verdachte is.

Ten aanzien van zaak C heeft de officier van justitie aangevoerd dat op grond van een OVC-gesprek dat verdachte heeft gevoerd vaststaat dat verdachte een straatroof heeft gepleegd. De in het bewuste OVC-gesprek genoemde straatroof vertoont veel overeenkomsten met de beroving van [slachtoffer 8]. Zo wordt er in het OVC-gesprek gesproken over drie uur, terwijl de beroving van [slachtoffer 8] na drie uur heeft plaatsgevonden, over HC, terwijl [slachtoffer 8] voor de beroving in het Holland Casino is geweest, over deze zomer, terwijl de beroving van [slachtoffer 8] plaatsvond op 5 augustus, over het achtervolgen van het slachtoffer en over de rivier, terwijl de beroving van [slachtoffer 8] heeft plaatsgevonden in de Rivierenbuurt, over het schreeuwen en bijten door het slachtoffer, terwijl [slachtoffer 8] hard gekrijst heeft en met één van de dader gevochten heeft. Voorts wordt er gesproken over het vallen van het slachtoffer en haar belager, over het gezamenlijk vluchten en over het feit dat de buit drie 'barkies' was. Op grond van deze overeenkomsten kan volgens de officier van justitie worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van de tenlastegelegde straatroof.

4.2. Het standpunt van de verdediging

Het onderzoek

Het onderzoek tegen verdachte is gestart met de verdenking dat verdachte zich op 1 juni 2010 schuldig zou hebben gemaakt aan het plegen van een overval op de Aldi in Vianen. In het start-proces-verbaal staat dat de grondslag voor deze verdenking is dat hij de dag voor de overval op zichtafstand van de genoemde Aldi in een Opel Corsa zou hebben gezeten.

De raadsman heeft zich namens verdachte op het standpunt gesteld dat het start-proces-verbaal een aantal zeer belangrijke onjuistheden bevat ten opzichte van het onderliggende proces-verbaal. In het onderliggende proces-verbaal staat namelijk dat verbalisant [verbalisant 1] een grijze Ford Fiësta zag, waarvan de bestuurder medeverdachte [medeverdachte 1] was. De verbalisant relateert verder dat de eigenaar van de auto [verdachte] was dat en dat de passagier van de auto zich voorstelde als [voornaam verdachte] uit [plaats 1]. De conclusie dat verdachte deze persoon was, kan niet worden getrokken. Toch staat dit wel zo in het start-proces-verbaal. Verder staat in het start-proces-verbaal dat de auto een Opel Corsa was, terwijl [verbalisant 1] verklaard heeft dat dit een Ford Fiësta was. Toen de politie bemerkte dat de auto van verdachte geen Ford Fiësta was, maar een Opel Corsa, werd een aanvullend proces-verbaal opgesteld, om het eerdere proces-verbaal kloppend te maken. Nu dit onjuiste start-proces-verbaal de grondslag vormt voor de aanvraag van een aantal bijzondere opsporingsmethoden, zijn de tegen verdachte ingezette bijzondere opsporingsbevoegdheden onrechtmatig. Dit maakt dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, waardoor verdachte in zijn belangen is geschaad. Gelet daarop dienen alle resultaten van deze bevoegdheden van het bewijs te worden uitgesloten. Omdat er dan geen wettig bewijs meer overblijft, zal verdachte vrijgesproken moeten worden van het tenlastegelegde.

Voorts is de raadsman van mening dat de machtiging ex art. 126 m Sv d.d. 3 augustus 2010 tot opname communicatie onrechtmatig is afgegeven. In de eerste plaats heeft hij hiertoe aangevoerd dat sprake is van een termijnoverschrijding, nu de rechter-commissaris de mondelinge machtiging op 29 juli 2010 heeft verleend en deze pas op 3 augustus 2010 op schrift is gesteld. In de tweede plaats heeft hij aangevoerd dat in de aanvraag voor deze machtiging vermeld staat dat er bij het takelbedrijf een inkijkoperatie heeft plaatsgevonden in een auto van verdachte. Nu voor deze inkijk geen bevel is gegeven, had deze informatie niet meegewogen mogen worden bij de beoordeling van de vraag of de bevoegdheden mochten worden toegepast. De bewijsmiddelen die uit deze onrechtmatige machtiging zijn verkregen, dienen van het bewijs te worden uitgesloten.

Ten aanzien van de internettap heeft de raadsman namens verdachte het volgende aangevoerd. Op 5 augustus 2010 heeft de rechter-commissaris een machtiging tot een internettap afgegeven. Nadat de internettap was afgesloten werd aan het onderzoeksteam de informatie verstrekt dat de internetaansluiting mogelijk was afgesloten door de aanbieder UPC, omdat de rekeningen niet waren betaald. Hierop heeft de politie besloten om verdachte gratis internet aan te bieden, zodat er getapt kon worden. Het verstrekken van een internetverbinding moet volgens de raadsman gezien worden als het verlenen van een dienst voor de toepassing waarvan op grond van art. 126q Sv een bevel vereist is. Omdat een dergelijk bevel niet verstrekt is, dienen de resultaten van de internettap, zoals de informatie dat verdachte op zoek was naar een nieuwe auto, uitgesloten te worden van het bewijs. Subsidiair heeft de raadsman namens verdachte betoogd dat de officier van justitie op onrechtmatige wijze gebruik heeft gemaakt van de verleende machtiging, omdat deze verleend was voor iets dat er niet meer was, namelijk de internetaansluiting. Ook dan is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim en dienen de resultaten hiervan van het bewijs te worden uitgesloten.

Met betrekking tot de machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie heeft de raadsman aangevoerd dat de rechter-commissaris deze, gelet op het feit dat zeer intensief onderzoek naar verdachte onvoldoende belastende informatie heeft opgeleverd, in redelijkheid niet had mogen verlenen. De onderzoeksresultaten van deze machtiging dienen dan ook uitgesloten te worden van het bewijs.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de omschrijving in de machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie in een nog door verdachte aan te schaffen vervoermiddel te weinig specifiek is. Om deze machtiging was verzocht, omdat uit informatie die via de internettap was verkregen bleek dat verdachte op zoek was naar een nieuwe auto. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat sprake was van pseudo-koop dan wel pseudo-dienstverlening doordat de politie opnameapparatuur geïnstalleerd heeft in een Volkswagen Caddy en deze vervolgens aan verdachte te koop heeft aangeboden. Nu zich in het dossier geen bevel hiervoor bevindt en een proces-verbaal hierover ontbreekt, dient de informatie die hierdoor is verkregen uitgesloten te worden van het bewijs.

Bij een aantal zaken bestaat het bewijs, naast een aangifte, uitsluitend uit een OVC-gesprek. Dit betreft feit 3 van zaak A en zaak C. Ook bij feit 1 van zaak A worden de OVC-gesprekken als bewijs gezien. Het staat echter niet vast dat deze gesprekken door verdachte zijn gevoerd. Weliswaar staat gerelateerd dat middels stemherkenning is waargenomen dat de gesprekken door verdachte gevoerd zijn, maar niet gerelateerd wordt op grond waarvan men tot deze conclusie is gekomen. In de literatuur wordt door prof. A.P.A. Broeders, de deskundige op het gebied van stemherkenning in Nederland, op een aantal gevaren bij stemherkenning gewezen. Ook uit de jurisprudentie volgt dat hier zeer behoedzaam mee moet worden omgegaan. De raadsman stelt dat de processen-verbaal van stemherkenning van het bewijs moeten worden uitgesloten. Verdachte dient op grond daarvan vrijgesproken te worden van feit 3 van zaak A en van zaak C. Indien de rechtbank bij deze feiten wel tot een bewezenverklaring komt en de OVC-gesprekken onderdeel uitmaken van het bewijs, dan wordt door de raadsman verzocht om de verbalisanten die de stemmen hebben herkend als getuigen te doen horen teneinde de betrouwbaarheid van de stemherkenningen te kunnen toetsen.

De feiten

De raadsman heeft de rechtbank namens verdachte verzocht hem van het in zaak A onder 1 tenlastegelegde vrij te spreken. Niet bewezen kan worden dat verdachte op 31 mei 2010 in Vianen is geweest. Die dag is er door een verbalisant een Ford Fiësta gezien met daarin medeverdachte [medeverdachte 1] en ene [voornaam verdachte] uit [plaats 1]. Pas op 28 september 2010 is in een aanvullend proces-verbaal gemeld dat het niet om een Ford Fiësta ging, maar om een Opel Corsa. Dit maakt dat de waarneming van de verbalisant niet aan het bewijs kan bijdragen. Voorts kan niet bewezen worden dat verdachte tijdens de overval op 1 juni 2010 in Vianen is geweest. Zo heeft een getuige verklaard dat de overvallers Berbers spraken, terwijl verdachte geen Berbers spreekt. Geen van de getuigen van de overval heeft bij een fotoconfrontatie verdachte als één van de overvallers herkend. Ook de vergelijking tussen het in de Aldi aangetroffen schoenspoor en de schoen van verdachte is negatief. Het feit dat het DNA dat op de tas die door de overvallers in de Aldi is achtergelaten matcht met verdachte kan niet voor het bewijs worden gebruikt, aangezien een statistische berekening van deze match niet mogelijk is. Het OVC-gesprek kan niet bijdragen aan het bewijs, aangezien dit gesprek ook over een andere overval in Vianen zou kunnen gaan. Ten slotte is het onmogelijk dat verdachte op het tijdstip van de overval in Vianen was, aangezien hij die dag tussen 15.00 uur en 17.00 uur aanwezig was op zijn werk, zoals blijkt uit een registratielijst. Zijn werkgever heeft hierover bij de rechter-commissaris verklaard dat het feit dat de naam van verdachte op de registratielijst vermeld staat, betekent dat hij die dag aanwezig is geweest.

Ook van het in zaak A onder 2 tenlastegelegde dient verdachte volgens zijn raadsman te worden vrijgesproken, wegens onvoldoende direct verband met een mogelijk strafbaar feit.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de in zaak A onder 3 tenlastegelegde berovingen niet bewezen kunnen worden, omdat er onvoldoende overeenkomsten en enkele verschillen zijn tussen het OVC-gesprek en de berovingen. Voorts is bij het OVC-gesprek niet vermeld op welke wijze de stem van verdachte zou zijn herkend, zodat niet vast staat dat het verdachte is geweest die dit gesprek gevoerd heeft.

Ten aanzien van het in zaak A onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat ten aanzien van zowel de Gilera als de Vespa het bewijs ontbreekt dat verdachte deze bromfietsen gestolen heeft. Ten aanzien van de Gilera ontbreekt ook het bewijs dat verdachte deze geheeld heeft.

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte van dit feit vrijgesproken dient te worden, aangezien het niet vereist is dat iemand altijd verblijft op het adres waarop hij bij de gemeente staat ingeschreven. De verklaringen die verdachte in het verleden heeft afgelegd dat hij bij zijn ouders woonachtig was, kunnen niet voor het bewijs gebruikt worden, omdat uit het dossier niet volgt dat verdachte bij die verhoren een raadsman heeft kunnen consulteren.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de in zaak B tenlastegelegde feiten, gelet op zijn verweren met betrekking tot de start van het onderzoek, de bijzondere opsporingsbevoegdheden en de stemherkenning, wegens gebrek aan rechtmatig bewijs niet bewezen kunnen worden. Daarnaast is de raadsman van mening dat ten aanzien van het voorhanden hebben van het wapen (feit 2) en het voorhanden hebben van de vervoersmiddelen (feit 3) sprake is van een eendaadse samenloop met feit 1. Ook ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de in zaak C tenlastegelegde straatroof, gepleegd op 5 augustus 2010, niet bewezen kan worden. Uit het OVC-gesprek blijkt dat verdachte een straatroof zou hebben gepleegd met [medeverdachte 4], alias [bijnaam medeverdachte 4]. Uit onderzoek van de politie blijkt echter dat [medeverdachte 4] op 5 augustus 2010 in Marokko was. De straatroof waarover in het OVC-gesprek wordt gesproken kan dus niet de op 5 augustus gepleegde straatroof zijn. Voorts kan verdachte niet aan de plaats delict worden gekoppeld door bijvoorbeeld het aanstralen van zijn telefoon of door observaties. Ten slotte zijn er verschillen aan te wijzen tussen het OVC-gesprek en de op 5 augustus 2010 gepleegde straatroof.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

De start van het onderzoek

In juni 2010 is er onder de naam 13Trajanus een strafrechtelijk onderzoek gestart naar verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]. In het start-proces-verbaal staat gerelateerd wat de aanleiding was voor dit onderzoek. Hierin is gerelateerd dat verdachte zich op 31 mei 2010, de dag voor de overval op de Aldi in Vianen, in een grijze Opel Corsa ([KENTEKEN 9]) bevond op zichtafstand van de Aldi. De raadsman stelt dat dit start-proces-verbaal onjuist is en dat, omdat op basis van dit onjuiste start-proces-verbaal bijzondere opsporingsbevoegdheden tegen verdachte zijn ingezet, alle resultaten van deze opsporingsbevoegdheden van het bewijs uitgesloten moeten worden.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

In een proces-verbaal van 7 juli 2010 staat dat verbalisant [verbalisant 1] op 31 mei 2010 een onderzoek heeft ingesteld, nadat hij was aangesproken door een bestuurder die hem meedeelde geen voorgang te hebben gekregen van de bestuurder van een klein grijs voertuig. Voorts staat in het proces-verbaal dat [verbalisant 1] hierna een Ford Fiësta, kleur grijs, voorzien van het kenteken [KENTEKEN 9], zag staan op zichtafstand van de Aldi en dat deze auto op naam stond van [verdachte], geboren [1989], wonende op de [A-straat nr], [postcode] te [plaats 1]. De bestuurder overhandigde de verbalisant zijn rijbewijs en bleek genaamd [medeverdachte 1]. Hierna sprak hij de passagier aan die zich voorstelde als [voornaam verdachte] uit [plaats 1]. In een aanvullend proces-verbaal van 28 september 2010 relateert [verbalisant 1] dat de bestuurder hem het kentekenbewijs behorend bij het door hem bestuurde voertuig voorzien van het kenteken [KENTEKEN 9] overhandigde en dat de tenaamstelling was overgenomen van het kentekenbewijs. De verbalisant relateert voorts dat hij er, omdat er tijdens de controle geen bijzonderheden naar voren kwamen, vanuit gaat dat wanneer hij over een Ford Fiësta spreekt, dit een Opel Corsa moet zijn en dat de vergissing mogelijk ligt in het feit dat de bestuurder die de verbalisant had aangesproken sprak van een kleine grijze personenauto, mogelijk een Ford Fiësta. De rechtbank is van oordeel dat aangezien de verbalisant direct geverbaliseerd heeft dat het voertuig dat hij gecontroleerd had voorzien was van het kenteken [KENTEKEN 9] en het feit dat hij de tenaamstelling van dit voertuig van het kentekenbewijs had overgenomen, er van uit gegaan kan worden dat het voertuig dat door de verbalisant gecontroleerd was een Opel Corsa betrof en dat, waar de verbalisant spreekt over een Ford Fiësta, dit inderdaad een vergissing is. De stelling dat het aanvullend proces-verbaal is opgemaakt om het start-proces-verbaal kloppend te maken, zoals raadsman stelt, wordt door de rechtbank dan ook niet gevolgd. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat het start-proces-verbaal, dat spreekt over een Opel Corsa, op dat punt geen onjuistheden bevat. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de stelling in het start-proces-verbaal dat het verdachte was die in de Opel Corsa zat een conclusie betreft. In het onderliggende proces-verbaal staat immers alleen dat de auto op naam stond van verdachte en dat degene in de auto zich voorstelde als [voornaam verdachte] uit [plaats 1]. Hoewel het aan de rechtbank voorbehouden is om conclusies te trekken, kan dit eveneens niet worden aangemerkt als een onjuistheid in het start-proces-verbaal. Gelet op het feit dat de genoemde auto op naam stond van verdachte en het feit dat verdachte [voornaam verdachte] heet en uit [plaats 1] komt, is de conclusie dat degene die zich in de auto bevond verdachte was, gerechtvaardigd. Nu het start-proces-verbaal, dat de grondslag vormde voor de aanvraag van enkele bijzondere opsporingsbevoegdheden, geen onjuistheden bevat, is geen sprake van een vormverzuim waardoor verdachte in zijn belangen is geschaad en zijn de tegen verdachte ingezette bijzondere opsporingsbevoegdheden dan ook niet onrechtmatig ingezet. De resultaten van deze bevoegdheden zullen dus niet van het bewijs uitgesloten worden.

De bijzondere opsporingsbevoegdheden

Het opnemen van communicatie door middel van een technisch hulpmiddel

De raadsman heeft aangevoerd dat bovengenoemde machtiging onrechtmatig is geven, in de eerste plaats in verband met een termijnoverschrijding. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Gelet op artikel 126 m lid 5 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 126 l lid 7 Sv kan een bevel tot opnemen van communicatie door middel van een technisch hulpmiddel slechts gegeven worden na een schriftelijke machtiging door de rechter-commissaris. Bij dringende noodzaak kan deze machtiging mondeling worden gegeven. De machtiging dient dan binnen drie dagen op schrift te worden gesteld. De rechtbank constateert dat de mondelinge machtiging van de rechter-commissaris d.d. 29 juli 2010 op dinsdag 3 augustus 2010 pas op schrift is gesteld. Gelet op artikel 126 l lid 7 in samenhang met artikel 130 Sv diende de machtiging uiterlijk op maandag 2 augustus op schrift te zijn gesteld en is er dus sprake van een termijnoverschrijding. Dit is een vormverzuim dat niet meer kan worden hersteld. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de geringe ernst van het verzuim en het feit dat verdachte hierdoor niet in zijn verdediging is geschaad, met de constatering hiervan kan worden volstaan, zonder hier één van de in artikel 359a Sv genoemde rechtsgevolgen aan te verbinden.

In de tweede plaats heeft de raadsman aangevoerd dat er een inkijkoperatie heeft plaatsgevonden in een auto van verdachte, waarvoor geen bevel was gegeven, en dat de informatie die hierdoor is verkregen niet meegewogen had mogen worden bij de beoordeling van de aanvraag voor de machtiging. De rechtbank volgt de raadsman hierin niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft er namelijk geen inkijkoperatie plaatsgevonden, als bedoeld in artikel 126 k Sv, waarvoor een bevel is vereist, maar was sprake van het doorzoeken van een vervoermiddel, als bedoeld in artikel 96b Sv. Nu hiervoor geen bevel nodig is, mocht hetgeen in de auto was aangetroffen meegewogen worden bij de beoordeling van de aanvraag voor bovengenoemde machtiging.

De internettap

De raadsman heeft aangevoerd dat, nadat gebleken was dat de internetaansluiting van verdachte door UPC was afgesloten, de politie verdachte gratis internet heeft aangeboden, zodat dit getapt kon worden. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie bestreden dat de politie verdachte gratis internet heeft verschaft. Zij heeft uitgelegd dat, nadat de internettap was afgesloten, bleek dat er om technische redenen geen gegevens over de tap kwamen en dat de politie de tap toen opnieuw aangesloten heeft. De rechtbank acht deze uitleg plausibel en is dan ook van oordeel dat het verweer van de raadsman feitelijke grondslag mist en om die reden moet worden gepasseerd.

Het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC)

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn stelling dat de rechter-commissaris de machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie in redelijkheid niet had mogen verlenen, nu er gelet op de observaties op 5 en 6 augustus 2010 op het moment dat de machtiging verleend werd meer verdenking bestond dat verdachte zich schuldig maakte aan enig strafbaar feit dan eerder het geval was.

Het te koop aanbieden van de Volkswagen Caddy

Omdat uit informatie die via de internettap verkregen was bleek dat verdachte op zoek was naar een nieuwe auto, is de rechter-commissaris verzocht om een machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie te verlenen. Op 18 oktober 2010 heeft de rechter-commissaris een machtiging verleend voor het geven van een bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie in een vervoermiddel, te weten het door verdachte dan wel door anderen, ten behoeve van verdachte en/of zijn medeverdachte(n), aan te schaffen voertuig.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze omschrijving te weinig specifiek is. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat deze machtiging inderdaad weinig specifiek is, maar ook dat deze op dat moment niet specifieker vorm gegeven had kunnen worden, omdat verdachte op dat moment nog niet in het bezit was van een vervoermiddel en er niet meer informatie over het aan te schaffen vervoermiddel beschikbaar was. Op het moment dat verdachte de beschikking kreeg over een vervoermiddel, had de machtiging echter wel gewijzigd moeten worden. Dat dit pas op 12 november 2010 is gebeurd, was volgens de officier van justitie ingegeven door praktische motieven, namelijk omdat op die datum ook het bevel verlengd moest worden. Dat dit niet eerder is gebeurd, is een vormverzuim dat niet meer kan worden hersteld. De rechtbank is echter van oordeel dat met de constatering hiervan kan worden volstaan. Door de politie is vervolgens een Volkswagen Caddy geprepareerd en via een advertentie te koop aangeboden aan verdachte, nadat uit informatie die via de internettap verkregen was, gebleken was dat verdachte op zoek was naar een dergelijke auto. De raadsman heeft aangevoerd dat door zo te handelen sprake was van pseudo-koop dan wel

-dienstverlening.

De rechtbank volgt de raadsman hierin niet. Van pseudo-koop in de zin van artikel 126i Sv is sprake als een opsporingsambtenaar goederen afneemt van een verdachte. Het ziet op de situatie dat een opsporingsambtenaar voorwendt dat hij goederen wil afnemen met de bedoeling in te grijpen kort voor of na de transactie en het ziet op de zogenaamde voorkoop: de opsporingsambtenaar neemt goederen af met de bedoeling om vast te stellen of de goederen een ongeoorloofd karakter hebben of dat daarmee een strafbaar feit is gepleegd. In het onderhavige geval was geen sprake van het afnemen van goederen van verdachte.

Van pseudodienstverlening in de zin van artikel 126i Sv is sprake als een opsporingsambtenaar diensten verleent aan een verdachte. De rechtbank is van oordeel dat ook hiervan in het onderhavige geval geen sprake is geweest. Het plaatsen van een advertentie kan immers niet worden bestempeld als dienstverlening. Zoals ter terechtzitting door de officier van justitie is toegelicht is slechts een advertentie geplaatst waarop verdachte heeft gereageerd. Deze opsporingshandeling was gezien de omstandigheden op dat moment niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Verdachte was op dat moment immers onderwerp van een opsporingsonderzoek, er waren vermoedens van het voorbereiden van overvallen en er was reeds een machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie verleend. Bovendien is verdachte, doordat hem een auto te koop werd aangeboden, op zichzelf niet aangezet tot het plegen van een strafbaar feit. Voorts is hij niet gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht. Voor deze handelwijze was dan ook geen bevel vereist. De informatie die door deze handelwijze is verkregen, behoeft dan ook niet uitgesloten te worden van het bewijs. Wel is de rechtbank van oordeel dat van deze handelwijze een proces-verbaal opgemaakt had moeten worden dat aan het dossier toegevoegd had moeten worden. Dat dit niet is gebeurd is echter geen onherstelbaar vormverzuim waar één van de in artikel 359a Sv genoemde rechtsgevolgen aan verbonden moet worden.

De stemherkenning

Van 23 oktober 2010 tot en met 23 november 2010 zijn na een bevel tot het Opnemen Vertrouwelijke Communicatie (hierna: OVC) alle geluiden in de Volkswagen Caddy van verdachte opgenomen. De gevoerde gesprekken zijn, al dan niet met behulp van een tolk, door de politie beluisterd, uitgewerkt en, voor zover relevant, in het dossier opgenomen. Bij de uitgewerkte OVC-gesprekken bevindt zich steeds een proces-verbaal waarin gerelateerd wordt dat de genoemde stem herkend is als de stem van verdachte. De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat in deze processen-verbaal niet gerelateerd is op grond waarvan men tot een stemherkenning is gekomen, zodat niet kan worden bewezen dat de OVC-gesprekken door verdachte zijn gevoerd.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Feit 1

Vanaf juni 2010 tot en met zijn aanhouding op 23 november 2010 is verdachte geobserveerd door een observatieteam van de politie. In de periode van 23 oktober 2010 tot en met 23 november 2010 zijn er tevens OVC-gesprekken opgenomen. Gedurende een zekere periode is dus sprake geweest van gelijktijdige observatie en OVC-gesprekken. In die periode zijn regelmatig OVC-gesprekken gehoord, terwijl verdachte op datzelfde moment geobserveerd werd door het observatieteam van de politie, waarbij hij is herkend, zoals blijkt uit de inhoud van het dossier in zaak B. Zo heeft er op 28 oktober 2010 om 12.12.42 uur een gesprek plaatsgevonden, dat door verbalisant [verbalisant 2] beluisterd is,i terwijl door het observatieteam is gezien dat verdachte die dag met [medeverdachte 2] in zijn Caddy naar Delft reed en zich daar tussen 11.43 uur en 13.30 uur met [medeverdachte 2] heeft opgehouden.ii Op 1 november 2010 heeft er tussen 13.13 uur en 14.52 uur een gesprek plaatsgevonden, dat door [verbalisant 3] beluisterd is,iii terwijl door het observatieteam gezien is dat de Caddy van verdachte die dag in Delft geparkeerd stond en dat verdachte en [medeverdachte 2] uit deze Caddy stapten.iv Op 2 november 2010 heeft er tussen 11.32 uur en 14.15 uur een gesprek plaatsgevonden dat door [verbalisant 2] beluisterd is,v terwijl verdachte en [medeverdachte 2] die dag door het observatieteam gezien zijn.vi

Op 16 november 2010 heeft er om 11.13 uur een gesprek plaatsgevonden dat door [verbalisant 3] beluisterd is.vii Ook die dag is de Caddy met daarin verdachte en [medeverdachte 2] door het observatieteam gezien.viii Bij het uitluisteren van al deze gesprekken zijn de stemmen van verdachte en [medeverdachte 2] door de genoemde verbalisanten herkend. Hoewel de rechtbank met de raadsman van oordeel is dat in de processen-verbaal van stemherkenning niet gerelateerd is hoe deze stemherkenning precies tot stand is gekomen, bijvoorbeeld door de intonatie, de snelheid, het accent, de diepte of de manier van spreken, acht de rechtbank de stemherkenning toch voldoende betrouwbaar. Gelet op de gelijktijdigheid van de observaties en de gevoerde gesprekken, staat naar het oordeel van de rechtbank namelijk voldoende vast dat de stemmen die tijdens die OVC-gesprekken te horen zijn geweest van verdachte en [medeverdachte 2] waren. Om die reden ziet de rechtbank geen aanleiding voor het uitsluiten van deze stemherkenningen voor het bewijs.

Feit 3

Ook ten aanzien van dit feit heeft de raadsman aangevoerd dat bij het OVC-gesprek niet vermeld is op welke wijze de stem van verdachte zou zijn herkend, zodat niet vast staat dat het verdachte is geweest die dit gesprek gevoerd heeft.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het proces-verbaal van bevindingen OVC en auto-inbraken blijkt dat verbalisant [verbalisant 4] op 26 januari 2011 het OVC-gesprek, dat op 9 november 2010 van 12.19.48 tot 12.27.35 uur is gevoerd, beluisterd heeft en door middel van stemherkenning gehoord heeft dat verdachte één van de gespreksdeelnemers was. Hoewel ook in dit proces-verbaal niet is beschreven op welke wijze deze stemherkenning heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank deze toch betrouwbaar. Uit het dossier is immers gebleken dat verbalisant [verbalisant 4] op 26 januari 2011, dus diezelfde dag, tevens aanwezig is geweest bij het zesde verhoor van verdachte, zodat mag worden aangenomen dat hij is staat is geweest de stem van verdachte te herkennen. Bovendien blijkt uit het dossier in zaak B dat verdachte op 9 november 2010 onder observatie heeft gestaan en dat hij zich op het moment dat het OVC-gesprek plaats vond met [medeverdachte 2] in de Caddy bevond.

Zaak C

Nu verdachte zal worden vrijgesproken van het in deze zaak tenlastegelegde, zal het verweer van de raadsman met betrekking tot de stemherkenning in deze zaak niet besproken worden.

Voorwaardelijk verzoek

Nu de rechtbank de stemherkenningen, gelet op het voorgaande, voldoende betrouwbaar acht, is er geen reden om, zoals door de raadsman voorwaardelijke verzocht, de verbalisanten die de stemmen hebben herkend als getuigen te doen horen. Dit verzoek wordt dan ook afgewezen.

De feiten

De feiten en omstandigheden waar de rechtbank in het navolgende vanuit gaat, zijn vervat in de bewijsmiddelen, waarnaar, in het geval van een bewezenverklaring, in de voetnoten wordt verwezen.ix

Zaak A

Feit 1

Op 1 juni 2010 is de Aldi op de Vijfheerenlanden te Vianen overvallen. Omstreeks 16.35 uur ging een medewerker van een geldtransportbedrijf met twee sealbags de Aldi binnen en liep met de filiaalmanager naar het kantoor. Kort hierop kwamen twee mannen de Aldi binnen. De eerste man (dader 1) droeg een bivakmuts/capuchon en had een voorhamer bij zich. De tweede man (dader 2) droeg een zwarte shawl voor zijn gezicht en had een pistool bij zich. De mannen riepen "dit is een overval" en zeiden dat iedereen op de grond moest gaan liggen.x Dader 1 sloeg met zijn voorhamer tegen het (spiegel)raam van het kantoor, waardoor deze kapot ging. Hierna ging hij het kantoor binnen. De medewerker [slachtoffer 1] van het geldtransportbedrijf G4S, die inmiddels het kantoor uit was gerend, werd op zijn hoofd geslagen en werd op de grond getrokken. Dader 2 drukte vervolgens een vuurwapen op het hoofd van [slachtoffer 1] en zei hem dat hij mee moest komen, waarop [slachtoffer 1] met hem mee terug is gelopen naar het kantoor. Daar drukte dader 2 nogmaals het vuurwapen tegen het hoofd van [slachtoffer 1]. Dader 1, die zich ook in het kantoor bevond, zei een aantal keer tegen [slachtoffer 1] dat hij de kluis moest openen en schreeuwde hierbi[slachtoffer 1] kon de kluis echter niet openen, omdat hij de sleutel hiervan niet bij zich had. Hierop pakten de daders de twee sealbags die in het kantoor op tafel lagen en verlieten hiermee de Aldi.xi In deze sealbags zat muntgeld met een totale waarde van 1350,- euro.xii Nadat zij de Aldi verlaten hadden, reden de daders weg op een scooter die tegen de muur van de Aldi geparkeerd stond. Deze scooter gooiden zij verderop in de bosjes om vervolgens over te stappen in een Opel Corsa.xiii

De politie constateerde dat aan het uiteinde van het rechter handvat van de door hen in de bosjes aangetroffen scooter een kunststof dop zat met daarop de afbeelding van een schedel.xiv Getuige [getuige 2] heeft op de ochtend van de overval in de buurt van de Aldi een zwarte scooter zien staan, waarvan aan het uiteinde van het rechterhandvat een zilverkleurige doodskop zat. Zij zag dat er bij deze scooter een jongen stond die de scooter op slot deed of hier net mee klaar was.xv Deze jongen heeft zij later herkend als de medeverdachte [medeverdachte 1].xvi De rechtbank gaat er, gelet op het feit dat zich op het handvat van beide scooters een doodskop zat, hetgeen een zeer specifiek kenmerk is, van uit dat de door [getuige 2] waargenomen scooter dezelfde scooter is als die waarop de overvallers gevlucht zijn.

Na de overval werd in de Aldi bij de vernielde (spiegel)ruit een voorhamer aangetroffen. Tevens lag er in de Aldi een tas op de grond die daar door één van de overvallers was achtergelaten.xvii De aangetroffen voorhamer bleek een voorhamer te zijn die alleen verkocht wordt door de winkelketen Gamma. Na onderzoek bij diverse filialen van de Gamma bleek dat op 18 mei 2010 bij de Gamma te Diemen een dergelijke voorhamer was verkocht aan een persoon die op de beveiligingsbeelden wordt herkend als medeverdachte [medeverdachte 1].xviii

Van de in de Aldi aangetroffen tas is van de schouderband een bemonstering veiliggesteld. Uit het DNA in deze bemonstering is een (onvolledig) DNA-mengprofiel verkregen dat DNA-kenmerken bevat van minimaal twee personen en dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.xix

Op 31 mei 2010, de dag voor de overval, stond op zichtafstand van de Aldi aan de Vijfheerenlanden te Vianen een Opel Corsa voorzien van het kenteken [KENTEKEN 9] met draaiende motor stil. Deze Opel Corsa stond op dat moment op naam van verdachte en de bestuurder hiervan was medeverdachte [medeverdachte 1]. Naast hem zat een persoon die verklaarde [voornaam verdachte] uit [plaats 1] te zijn.xx Gelet op de feiten dat de genoemde auto op naam stond van verdachte, dat verdachte [voornaam verdachte] heet en dat hij uit [plaats 1] komt, gaat de rechtbank ervan uit dat de [voornaam verdachte] die zich in de auto bevond verdachte was.

Op 28 oktober 2010 heeft verdachte in een OVC-gesprek het volgende verteld aan [medeverdachte 2], met wie hij op dat moment bezig was met het voorbereiden van een overval in Delft: "Je moet eens weten, die van Vianen. Ik ren achter hem aan, een leipe actie wat ik met die man doe. Ik pak hem, breng hem weer terug naar het kantoor. Die gozer, toen ik hem alleen vastpakte, zoveel kracht zat in die handen van me. Toen ik hem pakte zei hij gelijk tegen mij "sorry, alsjeblieft, sorry, sorry".xxi Ook in andere OVC-gesprekken heeft verdachte regelmatig de plaatsnaam Vianen genoemd.xxii De rechtbank is van oordeel dat wat verdachte in het genoemde OVC-gesprek verteld heeft zeer specifiek is en in grote lijnen overeenkomt met wat de geldwaardetransporteur [slachtoffer 1] verklaard heeft. Uit zijn aangifte blijkt namelijk dat hij, toen hij in de richting van de kluisruimte werd geduwd en er een vuurwapen op zijn hoofd werd gericht, tegen de overvallers iets gezegd heeft in de trant van "sorry, ik zal meewerken".xxiii Gelet hierop en op al hetgeen hierboven is genoemd, acht de rechtbank bewezen dat verdachte één van de overvallers is die de tenlastegelegde overval gepleegd heeft. De rechtbank zal deze overval kwalificeren als een voortgezette handeling van een poging tot afpersing en een voltooide diefstal met geweld, nu de overvallers het duidelijk voorzien hadden op de inhoud van de kluis, maar er uiteindelijk met de twee sealbags vandoor zijn gegaan, omdat de kluis niet kon worden geopend, doordat de geldloper de sleutel hiervan niet bij zich had.

De raadsman heeft namens verdachte nog aangevoerd dat verdachte op het tijdstip van de overval niet in Vianen geweest kan zijn, omdat hij op dat moment op zijn werk was.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet vast is komen te staan dat verdachte ten tijde van de overval gewerkt heeft. Verdachte was werkzaam voor een lokale distributeur van kranten en werd door de Persgroep uitbetaald op basis van registratielijsten van de distributeur. Dat op de registratielijst staat ingevuld dat er op de dag van de overval gewerkt is, betekent niet dat verdachte op die dag gewerkt heeft. Het is immers mogelijk dat verdachte zich die dag heeft laten vervangen. Uit het dossier blijkt dat dit wel eens voorkwam.

Feit 2

Door het observatieteam is gezien dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 5 augustus 2010 een scooter achter in een bestelauto zetten, waarmee verdachte en [medeverdachte 1] vervolgens naar Soest reden. Daar stapten ze achter het postkantoor uit en liepen in de omgeving rond, waarna ze weer instapten en wegreden naar een andere locatie in Soest, om daar de scooter uit de bestelauto te laden. [medeverdachte 1] liep vervolgens met de scooter weg en verdachte reed, als bestuurder van de bestelauto, met hem mee. Op de Korte Brinkweg, in de buurt van een Lidl supermarkt, stapte [medeverdachte 1] weer als passagier in de bestelauto. De scooter die daar werd achtergelaten, bleek gestolen te zijn.

Op 6 augustus 2010 was [medeverdachte 1] weer aanwezig bij de genoemde scooter. Hij nam daarop plaats en reed ermee weg. [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en verdachte hielden zich vervolgens op rond het postkantoor te Soest, waarna de scooter weer werd teruggezet waar deze eerder geparkeerd stond.

De rechtbank is op grond van deze omstandigheden van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte en de medeverdachten de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen voorhanden hebben gehad ter voorbereiding van het plegen van een overval. Hoewel de gang van zaken gelijkenissen vertoont met de bij feit 1 van zaak A en feit 1 van zaak B genoemde modus operandi, te weten het plaatsen van een brommer in de buurt van een te overvallen locatie, is uit het dossier onvoldoende gebleken dat het misdadige doel dat verdachte en de medeverdachten in het onderhavige geval voor ogen hadden het plegen van een overval was. Onvoldoende concreet is immers geworden wat het te overvallen object moet zijn geweest. Gelet daarop zal verdachte worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

Feit 3

Beroving Scheldestraat

Op 5 augustus 2008 parkeerde [slachtoffer 2] haar personenauto van het merk Mini Cooper op de openbare weg, de Scheldestraat, te Amsterdam. Op de passagiersstoel van die auto lag haar handtas. Toen zij nog in de auto zat, hoorde zij een klap en zag dat er vanaf de rechterzijde glas op haar afkwam. Zij zag vervolgens een jongen met een donker vest met capuchon haar handtas wegpakken en achter op een scooter springen die naast haar auto gereed stond.xxiv Op 9 november 2010 vertelt verdachte tijdens een OVC-gesprek over een situatie waarin ene [bijnaam] achterop zat, dat ze helemaal naar Rai zijn gegaan, dat ze daar zijn gaan zoeken, dat ze een geparkeerde Mini Cooper hebben gevonden, dat hij haar gelijk pakte en dat ze binnen in de box ontdekten dat die Mini Cooper niks had.xxv De rechtbank constateert dat er specifieke overeenkomsten zijn tussen de aangifte en de inhoud van het genoemde OVC-gesprek. Zo komt het merk auto, te weten een Mini Cooper, overeen. Voorts stond de auto geparkeerd op de Scheldestraat. Deze straat is vlakbij de Rai. Ten slotte blijkt uit het OVC-gesprek dat er geen buit is gemaakt, terwijl uit de aangifte niet gebleken is dat er geld in de gestolen handtas zat. Tevens wordt in dit OVC-gesprek gesproken over een daaropvolgende beroving uit een Polo. Van een beroving uit een Volkswagen Polo op dezelfde dag is aangifte gedaan en deze beroving is eveneens aan verdachte tenlastegelegd. Gelet op deze overeenkomsten acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bovengenoemde diefstal.

Beroving Gijsbrecht van Aemstelstraat

Op 5 augustus 2008 parkeerde [slachtoffer 3] haar personenauto van het merk Volkswagen Polo op de openbare weg, de Gijsbrecht van Aemstelstraat, te Amsterdam. Terwijl zij aan het parkeren was werd er aan de rechterzijde van de auto het portierraam ingeslagen. Een buurman zag vervolgens twee jongens op een brommer wegrijden richting de Weesperzijde. Uit de auto werd een handtas weggenomen met daarin onder andere een Fendi zonnebril, een Dolce & Gabana zonnebril en een telefoon.xxvi Tevens werden 500 euro en 103 USA dollars weggenomen.xxvii In het hierboven genoemde OVC-gesprek vertelt verdachte dat ze bij de Weesperzijde reden, dat ze zagen dat er in een zijstraatje een Polo kwam inparkeren en dat ze in de box zagen dat er 5 barki en brillen waren buitgemaakt. Volgens de politie wordt met een barki honderd euro bedoeld.xxviii

Ook hier constateert de rechtbank specifieke overeenkomsten tussen de aangifte en het OVC-gesprek. Zo is de Gijsbrecht van Aemstelstraat een zijstraat van de Weesperzijde, komt het type auto, namelijk een Polo, overeen en bevonden zich in de gestolen tas zonnebrillen en 500,- euro. Ook hier heeft de rechtbank acht geslagen op de combinatie met een beroving uit een Mini Cooper op dezelfde dag en het noemen van de twee incidenten in het bedoelde OVC-gesprek. Gelet op deze overeenkomsten acht de rechtbank ook deze diefstal bewezen.

Beroving Derde Oosterparkstraat

Op 5 november 2008 omstreeks 7.45 uur parkeerde [slachtoffer 4], wonend in [plaats 2] en werkzaam bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (hierna: OLVG), haar personenauto van het merk Fiat, type Stilo in de Derde Oosterparkstraat te Amsterdam, ter hoogte van het Iepenplein. Zij wilde uitstappen en had het hengsel van haar tas in haar hand. Plotseling werd het portier aan de passagierszijde geopend en werd er door een persoon met een helm op aan haar tas getrokken. Zij verloor hierdoor de grip op haar tas, waardoor deze werd gestolen. Deze persoon is vervolgens op een brommer weggereden in de richting van het Iepenplein. In haar tas zaten onder andere een portemonnee, een telefoon, 95 euro, een bril en sleutels en een werkpas van het OLVG.xxix In het hierboven genoemde OVC-gesprek vertelt verdachte dat ze in de ochtend in de omgeving Iepen waren en dat sprake was van een OLVG-medewerker. Vervolgens zegt verdachte iets over een brommer en ten slotte vertelt verdachte dat hij, toen hij in de box kwam, alleen maar OLVG zag en dat ze helemaal uit [plaats 2] kwam.xxx Ook ten aanzien van deze diefstal constateert de rechtbank specifieke overeenkomsten tussen de aangifte en het OVC-gesprek. Zo had de aangeefster haar auto in de omgeving van het Iepenplein geparkeerd, heeft de diefstal 's ochtends plaatsgevonden, werkte het slachtoffer werkte bij het OLVG, zaten er in de gestolen tas spullen van het OLVG en woonde het slachtoffer in [plaats 2]. Gelet op deze overeenkomsten acht de rechtbank ook deze diefstal bewezen.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat bovengenoemde diefstallen gekwalificeerd kunnen worden als diefstallen met braak en inklimming. De berovingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] kunnen tevens worden gekwalificeerd als diefstallen door twee of meer verenigde personen. De beroving van [slachtoffer 4] kan tevens worden gekwalificeerd als een diefstal met geweld, omdat er aan haar tas werd getrokken terwijl zij deze vasthad. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van alle diefstallen tevens sprake is van bedreiging met geweld, omdat het met een scooter naast iemand stilstaan, het dragen van een helm of een capuchon, het met een voorwerp inslaan van een ruit en/of het snel openen van een autoportier onder de genoemde omstandigheden als bedreigend kan worden aangemerkt.

Feit 4

Gilera Typhoon

Na de overval op de Aldi in Vianen op 1 juni 2010 is in de bosjes een bromfiets aangetroffen. Deze bromfiets was van het merk Piaggio, type Typhoon. Er bevond zich geen kentekenplaat op de bromfiets en ook het cilinder-contactslot ontbrak. Onder de buddyseat zat een sticker met daarop het framenummer [CHASSISNR 2]. Aan het uiteinde van het rechter handvat zat een dop met daarop de afbeelding van een schedel.xxxi Deze bromfiets bleek op 17 mei 2010 gestolen te zijn.xxxii Zoals bij feit 1 is overwogen, acht de rechtbank bewezen dat dit de bromfiets is geweest waarop de overvallers na de overval op de Aldi gevlucht zijn. Nu bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van deze overval, acht de rechtbank eveneens bewezen dat verdachte en zijn mededader de genoemde bromfiets voorhanden hebben gehad en dat zij wisten dat deze bromfiets van diefstal afkomstig was. De rechtbank wijst er in dat verband op dat de kentekenplaat en het cilinder-contactslot ontbraken en dat het een feit van algemene bekendheid is dat voor dergelijke overvallen gestolen vervoersmiddelen worden gebruikt.

Vespa Piaggo

Door het observatieteam is gezien dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 5 augustus 2010 een bromfiets, kleur blauw/groen, achter in een bestelauto van het merk Citroën type Berlingo plaatsten. Verdachte en [medeverdachte 1] reden vervolgens in deze bestelauto naar Soest en haalden daar de bromfiets uit de bestelauto.xxxiii Deze bromfiets was van het merk Vespa en was niet voorzien van een kentekenplaat. Verder ontbrak het contactslot.xxxiv Deze bromfiets bleek de tussen 18 juli 2010 en 11 augustus 2010 gestolen bromfiets van het merk Piaggio, type Vespa, te zijn.xxxv De rechtbank acht bewezen dat verdachte deze samen met de medeverdachten voorhanden heeft gehad. Gelet op het feit dat de kentekenplaat en het contactslot ontbrak, acht de rechtbank voorts bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte wisten dat de bromfiets van diefstal afkomstig was.

Feit 5

Op 28 november 2006 heeft verdachte een aanvraag studiefinanciering beroepsonderwijs van de Informatie Beheer Groep (de huidige Dienst Uitvoering Onderwijs) ingediend. Op het aanvraagformulier heeft verdachte aangegeven dat zijn woonadres [B-straat nr] te [plaats 1] was en dat hij bij zijn ouders woonde.xxxvi Op 5 februari 2008 heeft verdachte de Informatie Beheer Groep door middel van een mutatieformulier gemeld dat hij per 1 februari 2008 uitwonend was en dat zijn nieuwe adres [A-straat nr] te [plaats 1] was.xxxvii Aan de hand hiervan is aan verdachte in de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 december 2010 een uitkering voor uitwonende studenten verstrekt. Deze uitkering is hoger dan een thuiswonende uitkering.xxxviii Uit de verklaringen van zijn familieleden blijkt dat verdachte inderdaad begin 2008 op zichzelf is gaan wonen, maar dat hij vanaf augustus 2010 weer bij zijn ouders is gaan wonen.xxxix Verdachte heeft op 23 november 2010 bij de politie zelf ook verklaard dat hij bij zijn ouders woonachtig was.xl Niet gebleken is dat hij aan de Dienst Uitvoering Onderwijs kenbaar heeft gemaakt dat hij weer bij zijn ouders woonde. Gelet daarop kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten aan de Informatie Beheer Groep en de Dienst Uitvoering Onderwijs mee te delen dat hij bij zijn ouders woonde en een thuiswonende student was, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dit van invloed zou zijn op de hoogte van zijn studiebeurs. Omdat uit de verklaringen van zijn familieleden gebleken is dat verdachte daadwerkelijk bij zijn oom is gaan wonen, is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte het mutatieformulier, waarop hij heeft aangegeven dat hij uitwonend was, valselijk heeft opgemaakt. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van de tenlastegelegde valsheid in geschrift.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de verklaringen van verdachte dat hij bij zijn ouders woonachtig was, niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden, omdat uit het dossier niet volgt dat verdachte bij die verhoren een raadsman heeft kunnen consulteren. De rechtbank overweegt met betrekking tot dit verweer dat de rechtbank voor het bewijs slechts gebruikt heeft gemaakt van de verklaring van verdachte afgelegd tijdens zijn verhoor op 23 november 2010 en dat uit het proces-verbaal van dat verhoor blijkt dat verdachte toen wel rechtsbijstand heeft gehad van een raadsman.

Zaak B

Feit 1

Op 27 oktober 2010 hadden verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] een gesprek in de Volkswagen Caddy van verdachte met kenteken [kenteken 5] (hierna: Caddy), waarin [medeverdachte 2] vertelde dat er de dag daarop om 1 uur in de middag ook een zou komen in Delft.xli Op 28 oktober 2010 reden verdachte en [medeverdachte 2] in de Caddy naar Delft en hielden zich daar tussen 11.43 uur en 13.30 uur op in de directe omgeving van de Lidl aan de Multatuliweg 53-59 te Delft.xlii In de Caddy hadden verdachte en [medeverdachte 2] een gesprek waarin zij spraken over de vraag of zij een pistool of een moker zouden gebruiken en waar ze de brommer zouden kunnen achterlaten en waarin [medeverdachte 2] vertelde dat hij hem al drie keer rond 1 uur heeft gezien.xliii Op 1 november 2010 stond de Caddy wederom in Delft. Hij stond zodanig geparkeerd dat de twee inzittenden direct zich hadden op de genoemde Lidl. Gezien werd dat verdachte en [medeverdachte 2] uit deze Caddy stapten.xliv Ook op 2 november 2010 waren verdachte en [medeverdachte 2] in de Caddy in Delft en hadden zij zicht op de Lidl op het moment dat de geldtransportauto de Lidl bezocht.xlv

[medeverdachte 2] heeft op de terechtzitting van 11 mei 2011 verklaard dat hij een vier à vijf keer naar de Lidl in Delft is gegaan is om te kijken wanneer de geldauto daar zou komen en om daar te observeren. Hij was namelijk van plan om die Lidl te overvallen op het moment dat de geldloper daar zou zijn. In de supermarkt hebben ze namelijk een kluis en die gaat open als de geldloper komt.xlvi Op 8 november 2010 heeft de Caddy blijkens bakengegevens stilgestaan op het Arthur van Schendelplein te Delft.xlvii Die dag is op datzelfde plein een scooter van het merk Puch type Zip, kleur grijs aangetroffen. Deze scooter was niet voorzien van een kentekenplaat. De locatie waar de scooter is aangetroffen is enkele tientallen meters verwijderd van de Lidl.xlviii Uit onderzoek bleek dat het chassisnummer van deze scooter [CHASSISNR 1] was en dat de scooter gestolen was.xlix Op 9 november 2010 is door het observatieteam gezien dat verdachte en [medeverdachte 2] in de Caddy vanuit Amsterdam naar Delft reden en wederom parkeerden met zicht op de Lidl. Om 13.09 uur kwam daar een waardetransportauto van G4S en ging de geldloper de Lidl binnen. Om 13.16 uur verliet de geldloper de Lidl weer en reed de waardetransportauto weg. Om 13.17 reed ook de Caddy weg.l [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij toen geteld heeft hoe lang de geldloper over de procedure zou doen, zodat hij zijn plan daarop kon afstemmen.li Ook op 16 november 2010 is door het observatieteam gezien dat de Caddy met daarin verdachte en [medeverdachte 2] geparkeerd stond te Delft met vrij zicht op de Lid op het moment dat er een geldtransportwagen bij de Lidl stopte.lii Op 23 november 2010 zou de overval plaats hebben moeten vinden.liii Op die dag is door het observatieteam gezien dat de Caddy zich ophield in de omgeving van de Lidl. Verdachte en [medeverdachte 2] stapten uit de Caddy en pakten uit de achterruimte een voorhamer. Deze voorhamer werd vervolgens door [medeverdachte 2] in de bosjes bij de speeltuin aan de achterzijde van de Lidl gelegd. Verdachte was gekleed in een grijze jas en [medeverdachte 2] in een blauwe jas met capuchon. Vervolgens stapten zij weer in de Caddy, parkeerden deze iets verderop en stapten weer uit. Verdachte droeg op dat moment een zwarte jas. Vervolgens liepen zij naar het Arthur van Schendelplein, waar verdachte zwarte handschoenen aantrok en naar een blauwe scooter zonder kentekenplaat liep. Verdachte haalde het zeil dat over de scooter zat weg en haalde de scooter van het slot. Samen met [medeverdachte 2] reed hij op deze scooter naar de achterzijde van de Lidl.liv Op de scooter die daar onder een zeil werd aangetroffen zat geen kentekenplaat. Het chassisnummer van de scooter was weggeslepen.lv De scooter was van het merk Aprilia, type Racing SR, was blauw van kleur en stond als gestolen gesignaleerd.lvi Verdachte en [medeverdachte 2] liepen naar het speeltuintje aan de achterzijde van de Lidl en keken van daaruit regelmatig naar de Lidl. [medeverdachte 2] legde daar een Eastpacktasje in de bosjes. Op een gegeven moment kwam er een herkenbaar politievoertuig naar de achterzijde van de Lidl, waarop verdachte en [medeverdachte 2] abrupt reageerden. [medeverdachte 2] pakte het tasje weer uit de bosjes, waarop verdachte en [medeverdachte 2] wegliepen, in de Caddy stapten en wegreden. Ongeveer een half uur later werden zij in Hoofddorp door het arrestatieteam aangehouden.lvii Bij verdachte werd een sleutel aangetroffen. Deze sleutel paste op het slot dat zat om het voorwiel van de scooter van het merk Puch, type Zip, die op 8 november 2010 op het Arthur van Schendelplein te Delft was aangetroffen.lviii In de Caddy bevonden zich een slotentrekker, een blauwe jas met capuchon met in de jaszakken een paar donkerbruine handschoenen, een paar zwarte handschoenen, een baseballpet van het merk Nike en een rood schoudertasje van het merk Eastpack met daarin een vuurwapen, voorzien van een patroonhouder met drie patronen.lix Het vuurwapen was een wapen van categorie III en de drie volmantel patronen waren munitie van categorie III in de zin van de Wet wapens en munitie.lx Dit vuurwapen bevond zich ook in de Eastpacktas op het moment dat [medeverdachte 2] deze in de bosjes bij de speeltuin achter de Lidl legde. Hij had het vuurwapen daar voor de zekerheid neergelegd, bijvoorbeeld voor als de geldloper geen geld zou willen afgeven. Het was de bedoeling om de geldloper onder bedreiging zo ver te krijgen dat hij het geld zou afgeven. Die bedreiging zou voornamelijk met een moker plaatsvinden. Een reden dat het plan niet was uitgevoerd, was dat er een politieauto kwam aanrijden.lxi

Feit 2

Op 23 november 2010 werden verdachte en [medeverdachte 2] te Hoofddorp aangehouden.lxii In de Caddy waarin zij zich op dat moment bevonden, lag een rood schoudertasje van het merk Eastpack met daarin een vuurwapen van het merk Heckler & Koch, type USP Compact, voorzien van een patroonhouder met drie patronen van het merk Luger, type GFL 9 mm.lxiii Het vuurwapen is een wapen van categorie III in de zin van de Wet wapens en munitie. De drie volmantel patronen zijn munitie van categorie III in de zin van de Wet wapens en munitie.lxiv Dit vuurwapen bevond zich ook in de Eastpacktas op het moment dat [medeverdachte 2] deze in de bosjes legde bij de speeltuin achter de Lidl in Delft.lxv Observanten hebben waargenomen dat [medeverdachte 2] daar op dat moment samen met verdachte was.lxvi

Feit 3

Piaggio Vesta

Op 7 november 2010 werd [medeverdachte 2] aangehouden, toen hij reed op een Piaggio Vesta, voorzien van het kenteken [kenteken 6]. Deze bromfiets bleek diezelfde dag op de Pekelharingstraat te Amsterdam te zijn gestolen van [slachtoffer 5]. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte deze bromfiets heeft gestolen. Evenmin acht de rechtbank bewezen dat verdachte deze bromfiets voorhanden heeft gehad. Het feit dat [medeverdachte 2], met wie hij de onder 1 tenlastegelegde overval op de Lidl in Delft heeft voorbereid, op deze bromfiets heeft gereden en het feit dat de Caddy van verdachte vijf minuten voorafgaand aan het moment dat [medeverdachte 2] op de bromfiets reed, uitpeilde in de omgeving van de plek waar de bromfiets stond geparkeerd, is hiervoor niet voldoende. Verdachte zal dan ook van dat gedeelte van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Puch/Piaggo, type Zip

Op 8 november 2010 is tussen 16.45 uur en 19.45 uur een scooter van het merk Piaggio Zip, zilver van kleur, met kenteken [kenteken 7] en chassisnummer [chassisnr 1] van [slachtoffer 6] gestolen voor zijn woning aan de [C-straat] te Amsterdam. Hij had de scooter op het stuurslot en het remschijfslot gezet.lxvii De Caddy van verdachte is tussen deze tijdstippen een aantal keren in de [C-straat] geweest en heeft daar lange tijd rondgereden.lxviii

Op 8 november 2010 is op het Arthur van Schendelplein te Delft een scooter van het merk Puch, type Zip, kleur grijs, aangetroffen.lxix Uit onderzoek bleek dat het chassisnummer van deze scooter [CHASSISNR 1] was.lxx Blijkens bakengegevens heeft de Caddy van verdachte op 8 november 2010 om 21.13 uur stilgestaan op het Arthur van Schendelplein te Delft.lxxi Bij zijn aanhouding had verdachte een sleutel bij zich, die paste op het slot dat zat om het voorwiel van de op 8 november 2010 op het Arthur van aangetroffen scooter.lxxii

De rechtbank acht bewezen dat verdachte de genoemde scooter heeft gestolen, gelet op het feit dat de Caddy van verdachte zich rond het tijdstip van de diefstal in de omgeving van de plaats van de diefstal heeft bevonden en de korte tijdspanne tussen dat moment en het moment dat de Caddy heeft stilgestaan op de plek waar de gestolen scooter is aangetroffen.

Aprilla, type Racing

Op 22 november 2010 omstreeks 21.01 uur is de Caddy van verdachte in Delft. Op de Herman Gorterhof staat de Caddy 22 minuten stil.lxxiii Op 23 november 2010 is door het observatieteam gezien dat verdachte naar een blauwe scooter zonder kentekenplaat liep. Verdachte haalde het zeil dat over de scooter zat weg en haalde de scooter van het slot. Samen met [medeverdachte 2] reed hij op deze scooter naar de achterzijde van de Lidl.lxxiv

Op de scooter die daar onder een zeil werd aangetroffen zat geen kentekenplaat. Het chassisnummer van de scooter was weggeslepen.lxxv De scooter was van het merk Aprilia, type Racing SR, was blauw van kleur en stond als gestolen gesignaleerd.lxxvi De scooter behoorde toe aan [slachtoffer 7], stond in de Pretoriusstraat te Amsterdam aan een lantaarnpaal vast met een kettingslot en is tussen 20 november 2010 omstreeks 17.45 uur en 21 november 2010 omstreeks 14.15 uur gestolen.lxxvii Op 21 november 2010 heeft de Caddy van verdachte zich tussen 2.12 uur en 2.22 uur meermalen in de Pretoriusstraat opgehouden.lxxviii Rond dat tijdstip heeft er ook een OVC-gesprek plaatsgevonden tussen verdachte en [medeverdachte 2], waarin door hen gesproken werd over een brommer, waarna een aantal doffe klappen, het openen van een portier en het starten van een motor te horen was. Ook werd er gesproken over "om de hoek tillen" en over een "kenteken".lxxix Gelet hierop acht de rechtbank ook ten aanzien van deze scooter bewezen dat verdachte deze samen met [medeverdachte 2] gestolen heeft.

Feit 4

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het tenlastegelegde, nu de moeder van verdachte verklaard heeft dat het aangetroffen geld van de broer van verdachte is.

Zaak C

Op 5 augustus 2010 is [slachtoffer 8] op de Rooseveltlaan te Amsterdam met geweld van haar tas beroofd door twee jongens op een scooter. Op 13 november 2010 heeft er in de Volkswagen Caddy van verdachte een OVC-gesprek plaatsgevonden tussen verdachte en [medeverdachte 2], waaruit kan worden opgemaakt dat verdachte een keer met ene [bijnaam medeverdachte 4] een straatroof heeft gepleegd. De officier van justitie heeft gewezen op de overeenkomsten tussen de inhoud van dit OVC-gesprek en de op [slachtoffer 8] gepleegde straatroof. De rechtbank is echter van oordeel dat er tussen de inhoud van het OVC-gesprek en de op [slachtoffer 8] gepleegde straatroof niet alleen overeenkomsten bestaan, maar ook enkele verschillen. Zo blijkt uit het OVC-gesprek dat het slachtoffer de hele dag gevolgd is, terwijl niet gebleken dat [slachtoffer 8] de hele dag gevolgd is, dat het slachtoffer in een cabrio reed, terwijl [slachtoffer 8] niet in een cabrio reed, maar in een Mercedes Benz coupé en dat de opbrengst driehonderd euro was, terwijl er bij de beroving van [slachtoffer 8] een geldbedrag van 718,- euro gestolen is. Dat er in het gesprek gezegd wordt dat het slachtoffer 'bij rivier' parkeert, wil voorts niet zeggen dat hiermee de Rivierenbuurt bedoeld wordt. Gelet op het voorgaande bestaat er naar het oordeel van de rechtbank voldoende twijfel over de vraag of verdachte in het OVC-gesprek gesproken heeft over de tenlastegelegde straatroof. Bovendien zijn er aanwijzingen dat de straatroof waarover verdachte in het OVC-gesprek vertelt niet de tenlastegelegde straatroof is. In het OVC-gesprek vertelt verdachte dat hij de straatroof met ene [bijnaam medeverdachte 4] heeft gepleegd. Uit onderzoek van de politie blijkt dat de genoemde [bijnaam medeverdachte 4] [medeverdachte 4] moet zijn geweest. Voorts wordt in het OVC-gesprek niet alleen gesproken over [bijnaam medeverdachte 4], maar wordt ook gesproken over "[bijnaam medeverdachte 4] [achternaam medeverdachte 4]". Op grond daarvan staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat het [medeverdachte 4] is geweest met wie verdachte de in het OVC-gesprek genoemde straatroof heeft gepleegd. Omdat uit stempels in zijn paspoort blijkt dat [medeverdachte 4] op 5 augustus 2010 in Marokko was, kan de straatroof waarover verdachte in het OVC-gesprek vertelt dus niet de tenlastegelegde, op 5 augustus 2010 gepleegde, straatroof zijn geweest. Op grond daarvan zal verdachte dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

5. Vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen wat in zaak A onder 2, wat in zaak B onder 4 en wat in zaak C is tenlastegelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Zaak A

1 primair.

op 01 juni 2010 te Vianen ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, de medewerker van het geldtransportbedrijf G4S en/of de medewerker van de Aldi te Vianen, te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan de Aldi, filiaal Vijfheerenlanden 545 te Vianen, en/of het geldtransportbedrijf G4S, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte, en/of zijn mededader met voornoemd oogmerk:

- hun gelaat grotendeels hadden bedekt met een bivakmuts en/of shawl en/of capuchon, en

- voornoemde Aldi zijn binnengegaan, en

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op klanten en medewerkers van voornoemde Aldi en het geldtransportbedrijf G4S heeft gericht, en

- hebben geschreeuwd: "Dit is een overval" en "Liggen allemaal!", en

- de (spiegel)ruit van het kantoor van voornoemde Aldi met een voorhamer met kracht heeft ingeslagen, en

- de medewerker van het geldtransportbedrijf G4S, [slachtoffer 1], op het hoofd heeft geslagen met een vuurwapen of een ander voorwerp, en

- die [slachtoffer 1] naar de grond heeft getrokken, en

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht en gericht gehouden en gedrukt op het hoofd van die [slachtoffer 1], en

- die [slachtoffer 1] het kantoor van voornoemde Aldi in heeft gestuurd, en

- vervolgens in het kantoor een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt en gericht en gericht gehouden en heeft gezegd en/of geschreeuwd "maak de kluis open";

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

op 01 juni 2010 te Vianen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee sealbags met muntgeld met in totaal 1.350 euro, toebehorende aan de Aldi, filiaal Vijfheerenlanden 545 te Vianen en/of het geldtransportbedrijf G4S, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte, en/of zijn mededader met voornoemd oogmerk:

- hun gelaat grotendeels hadden bedekt met een bivakmuts en/of shawl en/of capuchon, en

- voornoemde Aldi zijn binnengegaan, en

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op klanten en medewerkers van voornoemde Aldi en het geldtransportbedrijf G4S heeft gericht, en

- hebben geschreeuwd: "Dit is een overval" en "Liggen allemaal!", en

- de (spiegel)ruit van het kantoor van voornoemde Aldi met een voorhamer met kracht heeft ingeslagen, en

- de medewerker van het geldtransportbedrijf G4S, [slachtoffer 1], op het hoofd heeft geslagen met een vuurwapen of een ander voorwerp, en

- die [slachtoffer 1] naar de grond heeft getrokken, en

- een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht en gericht gehouden en gedrukt op het hoofd van die [slachtoffer 1], en

- die [slachtoffer 1] het kantoor van voornoemde Aldi in heeft gestuurd, en

- vervolgens in het kantoor een vuurwapen, althans een sterk op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt en gericht en gericht gehouden en heeft gezegd en/of geschreeuwd "maak de kluis open";

3.

in de periode van 5 augustus 2008 tot en met 5 november 2008 te Amsterdam op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- op 05 augustus 2008, op de openbare weg te weten de Scheldestraat, uit een personenauto van het merk Mini Cooper een handtas (met inhoud), toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader opzettelijk dreigend en onverhoeds, zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader op een scooter naast die [slachtoffer 2] stilstond en een capuchon droeg om herkenning te voorkomen en/of om schrik aan te jagen (met een voorwerp) met kracht een ruit van voornoemde auto heeft ingeslagen, waardoor glasscherven met kracht in die auto en tegen die [slachtoffer 2] kwamen, en

- op 05 augustus 2008, op de openbare weg te weten de Gijsbrecht van Aemstelstraat, uit een personenauto van het merk Volkswagen Polo een handtas met daarin onder andere een zonnebril van het merk Fendi en een zonnebril van het merk Dolce e Gabanna en een telefoon en 500 euro en 103 USA dollars, toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader opzettelijk dreigend en onverhoeds, zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader op een scooter naast die [slachtoffer 3] stilstond, (met een voorwerp) met kracht een ruit van voornoemde auto heeft ingeslagen, en

- op 5 november 2008, op de openbare weg te weten de Derde Oosterparkstraat, uit een personenauto van het merk Fiat, type Stilo een tas met daarin onder andere een portemonnee en een telefoon en 95 euro en een bril, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte opzettelijk gewelddadig en dreigend en onverhoeds, zulks terwijl hij, verdachte, op een scooter naast die [slachtoffer 4] stilstond en een helm droeg om herkenning te voorkomen en/of om schrik aan te jagen, snel het portier van voornoemde auto heeft open gemaakt en met grote kracht de tas uit de handen van die [slachtoffer 4] heeft getrokken;

4.

in de periode van 17 mei 2010 tot en met 5 augustus 2010 te Vianen en/of Soest en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen bromfietsen, te weten:

- een bromfiets van het merk Gilera, type Typhoon, met een handvat voorzien van een doodshoofd, niet voorzien van een kentekenplaat, en

- een bromfiets van het merk Vespa, type Piaggo, kleur blauw/groen, niet voorzien van een kentekenplaat,

verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van genoemde bromfietsen wisten dat het door diefstal verkregen goederen betrof;

5.

in de periode vanaf 01 augustus 2008 tot en met 31 december 2010 te [plaats 1] in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift, te weten artikel 9.2 van de Wet studiefinanciering 2000, opgelegde verplichting, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan de Informatie Beheer Groep en/of de Dienst Uitvoering Onderwijs, immers heeft hij in die periode en op die plaats niet aan genoemde dienst meegedeeld dat hij bij zijn ouders op het adres [B-straat nr] te [plaats 1] woonde en een thuiswonende studerende was, zijnde dit gegevens waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens van belang waren voor de hoogte van een verstrekking of tegemoetkoming - namelijk een studiefinanciering krachtens de Wet studiefinanciering 2000, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf;

Zaak B

1.

in de periode vanaf 27 oktober 2010 tot en met 23 november 2010 te Delft en/of te Amsterdam ter voorbereiding van het met een ander te plegen misdrijf, te weten diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld, dan wel afpersing van geld en/of goederen toebehorende aan de Lidl, filiaal Multatuliweg 53-59 te Delft, en/of aan het geldtransportbedrijf G4S, tezamen en in vereniging met een ander voorwerpen en vervoermiddelen, te weten:

- een bestelauto van het merk Volkwagen, type Caddy, voorzien van kenteken [kenteken 5], en

- een gestolen scooter van het merk Puch/Piaggo, type Zip, kleur grijs, niet voorzien van een kentekenplaat, voorzien van het chassisnummer [CHASSISNR 1], en

- een gestolen scooter van het merk Aprilla, type Racing SR, zonder kentekenplaat, waarvan het chassisnummer is weggeslepen, en

- een voorhamer, en

- een vuurwapen van categorie III, voorzien van patroonhouder met drie volmantel patronen, en

- een roodkleurige schoudertas van het merk Eastpeak, en

- een slotentrekker, en

- donkere jassen met capuchon, en

- twee paar donkere handschoenen, en

- een baseballpet van het merk Nike,

bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 23 november 2010 te Delft en/of te Hoofddorp en/of te

Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, een of meer wapen(s) en/of munitie van categorie

III, te weten een vuurwapen (merk Heckler & Koch, type USP Compact) en/of een

patroonhouder met drie volmantel patronen (merk Luger, type GFL 9 mm), in elk

geval een of meer patro(o)n(en), voorhanden heeft gehad;

3.

B.

op 8 november 2010 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter van het merk Puch/Piaggio, type Zip, kleur grijs, voorzien van het kenteken [kenteken 7], voorzien van het chassisnummer [CHASSISNR 1], toebehorende aan [slachtoffer 6], waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader die weg te nemen scooter onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

en

C.

in de periode van 20 november 2010 tot en met 22 november 2010 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter van het merk Aprilia, type Racing SR, voorzien van het kenteken

[kenteken 8], toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader die weg te nemen scooter onder hun bereik hebben gebracht door braak.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

7. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8.

De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9. Motivering van de straffen

9.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

8 jaar, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de voorwerpen, genoemd op de beslaglijst in zaak B, verbeurd zullen worden verklaard. Het beslag in zaak A kan worden opgeheven, omdat er een conservatoir beslag is gevolgd, dat in stand blijft als het strafvorderlijk beslag wordt opgeheven. Ten slotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 8] en [slachtoffer 5] beide geheel toegewezen zullen worden met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, bij de strafoplegging rekening gehouden dient te worden met de vormverzuimen die in het voorbereidend onderzoek hebben plaatsgevonden. Met betrekking tot het beslag heeft de raadsman verzocht de op de beslaglijst in zaak B genoemde voorwerpen te retourneren aan verdachte. De vorderingen van de benadeelde partij dienen volgens de raadsman, gelet op zijn verzoek om vrijspraak, beiden niet-ontvankelijk verklaard te worden. Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling heeft de raadsman geen verweer gevoerd.

9.3. Het oordeel van de rechtbank

De strafoplegging

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een overval op een Aldi supermarkt in Vianen, waarbij geweld is toegepast op de medewerker van het geldtransportbedrijf en deze met een vuurwapen bedreigd is. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een overval op de Lidl in Delft, die op professionele wijze werd uitgevoerd en in een vergevorderd stadium was en waarbij onder verdachte onder meer een vuurwapen met munitie is aangetroffen. Dit zijn ernstige feiten. Verdachte en zijn mededader hebben, puur uit het oogpunt van geldelijk gewin, een zeer bedreigende en angstaanjagende situatie gecreëerd voor de betrokkenen bij de overval op de Aldi in Vianen, met name voor de medewerker van het geldtransportbedrijf. Daarnaast ontstaan door overvallen gevoelens van onrust in de samenleving als geheel en worden de betrokken winkels financieel geraakt. Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, temeer nu de ervaring leert, dat slachtoffers van dergelijke overvallen daarvan vaak een langdurige en ernstige psychische nasleep ondervinden. Zo blijkt uit de verklaring van de medewerker van het geldtransportbedrijf dat hij na de overval erg vergeetachtig is geworden, dat hij slechter is gaan slapen en dat hij angstig geworden is, waarvoor hij in therapie is gegaan bij een psychiater.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan drie straatroven, gepleegd volgens de zogenaamde "Italiaanse methode". De ervaring leert dat ook dergelijke misdrijven voor de slachtoffers zeer beangstigend zijn. De handelwijze van verdachte draagt dan ook bij aan gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Verdachte heeft zich laten leiden door zijn eigen financieel gewin, zonder stil te staan bij de mogelijke gevolgen van zijn handelen.

Ook heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van twee scooters en heling van twee bromfietsen. Diefstal is een ergerlijk feit, dat schade veroorzaakt en in het algemeen bij de benadeelde gevoelens van onrust en onveiligheid teweegbrengt. Ook heling is een kwalijk delict, omdat hiermee een bijdrage wordt geleverd aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen, wat het plegen van diefstallen bevordert. Bovendien worden gestolen vervoersmiddelen veelvuldig gebruikt bij het plegen van ernstige strafbare feiten, zoals overvallen.

Ten slotte heeft verdachte nagelaten door te geven dat hij weer thuis ging wonen, terwijl hij een uitwonende studiebeurs ontving.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 17 mei 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder veroordeeld is voor vermogensdelicten. Ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten liep verdachte zelfs in een proeftijd.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, kan niet worden volstaan met een andere straf dan een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur.

Hoewel de rechtbank minder feiten bewezen heeft verklaard dan door de officier van justitie is gevorderd, bestaat slechts in beperkte mate aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank waardeert de overval in Vianen namelijk zwaarder dan de officier van justitie. Volgens de oriëntatiepunten die door het Landelijk Overleg Voorzitters Strafsector (LOVS) zijn vastgesteld dient een overval op een geldloper waarbij geweld is gebruikt immers bestraft te worden met een gevangenisstraf van 4 jaar.

Het beslag

Onder verdachte zijn in zaak B de volgende voorwerpen in beslag genomen:

3 1.00 STK Sleutelbos Kl: zwart

-

(3956429) betr sleutelbos met 2 sleutels + slot

4 1.00 STK Elektronica Kl: zwart

NAVIGATIE GarminNuvi

(3956656) aangetr. rechts naast bijrij.stoel [kenteken 5]

De voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met behulp van die voorwerpen het in zaak B onder 1 bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Onder verdachte is in zaak A het volgende voorwerp in beslag genomen:

1 1.00 STK Horloge

HUBLOT

(3957738) fouillering zwart bandje

Nu volgens de officier van justitie conservatoir beslag is gelegd op dit voorwerp, gelast de rechtbank de bewaring hiervan ten behoeve van de rechthebbende.

De vorderingen van de benadeelde partijen

Nu de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van de in zaak B onder 3A tenlastegelegde diefstal dan wel heling van een bromfiets van het merk Piaggio Vesta, voorzien van het kenteken [kenteken 6], en verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - voor dat feit dan ook geen straf of maatregel heeft opgelegd, is de benadeelde partij [slachtoffer 5] in haar vordering niet-ontvankelijk.

Omdat de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van het in zaak C tenlastegelegde en verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - voor dat feit dan ook geen straf of maatregel heeft opgelegd, is de benadeelde partij [slachtoffer 8] in haar vordering niet-ontvankelijk.

De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 27 januari 2011 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/457889-08, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 24 februari 2009 van de politierechter te Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 70 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 20 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een akte waaruit blijkt dat de kennisgeving, bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering, aan verdachte per post is toegezonden.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijke strafdeel te gelasten.

10.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 45, 46, 47, 56, 57, 63, 227b, 311, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het in zaak A onder 2, het in zaak B onder 4 en het in zaak C tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1 primair, 3, 4 en 5 en het in zaak B onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Zaak A

Feit 1 primair

De voortgezette handeling van

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 3

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te breiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg, door twee of meer verenigde personen, terwijl de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming, meermalen gepleegd

en

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te breiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg, terwijl de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming

Feit 4

Medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd

Feit 5

In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstekken, terwijl dat kan strekken tot bevoordeling van zichzelf en terwijl hij redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de hoogte van een verstrekking of tegemoetkoming

Zaak B

Feit 1

Voorbereiding van diefstal voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld, tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en/of medeplegen van afpersing

Feit 2

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

Feit 3

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd de in zaak B in beslag genomen voorwerpen, te weten:

3 1.00 STK Sleutelbos Kl: zwart

-

(3956429) betr sleutelbos met 2 sleutels + slot

4 1.00 STK Elektronica Kl: zwart

NAVIGATIE GarminNuvi

(3956656) aangetr. rechts naast bijrij.stoel [kenteken 5]

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in zaak A in beslag genomen voorwerp, te weten:

1 1.00 STK Horloge

HUBLOT

(3957738) fouillering zwart bandje

Verklaart [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Verklaart [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 24 februari 2009 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van 20 dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Wieland, voorzitter,

mrs. N.J. Koene en A.C. Schaafsma, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.R. Starreveld, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 november 2011.

i Een geschrift, zijnde de weergave van het OVC-gesprek met nummer 45 (zaaksdossier Vianen, pag. 60130).

ii Een proces-verbaal van relaas (zaaksdossier Delft, pag. 1004).

iii Een geschrift, zijnde de weergave van het OVC-gesprek met nummer 77 (zaaksdossier Vianen, pag. 60142).

iv Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4001).

v Een geschrift, zijnde de weergave van het OVC-gesprek met nummer 83 (zaaksdossier Vianen, pag. 60137).

vi Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4008).

vii Een geschrift, zijnde de weergave van het OVC-gesprek met nummer 149 (zaaksdossier Vianen, pag. 60139).

viii Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4027).

ix De bewijsmiddelen, waar in de hierna volgende voetnoten naar wordt verwezen, bevinden zich in de genoemde zaaksdossiers van het onderzoek 13Trajanus, volgens de in die zaaksdossiers toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om (kopieën conform het origineel van) processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

x Processen-verbaal van verhoor getuigen (zaaksdossier Vianen, pag. 50004, 50006 en 5015).

xi Een proces-verbaal van verhoor benadeelde (zaaksdossier Vianen, pag. 40011).

xii Een proces-verbaal van aangifte (zaaksdossier Vianen, pag. 40001).

xiii Een proces-verbaal van verhoor getuige (zaaksdossier Vianen, pag. 50055).

xiv Een proces-verbaal van sporenonderzoek (zaaksdossier Vianen, pag. 70035).

xv Een proces-verbaal van verhoor getuige (zaaksdossier Vianen, pag. 50045).

xvi Een proces-verbaal van fotobewijsconfrontatie (zaaksdossier Vianen, pag. 60042).

xvii Een proces-verbaal van sporenonderzoek (zaaksdossier Vianen, pag. 70002).

xviii Een proces-verbaal van onderzoek herkomst voorhamer (zaaksdossier Vianen, pag. 60019).

xix Een rapport van DNA-onderzoek van het NFI van 24 september 2010 met nummer 2010.09.08.020, opgemaakt door dr. J.H.A. Nagel (zaaksdossier Vianen, pag. 70063).

xx Een proces-verbaal van het verkeershandhavingsteam (zaaksdossier Vianen, pag. 60001) en een aanvullend proces-verbaal hierop (zaaksdossier Vianen, pag. 60003).

xxi Een geschrift, zijnde de weergave van het OVC-gesprek met nummer 45 (zaaksdossier Vianen, pag. 60132).

xxii Geschriften, zijnde de weergaven van de OVC-gesprekken met nummers 63, 77, 83 en 149 (zaaksdossier Vianen, pag. 60137, 60140, 60141 en 60144).

xxiii Een proces-verbaal van aangifte (zaaksdossier Vianen, pag. 40015).

xxiv Een kopie van een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] (opgenomen als bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen betreffende diefstallen uit auto's - Italiaanse methode - verdachte [verdachte] - 13/710076-10).

xxv Een proces-verbaal van bevindingen OVC en auto-inbraken (opgenomen als bijlage bij het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen).

xxvi Een kopie van een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] (opgenomen als bijlage bij het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen).

xxvii Een kopie van een proces-verbaal van bevindingen (opgenomen als bijlage bij het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen).

xxviii Een proces-verbaal van bevindingen OVC en auto-inbraken (opgenomen als bijlage bij het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen).

xxix Een kopie van een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] (opgenomen als bijlage bij het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen).

xxx Een proces-verbaal van bevindingen OVC en auto-inbraken (opgenomen als bijlage bij het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen).

xxxi Een proces-verbaal van sporenonderzoek (zaaksdossier Vianen, pag. 70035).

xxxii Een proces-verbaal van aangifte (zaaksdossier Vianen, pag. 40023).

xxxiii Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Soest, pag. 60024).

xxxiv Een proces-verbaal van bevindingen omschrijving scooter (zaaksdossier Soest, pag. 60039).

xxxv Een proces-verbaal van aangifte (zaaksdossier Soest, pag. 60001) en een proces-verbaal van bevindingen eigenaar scooter (zaaksdossier Soest, pag. 60007).

xxxvi Een geschrift, te weten een Aanvraag Studiefinanciering Beroepsonderwijs van Informatie Beheer Groep d.d. 28 november 2006, met nummer 633432046 (zaaksdossier Fraude, pag. 70).

xxxvii Een geschrift, te weten een algemeen mutatieformulier van Informatie Beheer Groep d.d. 5 februari 2008, met nummer 730593753 (zaaksdossier Fraude, pag. 69).

xxxviii Proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Fraude, pag. 3).

xxxix Een proces-verbaal van verhoor van getuigen d.d. 20 april 2011 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, inhoudende de verklaringen van de getuigen [familielid 1], [familielid 2] en [familielid 3].

xl Proces-verbaal van verhoor verdachte (zaaksdossier Fraude, pag. 14).

xli Een geschrift, zijnde de weergave van het OVC-gesprek met nummer 38 (zaaksdossier Delft, pag. 400072).

xlii Een proces-verbaal van relaas (zaaksdossier Delft, pag. 1004).

xliii Een geschrift, zijnde de weergave van het OVC-gesprek met nummer 44 (zaaksdossier Delft, pag. 400081 t/m 400084).

xliv Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4001).

xlv Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4008).

xlvi De verklaring van [medeverdachte 2], afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

xlvii Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter [C-straat], pag. 60002).

xlviii Een proces-verbaal van aantreffen Piaggio scooter (zaaksdossier Delft, pag. 4047).

xlix Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Delft, pag. 7003).

l Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4019).

li De verklaring van [medeverdachte 2], afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

lii Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4027).

liii De verklaring van [medeverdachte 2], afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

liv Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4033).

lv Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Delft, pag. 4058).

lvi Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Delft, pag. 7001).

lvii Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4033).

lviii Een proces-verbaal van bevindingen sleutel fouillering [verdachte] (zaaksdossier Delft, pag. 7003).

lix Een proces-verbaal van doorzoeking (zaaksdossier Delft, pag. 6001).

lx Een proces-verbaal van wapenonderzoek (zaaksdossier Delft, pag. 6001).

lxi De verklaring van [medeverdachte 2], afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

lxii Een proces-verbaal van aanhouding (zaaksdossier Delft, pag. 5001).

lxiii Een proces-verbaal van doorzoeking (zaaksdossier Delft, pag. 70137).

lxiv Een proces-verbaal van wapenonderzoek (zaaksdossier Delft, pag. 6001).

lxv De verklaring van [medeverdachte 2], afgelegd ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

lxvi Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4033).

lxvii Een proces-verbaal van aangifte (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter [C-straat], pag. 4001).

lxviii Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter [C-straat], pag. 60001).

lxix Een proces-verbaal van aantreffen Piaggio scooter (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter [C-straat], pag. 60006).

lxx Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Delft, pag. 7003).

lxxi Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter [C-straat], pag. 60002).

lxxii Een proces-verbaal van bevindingen sleutel fouillering [verdachte] (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter [C-straat], pag. 60008).

lxxiii Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter Pretoriusstraat, pag. 60003).

lxxiv Een proces-verbaal van observeren (zaaksdossier Delft, pag. 4033).

lxxv Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Delft, pag. 4058).

lxxvi Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter Pretoriusstraat, pag. 70001).

lxxvii Een proces-verbaal van aangifte (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter Pretoriusstraat, pag. 40001).

lxxviii Een proces-verbaal van bevindingen (zaaksdossier Diefstal bromfiets/scooter Pretoriusstraat, pag. 60003).

lxxix Een geschrift, zijnde de weergave van het OVC-gesprek met nummer 178 (zaaksdossier Delft, pag. 400097).