Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7796

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-10-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
499069 / KG ZA 11-1388 Pee/CGvB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

KG; aanbesteding. Manpower stelt dat haar inschrijving ten onrechte door UWV ongeldig is verklaard. Partijen twisten in dit kort geding over de vraag of de door Manpower ingediende referenties voldoen aan de door UWV gestelde eisen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat UWV de criteria ter zake de referentie-eisen (naar aard en omvang vergelijkbaar) niet erg duidelijk heeft geformuleerd. Manpower heeft in dit kort geding evenwel enkel aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de door haar ingediende referentiewerken voldoen aan de door UWV gestelde eisen. Dit betoog van Manpower slaagt echter niet. Naar het oordeel van de voorzienigenrechter hebben alle normaal handelende en redelijk geïnformeerde inschrijvers - gelet op alle bij deze aanbesteding betrokken documenten - moeten begrijpen dat een vergelijkbare referentieopdracht in meerdere plaatsen diende te worden uitgevoerd, alsmede dat een referentieopdracht een minimale omvang van circa € 7.750.000,-- moest hebben. De door Manpower ingediende referenties voldoen op de hiervoor genoemde punten niet. UWV heeft de inschrijving van Manpower dan ook terecht ongeldig verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 499069 / KG ZA 11-1388 Pee/CGvB

Vonnis in kort geding van 27 oktober 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MANPOWER B.V.,

gevestigd te Diemen,

eiseres bij dagvaarding van 6 september 2011,

advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

met als tussenkomende partij

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADECCO PERSOONEELSDIENSTEN B.V.

gevestigd te Utrecht,

advocaat mr. M.A. de Jong te Amsterdam

Partijen zullen hierna Manpower, UWV en Adecco worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Voorafgaand aan de behandeling ter terechtzitting van 18 oktober 2011 heeft Adecco een incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair tot voeging aan de zijde van UWV ingediend. Dit verzoek is ter zitting behandeld. Manpower en UWV hebben geen bezwaar gemaakt tegen de tussenkomst van Adecco. De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot tussenkomst toegestaan, aangezien voldoende is gebleken dat Adecco een belang heeft om benadeling of verlies van een recht te voorkomen en niet gebleken is dat het verzoek tot tussenkomst aan de goede procesorde in de weg staat.

1.2. Ter terechtzitting heeft Manpower vervolgens gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. UWV en Adecco hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Adecco heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte. UWV heeft deze vordering bestreden. Manpower en UWV hebben producties en pleitnotities in het geding gebracht. Adecco heeft alleen een pleitnotitie in het geding gebracht. Ter zitting waren, voor zover hier van belang, aanwezig:

Aan de zijde van Manpower: mw. [vertegenwoordiger 1] en dhr. [vertegenwoordiger 2], met mr. Brackmann.

Aan de zijde van UWV: dhr. [vertegenwoordiger 3] met mr. Van Nouhuys.

Aan de zijde van Adecco: dhr. [vertegenwoordiger 4] met mr. De Jong.

2. De feiten

2.1. UWV is een aanbestedende dienst in de zin van het Besluit Aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (hierna: Bao). Op grond van het Bao is UWV verplicht opdrachten voor werken, leveringen en diensten boven de drempelwaarde Europees aan te besteden.

2.2. In april 2011 heeft UWV een Europese openbare aanbestedingsprocedure “Inhuur Flexkrachten Klantenkrachten” georganiseerd. De ten behoeve van deze aanbesteding opgestelde Leidraad (hierna: de Leidraad) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…)

1. TAB 2

(…)

Inhoud van de aanbesteding

1.1 Inhoudelijke beschrijving van de opdracht

Klantencontact UWV heeft als één van haar doelstellingen geformuleerd: “Het bieden van kansen aan mensen met afstand tot de

arbeidsmarkt”. Dit betreft mensen die 6 maanden of langer onvrijwillig buiten het arbeidsproces zijn. Hierbij is het de ambitie om

minimaal 30% van haar behoefte aan personeel vanuit dit segment te voorzien.

Vanuit bovenstaande invalshoek zoekt Aanbesteder leveranciers voor de tijdelijke personeelsvoorziening. Dit betreft de volgende activiteiten:

Werving:

Benaderen/werven van kandidaten.

Selectie:

Selecteren van zelf en door Aanbesteder geworven kandidaten.

Opleiden:

Gezamenlijk met Aanbesteder uitvoeren van (gecertificeerde) opleidingstrajecten voor Callcenter medewerkers.

Uitzenden/Detacheren:

Het gedurende de totale (opleidings-) periode uitzenden/verlonen en op detacheringbasis zorgen voor goed werkgeverschap. Dit

betreft in principe een periode van maximaal 5 jaar.

Herplaatsen (doorbemiddelen):

Het op aangeven van Aanbesteder begeleiden van minimaal 75% van de medewerkers naar een nieuwe arbeidsplaats.

Werkwijze met betrekking tot opdrachtverlening

Uitgangspunt is een gelijke verdeling over de gecontracteerde Inschrijvers.

Per opdracht voor de levering van flexkrachten wordt bij alle 3 gecontracteerde Inschrijvers een aanvraag uitgezet. Afhankelijk van de kwaliteit van de aangeboden kandidaten kan Aanbesteder beslissen bij een bepaalde partij minder aanvragen uit te zetten. Dit wordt bepaald op basis van de resultaten van de praktijktest (zie bijlage.. Werving & selectieprocedure), de uitstroomcijfers binnen 3 maanden of op basis van de kwantitatieve levering (te veel of te weinig kandidaten) voor de praktijktest.

Omschrijving Klantencontact UWV

Missie van Klantencontact: UW Vraag beantwoord

Werkzaamheden:

• Eerste lijn voor bereikbaarheid via alle kanalen voor UWV:

° Verstrekken van informatie aan klanten;

° Klanten adviseren zodat uitkeren wordt voorkomen en werk wordt bevorderd;

° Intake en zo veel mogelijk afhandelen van klantvragen;

° Doorzetten van berichten aan de backoffice.

• Voorkomen van klantcontacten door verbetervoorstellen te initiëren voor het primaire proces door middel van klantsignalen.

• Directe bijdrage aan ‘Bieden van Perspectief’ door klantadviseurs in te zetten met afstand tot de arbeidsmarkt.

• Het aanbieden van een erkende opleiding op MBO/HBO niveau.

Taken van Inschrijver

Indien een raamovereenkomst met Inschrijver wordt afgesproken dan krijgt Inschrijver in iedere geval de volgende taken uit te

voeren:

° Het overnemen van zittende flexkrachten;

° Het leveren van flexkrachten;

° Inhouse vestiging bij Klantencontact Groningen;

° Werving en selectie van flexkrachten;

° Testen van flexkrachten;

° Rondleiden en introduceren van flexkrachten;

° Uitvoeren van Erkend Leren trajecten van flexkrachten;

° Registreren en bewaken van de urenverantwoording;

° Voeren van ziekteverzuimbewaking/-gesprekken inclusief de rapportage;

° Voeren van exitgesprekken;

° Het leveren van gegevens ten behoeve van de personeelsafdelingen van Aanbesteder;

° Leveren van management informatie;

° Voldoen aan het kwaliteitsvolgsysteem van Aanbesteder (ISO en COPC);

° Gesprekspartner zijn met betrekking tot het gevraagd en ongevraagd adviseren en het doen van voorstellen tot

verbetering, ook op het gebied van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt;

° Samenwerken met overige Inschrijvers, hieronder valt o.a. onderlinge afstemming van de aantallen in levering (per

categorie) en het hanteren van een uniforme capaciteitentest;

° Doorbemiddelen van flexkrachten.

Functieprofielen, werkdagen en werktijden

Functieprofielen voor de verschillende functies zijn als bijlage bij deze Uitnodiging tot inschrijving gevoegd. De onderverdeling in aantallen flexkrachten is als volgt:

Klantencontact situatie op 1 april 2011

Teamleider.................................14

Coach........................................24

Klantadviseur............................223

Klantadviseur i.o........................593

Medewerker Zakelijke Telefonie......2

Senior Coach................................8

Medewerker Planning.....................5

Werkdagen en werktijden

Klantencontact wil in principe flexkrachten inzetten die alleen werkzaam zijn voor Klantencontact voor minimaal 20 uur en maximaal 32 uur per week. (…)

Locaties van Klantencontact

Klantencontact heeft vestigingen in de volgende steden. Per vestiging is het aantal vaste en flexibele medewerkers opgenomen.

Klantencontact situatie op 1 april 2011

vestiging Vast flexibel

KCC Groningen 36 300

KCC Almere 26 84

KCC Goes 55 219

WB Groningen 10 44

WB Roermond 11 62

WB Rotterdam 11 50

WB Zutphen 14 31

WB Woerden 12 49

WB Zaandam 14 38

*Locatie Woerden wordt per 1 oktober 2011 gesloten.

Aanbesteder is – in het kader van efficiency-overwegingen - het aantal vestigingsplaatsen aan het heroverwegen. Mogelijk zullen tijdens de duur van de raamovereenkomst vestigingen gesloten worden. In beginsel zal dit geen consequenties hebben voor de omvang van de opdracht. (…)

Scope

Levering van nieuwe uitzendkrachten.

Volume en omzet (bij volledige uitfasering)

Naar huidig inzicht bedraagt het volume in 2012 6.500.000 calls en de verwachte omzet tussen de € 22.250.000 en € 24.250.000.

Voor 2013 bedraagt het volume 6.000.000 calls en de verwachtte omzet tussen € 20.500.000 en € 22.500.000.

De hierboven genoemde aantallen en cijfers zijn indicatief en hieraan kan geen enkel recht ontleend worden.

(…)

3. Inschrijvingsvoorwaarden

(…)

3.2 Fasering van de procedure

Volgens huidig inzicht zal de aanbesteding de onderstaande fasering en planning kennen. Aan deze fasering kunnen geen rechten worden ontleend.

29 april 2011 Verzending Aankondiging

18 mei 2011-12:00u Uiterlijke indiening tot stellen van vragen

25 mei 2011 Uiterlijke datum van beantwoording vragen.

24 juni 2011-12:00u Uiterlijke indiening Offertes

8 augustus 2011 Voornemen tot gunning (uiterlijk)

13 september 2011 Definitieve gunning en start implementatiewerkzaamheden door Inschrijver

(…)

TAB 4

(…)

2. Geschiktheideisen Technisch / Kwaliteit

(…)

2.2 Inschrijver dient twee relevante referentieprojecten te overleggen. (projecten in de afgelopen drie jaar geteld vanaf de publicatiedatum van deze aanbesteding);

Inschrijver dient een beschrijving te geven van de werkzaamheden die voor de referent zijn verricht. Uit die beschrijving dient te blijken dat het –met inachtneming van de in deze stukken vermelde eisen– om relevante referenties gaat. Een relevante referentie is een referentie die naar aard en omvang vergelijkbaar is met de onderhavige opdracht.

Indien Inschrijver zich in dit kader op een referentieproject beroept waarin de opdracht (deels) door derden is uitgevoerd, dient duidelijk te worden gemaakt welk deel van de opdracht door Inschrijver en welk deel door die derde(n) is uitgevoerd. Mocht Inschrijver de ervaring van de derde(n) in het kader van deze aanbesteding willen laten gelden als zijn ervaring dan geldt het bepaalde in Leidraad hoofdstuk 3 (Inschrijvers, samenwerking en beroep op derden).

UWV heeft het recht de opgegeven referenties zonder tussenkomst van de Inschrijver te benaderen. Het is derhalve wenselijk dat de Inschrijver de contactpersonen van de op te geven referentieprojecten er over informeert dat er mogelijk met hen contact wordt opgenomen cq. dat zij worden bezocht door Aanbesteder.

Voer in onderstaande tabel de gevraagde gegevens in van referentieproject 1.

Naam organisatie

(…)

Datum aanvang opdracht

Datum afronding opdracht

Geografisch gebied van de opdracht

Omschrijving opdracht waaruit de relevantie in relatie tot de aanbestede opdracht blijkt

Omvang van de opdracht in euro's voor gegadigde, gespecificeerd per jaar

a. Beschrijving Referentieproject 1 waaruit de relevantie in relatie

tot de aanbestede opdracht blijkt.

(…)

TAB 7

(…)

Functieprofiel Klantadviseur Klantencontact

(…)

Vakinhoudelijke competenties

• Beschikt over het vakdiploma MBO 3.

• Beschikt over PC basiskennis (…)

• Kan meerdere applicaties bedienen.

• Kan werken met toestel/desktop van telefoonsysteem.

• Typesnelheid is minimaal 150 aanslagen per minuut.

• Beschikt over product-, proces- en applicatiekennis zoals beschreven in minimum skills.

• Hand-, oog en oorcoördinatie

• Beheerst 2 of meer skills.

(…)

De Klantadviseur binnen Klantencontact

Klantencontact & Regie (KC&R) helpt klanten die ongepland contact opnemen via de beschikbare kanalen telefoon, internet, post en balie, integreert deze voert de regie daarover. Kenmerkend in het klantcontact is het verlenen van hoogwaardige dienstverlening waarbij de klant centraal staat. Daarnaast moet iedere UWV-medewerker élk contact met de klant, dus ook de proactieve klantcontacten en de gesprekken die plaatsvinden in het kader van mediation en bezwaar, registreren.

(…)

Functieprofiel Klantadviseur in opleiding Klantencontact

(…)

Vakinhoudelijke competenties

• Functioneert minimaal op HAVO/MBO-niveau.

• Beschikt over PC basiskennis (…)

• Kan meerdere applicaties bedienen

• Kan werken met toestel/desktop van telefoonsysteem.

• Typesnelheid is minimaal 120 aanslagen per minuut.

• Beschikt over product-, proces- en applicaties zoals beschreven in minimum skills.

• Hand-, oog en oorcoördinatie.

(…)

De Klantadviseur in opleiding binnen Klantencontact

Klantencontact & Regie (KC&R) helpt klanten die ongepland contact opnemen via de beschikbare kanalen telefoon, internet, post en balie, integreert deze voert de regie daarover. Kenmerkend in het klantcontact is het verlenen van hoogwaardige dienstverlening waarbij de klant centraal staat. Daarnaast moet iedere UWV-medewerker élk contact met de klant, dus ook de proactieve klantcontacten en de gesprekken die plaatsvinden in het kader van mediation en bezwaar, registreren.

(…)

(…)”

2.3. Manpower is één van de drie zittende aanbieders, een partij die de door UWV in marktgezette opdracht tot op heden heeft uitgevoerd, en heeft tijdens de gehouden inlichtingenrondes vragen gesteld. De vragen van alle geïnteresseerde marktpartijen zijn uiteindelijk beantwoord in een tweetal Nota’s van Inlichtingen van 25 mei 2011 en 15 juni 2011. De tweede Nota van Inlichtingen is door UWV ingelast, om nog een aantal extra vragen van potentiële inschrijvers te kunnen beantwoorden.

2.4. De eerste Nota van Inlichtingen van 25 mei 2011 bevat, voor zover hier van belang, de volgende informatie:

“(…)

vraag 132

Wat verstaat u onder relevante

referentieprojecten? Kijkt u inzake de

relevantie naar het jaarlijks volume voor klantcontactfuncties? Onder relevante referentieprojecten verstaan wij projecten die naar aard

en omvang vergelijkbaar zijn met de onderhavige opdracht. Hierbij wordt niet

alleen gekeken naar volume voor klantcontactfuncties.

(…)

vraag 136

a. Hoe beoordeelt u de referenten van

elke afzonderlijke inschrijver? a. Wij beoordelen of de

referenten naar aard en

omvang vergelijkbaar zijn

met onderhavige opdracht.

b. Wij gaan ervan uit dat als een

referent voldoet aan de genoemde

eisen dit betekent dat er voldaan

wordt aan een eis. Klopt dit? b. Ja

c. Dit impliceert dan ook dat er geen

verdere weging plaats vindt tussen

referenties van verschillende

aanbieders. Klopt dit? c. Dit klopt.

d. Hoe beoordeelt u de inschrijvers

onderling op de referenten?

d. De Inschrijvers worden op

dit onderdeel niet

vergeleken. Het betreft een

geschiktheideis. U voldoet

hieraan of niet.

e. Wij gaan er vanuit dat het UWV KCC niet als referent mag dienen, kunt u dit bevestigen? e. In de aanbestedingsstukken is dit

niet uitgesloten.

(…)”

2.5. In de tweede Nota van Inlichtingen zijn over referentiewerken geen vragen meer gesteld.

2.6. Op 21 juni 2011 heeft Manpower (tijdig) haar inschrijving ingediend. Voorts hebben 6 andere inschrijvers (waaronder Adecco) tijdig een inschrijving ingediend. Manpower heeft met betrekking tot de door UWV gestelde referentie-eis een beroep gedaan op twee referenties.

Met betrekking tot referentie 1 is, voor zover hier van belang, de navolgende informatie door Manpower verstrekt:

“(…)

Naam organisatie

(…) Gemeente Amsterdam

Datum aanvang opdracht 1 juli 2005

Datum afronding opdracht 30 juni 2012

Geografisch gebied van de opdracht Regio Amsterdam

Omschrijving opdracht waaruit de relevantie in relatie tot de aanbestede opdracht blijkt Gemeente Amsterdam bestaat uit 7 autonome stadsdelen en 30 diensten. Ieder stadsdeel en iedere dienst leent zelfstandig in. Manpower heeft als een van de mantelpartners een license to hunt en onderhoudt met ieder stadsdeel en iedere dienst contract.

Omvang van de opdracht in euro's voor gegadigde, gespecificeerd per jaar 5.500.000

a. Beschrijving Referentieproject 1 waaruit de relevantie in relatie tot de aanbestede opdracht blijkt. In Amsterdam werken wij met een dedicated team. Vanuit het ‘Flexcenter gemeente Amsterdam’ kan het dedicated team haar focus volledig richten op gemeente Amsterdam. Voor onze opdrachtgever betekent dit one single Point of contact, met vaste contactpersonen. Kennis en specialisme is geborgd in dit team. De consultants benaderen pro-actief kandidaten die zich hebben ingeschreven via het Internet en zetten gericht acties uit in de markt waar de doelgroep zich bevindt. (…)

(…)”

Met betrekking tot referentie 2 is, voor zover hier van belang, de navolgende informatie door Manpower verstrekt:

“(…)

Naam organisatie

(…) Kadaster

Datum aanvang opdracht 1 april 2006

Datum afronding opdracht 30 september 2012

Geografisch gebied van de opdracht Landelijk, alle vestigingen van Kadaster

Omschrijving opdracht waaruit de relevantie in relatie tot de aanbestede opdracht blijkt Het betreft een mantelovereenkomst aangaande flexibele arbeid, waarbij de in te huren flexmedewerkers werkzaam zijn in onder andere de volgende functies: Secretariaat, Administratieve medewerker, Medewerker Geo, Juridisch medewerker, Ondersteunend administratief personeel, Projectondersteunend

Omvang van de opdracht in euro's voor gegadigde, gespecificeerd per jaar € 10.000.000,00 excl. BTW (met 2 mantelpartijen)

a. Beschrijving Referentieproject 2 waaruit de relevantie in relatie tot de aanbestede opdracht blijkt. Manpower levert op vele verschillende locaties van het Kadaster voor zowel uitzendarbeid en detachering. Kadaster heeft een gemiddelde omvang van 2800 medewerkers, waarvan 75% vast personeel en 25% tijdelijk personeel is.

Manpower werkt met één landelijk aanspreekpunt voor het Kadaster vanuit de vestiging in Apeldoorn. Hierdoor is de communicatie zeer helder en gestructureerd.

Manpower levert naast reguliere dienstverlening ook payroll dienstverlening.

(…)”

2.7. Op 1 augustus 2011 heeft UWV – voorafgaande aan de gunningsbeslissing – contact opgenomen met Manpower om op 3 augustus 2011 een bespreking in te plannen.

2.8. Bij de bespreking van 3 augustus 2011 heeft UWV medegedeeld dat de inschrijving van Manpower ongeldig is verklaard. Deze beslissing is door UWV, voor zover in deze procedure van belang, tijdens deze bespreking als volgt toegelicht:

“(…)

Twee relevante referentie projecten

Een relevante referentie is een referentie die naar aard en omvang vergelijkbaar is met de in de markt gezette opdracht.

Aard en omvang:

• Geografische spreiding / Heel Nederland

• Soort werkzaamheden / Callcenter

• Omvang van de opdracht / € 23.250.000 met drie mantelpartijen (= € 7.750.000,-)

Referentie 1 – Gemeente Amsterdam

• Geografische spreiding van deze referent komt niet overeen met de geografische spreiding van de door ons in de markt gezette Aanbesteding.

• De Omvang van de opdracht ad 5,5 miljoen staat niet in relatie tot de door ons in de markt gezette aanbesteding ter waarde van ruim 23 miljoen – bij drie partijen 7.7 miljoen. Navraag bij de gemeente Amsterdam leverde op dat omzet van callcenter activiteit ca. 2.7 miljoen is.

Referentie 2 – Kadaster

• Soort werkzaamheden - betreft geen callcenter activiteiten maar administratief werk.

• Omvang van de opdracht - € 10 miljoen met 2 mantelpartijen = 5 miljoen.

Hoe hebben anderen dit gedaan?

Geografische spreiding: Landelijk, m.v.v. diverse plaatsen waar de werkzaamheden worden uitgevoerd voor o.a. Belastingdienst, KPN, Achmea Groep/

Omvang van de opdracht: > vanaf 10 miljoen

Soort werkzaamheden: call center werkzaamheden voor …/ invulling contact center vacatures / levering van callcenterkandidaten

UWV als referent?

NvI vraag 136:

Wij gaan er vanuit dat het UWV KCC niet als referent mag dienen, kunt u dit bevestigen? In de aanbestedingsstukken is dit niet uitgesloten.

(…)”

2.9. Bij brief van dezelfde dag heeft UWV haar voorlopige gunningsvoornemen aan Manpower bekend gemaakt. Voorts heeft UWV, voor zover hier relevant, als volgt toegelicht waarom de inschrijving van Manpower ongeldig is verklaard:

“(…)

Uit de beoordeling van de door u opgegeven referentieprojecten is gebleken, dat deze naar aard en omvang niet vergelijkbaar zijn met de door Aanbesteder in de markt gezette aanbesteding. Onderstaand geven wij per referentie aan waarom uw aanbieding niet aan de geschiktheidseisen voldoet.

Referent 1 gemeente Amsterdam:

Omvang van de opdracht

De omvang van de opdracht bij de gemeente Amsterdam bedraagt € 5.500.000,- per jaar. Dit staat niet in relatie tot de omvang van de door Aanbesteder in de markt gezette Aanbesteding ter waarde van € 23.250.000,- met drie mantelpartijen.

Geografische spreiding

De werkzaamheden worden in de gemeente Amsterdam verricht. Dit komt niet overeen met de geografische spreiding van de door Aanbesteder in de markt gezette Aanbesteding.

Referent 2 Kadaster:

Soort werkzaamheden

De werkzaamheden bij het Kadaster betreffen geen callcenter activiteiten. Dit komt niet overeen met de door Aanbesteder in de markt gezette aanbesteding op het gebied van callcenter activiteiten.

Omvang van de opdracht

De omvang van de opdracht bij het Kadaster bedraagt € 10.000.000,- per jaar met twee mantelpartijen. Dit staat niet in relatie tot de omvang van de door Aanbesteder in de markt gezette Aanbesteding ter waarde van € 23.250.000,- met drie mantelpartijen.

Het bovenstaan houdt in dat een verdere beoordeling van de door u ingediende offerte niet heeft plaatsgevonden.

Adecco Personeelsdiensten BV, Randstad Uitzendbureau BV en Tempo-Team Group BV hebben de economisch meest voordelige aanbieding ingediend en wij hebben deze inschrijvers schriftelijk medegedeeld, dat wij voornemens zijn de opdracht aan het te gunnen.

(…)”

2.10. Manpower heeft bij brief van 9 augustus 2011 betwist dat haar referentiewerken niet voldoen aan de in de leidraad gestelde eisen en uitvoerig toegelicht waarom Manpower bezwaar maakt tegen de ongeldig verklaring van haar inschrijving door UWV. Manpower heeft verder een e-mail van haar contactpersoon bij het Kadaster aan voorbedoelde brief gehecht. Deze e-mail bevat, voor zover in deze procedure van belang, de navolgende informatie:

“(…)

Aard van de opdracht:

Uitzenden

Onder uitzenden verstaat het Kadaster de inhuur van flexibele krachten die ingezet worden op administratieve en ondersteunende functies met een maximum inzet van 36 uur per week. (…)

Voorbeelden van deze functies zijn (…):

(Administratief) medewerker Klantenservice (KCC) (…)

- faxwerkzaamheden

- inzet op telefooncentrale

- inboeken eenvoudige en complexe werkzaamheden

- werkzaamheden klantenbalie

- telefoonbalie

(…)

Telefoniste

- bedienen telefooncentrale

- ontvangen en registreren van bezoekers

- ondersteunende administratieve werkzaamheden

(…)”

2.11. Bij brief van 23 augustus 2011 heeft UWV aan Manpower bericht dat – ondanks de uitvoerig toegelichte bezwaren van Manpower – haar beslissing om de inschrijving van Manpower terzijde te leggen, zal worden gehandhaafd.

2.12. Bij brief van 30 augustus 2011 heeft de advocaat van Manpower UWV verzocht de inschrijving van Manpower alsnog (pro forma) bij de beoordeling te betrekken. UWV heeft in reactie op dit verzoek laten weten dat bij de pro forma beoordeling is gebleken dat de inschrijving van Manpower – als zij geldig was geweest – als derde zou zijn geëindigd.

2.13. Manpower heeft vervolgens dit kort geding geëntameerd.

3. Het geschil

3.1. Manpower vordert samengevat en op straffe van verbeurte van dwangsommen -:

1. UWV te gebieden de inschrijving van Manpower als geldig te accepteren;

2. UWV te gebieden de opdracht aan Manpower te gunnen, althans UWV te gebieden de opdracht niet aan een ander te gunnen dan aan Manpower;

3. dan wel een andere maatregel te treffen die recht doet aan de belangen van Manpower.

Ten slotte vordert Manpower veroordeling van UWV in de (na)kosten van dit

geding, te vermeerderen met rente.

3.2. Ter toelichting op de vordering is - samengevat - het volgende door Manpower gesteld. De ingediende referentiewerken zijn naar omvang vergelijkbaar. Met betrekking tot de vereiste omvang van een referentiewerk dient immers van een bedrag van € 7.750.000,00 te worden uitgegaan, omdat de opdracht door drie partijen op basis van een mantelovereenkomst zal worden uitgevoerd. Uit jurisprudentie en de Gids Proportionaliteit volgt dat een referentie-eis van 60 tot 70% van het bedrag dat met de aan te besteden opdracht is gemoeid als proportioneel wordt gezien. Manpower is hier dan ook terecht van uitgegaan. Derhalve voldoen de door haar ingediende referentiewerken op dit punt. Het door Manpower ingediende referentiewerk van de gemeente Amsterdam heeft namelijk een omvang van € 5.500.000,00 en het referentiewerk van het Kadaster heeft een omvang van € 10.000.000,00. Ter zake het laatstgenoemde referentiewerk heeft bovendien te gelden dat het aandeel van Manpower een bedrag van € 9.000.000,00 beloopt. UWV heeft derhalve niet in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat de inschrijving van Manpower op het punt van omvang niet voldoet.

3.2.2. Voorts zijn de ingediende referentiewerken ook naar aard vergelijkbaar met de aanbestede opdracht. Aangaande het referentiewerk van de gemeente Amsterdam, stelt Manpower dat uit de leidraad niet volgt dat een landelijke dekking nodig is. Voor zover UWV dit beoogde had zij dit uitdrukkelijk moeten melden. Uit de leidraad volgt enkel dat de werkzaamheden over verschillende locaties moeten worden uitgevoerd. Hieraan voldoet het referentiewerk van de gemeente Amsterdam nu sprake is vele verschillende locaties.

3.2.3. Ter zake het referentiewerk van het Kadaster is eveneens voldaan aan alle eisen. Er is namelijk geen specifieke eis gesteld dat de referentieopdracht callcenter activiteiten diende te behelzen. Dit is ook niet logisch nu – volgens de berekening van Manpower – callcenter activiteiten circa 50% van het werk omvatten. Ook andere vormen van klantencontact behoren bij de functie van klantenadviseur. Manpower verwijst in dat kader naar de als tab 7 van de Leidraad beschikbaar gestelde functieprofielen, waarin naast telefoniewerkzaamheden melding wordt gemaakt van internet-, post- en baliewerkzaamheden. Voor zover deze eis wel uit de aanbestedingsdocumentatie voortvloeit, voldoet het referentiewerk van het Kadaster ook aan de voorwaarden, nu deze opdracht ook callcenter werkzaamheden omvat. De referentiepersoon die UWV heeft gesproken, heeft daarover – uit onwetendheid – helaas onjuist verklaard. Dit is te wijten aan de omstandigheid dat degene die normaal gesproken contactpersoon is van Manpower niet beschikbaar was. Manpower verwijst daarvoor naar de onder 2.10 opgenomen e-mail van het Kadaster. UWV heeft derhalve dit referentiewerk ten onrechte als onvoldoende aangemerkt

3.2.3. Ten slotte is het aan UWV, als aanbestedende dienst, om heldere aanbestedingsstukken op te stellen. UWV heeft met het criterium naar aard en omvang vergelijkbaar aan de aanbestede opdracht een ruime interpretatiemogelijkheid gecreëerd. De specifieke invulling die UWV thans geeft aan de referentie-eisen was – mede gelet op haar antwoorden in de Nota’s van Inlichtingen – niet voorzienbaar. Te meer, nu ook uit de Leidraad geen objectieve normen volgen. De slotsom is dan ook dat UWV de referentiewerken van Manpower dient te accepteren, aldus nog steeds Manpower.

3.3. UWV en Adecco voeren - samengevat - de volgende verweren. Voor zover Manpower op dit moment klaagt dat het criterium ter zake de gestelde referentie-eis (naar aard en omvang vergelijkbaar) onduidelijk is, heeft zij haar rechten verwerkt. Er is na de eerste Nota van Inlichtingen nog besloten tot het houden van een extra ronde om eventuele vragen van potentiële inschrijvers te kunnen beantwoorden. Manpower heeft daar evenwel geen gebruik van gemaakt. De inkleuring van de referentie-eis dient plaats te vinden aan de hand van de gehele tekst van de aanbestedingsdocumenten en de daarbij behorende bijlagen.

3.3.1. De referentiewerken van Manpower voldoen niet aan de gestelde eisen, hetgeen voor haar ook duidelijk had moeten zijn. De omvang van het referentiewerk van de gemeente Amsterdam is daarvoor namelijk te klein, nu slechts € 2.700.000,00 van de totale omzet van € 5.500.000,00 callcenter werkzaamheden betreft. Daarbij komt dat het referentiewerk niet in de buurt komt van het uitgangspunt met betrekking tot de omzet, te weten een bedrag van minimaal € 7.600.000,00. De uit het proportionaliteitbeginsel voortspruitende 60%-regel, zoals vermeld in de Gids Proportionaliteit van augustus 2011, is ook niet van toepassing op voornoemd bedrag, omdat er een mogelijkheid bestaat dat UWV van één enkele inschrijver meer diensten afneemt. Een gelijke verdeling van 23 miljoen komt slechts in een hypothetische situatie voor, aangezien na de gunning drie partijen iedere keer met elkaar in concurrentie zullen treden. Het accepteren van een referentiewerk met een omvang van € 5.500.000,00 komt UWV in dat licht bezien niet juist voor. Zeker nu alle overige inschrijvers referentiewerken hebben ingediend met een omzet hoger dan € 7.700.000,00. Voor zover Manpower thans meent dat voornoemd bedrag niet proportioneel is terwijl zij daarover geen vragen heeft gesteld, heeft zij haar rechten op dat punt verwerkt.

3.3.2. Verder is met betrekking tot het referentiewerk van de gemeente Amsterdam geen sprake van een landelijke geografische spreiding. Deze eis viel eveneens uit de aanbestedingsdocumentatie af te leiden en is ook door de andere inschrijvers ook zo begrepen. Te meer, nu in de leidraad melding wordt gemaakt van negen UWV-locaties die over het hele land zijn verspreid en in tab 4 nog eens gevraagd wordt om de geografische spreiding aan te duiden. Inschrijvers waren verder ook verplicht zelf vestigingen te hebben binnen een straal van 30 kilometer van een vestiging van UWV. De door Manpower ingediende referentieopdracht bevat slechts een aantal locaties in Amsterdam. UWV is van mening dat Manpower hiermee de eisen die uit de aanbestedingsdocumentatie voortvloeien te beperkt heeft opgevat.

3.3.3. De referentieopdracht van het Kadaster is voorts niet vergelijkbaar, omdat de aard van de te verrichten diensten afwijkt van de door UWV aanbestede opdracht. Uit de onder tab 7 opgenomen functieprofielen (zie 2.2) had Manpower moeten afleiden dat het hoofdbestanddeel van de werkzaamheden van klantadviseurs bestaat uit callcenter werkzaamheden. Een klantadviseur moet namelijk zelfstandig in staat zijn om, klanten van UWV, inhoudelijk te woord te staan. De werkzaamheden die Manpower voor het Kadaster uitvoert sluiten niet aan op de in de markt gezette opdracht. Alleen de werkzaamheden die een medewerker klantenservice uitvoert, komt in de buurt van de door UWV gevraagde werkzaamheden. Het overgrote deel van de werkzaamheden die Manpower uitvoert voor het Kadaster omvat andere werkzaamheden, zoals het leveren van: administratieve medewerkers, juridisch administratieve medewerkers, financieel administratieve medewerkers, telefonistes en secretaresses. Deze werkzaamheden zijn evenwel onvoldoende vergelijkbaar met de onderhavige opdracht van UWV. Manpower is derhalve terecht uitgesloten, aldus nog steeds UWV en Adecco.

3.4. Adecco vordert in aansluiting op het voorgaande en voor zover thans nog van belang - samengevat -:

ii UWV te gebieden over te gaan tot definitieve gunning van de opdracht aan haar;

iii dan wel dat een andere maatregel wordt getroffen die recht doet aan de belangen van Adecco.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Kern van het geschil

4.2. Tussen partijen is in geschil of de door Manpower opgegeven referenties van de gemeente Amsterdam en het Kadaster voldoen aan de referentie-eisen als omschreven in 2.2 van de leidraad (zie 2.2) en of de inschrijving van Manpower ten onrechte ongeldig is verklaard.

Referentie-eisen

4.3. UWV heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter tijdens de aanbestedingsprocedure steken laten vallen. Ondanks een daarop bij de eerste Nota van Inlichtingen gerichte vraag (nummer 132, zie 2.4) heeft UWV geen duidelijkheid verschaft over de wijze waarop zij dit criterium zou toepassen. Dit valt nog minder te begrijpen, nu UWV ter zitting zeer nauwkeurig heeft aangegeven waaraan ingediende referentiewerken moesten voldoen, zowel wat de omvang als de aard van het referentiewerk betreft. Het is geschetst tegen die achtergrond dan ook niet goed verdedigbaar dat UWV deze specifieke eisen niet in de leidraad heeft laten terugkomen. UWV heeft weliswaar aangevoerd dat Manpower bij de tweede Nota van Inlichtingen haar vraag had kunnen herhalen of nog duidelijker kenbaar had kunnen maken, maar dit betoog miskent de verantwoordelijkheid en zorgplicht die UWV, als professionele aanbesteder, jegens alle potentiële inschrijvers tijdens de aanbestedingsprocedure heeft. De zorgplicht van UWV tegenover potentiële inschrijvers brengt mee dat zij de criteria voor geschiktheid zo duidelijk mogelijk in de leidraad en de eventuele Nota’s van Inlichtingen – indien op dat punt vragen zijn gesteld – dient te beschrijven, opdat wordt voorkomen dat kansloze inschrijvers onnodig kosten maken voor deelname aan de inschrijving.

4.4. In dit kort geding staat evenwel enkel de uitleg van de referentie-eisen centraal nu Manpower niet de onduidelijkheid van de geschiktheidseis aan haar vorderingen ten grondslag legt, maar stelt dat de door haar ingediende referenties aan de referentie-eis voldoen. Uit hetgeen onder 2.2 van de leidraad is opgenomen volgt dat de door inschrijvers in te dienen referenties naar aard en omvang vergelijkbaar dienen te zijn met de onderhavige opdracht. De voorzieningenrechter stelt voorop dat voornoemd criterium een zeer ruime marge bij de beoordeling van ingediende referentiewerken veronderstelt, nu de kenmerken waaraan de in te dienen referentiewerken moeten voldoen – bij gebrek aan (onder meer) concrete voorschriften met betrekking tot omvangsgetallen en geografische omschrijving in de aanbestedingsdocumenten – niet aanstonds duidelijk zijn. In een dergelijk geval waarbij een aanbesteder werkt met een algemene formulering van de referentie-eisen is de beoordelingsmaatstaf of een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver de referentie-eis zo heeft kunnen opvatten als blijkt uit de door hem aangeboden referentie. Bij die beoordeling dient acht te worden geslagen op alle bij de aanbesteding betrokken documenten en bijlagen. Dit betekent dat UWV slechts kan oordelen dat Manpower niet aan de geschiktheidseisen heeft voldaan, als een normaal zorgvuldig handelend en redelijk geïnformeerde inschrijver had moeten begrijpen dat de door hem ingediende referentiewerken niet aan de uit de aanbestedingsdocumenten voortvloeiende eisen zouden voldoen.

Het door Manpower ingediende referentiewerk van de gemeente Amsterdam

4.5. Tussen partijen is niet in geschil dat de opdracht van UWV op verschillende locaties in Nederland zal worden uitgevoerd. In de leidraad zoals opgenomen onder 2.2 wordt ook op vele plekken naar de verschillende vestigingen van UWV in Nederland verwezen, waaronder Zutphen, Rotterdam, Roermond, Groningen, Goes, Almere, Groningen en Woerden. Een vergelijkbare opdracht behoeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet in dezelfde plaatsen te worden uitgevoerd. Evenmin valt uit de leidraad af te leiden dat uit het ingediende referentiewerk een landelijke dekking moet blijken. Wel zal er sprake moeten zijn van enige geografische spreiding, in die zin dat een referentieopdracht in verschillende plaatsen wordt uitgevoerd. Dit in aanmerking nemend kan niet worden gezegd dat een redelijk handelend en normaal zorgvuldige inschrijver zou kunnen begrijpen dat ook aan de referentie eis naar zijn aard zou worden voldaan door een referentiewerk aan te bieden dat beperkt is tot de gemeente Amsterdam. Dat Manpower binnen die gemeente vanuit verschillende locaties en met verschillende stadsdelen werkt, betekent niet dat daaruit kan worden opgemaakt dat het referentiewerk ziet op een ruime geografische spreiding. Manpower had moeten begrijpen dat het UWV te doen was om uit de aangeboden referenties de zekerheid te kunnen putten dat Manpower landelijk een redelijke toegang tot de arbeidsmarkt voor de betreffende functies had. Het oordeel van UWV dat het referentiewerk Amsterdam om die reden niet aan de eisen uit de leidraad voldoet kan de voorzieningenrechter dan ook niet als onjuist aanmerken.

4.6. Met betrekking tot de omvang van het door Manpower ingediende referentiewerk van de gemeente Amsterdam, geldt voorts het volgende. De totale omvang van de door UWV aanbestede opdracht bedraagt € 23.250.000. Aangezien drie mantelpartijen aan de door UWV in de marktgezette opdracht uitvoering zullen geven, is een referentie-eis die in de buurt van € 7.750.000,00 ligt voor alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers in de lijn der verwachting. Manpower heeft in dat kader ter zake de omvang van referentiewerken een beroep gedaan op de toepassing van een 60%-regel die wordt genoemd in de Gids Proportionaliteit. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de Gids Proportionaliteit geen bindende kracht heeft en slechts de visie geeft van een aantal personen betrokken bij de aanbestedingspraktijk. Dit document bevat enkel handreikingen voor een redelijke toepassing van het proportionaliteitsbeginsel in de aanbestedingspraktijk. Het hangt steeds af van de omstandigheden van het geval in hoeverre een referentiewerk wat de omvang betreft proportioneel is. De in voornoemd document opgenomen 60%-regel kan Manpower dan ook niet baten. Van belang voor de thans gevraagde beoordeling is dat de drie mantelpartijen, die opdracht zullen gaan uitvoeren bij het aanbieden van uitzendkrachten, iedere keer opnieuw met elkaar in concurrentie zullen treden. Het is daardoor niet zeker dat de drie winnende inschrijvers ieder een gelijk deel van de opdracht zullen gaan uitvoeren. Manpower was daarvan ook op de hoogte, omdat zij als één van de drie zittende aanbieders – overeenkomstig de door haar ter zitting ingenomen stellingen – niet in staat is gebleken een omzet van gelijk aan een derde deel van de opdracht te realiseren. Uit het voorgaande volgt dat een redelijk geïnformeerde en normaal oplettende zorgvuldig inschrijver had moeten begrijpen dat een referentiewerk met een omvang die aanzienlijk lager is dan het bedrag van één derde van de waarde van de aan te besteden opdracht, zoals het bedrag van € 5.500.000,00 niet aan de eisen zou voldoen.

Conclusie

4.7. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat UWV in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen dat de inschrijving van Manpower ongeldig is, nu het door Manpower ingediende referentiewerk van de gemeente Amsterdam niet voldoet aan het omvangcriterium en evenmin voldoet aan de gevraagde geografische spreiding. De overige stellingen behoeven dan ook geen bespreking meer.

4.8. Uit het vooroverwogene volgt dat de vorderingen van Manpower zullen worden afgewezen.

Proceskosten

4.9. Manpower zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze kosten worden aan de zijde van UWV tot op heden begroot op:

- griffierecht € 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.376,00

De kosten aan de zijde van Adecco worden begroot op:

- griffierecht € 560,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.376,00

Vorderingen Adecco jegens UWV

4.10. Met betrekking tot de vordering van Adecco jegens UWV, geldt het volgende. UWV heeft ter zitting gemeld dat zij, indien de vorderingen van Manpower worden afgewezen, de opdracht definitief aan (onder meer) Adecco zullen gunnen. Adecco heeft dan ook thans geen belang meer bij een veroordeling van UWV. Deze vordering zal daarom worden afgewezen. De proceskosten tussen Adecco, UWV zullen worden gecompenseerd, in die zin dat deze partijen hun eigen kosten dragen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident

5.1. staat Adecco toe om tussen te komen in dit kort geding,

5.2. veroordeelt Manpower en UWV in de kosten van het incident gevallen aan de zijde van UWV, tot op heden begroot op nihil.

in de hoofdzaak

5.3. weigert de gevraagde voorzieningen,

5.4. veroordeelt Manpower in de proceskosten, aan de zijde van UWV tot op heden begroot op € 1.376,00,

5.5. veroordeelt Manpower in de proceskosten, aan de zijde van Adecco tot op heden begroot op € 1.376,00,

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. compenseert de kosten van deze procedure tussen Adecco, UWV, in die zin dat voornoemde partijen hun eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.J. Peeters, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. C.G. van Blaaderen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2011.