Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7643

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
13/529107-09 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is een van de verdachten in de megazaak Megaliet met betrekking tot skimmen. Verdachte wordt veroordeeld tot 273 dagen gevangenisstraf voor onder meer diefstal en oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/529107-09 (Promis)

Datum uitspraak: 30 november 2011

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] [plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 27 september 2011, 24 en 31 oktober 2011 en 17 november 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Louman en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.L. van Gaalen, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Alkmaar en/of Amstelveen en/of Amsterdamen/of Amersfoort en/of Beverwijk en/of Cappelle aan de IJssel en/of Eindhoven en/of Haarlem en/of Krommenie en/of Rotterdam en/of Uithoorn en/of Utrecht en/of Waalwijk en/of Zandvoort en/of Zeist en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer personen (te weten

- [ZD1] (ZD1) en/of

- [ZD2] (ZD2) en/of

- [ZD3] (ZD3) en/of

- [ZD3 2] (ZD3) en/of

- [ZD5] (ZD5) en/of

- [ZD9] (ZD9) en/of

- [ZD10] (ZD10) en/of

- [ZD11] (ZD11) en/of

- [ZD11 2] (ZD11) en/of

- [ZD12] (ZD12) en/of

- [ZD13] (ZD 13) en/of

- [ZD14] (ZD14) en/of

- [ZD16] (ZD 16) en/of

- [ZD18] (ZD18) en/of

- [ZD18 2] (ZD18) en/of

- [ZD18 3] (ZD18) en/of

- [ZD35] (ZD 35) en/of

- [ZD36] (ZD36) en/of

een of meer andere personen (ZD3, 4, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 18, 19 en 20)) heeft/hebben bewogen tot afgifte van zijn/haar/hun pincode(s) en/of bankpasgegevens (te weten een PAN-code en/of rekeningnummer), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als medewerker(s) van TNT-post die een pakketje kwam(en) bezorgen, waarbij voor ontvangst van dit pakketje een geldbedrag van ongeveer 1 euro (aan portokosten) gepind moest worden op een (niet werkend) pinapparaat, op welk pinapparaat de bankpasgegevens (te weten een PAN-code en/of rekeningnummer) en (ingetoetste) pincode(s) werd(en) gekopieerd, waardoor bovengenoemde personen en/of een of meer andere personen werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam en/of Zandvoort, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 435.380,70 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer bank(en) (onder meer de ING-Bank) en/of aan

- [ZD2] (ZD2) en/of

- [ZD3] (ZD3) en/of

- [ZD3 2] (ZD3) en/of

- [ZD5] (ZD5) en/of

- [ZD9] (ZD9) en/of

- [ZD10] (ZD10) en/of

- [ZD11] (ZD11) en/of

- [ZD12] (ZD12) en/of

- [ZD14] (ZD14) en/of

- [ZD16] (ZD 16) en/of

- [ZD18] (ZD18) en/of

- [ZD18 2] (ZD18) en/of

- [ZD18 3] (ZD18) en/of

- [ZD35] (ZD 35) en/of

- [ZD36] (ZD36) en/of

een of meer andere personen (ZD3, 4, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 18, 19 en 20), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten een of meer valse en/of vervalste betaalpassen en/of (de daarbij behorende) pincode(s);

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam en/of Zandvoort en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer banken (onder meer de ING-Bank) en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 435.380,70 euro) en/of een of meer goederen, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de rechthebbende(n) van een of meer bankrekeningen door middels gebruikmaking van een valse en/of vervalste betaalpas en/of de bijbehorende pincode geld op te nemen en/of betalingen te verrichten bij een/of meer geldautomaten en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven, waardoor een of meer banken (onder meer de ING-bank) en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Eindhoven en/of Rotterdam, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk een of meer betaalpassen en/of een of meer waardekaarten en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten een of meer bankpassen, valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst (met behulp van skimapparatuur) met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s), valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van (een) originele betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens (van

- [ZD1] (ZD1) en/of

- [ZD2] (ZD2) en/of

- [ZD3] (ZD3) en/of

- [ZD3 2] (ZD3) en/of

- [ZD5] (ZD5) en/of

- [ZD9] (ZD9) en/of

- [ZD10] (ZD10) en/of

- [ZD11] (ZD11) en/of

- [ZD11 2] (ZD11) en/of

- [ZD12] (ZD12) en/of

- [ZD13] (ZD 13) en/of

- [ZD14] (ZD14) en/of

- [ZD16] (ZD 16) en/of

- [ZD18] (ZD18) en/of

- [ZD18 2] (ZD18) en/of

- [ZD18 3] (ZD18) en/of

- [ZD35] (ZD 35) en/of

- [ZD36] (ZD36) en/of

een of meer andere personen (ZD3, 4, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 18, 19 en 20)) heeft/hebben gekopieerd/geladen naar/op (een) betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, welke zijn/is voorzien van een magneetstrip (tengevolge waarvan met die laatstgenoemde (valse of vervalste) betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigena(a)r(en) van die originele betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens mogelijk worden;

4. hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009, te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij verdachte, en/of zijn mededader(s) telkens een of meer voorwerpen en/of geldbedragen (ter hoogte van in ieder geval 149.950,00), verworven en/of voorhanden gehad, althans hiervan gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

5. hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Eindhoven en/of Rotterdam, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een stof(fen) en/of voorwerp(en) en/of gegeven(s), te weten electronica voor het kopiëren van magneetstrippen, althans skimmingdevice en/of skimapparatuur, heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben ontvangen en/of zich heeft/hebben verschaft en/of heeft/hebben verkocht en/of heeft/hebben overgedragen en/of voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die bestemd was/waren voor het opzettelijk valselijk opmaken en/of vervalsen van (een) betaalpas(sen) en/of(een) waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten en/of verkrijgen van betalingen en/of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, zulks met het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen;

6. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2007 tot 11 oktober 2007 te Eindhoven en/of Amsterdam en/of Zandvoort en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen (ter hoogte van in totaal ongeveer 72.410,74), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer bank(en) en/of aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) en/of een of meer andere personen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten een of

meer valse en/of vervalste betaalpassen en/of (de daarbij behorende) pincode(s);

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2007 tot 11 oktober 2007 te Eindhoven en/of Amsterdam en/of Zandvoort en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer banken en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (ter hoogte van in totaal ongeveer 72.410,74 euro) en/of een of meer goederen, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de rechthebbende(n) van een of meer bankrekeningen door middels gebruikmaking van een valse en/of vervalste betaalpas geld op te nemen en/of betalingen te verrichten bij een/of meer geldautomaten en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven, waardoor een of meer banken en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2007 tot 11 juli 2007 te Amsterdam en/of Badhoevedorp en/of Zandvoort en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer banken heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 55.550,00 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de rechthebbende van een of meer bankrekeningen door middels gebruikmaking van een valse en/of vervalste betaalpas geld op te nemen van deze bankrekeningen bij een/of meer geldautomaten en/of casinobedrijven en/of winkelbedrijven en/of postkantoren en/of gokhallen, waardoor een of meer banken en/of een of meer personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2007 tot 11 oktober 2007 te Geldrop en/of Eindhoven en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer personen (onder meer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) heeft/hebben bewogen tot afgifte van zijn/haar/hun pincode(s) en/of gegevens van betaalpas(sen), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in de hoedanigheid van medewerker(s) van de Albert Hein bezorgservice boodschappen afgeleverd, waarbij voor ontvangst van deze boodschappen gepind moest worden op een mobiel pinapparaat, op welk pinapparaat de bankpasgegevens en/of (ingetoetste) pincode(s) werd(en) gekopieerd en/of de pincode werd afgekeken, waardoor één of meer personen (onder meer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8. hij op of omstreeks 08 december 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer computers (te weten een computer van het merk Dell Inspiron 9300 met serienummer DL98X1J en/of een computer van het merk Targa Visionary met serienummer A2204035251C231 en/of een computer van het merk Fuji-Siemens met serienummer 02211381S01) voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

9. hij in of omstreeks de periode van 30 november 2009 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een poststuk (gericht aan [persoon 1]), geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en welk poststuk verdachte en/of zijn mededader(s) uit de gezamenlijke hal van het perceel [B-straat nr] te [plaats] heeft meegenomen, en aldus dat posstuk anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2009 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer poststukken (gericht aan [persoon 1]) heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door verduistering dan wel diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Overweging ten aanzien van de ten laste gelegde periode

In de tenlastelegging is op meerdere plaatsen een periode genoemd "tot 8 december 2009" Taalkundig betekent dit dat de dag 8 december 2009 buiten de ten laste gelegde periode valt, maar naar het oordeel van de rechtbank kan voornoemd onderdeel van de tenlastelegging - mede in het licht van het dossier - niet anders verstaan worden dan dat bedoeld is 8 december 2009 daar wel onder te begrijpen. Uit het dossier blijkt immers dat op 8 december 2009 alle doorzoekingen op de adressen die prominent in het dossier naar voren komen hebben plaatsgevonden. Een deel van de tenlastelegging ziet overduidelijk op bezitsdaden ten aanzien van de op 8 december 2009 bij die doorzoekingen aangetroffen zaken. Daaruit hebben verdachte en medeverdachten moeten concluderen dat 8 december 2009 in de ten laste gelegde periode begrepen is. De rechtbank zal de tenlastelegging dan ook in die zin (verbeterd) lezen.

3. Voorvragen

3.1 Geldigheid van de dagvaarding

3.1.1 Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

3.1.1.1 De verdediging heeft betoogd dat het onder 2 ten laste gelegde te onbepaald is nu de bedrijven die kennelijk tot afgifte zijn bewogen te algemeen worden omschreven, het hier om een ruime periode van anderhalf jaar gaat en het bedrag van ruim € 435.000,- niet valt te herleiden in het dossier. Derhalve verzoekt de verdediging dit feit nietig te verklaren.

3.1.1.2 De rechtbank overweegt als volgt. De vraag is of de tenlastelegging met betrekking tot deze feiten aan duidelijkheid zodanig te wensen over laat, dat deze nietig moet worden verklaard. Een van de in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen is immers dat de tenlastelegging een voldoende geconcretiseerde omschrijving geeft van het feit dat aan verdachte ten laste wordt gelegd, zodat de rechter op basis van de tenlastelegging weet wat hij moet onderzoeken en verdachte voldoende duidelijk is waarvan hij wordt beschuldigd.

3.1.1.3 Vooropgesteld wordt dat de tenlastelegging moet worden beschouwd in samenhang met het daaraan ten grondslag liggende dossier. De rechtbank is van oordeel dat de periode niet te onbepaald is, nu uit het dossier duidelijk blijkt dat de verweten handelingen gedurende een lange periode zouden hebben plaatsgevonden. De directe aanleiding voor het onderzoek 13Megaliet betroffen aangiften in de periode van april en mei 2008. De periode van de tenlastelegging is derhalve kennelijk geënt op de grote groep aangevers uit het dossier en is niet toegespitst op de vermelde aangevers in de tenlastelegging. Ook het bedrag van € 435.380,70 is te herleiden uit het dossier: in het algemeen relaas staat vermeld dat dit het bruto schadebedrag betreft van de ING. Ten aanzien van het verweer dat de bedrijven in het onder 2 ten laste gelegde te algemeen worden omschreven, overweegt de rechtbank dat de bedrijven kennelijk in samenhang gelezen dienen te worden met het eerste gedeelte van de cumulatieve/alternatieve tenlastelegging en daarin worden de zaaksdossiers vermeld. Gezien de vermelde zaaksdossiers is naar het oordeel van de rechtbank het ten laste gelegde niet onbepaald. Tegen de achtergrond van het dossier moet het verdachte naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk zijn wat hem verweten wordt. De rechtbank zal de dagvaarding ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde derhalve niet nietig verklaren.

3.1.2 Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

3.1.2.1 De verdediging heeft betoogd dat het onder 5 ten laste gelegde te onbepaald is. Gedurende een periode van anderhalf jaar zou verdachte dergelijke goederen voorhanden hebben gehad, maar het is in zo'n omvangrijk dossier onduidelijk waar verdachte zich tegen moet verdedigen, zodat de dagvaarding ten aanzien van dit feit nietig verklaard dient te worden.

3.1.2.2 De rechtbank verwerpt dit verweer gelet op het hiervoor onder 3.1.3 overwogene ten aanzien van de periode. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat dit ten laste gelegde feit in samenhang gelezen dient te worden met de andere ten laste gelegde feiten. De periode en de plaatsen zijn gelijkluidend aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Daarmee is de tenlastelegging niet zodanig onbepaald, dat verdachte niet weet waartegen hij zich moet verweren.

3.1.3 Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

3.1.3.1 De verdediging heeft tot slot verzocht om het onder 6 ten laste gelegde nietig te verklaren, nu onvoldoende duidelijk is welk feitelijk handelen dit ten laste gelegde feit betreft en waartegen verdachte zich dient te verweren. Immers, in het primair ten laste gelegde gaat het om de afgifte van een bedrag van ruim € 72.000,- en in het subsidiair ten laste gelegde gaat het om een bedrag van ruim € 55.000,-, terwijl onvoldoende duidelijk is waar deze bedragen betrekking op hebben. Het subsidiair opgenomen bedrag vertoont gelijkenis met het bedrag waarvoor [slachtoffer 3] is benadeeld, maar het bedrag verschilt, terwijl de officier van justitie desgevraagd hier geen duidelijkheid over kon verschaffen. Als de officier van justitie de bedragen al niet kan thuis brengen, hoe kan dan van verdachte wel worden verwacht dat hij weet waarover dit gaat, laat staan dat hij zich hiertegen kan verdedigen, aldus de verdediging.

3.1.3.2 De rechtbank overweegt als volgt. In de tenlastelegging zijn duidelijk de namen van de aangevers opgenomen. De omstandigheid dat de optelsom van de weggenomen bedragen wellicht niet juist is, doet niet af aan de duidelijkheid van de dagvaarding. Niet wordt vereist dat de opgave in een tenlastelegging juist is. Als de vermelding onjuist is, kan de tenlastelegging nog steeds fungeren als grondslag voor een terechtzitting. Naar het oordeel van de rechtbank is de tenlastelegging, gelet op de vermelde namen van aangevers en in samenhang met het dossier, voldoende duidelijk en voldoet deze aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, zodat verdachte voldoende duidelijk is wat hem verweten wordt. De dagvaarding is derhalve geldig.

3.2 Overige voorvragen

Deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde

4.1 Feiten en omstandigheden

4.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.i

4.1.2 Directe aanleiding voor het onderzoek 13Megaliet waren aangiften van oplichting gedurende de maanden april en mei 2008. Deze aangiften vertoonden een grote overeenkomst qua gebruikte modus operandi en signalement van de dader(s). Op 8 december 2009 werd in meerdere woningen onderzoek verricht inzake het onderzoek.ii

4.1.3 Op 10 juni 2009 heeft [ZD11] (hierna: [ZD11]), geboren in 1927, aangifte gedaan van skimming. Op 9 juni 2009 werd er bij haar woning aan de [U-straat] te [plaats] aangebeld. Er stond een man met een pakketje, die zei dat hij een pakketje moest afgeven en dat zij nog 99 cent moest betalen. Zij moest dit bedrag pinnen omdat de man geen contant geld mocht aannemen. [ZD11] heeft haar pinpas door een pinapparaat gehaald en haar pincode ingetoetst. Het apparaat deed het niet en de man zei dat de batterij waarschijnlijk leeg was. De man zei dat hij een dag later terug zou komen om het pakketje af te leveren. De volgende dag ontdekte [ZD11] dat er onrechtmatig in totaal € 3.010,- van haar rekening was opgenomen in Amsterdam (ING) en Eindhoven.iii

4.1.4 Op 14 november 2009 heeft [ZD13] (hierna: [ZD13]), geboren 1958 aangifte gedaan van poging tot oplichting. Op 11 november 2009 werd zij gebeld op haar huistelefoon. Een persoon stelde zich voor met de naam [naam 2] van Agis, en vertelde dat hij namens Agis een presentje met een cadeaubon mocht aanbieden, waarvoor [ZD13] enkel de portkosten van 96 cent zou hoeven betalen. Dezelfde dag werd er om 14.00 uur bij de woning van [ZD13] aan de [X-straat] te [plaats] aangebeld door een man die verklaarde het presentje te komen brengen. [ZD13] wilde een euro geven voor de portokosten maar moest pinnen. De man had een mobiele telefoon bij zich en een zwart smal pinapparaatje waarin de gleuf voor de pinpas zat. De man haalde de Rabobank pinpas van [ZD13] enkele malen door het pinapparaatje. Het scherm van de mobiele telefoon lichtte enkele malen op en ging dan weer uit. De man zei dat er een storing was en dat hij het presentje ook niet kon afgeven. [ZD13] mocht wel even kijken in het presentje. In een envelop zat een klein vierkant cadeautje en een Iris check. Daarna is hij weggegaan. Op 13 november 2009 is [ZD13] gebeld door iemand die zich voorstelde als [naam 3], die zei dat hij beveiliger was van de Rabobank en dat ze het vermoeden hadden dat de pinpas van [ZD13] was geskimd. Hij wilde haar gegevens hebben. [ZD13] vertrouwde het niet en gaf de gegevens niet. Er is niets van de rekening van [ZD13] gehaald. Zij heeft haar pas laten blokkeren.iv

4.1.5 Nader onderzoek van de politie heeft uitgewezen dat er geen [naam 3] bij de Rabobank werkte. Op 19 november 2009 heeft een medewerker van Equens gemeld dat de pinpas met het rekeningnummer van [ZD13] op 12 november 2009 tweemaal was aangeboden bij de ING-bank op de Postjesweg te Amsterdam.v

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

4.2.1 De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, voor zover verdachte in het dossier voorkomt, te weten in ZD's 1 ([ZD1]), 11 ([ZD11 2] en [ZD11]) en 13 ([ZD13]). Hij voert ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat verdachte diverse malen is herkend op beeldopnames, hij is gezien tijdens observaties, hij is herkend als TNT bezorger die het bekende pakketje komt afleveren, waarna het hele verhaal zich afspeelt, en is herkend terwijl hij geldopnames doet met geskimde gegevens. Verdachte ontkent dat hij op de beelden staat, maar diverse verbalisanten die hem persoonlijk kennen, hebben hem herkend. Van belang daarnaast is dat hij niet alleen in de TNT dossiers voorkomt maar ook in de Albert Heijn dossiers. Er is echter geen geld of gegevens aangetroffen bij verdachte. In de woning waar verdachte is aangehouden is wel een aantal opvallende goederen aangetroffen, zoals een TNT jas en mobiele pinapparaten, maar het totale plaatje ontbreekt waardoor verdachte niet als medepleger van alle zaken in het dossier verantwoordelijk kan worden gehouden.

4.2.2 Gelet op het voorgaande is de officier van justitie van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde niet bewezen kan worden. Er is direct bij hem of op zijn verblijfplaats geen skimapparatuur aangetroffen. Naar de overtuiging van de officier van justitie is verdachte alleen als uitvoerder betrokken geweest bij de strafbare feiten.

4.2.3 Het onder 5 ten laste gelegde kan wel bewezen worden voor zover betrekking op de zaaksdossiers 1, 11 en 13, nu het niet anders kan dat er sprake is geweest van skimapparatuur omdat met een betaalautomaat de pingegevens zijn bemachtigd waar later ook geld mee is opgenomen of die in ieder geval zijn aangetroffen op de in de kring van verdachten aangetroffen gegevensdragers.

4.3 Het standpunt van de verdediging

4.3.1 De verdediging heeft ten eerste betoogd dat de herkenningen door buurtregisseurs en leden van het onderzoeksteam tot een resultaat hebben geleid waarvan de betrouwbaarheid niet kan worden vastgesteld, omdat in beide gevallen een eventuele herkenning het gevolg kan zijn van een verwachting. Het meest prominent speelt dat in het geval dat leden van het onderzoeksteam zelf nagingen of zij één van de verdachten op de foto's herkenden. Maar ook de buurtregisseur zal de hem bekende overlastgevende personen de revue hebben laten passeren om na te gaan of één van die personen binnen het plaatje past. Voorgaande 'procedure' is vanuit de rechtspsychologie onderzocht waarbij tot het oordeel is gekomen dat een dergelijke procedure tegen elk voorschrift is, omdat hij uitermate gevoelig is voor suggestie. Een procedure waarbij bevestiging van een bestaand idee wordt gezocht, zoals ook in casu aan de orde is, dient 'als onbetrouwbaar' verworpen te worden. Daarbij geldt dat er geen overeenstemming tussen de verbalisanten bestaat over de gebruikte gradaties van herkenning. Over 100 % herkenning bestaat geen onduidelijkheid, maar over alle andere gradaties wel. Wat is het verschil tussen enige gelijkenis, veel gelijkenis, grote gelijkenis en zeer grote gelijkenis?

4.3.2 Ten aanzien van het zaaksdossier 1 worden de aanwijzingen dat verdachte hierbij betrokken is geweest met name ontleend aan de vermeende herkenningen van verdachte op de camerabeelden, maar zowel verbalisanten [verbalisant 1] als [verbalisant 2] komen niet tot een volledige herkenning en daarnaast geldt dat in ieder geval verbalisant [verbalisant 5] verdachte niet herkende als de persoon in het halletje. De overige aanwijzingen (2 brieven op naam van [medeverdachte 9] en een auto die door de broer van verdachte was gehuurd) leveren geen bewijs op van betrokkenheid van verdachte bij dit delict. Bovendien dient er vrijspraak te volgen, nu er sprake is van een poging en een poging is niet ten laste gelegd. Bij zaaksdossier 11 ([ZD11]) is de verdenking gebaseerd op een herkenning bij het pinnen, hetgeen niet kan bewijzen dat verdachte bij de oplichting een rol heeft gehad die met medeplegen kan worden gelijkgesteld. Daarnaast is de herkenning door [verbalisant 5] onbetrouwbaar, is bovendien op de foto's niet te zien dat de persoon op dat moment aan het pinnen is en komt de tijd niet overeen met de afschrijving van [ZD11]. Tot slot worden de opnames in Eindhoven gedaan, terwijl de foto's van een casino in Rotterdam zijn.

4.3.3 Ten aanzien van [ZD13] (ZD 13) heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij in de Opel Combo naar [plaats] is geweest, maar dat hij na terugkomst in Amsterdam op de Frederik Hendrikstraat is afgezet en is weggegaan. Deze verklaring is niet in strijd met de onderzoeksbevindingen van het observatieteam. Op basis van het proces-verbaal van observatie en de verklaringen van de observanten bij de rechter-commissaris, kan niet worden vastgesteld dat het observatieteam [verdachte] tijdens de observatie daadwerkelijk heeft gezien. Dat het onderzoeksteam eerder wel tot een juiste herkenning is gekomen van de persoon die in de ochtend in de Opel Combo zat, betekent niet dat met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte na de stop op de Frederik Hendrikstraat weer in die Opel Combo is gestapt, ook nu het tijdsverloop zodanig is dat een andere passagier in die auto kan zijn gestapt. Daarnaast is er geen telefonisch contact geweest tussen verdachte en [ZD13], zoals dat wel in [plaats] zou hebben plaatsgevonden. Ook blijkt uit het tapgesprek niet dat verdachte belang heeft bij de laptop en overigens ook niet waar [medeverdachte 11] die laptop voor wil gebruiken. Bovendien blijkt uit niets dat er gesproken wordt over de bij de huiszoeking in de [A-straat] aangetroffen laptop.

4.3.4 Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is alleen in het geval van [ZD11] sprake geweest van het van de rekening afhalen van geld, zodat in het geval van de overige aangevers ([ZD1], [ZD11 2] en [ZD13]) geen bewezenverklaring kan volgen. Ten aanzien van [ZD11] verwijst de raadsman naar hetgeen onder 4.3.2 is opgenomen en hij verzoekt verdachte vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde.

4.3.5 De officier van justitie stelt terecht voor om verdachte vrij te spreken van het onder 3 ten laste gelegde. Niet staat vast dat verdachte bij het vervalsen van die passen betrokken is geweest in de zin van medeplegen. De enkele omstandigheid dat hij nadien mogelijk gepind heeft met geskimde gegevens levert onvoldoende aanwijzing van strafrechtelijke betrokkenheid voordien op.

4.3.6 Tot slot ontbreekt het bewijs voor het onder 5 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft terecht opgemerkt dat ten aanzien van de zaaksdossiers (1, 11 en 13) niet vastgesteld kan worden dat het in casu ging om de genoemde apparatuur. Het is enkel een aanname dat dit het geval is geweest en dat is onvoldoende om daarop het bewijs te baseren.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

4.4.1 Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

4.4.1.1 De rechtbank acht niet bewezen wat onder 1 is ten laste gelegd, nu de tenlastelegging het bestanddeel 'heeft/hebben bewogen tot afgifte van zijn/haar/hun pincode(s) en/of bankpasgegevens (...) in elk geval van enig goed' bevat. De Hoge Raad heeft in 1995 bepaald dat 'de in de geest van een persoon opgeslagen bekendheid met de bij zijn betaalpas behorende cijfercombinatie (...) niet (kan) worden aangemerkt als een 'goed' in de zin van artikel 317 (oud) Sr. Evenmin kan het (onvrijwillig) noemen van een pincode worden aangemerkt als afgifte in de zin van laatstgenoemd artikel: daarvan kan slechts worden gesproken indien door die afgifte de afgever de beschikking over het afgegevene verliest, hetgeen uiteraard bij het noemen van een pincode niet het geval is'.vi Aan het begrip 'goed' in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht komt een gelijke betekenis toe. Ook de wetgever is van oordeel dat de term "gegevens" niet onder "goed" moet worden gerubriceerd, reden waarom aan artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht bij Wet van 23 december 1992 (Stb. 1993, 33) als alternatief is toegevoegd de zinsnede "het ter beschikking stellen van gegevens", waaronder ook pincodes kunnen worden verstaan.vii Die zinsnede is onder 1 echter niet ten laste gelegd. Hetzelfde geldt voor 'bankpasgegevens'; de gegevens op de magneetstrip. Door het skimmen van de bankpasgegevens verliest de aangever immers niet de beschikking over deze bankpasgegevens, deze blijven aanwezig op de bankpas van de aangever en daarmee in het bezit van de aangever. Derhalve is geen sprake van afgifte van deze gegevens als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

4.4.1.2 Het vorenstaande brengt de rechtbank in de eerste plaats tot het oordeel dat het bestanddeel 'in ieder geval (van) enig goed' niet in verband staat met hetgeen voor het overige in de tenlastelegging onder 1 is vermeld, terwijl ook overigens niet duidelijk waar het gedeelte 'in ieder geval enig goed' op ziet en waartegen verdachte zich derhalve moet verweren, zodat de dagvaarding op dit punt partieel nietig dient te worden verklaard.

4.4.1.3 In de tweede plaats brengt dit oordeel mee dat hetgeen wel ten laste gelegd is, namelijk dat de aangevers bewogen zijn tot afgifte van een pincode, gezien het vorenstaande niet bewezen kan worden, zodat verdachte hiervan vrijgesproken dient te worden.

4.4.2 Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

4.4.2.1 Overweging ten aanzien van zaaksdossier 1 en 13

De rechtbank kan geen oordeel geven over een eventuele bewezenverklaring van zaaksdossiers 1 en 13 nu deze zaaksdossiers niet aan verdachte zijn ten laste gelegd onder 2.

4.4.2.2 Herkenning in zaaksdossier 11

4.4.2.2.1 De verdediging heeft ten eerste betoogd dat de geldopames in Eindhoven zijn gedaan, terwijl de foto's van een casino in Rotterdam zijn. De rechtbank overweegt dat de verbalisanten een onderzoek hebben gedaan naar de op de afschriften vermelde locaties Binnenweg Eindhoven en Botersloot Eindhoven. Hierbij bleek het te gaan om een amusementscenter waarvan de feitelijke vestigingen zich bevinden aan de Oude Binnenweg (Casino Roman Palace) respectievelijk de Botersloot (Casino Diamond Palace) te Rotterdam.viii De foto's te Rotterdam met het vermelde Eindhoven op de afschriften van [ZD11] komen derhalve wel overeen. Bovendien komen de tijdstippen overeen.

4.4.2.2.2 Op het adres Oude Binnenweg te Rotterdam, bij Casino Roman Palace, is op 9 juni 2009 tussen 18.09 (twee maal) en 19.29 uur zes maal een bedrag van € 300,- gepind van de rekening van aangeefster [ZD11]. Op prints van camerabeelden van het pinnen van 18.06.54 uur en 18.06.17 uur heeft een verbalisant direct verdachte herkend aan zijn kaak en kinlijn, vorm van zijn gezicht, haardracht en een zichtbare sterke gezichtsbeharing.ix De verdediging heeft betoogd dat deze herkenning niet betrouwbaar is en heeft daarbij onder andere verwezen naar Wagenaar.

4.4.2.2.3 De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. De rechtbank stelt vast dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de oprechtheid van de verbalisant die heeft verklaard verdachte op de beelden te herkennen. De cruciale vraag is echter of deze herkenning voldoende betrouwbaar is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

4.4.2.2.4 Wagenaar en Van Koppen hebben beschreven dat mensen bijzonder goed in het herkennen van gezichten van anderen zijn. Tenminste, als het gaat om bekenden die zij onder goede omstandigheden waarnemen. Gezichten worden als een geheel, dat wil zeggen holistisch, in het geheugen opgeslagen en wel in visuele vorm. De herinnering aan een gezicht bevat weliswaar informatie over de onderdelen - zoals de ogen, de mond of de oren - en hoe die zich tot elkaar verhouden, maar de globale indruk is het belangrijkst.x

4.4.2.2.5 De rechtbank stelt vast dat de foto's in het dossier zeer duidelijk zijn en dat de verbalisant de verdachte kent uit de buurt.xi Het betreft derhalve een bekende die hij onder goede omstandigheden op een foto heeft waargenomen. Daarnaast heeft [verbalisant 5] bij de rechter-commissaris verklaard dat hij iemand voor 100 % moet herkennen, anders begint hij niet aan een proces-verbaal.xii Het feit dat [verbalisant 5] betrokken was bij het onderzoek 13Megaliet doet niet af aan de betrouwbaarheid. De foto's zijn in dit geval duidelijk en de verbalisant vermeldt duidelijk waaraan hij verdachte herkent. Derhalve gebruikt de rechtbank de herkenning voor het bewijs.

4.4.2.3 Oordeel over het onder 2 ten laste gelegde

4.4.2.3.1 De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte geld heeft opgenomen van de rekening van [ZD11] die geskimd is door een persoon gekleed als een TNT medewerker. Gelet op het feit dat na het ontfutselen van de gegevens een pas opgemaakt dient te worden, waarmee bedragen gepind en/of betalingen verricht kunnen worden, dienen betaalpassen en/of waardekaarten valselijk opgemaakt te worden, dan wel te worden vervalst, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met een valse dan wel vervalste pas geld van de rekening heeft opgenomen.

4.4.2.3.2 Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde ten aanzien van [ZD11 2] niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu zij haar pas heeft laten blokkeren en er geen geldbedragen onrechtmatig zijn opgenomen. Nu een poging niet is ten laste gelegd kan het feit ten aanzien van [ZD11 2] niet bewezen worden en verdachte zal hiervan vrijgesproken worden. Daarnaast acht de rechtbank het opnemen van geld van de rekening van [ZD11 3] door verdachte niet wettig en overtuigend bewezen, nu zij weliswaar op dezelfde dag als [ZD11] geskimd is, maar er op een ander tijdstip en in een andere stad geld wordt opgenomen dan waar de herkenning van verdachte heeft plaatsgevonden.

4.4.2.3.3 Uitgaande van de omstandigheid dat verdachte betrokkenheid bij het skimmen heeft ontkend en dit skimmen door verdachte niet is bewezen, komt de rechtbank tot het oordeel dat dit skimmen door anderen moet hebben plaatsgevonden. Wel is de rechtbank van oordeel dat er in het geval van de skimacties te Zeist sprake is geweest van een zodanige systematische voorbereiding en uitvoering, dat aannemelijk is dat ook het cashen door verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen (de skimmer of skimmers) is geschied, zodat van medeplegen door verdachte sprake is. Immers, het skimmen van de aangeefsters [ZD11 2], [ZD11] en [ZD11 3] heeft op dezelfde dag en op dezelfde plaats plaatsgevonden.xiii Dit maakt aannemelijk dat dezelfde persoon dan wel personen de skimactiviteiten hebben gepleegd. Voorts volgt dit uit het feit dat [ZD11 2] verklaart gebeld te zijn en uit de printgegevens van dit prepaidnummer blijkt dat dit nummer een aantal telefoonnummers in Zeist rond dezelfde tijd steeds tweemaal heeft gebeld, terwijl van de acht bekende skimmingzaken in Zeist vijf telefoonnummers op de printgegevens staan. Ook waren alle telefoonnummers terug te vinden op internet.xiv Tot de gebelde nummers behoren ook de vaste nummers van [ZD11 3] en [ZD11 2].xv Daarnaast zijn de (string)gegevens van [ZD11 2] op de USB-stick en laptop in de [CC-straat] aangetroffen,xvi op welk adres de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn aangehouden.xvii

4.4.2.3.4 Gelet op het voorgaande en de onder 4.1 weergegeven feiten en omstandigheden, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan ten aanzien van zaaksdossier 11 ([ZD11]).

4.4.2.3.5 Door een geldopname wordt het saldo van de rekeninghouder gedebiteerd. Het opgenomen geld behoorde dus toe aan de verschillende rekeninghouders. Hieraan doet niet af dat de bank in dergelijke gevallen contractueel jegens de rekeninghouders verplicht is de schade van de rekeninghouder te vergoeden. Hierdoor zal de rechtbank bewezen achten dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de rekeninghouders en oplichting van de banken en andere bedrijven door zich voor te doen als de rechthebbende van de rekening.

4.4.3 Oordeel over het onder 3 ten laste gelegde

4.4.3.1 De rechtbank is - anders dan de officier van justitie en de verdediging - van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu er weliswaar bij hem of op zijn verblijfplaats geen skimapparatuur is aangetroffen, maar uit de aangifte en het dossier blijkt dat verdachte bij [ZD13] als 'skimmer' aan de deur is geweest op 11 november 2009.

4.4.3.2 Uit observaties van de politie blijkt dat het geobserveerde subject, aangeduid als [verdachte], wordt gevolgd vanaf het moment dat hij op 11 november 2009 te 10.11 uur de voordeur van het perceel [B-straat nr] te [plaats] uitloopt en als passagier in een rode Opel Combo naar Amersfoort rijdt, en daar lopend wordt gezien. [verdachte] heeft ter zitting verklaard dat hij die dag in een rode Opel als bijrijder naar Amersfoort is geweest.xviii Vervolgens wordt dezelfde persoon als bijrijder in een rode Opel, type Combo, met kenteken [kenteken 5], herkend, die te 13.03 uur de [B-straat] te [plaats] inrijdt en stopt op de Frederik Hendrikstraat te Amsterdam, waar twee personen in de Opel Combo zitten. Om 13.15 uur heeft het (de rechtbank begrijpt: opvolgende) observatieteam zicht op de Opel Combo. xix

4.4.3.3 Dit opvolgende observatieteam ziet om 13.28 uur dat [verdachte] uit een belwinkel gevestigd op de Frederik Hendrikstraat te Amsterdam komt lopen, in de richting van de rode Opel Combo met kenteken [kenteken 5] loopt en daar als passagier instapt. De Opel Combo rijdt om 13.32 uur weg. Na een tussenstop bij een vishandel in de Jan Evertsenstraat stopt de Opel Combo om 14.08 uur op de [X-straat] te [plaats]. Om 14.12 uur wordt gezien dat [verdachte] (bedoeld moet zijn: [verdachte]) uit deze wagen stapt en de straat oversteekt. Hij kijkt om zich heen en belt vervolgens aan bij het portiek [X-straat] [nr-nr] te [plaats]. Hij gaat het portiek binnen. Om 14.18 uur wordt gezien dat [verdachte] uit het portiek komt en dat hij een wit pakketje in zijn hand heeft wat hij onder zijn jas weg stopt. Het pakje heeft de afmetingen van ongeveer 20 bij 15 centimeter.xx

4.4.3.4 Verdachte heeft verklaard dat hij toen hij terug kwam uit [plaats] is uitgestapt op de Frederik Hendrikstraat en daar naar een vriend is gegaan.xxi De verdediging heeft betoogd dat dit niet strijdig is met de observatie en dat niet bewezen kan worden dat verdachte als TNT bezorger bij [X-straat] [nr-nr], het adres van aangeefster [ZD13], aan de deur is geweest. De rechtbank is een ander oordeel toegedaan. Verdachte heeft erkend die dag in [plaats] geweest te zijn en de rechtbank ziet in de observaties geen aanleiding om aan te nemen dat ten tijde van de wisseling van het observatieteam er ook een wisseling van het subject heeft plaatsgevonden. Bovendien komt de Opel Combo die middag nog een aantal malen op de plek waar het die dag begon, te weten de [B-straat].xxii Dit is het adres waar verdachte op 8 december 2009 is aangehouden.xxiii

4.4.3.5 Daarnaast bevat het dossier een tapgesprek van verdachte met [medeverdachte 11] op 11 november 2009 waarin verdachte vraagt om een 'lappie' en [medeverdachte 11] zegt dat 'hij' op school is en er een code op het 'lappie' zit.xxiv In een volgend gesprek om 14.48.22 uur, waarin verdachte zegt dat hij in de buurt is, meldt [medeverdachte 11] dat zijn broertje onderweg is uit school uit [plaats].xxv Op 8 december 2009 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de [A-straat nr] te [plaats], waarbij onder andere een Dell-laptop in beslag is genomen waarop onder meer de zogenaamde stringgegevens (magneetstripgegevens) van de bankpas van [ZD13] en de datum van 11 november 2009 staan vermeld.xxvi Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat het tapgesprek om deze laptop ging, helemaal nu deze laptop van medeverdachte [medeverdachte 1]xxvii is die in [plaats] op school zit.xxviii

4.4.3.6 Het gegeven dat na het ontfutselen van de gegevens, deze gekopieerd moeten worden naar een magneetstrip op een pas waarmee bedragen gepind kunnen worden en/of betalingen verricht kunnen worden, brengt mee dat betaalpassen en/of waardekaarten valselijk opgemaakt dienen te worden, dan wel te worden vervalst. Uit het dossier volgt dat de gegevens van [ZD13] op een pas zijn gezet, nu op 12 november 2009 twee maal een pas met het rekeningnummer van [ZD13] is aangeboden bij de ING-bank te Amsterdam. Omdat aan het skimmen het vervolg van het valselijk opmaken in geval van (een poging tot) onrechtmatige geldopname van betrokkenes rekening logischerwijs is gekoppeld, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte als medepleger hier (mede) verantwoordelijk voor is.

4.4.4. Oordeel over het onder 5 ten laste gelegde

Gelet op het feit dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte aan de deur is geweest als 'skimmer' bij [ZD13], zie 4.4.3, en dat de gegevens van [ZD13] op de laptop in de [A-straat] zijn aangetroffen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte een werkend skimapparaat voorhanden heeft gehad om de gegevens van de magneetstrip van de originele pas van [ZD13] te kopiëren. Het onder 5 ten laste gelegde kan derhalve wettig en overtuigend bewezen worden.

5. Waardering van het bewijs ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

5.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan. Hij voert ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat het niet anders kan dan dat verdachte crimineel geld in handen heeft gehad door het zelf van een bankrekening op te nemen met een geskimde pas, dan wel dat hij een onmisbare schakel is geweest door zelf de pingegevens te skimmen waarmee geld is opgenomen. Verdachte is als medepleger verantwoordelijk voor het gehele bedrag dat is buitgemaakt in de eerder genoemde bewezen te verklaren zaaksdossiers (1, 11 en 13).

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte het ten laste gelegde geld voorhanden heeft gehad. Voor zover de rechtbank daar anders over oordeelt, is er sprake van geld uit eigen misdrijf (Hoge Raad 26 oktober 2010, LJN BM4440) en uit niets blijkt dat verdachte gedragingen heeft verricht op het verbergen dan wel verhullen van de criminele herkomst hiervan.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

5.3.1 Uit hetgeen hiervoor onder 4. is overwogen, volgt dat weliswaar onder verdachte zelf geen geldbedrag in beslag is genomen, maar uit de bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde blijkt dat hij geld heeft opgenomen met een valse dan wel vervalste pas. Dit impliceert dat verdachte geld voorhanden heeft gekregen, terwijl het van misdrijf afkomstig was. Nu het geld van een door hemzelf gepleegd misdrijf afkomstig is, is - gelijk de raadsman heeft aangevoerd - om te kunnen spreken van witwassen blijkens de jurisprudentie een extra handeling vereist die tot doel heeft het geld veilig te stellen. Voor een dergelijke handeling bevindt zich geen bewijs in het dossier. Dat betekent dat van witwassen geen sprake is, zodat niet bewezen kan worden dat verdachte "van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt". Hiervan wordt hij dus vrijgesproken.

5.3.2 Impliciet subsidiair is ten laste gelegd dat verdachte geldbedragen voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat deze uit misdrijf afkomstig waren. Dit kan gezien het vorenstaande wel bewezen worden verklaard.

6. Vrijspraak ten aanzien van het onder 6 en 7 ten laste gelegde

6.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat verdachte het onder 6 primair en 7 ten laste gelegde heeft begaan. Hij voert ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat verdachte is herkend als degene die geld van de rekening van [slachtoffer 3] op heeft genomen. Hij wordt herkend door twee verbalisanten. Het dossier bevat echter ook een herkenning van een andere persoon, maar deze persoon heeft met de zaken in dit dossier niets van doen. De herkenning van verdachte past bij de andere herkenningen en overige bevindingen van het dossier. Verdachte verblijft in een woning waar Albert Heijn kleding en mobiele pinapparaten worden aangetroffen en in dezelfde woning wordt een geskimde bankpas aangetroffen. In de woning van een medeverdachte worden nog meer strings van dezelfde Albert Heijn skimzaken aangetroffen. Concluderend is er niet alleen de herkenning, maar zijn er ook diverse andere aanwijzingen dat het verdachte is die hier pint en juist herkend is. Het pinnen kan niet los gezien worden van de verkrijging van de pincode door slachtoffers op te lichten.

6.2 Het standpunt van de verdediging

Naar de mening van de verdediging dient verdachte vrijgesproken te worden. Verdachte wordt enkel in verband gebracht met [slachtoffer 3] en de betrokkenheid van verdachte wordt met name gebaseerd op de herkenningen. [verbalisant 2] en [verbalisant 5] hebben verdachte herkend, maar opgemerkt dient te worden dat [verbalisant 2] eerder twijfels had of verdachte op de foto's te herkennen was, waarbij hij heeft opgenomen dat hij hem 'meent' te herkennen, hetgeen die twijfel inhoudt. Bovendien heeft een verbalisant die niet bij het onderzoek 13Megaliet betrokken was een zekere [persoon 2] herkend op de foto's, terwijl er naar deze persoon geen verder onderzoek is gedaan. Overigens zijn het redelijk onduidelijke foto's van verschillende data, in verschillende gelegenheden, met een persoon die verschillend gekleed is. Er kan niet vastgesteld worden dat het hier telkens om dezelfde persoon gaat. Concluderend zijn de herkenningen onbetrouwbaar. Bovendien kan op basis van de foto's niet worden vastgesteld dat de persoon op de foto's geldopnamen aan het verrichten is en maakt Arcade gebruik van twee adressen. Als derhalve al vaststaat dat de persoon op de foto bij een geldopnamepunt staat, dan staat niet vast dat die persoon bij het geldopnamepunt zoals genoemd op de afschrijvingen staat.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt.

6.3.1 Tussen 29 juni 2007 en 11 juli 2007 hebben onrechtmatige pintransacties plaatsgevonden van de rekening van [slachtoffer 3], in totaal € 55.502.50. [slachtoffer 3] heeft hiervan aangifte gedaan. Hij heeft op 28 juni 2007 gepind bij de Albert Heijn bezorgservice en vervolgens wordt er op verschillende plekken onrechtmatig geld van zijn rekening opgenomen. Van de geldopnames zijn de beelden opgevraagd en dit is gelukt bij de amusementshallen Carrousel Arcade en Palacia te Amsterdam. Deze beelden zijn als aandachtsvestiging op het politie systeem intranet geplaatst.

6.3.2 Op 3 maart 2010 bekijken verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] deze beelden en herkennen verdachte aan de vorm en lengte van zijn gezicht, zijn grote onderkaak, zijn haardracht, gezichtsbeharing (sterke baardgroei) en zijn wenkbrauwen. Beide verbalisanten zijn bij de rechter-commissaris als getuige gehoord, waarbij zij hebben verklaard bij hun eerdere herkenning van verdachte blijven.

6.3.3 De rechtbank stelt vast dat zij specifieke en onderscheidende kenmerken hebben genoemd waaraan zij verdachte hebben herkend en bij het proces-verbaal van herkenning beelden zijn gevoegd. Op de eerst bijgevoegde beelden, waar een persoon duidelijk op staat, wordt geen tijdstip genoemd, waardoor er geen vergelijking gemaakt kan worden met het rekeningoverzicht van [slachtoffer 3]. Daarna worden nog veel meer beelden gevoegd, van verschillende data. Deze foto's zijn echter onduidelijk en deze beelden zijn niet alleen van pintransacties, maar ook van personen die door een ruimte lopen.

6.3.4 Daarnaast bevat het dossier niet alleen een herkenning van verdachte, het dossier bevat ook een herkenning uit 2007 van verbalisanten die menen [persoon 2] op de beelden te herkennen en een mail uit 2007 waarin een verbalisant vermeldt dat de dader op de foto's hem doet denken aan [verdachte], maar hij heeft geen proces-verbaal van herkenning opgemaakt, nu hij teveel twijfels heeft.

6.3.5 Het dossier bevat verder geen ander - voor verdachte belastend - bewijsmateriaal. De vondst van een Albert Heijn-jas in de [B-straat] kan niet tot het bewijs van deze feiten gebezigd worden, nu verdachte af en toe op dit adres verbleef en daarnaast meerdere personen van dit adres gebruik maakten. Daarnaast bevat de aangetroffen geskimde bankpas op naam van [medeverdachte 2] in de [B-straat] de gegevens van mevrouw [slachtoffer 5], die volgens de 'TNT-methode' is geskimd. Tot slot zijn de overige belastende bewijsmiddelen in de [DD-straat] te [plaats] aangetroffen en het dossier bevat geen bewijs dat verdachte op dit adres verbleef dan wel dat hij daar wel eens kwam.

6.3.6 Concluderend is de enkele herkenning van verdachte door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] - aan welke herkenning blijkens de andere herkenning en het bovenstaande geen volledige overtuigingskracht toekomt - bij gebreke van ondersteuning in het overige bewijsmateriaal naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om wettig en overtuigend te bewijzen hetgeen onder 6 en 7 is ten laste gelegd. De rechtbank zal verdachte derhalve hiervan vrijspreken.

6.3.7 Los van dit alles kan de rechtbank niet bewezen achten wat onder 7 is ten laste gelegd en de rechtbank verwijst hiervoor naar het onder 4.4.1 overwogene.

7. Vrijspraak ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde

De rechtbank acht evenals de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken

8. Vrijspraak ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde

De rechtbank acht evenals de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken

9. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4 en 5 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen toebehorende aan

- [ZD11] (ZD11)

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten valse en/of vervalste betaalpassen en de daarbij behorende pincodes;

en

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam en/of Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen banken (onder meer de ING-Bank) en/of een casinobedrijf heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk zich voorgedaan als de rechthebbenden van bankrekeningen door middels gebruikmaking van een valse en/of vervalste betaalpas en de bijbehorende pincode geld op te nemen bij geldautomaten en/of een casinobedrijf, waardoor banken (onder meer de ING-bank) en/of een casinobedrijf werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een betaalpas of waardekaart of enige andere voor het publiek beschikbare kaart of voor het publiek beschikbare drager van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst (met behulp van skimapparatuur) met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s), valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van een originele betaalpas van

- [ZD13] (ZD 13)

hebben gekopieerd naar/op een betaalpas en/of waardekaart en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart en/of voor het publiek beschikbare drager van identiteitsgegevens, welke is voorzien van een magneetstrip, tengevolge waarvan met die laatstgenoemde (valse of vervalste) betaalpas en/of waardekaart en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart en/of voor het publiek beschikbare drager van identiteitsgegevens elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigenaar van die originele betaalpas mogelijk worden.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009, te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, geldbedragen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

op een tijdstip in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een voorwerp, te weten electronica voor het kopiëren van magneetstrippen en/of gegevens, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wisten dat die bestemd was voor het opzettelijk valselijk opmaken en/of vervalsen van betaalpassen en/of waardekaarten en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaarten en/of voor het publiek beschikbare dragers van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten en/of verkrijgen van betalingen en/of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, zulks met het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

10. De strafbaarheid van de feiten

10.1 Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde

10.1.1 In zijn arrest van 26 oktober 2010 (LJN: BM4440) heeft de Hoge Raad - onder meer - overwogen dat 'uit de wetsgeschiedenis volgt dat de strafbaarstelling van witwassen strekt ter bescherming van de aantasting van de integriteit van het financieel en economisch verkeer en van de openbare orde, dat witwassen een veelomvattend, maar ook te begrenzen fenomeen is, en dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht 'om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen'.

10.1.2 De rechtbank overweegt dat voor de kwalificatie van witwassen in beginsel vereist is dat de verdachte een handeling heeft verricht die - voor zover hier van belang - erop is gericht 'om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen'. De rechtbank heeft op basis van het dossier niet kunnen vaststellen dat verdachte een dergelijke handeling heeft verricht nu enkel bewezen kan worden dat hij het geld dat hij heeft gepind voorhanden heeft gehad. Gelet hierop kan het onder 4 bewezen verklaarde niet worden gekwalificeerd als witwassen, zoals strafbaar is gesteld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Derhalve zal verdachte ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

10.2 Overige bewezen verklaarde feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

11. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

12. Motivering van de straffen en maatregelen

12.1. De eis van de officier van justitie

12.1.1 De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2, 4, 5, 6 en 7 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest.

12.1.2 De officier van justitie heeft daarbij in aanmerking genomen dat verdachte zowel een rol heeft gespeeld in de AH- als in de TNT-dossiers. Hij is meermalen in beeld gekomen als uitvoerder. Verder blijkt ook uit de justitiële documentatie dat verdachte ook nu nog door gaat met het plegen van dezelfde soort feiten. Gelet op de rol van verdachte en de justitiële documentatie is een gevangenisstraf op zijn plaats. De feiten zijn te ernstig om te kunnen volstaan met de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Skimmen heeft grote financiële schade tot gevolg en in deze zaak zijn de verdiensten groot geweest. De afgelopen jaren heeft de 'skimjurisprudentie' een stijgende lijn laten zien. De bestraffing moet navenant zijn.

12.2. Het standpunt van de verdediging

12.2.1 De verdediging heeft, zakelijk weergegeven, betoogd dat er geen rekening gehouden dient te worden met de veroordeling bij de politierechter eerder dit jaar, nu deze uitspraak nog niet onherroepelijk is. De verdediging verzoekt bij een eventuele bewezenverklaring en indien de rechtbank van mening is dat niet volstaan kan worden met een straf gelijk aan het voorarrest, het overige gedeelte van de straf in de vorm van een voorwaardelijke straf op te leggen, dan wel in de vorm van een werkstraf. Dit ook mede gelet op het feit dat zaak alweer van wat langere tijd geleden is, en het ten aanzien van een tweetal verwijten zelfs gaat om betrokkenheid bij feiten uit 2007.

12.2.2 Ten aanzien van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis verzoekt de verdediging bij de uitspraak de voorlopige hechtenis op te heffen, ook bij een hogere strafoplegging dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verdachte dient een eventueel een hoger beroep in vrijheid te kunnen afwachten, zeker nu hij al een jaar geschorst is.

12.3. Het oordeel van de rechtbank

12.3.1 De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

12.3.2 Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een professionele fraude. Daarbij gaat de rechtbank er op basis van het dossier en de bewezenverklaringen vanuit dat verdachte zelf aan de deur is geweest als skimmer en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse passen. Dergelijke kennelijk uit winstbejag ingegeven gedragingen leiden tot ontwrichting van het voor het maatschappelijke verkeer zo belangrijke betalingsverkeer en hebben bij de benadeelden en banken tot een aanzienlijke schade geleid.

12.3.3 Het economische betalingsverkeer van deze tijd brengt met zich dat bedragen gepind worden bij mobiele pinautomaten. Een ieder in de samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat dit een beschermde financiële transactie is. Verdachte heeft eraan bijgedragen dat dit vertrouwen is geschaad. Het delict treft in eerste instantie de individuele pashouders, die plotseling zien dat geld van hen is opgenomen. Daar de banken in de regel de schade van de pashouders vergoeden, zijn het doorgaans de bedrijven die de financiële schade dragen. Voor de individuele burger is het bovendien een uitermate onveilig idee dat een ander over zijn of haar banktegoeden kan komen te beschikken. De benadeelde kaarthouders hebben ongevraagd te maken gekregen met een hoop administratieve rompslomp en ook met de onzekerheid of zij hun geld nog terug zouden krijgen.

12.3.4 De rechtbank houdt rekening met het feit dat de slachtoffers dames op leeftijd zijn. Dit is een kwetsbare groep waarbij de verdachten aan de deur zijn geweest, vervolgens op bedrieglijke wijze het vertrouwen hebben gewonnen en vervolgens hebben beschaamd. Hierdoor hebben de verdachten ook de privacy van de slachtoffers geschonden.

12.3.5 De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten sprake is van een voortgezette handeling. Zij staan zodanig met elkaar in verband dat er sprake is van één besluit om te gaan skimmen om met de ontfutselde gegevens geld op te nemen. Om die reden kan artikel 56 van het Wetboek van strafrecht toepassing vinden. Daarnaast is artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing, te weten eendaadse samenloop bij het onder 2 bewezen verklaarde. Het pinnen met de ontfutselde gegevens van aangevers, valt onder de delictsomschrijvingen diefstal en oplichting. De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat rekening met deze voortgezette handeling en eendaadse samenloop en heeft deze daarin verdisconteerd.

12.3.6 De rechtbank houdt rekening met het feit dat blijkens het hem betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 augustus 2011 verdachte reeds vele malen is veroordeeld, ook voor vermogensdelicten. Voorts houdt de rechtbank rekening met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank heeft verder geen acht kunnen slaan op een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland nu verdachte hier niet aan mee heeft gewerkt.

12.3.7 De rechtbank houdt rekening met tijdsverloop in deze strafzaak. Op 8 december 2009 is verdachte aangehouden en de rechtbank doet op 30 november 2011 uitspraak. De redelijke termijn is net niet overschreden (op acht dagen na), maar de rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een onevenredig lang durend onderzoek. Daarnaast is verdachte gedurende meer dan één jaar geschorst uit de voorlopige hechtenis, met onder andere de voorwaarde van het inleveren van het paspoort. De wet voorziet in beginsel niet in aftrek voor de tijd dat de voorlopige hechtenis geschorst is geweest, maar de rechtbank zal hier wel in zekere mate rekening mee houden, nu gedurende lange tijd aan de schorsing zodanige beperkende voorwaarden verbonden zijn geweest dat verdachte in zijn bewegingsvrijheid werd belemmerd.

12.3.8 Uit bovenstaande mag de ernst van de bewezen verklaarde feiten blijken. Alles overwegende dient verdachte te worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, in de eerste plaats als vergelding voor het leed aangedaan en voorts om verdachte en anderen in de toekomst van dit soort feiten te weerhouden, dit laatste mede in het licht van de toenemende mate waarin dit soort delicten wordt gepleegd. Gelet op het feit dat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking hetgeen hierboven is overwogen en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.

13. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 47, 55, 56, 57, 63, 232, 234, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

14. Beslissing

Verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 en 7 ten laste gelegde nietig voor zover het betreft 'in elk geval enig goed'.

Verklaart het onder 1, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 9 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 4 bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte ten aanzien van dit bewezen verklaarde van alle rechtsvervolging.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

en

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde

Medeplegen van opzettelijk een betaalpas of waardekaart of enige voor het publiek beschikbare kaart of een voor het publiek beschikbare drager van identiteitsgegevens bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, valselijk opmaken of vervalsen, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen

Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde

Medeplegen van een voorwerp voorhanden hebben waarvan hij weet dat het bestemd is tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 273 (tweehonderd en drieënzeventig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.J. Bade, voorzitter,

mrs. S.A. Krenning en C.W. Inden, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. van Bruggen griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 november 2011.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

ii Pag. 3 en 7 / Onderzoek 13Megaliet (Algemeen verslag van het opsporingsonderzoek 13Megaliet).

iii Pag. 100017-100021 / ZD 11 (proces-verbaal van aangifte [ZD11]).

iv Pag. 1024-1026 / ZD 13 (proces-verbaal van aangifte [ZD13]).

v Pag. 1027-1028 / ZD 13 (proces-verbaal van onderzoek naar [naam 3] en gebruik geskimde pas).

vi Hoge Raad 13 juni 1995 (LJN ZD0064).

vii Tekst & Commentaar Strafrecht, aantekening 11c. bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

viii Pag. 100037-100043 / ZD 10 (proces-verbaal van bevindingen).

ix Pag. 100024-100025 / ZD 11 (proces-verbaal van herkenning).

x P.J. van Koppen e.a., Het recht van binnen, psychologie van het recht, Deventer: 2002, pag. 543 en 546.

xi Pag. 100024-100025 / ZD 11 (proces-verbaal van herkenning).

xii Een proces-verbaal van verhoor van getuige [verbalisant 5] d.d. 24 augustus 2010 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.

xiii Pag. 100001-100003 / ZD 11 (proces-verbaal van aangifte [ZD11 3]) en pag. 100007-100009 / ZD 11 (proces-verbaal van aangifte [ZD11 2]) en pag. 100017-100021 / ZD 11 (proces-verbaal van aangifte [ZD11]).

xiv Pag. 100011-100016 / ZD 11 (proces-verbaal van bevindingen opvragen printgegevens).

xv Pag. 100013 en 100014 / ZD 11 (lijst bij proces-verbaal van bevindingen opvragen printgegevens).

xvi Pag. 000002 / ZD 11 (proces-verbaal van relaas).

xvii Pag. 1050-1051 / ZD 19 [CC-straat] (verslag van binnentreden).

xviii Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 september 2011.

xix Pag. 1016-1017 / ZD 13 (proces-verbaal van stelselmatige observatie op 11 november 2009).

xx Pag. 1018-1022 / ZD 13 (proces-verbaal van stelselmatige observatie op 11 november 2009).

xxi Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 september 2011.

xxii Pag. 1018-1022 / ZD 13 (proces-verbaal van stelselmatige observatie op 11 november 2009).

xxiii Pag. 1031 / PD [verdachte] (proces-verbaal van aanhouding).

xxiv Pag. 1095 / ZD 13 (weergave tapgesprek gegevens).

xxv Pag. 1096 / ZD 13 (weergave tapgesprek gegevens).

xxvi Pag. 1043-1044 / ZD 13 (bijlage 1 bij proces-verbaal van bevindingen onderzoek gegevensdrager).

xxvii Pag. 1040 / ZD 13 (proces-verbaal van bevindingen onderzoek gegevensdrager).

xxviii Pag. 200112 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12]).