Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU6657

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
06-12-2011
Zaaknummer
13/529108-09 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is een van de hoofdverdachten in de megazaak Megaliet met betrekking tot skimmen. Verdachte wordt veroordeeld tot 39 maanden gevangenisstraf voor onder meer diefstal, oplichting en gewoontewitwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/529108-09 (Promis)

Datum uitspraak: 30 november 2011

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, verblijvende op het adres [A-straat nr], [woonplaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 26, 27 en 29 september 2011, 7, 11, 13 en 26 oktober 2011 en 17 november 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Louman en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.F.J. Smeets, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Alkmaar en/of Amstelveen en/of Amsterdam en/of Amersfoort en/of Beverwijk en/of Cappelle aan de IJssel en/of Eindhoven en/of Haarlem en/of Krommenie en/of Rotterdam en/of Uithoorn en/of Utrecht en/of Waalwijk en/of Zandvoort en/of Zeist en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer personen (te weten

- [ZD1] (ZD1) en/of

- [ZD2] (ZD2) en/of

- [ZD3] (ZD3) en/of

- [ZD3 2] (ZD3) en/of

- [ZD5] (ZD5) en/of

- [ZD9] (ZD9) en/of

- [ZD10] (ZD10) en/of

- [ZD11] (ZD11) en/of

- [ZD11 2] (ZD11) en/of

- [ZD12] (ZD12) en/of

- [ZD13] (ZD 13) en/of

- [ZD14] (ZD14) en/of

- [ZD16] (ZD 16) en/of

- [ZD18] (ZD18) en/of

- [ZD18 2] (ZD18) en/of

- [ZD18 3] (ZD18) en/of

- [ZD35] (ZD 35) en/of

- [ZD36] (ZD36) en/of

een of meer andere personen (ZD3, 4, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 18, 19 en 20)) heeft/hebben bewogen tot afgifte van zijn/haar/hun pincode(s) en/of bankpasgegevens (te weten een PAN-code en/of rekeningnummer), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als medewerker(s) van TNT-post die een pakketje kwam(en) bezorgen, waarbij voor ontvangst van dit pakketje een geldbedrag van ongeveer 1 euro (aan portokosten) gepind moest worden op een (niet werkend) pinapparaat, op welk pinapparaat de bankpasgegevens (te weten een PAN-code en/of rekeningnummer) en (ingetoetste) pincode(s) werd(en) gekopieerd, waardoor bovengenoemde personen en/of een of meer andere personen werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam en/of Zandvoort, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 435.380,70 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer bank(en) (onder meer de ING-Bank) en/of aan

- [ZD2] (ZD2) en/of

- [ZD3] (ZD3) en/of

- [ZD3 2] (ZD3) en/of

- [ZD5] (ZD5) en/of

- [ZD9] (ZD9) en/of

- [ZD10] (ZD10) en/of

- [ZD11] (ZD11) en/of

- [ZD12] (ZD12) en/of

- [ZD14] (ZD14) en/of

- [ZD16] (ZD 16) en/of

- [ZD18] (ZD18) en/of

- [ZD18 2] (ZD18) en/of

- [ZD18 3] (ZD18) en/of

- [ZD35] (ZD 35) en/of

- [ZD36] (ZD36) en/of

een of meer andere personen (ZD3, 4, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 18, 19 en 20), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten een of meer valse en/of vervalste betaalpassen en/of (de daarbij behorende) pincode(s);

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam en/of Zandvoort en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer banken (onder meer de ING-Bank) en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (van in totaal ongeveer 435.380,70 euro) en/of een of meer goederen, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de rechthebbende(n) van een of meer bankrekeningen door middels gebruikmaking van een valse en/of vervalste betaalpas en/of de bijbehorende pincode geld op te nemen en/of betalingen te verrichten bij een/of meer geldautomaten en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven, waardoor een of meer banken (onder meer de ING-bank) en/of een of meer casinobedrijven en/of een of meer winkelbedrijven werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Eindhoven en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk een of meer betaalpassen en/of een of meer waardekaarten en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten een of meer bankpassen, valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst (met behulp van skimapparatuur) met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s), valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van (een) originele betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens (van

- [ZD1] (ZD1) en/of

- [ZD2] (ZD2) en/of

- [ZD3] (ZD3) en/of

- [ZD3 2] (ZD3) en/of

- [ZD5] (ZD5) en/of

- [ZD9] (ZD9) en/of

- [ZD10] (ZD10) en/of

- [ZD11] (ZD11) en/of

- [ZD11 2] (ZD11) en/of

- [ZD12] (ZD12) en/of

- [ZD13] (ZD 13) en/of

- [ZD14] (ZD14) en/of

- [ZD16] (ZD 16) en/of

- [ZD18] (ZD18) en/of

- [ZD18 2] (ZD18) en/of

- [ZD18 3] (ZD18) en/of

- [ZD35] (ZD 35) en/of

- [ZD36] (ZD36) en/of

een of meer andere personen (ZD3, 4, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 18, 19 en 20)) heeft/hebben gekopieerd/geladen naar/op (een) betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, welke zijn/is voorzien van een magneetstrip (tengevolge waarvan met die laatstgenoemde (valse of vervalste) betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigena(a)r(en) van die originele betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens mogelijk worden;

4. hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een stof(fen) en/of voorwerp(en) en/of gegeven(s), te weten electronica voor het kopiëren van magneetstrippen, althans skimmingdevice en/of skimapparatuur, heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben ontvangen en/of zich heeft/hebben verschaft en/of heeft/hebben verkocht en/of heeft/hebben overgedragen en/of voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die bestemd was/waren voor het opzettelijk valselijk opmaken en/of vervalsen van (een) betaalpas(sen) en/of(een) waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten en/of verkrijgen van betalingen en/of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, zulks met het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen;

5. hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 april 2008 tot 8 december 2009, te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij verdachte, en/of zijn mededader(s) telkens een of meer voorwerpen en/of geldbedragen (ter hoogte van in ieder geval 149.950,00 euro), althans enig geldbedrag, heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad, althans hiervan gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

6. hij op of omstreeks 08 december 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer computers (te weten een computer van het merk Dell Inspiron 9300 met serienummer DL98X1J en/of een computer van het merk Targa Visionary met serienummer A2204035251C231 en/of een computer van het merk Fuji-Siemens met serienummer 02211381S01 en/of een computer van het merk Dell Latitude D820 met Service Tag F9LJ2J en/of een computer van het merk Apple Imac met serienummer W85310USDZ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

7. hij in of omstreeks de periode van 30 november 2009 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een poststuk (gericht aan [persoon 1]), geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en welk poststuk verdachte en/of zijn mededader(s) uit de gezamenlijke hal van het perceel [B-straat nr] te [plaats] heeft meegenomen, en aldus dat posstuk anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2009 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer poststukken (gericht aan [persoon 1]) heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door verduistering dan wel

diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Overweging ten aanzien van de ten laste gelegde periode

Door de verdediging is aangevoerd dat waar in de tenlastelegging een periode is genoemd "tot 8 december 2009", 8 december 2009 buiten de ten laste gelegde periode valt. Nu er geen bewijsmiddel in het dossier is waaruit blijkt dat de op 8 december 2009 aangetroffen goederen al vóór 8 december 2009 in de woningen aanwezig waren, kan niet worden bewezen dat die goederen voor 8 december 2009 in de woningen aanwezig waren.

Taalkundig is deze redenering juist, maar naar het oordeel van de rechtbank kan voornoemd onderdeel van de tenlastelegging - mede in het licht van het dossier - niet anders verstaan worden dan dat bedoeld is 8 december 2009 daar wel onder te begrijpen. Uit het dossier blijkt immers dat op 8 december 2009 alle doorzoekingen op de adressen die prominent in het dossier naar voren komen hebben plaatsgevonden. Een deel van de tenlastelegging ziet overduidelijk op bezitsdaden ten aanzien van de op 8 december 2009 bij die doorzoekingen aangetroffen zaken. Daaruit hebben verdachte en medeverdachten moeten concluderen dat 8 december 2009 in de ten laste gelegde periode begrepen is. De rechtbank zal de tenlastelegging dan ook in die zin (verbeterd) lezen.

3. Voorvragen

3.1 Geldigheid van de dagvaarding

3.1.1 Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

3.1.1.1 De verdediging heeft, zakelijk weergegeven, betoogd dat de dagvaarding van het onder 4 ten laste gelegde specifieker had moeten zijn ten aanzien van de goederen die bedoeld worden. Uit de dagvaarding noch uit het dossier wordt duidelijk om welke apparatuur het precies gaat en om welke locatie. De dagvaarding is bij gebrek daaraan op dit onderdeel nietig.

3.1.1.2 De rechtbank overweegt als volgt. De vraag is of de tenlastelegging met betrekking tot dit feit aan duidelijkheid zodanig te wensen over laat, dat deze nietig moet worden verklaard. Een van de in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen is immers dat de tenlastelegging een voldoende geconcretiseerde omschrijving geeft van het feit dat aan verdachte ten laste wordt gelegd, zodat de rechter op basis van de tenlastelegging weet wat hij moet onderzoeken en verdachte voldoende duidelijk is waarvan hij wordt beschuldigd.

3.1.1.3 Vooropgesteld wordt dat de tenlastelegging moet worden beschouwd in samenhang met het daaraan ten grondslag liggende dossier. Uit het dossier blijkt duidelijk dat in verschillende woningen apparatuur is gevonden, waarvan sommige apparaten geschikt zijn voor het kopiëren van magneetstrippen. Daarnaast bevat de tenlastelegging de concretisering 'elektronica voor het kopiëren van magneetstrippen' en de plaatsen 'Amsterdam, Amstelveen, Rotterdam en Eindhoven'. Dat de officier van justitie de bewezenverklaring heeft beperkt tot hetgeen in de [A-straat] te [plaats] is aangetroffen, maakt de tenlastelegging niet onbegrijpelijk. De dagvaarding voldoet derhalve aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering en is geldig.

3.1.2 Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

3.1.2.1 Daarnaast dient, zo heeft de verdediging betoogd, het onder 5 ten laste gelegde gedeelte ten aanzien van de term 'voorwerpen' en 'geldbedragen' nietig verklaard te worden, nu deze termen onvoldoende feitelijk zijn. Ook waar de term 'gebruik maken' in de tenlastelegging wordt gebruikt, is deze nietig, nu deze term nader omschreven dient te worden. Slechts de termen verwerven, voorhanden hebben en overdragen werden door de Hoge Raad als voldoende feitelijk aanvaard, zie Hoge Raad 9 februari 1999 (NJ 1999, 327).

3.1.2.2 De rechtbank volgt de verdediging niet in dit betoog. Vooropgesteld wordt dat de tenlastelegging moet worden beschouwd in samenhang met het daaraan ten grondslag liggende dossier. Het dossier bevat een witwasdossier betrekking hebbende op een BMW. Gelet hierop en de toelichting van de officier van justitie, acht de rechtbank de term 'voorwerp' voldoende feitelijk. Ten aanzien van de geldbedragen overweegt de rechtbank dat de tenlastelegging een geldbedrag bevat en derhalve voldoende duidelijk is.

3.1.2.3 Ten aanzien van het begrip 'gebruik maken' gaat de verwijzing van de verdediging naar genoemd arrest van de Hoge Raad niet op, reeds nu de Hoge Raad zich niet heeft uitgelaten over het begrip 'gebruik maken'. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding om aan te nemen dat het begrip 'gebruik maken' onvoldoende feitelijk is. Uit de wetsgeschiedenis blijkt immers dat 'gebruik maken' ziet op het aanwenden van de voorwerpen ten behoeve van de witwasser zelf of derden. Als voorbeeld wordt daarbij genoemd het kopen van een auto met crimineel geld.i Daaruit mag naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat de wetgever aan de term 'gebruik maken' feitelijke betekenis heeft willen toekennen. Een en ander betekent dat die term niet noopt tot nadere specificering en de steller van de tenlastelegging heeft mogen volstaan met het overnemen van deze wettelijke term in de tenlastelegging. Het beroep op partiële nietigheid wordt hiermee verworpen.

3.2 Overige voorvragen

Deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde

4.1 Feiten en omstandigheden

4.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.ii Naar aanleiding van een reeks aangiften in de maand augustus 2009 in de regio Utrecht, hebben verbalisanten een onderzoek gedaan naar de locaties Binnenweg Eindhoven en Botersloot Eindhoven vermeld als locaties van geldopnames op de afschriften van rekeningnummers van aangevers. Hierbij bleek het te gaan om een amusementscenter waarvan de feitelijke vestigingen zich bevinden aan de Oude Binnenweg (Casino Roman Palace) respectievelijk de Botersloot (Casino Diamond Palace) te Rotterdam.iii Waar in dit verband Eindhoven is genoemd, begrijpt de rechtbank dit als Rotterdam.

4.1.2 Op 5 maart 2009 heeft [ZD2] (hierna: [ZD2]), geboren in 1933, aangifte gedaan van diefstal c.q. pinfraude. Op 3 maart 2009 werd er bij haar te [plaats] aangebeld en [ZD2] zag een man staan met een uniform jas met opschrift TNT-post en een pakje. Op het pakje stonden de volledige naam en het adres vermeld van [ZD2] en zij moest nog 96 cent pinnen. [ZD2] probeerde twee keer te pinnen, maar het apparaat gaf steeds storing aan. [ZD2] wilde het pakje aanpakken, maar dat stopte de man snel in zijn schoudertas. Hij zei: 'Ik kom morgen terug', maar de man is niet meer langs geweest. [ZD2] heeft het postkantoor gebeld en daar vertelden ze haar dat er geld van de rekening was gehaald bij winkels en de ABN-Amro.iv In totaal werd er een bedrag van € 5.678,04 van de rekening afgeschrevenv bij banken te Amstelveen en Amsterdam en bij casinobedrijven te Zandvoort en Amsterdam en winkels te Amsterdam.vi

4.1.3 Op 6 december 2009 heeft [ZD 3 3] (hierna: [ZD 3 3]), geboren in 1936, aangifte gedaan van poging tot oplichting. Op 20 oktober 2009vii werd er bij haar woning aan de [C-straat] te [plaats] aangebeld. [ZD 3 3] zag een medewerker van TNT-post voor de voordeur staan. Hij had een pakketje voor [ZD 3 3] welke was voorzien van haar meisjesnaam en de naam van haar overleden man [naam man ZD 3 3]. De man zei tegen [ZD 3 3] dat zij het bedrag van 92 eurocent moest pinnen. De man had een mobiel pinapparaat bij zich en [ZD 3 3] heeft haar pinpas door het apparaat gehaald. De man zei dat de transactie niet was gelukt, waarop [ZD 3 3] het nog een keer heeft geprobeerd, wat weer niet lukte. De man heeft vervolgens de pinpas door het apparaat gehaald en [ZD 3 3] heeft de pincode ingevoerd. De man zei dat het weer niet lukte, haalde de pinpas weer door het apparaat en [ZD 3 3] heeft wederom haar pincode ingevoerd. [ZD 3 3] vertrouwde de man niet meer en vroeg haar pinpas terug. De man zei dat het mobiele pinapparaat mogelijk defect was geraakt bij een val en vroeg of hij de volgende dag terug mocht komen. [ZD 3 3] had er geen goed gevoel over en heeft de bank gebeld om haar rekening te blokkeren.viii Op 20 oktober 2009 is getracht van de rekening van [ZD 3 3] € 250,- op te nemen. Dit is niet gelukt in verband met unauthorized card usage.ix

4.1.4 Op 21 oktober 2009 doet [ZD3] (hierna: [ZD3]), geboren 1949, aangifte van oplichting. Op 20 oktober 2009 tussen 13.00 en 13.10 uur, werd er op de deur van haar woning [D-straat] te [plaats] geklopt. [ZD3] zag een man voor de deur staan met een pakje. Op dit pakje was een witte sticker geplakt met erop getypt '[ZD3], [D-straat] te [plaats]'. Het pakje was ongeveer 10 cm bij 15 cm bij 10 cm hoog. De man zei dat hij een pakje voor haar had en dat zij 80 eurocent moest betalen voor verzendkosten en 16 eurocent voor het pinnen. [ZD3] wilde met 1 euro betalen maar de man zei dat hij geen geld mocht aannemen en dat alles over de pin ging. [ZD3] haalde haar bankpas met rekeningnummer [rek.nr. 8] en pinde hiermee met het mobiele pinapparaat dat de man bij zich had. Het apparaat gaf op het display 'storing' aan. De tweede keer dat [ZD3] de pinpas er door haalde en de pincode intoetste gaf het apparaat weer storing aan. [ZD3] probeerde voor de derde keer te pinnen. Ze zag wederom dat er een storing was. [ZD3] heeft zeker vier keer haar pincode in moeten toetsen. De man zei dat ze het pakje over vijf werkdagen bij een TNTwinkel in Beverwijk kon ophalen. De man droeg een TNTjas, oranje van kleur. Na omstreeks 16.00 uur belde de recherche met [ZD3] en deelde haar mee dat er en pintransactie was geweest van € 250,-. [ZD3] noch haar man hebben dit bedrag gepind.x Op 20 oktober 2009 om 14.48 uur is er een bedrag van € 250,- opgenomen van rekeningnummer [rek.nr. 8] bij de ING Bank te Amstelveen.xi

4.1.5 Op 21 oktober 2009 doet [ZD3 2] (hierna: [ZD3 2]), geboren 1933, aangifte van oplichting. Op 20 oktober 2009 tussen 13.00 en 15.30 uur, werd er bij de centrale toegangsdeur van haar flat aan de [E-straat] te [plaats] gebeld. De man die zich via de huistelefoon meldde zei dat hij een pakketje had voor [ZD3 2]. De man zei dat er een bedrag aan portokosten betaald moest worden. De man kwam naar boven. Hij had een pakketje vast en had een los papier bij het pakketje waarop de naam van aangeefster geprint stond. [ZD3 2] wilde contant betalen, maar alles moest gepind worden. De man hield een apparaat vast waarop [ZD3 2] moest pinnen. De man zei dat ze 96 cent moest pinnen. [ZD3 2] probeerde dit door haar pas door een gleuf in het apparaat te halen en haar pincode in te toetsen. Ze zag dat op het display het woord 'storing' kwam te staan. Ze herhaalde haar handelingen, zag wederom 'storing' staan. De man zei dat het pinapparaat bij de vorige klant was gevallen omdat een hond tegen hem opsprong, en kennelijk defect was geraakt. De man zei dat hij op vrijdag terug zou komen met het pakketje. De man droeg een jas van TNT met oranje erin. Op 21 oktober 2009 deed [ZD3 2] boodschappen en wilde zij pinnen, maar dit lukte niet omdat er onvoldoende saldo op haar rekening stond. Bij de bank vertelde men dat er drie bedragen van haar rekening waren afgehaald. [ZD3 2] heeft de bedragen niet zelf gepind. Er was in totaal € 1.590,- gepindxii bij banken te Amstelveen (ING), Amsterdam (Fortisbank) en Hilversum (ING).xiii

4.1.6 Op 22 oktober 2009 doet [ZD9] (hierna: [ZD9]), geboren 1927, aangifte van oplichting. Op 20 oktober 2009 te 15.00 uur werd er bij haar aan de deur van de centrale toegangshal aan de [F-straat] te [plaats] aangebeld. Een manspersoon gaf via de intercom aan dat hij een pakje voor haar had. Hij vroeg of ze mevrouw [ZD9] was. De postbezorger kwam aanlopen en had een vierkant kartonnen doos bij zich. Ze zag geen sticker op het pakketje. [ZD9] moest voordat ze het kreeg een bedrag van 98 cent betalen. Hij vertelde dat hij geen contant geld mocht aannemen en wilde dat [ZD9] met haar bankpas betaalde. Hij toonde haar een mobiel pinautomaat. De bezorger haalde haar bankpas van de ING door het apparaat en draaide zich om. Volgens hem was de transactie niet gelukt en [ZD9] probeerde nog twee keer te pinnen. De man vertelde dat hij bij een eerdere klant van een bouvier hond was geschrokken waardoor hij de mobiele pinautomaat had laten vallen. In totaal heeft [ZD9] vier keer getracht een transactie te doen wat volgens de postbezorger niet was gelukt. De bezorger is weggegaan met de afspraak dat hij aanstaande vrijdag terug zou komen.xiv Blijkens het overzicht van geldopnames is op 20 oktober 2009 om 14.47 uur bij de INGbank Amstelveen € 780,- opgenomen.xv

4.1.7 Op 20 oktober 2009 hebben opsporingsambtenaren observatiewerkzaamheden verricht. Om 12.19 uur werd gezien dat een grijze Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] geparkeerd stond op de [G-straat] te [plaats], waarbij observant de bestuurder herkende als [medeverdachte 2]. De passagier NN1 werd later herkend als [medeverdachte 3]. Om 12.49 uur stond de Golf geparkeerd op de [H-straat] te [plaats], met alleen [medeverdachte 2] nog in het voertuig. Observanten zagen om 12.50 uur dat [medeverdachte 3], gekleed in een TNT jas, met een TNT tas, op de [D-straat] te [plaats] stond. [medeverdachte 3] hield een wit doosje in zijn hand en belde aan bij nummer [nr]. Hij overhandigde het doosje aan de persoon die de deur had opengedaan en hij haalde een kastje, lijkend op een hand-pinautomaat, uit zijn tas. Hij ging het perceel in. Om 13.01 uur werd gezien dat [medeverdachte 3] en een vrouw uit het perceel kwamen en voor de deur bleven staan. De vrouw hield een pasje in haar hand en haalde deze door de hand-pinautomaat die door [medeverdachte 3] werd vastgehouden. De vrouw wreef het pasje langs haar kleding en haalde het wederom door de pinautomaat. Van deze waarnemingen zijn fotografische opnamen gemaakt. [medeverdachte 2] stapte om 13.02 uur uit de auto en liep in de richting van de [D-straat], in de richting van [medeverdachte 3]. Toen [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] tegenkwam, draaide hij zich om en liep terug Hij stapte in de Volkswagen Golf, reed weg en verderop stapte [medeverdachte 3] als passagier in bij [medeverdachte 2]. Om 14.22 uur werd de Volkswagen Golf geparkeerd gezien in de [G-straat] te [plaats]. Om 14.37 uur werd gezien dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uit [G-straat nr] kwamen, in de Golf stapten en wegreden. De Golf werdd om 14.45 uur geparkeerd op de Meander te Amstelveen. Gezien werd dat [medeverdachte 2] bij de ING geldautomaat op het Buitenplein pinde. Gezien werd dat [medeverdachte 2] met meerdere pasjes pinde en dat hij geld uit de automaat haalde. Gezien werd dat [medeverdachte 3] zich in de directe omgeving ophield. Hier zijn fotografische opnamen van gemaakt. Om 15.28 uur werd gezien dat de Golf stopte op de Jan Evertsenstraat, dat [medeverdachte 2] uitstapte en ging pinnen bij de geldautomaat van Fortisbank. [medeverdachte 2] haalde een pasje uit zijn borstzak en stopte deze in de geldautomaat, en kreeg na het verrichten van pinhandelingen geld van de automaat.xvi

4.1.8 Op 19 oktober 2009 doet mevrouw [ZD4] (hierna: [ZD4]), geboren 1931, aangifte van oplichting. Op 15 oktober 2009 tussen 11.00 en 12.00 uur, werd er bij de voordeur van haar woning [I-straat] te [plaats] aangebeld. [ZD4] zag een jongeman met een oranje jas aan. De jas had ook nog een andere kleur. De man had een pakje in zijn handen en op dat pakje was een enveloppe bevestigd waarop haar naam en adres stonden vermeld. De man vertelde dat ze 95 cent moest betalen en dat ze dit moest pinnen. De man haalde een apparaat tevoorschijn dat door [ZD4] werd herkend als een pinapparaat. [ZD4] haalde haar pinpas door het apparaat en toetste haar pincode in. [ZD4] zag dat het apparaat een foutmelding gaf, op het display stond 'transactie mislukt'. [ZD4] probeerde nog twee of drie keer te pinnen en al deze pogingen mislukten. De man zei dat hij het pakje mee terug nam en dat hij een andere keer zou terugkomen. Op 16 oktober 2009 werd ze gebeld door een medewerkster van de ING die vertelde dat er met haar pinpas was gepind en dat binnen korte tijd grote bedragen waren opgenomen. Het gaat om ongeveer € 4.000,-. De pas is geblokkeerd.xvii

4.1.9 Er werd contact opgenomen met de ING. Verklaard werd dat op 15 oktober 2009 om 12.59 uur door het systeem een pintransactie was geregistreerd van € 950,- van de rekening van [ZD4]. Deze tijd kan iets afwijken van de werkelijke transactietijd. Verbalisant keek de camerabeelden uit die zien op de in- en uitgang van het postkantoor aan de Raadhuisstraat te Amsterdam. Gezien werd dat - naar later bleek (zie 4.1.10) - [medeverdachte 13] het postkantoor in- en uitloopt, cameratijd 12.55.08 uur respectievelijk 12.57.22 uur.xviii Blijkens het overzicht af- en bijschrijvingen van de rekening van [ZD4] met nummer [rek.nr. 5] is op 15 oktober 2009 om 12.59 uur een bedrag van € 950,- opgenomen van haar rekening. Op 15 en 16 oktober 2009 is tussen 12.21 uur en 00.20 uur een bedrag van in totaal € 5.990,- opgenomen op diverse plaatsen, naast het postkantoor Raadhuisstraat: het postkantoor Kinkerstraat, ING Kastelenstraat Amsterdam, Fortis Amsterdam, negen maal bij de Botersloot te Rotterdam en als laatste bij de ING bank te Amsterdam.xix

4.1.10 Op 15 oktober 2009 is [medeverdachte 2] door de politie onder observatie genomen. Om 13.00 uur werd gezien dat de Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1], stond geparkeerd voor het postkantoor op de Raadhuisstraat ter hoogte van de Singel te Amsterdam. [medeverdachte 2] zat als bestuurder in de Golf, NN1, die later werd herkend als zijnde [medeverdachte 3], zat als bijrijder in de Golf. Gezien werd dat NN2, die later werd herkend als [medeverdachte 13], naar de Golf liep vanuit de richting van het postkantoor en instapte. De Golf reed weg en op de Bos en Lommerweg stapte [medeverdachte 13] uit. Om 13.09 uur werd gezien dat [medeverdachte 2] uit de Golf stapte en naar de twee pinautomaten van Fortis bank aan de Bos en Lommerweg liep. [medeverdachte 2] maakte gebruik van de rechtse pinautomaat. Nadat [medeverdachte 2] was weggelopen maakte een observant als tweede persoon na [medeverdachte 2] gebruik van die pinautomaat om 13.11 uur.xx [medeverdachte 13] heeft verklaard dat hij € 950,- heeft gepind. Twee Marokkaanse jongens kwamen naar hem toe en vroegen of hij geld wilde verdienen. Hij kreeg een ING pas met pincode.xxi

4.1.11 Op 7 oktober 2009 heeft [ZD6] (hierna: [ZD6]), geboren 1922, aangifte gedaan van oplichting. Op 1 oktober 2009 werd er omstreeks 13.00 uur bij haar woning aan het [J-straat] te [plaats] aangebeld. [ZD6] zag een man met een oranje posttas met daarop de tekst TNT en een gekleurde bodywarmer aan staan. De man zei dat hij een pakketje voor haar had en vroeg of zij mevrouw [naam man ZD6] was. [naam man ZD6] is haar aangetrouwde naam. De man vertelde dat ze 99 cent moest betalen om het pakketje in ontvangst te kunnen nemen en dat ze niet contant kon betalen. De man toonde een mobiel pinapparaat. [ZD6] haalde tot drie maal toe haar pinpas langs de pingleuf en toetste haar pincode in. De man zei dat het niet goed ging. De man haalde haar pinpas nogmaals langs de gleuf en [ZD6] voerde de pincode in. De man zei dat het apparaat het weer niet deed en dat het eerder die dag was gevallen toen hij schrok van een hond. De man zei dat hij maandag terug zou komen om het pakketje te bezorgen. De buurvrouw vertelde [ZD6] de volgende dag dat zij de man ook had gezien en er niet zo'n fijn gevoel bij had. [ZD6] nam contact op met haar bank en hoorde dat er een geldbedrag van haar rekening was afgehaald. Het gaat om rekeningnummer [rek.nr. 1] van de ING en [rek.nr. 2] van de ABN AMRO.xxii Blijkens het overzicht bij- en afschrijvingen van rekening [rek.nr. 2] is op 1 oktober 2009 om 15.43 uur bij de ING te Amsterdam een bedrag van € 250,- opgenomen en om 19.13 uur te Botersloot Eindhoven (de rechtbank begrijpt: Rotterdam) een bedrag van € 300,-. Op 2 oktober 2009 is om 00.02 uur een bedrag van € 250,- opgenomen bij ING te Amsterdam.xxiii Blijkens het rekeningafschrift van de ING met nummer [rek.nr. 1] is tussen 1 oktober 2009 15.42 uur en 2 oktober 2009 00.01 uur in totaal € 2.540,- opgenomen bij de ING bank te Amsterdam en de Binnenweg te Eindhoven (de rechtbank begrijpt: Rotterdam).xxiv

4.1.12 Op 30 oktober 2009 heeft [ZD5] (hierna: [ZD5]), geboren 1943, aangifte gedaan van oplichting. Op 26 oktober 2009 werd er omstreeks 15.10 uur beneden bij haar woning aan de [K-straat nr] te [plaats] aangebeld. Via de huistelefoon hoorde ze dat er een bezorger van TNTpost stond met een pakje. Toen de man kwam aanlopen zag [ZD5] dat hij een uniform van TNTpost aanhad en dat hij een schoudertas met een oranje klep en met de letters TNT erop had. De man hield in zijn hand een wit pakje met daarop een wit etiket op met haar meisjesnaam, [ZD5]. [ZD5] moest er nog 96 cent voor betalen en dit kon alleen door te pinnen. De man haalde een pinapparaat uit zijn tas. Op de vraag van [ZD5] om zich te legitimeren wees de man op zijn uniform, dat hij deze niet voor niks had gekregen. De man legde uit hoe het apparaat werkte. [ZD5] vroeg nogmaals aan hem of hij niet nep was. [ZD5] haalde haar pinpas van de ING door het apparaat en toetste haar pincode in. Op het schermpje zag zij een storingsmelding staan. Ze toetste de pincode opnieuw in en kreeg weer de storingsmelding te zien. De man vroeg het haar nog een keer te proberen. Hij vertelde dat hij erg geschrokken was van een hond toen hij bij de flat aankwam en het pinapparaat uit zijn handen heeft laten vallen. [ZD5] pinde voor de derde keer. De man zei dat hij het pakje meenam en over een paar dagen terug zou willen komen. Nadat de man was vertrokken, heeft [ZD5] met haar kinderen gebeld en haar zoon heeft haar pas laten blokkeren. Van haar rekening is niets afgeschreven.xxv

4.1.13 Op 26 oktober 2009 hebben opsporingsambtenaren observatiewerkzaamheden verricht. Om 13.20 uur werd gezien dat de Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] uit de [G-straat] te [plaats] kwam rijden met [medeverdachte 2] als bestuurder en [medeverdachte 3] als passagier. Om 15.00 uur werd gezien dat de Volkswagen geparkeerd stond te [plaats] op de [L-straat]/[M-straat]. Beide personen zaten nog in de auto. Om 15.09 uur werd gezien dat [medeverdachte 3] op de [K-straat] te [plaats] liep, gekleed in een zwartoranje TNT jas en met over zijn schouder een TNT tas. In zijn handen had hij een pakketje. Om 15.10 uur werd [medeverdachte 2] als bestuurder van de Volkswagen Golf gezien, hij stond geparkeerd op de [N-straat] ter hoogte van de [K-straat]. [medeverdachte 3] ging de centrale hal van een flat aan de [K-straat] in en belde aan bij nummer [nr] op de vierde etage. De deur werd geopend en [medeverdachte 3] had contact met een vrouw in de hal van de woning. Tien minuten later werd gezien dat [medeverdachte 3] uit de woning kwam, en op de galerij het pakketje in de TNT tas stopte. Op de [N-straat] stapte [medeverdachte 3] in de geparkeerde Volkswagen, die wegreed. Om 16.16 uur werd gezien dat de Volkswagen Golf geparkeerd stond op de [G-straat]. Om 16.27 uur verlieten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] het portiek [G-straat] [nr-nr]. [medeverdachte 2] reed weg in de Golf en [medeverdachte 3] reed weg in de Opel Astra. Om 16.40 uur parkeerde [medeverdachte 2] de Golf op de Heenvlietlaan te Amsterdam ter hoogte van het winkelcentrum, stapte uit en liep richting de winkels en de ING bank. [medeverdachte 3] parkeerde de Opel op de Heenvlietlaan hoek Kastelenlaan, stapte uit en bleef op de hoek wachten. Om 16.43 uur werd gezien dat de auto's wegreden.xxvi

4.1.14 Op 27 oktober 2009 werd contact opgenomen met de ING. Na raadpleging van het bedrijfsprocessensysteem bleek dat op 26 oktober 2009 om 16.43 uur getracht was geld op te nemen van de rekening van [ZD5] bij een ING geldautomaat aan de Kastelenstraat 70 te Amsterdam. De pinpas zou hierbij zijn ingeslikt door de automaat.xxvii Op 27 oktober 2009 heeft de eigenaar van de C1000 aan de Kastelenstraat 70 te Amsterdam de geldautomaat van de ING geopend en gezien dat er in de automaat vier passen aanwezig waren, één witte pas en drie airmilespassen. De passen werden aan verbalisanten overhandigd. De op de passen aanwezige magneetstrippen zijn met speciale apparatuur uitgelezen. Op de magneetstrip van een blauwe airmilespas, waarop met pen een blauwe '2' staat geschreven, staan gegevens die blijkens informatie van de ING horen bij rekeningnummer [rek.nr. 1], van [ZD6]. Op de magneetstrip van een blauwe airmilespas met weggekrast nummer staan gegevens die blijkens informatie van de ING behoren bij rekeningnummer [rek.nr. 3], van [ZD5]. Op een door de geldautomaat vervaardigde bon die door [persoon 2] aan verbalisanten werd overhandigd staat vermeld dat op 26 oktober 2009 om 16.43 was gepoogd geld op te nemen van bankrekening nummer [rek.nr. 3], waarbij op de bon onder meer staat vermeld 'unauthorized card usage.xxviii

4.1.15 Op 15 april 2009 heeft [ZD9] (hierna: [ZD9]), geboren in 1921 aangifte gedaan van oplichting. Op 11 april 2009 werd er bij haar woning aan de [O-straat] te [plaats] aangebeld en [ZD9] zag een man staan gekleed in een TNT jas, met een pakje en een brief. In de brief stond dat de kosten voor het bezorgen 96 cent zouden zijn. [ZD9] moest pinnen voor ontvangst van het pakje. Ze heeft drie keer haar pincode ingetoetst. De man zei dat het niet lukte en dat hij moest adviseren het pakje maar bij het postkantoor op te gaan halen. Die avond is zij thuis gebeld door iemand die zei dat hij van de ING was en dat haar pas was geblokkeerd omdat er tot driemaal toe een foutieve pincode was ingetoetst. In haar boosheid heeft [ZD9] haar pincode aan deze man verteld. Op 15 april 2009 is [ZD9] gebeld door iemand van de ING die meldde dat haar gehele rekening leeg was.xxix In totaal werd een bedrag van € 13.367,50 onrechtmatig van de rekening afgeschreven op locaties in Amstelveen (ING), Amsterdam (Mario Patrick, ING, ABN), Haarlem (ABN/AMRO, FCH), Zandvoort (Casino) en Rotterdam (XXX, City Hall BV, Amusementscenter Binnenweg).xxx

4.1.16 Op 2 juni 2009 heeft [ZD10] (hierna: [ZD10]), geboren in 1927 aangifte gedaan van skimming. Op 29 mei 2009 werd er bij haar woning aan de [P-straat] te [plaats] aangebeld door een man die zei dat hij een pakketje had voor haar en dat hij van een koeriersdienst was. [ZD10] moest 96 cent betalen voor ontvangst van het pakje. Ze heeft drie keer haar pincode ingetoetst. De man zei dat het niet lukte en dat hij op 2 juni 2009 terug zou komen met het pakketje. Het lukte [ZD10] de volgende dagen niet om in te loggen op haar rekening. Op 2 juni 2009 is zij naar de bank gegaan. Daar kreeg zij te zien dat er vier bedragen die zij niet herkende, van haar rekening waren opgenomen in Amsterdam (Rabobank, ABN), in totaal € 1250,-.xxxi De Rabobank heeft beveiligingsbeelden ter beschikking gesteld van twee van genoemde geldopnames.xxxii

4.1.17 Op 30 mei 2009 heeft [ZD 10 2] (hierna: [ZD 10 2]), geboren in 1923 aangifte gedaan van oplichting en diefstal. Op 29 mei 2009 werd er bij haar woning aan de [Q-straat] te [plaats] aangebeld door een jongen, met een donker gekleurd petje en een oranje jas die leek op de jas van een postbode, die zei dat hij een pakketje voor haar had, dat zij het moest aannemen en dat zij een euro moest betalen. Er kon alleen maar gepind worden. [ZD 10 2] heeft drie keer gepind waarbij de pinautomaat steeds een storing aangaf. De volgende dag ontdekte [ZD 10 2] dat zij geen saldo meer op haar rekening had. De baliemedewerkster van de ABN Amro bank gaf aan dat er bedragen in Amstelveen, Eindhoven (de rechtbank begrijpt: Rotterdam) en Amsterdam (ING) waren gepind, totaal € 2610,-.xxxiii

4.1.18 Op 11 augustus 2009 heeft [ZD 10 3] (hierna: [ZD 10 3]), geboren in 1921 aangifte gedaan van oplichting. Op 4 augustus 2009 werd er bij haar woning aan de [R-straat] te [plaats] aangebeld, door een man die zei dat hij een pakketje voor haar had en dat zij voor ontvangst een bedrag van 96 cent moest pinnen. Na drie mislukte pogingen om te pinnen zei de man dat de batterij leeg was. [ZD 10 3] mocht het pakketje niet pakken, de man zou op 11 augustus 2009 terugkomen. Hij had kleding aan van een besteller, met een jasje, hoofdkleur donkerrood.xxxiv Op 11 augustus 2009 ontdekte [ZD 10 3] dat er grote bedragen van haar rekening waren afgeschreven, totaal € 5.690,- in Amsterdam (ING, Fortisbank) en Eindhoven.xxxv

4.1.19 Op 9 juni 2009 heeft [ZD 11 3] (hierna: [ZD 11 3]), geboren in 1928 aangifte gedaan van oplichting. Die dag werd er bij haar woning aan de [S-straat] te [plaats] aangebeld en een Marokkaanse man toonde een pakketje van de ING, met daarop een wit papiertje met haar naam en adresgegevens. In de rechterhoek stond 96 cent. De man zei dat ze 96 cent moest betalen, dat hij geen contant geld mocht aannemen, maar dat zij wel mocht pinnen. Hij haalde een draadloos pinapparaat tevoorschijn. [ZD 11 3] heeft haar pas door dat apparaat heen gehaald en drie keer haar pincode ingetoetst, waarbij steeds "storing" in het display kwam te staan. De man zei dat hij later wel weer terug zou komen en ging weg met het pakketje. 's Middags ontdekte [ZD 11 3] dat er totaal € 2.600,- van haar rekening was afgehaald op locaties te Amsterdam (ING, ABN, postkantoor).xxxvi

4.1.20 Op 16 juni 2009 heeft [ZD11 2] (hierna: [ZD11 2]), geboren in 1927 aangifte gedaan van poging tot oplichting. Op 9 juni 2009 werd er bij haar woning aan de [T-straat] te [plaats] aangebeld. Een man met een donker jack met oranje erin vroeg of zij [ZD11 2] was en zei dat hij een pakketje voor haar had. Ze ging naar de centrale hal en herkende de man als TNT-bezorger. Hij zei dat er 98 cent portokosten betaald moesten worden. Hij liep met haar mee naar boven. Toen [ZD11 2] contant wilde betalen zei de man dat hij geen contant geld mocht aanpakken en dat hij een mobiel pinapparaat bij zich had waarmee zij moest betalen. [ZD11 2] haalde haar pas door het apparaat en toetste haar pincode drie keer in, waarbij er steeds een storingsmelding kwam. Toen heeft [ZD11 2] gezegd dat ze het niet meer vertrouwde, waarna de man zei dat ze het pakketje dan op het postkantoor moest ophalen. Aangeefster heeft vervolgens direct bij de TNT geïnformeerd en gehoord dat de medewerkers wel contant geld mogen aannemen. Zij heeft toen haar pas laten blokkeren. Er zijn geen onrechtmatige geldbedragen opgenomen. [ZD11 2] heeft verder gemeld dat voordat de man bij haar aanbelde zij telefoon had gehad van iemand die vroeg naar [naam 1] (fonetisch).xxxvii De politie heeft dit nummer achterhaald en de printgegevens opgevraagd. Daaruit blijkt dat het prepaidnummer een aantal telefoonnummers in [plaats] rond dezelfde tijd steeds tweemaal had gebeld, terwijl van de acht bekende skimmingzaken in [plaats] vijf telefoonnummers op de printgegevens staan. Ook waren alle telefoonnummers terug te vinden op internet.xxxviii Tot de gebelde nummers behoren ook de vaste nummers van [ZD 11 3] en [ZD11 2].xxxix

4.1.21 Op 10 juni 2009 heeft [ZD11] (hierna: [ZD11]), geboren in 1927 aangifte gedaan van skimming. Op 9 juni 2009 werd er bij haar woning aan de [U-straat] te [plaats] aangebeld. Er stond een man met een pakketje, die zei dat hij een pakketje moest afgeven en dat zij nog 99 cent moest betalen. Zij moest dit bedrag pinnen omdat de man geen contant geld mocht aannemen. [ZD11] heeft haar pinpas door een pinapparaat gehaald en haar pincode ingetoetst. Het apparaat deed het niet en de man zei dat de batterij waarschijnlijk leeg was. De man zei dat hij een dag later terug zou komen om het pakketje af te leveren. De volgende dag ontdekte [ZD11] dat er onrechtmatig € 3.010,- van haar rekening was opgenomen in Amsterdam (ING) en Eindhoven (de rechtbank begrijpt: Rotterdam).xl

4.1.22 Op 14 oktober 2009 heeft [ZD 12 2] (hierna: [ZD 12 2]), geboren in 1923 aangifte gedaan van diefstal. Op 13 oktober 2009 te 09.30 uur werd er bij haar woning aan de [V-straat] te [plaats] aangebeld en [ZD 12 2] ziet een man staan gekleed in een pak van TNT post, met een pakje in zijn hand. [ZD 12 2] moest 96 cent voor de verzendkosten betalen, die zij niet contant mocht betalen. [ZD 12 2] heeft drie keer haar pincode ingetoetst. De man zei dat het apparaat waarschijnlijk defect was. Hij nam het pakje mee en zou later terug komen. De volgende dag ontdekte [ZD 12 2] dat er onrechtmatig bedragen, tot een totaal van € 1.250,- van haar rekening waren afgeschreven te Amstelveen (Rabobank) en het Amusementscenter aan de Binnenweg te Rotterdam.xli

4.1.23 Op 15 oktober 2009 heeft [ZD12], geboren in 1924 (hierna: [ZD12]) aangifte gedaan van oplichting. Op 13 oktober 2009 te 16.15 uur werd er bij haar woning aan de [W-straat] te [plaats] aangebeld en [ZD12] zag een man staan, gekleed in een uniform van TNT Post, die meedeelde dat hij een pakje voor haar had. Ze moest voor ontvangst 96 cent betalen, dat zij diende te pinnen. Zij heeft diverse keren haar pas door het apparaat gehaald, maar er stond steeds storing op. De man zei dat hij later zou terugkomen met een goed pinapparaat. Een half uur later werd zij gebeld door iemand die zei dat hij van de ING was en die haar verzocht niet meer te pinnen tot de volgende dag. Op 14 oktober 2009 heeft [ZD12] contact opgenomen met de bank en toen bleken er verschillende onrechtmatige geldopnames te hebben plaatsgevonden, in Amstelveen (Rabobank, ING) en in het Amusementscenter aan de Binnenweg te Rotterdam, tot een totaalbedrag van € 1.640,-.xlii Van de geldopname bij de Rabobank te Amstelveen zijn beelden beschikbaar.xliii Daarnaast heeft de politie de videobewakingsbeelden van het Amusementscenter Roman Palace aan de Binnenweg te Rotterdam opgevraagd van 13 oktober 2009 tussen 20.00 en 21.00 uur in verband met geldopnames van de rekeningen van [ZD 12 2] en [ZD12] op die locatie.xliv

4.1.24 Op 14 november 2009 heeft [ZD13] (hierna: [ZD13]), geboren in 1958 aangifte gedaan van poging tot oplichting. Op 11 november 2009 werd zij gebeld op haar huistelefoon. Een persoon stelde zich voor met de naam [naam 2] van Agis, en vertelde dat hij namens Agis een presentje met een cadeaubon mocht aanbieden, waarvoor [ZD13] enkel de portkosten van 96 cent zou hoeven betalen. Dezelfde dag werd er om 14.00 uur bij de woning van [ZD13] aan de [X-straat] te [plaats] aangebeld door een man die verklaarde het presentje te komen brengen. [ZD13] wilde een euro geven voor de portokosten maar moest pinnen. De man had een mobiele telefoon bij zich en een zwart smal pinapparaatje waarin de gleuf voor de pinpas zat. De man haalde de Rabobank pinpas van [ZD13] enkele malen door het pinapparaatje. Het scherm van de mobiele telefoon lichtte enkele malen op en ging dan weer uit. De man zei dat er een storing was en dat hij het presentje ook niet kon afgeven. [ZD13] mocht wel even kijken in het presentje. In een envelop zat een klein vierkant cadeautje en een Iris check. Daarna is hij weggegaan. Op 13 november 2009 is [ZD13] gebeld door iemand die zich voorstelde als [naam 3], die zei dat hij beveiliger was van de Rabobank en dat ze het vermoeden hadden dat de pinpas van [ZD13] was geskimd en wilde haar gegevens hebben. [ZD13] vertrouwde het niet en gaf de gegevens niet. Er is niets van de rekening van [ZD13] gehaald. Zij heeft haar pas laten blokkeren.xlv Nader onderzoek van de politie heeft uitgewezen dat er geen [naam 3] bij de Rabobank werkte. Op 19 november 2009 heeft een medewerker van Equens gemeld dat de pinpas met het rekeningnummer van [ZD13] op 12 november 2009 tweemaal was aangeboden bij de ING-bank op de Postjesweg te Amsterdam.xlvi

4.1.25 Op 6 oktober 2009 heeft [ZD14] (hierna: [ZD14]), geboren in 1932 aangifte gedaan van vervalsing van haar bankpas. Op 22 september 2009 omstreeks 11.00 uur werd er bij haar woning aan de [Y-straat] te [plaats] aangebeld en ziet [ZD14] een man staan gekleed in een uniform van TNT, met een pakje. Op het pakje zag [ZD14] haar naam en adres staan. Zij nam het pakje aan en de man vertelde haar dat zij portokosten ter hoogte van 1,96 moest betalen. Zij wilde contant betalen maar moest pinnen van de man. De man had een pinapparaat bij zich en haalde haar pas erdoor. Het apparaat gaf storing aan. De man gaf aan dat hij de volgende dag terug zou komen met het pakje. Een paar dagen later is [ZD14] naar de bank gegaan om te pinnen. Ze ontdekte dat er een totaal van € 4.200,- van haar rekening was gepind bij 14 geldopnames van € 300,- aan de Binnenweg te Eindhoven (de rechtbank begrijpt: Rotterdam).xlvii Blijkens het overzicht van de onrechtmatige geldopnames is er op 22 september 2009, tussen 15.33 uur en 17.33 uur veertien maal een geldbedrag van € 300,- en zijn nog bedragen van € 50,- en € 20,- opgenomen op de locatie Botersloot te Eindhoven (de rechtbank begrijpt: Rotterdam).xlviii

4.1.26 Op 5 oktober 2009 heeft [ZD16] (hierna: [ZD16]), geboren in 1932 aangifte gedaan van oplichting. Op 3 oktober 2009 tussen 14.00 en 15.30 uur werd er aangebeld bij haar woning aan de [Z-straat] te [plaats]. Er stond en man voor de deur die zei dat hij een pakje voor haar had, maar dat er 98 cent portokosten op zat. [ZD16] zag dat het een pakje was van ongeveer 20 bij 15 centimeter, met daarop een sticker met naam en adres van [ZD16]. Toen [ZD16] met een euro wilde betalen, mocht dat niet, en moest zij pinnen. Zij moest haar pas door een pinapparaat heen halen, en haar pincode intoetsen terwijl de man zich omdraaide. Het apparaat gaf tweemaal storing aan. De man vertelde dat hij het apparaat bij de vorige klant op de grond had laten vallen, doordat er een grote hond op hem sprong. Op voorstel van de man heeft [ZD16] nog eenmaal haar pas door het apparaat gehaald en haar pin ingevoerd. Toen het apparaat opnieuw storing aangaf zei dat man dat een week later zou terugkomen. De man had kleding van TNT aan en had een plastic tas met een riem schuin over zijn lichaam om. Op 4 oktober 2009 ontdekte [ZD16] dat er op 3 en 4 oktober 2009 onrechtmatige geldopnames van haar rekening hadden plaatsgevonden op locaties te Amstelveen (ING), Amsterdam (ING, Fortis) en het Amusementscenter Botersloot te Eindhoven (de rechtbank begrijpt: Rotterdam), tot een totaal van € 5.000,-.xlix

4.1.27 [ZD18] (hierna: [ZD18]) heeft aangifte gedaan. Op 17 november 2009 omstreeks 16.30 uur werd bij de woning van haar te [plaats] aangebeld door een man in TNT-kleding. Vervolgens werd middels de bekende modus operandi de ABN-AMRO pinpas van het slachtoffer geskimt. Als smoes voor de storing van het pinapparaat gaf de man in TNT kleding aan dat het apparaat eerder die dag was gevallen door een rottweiler van een eerdere klant. Het totale bedrag dat onrechtmatig werd opgenomen is € 1100,-. Bij [ZD18 2] (hierna: [ZD18 2]) werd op 17 november 2009 tussen 15.00 uur en 16.00 uur aangebeld bij haar woning te [plaats] door een man in TNT kleding. Vervolgens werd de Fortis Bank pinpas van het slachtoffer geskimd. Als smoes voor de storing van het pinapparaat gaf de man in TNT kleding aan dat het apparaat eerder die dag was gevallen doordat hij schrok van een hond. Het totale onrechtmatig opgenomen bedrag luidt € 4.790,-. Op 18 november 2009 werd omstreeks 14.30 aangebeld bij [ZD18 3] (hierna: [ZD18 3]) te [plaats] door een man in TNT kleding. Vervolgens werden op vergelijkbare wijze als hiervoor bij andere aangevers bankpassen van respectievelijk Postbank en Fortis Bank van het slachtoffer geskimd. Het totale bedrag dat onrechtmatig werd opgenomen: € 11.050,-.l

4.1.28 Op 27 maart 2009 heeft [ZD35] (hierna: [ZD35]), geboren in 1948, aangifte gedaan van oplichting. Op 26 maart 2009 werd omstreeks 11.30 uur beneden bij haar woning aan de [AA-straat] te [plaats] aangebeld. Een man zei dat hij van de TNT was en een pakje had voor haar. De TNT beambte kwam vlak daarna bij haar op de galerij. De man droeg een TNT jas. De man overhandigde een pakje aan [ZD35]. Hij zei dat hij 96 cent van haar kreeg en dat ze moest pinnen. De man overhandigde een pinapparaat. De TNT beambte kwam op [ZD35] betrouwbaar over. Ze haalde haar pinpas, behorende bij INGrekening nummer [rek.nr. 6], door het pinapparaat en tikte de pincode in. [ZD35] zag op het schermpje 'storing' staan. Ze probeerde het nog een keer, met weer de melding storing. [ZD35] pakte haar andere betaalpas, behorende bij ING rekening nummer [rek.nr. 7], haalde deze door het pinapparaat en tikte wederom haar pincode in. Het woord 'storing' verscheen weer. De man zei dat ze het nog een keer moest proberen maar dat deed [ZD35] niet. De man zei dat hij het pakje morgen weer zou komen brengen of het zou achterlaten op het postkantoor. Op het pakje stond aan de voorzijde het adres van [ZD35] en erboven een sticker met de tekst 'te betalen 96 cent'. [ZD35] zei dat hij het maar terug moest sturen naar de afzender. [ZD35] controleerde later, omstreeks 13.45 uur, haar twee rekeningen via internetbankieren. Op dat moment waren er geen vreemde bedragen afgeschreven. Op 27 maart 2009 werd [ZD35] gebeld door een medewerker van Veiligheidszaken van de ING. Deze vertelde [ZD35] dat er van haar rekening met nummer [rek.nr. 7] veel bedragen waren afgehaald. [ZD35] schrok en dacht meteen aan de TNTman. Van haar andere rekening bleken nog geen bedragen te zijn afgehaald en deze rekening is gelijk geblokkeerd. Er is een totaalbedrag van € 5.830,- weggenomen. De man aan de deur droeg een tas met een logo van TNT.li Blijkens het overzicht van de betaalrekening met nummer [rek.nr. 7] zijn er tussen 26 maart 2009 16.07 uur en 27 maart 2009 00.07 uur verschillende bedragen opgenomen bij de ABN AMRO bank, de ING bank, de Fortis bank alle te Amsterdam, de Play In Amsterdam, Mario Patrick te Amsterdam, Magic City te Amsterdam, Sunny World Amsterdam en Macao Amusement te Amsterdam.lii

4.1.29 Op 20 oktober 2009 heeft [ZD36], geboren 1934 (hierna: [ZD36]) aangifte gedaan van het vervalsen van een betaalpas. Op 17 oktober 2009 werd er bij haar woning aan de [BB-straat] te [plaats] aangebeld. [ZD36] zag een man staan gekleed in een uniform van de TNT, met een pakketje in zijn hand waarop een etiket met naam en adres van aangever erop. De man zei dat [ZD36] 1 euro afleveringskosten moest betalen. De man mocht geen contant geld aannemen en daarom moest [ZD36] pinnen voor ontvangst van het pakje. Ze heeft twee keer haar pas erdoorheen gehaald en haar pincode ingetoetst. De man zei dat de pas niet werkte en dat hij later zou terugkomen met het pakje. Op 18 oktober omstreeks 18.00 uur ontdekte [ZD36] dat er veel geld onrechtmatig van haar rekening was afgeschreven. In totaal werd een bedrag van € 3.500,- opgenomen op locaties in Amstelveen (ING), Amsterdam (ING) en Rotterdam (Amusementscenters Binnenweg en Botersloot).liii

4.1.30 Op 8 december 2009 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in de [CC-straat nr] te [plaats].liv In deze woning werden verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] aangehouden.lv Tijdens de doorzoeking zijn onder andere de volgende goederen aangetroffen: TNT jack, TNT tas inhoudende postpakket (in de woonkamer), labels met handgeschreven telefoonnummers, 3 adresstickers adressen Zaandam en pincodes, 35 Ikea cadeaukaarten, twee laptops, twee label printers van het merk Brother, 3 mobiele betaalautomaten (waarvan 1 met oplader in de woonkamer), pasjes en labels, 13 magneetkaarten Airmiles, en labels voor labelprinter.lvi Voorts (in een plastic zak in de woonkamer) een USB-stick met tekstbestanden met gegevens van personen.lvii Uit het huurcontract blijkt dat de woning door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] zijn gehuurd op 19 oktober 2009.lviii De vorige huurder van de woning, [getuige 1], heeft verklaard dat nadat [medeverdachte 2] en de Bulgaarse man het contract hadden getekend, [medeverdachte 2] € 1.200,- heeft overhandigd in allemaal briefjes van € 50,- aan overnamekosten. [getuige 1] herkent de personen op de foto's van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] als zijnde de twee personen die het huurcontract hebben ondertekend.lix

4.1.31 De in de woonkamer (gekoppeld aan een magnetic stripe card reader) aangetroffen Dell computer is onderzocht en daaruit is gebleken dat op de harde schijf een map 'Brother' werd aangetroffen. In deze map staat software en een handleiding voor een zogenaamde labelprinter. Tevens werd in het register de driver aangetroffen voor de Brother QL 560. Daarnaast werden op de harde schijf 104 lbx-bestanden aangetroffen, dit zijn labelbestanden. Tot slot werd op de harde schijf een tekstbestand aangetroffen met daarin gegevens die mogelijk afkomstig zijn van magneetkaarten.lx

4.1.32 Het in beslag genomen mobiel pinapparaat met goednummer 3765730lxi is onderzocht door Bureau Recherche Expertise. Uit onderzoek bleek dat de elektronica gewijzigd was. De origineel aanwezige elektronica van het apparaat was vervangen door een elektronische zelfbouwschakeling, kennelijk bedoeld om tijdens een betaaltransactie met het apparaat onder item 1 de bankpas- of creditcardgegevens en de ingetoetste pincode te kopiëren. Tevens was onder het originele toetsenbord van het Banksys C-ZAM betaalapparaat een printplaat gemonteerd waarop een aantal contactpunten was gesoldeerd. De contactpunten bevonden zicht precies onder de toetsen van het toetsenbord en deze contactpunten waren verbonden met de zelfbouwschakeling. Gelet op de aard en wijze van plaatsing van elektronische componenten dient de configuratie geen ander doel dan de gegevens van een bankpas/creditcard te kopiëren en deze samen met de, tijdens de transactie ingevoerde, pincodes vast te leggen. Het dient geen ander doel dan te worden ingezet voor skim-gerelateerde handelingen.lxii

4.1.33 Tijdens de doorzoeking in de [G-straat nr] te [plaats] zijn onder andere de volgende goederen aangetroffen: USB-sticks, € 11.450,- (opvallend nieuwe biljetten), een giropas op naam van [naam 4], diverse passen voorzien van een magneetstrip, een laptop van het merk Toshiba en vijf cd/dvd.lxiii In deze woning zijn ook diverse administratieve bescheiden aangetroffen op naam van [medeverdachte 2], waaronder zijn Nederlands paspoort, Marokkaanse identiteitsbewijs, een bankpas, het huurcontract van de [CC-straat], vorderingen van gerechtsdeurwaarders, brieven van het CJIB en afschriften van zijn girorekening.lxiv Daarnaast blijkt uit een brief van KPN dat [medeverdachte 2] zich heeft aangemeld voor een abonnement Internet Basis.lxv

4.1.34 Deze aangetroffen goederen zijn onderzocht op mogelijke linken met het oplichten van personen door zich uit te geven als TNT-medewerker. Hierbij zijn onder andere de aangevers [ZD18], [ZD18 2] en [ZD18 3] op een USB-stick aangetroffen. Deze (rode) USB-stick is aangetroffen op de salontafel in de woonkamer.lxvi Op deze USB-stick stonden diverse bestanden met daarop adreslijsten, per lijst waren adressen van één woonplaats bij elkaar gezet. Uit onderzoek is ook gebleken dat deze USB-stick gebruikt is in de Toshiba laptop. Deze laptop is aangetroffen op de bank in de woonkamer.lxvii De gegevens van [ZD35] zijn aangetroffen op deze Toshiba laptop.lxviii Sinds 30-08-2009 is '[voornaam verdachte]' de actieve gebruiker van deze laptop en op deze laptop werd software aangetroffen van het printermerk Brother. Uit het Windows register blijkt dat een Brother QL-560 labelprinter aan deze laptop gekoppeld is geweest. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de USB-stick aan de laptop gekoppeld is geweest, waarvan af bestanden geopend/gebruikt zijn geweest. Ook werden op de laptop 'lbx' bestanden aangetroffen met namen die duiden op persoonsnamen.lxix

4.1.35 Een aangetroffen mini compact disk is onderzocht en hieruit is naar voren gekomen dat op deze mini CD bestanden staan voor het installeren van een mini kaartlezer op een computer en een gebruiksaanwijzing van de kaartlezer.lxx

4.1.36 Op 8 december 2009 is de woning aan de [A-straat nr] te [plaats] doorzocht. Hierbij zijn onder andere een USB-stick, een bruine tas met pasjes, een Dell laptop en 'skimapparatuur' (op strijkplank) aangetroffen.lxxi Daarnaast is door de geldspeurhond een zogenaamde geldgordel met inhoud aangetroffen, te weten € 30.100,-. Bij verdachte [medeverdachte 4] is een geldgordel aangetroffen onder de kleding met daarin € 51.050,-.lxxii Bij verdachte [medeverdachte 7] is een geldgordel met daarin vier pakketjes geld gevonden, totaal € 29.450,-lxxiii en bij [medeverdachte 8] werd een geldgordel met daarin € 21.000,- aangetroffen.lxxiv In de slaapkamer van [verdachte] lag een bedrag van € 3.600,-.lxxv

4.1.37 De aangetroffen Dell computer is onderzocht. In de prullenbak werd een bestand aangetroffen met de naam '20091105.txt'. Dit bestand bevat - zo begrijpt de rechtbank - gegevens welke gebruikt worden c.q. afkomstig zijn van magneetstripkaarten. Daarnaast werd het programma Mini400 aangetroffen met daarbij een drietal tekstbestanden. Mini 400 is een kleine draagbare magneetkaartlezer. Daarnaast werden gegevens aangetroffen van een USB Smart-cardreader. Het aantreffen van deze gegevens wil zeggen dat dit apparaat gekoppeld is geweest aan de laptop. Ook werd een aantal bestanden aangetroffen die betrekking hebben op het uitlezen van magneetstripkaarten. Deze laptop is beveiligd met een wachtwoord.lxxvi De gegevens van [ZD18 3] zijn terug te vinden in het programma Mini400.lxxvii De Dell computer op de [A-straat] is de computer van verdachte en de computer was beveiligd met een wachtwoord.lxxviii

4.1.38 De laptop is onderzocht op mogelijke linken met het oplichten van personen door zich uit te geven als TNT medewerker. Op deze laptop werden meerdere zogenaamde 'strings' aangetroffen. Bij navraag bij de firma Equens en bij de banken bleek dat 38 strings konden worden teruggebracht op aangiften/meldingen van TNT skimming met de bekende werkwijzen, hiervan zijn 31 aangiftes verwerkt. Hieronder vallen de aangevers [ZD5], [ZD18 2], [ZD18] en [ZD18 3].lxxix

4.1.39 Op 8 december 2009 vindt er een doorzoeking plaats in de [B-straat nr]-3 te [plaats]. Tijdens deze doorzoeking zijn onder andere de volgende goederen in beslag genomen: computer Asus LC-B300ATX, een Dell laptop, ING-bankpassen van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2], doosje met diverse bonnetjes, A7 kladblokje Gallery, AH Machtigingen, Shirt & Jas van AH Bezorgservice 'Albert', Jas TNT, Dell laptop, mobiel pinapparaat Verifone omni 3750, mobiel pinapparaat Verifone SC5000, voedingskabels pinapparaten en € 260,-.lxxx

4.1.40 Uit onderzoek is gebleken dat de gegevens op de pas van [medeverdachte 2] en de magneetstripgegevens afweken.lxxxi In het A7 kladblokje Gallery staan allemaal adressen en telefoonnummers vermeld van mensen met een dubbele naam in Zandvoort.lxxxii

4.1.41 De in beslag genomen Asus computer LC-B300ATXlxxxiii (harde schijf) is onderzocht. De gebruikers zijn '[VERDACHTE]' en '[VOORNAAM VERDACHTE]'. Hierbij werd duidelijk dat het profiel van gebruiker '[voornaam verdachte]' (automatisch) geladen was. Op de schijf werd een aantal bestanden aangetroffen die betrekking hebben op het lezen van magnetische strips/cards en smartcards. Tevens werd installatiebestanden en handleidingen aangetroffen met betrekking tot deze apparaten. Uit de aangetroffen bestanden blijkt een duidelijke belangstelling voor magnetische- en smartkaartlezers.lxxxiv

4.1.42 Op 8 december 2009 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in de [DD-straat nr] te [plaats]. Tijdens deze doorzoeking zijn diverse goederen in beslag genomen, waaronder een Nike doos met onder andere elektronische componenten.lxxxv

4.1.43 In de doos zaten diverse onderdelen van elektronische apparaten alsmede een afschrift van de Postbank ten name van [verdachte], wonende [EE-straat nr] te [plaats], dit betreft verdachte. Bij nader onderzoek bleek een deel van de onderdelen afkomstig te zijn van een gedemonteerd mobiel pinapparaat.lxxxvi De onderdelen zijn onderzocht door het Bureau Recherche Expertise. Het opgebouwde apparaat uit de onderdelen komt qua uiterlijke kenmerken zeer sterk overeen met het Xentissimo portable betaalapparaat. Vanwege de bij onderdeel 9 aangebrachte uitsparingen, gaten, soldeercontacten, geleidende verbindingen en het feit dat dit onderdeel hierdoor direct onder het originele toetsenbord overlay geplaatst kan worden, betreft het hier waarschijnlijk een, voor skim-doeleinden, vervaardigd, onderdeel.lxxxvii

4.1.44 De in beslag genomen passen in de [CC-straat], [G-straat], [DD-straat] en [A-straat] zijn onderzocht door Equens en alle uitgelezen passen zijn valse betaalpassen in de zin van artikel 232 van het Wetboek van Strafrecht.lxxxviii Op de passen uit de [CC-straat] staan onder andere de gegevens van [ZD18 2], [ZD18 3] en [ZD18].lxxxix

4.1.45 De USB-stick die in de [CC-straat] is aangetroffen, is onderzocht en hieruit kwam naar voren dat op de USB-stick een 50-tal tekstbestanden werden aangetroffen die gegevens bevatten van personen.xc Hierop komen de strings met naam/adresgegevens voor van [ZD2]xci, [ZD3], [ZD3 2], [ZD 3 3], [naam man ZD 3 3],xcii [ZD5], [ZD6],xciii [ZD9],xciv [ZD 10 2], [ZD10], [ZD 10 3],xcv [ZD11 2],xcvi [ZD 12 2], [ZD12],xcvii [ZD14],xcviii [ZD16],xcix [ZD35],c en [ZD36].ci

4.1.46 Daarnaast komen de gegevens van verschillende aangevers op de in beslag genomen laptop in de [G-straat] voor, te weten van [ZD35]cii en [ZD36].ciii Op de Dell computer die in beslag is genomen in de [A-straat] staan de stringgegevens van [ZD13] en de datum van 11 november 2009 vermeldciv en op de Dell computer die in de [CC-straat] is aangetroffen zijn de gegevens van [ZD6] aangetroffen.cv

4.1.47 Op 8 december 2009 heeft er daarnaast een doorzoeking plaatsgevonden in een Opel Astra met kenteken [kenteken 3]. Hierbij werd een pas aangetroffen die vervolgens digitaal is uitgelezen, waarbij twee zogenoemde 'strings' op de magneetstrip werden aangetroffen, waarbij één string van rekeningnummer [rek.nr. 4] van [ZD2] te [plaats] betreft.cvi En in de VW Golf met kenteken [kenteken 4] werd een map inhoudende instructiekaart TNT post aangetroffen.cvii

4.1.48 Tijdens de doorzoeking in de BMW, die op 8 december in beslag is genomen bij verdachte,cviii met kenteken [kenteken 2] is onder andere een enveloppe aangetroffen, inhoudende tien naamstickers. De stickers zijn voorzien van een dubbele achternaam. Op de achterzijde van de stickers is een telefoonnummer vermeld. Alle adressen zijn in Tilburg. Daarnaast zijn twee stickers aangetroffen met opdruk TNTPOST: Ongefrankeerd Portokosten: 0,95 eurocent. In de auto lagen daarnaast in meerdere plastic tasjes administratieve bescheiden op naam van [verdachte]. Het ging hier om aanmaningen, beschikkingen van het CJIB en brieven van de woningbouwvereniging.cix

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

4.2.1 De officier van justitie is van mening dat niet bewezen kan worden dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Hij voert ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat verdachte woonde in de [A-straat] waar veel geld en skimapparatuur is gevonden. Hij beschikte over een computer waar ook 'strings' op zijn aangetroffen en hij reed in een grote dure BMW. Daarnaast zijn in de woning die hij op zijn naam had staan namenlijsten gevonden, een TNT jas, pinautomaten en is op een computer informatie over kaartlezers gevonden. Daarnaast bevindt zich in het dossier een tapgesprek waarin het er sterk op lijkt dat zijn computer nodig is bij skimactiviteiten. Tenslotte heeft verdachte een technische opleiding gevolgd en is hij volgens zijn vader handig met electronica. Dit verhaal lijkt te passen bij de grote mannen in het skimmen achter de schermen, bij hen worden de gegevens ingeleverd en zij coördineren het cashen. Naar het oordeel van de officier van justitie is dit echter onvoldoende voor het bewezen verklaren van medeplegen van oplichting en diefstal. Nergens is gebleken dat verdachte een rol heeft gehad bij de daadwerkelijke diefstal of oplichting en derhalve bevat het dossier onvoldoende bewijs. Verdachte dient vrijgesproken te worden van deze feiten.

4.2.2 Daarnaast is de officier van justitie van mening dat bewezen kan worden dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan. Hij voert ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat verdachte een computer voorhanden heeft gehad met daarop strings en daarnaast ook skimapparatuur, de kaartlezer in de [A-straat]. De laptop van verdachte is met de gegevens daarop te betitelen als elektronica die geschikt en bestemd is voor het kopiëren van magneetstrips en de aangetroffen kaartlezer is dat in combinatie met de laptop ook.

4.3 Het standpunt van de verdediging

4.3.1 De verdediging heeft, zakelijk weergegeven, betoogd dat verdachte in vrijwel geen enkel zaaksdossier zelf als actor voorkomt. Er kan niet vastgesteld worden dat hij uitvoeringshandelingen heeft verricht. De Hoge Raad heeft ook in zijn arrest van 19 januari 2010 (LJN BK4816) vastgesteld dat voor de verdachte die geen uitvoeringshandelingen heeft verricht uit de bewijsmiddelen zal moeten blijken van een nauwe en bewuste samenwerking die zo ver gaat dat ze onder medeplegen valt te scharen.

4.3.2 De op de laptop aangetroffen gegevens kunnen daartoe geen soelaas bieden, immers volgt uit het dossier dat deze laptop buiten de aanwezigheid en zonder zijn toestemming door anderen werd gebruikt, zie de tapgesprekken in zaaksdossier 13. Uit niets kan blijken dat de gegevens door verdachte op de laptop zijn geplaatst. Ook het aantreffen van geld en goederen in de woning waar verdachte verbleef is niet voldoende om tot wettig en overtuigend bewijs van medeplegen te komen, nu van uitvoeringshandelingen ieder spoor ontbreekt. Daarbij komt dat meerdere getuigen hebben verklaard dat door de verhuizing in de hele woning spullen verspreid lagen en dat het feit dat iets op de kamer lag eigenlijks niets zei over de vraag of het dan ook toebehoorde aan de persoon die op die kamer verbleef. Ook heeft moeder aangegeven de tas met geld in de gang aangetroffen te hebben.

4.3.3 De Hoge Raad heeft bepaald dat het louter aanwezig zijn, het zich niet distantiëren en het louter instemmen met de delictueuze gedraging op zich niet genoeg zijn om van medeplegen te kunnen spreken (NJ 2010, 193). Evenmin is het hebben van wetenschap en het zich vervolgens niet distantiëren doorslaggevend om de nauwe en bewuste samenwerking te kunnen aannemen (NJ 2008, 209). Uit verschillende individuele factoren, eventueel in samenhang bezien, dient te worden afgeleid dat er een bijdrage is geleverd aan het delict, voordat men een samenwerking kan aannemen en in casu kan daarvan niet blijken zodat verdachte van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

4.3.4 De verdediging stelt ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde voorop dat wordt betwist dat de aangetroffen goederen, goederen zijn die vallen onder de delictsomschrijving. Daarbij komt nog de vraag in hoeverre de goederen aan verdachte kunnen worden toegeschreven. De officier van justitie maakt gewag van de combinatie van de verschillende aangetroffen goederen, maar uit het tapgesprek alsmede de verklaring van verdachte blijkt dat hij niet op de hoogte was van de stringgegevens op zijn laptop en dat ook niet hoefde te zijn. Gebrek aan wetenschap breekt hier dan ook de vermeende keten van bewijs, nu wetenschap een conditio sine qua non is bij de bewezenverklaring van artikel 234 van het Wetboek van Strafrecht. Overigens blijkt uit de ter terechtzitting afgelegde verklaringen dat overal door het huis spullen verspreid lagen en de plek waar deze lagen zegt om die reden dan ook niets over de persoon aan wie ze toebehoorden of zeggenschap over had. Dit geldt ook voor de aangetroffen pasjes. Voor wat betreft de andere goederen (een kaartlezer?) ontbreekt ieder bewijs dat verdachte deze voorhanden heeft gehad. Ze zijn niet op zijn kamer aangetroffen en niemand heeft hem ooit met deze goederen gezien. Ook zijn op deze goederen geen dactyloscopische sporen van verdachte aangetroffen en derhalve dient hij van dit feit vrijgesproken te worden.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

4.4.1 Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde

4.4.1.1 De rechtbank acht niet bewezen wat onder 1 is ten laste gelegd, nu de tenlastelegging het bestanddeel 'heeft/hebben bewogen tot afgifte van zijn/haar/hun pincode(s) en/of bankpasgegevens (...) in elk geval van enig goed' bevat. De Hoge Raad heeft in 1995 bepaald dat 'de in de geest van een persoon opgeslagen bekendheid met de bij zijn betaalpas behorende cijfercombinatie (...) niet (kan) worden aangemerkt als een 'goed' in de zin van artikel 317 (oud) Sr. Evenmin kan het (onvrijwillig) noemen van een pincode worden aangemerkt als afgifte in de zin van laatstgenoemd artikel: daarvan kan slechts worden gesproken indien door die afgifte de afgever de beschikking over het afgegevene verliest, hetgeen uiteraard bij het noemen van een pincode niet het geval is'.cx Aan het begrip 'goed' in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht komt een gelijke betekenis toe. Ook de wetgever is van oordeel dat de term "gegevens" niet onder "goed" moet worden gerubriceerd, reden waarom aan artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht bij Wet van 23 december 1992 (Stb. 1993, 33) als alternatief is toegevoegd de zinsnede "het ter beschikking stellen van gegevens", waaronder ook pincodes kunnen worden verstaan.cxi Die zinsnede is onder 1 echter niet ten laste gelegd. Hetzelfde geldt voor 'bankpasgegevens'; de gegevens op de magneetstrip. Door het skimmen van de bankpasgegevens verliest de aangever immers niet de beschikking over deze bankpasgegevens, deze blijven aanwezig op de bankpas van de aangever en daarmee in het bezit van de aangever. Derhalve is geen sprake van afgifte van deze gegevens als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

4.4.1.2 Het vorenstaande brengt de rechtbank in de eerste plaats tot het oordeel dat het bestanddeel 'in ieder geval (van) enig goed' niet in verband staat met hetgeen voor het overige in de tenlastelegging onder 1 is vermeld, terwijl ook overigens niet duidelijk waar het gedeelte 'in ieder geval enig goed' op ziet en waartegen verdachte zich derhalve moet verweren, zodat de dagvaarding op dit punt partieel nietig dient te worden verklaard.

4.4.1.3 In de tweede plaats brengt dit oordeel mee dat hetgeen wel ten laste gelegd is, namelijk dat de aangevers bewogen zijn tot afgifte van een pincode, gezien het vorenstaande niet bewezen kan worden, zodat verdachte hiervan vrijgesproken dient te worden.

4.4.2 Overwegingen ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde

4.4.2.1 De rechtbank overweegt dat uit de jurisprudentie ten aanzien van medeplegen een aantal relevante lijnen volgt voor de beoordeling van deze zaak.

4.4.2.2 Van medeplegen is sprake als twee of meer personen gezamenlijk een strafbaar feit plegen. Het veronderstelt nauwe en bewuste samenwerking, hetgeen opzet impliceert. Als er sprake is van nauwe, bewuste en volledige samenwerking is het onverschillig wie van de medeplegers wat precies heeft gedaan.cxii Tenlastelegging noch bewezenverklaring hoeft aan te wijzen wie van de medeplegers wat precies heeft verricht.cxiii Niet nodig is dat alle medeplegers de uitvoeringshandeling mede verrichten.cxiv Anderzijds zal uit de gebezigde bewijsmiddelen en de vaststelling in de bewijsoverwegingen moeten volgen dat de verdachte die geen uitvoeringshandelingen heeft verricht zodanig nauw en bewust heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen.cxv Die samenwerking is aanwezig als de medeplegers willens en wetens (opzettelijk) samenwerken tot het plegen van het strafbare feit, door bijvoorbeeld nauwe betrokkenheid bij planning, voorbereiding en organisatie. Daarbij zijn uitdrukkelijke en vooraf gemaakte afspraken niet vereist, ook stilzwijgende samenwerking is voldoende. Evenmin is fysieke aanwezigheid bij de uitvoering van het delict vereist,cxvi noch is vereist dat alle medeplegers bekend zijn.cxvii

4.4.2.3 De rechtbank overweegt dat tegen deze achtergrond, uit het bij de doorzoekingen aangetroffen materiaal in onderlinge samenhang bezien een aantal conclusies kan worden getrokken voor het bewijs in deze zaak.cxviii

I. De doorzoekingen

A. Skimgerelateerd materiaal

De rechtbank stelt op grond van de resultaten van de doorzoekingen op de adressen [A-straat], [CC-straat], [G-straat], [B-straat] en [DD-straat] vast dat er een overvloed aan materiaal is gevonden waarvan aannemelijk is dat het is gerelateerd aan skimming, vervalsing van passen en diefstal respectievelijk oplichting van privépersonen onderscheidenlijk bedrijven (banken, casino's, winkelbedrijven). Het gaat hierbij om voorwerpen, materiaal van digitale aard en contant geld.

Tot de voorwerpen rekent de rechtbank in ieder geval:

* TNT-kledingstukken ([CC-straat] en [B-straat])

* Een TNT-schoudertas en pakketje ([CC-straat])

* 5 Mobiele pinapparaten respectievelijk paslezers (boxruimte [CC-straat], zolder [B-straat], trapkast [DD-straat]) en gebruikershandleiding daarvan ([B-straat]), waarvan een tweetal mobiele pinapparaten met zekerheid respectievelijk waarschijnlijk geprepareerd ten behoeve van skimmingactiviteiten

* 2 Labelprinters ([CC-straat])

* Adreslabels (stickers) in enveloppen verpakt, geselecteerd naar nabij gelegen adressen

* Adreslijsten op papier (waaronder enveloppen), met dubbele achternamen

* Enveloppen met vermoedelijk pincodes daarop geschreven.

Tot het digitale materiaal rekent de rechtbank in ieder geval:

* Persoonsgegevens op gegevensdragers. Onder meer gaat het hierbij om de Dell laptop aangetroffen op de slaapkamer in gebruik bij [verdachte] in de [A-straat], de Toshiba laptop in de [G-straat], de Dell laptop [CC-straat] (88 lbx of label-betanden) en de USB-sticks in de [CC-straat] en de [G-straat]. In de [CC-straat] zijn naar schatting 3960 adressen aangetroffen, waarvan 286 in verband zijn gebracht met aangiftes dan wel mutaties/aandachtsvestigingen.cxix

* Bestanden op gegevensdragers die zijn bestemd voor een labelprinter (Toshiba [G-straat], Dell [CC-straat]), met daarop onder meer namen en adressen van aangevers.

* Gegevensdragers (laptops Dell [A-straat], Asus [B-straat]cxx, SD-kaart [A-straat]cxxi, mini-CD gebruiksaanwijzing voor draagbare kaartlezer [G-straat] en CD-Rom [DD-straat]) met afbeeldingen van scanapparatuur, informatie over kaartlezers en scangerelateerde software.

* Passen van diverse aard, blanco en op naam (bank-, airmiles-, Ikea-passen) met magneetstrips.

Met betrekking tot het aangetroffen geld verwijst de rechtbank naar het hierna onder C. overwogene.

B. Persoonsgegevens

De rechtbank overweegt nader met betrekking tot de aangetroffen persoonsgegevens het volgende. Deze zijn onder te verdelen in twee soorten:

a. Naam- en adresgegevens

b. Informatie van magneetstrips (hierna: "strings")

Ad a. Uitgaande van de in de hiervoor besproken aangiften gebleken werkwijze ("Modus Operandi", hierna: MO) is het aannemelijk dat de aangetroffen naam- en adresgegevens dienden als doelgroep van gepleegde en nog te plegen skimactiviteiten. Dit wordt bevestigd door de wijze waarop de adressen zijn gerangschikt (per plaatscxxii), de dubbele achternamen (die met een zekere graad van waarschijnlijkheid wijzen op alleenwonende vrouwen, meest op leeftijd zijnde weduwescxxiii), het aantreffen van deze naam- en adressen in labelbestanden, gerangschikt naar plaats en voorts het aantreffen van enveloppen en adreslijsten met vermoedelijk pincodes daarop genoteerd alsmede de namen van banken (een aannemelijke verklaring hiervoor is dat - zo is het een feit van algemene bekendheid - bij de geldautomaten van de eigen bank hogere bedragen gepind kunnen worden).cxxiv

Uit het aantreffen van gebruiksvoorwerpen die betrekking hebben op alle stadia van het skimmen aan de deur (adreslijsten en -labels, een TNT-pakket, TNT-kleding en TNT-tas, voor skimming bewerkte mobiele pinapparaten, pincodes), via kopiëren (kaartlezers, software die daarop betrekking heeft) tot cashen (-blanco- passen, aangetroffen geld) concludeert de rechtbank voorts dat sprake is van een dadergroep die het hele proces van skimming tot en met cashen voor haar rekening nam.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat het aantreffen van genoemde informatie van zeer grote hoeveelheden (enige duizenden) potentiële slachtoffers het beeld geeft van een kennelijk uitvoerige voorbereiding met een systematisch karakter (dat wil zeggen doordacht en met herhaalde handelingen), dat onderling overleg veronderstelt. Dit systematische karakter van de voorbereiding volgt voorts uit de werkwijze bij daadwerkelijk gepleegde skimacties. Uit de aangiften ontstaat het beeld van gericht te werk gaan per plaats en buurt (zaakdossiers 3 ([plaats]), 10 en 11 ([plaats])). Tot de voorbereiding behoorde kennelijk ook in voorkomende gevallen het tevoren inbellen bij geselecteerde slachtoffers (zaaksdossier 11 ([plaats])). Ook is in een aantal gevallen door aangevers melding gemaakt van het kennelijk bedrieglijk nabellen door onbekende personen. Mogelijk was hier sprake van mislukte skimacties waarbij telefonisch nog werd getracht informatie (bijvoorbeeld een pincode) te verkrijgen. Uit de aangiftes rijst voorts het beeld op van een MO met duidelijk overeenkomende specifieke kenmerken ten aanzien van het gedrag en de uitspraken van de daders aan de deur.cxxv Verder is er een patroon te onderkennen in het cashen, dat enerzijds per slachtoffer gebeurt in meerdere gemeenten en anderzijds in de bewezen geachte gevallen nagenoeg steeds mede geschiedt in Amusementscenters aan de Botersloot en de Oude Binnenweg te Rotterdam.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat de naam- en adresgegevens in een reeks door de politie vastgestelde gevallen zijn verspreid over verschillende gegevensdragers, op verschillende doorzochte adressen. Het is onaannemelijk dat dit verspreiden op toevallige basis, door los van elkaar opererende individuen is gebeurd, gegeven de bijzondere kenmerken van de adressen en de overeenkomsten in de MO. Reeds op grond van dit gegeven acht de rechtbank aannemelijk dat er een verband moet bestaan tussen de verschillende adressen in die zin, ofwel dat dezelfde persoon of personen de informatie hebben verspreid over die adressen dan wel dat die informatie onderling door verschillende personen op die adressen is uitgewisseld.

Ten aanzien van de gevallen waarin aangifte is gedaan acht de rechtbank dit verband volkomen duidelijk. Hierbij gaat de rechtbank er van uit dat de omstandigheid dat er in een individueel geval in het jaar 2008 of 2009 (met het accent op de laatste maanden van 2009) een aangifte is gedaan en schade is geleden, bezien in combinatie met het aantreffen van de gegevens van de betrokken persoon op een van de gegevensdragers of ander materiaal in de doorzochte woningen, reeds voldoende bewijs is dat de dader in dezelfde groep moet worden gezocht. Immers, de mogelijkheid dat gegevens van een aangever bij de groep berusten, terwijl deze in dezelfde periode slachtoffer zou zijn van derden, buiten de dadergroep, lijkt verwaarloosbaar klein, mede gelet op het hierna onder b. overwogene.

Ad b. Vast staat dat een op een gegevensdrager als hiervoor genoemd aangetroffen string (niet zijnde de eigen bankpas van het betrokken slachtoffer) het resultaat is van een skimactie waarbij de magneetstripgegevens zijn gekopieerd van een bankpas naar een bestand op een andere gegevensdrager, die de basis vormt voor het dupliceren van een betaalpas of waardepas.cxxvi Om te profiteren van de skimactie voordat een bankpas is geblokkeerd dient de skimmer binnen korte tijd na het skimmen de string over te zetten op een andere kaart met magneetstrip en met deze kaart en de verkregen pincode het geld te gaan opnemen uit (in nagenoeg alle gevallen) betaalautomaten. Na het blokkeren van de bankpas is de string immers niet meer van waarde voor de skimmer. De omstandigheid dat in een aantal gevallen niettemin een string is aangetroffen op gegevensdragers op verschillende adressen ondersteunt naar het oordeel van de rechtbank het verband tussen de adressen. De rechtbank verwijst hierbij als voorbeeld naar de strings inzake [ZD18 2], [ZD18 3] en [ZD18], aangetroffen op airmilespassen in de [CC-straat], welke strings zich eveneens bevonden op de Dell laptop in de [A-straat]. Vorenstaande conclusie over de beperkte "houdbaarheid" van een string maakt het aannemelijk dat bij het overzetten van deze strings de genoemde Dell-laptop een noodzakelijke en kort na de skimmingactie ingezette schakel heeft gevormd.

C. Geld

De rechtbank overweegt ten aanzien van het bij de doorzoekingen aangetroffen geld het volgende. Hierbij springen het meest in het oog de bedragen die zijn aangetroffen bij de doorzoeking in de [A-straat] ter hoogte van meer dan € 130.000,-. Deze som geld bevatte veel briefjes van 50 euro, maar ook van 100, 200 en 500 euro.cxxvii Ook in de [G-straat] te [plaats] is een groot geldbedrag aangetroffen van in totaal € 11.450,-, in stapels opvallend nieuwe biljetten.cxxviii In de [CC-straat] te [plaats] werd een geldbedrag van € 3.300,- aangetroffen.cxxix

Over de herkomst van het op de [A-straat] aangetroffen geld overweegt de rechtbank allereerst het volgende. In het dossier zijn geen duidelijke en evenmin eenduidige verklaringen over de herkomst van dit grote bedrag aan contanten afgelegd. Aanvankelijk heeft verdachte op 9 december 2009 verklaard dat het van een erfenis kan zijn.cxxx Dit is nergens in de verklaring van deze verdachte zelf verder onderbouwd. Verder heeft geen van de familieleden een nadere onderbouwing van het erfenis-scenario aangeleverd, terwijl er bij allen een belang mag worden verondersteld om de niet-criminele herkomst van het geld aan te tonen. De omstandigheid dat de gezinsleden het geld voor de politie hebben trachten te verbergen vormt voor de erfenis-lezing dan wel enige andere legale herkomst ook geen ondersteuning maar eerder een contra-indicatie. [medeverdachte 8] heeft aanvankelijk verklaard niets te willen zeggen over het geld, maar in het volgende verhoor heeft zij aangegeven te denken dat het geld van haar broers is. [medeverdachte 8] heeft uitdrukkelijk ontkend dat er sprake was van het winnen van geld of een erfenis.cxxxi Vader [medeverdachte 9] heeft geen duidelijke verklaring over het geld.cxxxii [medeverdachte 7] heeft aangegeven geen idee te hebben over het in huis aantroffen geld maar wel te denken dat het illegaal is.cxxxiii Op grond van vorenstaande verklaringen gaat de rechtbank ervan uit dat het geld geen legale herkomst heeft.

Moeder [medeverdachte 4], heeft verklaard dat zij dit geld op de dag van de doorzoeking vond. Toen de politie aanbelde is zij meteen naar de kamer gegaan van haar zoon, hij was niet aanwezig en zij is meteen op zoek gegaan naar iets. De rechtbank gaat er vanuit dat met deze zoon [verdachte] wordt bedoeld, nu hij de enige zoon is, die in deze zaak verdacht wordt, die aan de [A-straat] woonde en die tevens die nacht niet aanwezig was.cxxxiv [medeverdachte 4] vond het geld, was bang dat de politie kwam voor het geld en heeft het geld toen verdeeld.cxxxv Op grond van de duidelijke eerste verklaring van [medeverdachte 4], waarbij zij haar handelen beschrijft nadat de politie bij de woning aan de [A-straat] aanbelde, gaat de rechtbank ervan uit dat dit geld zich heeft bevonden in de slaapkamer in gebruik bij haar zoon [verdachte], voordat het door de politie werd gevonden op de lichamen van [medeverdachte 4] en haar dochters [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8].cxxxvi De rechtbank acht de latere aanpassing van deze verklaring door [medeverdachte 4] ("Ik heb mij vergist. Ik heb het geld in de gang gevonden.") niet geloofwaardig. Indien de tas met geld in de gang zou hebben gestaan, dan zouden wellicht meer familieleden hierover een verklaring hebben afgelegd. [medeverdachte 8] verklaart dat het geld niet in de gang gestaan kan hebben, want die was helemaal leeg. Alleen de strijkplank stond er.cxxxvii

[medeverdachte 4] heeft voorts bij de rechter-commissaris op 11 december 2009 verklaard dat haar kinderen haar lachend hebben verklaard dat het geld afkomstig was uit de hashhandel en dat haar kinderen haar hebben bedonderd en voorgelogen. Gevraagd welke kinderen zij bedoelt verklaart [medeverdachte 4] op 16 december 2009 dat het gaat om verdachte en [medeverdachte 2].cxxxviii

Over de slaapkamer waar het geld is aangetroffen overweegt de rechtbank dat vader heeft verklaard dat de kamer van verdachte door niemand anders wordt gebruikt dan door [verdachte].cxxxix [medeverdachte 8] heeft verklaard dat verdachte daar iedere avond sliep, behalve de dag dat hij werd opgepakt.cxl Verdachte zelf heeft ook verklaard dat hij een eigen kamer heeft, naast de kamer van zijn ouders.cxli Het aantreffen van het geld op de kamer die in gebruik is bij verdachte en waar anderen niet kwamen,cxlii strookt naar het oordeel van de rechtbank met de verdenking dat dit geld met medeweten van [medeverdachte 2] en verdachte de woning binnen is gebracht.

De rechtbank overweegt voorts dat in het dossier, mede omvattende een reeks observaties op verschillende verdachten binnen en rond de familie [achternaam verdachte], geen aanknopingspunten zijn aangetroffen voor de verdenking dat het geld afkomstig zou zijn uit hasjhandel of andere illegale bron buiten skimming.

Ook over de herkomst van het geld dat op de [G-straat] en de [CC-straat] is aangetroffen bevat het dossier geen duidelijke en eenduidige verklaringen. De adressen zijn, zo zal de rechtbank hierna nader uiteenzetten, aan verdachte en zijn mededaders te koppelen. De rechtbank concludeert dat ook dit geld afkomstig is uit de skimactiviteiten en op genoemde adressen is verzameld.

Het aantreffen van contant geld verdraagt zich met de bevindingen uit de verschillende doorzoekingen waaruit, zoals overwogen, een overvloed aan aanwijzingen er op wijst dat er sprake is geweest van skimvoorbereidingen en -uitvoering.

De rechtbank neemt vervolgens in aanmerking dat in het kader van de hiervoor beschreven skimactiviteiten, gelet op het aantal aangiftes in een relatief korte periode van enkele maanden waarbij het accent ligt op het laatste kwartaal van 2009, een aanzienlijke hoeveelheid geld moet zijn buit gemaakt. Hierbij merkt de rechtbank op, dat de intensiteit van de skimming in de laatste weken voor de doorzoekingen van 8 december 2009 het aannemelijk maakt dat de dadergroep mogelijk eenvoudigweg niet is toegekomen aan een andere verwerking van het buitgemaakte contante geld dan het te verzamelen en te bundelen en te bewaren op een veilige plaats.

Aangezien er voor de herkomst van het geld geen alternatieve verklaring is gegeven dan wel valt op te maken uit de feiten en omstandigheden in het dossier, concludeert de rechtbank op grond van het voorgaande dat het aannemelijk is dat het aangetroffen contante geld geheel dan wel voor het overgrote deel uit skimmingactiviteiten afkomstig is.

Hiervan uitgaande constateert de rechtbank dat er kennelijk sprake was van het centraal opslaan van de opbrengsten van skimactiviteiten en het gestructureerd verpakken van dit geld - het is onder meer in stapels/bundeltjes/pakketjes en in geldgordels aangetroffencxliii - wat samenwerking, afstemming en - niet in de laatste plaats - enige discipline binnen de dadergroep veronderstelt.

D. Conclusie over de samenwerking

Op grond van:

* de overvloed aan skimgerelateerde voorwerpen en gegevens op verschillende doorzochte adressen met betrekking tot het gehele proces van skimming tot cashing (onder A),

* de samenhang tussen de aangetroffen persoonsgegevens op die adressen (onder B.a),

* de daaruit blijkende kennelijke uitvoerige voorbereidende handelingen, waaronder de MO aan de deur (onder B.a),

* het systematische karakter van de voorbereidingen (onder B.a),

* het aantreffen van strings die te relateren zijn aan recente aangiftes (onder B.b),

* de hoeveelheid, coupures, plaats, en wijze van aantreffen van het contante geld op de [A-straat] (onder C),

concludeert de rechtbank dat ten aanzien van leden van de dadergroep die van voornoemde adressen gebruik maakten moet worden gesproken van een samenwerkingsverband, waarin sprake is van zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen die personen waarvan kan worden vastgesteld dat deze in voldoende mate in relatie kunnen worden gebracht met die adressen en het daar aangetroffen materiaal, dat zij als medeplegers moeten worden beschouwd.

II. De relatie tussen verdachte en de doorzochte adressen/auto's en het aangetroffen materiaal

Ten aanzien van verdachte [verdachte] gaat de rechtbank uit van de volgende bevindingen.

[A-straat]

* De rechtbank stelt op grond van verschillende verklaringen vast dat verdachte in deze woning verbleef.

* Uit de verklaringen die hiervoor onder C van deze paragraaf zijn weergegeven ten aanzien van het aantreffen van een groot geldbedrag aan contanten concludeert de rechtbank dat verdachte mede verantwoordelijk was voor de aanwezigheid van dat geld.

* Op de kamer van verdachte is de Dell laptop aangetroffen met een grote hoeveelheid aan skimmen gerelateerde informatie, zoals hiervoor ter zake van de doorzoeking [A-straat] overwogen.

Nadere overweging met betrekking tot de Dell laptop

Verdachte heeft niet ontkend dat dit zijn laptop is en dat deze is beveiligd met een wachtwoord, maar heeft verklaard dat ook anderen daarvan gebruik konden maken en hebben gemaakt. Verdachte heeft ontkend dat hij adresgegevens op de laptop heeft geplaatst. De rechtbank acht deze verklaringen van verdachte niet geloofwaardig. De verklaring van verdachte dat ook anderen zijn laptop gebruikten wordt door tenminste twee omstandigheden weerlegd. In de eerste plaats de verklaring van [medeverdachte 7] dat verdachte de enige is die van deze laptop gebruik maakt, en dat er een wachtwoord op zit dat zij niet kent. Op de vraag: komen er wel eens andere mensen langs om gebruik te maken van de laptop, antwoordt zij: "Nee. Iedereen heeft toch een eigen computer tegenwoordig."cxliv In de tweede plaats kent de rechtbank betekenis toe aan een tweetal tapgesprekken tussen medeverdachten [medeverdachte 10] en [medeverdachte 11].

Op 11 november 2009 te 14:37:47 uur belt [medeverdachte 10] ([medeverdachte 10]) uit met [medeverdachte 11] ([medeverdachte 11]):

[medeverdachte 11]: Ik bel hem op hij is op school. Je weet toch. Ik zeg tegen hem euh kan ik even je lapjes (wordt vermoedelijk laptop bedoeld) pakken? Hij zegt tegen mij ik bel je zo terug. [medeverdachte 10]

[medeverdachte 10]: Ja?

[medeverdachte 11]: Hij neemt niet op hij belt niet terug.

[medeverdachte 10]: ... (onv)...nog zeker op school

(...)

[medeverdachte 10]: Is [medeverdachte 12] niet thuis?

[medeverdachte 11]: Hij gaat hem niet geven. En ook al, zit code op die lappie van hem.

[medeverdachte 10]: Ja?

[medeverdachte 11]: Ja man het is niet die lappie van vorige keer. Andere lappie weet je. Van hem.cxlv

Op 11 november 2009 te 14:48:22 uur belt [medeverdachte 10] ([medeverdachte 10]) uit met [medeverdachte 11] ([medeverdachte 11]):

(paallokatie: [paallokatie]):

(...)

[medeverdachte 11]: Waar ben je?

[medeverdachte 10]: Ik ben hier bij jou in de buurt daar.

[medeverdachte 11]: mijn broertje hij komt onderweg van school weet je

[medeverdachte 10]: Nu?

[medeverdachte 11]: Ja man, hij is in Utrecht op school

(...)

[medeverdachte 10]: Tssssh. Gaat lang duren?

[medeverdachte 11]: Hij zegt drie kwartier je weet toch.

[medeverdachte 10]: Ga je op wachten kan niks anders doen!

[medeverdachte 11]: Jongen daarom

[medeverdachte 10]: ...onv...Ga kijken of ik nog euh....

[medeverdachte 11]: wat ga je doen?

[medeverdachte 10]: kijken of ik een lappie kan hosselen.

[medeverdachte 11]: He?

[medeverdachte 10]: Kijken of ik een lappie kan hosselen!

[medeverdachte 11]: heb je niks aan lappie.

[medeverdachte 10]: Hoezo?

[medeverdachte 11]: Je wist toch vorige keer dat die dinges maar lukt het toch niet weet je.

[medeverdachte 10]: Ah misschien nu wel!cxlvi

Bij uitspraak van heden inzake medeverdachte [medeverdachte 10] heeft de rechtbank bewezen geacht dat het tapgesprek om deze laptop ging, helemaal nu deze laptop van verdachtecxlvii is die in Utrecht op school zit.cxlviii Uit deze twee tapgesprekken maakt de rechtbank op dat contact werd gezocht met verdachte in verband met zijn laptop en het wachtwoord dat de toegang tot de laptop moest openen. Daarbij is van belang dat op de Dell-laptop de zogenaamde stringgegevens (magneetstripgegevens) van de bankpas van [ZD13] en de datum van 11 november 2009 staan vermeld.cxlix De rechtbank sluit niet uit dat ook medeverdachte, broer [medeverdachte 2] gebruik heeft gemaakt van de laptop, mede gezien diens betrokkenheid in het hiervoor genoemde samenwerkingsverband. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij het wachtwoord aan [medeverdachte 2] had verteld, maar dat hij niet wist of deze het had onthouden.cl Ook als verdachte met deze verklaring zijn broer zo min mogelijk wil belasten, zodat diens rol met betrekking tot de laptop groter moet worden geacht dan verdachte daarmee aangeeft, acht de rechtbank het niet voor twijfel vatbaar dat verdachte op de hoogte was van de informatie die op de laptop is aangetroffen. Hierbij is van belang dat op de laptop een reeks bestanden is aangetroffen met technische informatie van paslezers en pinautomaten, het uitlezen van magneetstripkaarten, elektronische schakelingen en een afbeelding van een cardreader.cli Dit gegeven bezien in verband met de technische opleiding die verdachte volgdeclii en zijn elektro-technische bezighedencliii, waarover ook informatie op de laptop is te vinden, maakt dat verdachte tenminste medeverantwoordelijk moet worden geacht voor de gegevens die op de laptop zijn aangetroffen.

[B-straat]

* Verdachte huurde deze woning ten tijde van de doorzoeking op 8 december 2009 volgens zijn verklaring ter terechtzitting sinds 2006. Hij heeft er gewoond tot 2008/2009. In 2008/2009 kwam hij er weleens en hij heeft er ook weleens geslapen.cliv

* Op 5 november 2009 wordt verdachte geobserveerd samen met medeverdachte [medeverdachte 10], waarbij beiden eerst in een auto naar de [EE-straat] rijden en daarna naar de woning [B-straat]. Opgemerkt moet worden dat op 27 augustus 2009 een persoon die door de politie wordt herkend als [medeverdachte 10] bij een achtervolging door de politie een tas laat vallen waarin een brief wordt aangetroffen gericht aan verdachte op het adres [B-straat nr]-3.clv

* In deze woning is skimgerelateerd materiaal aangetroffen, zoals hiervoor ten aanzien van de doorzoeking op dit adres is overwogen.

[DD-straat]

* Op dit adres is, zoals hiervoor ten aanzien de doorzoeking van dit adres is overwogen, een doos aangetroffen met een gedemonteerd mobiel pinapparaat, waarvan een onderdeel waarschijnlijk voor skimdoeleinden is vervaardigd.

* In genoemde doos bevond zich voorts post (bankafschriften) toebehorende aan verdachte.

* Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft over deze doos verklaard dat het mogelijkheid klein maar aanwezig is dat deze door een van zijn broertjes het huis is binnengebracht.clvi

BMW-eigendom

* Met betrekking tot de BMW komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte deze feitelijk in gebruik heeft gehad. De vader van verdachte, [medeverdachte 9], heeft verklaard dat de auto weliswaar op zijn naam stond, maar dat dit verband hield met de hoogte van de verzekeringspremie. Feitelijk was de auto van verdachte en verdachte heeft de auto ook betaald, aldus [medeverdachte 9].clvii De enkele stelling van verdachte dat de BMW niet van hem was is in het licht van het vorenstaande onvoldoende. Dat [medeverdachte 9] de vragen van de politie op dit punt niet heeft begrepen, zoals verdachte nog naar voren heeft gebracht, is niet aannemelijk, nu hij zijn verklaring bij verschillende gelegenheden in grote lijnen heeft gehandhaafd.clviii Bovendien heeft [medeverdachte 8] verklaard dat de auto van [verdachte] is, hij rijdt er alleen in. Haar vader rijdt allang geen auto meer.clix Tenslotte is verdachte tijdens observaties door de politie meermalen in de BMW als bestuurder gezien, terwijl geen enkele keer een ander als bestuurder werd gezien.clx Uit een reeks observaties blijkt dat verdachte als bestuurder in de BMW rijdt op 7, 8 en 13 oktober 2009 en 1 en 3 december 2009, en daarbij ook chauffeurt voor zijn ouders (7 oktober 2009).clxi In de auto zijn ook administratieve bescheiden op zijn naam aangetroffen.

* Zoals hierna onder 6.4 wordt overwogen, acht de rechtbank bewezen dat de aanschaf van deze auto is gedaan met geld dat geen legale herkomst heeft.

* Zoals hiervoor onder 4.1.37 is overwogen, is in de BMW op 8 december 2009 materiaal aangetroffen in de vorm van naamstickers met dubbele achternamen, met telefoonnummers en twee stickers met TNT-opdruk en portokostenvermelding van 0,95 cent.

Nadere overweging met betrekking tot het materiaal in de BMW

De rechtbank overweegt dat in de BMW adreslabels zijn aangetroffen van de soort die ook in de [G-straat] en de [CC-straat] zijn aangetroffen. Gezien de samenhang van alle belastende omstandigheden acht de rechtbank buiten twijfel dat de adreslabels te maken te hebben met skimmen. In beginsel is het mogelijk dat die labels daar zijn achtergelaten door een passagier van de BMW buiten medeweten van verdachte. Nu verdachte geen overtuigende verklaring heeft gegeven over wie verder van de auto gebruik hebben gemaakt en dit materiaal daarin heeft kunnen achterlaten, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte op de hoogte was van en medeverantwoordelijk is voor de aanwezigheid van dit materiaal in zijn auto. Dit wordt ondersteund door het gegeven dat verder in de auto uitsluitend administratieve bescheiden op naam van verdachte zijn aangetroffen.

Opel Astra

* Over deze auto heeft medeverdachte [medeverdachte 9] verklaard dat de auto op zijn naam stond, maar dat zijn zoon [verdachte] de werkelijke eigenaar is van het voertuig.clxii

* Verdachte heeft verklaard wel eens de houderschapsbelasting te hebben betaald voor dit voertuig en er wel eens in te hebben gereden.

* Tijdens de observaties is medeverdachte [medeverdachte 3] regelmatig als bestuurder van deze auto gezien, zoals de rechtbank bij uitspraak van heden inzake [medeverdachte 3] heeft overwogen.

* In de auto is een blanco pas aangetroffen met daarop een magneetstrip van een aangever ([ZD2], zaaksdossier 2).

De omstandigheid dat deze auto van verdachte is, maar dat [medeverdachte 3] er regelmatig in reed en deze kennelijk in bruikleen had, bevestigt het contact tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3]. Daarmee is deze omstandigheid mede onderbouwing voor het oordeel van de rechtbank dat beiden deel uitmaken van het hiervoor genoemde samenwerkingsverband, hetgeen bovendien ondersteund wordt door het aantreffen van een blanco pas in de auto met een string van onder meer een aangever.

Uit de hiervoor aangehaalde bevindingen concludeert de rechtbank dat verdachte in zodanig verband kan worden gebracht met het aangetroffen skimgerelateerd materiaal in voornoemde woningen en auto's (de Opel Astra via zijn omgang met medeverdachte [medeverdachte 3]), dat zijn gebruik van en (mede) verantwoordelijkheid voor het daar aangetroffen materiaal vast staan.

Gelet op de overwegingen onder I. ten aanzien van de mate samenwerking komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte mede betrokken is bij alle zaaksdossiers waarin sprake is van een aangifte uit de ten laste gelegde periode die kan worden gelinkt aan materiaal (gegevensdragers, namen-/adreslijsten) dat in een van de doorzochte woningen en/of auto's is gevonden. De rechtbank merkt hierbij op, dat de omstandigheid dat verdachte individueel niet rechtstreeks of in dezelfde mate met alle doorzochte adressen/auto's in verband kan worden gebracht aan dit oordeel niet afdoet, gelet op het verband tussen de adressen/auto's onderling, zoals hiervoor onder I. overwogen.

Bij haar uitspraak van heden inzake de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] heeft de rechtbank overwogen dat zij op vergelijkbare wijze in verband kunnen worden gebracht met een of meer van de doorzochte woningen/auto's en het daar aangetroffen materiaal. Hiermee is niet uitgesloten dat ook anderen van de vaste kern van deze dadergroep deel hebben uitgemaakt.

Voorts is niet uit te sluiten dat er in deze vaste kern een rolverdeling was. Deze heeft de rechtbank niet precies kunnen vaststellen, anders dan het door uitvoerige informatie uit de doorzoekingen onderbouwde vermoeden - in het geval van verdachte - dat zijn betrokkenheid met name in de technische aspecten van de skimming en vervalsing alsmede het bewaren van het geld heeft gelegen. Maar het systematische, langdurige en frequent herhaalde karakter van het gehele proces van skimming tot cashing maken het aannemelijk dat de opzet van de deelnemers op het geheel en daarmee op alle onderdelen - voorhanden hebben van skimapparatuur (feit 4), vervalsing (feit 3), diefstal en oplichting (feit 2) - was gericht.

E. Conclusie

De conclusie moet dan ook luiden dat bij verdachte als medepleger de onder 2 - ten aanzien van die zaaksdossiers die hierna bewezen worden verklaard - alsmede de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.4.3 Nadere overwegingen over het onder 2 ten laste gelegde

4.4.3.1 Zaaksdossiers 5, 7 en 8

Anders dan de officier van justitie, acht de rechtbank deze zaaksdossiers bij het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen, nu weliswaar is gepoogd geld op te nemen van de rekeningen van deze aangevers, maar dit is niet gelukt en een poging niet ten laste is gelegd. Derhalve dient hiervan vrijspraak te volgen.

4.4.3.2 Diefstal en oplichting

Door een geldopname wordt het saldo van de rekeninghouder gedebiteerd. Het opgenomen geld behoorde dus toe aan de verschillende rekeninghouders, niet aan de bank. Hieraan doet niet af dat de bank in dergelijke gevallen contractueel jegens de rekeninghouders verplicht is de schade van de rekeninghouder te vergoeden. Hierdoor acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de rekeninghouders en oplichting van de banken en andere bedrijven door zich voor te doen als de rechthebbende van de rekening.

5. Waardering van het bewijs ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

5.1 Feiten en omstandigheden

5.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

5.1.2 Op 8 december 2009 werd de woning aan de [A-straat nr] te [plaats] doorzocht. Verdachte verbleef en sliep daarclxiii, maar was op 8 december 2009 niet aanwezig. Bij de doorzoeking werd onder de kleding van de moeder van verdachte een geldgordel aangetroffen met daarin € 51.050,-.clxiv Bij de zus van verdachte, [medeverdachte 7], is een geldgordel met daarin € 29.450,-clxv aangetroffen en bij zijn andere zus [medeverdachte 8] werd een geldgordel met daarin € 21.000,- aangetroffen. Daarnaast werd er door een geldspeurhond een geldgordel in de slaapkamer van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] aangetroffen met daarin € 30.100,-. In de slaapkamer van [verdachte] lag een bedrag van € 3.600,-.clxvi

5.1.3 Op 8 december 2009 is een BMW met kenteken [kenteken 2] in beslag genomen.clxvii Deze BMW staat op naam van de vader van verdachte, [medeverdachte 9].clxviii Blijkens de verklaring van verdachte hebben ter gelegenheid van de koop van de BMW twee gesprekken plaatsgevonden. Bij het eerste was vader aanwezig, bij het tweede niet. Bij het tweede gesprek is de koop gesloten en is de auto contant betaald door verdachte. De houderschapsbelasting van de BMW werd door verdachte overgemaakt.clxix

5.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten het witwassen van € 135.200,- en de BMW. Hij voert ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat het gevonden geldbedrag op zijn kamer is gevonden en zijn moeder bij haar voorgeleiding bij de rechter-commissaris aan hem en zijn broer [medeverdachte 2] refereerde als de kinderen die met het geld thuiskwamen. Daarnaast is de auto formeel eigendom van [medeverdachte 9], maar feitelijk eigendom van verdachte. Tegenover dit alles staat geen enkel, gelet op de hoogte van het bedrag, relevant inkomen of andere relevante bron van inkomsten. De verklaring dat het geld afkomstig zou zijn van een erfenis is niet serieus te nemen nu zowel vader als moeder dit tegenspreken.

5.3 Het standpunt van de verdediging

5.3.1 De verdediging heeft voor wat betreft het aangetroffen geld aangevoerd dat het de algemene overwegingen ten aanzien van het medeplegen, zie hiervoor onder 4.3, ook hier van toepassing zijn. Het bedrag van € 3.600,- dat op de kamer van verdachte is aangetroffen is niet zodanig groot dat het uitsluitend een criminele herkomst kan hebben. Ook de algemene witwasindicatoren zijn niet van toepassing. Verdachte heeft uitdrukkelijk verklaard over zijn werkzaamheden, alsmede het feit dat hem de huur en de verzekering contant werden (terug)betaald.

5.3.2 Daarnaast klemt de opvatting van de Hoge Raad dat wanneer witwassen de opbrengsten uit eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop gericht is zijn criminele herkomst veilig te stellen (NJ 2010/655). Als het nu om het voorhanden hebben van geldbedragen gaat die aan die medeverdachten en de door hen gepleegde misdrijven kunnen worden toegeschreven, lijkt medeplegen van witwassen van dezelfde bedragen niet aan de orde en dient vrijspraak te volgen. Dit geldt temeer waar het geld van skimactiviteiten afkomstig is waarvan verdachte als medepleger zou moeten worden aangemerkt, quod non, voor zover de rechtbank toch tot een bewezenverklaring zou komen.

5.3.3 Voorts kan niet blijken dat verdachte de aanmerkelijke kans dat het geld in de woning van misdrijf afkomstig was bewust heeft aanvaard. Ten eerste is in het geheel niet gebleken dat verdachte enige wetenschap had omtrent het aanwezige geld en daarnaast is door verschillende betrokkenen verklaard dat er een erfenis aan de ouders van verdachte is toegevallen.

5.3.4 Voor zover de rechtbank het gevoerde nietigheidsverweer ten aanzien van het voorwerp 'de auto' weerlegt - de term 'voorwerpen' in de tenlastelegging is onvoldoende feitelijk, nu de auto daarin niet wordt genoemd - dan moet gesteld worden dat de auto aan vader toebehoorde en dat verdachte deze slechts een dag op zijn naam heeft gehad teneinde hem voor vader aan te schaffen. Van het tegendeel kan uit de bewijsmiddelen niet blijken.

5.4 Het oordeel van de rechtbank

5.4.1 Bij dit vonnis wordt verdachte veroordeeld voor - kort gezegd - skimactiviteiten in de periode voorafgaand aan 8 december 2009, waarbij grote geldbedragen zijn buitgemaakt. Tegelijk worden als medeplegers van die feiten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] veroordeeld.

5.4.2 In de woning waar verdachte verbleef is een grote som contant geld aangetroffen. Deze som geld bevatte veel briefjes van 50 euro, maar ook van 100, 200 en 500 euro.clxx Uit het hiervoor onder C. overwogene volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte en [medeverdachte 2] het geld in de woning hebben gebracht en dat dit geld van de skimactiviteiten waarvan verdachte medepleger is, afkomstig is. Zoals hiervoor onder C. overwogen is ook in de [G-straat] en de [CC-straat] een groot geldbedrag aangetroffen. De rechtbank gaat er op basis van hetgeen verder onder C. is overwogen vanuit dat ook dit geld van het skimmen waarvan verdachte medepleger is afkomstig is en in gedeeltes op die adressen is veilig gesteld. Overigens vereist de wet niet dat vast komt te staan dat het geld van een bepaald misdrijf afkomstig is, mits zodanige omstandigheden komen vast te staan, dat niet anders kan worden geconcludeerd dan dat het geld van een misdrijf afkomstig is. Nu het geld op verschillende adressen is verzameld, concludeert de rechtbank dat verdachte dit heeft witgewassen. Het centraal opslaan van de opbrengsten van skimactiviteiten en het gestructureerd verpakken van dit geld - het is onder meer in stapels bundeltjes/pakketjes en in geldgordels aangetroffenclxxi - levert handelingen op die erop gericht zijn het van eigen misdrijf afkomstige geld veilig te stellen. Uit het grote aantal gevallen van skimming waar verdachte voor wordt veroordeeld en de hoeveelheid aangetroffen geld volgt dat verdachte, zijn broer [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] van het verbergen van het geld een gewoonte hebben gemaakt.

5.4.3 Verdachte wordt bij dit vonnis veroordeeld voor - kort gezegd - skimactiviteiten in de periode voorafgaand aan 8 december 2009, waarbij grote geldbedragen zijn buitgemaakt. De BMW die hij voorhanden had is contant afgerekend en kostte € 15.850,-.clxxii Op basis daarvan en bij gebreke van een aannemelijke legale herkomst van het geld dat in deze auto is geïnvesteerd, concludeert de rechtbank dat de BMW is witgewassen.

5.4.4 Met betrekking tot de BMW komt de rechtbank onder II tot het oordeel dat verdachte deze feitelijk in gebruik heeft gehad. Hij had deze dus voorhanden. Verdachte was voorts bij de aankoop betrokken, heeft de koopsom contant afgerekend en betaalde de houderschapsbelasting.

5.4.5 Overigens is niet vereist dat het voorwerp - in dit geval het geld en de BMW - in zijn geheel uit misdrijf afkomstig is. Indien het geld of de BMW gedeeltelijk uit de opbrengst van een misdrijf afkomstig is dan wel gefinancierd en gedeeltelijk uit een andere, legale bron, kan nog steeds worden gezegd dat het - mede - uit enig misdrijf afkomstig is.clxxiii Gezien al het vorenstaande treft het verweer dat het bedrag te gering is om de conclusie dat van witwassen sprake is te rechtvaardigen, geen doel.

7. Waardering van het bewijs ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

7.1 Feiten en omstandigheden

7.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

7.1.2 Op 8 december 2009 vindt er een doorzoeking in de woning [A-straat nr] te [plaats] plaats waar in de slaapkamer van verdachte een Dell Latitude D620 met servicetag F9LJG2J in beslag genomen is.clxxiv Uit onderzoek is gebleken dat deze laptop voordien gestolen is bij Ara groep te Rotterdam in juni 2008.clxxv Hiervan is aangifte gedaan door Ara Groep BV.clxxvi

7.1.3 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de laptop in gebruik had en de laptop via een tussenpersoon van een onbekende heeft gekocht. Hij wist niet dat de laptop gestolen was en hij heeft € 200,- voor de laptop betaald.clxxvii

7.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

7.2.1 De officier van justitie is van mening dat deels bewezen kan worden dat verdachte het onder 6 ten laste gelegde heeft begaan. Hij voert ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat de Dell Latitude D620 volgens de verklaring van verdachte van hem is en dat hij deze computer via via heeft gekocht van iemand die er een paar had liggen. De laptop op de [CC-straat] is van dezelfde diefstal afkomstig. Verdachte wil niet zeggen van wie hij de laptop heeft gekocht, hij heeft hem kort na de inbraak in bezit en heeft er naar het oordeel van de officier van justitie erg weinig voor betaald. Dit feit moet dan ook wettig en overtuigend bewezen verklaard worden.

7.2.2 Voor wat betreft de overige ten laste gelegde laptops kan niet met voldoende zekerheid gezegd worden dat verdachte deze voorhanden heeft gehad, nu deze niet op de verblijfplaats van verdachte zijn aangetroffen. Hoewel één van de woningen wel op naam stond van verdachte, gaat de officier van justitie ervan uit dat hij daar niet verbleef en dient verdachte van de overige ten laste gelegde laptops te worden vrijgesproken.

7.3 Het standpunt van de verdediging

7.3.1 Volgens de verdediging ligt het voor de hand dat de officier van justitie voor de 'overige' laptops vrijspraak vraagt nu verdachte deze laptops niet voorhanden heeft gehad.

7.3.2 Ten aanzien van de Dell Latitude D620 is vereist dat verdachte wist of behoorde te weten dat de laptop van diefstal afkomstig was. Daarvan kan uit het dossier niet blijken. Immers heeft verdachte de laptop gewoon gekocht en ervoor betaald. De betaalde prijs is niet uitzonderlijk laag voor een tweedehands laptop zodat ook dit aspect de argwaan van verdachte niet hoefde te wekken. Hoe het gegeven dat ook zijn broer een laptop kocht die van dezelfde diefstal afkomstig was moet bijdragen aan de bewezenverklaring ten aanzien van wetenschap blijft onduidelijk, het lijkt een cirkelredenering. Bij gebrek aan wettig, laat staan overtuigend, bewijs dient dan ook vrijspraak te volgen.

7.4 Het oordeel van de rechtbank

7.4.1 Dell Latitude D620

7.4.1.1 Verdachte ontkent te weten dat de laptop van diefstal afkomstig was. Hij had de laptop wel in gebruik. Uit het dossier blijkt dat de laptop is gestolen en anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Verdachte heeft immers verklaard dat hij de laptop via een tussenpersoon, een onbekende, voor € 200,- heeft gekocht. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel, dat verdachte wist, mede gelet op zijn verklaring dat zijn broer [medeverdachte 2] waarschijnlijk ook een laptop bij die persoon heeft gekochtclxxviii, dat de laptop van diefstal afkomstig was.

7.4.1.2 De rechtbank overweegt voorts dat in de tenlastelegging een Dell Latitude D820 is opgenomen, dit dient een Dell Latitude D620 zijn. Gelet op de vermelde servicetag zal de rechtbank dit verbeterd lezen.

7.4.2 Overige laptops

De rechtbank acht evenals de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling ten aanzien van de overige ten laste gelegde computers, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

8. Vrijspraak ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

De rechtbank acht evenals de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering dan wel heling ten aanzien van het poststuk gericht aan [persoon 1], zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

9. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4, 5, 6 en 7 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam en/of Zandvoort, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen toebehorende aan

- [ZD2] (ZD2) en/of

- [ZD3] (ZD3) en/of

- [ZD3 2] (ZD3) en/of

- [ZD9] (ZD9) en/of

- [ZD10] (ZD10) en/of

- [ZD11] (ZD11) en/of

- [ZD12] (ZD12) en/of

- [ZD14] (ZD14) en/of

- [ZD16] (ZD 16) en/of

- [ZD18] (ZD19) en/of

- [ZD18 2] (ZD19) en/of

- [ZD18 3] (ZD19) en/of

- [ZD35] (ZD 35) en/of

- [ZD36] (ZD36) en/of

andere personen (ZD3, 4, 6, 10, 11, 12), waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten valse en/of vervalste betaalpassen en de daarbij behorende pincodes;

en/of

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam en/of Zandvoort en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen, banken (onder meer de ING-Bank) en/of casinobedrijven en/of winkelbedrijven heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen en/of goederen, hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk zich voorgedaan als de rechthebbenden van bankrekeningen door middels gebruikmaking van een valse en/of vervalste betaalpas en de bijbehorende pincode geld op te nemen en/of betalingen te verrichten bij geldautomaten en/of casinobedrijven en/of winkelbedrijven, waardoor banken (onder meer de ING-bank) en/of casinobedrijven en/of winkelbedrijven werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk betaalpassen en/of waardekaarten en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaarten of voor het publiek beschikbare dragers van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst met behulp van skimapparatuur met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen bestaande die valsheid en/of vervalsing hierin dat verdachte en/of zijn mededaders, valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van originele betaalpassen van

- [ZD2] (ZD2) en/of

- [ZD3] (ZD3) en/of

- [ZD3 2] (ZD3) en/of

- [ZD5] (ZD5) en/of

- [ZD9] (ZD9) en/of

- [ZD10] (ZD10) en/of

- [ZD11] (ZD11) en/of

- [ZD11 2] (ZD11) en/of

- [ZD12] (ZD12) en/of

- [ZD13] (ZD 13) en/of

- [ZD14] (ZD14) en/of

- [ZD16] (ZD 16) en/of

- [ZD18] (ZD19) en/of

- [ZD18 2] (ZD19) en/of

- [ZD18 3] (ZD19) en/of

- [ZD35] (ZD 35) en/of

- [ZD36] (ZD36) en/of

andere personen (ZD 3, 4, 6, 10, 11, 12) hebben gekopieerd naar een betaalpassen en/of waardekaarten en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaarten en/of voor het publiek beschikbare dragers van identiteitsgegevens, welke zijn voorzien van een magneetstrip, tengevolge waarvan met die laatstgenoemde (valse of vervalste) betaalpassen en/of waardekaarten en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaarten en/of voor het publiek beschikbare dragers van identiteitsgegevens elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigenaren van die originele betaalpassen mogelijk worden.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Rotterdam en/of Eindhoven, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, voorwerpen, te weten elektronica voor het kopiëren van magneetstrippen en/of gegevens, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders wisten dat die bestemd waren voor het opzettelijk valselijk opmaken en/of vervalsen van betaalpassen en/of waardekaarten en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaarten en/of voor het publiek beschikbare dragers van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten en/of verkrijgen van betalingen en/of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, zulks met het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

in de periode van 1 april 2008 tot en met 8 december 2009, te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij verdachte, en/of zijn mededaders telkens een voorwerp en geldbedragen verworven en voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven voorwerp en geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

op 08 december 2009 te Amsterdam een computer van het merk Dell Latitude D620 met Service Tag F9LJ2J voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

10. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

11. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

12. Motivering van de straffen

12.1. De eis van de officier van justitie

12.1.1 De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 4, 5 en 6 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

12.1.2 De officier van justitie heeft daarbij in aanmerking genomen dat verdachte op zijn minst op de hoogte is geweest van wat zich afspeelde. De officier van justitie sluit een grotere rol niet uit, maar kan dit niet bewijzen en dit kan daarom ook geen rol spelen bij de bestraffing. Gelet op de bewezen te verklaren feiten is een stevige reactie op zijn plaats.

12.1.3 Ten aanzien van de in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie verbeurd verklaring gevorderd van de volgende nummers van de beslaglijst: 1, 4, 6, 9, 10, 12 tot en met 15, 18, 20, 21, 39 tot en met 42. Van de overige goederen op de beslaglijst heeft de officier van justitie teruggave aan de rechthebbende gevorderd.

12.2. Het standpunt van de verdediging

12.2.1 De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte van al de ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Bij een eventuele strafoplegging wil de verdediging niet onopgemerkt laten dat verdachte geschorst is onder de voorwaarden van een meldingsplicht en het inleveren van zijn paspoort. Dit zijn voorwaarden die op iemand drukken en in de strafmaat verdisconteerd dienen te worden.

12.2.2 Ten aanzien van het beslag dienen de goederen die van hem zijn, terug gegeven te worden en van de overige goederen, die niet van verdachte zijn, doet verdachte afstand. Hij verwacht hiervan ook geen teruggave.

12.3. Het oordeel van de rechtbank

12.3.1 De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

12.3.2 Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan een omvangrijke professionele fraude. Daarbij gaat de rechtbank er op basis van het dossier en de bewezenverklaringen vanuit dat verdachte een spilfunctie heeft gehad in deze fraude, waarbij is geskimd, passen valselijk zijn opgemaakt, opzettelijk gebruik is gemaakt van valse passen en en van voorwerpen die bestemd zijn voor het opzettelijk valselijk opmaken van betaalpassen. Dergelijke kennelijk uit winstbejag ingegeven gedragingen leiden tot ontwrichting van het voor het maatschappelijke verkeer zo belangrijke betalingsverkeer en hebben bij de benadeelden en banken tot een aanzienlijke schade geleid.

12.3.3 Het economische betalingsverkeer van deze tijd brengt met zich dat bedragen gepind worden bij mobiele pinautomaten. Een ieder in de samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat dit een beschermde financiële transactie is. Verdachte heeft eraan bijgedragen dat dit vertrouwen is gedaald. Het delict treft in eerste instantie de individuele pashouders, die plotseling zien dat geld van hen is opgenomen. Daar de banken veelal de schade van de pashouders vergoeden, zijn het doorgaans de bedrijven die de financiële schade dragen. Voor de individuele burger is het bovendien een uitermate onveilig idee dat een ander over zijn of haar banktegoeden kan komen te beschikken. De benadeelde kaarthouders hebben ongevraagd te maken gekregen met een hoop administratieve rompslomp en ook met de onzekerheid of zij hun geld nog terug zouden krijgen.

12.3.4 De rechtbank houdt rekening met het feit dat de slachtoffers dames op leeftijd zijn. Dit is een kwetsbare groep waarbij de verdachten eerst op bedrieglijke wijze het vertrouwen hebben gewonnen en vervolgens hebben beschaamd. De verdachten zijn bij deze slachtoffers aan de deur geweest en soms zelfs in hun woning. Hierdoor hebben de verdachten ook de privacy van de slachtoffers geschonden.

12.3.5 De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten sprake is van een voortgezette handeling. Zij staan zodanig met elkaar in verband dat er sprake is van één besluit om te gaan skimmen om met de ontfutselde gegevens geld op te nemen. Om die reden kan artikel 56 van het Wetboek van strafrecht toepassing vinden. Daarnaast is artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing, te weten eendaadse samenloop bij het onder 2 bewezen verklaarde. Het pinnen met de ontfutselde gegevens van aangevers, valt onder de delictsomschrijvingen diefstal en oplichting. De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat rekening met deze voortgezette handeling en eendaadse samenloop en heeft deze daarin verdisconteerd.

12.3.6 Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van grote geldbedragen en een BMW. Witwassen vormt een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de samenleving. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de heling van een laptop. Door aldus te handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen.

12.3.7 De rechtbank houdt rekening met het feit dat blijkens het hem betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 augustus 2011 verdachte niet eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. De rechtbank heeft verder acht geslagen op een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 14 september 2010.

12.3.8 Voorts houdt de rechtbank rekening met tijdsverloop in deze strafzaak. Op 8 december 2009 is verdachte aangehouden en de rechtbank zal op 30 november 2011 uitspraak. De redelijke termijn is net niet overschreden (op acht dagen na), maar de rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een onevenredig lang durend onderzoek. Daarnaast is verdachte gedurende meer dan één jaar geschorst uit de voorlopige hechtenis, met onder andere de voorwaarde van het inleveren van het paspoort. De wet voorziet in beginsel niet in aftrek voor de tijd dat de voorlopige hechtenis geschorst is geweest, maar de rechtbank zal hier wel in zekere mate rekening mee houden, nu gedurende lange tijd aan de schorsing zodanige beperkende voorwaarden verbonden zijn geweest dat verdachte in zijn bewegingsvrijheid werd belemmerd. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een strafvermindering op zijn plaats voor de duur van drie maanden gevangenisstraf.

12.3.9 Uit bovenstaande mag de ernst van de bewezen verklaarde feiten blijken. Alles overwegende dient verdachte te worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, in de eerste plaats als vergelding voor het leed aangedaan en voorts om verdachte en anderen in de toekomst van het plegen van dit soort feiten te weerhouden, dit laatste mede in het licht van de toenemende mate waarin dit soort delicten wordt gepleegd. De rechtbank heeft voorts gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Nu de rechtbank meer feiten bewezen acht dan de officier van justitie zal zij afwijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

12.4 Verbeurdverklaring

12.4.1 Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen en een geldbedrag in beslag genomen: een BMW personenauto met kenteken [kenteken 2], Ikea klanten passen, overschrijvingsbewijs, kentekenbewijs [kenteken 2], 3 memorysticks, enveloppe met naam en adresstickers, papier met naam/adres/bankgegevens, persbericht over oplichters bejaarden, creditcard, papier met betrekking tot creditcard/europas met pincode, € 265,-, kladblok, 2 maal een mobiel pinautomaat, kabel en gebruikershandleiding.

12.4.2 De voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met betrekking tot die voorwerpen het 2, 3, 4 en 5 bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

13. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 55, 56, 57, 232, 234, 311, 326, 416 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

14. Beslissing

Verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde nietig voor zover het betreft 'in elk geval enig goed'.

Verklaart het onder 1 en 7 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 9 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

en

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde

Medeplegen van opzettelijk een betaalpas of waardekaart of enige voor het publiek beschikbare kaart of een voor het publiek beschikbare drager van identiteitsgegevens bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, valselijk opmaken of vervalsen, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde

Medeplegen van een voorwerp voorhanden hebben waarvan hij weet dat het bestemd is tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf

Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde

Medeplegen van een gewoonte maken van witwassen

Ten aanzien van het onder 6 bewezen verklaarde

Opzetheling

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 39 (negenendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

De nummers 1, 4, 9, 10, 12 tot en met 15, 18, 19, 20, 32, 39 tot en met 42 van de aangehechte beslaglijst.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

2, 3, 5 tot en met 8, 11, 16, 17, 21 tot en met 31, 33 tot en met 38, 43 en 44 van de aangehechte beslaglijst.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.J. Bade, voorzitter,

mrs. S.A. Krenning en C.W. Inden, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. van Bruggen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 november 2011.

i Kamerstukken II, vergaderjaar 1999-2000, 27 159, nr. 3 (Memorie van Toelichting).

ii Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

iii Pag. 100037-100043 / ZD 10 (proces-verbaal van bevindingen).

iv Pag. 100001-100002 / ZD 2 (proces-verbaal van aangifte [ZD2]).

v Pag. 100019 / ZD 2 (een geschrift, te weten een overzicht van rekeningnummer 37.85.04.924 tnv [ZD2]).

vi Pag. 100014-100018 / ZD 2 (een geschrift, te weten een rekeningoverzicht van [ZD2]).

vii In de aangifte wordt weliswaar 23 november 2009 vermeld, maar uit het proces-verbaal van relaas blijkt dat deze datum onjuist is en 20 oktober 2009 dient te zijn (zie pag. 000005 / ZD 3).

viii Pag. 100050-100054 / ZD 3 (proces-verbaal van aangifte [ZD 3 3]).

ix Pag. 100025 / ZD 3 (proces-verbaal van bevindingen).

x Pag. 100055-100057 / ZD 2 (proces-verbaal van aangifte [ZD3]).

xi Pag. 100058 / ZD 3 (een geschrift, te weten een overzicht gebruik geld- en betaalautomaten).

xii Pag. 100059-100062 / ZD 3 (proces-verbaal van aangifte [ZD3 2]).

xiii Pag. 100065 / ZD 3 (een geschrift, te weten een overzicht van de rekening van [ZD3 2]).

xiv Pag. 100074-100078 / ZD 3 (proces-verbaal van aangifte [ZD9]).

xv Pag. 100080 en 100084 / ZD 3 (een geschrift, te weten een rekeningoverzicht van [ZD9] en overzicht gebruik geld- en betaalautomaten).

xvi Pag. 100001-100024 / ZD 3 (proces-verbaal van stelselmatige observatie met bijlagen: 15 fotografische afdrukken en 3 uitvergrotingen).

xvii Pag. 10001-10003 / ZD 4 (proces-verbaal van aangifte [ZD4]).

xviii Pag. 10006-10010 / ZD 4 (proces-verbaal van bevindingen).

xix Pag. 10048-10051 / ZD 4 (een geschrift, te weten een overzicht van de afschrijvingen van de rekening van [ZD4]).

xx Pag. 10011-10015 / ZD 4 (proces-verbaal van stelselmatige observatie) en pag. 10006-10010 / ZD 4 (proces-verbaal van bevindingen).

xxi Pag. 20007-20001 / ZD 4 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 13]).

xxii Pag. 1032-1034 / ZD 6 (proces-verbaal van aangifte [ZD6]).

xxiii Pag. 1035 / ZD 6 (een geschrift, te weten een ABN Amro rekeningoverzicht van [ZD6]).

xxiv Pag. 1036 / ZD 6 (een geschrift, te weten een ING rekeningoverzicht van [ZD6]).

xxv Pag. 1022-1026 / ZD 5, 6, 7 en 8 (proces-verbaal van aangifte [ZD5]).

xxvi Pag. 1001-1006 / ZD 5, 6, 7 en 8 (proces-verbaal van stelselmatige observatie met bijlagen: fotografische afdrukken).

xxvii Pag. 1016 / ZD 5, 6, 7 en 8 (proces-verbaal van bevindingen).

xxviii Pag. 1018-1021 / ZD 5, 6, 7 en 8 (proces-verbaal van bevindingen).

xxix Pag. 10001-10008 / ZD 9 (proces-verbaal van aangifte [ZD9]).

xxx Pag. 10009 en één ongenummerde pagina / ZD 9 (proces-verbaal van bevindingen met overboekingen van het rekeningnummer van [ZD9] bij ING, van 11 tot en met 14 april 2009).

xxxi Pag. 100001-100005 / ZD 10 (proces-verbaal van aangifte [ZD10]).

xxxii Pag. 100008-100013 / ZD 10 (proces-verbaal van herkenning).

xxxiii Pag. 100014-100018 / ZD 10 (proces-verbaal van aangifte [ZD 10 2]).

xxxiv Pag. 100029-100032 / ZD 10 (proces-verbaal van aangifte [ZD 10 3]).

xxxv Pag. 100033-100036 / ZD 10 (proces-verbaal van aanvullende aangifte [ZD 10 3]).

xxxvi Pag. 100001-100003 / ZD 11 (proces-verbaal van aangifte [ZD 11 3]).

xxxvii Pag. 100007-100009 / ZD 11 (proces-verbaal van aangifte [ZD11 2]),

xxxviii Pag. 100011-100016 / ZD 11 (proces-verbaal van bevindingen opvragen printgegevens).

xxxix Pag. 100013-100014 / ZD 11 (lijst bij proces-verbaal van bevindingen opvragen printgegevens).

xl Pag. 100017-100021 / ZD 11 (proces-verbaal van aangifte [ZD11]).

xli Pag. 10001-10006 / ZD 12 (proces-verbaal van aangifte [ZD 12 2]).

xlii Pag. 10007-10011 / ZD 12 (proces-verbaal van aangifte [ZD12]).

xliii Pag. 10024-10028 / ZD 12 (proces-verbaal van bevindingen).

xliv Pag. 10022 / ZD 12 (proces-verbaal van bevindingen).

xlv Pag. 1024-1026 / ZD 13 (proces-verbaal van aangifte [ZD13]).

xlvi Pag. 1027-1028 / ZD 13 (proces-verbaal van onderzoek naar [naam 3] en gebruik geskimde pas).

xlvii Pag. 1001-1005 / ZD 14 (proces-verbaal van aangifte [ZD14]).

xlviii Pag. 1006 / ZD 14 (proces-verbaal van bevindingen).

xlix Pag. 1001-1006 / ZD 16 [plaats] (proces-verbaal van aangifte [ZD16]).

l Pag. 100044-100048 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van bevindingen).

li Pag. 10001-100005 / ZD 35 [plaats] (proces-verbaal van aangifte [ZD35]).

lii Pag. 10007 / ZD 35 [plaats] (een geschrift, te weten een rekeningoverzicht van [ZD35]).

liii Pag. 100001-100005 / ZD 36 (proces-verbaal van aangifte [ZD36]).

liv Pag. 1052 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming).

lv Pag. 1050-1051 / ZD 19 [CC-straat] (verslag van binnentreden).

lvi Pag. 1054-1055 / ZD 19 [CC-straat] (bijlage in beslag genomen goederen - KVI).

lvii Pag. 0008 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal van doorzoeking) en pag. 1140 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal van bevindingen onderzoek gegevensdrager: USB-stick).

lviii Pag. 1039-1043 / ZD 19 [CC-straat] (een geschrift, te weten een huurovereenkomst woonruimte).

lix Pag. 1031-1032 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1]).

lx Pag. 1059-1063 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal van bevindingen).

lxi Pag. 092 / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming).

lxii Niet doorgenummerd / algemeen relaas (proces-verbaal van bevindingen).

lxiii Pag. 100008-100011 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van doorzoeking).

lxiv Pag. 100054-100057 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van bevindingen).

lxv Pag. 100258-100259 / ZD 19 [G-straat] (een geschrift, te weten een brief van KPN d.d. 28 januari 2009).

lxvi Pag. 100010 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van doorzoeking) en pag. 000008 (proces-verbaal van relaas).

lxvii Pag. 100009 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van doorzoeking) en pag. 000009 (proces-verbaal van relaas).

lxviii Pag. 100021- 100023 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van bevindingen) en pag. 100218 -100219 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van bevindingen).

lxix Pag. 100237-100243 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van bevindingen).

lxx Pag. 100256-100256 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van bevindingen).

lxxi Pag. 100011-100014 / ZD 18 (proces-verbaal van bevindingen).

lxxii Pag. 006 / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming)

lxxiii Pag. 031 / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming)

lxxiv Pag. 100016-100018 / ZD 18 (proces-verbaal van aanhoudingen).

lxxv Pag. 100021-100022 / ZD 18 (proces-verbaal van bevindingen).

lxxvi Pag. 100081-100088 / ZD 18 (proces-verbaal van bevindingen onderzoek Dell).

lxxvii Pag. 100097 / ZD 18 (bijlage bij proces-verbaal van bevindingen onderzoek Dell).

lxxviii Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 september 2011.

lxxix Pag. 100277-100278 / ZD 18 (proces-verbaal verwerking aangetroffen strings met bijlage).

lxxx Pag. 10160-10166 / ZD 23 [B-straat] (proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlage).

lxxxi Pag. 10017-10018 / ZD 23 [B-straat] (proces-verbaal betreffende 3 bankpassen ING).

lxxxii Pag. 10089-10092 / ZD 23 [B-straat] (een geschrift, te weten kopieën van het kladblokje Gallery).

lxxxiii Pag. 354 / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming).

lxxxiv Pag. 10037-10042 / ZD 23 [B-straat] (proces-verbaal van bevindingen).

lxxxv Pag. 1070-1077 / ZD 22 (proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming in woning [DD-straat nr] [plaats] met bijlage).

lxxxvi Pag. 1164-1165 / ZD 22 (proces-verbaal van bevindingen).

lxxxvii Niet doorgenummerd / algemeen relaas (proces-verbaal van bevindingen).

lxxxviii Pag. 1115 / ZD 19 [CC-straat] (Een geschrift, te weten een verklaring van Equens payment service for europe).

lxxxix Pag. 1125 / ZD 19 [CC-straat] (bijlage bij het geschrift, te weten een verklaring van Equens payment service for europe).

xc Pag. 1140 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal van bevindingen).

xci Pag. 000002 / ZD 2 (proces-verbaal van relaas).

xcii Pag. 0000002 / ZD 3 (proces-verbaal van relaas).

xciii Pag. 0008 / ZD 5, 6, 7 en 8 (proces-verbaal van relaas).

xciv Niet doorgenummerd / ZD 9 (proces-verbaal van relaas).

xcv Pag. 000002 / ZD 10 (proces-verbaal van relaas).

xcvi Pag. 000002 / ZD 11 (proces-verbaal van relaas).

xcvii Pag. 00005 / ZD 12 (proces-verbaal van relaas).

xcviii Pag. 0004 / ZD 14 (proces-verbaal van relaas).

xcix Pag. 0002 / ZD 16 [plaats] (proces-verbaal van relaas).

c Pag. 000003 / ZD 35 [plaats] (proces-verbaal van relaas).

ci Pag. 000003 / ZD 36 (proces-verbaal van relaas).

cii Pag. 000003 / ZD 35 [plaats] (proces-verbaal van relaas).

ciii Pag. 000003 / ZD 36 (proces-verbaal van relaas).

civ Pag. 1043-1044 / ZD 13 (bijlage 1 bij proces-verbaal van bevindingen onderzoek gegevensdrager).

cv Pag. 0008 / ZD 5, 6, 7 en 8 (proces-verbaal van relaas).

cvi Pag. 100066 - ZD 2 (proces-verbaal van bevindingen).

cvii Pag. 1198-1199 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal van bevindingen doorzoeking VW Golf) en pag. 1205 / ZD 19 [CC-straat] (kopie van de instructiekaart).

cviii Pag. 383B / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming).

cix Pag. 10041-10042 / ZD 32 (proces-verbaal van bevindingen).

cx Hoge Raad 13 juni 1995 (LJN ZD0064).

cxi Tekst & Commentaar Strafrecht, aantekening 11c bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

cxii HR 9 januari 2007 (LJN AZ3329) bij Noyon/Langemeijer/Remmelink (NLR) aant. 21 bij artikel 47.

cxiii HR 6 juli 2004 (LJN AO 9905) bij NLR t.a.p.

cxiv Tekst & Commentaar Strafrecht, bij artikel 47, aant. 6c., NLR t.a.p.

cxv HR 19 januari 2010 (LJN BK4816).

cxvi HR 17 november 1981, NJ 1983, 84 (Containerarrest).

cxvii Materieel strafrecht, J. de Hullu, Deventer, 2006, pag. 419; Medeplegen, Zakboek Strafrecht voor de politie, M.G.M. Hoekendijk, Deventer 2008, pag. 51.

cxviii Hierbij wordt opgemerkt dat waar het begrip "dadergroep" wordt gebruikt op een onbepaald aantal daders wordt gedoeld.

cxix Pag. 0009 / ZD 19 (proces-verbaal van relaas).

cxx Pag. 10042 / ZD 23 (proces-verbaal van onderzoek gegevensdrager).

cxxi Pag. 100187 / ZD 18 (proces-verbaal van onderzoek gegevensdrager).

cxxii Zo is op de Toshiba laptop van de [G-straat] een apart bestand aangetroffen met namen/adressen en telefoongegevens uit [plaats]. Pag. 100240 / ZD 19 [G-straat] (Proces-verbaal van bevindingen onderzoek gegevensdrager).

cxxiii Pag. 12 / Onderzoek 13Megaliet (Algemeen verslag van het opsporingsonderzoek 13Megaliet).

cxxiv Pag. 1002 en 1006 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal Modus Operandi TNT-skimming).

cxxv Pag. 1001-1007 / ZD 19 [CC-straat] (proces-verbaal Modus Operandi TNT-skimming).

cxxvi Pag. 1114 / ZD 19 [CC-straat] (een geschrift inhoudende een verklaring van [opsporingscoördinator], Opsporingscoördinator, werkzaam bij Equens Nederland BV).

cxxvii Pag. 006, 015, 031, 241 en 255 (processen-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming).

cxxviii Pag. 100009 / ZD 19 (proces-verbaal van doorzoeking).

cxxix Pag. 083 / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming).

cxxx Pag. 200014 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor [verdachte] van 9 december 2009).

cxxxi Pag. 200094 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8]).

cxxxii Pag. 200039 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9]).

cxxxiii Pag. 200076 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7]).

cxxxiv Pag. 200030 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9]) en pag. 200119 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 12]).

cxxxv Pag. 200047 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4]).

cxxxvi Pag. 200047 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4]).

cxxxvii Pag. 200094 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8]).

cxxxviii Pag. 200055 / ZD 18 (Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4]).

cxxxix Pag. 200030 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9]).

cxl Pag. 200108 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8]).

cxli Pag. 200009 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte]).

cxlii Pag. 200030 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9]).

cxliii Pag. 10009 / ZD 19 (proces verbaal van doorzoeking) en pag. 100017 / ZD 18 (proces-verbaal van aanhoudingen) en pag. 100021 / ZD 18 (proces-verbaal van bevindingen).

cxliv Pag. 200076 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7]).

cxlv Pag. 1095 / ZD 13 (weergave tapgesprek gegevens).

cxlvi Pag. 1096 / ZD 13 (weergave tapgesprek gegevens).

cxlvii Pag. 1040 / ZD 13 (proces-verbaal van bevindingen onderzoek gegevensdrager).

cxlviii Pag. 200112 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12]).

cxlix Pag. 1043-1044 / ZD 13 (bijlage 1 bij proces-verbaal van bevindingen onderzoek gegevensdrager).

cl Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 september 2011.

cli Pag. 1036, 1037, 1039 / ZD 13 (proces-verbaal van bevindingen van onderzoek gegevensdrager).

clii Pag. 1040 / ZD 13 (proces-verbaal van bevindingen van onderzoek gegevensdrager).

cliii Pag. 20043 / PD [medeverdachte 9] (een geschrift bevattende een Curriculum Vitae van [verdachte]).

cliv Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 september 2011.

clv Pag. 10005-10007 / ZD 1 (proces-verbaal van bevindingen).

clvi Pag. 200004 / ZD 19 [G-straat] (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5])

clvii Pag. 200027 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9]).

clviii Pag. 200041 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9]).

clix Pag. 200096 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8]).

clx Pag. 00005 / ZD 32 (proces-verbaal van relaas).

clxi Bijlage B bij het Algemeen Relaas, ongenummerde pagina's op achtereenvolgende data.

clxii Pag. 200041 / ZD 18 (proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9]).

clxiii Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 september 2011.

clxiv Pag. 006 / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming)

clxv Pag. 031 / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming)

clxvi Pag. 100021-100022 / ZD 18 (proces-verbaal van bevindingen).

clxvii Pag. 384 en 385 / KVI dossier (proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming).

clxviii Pag. 100242 / ZD 18 (proces-verbaal van bevindingen).

clxix Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 september 2011.

clxx Pag. 006, 015, 031, 241 en 255 (processen-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming).

clxxi Pag. 100017 / ZD 18 (proces-verbaal van aanhoudingen) en pag. 100021-100022 / ZD 18 (proces-verbaal van bevindingen).

clxxii Pag. 10045 / ZD 32 (een geschrift, zijnde een factuur).

clxxiii Kamerstukken II, 1999/00, 27 159, nr. 3, p. 16-17.

clxxiv Pag. 1013 / ZD 26 (proces-verbaal bevindingen computer Dell).

clxxv Pag. 1039-1046 / ZD 26 (proces-verbaal van bevindingen).

clxxvi Pag. 1095-1098 / ZD 26 (proces-verbaal van aangifte).

clxxvii Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 september 2011.

clxxviii Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 september 2011.