Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5828

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
AWB 11-4093 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek functieonderhoud. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat aan hem schriftelijk is opgedragen gedurende langere tijd werkzaamheden te verrichten die wezenlijk afwijken van zijn functie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/4093 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. W.J.M. Wetzels,

en

de korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland,

verweerder,

gemachtigde mr. Y. Kuijt.

Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om functieonderhoud ten aanzien van de functie van Medewerker Bedrijfsvoering E (schaal 7) afgewezen.

Bij besluit van 15 juli 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2011. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. W.J.M. Wetzels. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. Y. Kuijt.

Overwegingen

1. feiten en omstandigheden

1.1. Eiser is werkzaam bij de Dienst Regionale Informatie (DRI) van het korps Amsterdam-Amstelland. Eiser heeft bij brief van 31 december 2009 functieonderhoud aangevraagd. In maart 2010 is de Dienst Bedrijfsinformatie in het kader van een reorganisatie overgegaan in de Dienst Regionale Informatie (DRI). De functie van eiser is daarbij inhoudelijk ongewijzigd gebleven. Wel is aan de functie van belanghebbende een andere organieke typering toegekend, namelijk die van Medewerker Bedrijfsvoering E, schaal 7.

1.2. Bij het - bij het bestreden besluit gehandhaafde - besluit van 23 september 2010 is de aanvraag van eiser afgewezen. Verweerder stelt dat aan eiser geen feitelijke werkzaamheden zijn opgedragen die wezenlijk afwijken van zijn functie. De door eiser als extra werkzaamheden genoemde taken maken deel uit van de functie en zijn ook terug te vinden in de beschrijvingen gegeven in de functietypering.

1.3. Eiser heeft naar voren gebracht dat het functieonderhoud voor hem vooral van belang is in verband met zijn positie bij een reorganisatie. Eiser wijst er op dat hij vanaf januari 2005 alle – vaak projectmatige - werkzaamheden van een functioneel beheerder heeft verricht ten behoeve van de (complexe) systemen Beaufort, Emplaza en de Interne Telefoongids. Vanwege een niet-ingevulde vacature en het ontbreken van een duidelijke organisatie van zijn afdeling heeft hij verantwoordelijkheden op zich moeten nemen en een advieserende rol gespeeld.

2. inhoudelijke beoordeling

2.1. In artikel 6, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie (Bbp) is bepaald dat de ambtenaar bij het bevoegd gezag een aanvraag kan indienen om, indien de feitelijk opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd wezenlijk afwijken van zijn functie, de werkzaamheden en de functie met elkaar in overeenstemming te brengen.

Blijkens de nota van toelichting strekt deze bepaling ertoe dat ingeval de feitelijk opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd (ongeveer een jaar) afwijken van de organieke functie, het bevoegd gezag hetzij de organieke functie aanpast hetzij bepaalt dat aan de betrokken ambtenaar de van de organieke functie afwijkende werkzaamheden niet langer worden opgedragen.

2.2. Ter zitting is gebleken dat verweerder met eiser van mening is dat eiser met zijn ICT-HBO opleiding en jaren werkervaring het niveau van de functie van Medewerker Bedrijfsvoering E reeds lang is ontstegen. Daarnaast wordt het initiatief en de inzet die eiser heeft getoond, mede ten aanzien van de vervanging van collega’s, door verweerder op prijs gesteld. Dit heeft dan ook geleid tot een voordracht voor gratificatie.

2.3. Zoals de Centrale Raad van Beroep in zijn uitspraak van 4 maart 2004, LJN AO5133, heeft overwogen brengt het stelsel van artikel 6, zevende lid, van het Bbp mee dat dient te worden nagegaan of de feitelijk opgedragen werkzaamheden op het moment van de aanvraag om functieonderhoud al ongeveer een jaar in de door de aanvrager opgegeven opzichten wezenlijk afweken van de organieke functie. In dit stelsel past niet dat aan een eventueel functieonderhoud (en daaraan gekoppelde functiewaardering) terugwerkende kracht wordt verleend tot een datum die is gelegen vóór die van het verzoek om functieonderhoud (Centrale Raad van Beroep van 31 december 2009, 08/1816 en 08/1817, LJN BK9642). De door eiser gestelde afwijkende werkzaamheden moeten hem schriftelijk zijn opgedragen. De rechtbank verwijst daartoe naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 augustus 2007, LJN BB2742.

2.4. Uitgaande daarvan stelt de rechtbank vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan hem schriftelijk is opgedragen gedurende langere tijd werkzaamheden te verrichten die wezenlijk afwijken van zijn functie.

2.5. Wat betreft de werkzaamheden die eiser heeft verricht in het kader van het functioneel beheer van de systemen Beaufort, Emplaza en de Interne Telefoongids heeft verweerder toereikend gemotiveerd dat deze niet wezenlijk afwijken van het samenstel van werkzaamheden behorende bij de functie die eiser voor de reorganisatie in 2010 bekleedde, namelijk de functie van Specialistl7/1nformatievoorziening/Functioneel beheer. De rechtbank sluit niet uit dat eisers verantwoordelijkheidsgevoel en eigen initiatief heeft geleid tot een situatie dat eiser zich betrokken voelde bij het totaal van de werkzaamheden van zijn afdeling. Dit werd mogelijk mede veroorzaakt door de aard van de werkzaamheden en de wijze waarop de taken op de afdeling werden verdeeld. Echter, gesteld noch gebleken is dat eiser schriftelijk is opgedragen de verantwoording te nemen voor het totaaloverzicht van de werkzaamheden verricht door het team waarvan hij deel uit maakte.

2.6. De rechtbank overweegt daarbij nog dat artikel 6, negende lid, van het Bbp in geval van waarneming niet van toepassing is. Immers, indien de ambtenaar bij wijze van waarneming tijdelijk een functie uitoefent, kan voor de duur van die waarneming een toelage worden toegekend.

2.7. De rechtbank volgt de stelling van verweerders gemachtigde dat ICT-werkzaamheden over het algemeen complexer zijn geworden. Niet is gebleken dat eisers functie zodanig zwaarder is geworden door de complexiteit van de systemen dat dit voor verweerder reden had moeten zijn de inhoud van de functie gewijzigd te achten.

2.8. Uit het vorenstaande volgt dat verweerder het verzoek van eiser om functieonderhoud terecht heeft afgewezen.

2.9. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het beroep ongegrond is. De rechtbank ziet geen grond voor proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.A.G. de Vries, rechter, in aanwezigheid van

B.O. Schaafsma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 november 2011.

de griffier, de rechter,

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB