Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU2999

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-10-2011
Datum publicatie
01-11-2011
Zaaknummer
CV11-22618
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid. Zaak aangebracht bij sector civiel van rechtbank Alkmaar, die zaak op proceseconomische gronden verwijst naar de sector kanton van de rechtbank Amsterdam. Ingevolge artikel 220 lid 1 Rv had naar sector civiel moeten worden verwezen, die vervolgens had moeten oordelen of de zaak verder moest worden verwezen naar de sector kanton. Kantonrechter acht zich aan de verwijzing door de rechtbank Alkmaar gebonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 1265486 CV EXPL 11-22618

Vonnis van: 14 oktober 2011 (bij vervroeging)

F.no.: 472

Vonnis in het incident van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres]

gevestigd te Medemblik

eiseres

gemachtigde: mr. D. van de Klomp

t e g e n

[gedaagde]

wonende te Medemblik

gedaagde

gemachtigde: mr. G.M. Terlingen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

Bij vonnis van 1 juni 2011 heeft de rechtbank Alkmaar de zaak, in de stand waarin zij zich bevindt, verwezen naar de rechtbank Amsterdam, sector kanton. De zaak is gevoegd met de bij de rechtbank Amsterdam, sector kanton aanhangige zaak met rolnummer CV 11-1042 tussen eiseres en [naam ]. Bij exploot van oproeping van 29 juni 2011 is gedaagde opgeroepen om voort te procederen.

Gedaagde heeft een incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid ingediend. Eiseres heeft een conclusie van antwoord in het incident genomen.

Daarna is in het incident vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In het incident

1. Gedaagde stelt dat hij als klant van eiseres, samen met de werkneemster van eiseres, [naam ], is aangehouden in het café van eiseres wegens handel in harddrugs. De horeca- en drankvergunning van eiseres is ingetrokken voor een periode van 12 maanden. Eiseres houdt gedaagde en haar ex-werkneemster [naam ] aansprakelijk voor de dientengevolge door haar geleden schade ten bedrage van

€ 108.626,67.

Gedaagde heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter opgeworpen dat vanwege de hoogte van de tegen hem ingestelde vordering tot schadevergoeding deze niet behoort tot de competentie van de kantonrechter en evenmin kan worden aangemerkt als aardzaak.

2. Eiseres verweert zich en stelt dat de bevoegdheid van de kantonrechter volgt uit het bepaalde in artikel 220 lid 5 Rv. De rechtbank Alkmaar heeft geoordeeld dat de zaken van gedaagde en [naam ] zodanig verknocht zijn dat gezamenlijke behandeling is vereist en de zaak van gedaagde daartoe verwezen naar de kantonrechter te Amsterdam, alwaar de zaak tegen [naam ] dient. Ondanks dat de mogelijkheid van hoger beroep tegen die beslissing uitdrukkelijk is opengesteld, heeft gedaagde in de uitspraak berust en is daaraan gebonden. De bevoegdheid van de kantonrechter is daarmee gegeven, aldus eiseres.

3. Geoordeeld wordt als volgt.

Ingevolge de bewoordingen van artikel 220 lid 1 Rv had de rechtbank Alkmaar de zaak dienen te verwijzen naar de sector civiel van de rechtbank Amsterdam. Deze sector had vervolgens moeten oordelen over de vraag of de zaak tegen gedaagde wegens verknochtheid had moeten worden verwezen naar de sector kanton, alwaar de zaak tegen [naam ] dient. De rechtbank Alkmaar heeft zulks onderkend, doch overwogen dat een doelmatige procesvoering noopte tot het toestaan van de gevorderde directe verwijzing naar de kantonrechter te Amsterdam. Tegen die beslissing heeft gedaagde geen hoger beroep ingesteld.

De kantonrechter acht zich, naar analogie van het bepaalde in artikel 71 lid 5 Rv, aan de verwijzing gebonden. De vordering in het incident wordt daarom afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van het incident.

BESLISSING

De kantonrechter:

in het incident

I. verklaart de kantonrechter bevoegd;

II. veroordeelt gedaagde in de kosten van het incident aan de zijde van eiseres begroot op € 350,00;

III. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

IV. verwijst de zaak naar de terechtzitting van de kantonrechter van 28 oktober 2011 om voort te procederen.

Aldus gewezen door mr. C.M. Berkhout, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.