Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU1596

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-05-2011
Datum publicatie
26-10-2011
Zaaknummer
CV10-38918
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Doorverkoop via internet van toegangskaarten voor popconcert door professioneel in- en verkoper aan particulier. Consumentenkoop op afstand. Geen sprake van een ‘dienst’ nu er sprake is van de (weder)verkoop van voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk objecten. Wederverkoper heeft verzuimd mede te delen dat de oorspronkelijke verkooporganisatie geen toestemming heeft gegeven voor wederverkoop en daarom de toegang kan weigeren. Daardoor heeft de wederverkoper niet voldaan aan zijn informatieplicht van artikel 7:46c BW. Koopster mocht overeenkomst na ontvangst van de tickets en voor aanvang van het popconcert ontbinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/480
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

SECTOR KANTON - LOCATIE AMSTERDAM

Kenmerk : CV 10-38918

Datum : 2 mei 2011

438

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [adres]

eiseres

nader te noemen [eiseres]

procederende in persoon

t e g e n:

de besloten vennootschap [gedaagde]

gevestigd te [adres]

gedaagde

nader te noemen [gedaagde]

procederende bij haar directeur P.P. Tolboom

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 29 oktober 2010 inhoudende de vordering van [eiseres];

- de conclusie van antwoord van [gedaagde] met producties.

Bij tussenvonnis van 31 januari 2011 is bepaald dat schriftelijk wordt voortgeprocedeerd. Vervolgens zijn ingediend:

- de conclusie van repliek van [eiseres];

- de conclusie van dupliek van [gedaagde].

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Op 7 juni 2010 heeft [eiseres] op de website van de online verkooporganisatie van [gedaagde] twee toegangskaarten besteld voor een concert van de groep U2 op 23 september 2010 te Brussel, voor de prijs van in totaal € 350,00 vermeerderd met € 12,50 transactiekosten. De door [gedaagde] verzonden orderbevestiging vermeldt dat de tickets een week voor de aanvang van het evenement zullen worden bezorgd.

1.2. [eiseres] heeft op 14 juni 2010 het totaalbedrag van € 362,50 betaald.

1.3. De tickets zijn in de avond van 21 september 2010 bij [eiseres] afgeleverd.

1.4. Op de tickets waren de naam en het adres van een (aan [eiseres] onbekende) derde vermeld. Voorts vermeldden de tickets een prijs van € 75,00. Tenslotte stond op de tickets de tekst:

”De tickets die zonder toestemming worden doorverkocht, geven geen recht op toegang. De organisator en/of de officiële ticketverdeler behoudt(-en) zich teven het recht voor om tickets te annuleren zodra wordt vastgesteld dat ondanks dit verbod tickets te koop worden aangeboden. De kosten als gevolg van annulering worden verhaald op de koper. Identiteitscontrole van de tickethouder door de organisator of de officiële ticketverkoper is mogelijk”.

1.5. Bij e-mailbericht d.d. 21 september 2010 om 19.30 uur heeft [eiseres] aan [gedaagde] verzocht om uiterlijk 23 september 2010 om 15.00 uur aan te tonen dat [gedaagde] toestemming had voor wederverkoop van de tickets.

1.6. Op 22 september 2010 zijn op de volgende tijdstippen de volgende e-mailberichten verzonden c.q. ontvangen:

- om 8:37 uur waarin het oorspronkelijke verkoopbureau van de tickets mededeelt dat [gedaagde] door haar wordt aangemerkt als een ‘malafide verkoper’ en dat aan [eiseres] de toegang tot het concert wordt ontzegd;

- om 9:47 uur waarin [eiseres] het voorgaande aan [gedaagde] heeft medegedeeld, een beroep heeft gedaan op haar rechten als consument en het betaalde terug heeft gevorderd;

- om 10:08 uur waarin [gedaagde] aan [eiseres] mededeelt dat uit haar website blijkt dat zij een wederverkoper is, dat bij de entree van het stadion slechts de barcode van de tickets en niet ‘op NAW met legitimatie’ wordt gecontroleerd en dat [gedaagde] niet instemt met annulering en terugbetaling;

- om 10:22 uur waarin [eiseres] aan [gedaagde] mededeelt dat zij zal overgaan tot dagvaarding wegens weigering tot terugbetaling door [gedaagde].

1.7. Bij brief van 1 oktober 2010 heeft [eiseres] aan [gedaagde] medegedeeld dat tot dagvaarding zal worden overgegaan tenzij het bedrag van € 362,50 binnen vijf dagen door [gedaagde] zal worden terugbetaald.

1.8. Bij het aangaan van de overeenkomst heeft [eiseres] een vakje aangevinkt waarmee zij zich akkoord verklaarde met de door [gedaagde] gehanteerde Algemene Voorwaarden.

Artikel 7 lid 1 Algemene Voorwaarden bepaalt:

”In voorkomende gevallen kunnen tickets voorzien zijn van een naam die niet overeenstemt met de naam van koper of gebruiker van het ticket.”

Artikel 7 lid 4b Algemene Voorwaarden bepaalt:

” [bedrijf ] is een wederverkoper van tickets. De aangeboden tickets betreffen doorverkochte tickets. [bedrijf ] wijst erop dat bij de verkoop van tickets door de organisator algemene verkoopvoorwaarden van toepassing kunnen zijn verklaard op grond waarvan de organisator het doorverkopen van deze tickets verbiedt. Als gevolg daarvan kan de organisator tickets annuleren en de toegang tot het evenement weigeren. In dat geval wordt 120% van de overeengekomen prijs, inclusief transactiekosten, vergoed.”

Vordering

2. [eiseres] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de overeenkomst tussen partijen te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 362,50 vermeerderd met wettelijke rente en de proceskosten. [eiseres] stelt dat er geen sprake was van ‘originele tickets’ waarvan sprake was op de website. Volgens haar heeft [gedaagde] ten onrechte niet medegedeeld dat doorverkoop van de tickets zonder toestemming geschiedt, dat de tickets aan [eiseres] geen recht op toegang geven en dat er een groot verschil bestaat tussen de door [gedaagde] in rekening gebrachte prijs en de oorspronkelijke prijs. Indien zij die informatie wel had gehad zou zij de overeenkomst niet zijn aangegaan, aldus [eiseres]. Voorts heeft [gedaagde] de tickets ook te laat geleverd, want later dan als in de orderbevestiging vermeld. Volgens [eiseres] bezitten de tickets niet de eigenschappen die voor een normaal gebruik nodig zijn en is [gedaagde] toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen.

Verweer

3. [gedaagde] verweert zich tegen deze vordering en voert aan dat de tickets wel toegang boden tot het betreffende concert. Er was wel sprake van ‘100% originele tickets’ zoals vermeld op de website. Volgens [gedaagde] heeft zij voor het betreffende concert in totaal 400 tickets verkocht en zijn bovendien nog 29 tickets door haar geleverde tickets door een derde verkocht en konden alle kopers op vertoon van hun ticket toegang krijgen. Bij het aangaan van de overeenkomst heeft [eiseres] een vakje aangevinkt waarmee zij zich akkoord verklaarde met de Algemene Voorwaarden van [gedaagde]. Volgens de Algemene Voorwaarden is annulering niet mogelijk. Ook staat daarin vermeld dat het mogelijk is dat de tickets zijn voorzien van een andere naam dan die van de koper. Volgens [gedaagde] is een dergelijke gang van zaken in de branche van wederverkopers gebruikelijk. Dergelijke tickets zijn volgens [gedaagde] te vergelijken met aandelen aan toonder, omdat op vertoon van een geldig ticket toegang wordt verkregen tot het evenement. Ook worden tickets gekocht, met de naam van de koper, om vrienden toegang te geven. Voor wederverkoop is op grond van de wet of anderszins geen toestemming nodig. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] niet aangetoond dat aan haar geen toegang zou worden verschaft. In het onwaarschijnlijke geval dat dit wel zou zijn gebeurd zou artikel 7 lid 4b Algemene Voorwaarden als hiervoor onder 1.8 geciteerd van toepassing zijn. [gedaagde] betwist dat zij de tickets te laat heeft geleverd nu op grond van de Algemene Voorwaarden de tickets tot het moment van aanvang van het evenement kunnen worden verstrekt. Onder verwijzing naar een website betreffende advies over online kaartverkoop voert [gedaagde] aan dat zij vrij is om haar eigen prijs te bepalen en niet op haar website behoeft te vermelden dat de officiële prijs lager is.

Beoordeling

4. Waar nodig zal hierna nader worden ingegaan op de stellingen en verweren van partijen. Geoordeeld wordt als volgt.

5. Er is sprake van een koop op afstand als bedoeld in artikel 7:46a onder b BW. De kantonrechter dient waar nodig ambtshalve te toetsen of de door [gedaagde] gehanteerde Algemene Voorwaarden in strijd zijn met de bescherming die [eiseres] als consument kan ontlenen aan de wettelijke bepalingen voor een consumentenkoop op afstand (met name de artikelen 7:46a e.v. BW). Voor zover een beding van die Algemene Voorwaarden daarmee in strijd is, is deze niet van toepassing op de rechtsverhouding tussen partijen.

6. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:46i leden 2, 3, 4 en/of 5 BW. In het bijzonder is niet gesteld of gebleken dat de verkoop van tickets als de onderhavige kan worden aangemerkt als een ‘dienst’ nu er sprake is van de verkoop van voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk objecten.

7. Op grond van artikel 7:46c BW dient [gedaagde] voordat de overeenkomst wordt gesloten aan [eiseres] ‘met alle aan de gebruikte techniek voor communicatie op afstand aangepaste middelen en op duidelijke en begrijpelijke wijze’ ondermeer mede te delen wat de belangrijkste kenmerken zijn van de te verkopen zaak en voorts of de mogelijkheden tot ontbinding overeenkomstig de artikelen 7:46d lid 1 en 7:46e BW van toepassing zijn.

8. Tussen partijen is onder meer in geschil of door [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst voldoende informatie is verstrekt. Daarbij is van belang dat, blijkens de door [eiseres] overgelegde gegevens over de website van [gedaagde], die in zoverre niet door [gedaagde] zijn betwist, toegangsbewijzen (omschreven als ‘100% Originele tickets’) te koop worden aangeboden.

9. Gelet op het feit dat [gedaagde] van de oorspronkelijke verkooporganisatie geen toestemming voor wederverkoop had en gelet op de onder 1.4 bedoelde tekst op de tickets, bieden de door [gedaagde] te koop aangeboden tickets geen aanspraak op toegang tot het betreffende concert. Zij bieden slechts een kans op feitelijke toegang, namelijk onder de voorwaarde dat bij de toegangscontrole niet tevens de identiteit van de koper wordt gecontroleerd. Dat betekent dat de koper altijd het risico loopt om – ondanks een veelvoud van de oorspronkelijke prijs te hebben betaald – geen toegang tot het betreffende evenement te verkrijgen.

10. Ook indien, zoals door [gedaagde] aangevoerd, het hiervoor bedoelde risico gering is, betreft dat risico essentiële informatie omtrent die tickets die [gedaagde] vooraf dient mede te delen. Voor zover die informatie valt te distilleren uit de tekst van de door [gedaagde] gehanteerde Algemene Voorwaarden vormt de weergave van die voorwaarden niet een duidelijke en begrijpelijke wijze van informeren zoals de wet vereist. Van [gedaagde] mag redelijkerwijs worden verwacht dat zij op haar website, waar zij de tickets te koop aanbiedt, in elk geval duidelijk en op ondubbelzinnige wijze waarschuwt voor het feit dat de tickets (mogelijk) geen toegang zullen verschaffen bij controle van de herkomst daarvan en van de identiteit van de gebruiker. Door dat na te laten heeft [gedaagde] niet voldaan aan de bij r.o. 7 bedoelde wettelijke verplichtingen. Hetzelfde geldt voor het nalaten van enige mededeling omtrent de mogelijkheden voor de koper tot ontbinding gedurende enige termijn na ontvangst van de zaak.

11. Op grond van artikel 7:46d BW heeft [eiseres] het recht om de koop binnen zeven werkdagen na ontvangst van de zaak zonder opgave van redenen te ontbinden. Omdat [gedaagde] niet heeft voldaan aan de bij r.o. 7 bedoelde wettelijke verplichtingen bedraagt die termijn zelfs drie maanden. Op grond van lid 4 van dit artikel zijn deze mogelijkheden tot ontbinding niet van toepassing op zaken die snel kunnen bederven of verouderen. Nu [gedaagde] de tickets blijkens haar Algemene Voorwaarden nog tot het moment van aanvang van het betreffende evenement aan haar klanten kan leveren, zullen de tickets pas op dat moment ‘verouderd’ zijn, zodat een beroep op de hier bedoelde ontbindingsmogelijkheid tot dat moment in beginsel mogelijk moet worden geacht.

12. De onder 1.6 bedoelde e-mailberichten van [eiseres] aan [gedaagde] kunnen worden aangemerkt als een beroep van [eiseres] op ontbinding van de koopovereenkomst. [gedaagde] kan de korte termijn tussen dat beroep op ontbinding en de aanvang van het evenement waarvoor de tickets waren bedoeld niet aan [eiseres] tegenwerpen. Dit omdat [gedaagde] niet aan haar onder 7. bedoelde informatieplicht heeft voldaan en voorts omdat zij de tickets pas (minder dan) twee dagen voor de aanvang van het evenement heeft geleverd en [eiseres] per omgaande heeft verzocht om bevestiging dat [gedaagde] wel toestemming had voor wederverkoop en, toen die uitbleef, de overeenkomst aanstonds heeft ontbonden.

13. Uit het voorgaande volgt dat het beroep van [eiseres] op ontbinding van de overeenkomst tussen partijen gegrond is en dat [gedaagde] het door [eiseres] betaalde bedrag terug dient te betalen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 6 oktober 2010, toen de termijn als genoemd in de bij r.o. 1.7 bedoelde brief was geëindigd. Omdat [eiseres] de overeenkomst reeds op 22 september 2010 heeft ontbonden kan de vordering tot ontbinding van de overeenkomst thans niet meer worden toegewezen.

14. Dit betekent dat de vordering van [eiseres] wordt toegewezen zoals hieronder wordt bepaald. De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

15. Bij deze uitkomst van de procedure wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiseres].

BESLISSING

De kantonrechter:

I. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 362,50 vermeerderd met de daarover berekende wettelijke rente vanaf 6 oktober 2010 tot aan de dag der voldoening;

II. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 70,00

- voor het exploot van dagvaarding € 87,93

- voor salaris van gemachtigde € 50,00

In totaal: € 207,93

één en ander, voorzover verschuldigd, inclusief BTW;

III. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter