Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BT8402

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-03-2011
Datum publicatie
18-10-2011
Zaaknummer
CV10-13361
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Vier jaar na dato vordering tot compensatie wegens vertraging vertrek vliegtuig. Vervaltermijn van 2 jaar is van toepassing. Onbekendheid van de passagiers met de termijn is niet relevant; KLM had daarop niet hoeven te wijzen. Ook irrelevant is dat Sturgeon-arrest na het verstrijken van de termijn werd gewezen."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2012/41
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 1144935 CV EXPL 10-13361

Vonnis van: 24 maart 2011

F.no.: 568

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

1. [eiser 1],

wonende te Vleuten,

2. [eiser 2],

wonende te Vleuten,

3. [eiser 3],

wonende te Vleuten[eiser 5],

wonende te Vleuten,

5. [eiser 5],

wonende te Nieuwegein,

6. [eiser 6],

wonende te Nieuwegein,

eisers,

nader gezamenlijke te noemen: [eisers].,

gemachtigde: A.M. Mangal,

t e g e n

de naamloze vennootschap

[gedaagde],

gevestigd te Amstelveen,

gedaagde,

nader te noemen: [gedaagde],

gemachtigden: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A.K. Sjouw.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 6 april 2010 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 16 juni 2010;

- de conclusie van repliek met producties;

- de incidentele conclusie van [gedaagde] tot aanhouding tot na wijzen arrest Hof van Justitie van de Europese Unie met producties;

- de conclusie van antwoord in incident;

- het (tussen)vonnis van 27 oktober 2010;

- de conclusie van dupliek met producties;

- de reactie op de laatstgenoemde producties van [eisers].

De zaak staat thans weer voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:

a. [eisers]. heeft in mei 2006 zes vliegtickets gekocht van [gedaagde] voor een (retour)vlucht van Amsterdam naar Kuala Lumpur. De heenvlucht zou vertrekken op 4 juli 2006 om 21.00 uur. [eisers]. heeft bij de uitvoering van deze vlucht een vertraging ondervonden van meer dan 12 uur.

b. [eisers]. heeft bij (fax)brief van 28 juli 2006 aanspraak gemaakt op een (schade)vergoeding vanwege deze vertraging van € 600,00 per persoon, in totaal € 3.600,00.

c. [gedaagde] heeft bij brief van dezelfde datum aan [eisers]. laten weten niet tot vergoeding van enig bedrag aan compensatie vanwege de vertraging over te zullen gaan.

d. [eisers]. heeft [gedaagde] bij brief van 2 maart 2010, onder verwijzing naar een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 19 november 2009 (Sturgeon-arrest), opnieuw tot betaling van het voormelde bedrag aan compensatie gemaand.

e. [gedaagde] is niet tot betaling van compensatie overgegaan.

Vordering en verweer

2. [eisers]. vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.600,00 aan hoofdsom, vermeerderd met haar proceskosten.

3. Volgens [eisers]. is [gedaagde] gehouden tot betaling van dit bedrag op de voet van artikel 7 van EU-Verordening 261/2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten (hierna: de Verordening).

4. [gedaagde] betwist tot betaling van het bewuste bedrag aan compensatie te zijn gehouden. [gedaagde] voert hiertoe onder meer aan, dat [eisers]. in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, nu deze pas vier jaar na het plaatsvinden van de bewuste vlucht is ingediend, terwijl voor vorderingen als de onderhavige een vervaltermijn geldt van 2 jaar.

Beoordeling

5. Het beroep van [gedaagde] op het verstrijken van de vervaltermijn slaagt. Anders dan [eisers]. heeft doen betogen, kan in dit geval niet worden uitgegaan van de verjaringstermijn van 5 jaar van artikel 3:307 BW, nu de overeenkomst tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van luchtvervoer in de zin van artikel 8:1390 BW. Op de voet van artikel 8:1835 BW vervalt iedere vordering terzake van een dergelijke overeenkomst door verloop van twee jaren na de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming, de dag waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of van de onderbreking van het luchtvervoer. Deze termijn was op het moment van het indienen van de onderhavige vordering reeds geruime tijd verstreken. Stuiting van de termijn was daarbij, nu sprake is van een vervaltermijn, niet mogelijk.

6. [eisers]. moet derhalve in zijn vordering niet ontvankelijk worden verklaard. De omstandigheid dat [eisers]. feitelijk niet bekend was met de voormelde termijn en door [gedaagde] ook niet nadrukkelijk op het bestaan van deze termijn is gewezen, maakt dit niet anders. Ook de omstandigheid dat het voormelde Sturgeon-arrest pas na het verstrijken van de termijn werd gewezen, is niet voldoende om af te kunnen doen aan de werking van de vervaltermijn. [eisers]. had om zijn vorderingsrechten zeker te stellen tijdig dienen te dagvaarden. Dat hij dit niet heeft gedaan, dient voor zijn risico te blijven.

7. Bij deze uitkomst van de procedure zal [eisers]. worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], met uitzondering van de kosten in het incident, waarover reeds bij incidenteel vonnis werd beslist.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. verklaart [eisers]. niet ontvankelijk in zijn vordering;

II. veroordeelt [eisers]. in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot worden op € 900,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;

III. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. F. van der Hoek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.