Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BT8389

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
18-10-2011
Zaaknummer
500359 / KG ZA 11-1490 MvW/BB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het uitzenden van beelden van eiser opgenomen met de verborgen camera wordt toegestaan. Eiser is voldoende onherkenbaar in beeld gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 500359 / KG ZA 11-1490 MvW/BB

Vonnis in kort geding van 18 oktober 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser bij dagvaarding van 3 oktober 2011,

advocaat mr. A.C. de Bakker te Zwijndrecht,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SBS BROADCASTING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOORDKAAP TV PRODUCTIES B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagden,

advocaat mr. J.A.K. van den Berg te Amsterdam.

Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd en gedaagden ook wel afzonderlijk [gedaagde 1], SBS en Noordkaap.

1. De procedure

1.1. Ter terechtzitting van 12 oktober 2011 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Aan de zijde van [eiser] zijn producties in het geding gebracht. Daarnaast heeft [eiser] zijn verhaal op schrift gesteld en overgelegd. Gedaagden hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat is bepaald dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op 13 oktober 2011 te 17.00 uur. Daarmee worden gedaagden in de gelegenheid gesteld om het deel van de in het televisieprogramma ‘Undercover in Nederland’ van 23 oktober 2011 uit te zenden confrontatie tussen [eiser] en [gedaagde 1] volledig te monteren en op de zitting van 13 oktober 2011 te tonen.

Op de zitting van 13 oktober 2011 hebben gedaagden het uit te zenden gedeelte van het programma bestaande uit voornoemde confrontatie getoond en heeft [eiser] daar nog op kunnen reageren. Ten slotte is om vonnis gevraagd.

1.2. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 18 oktober 2011 uitspraak gedaan, in de vorm van dit verkorte vonnis. De uitwerking daarvan kan op een later tijdstip volgen. Die uitwerking zal aan overwegingen niet meer bevatten dan de hierna bij “De beoordeling” volgende overwegingen. Partijen wordt daarom verzocht om binnen zeven dagen na de vonnisdatum aan de onderaan dit vonnis genoemde griffier, schriftelijk mee te delen of zij nog prijs stellen op een uitwerking van de feiten en de stellingen. Mocht een dergelijk bericht niet worden ontvangen, dan zal van uitwerking worden afgezien.

1.3. Op beide zittingen waren aanwezig:

aan de zijde van [eiser]: [eiser] met zijn advocaat.

aan de zijde van gedaagden: [gedaagde 1] (tevens voor Noordkaap) en [vertegenwoordiger SBS] van SBS met mr. Van den Berg.

Op de zitting van 12 oktober 2011 is na het verzoek van [eiser] om de behandeling achter gesloten deuren te laten plaatsvinden afgesproken dat de door mr. Van den Berg meegenomen studentstagiaires en kantoorgenoot alsmede een stagiaire van de rechtbank bij de zitting aanwezig mochten zijn. Op de zitting van 13 oktober 2011 is de aanwezige pers verzocht om de zaal te verlaten, aangezien de beelden van het nog uit te zenden programma achter gesloten deuren zijn vertoond.

2. De feiten

Volgen bij een eventuele uitwerking.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat om gedaagden, op straffe van dwangsommen, primair:

I. te verbieden beeld- en/of auditief materiaal, uitlatingen dan wel citaten van [eiser] of andere informatie over [eiser] en/of zijn familie uit te zenden of anderszins openbaar te maken en te verveelvoudigen;

II. te veroordelen om binnen 24 uur na het wijzen van het vonnis alle band- en beeldopnamen van of over [eiser] en zijn familie op het kantoor van de advocaat van [eiser] af te geven, zonder behoud van kopieën.

Meer in het bijzonder en zonodig subsidiair vordert [eiser] onder III om gedaagden, op straffe van een dwangsom, te verbieden het navolgende uit te zenden of anderszins openbaar te maken en te verveelvoudigen:

a. de met de verborgen camera opgenomen beeld- en geluidsfragmenten;

b. interviews met derden over [eiser];

c. de naam van [eiser];

d. afbeeldingen waarin [eiser] in beeld wordt gebracht;

e. privacygevoelige stukken.

Meer subsidiair vordert [eiser] onder IV om gedaagden, op straffe van een dwangsom, te gebieden voldoende zekerheid te stellen dat [eiser] onherkenbaar en onherleidbaar in beeld komt, alsmede dat [eiser] in de gelegenheid wordt gesteld zijn visie op de zaak te geven.

Ten slotte vordert [eiser] om gedaagden in de proceskosten te veroordelen.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Rv - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. [eiser] wenst kort gezegd primair dat het gedaagden wordt verboden de heimelijk gemaakte opname van het gesprek, dat hij op 29 juni 2011 heeft gevoerd met een collega van [gedaagde 1] die zich jegens [eiser] heeft voorgedaan als een wensmoeder die in [eiser] geïnteresseerd was als zaaddonor, uit te zenden. Ook wil [eiser] dat zijn confrontatie met [gedaagde 1] na het gesprek niet wordt uitgezonden en evenmin andere beelden die met hem in verband gebracht kunnen worden. Subsidiair wil [eiser] dat het uitzenden van de beelden uitsluitend wordt toegestaan onder de voorwaarde dat hij onherkenbaar en onherleidbaar in beeld komt en dat hij in de gelegenheid wordt gesteld zijn visie op de zaak te geven.

4.3. Gedaagden hebben op de zittingen delen van het op 23 oktober 2011 in ‘Undercover in Nederland’ uit te zenden item, dat volgens hen gaat over de misleiding bij spermadonaties, getoond. Zij hebben daarnaast verklaard dat het totale item ongeveer 20 minuten zal duren, waarvan de beelden met [eiser] ongeveer 8 minuten in beslag zullen nemen. Daarvan heeft volgens gedaagden 5 minuten betrekking op verborgen camera materiaal van het gesprek tussen [eiser] en de collega van [gedaagde 1] en 3 minuten betrekking op de confrontatie tussen [eiser] en [gedaagde 1] na dat gesprek.

4.4. Uitgangspunt is dat gedaagden in beginsel de vrijheid hebben om gestelde misstanden door middel van een televisieprogramma onder de aandacht van het publiek te brengen. Dit uitgangspunt berust op het in artikel 7 van de Grondwet en in artikel 10 van het EVRM vastgelegde recht op vrijheid van meningsuiting. Daartegenover staat het recht van [eiser] op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.

De opname is gemaakt met de verborgen camera. Op zichzelf kan het gebruik maken van een dergelijke methode en het vervolgens uitzenden van de opgenomen beelden, ook wanneer niet direct sprake is van een herkenbaar portret omdat bijvoorbeeld zoals hier het geval is het gezicht is gewiped en de stem is vervormd, worden aangemerkt als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Dit kan in beginsel slechts bij uitzondering gerechtvaardigd zijn, waarbij alle omstandigheden van het geval een rol spelen, waaronder de omstandigheid of er een andere weg openstaat om een ernstige misstand aan het licht te brengen of een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten.

4.5. Vaststaat dat in 2008 bij [eiser] na vrijwillig onderzoek de diagnose Syndroom van Asperger is gesteld. Verder staat vast dat [eiser] zich nadien op het internet is gaan aanbieden als zaaddonor. Hij heeft erkend dat inmiddels meerdere wensmoeders met zijn zaad zijn bevrucht en dat inmiddels ook meerdere kinderen met behulp van zijn zaad zijn geboren. Partijen verschillen van mening over het exacte aantal. [eiser] heeft ook erkend dat hij bij zijn contacten met de wensmoeders, op een enkele uitzondering na, geen melding heeft gemaakt van het feit dat bij hem in 2008 het Syndroom van Asperger is gediagnosticeerd. Daarnaast blijkt uit het contract dat [eiser] met de wensmoeders sluit en waarvan een exemplaar in het geding is gebracht dat [eiser] jegens de wensmoeders verklaart niet bekend te zijn met enige erfelijke genetische afwijking aan zijn zijde.

Partijen verschillen van mening over de vraag of dit handelen van [eiser] moet worden aangemerkt als een ernstige misstand in de samenleving die door gedaagden aan het licht moet worden gebracht.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat het geval. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen. In de uitzending zullen [klinisch chemicus], klinisch chemicus en afdelingshoofd van de spermabank in ziekenhuis Rijnstate te Arnhem, en [directeur], directeur van de Nederlandse Vereniging voor Autisme, aan het woord komen. Zij wijzen erop dat het Syndroom van Asperger een erfelijke component heeft. [eiser] heeft, zonder dit met stukken te onderbouwen, ondermeer gesteld dat er in de wetenschap geen consensus bestaat over de erfelijke overdraagbaarheid van het Syndroom van Asperger, maar dit kan hem niet baten. Van belang is immers dat er in de wetenschap in ieder geval géén consensus over bestaat dat het Syndroom van Asperger níet erfelijk overdraagbaar is, hetgeen wordt ondersteund door de hiervoor genoemde heren [klinisch chemicus] en [directeur]. Zolang dat het geval is mag [eiser] over de bij hem gestelde diagnose niet zwijgen. Door dit wel te doen en zelfs in een contract vast te leggen dat hij niet bekend is met een genetische afwijking aan zijn zijde heeft [eiser] naar het oordeel van de voorzieningenrechter het vertrouwen van de wensmoeders ernstig geschaad. Het kan zo zijn dat [eiser] van mening is dat het Syndroom van Asperger geen erfelijke overdraagbare aandoening is en dat, zoals hij heeft aangevoerd, het nog maar de vraag is of als hij zich nu zou laten onderzoeken dezelfde diagnose nog steeds gesteld zou worden, maar dat maakt niet dat hij over de gestelde diagnose naar de wensmoeders toe had mogen zwijgen. De diagnose is immers in 2008 en dus niet al te lang geleden gesteld en de wensmoeders hebben er recht op om te weten dat [eiser] mogelijk een erfelijk overdraagbare aandoening heeft. In dit verband is van belang dat bij dit onderwerp, waarbij het gaat om de geboorte van kinderen en dus om iets wat diep ingrijpt in de levens van de betrokkenen, vertrouwen een zeer grote rol speelt en de wensmoeders ervan op aan moeten kunnen dat de informatie die [eiser] verstrekt juist en volledig is. De wensmoeders moeten de keuze hebben om op basis van de door [eiser] verstrekte informatie hem al dan niet als zaaddonor te gebruiken. De omstandigheid dat wensmoeders mogelijk hun interesse in [eiser] als zaaddonor verliezen als ze weten van de bij hem gestelde diagnose mag geen reden zijn om de bij [eiser] bekende informatie te verzwijgen. Ook de door [eiser] aangevoerde omstandigheden dat een wensmoeder mogelijk zelf heeft gezwegen over bepaalde aandoeningen, dat er wensmoeders zijn die het niet erg vinden indien hun kind het Syndroom van Asperger krijgt, dat erkende spermabanken donoren volgens [eiser] niet uitgebreid checken en in huwelijken ook wel wordt gezwegen over erfelijke aandoeningen, rechtvaardigen niet dat [eiser] over de bij hem gestelde diagnose tegen de wensmoeders zwijgt.

4.6. Nu het handelen van [eiser] laat zien dat aan het donorschap via internet het gevaar van misleiding kan kleven, wordt geconcludeerd dat gedaagden het relevante publiek daarvoor mogen waarschuwen aan de hand van het voorbeeld van [eiser]. In die zin is hier sprake van een misstand in de samenleving waaraan gedaagden aandacht moeten kunnen schenken. De vraag is op welke wijze zij dat, in het licht van de privacybescherming van [eiser], mogen doen.

In dit verband wordt vooropgesteld dat het gehele voor 23 oktober 2011 geplande item over misleiding bij spermadonaties slechts enkele minuten beelden van [eiser] bevat. Voor het overige worden in het item ‘slachtoffers’ en deskundigen aan het woord gelaten. Gedaagden worden in hun standpunt gevolgd dat het in beeld gebrachte heimelijk opgenomen gesprek van [eiser] met de zogenaamde wensmoeder een toegevoegde waarde heeft omdat [eiser] in dat gesprek op de expliciete vraag van de wensmoeder of hij een erfelijk overdraagbare aandoening heeft ontkennend antwoordt, hetgeen de risico’s die wensmoeders lopen extra duidelijk maakt.

Verder is aannemelijk dat gedaagden deze informatie van [eiser] niet zouden hebben verkregen indien de beelden niet met een verborgen camera zouden zijn opgenomen. Gelet hierop is het uitzenden van de met de verborgen camera opgenomen beelden van [eiser] toegestaan mits gedaagden [eiser]’s privacy daarbij voldoende waarborgen.

4.7. De beelden van [eiser] zijn onder te verdelen in het gesprek aan tafel met de zogenaamde wensmoeder en de confrontatie tussen [gedaagde 1] en [eiser] op de parkeerplaats. In de gehele uitzending wordt de naam van [eiser] niet genoemd, is zijn gezicht gewiped en is zijn stem vervormd. De vraag is of gedaagden [eiser] daarmee ter bescherming van zijn privacy voldoende onherkenbaar hebben gemaakt. Na het zien van de door [eiser] gemaakte beelden is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit zowel ten aanzien van de beelden van het gesprek als de beelden van de confrontatie het geval is. Bij het gesprek is [eiser] zittend aan een tafeltje en koffiedrinkend in beeld gebracht, waarbij het gewipete gezicht en de vervormde stem ervoor zorgen dat zijn privacy voldoende is gewaarborgd. De confrontatie tussen [gedaagde 1] en [eiser] vindt plaats op de parkeerplaats van het wegrestaurant waar het gesprek heeft plaatsgevonden. De confrontatie is bedoeld, zo hebben gedaagden aangevoerd, om te horen wat [eiser] van zijn eigen handelen vindt en om hoor en wederhoor toe te passen. De voorzieningenrechter acht de wijze waarop de confrontatie in beeld is gebracht en zoals deze ter zitting van 13 oktober 2011 is getoond voldoende respectvol jegens [eiser] als persoon en zijn opvatting. [eiser] is bij de confrontatie staand en lopend in beeld gebracht en daarbij is te zien wat voor kleding hij draagt, maar dat maakt niet dat hij zodanig herkenbaar in beeld komt dat hij door personen buiten zijn naaste kring zal worden herkend.

In dit verband weegt nog mee dat [eiser] zich er niet van doordrongen heeft getoond dat hij de bij hem gestelde diagnose aan de wensmoeders had moeten melden, hetgeen maakt dat zijn reactie op [gedaagde 1], zoals deze in beeld wordt gebracht, recht doet aan zijn persoon. Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat hij vanwege zijn handelen door derden buiten zijn naaste omgeving daadwerkelijk is bedreigd.

4.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat uitzending van het geplande item over misleiding bij spermadonaties is toegestaan op de wijze zoals door gedaagden ter zitting van 12 en 13 oktober 2011 is getoond. Daarbij dient te worden opgemerkt dat niet het gehele item is gezien door de voorzieningenrechter, maar gedaagden hebben toegezegd dat het item in lijn zal zijn met de getoonde beelden. Daarnaast hebben gedaagden toegezegd dat geen familieleden van [eiser] (herkenbaar) in beeld worden gebracht of worden genoemd en dat niet zal worden geciteerd uit het rapport van De Grote Rivieren of de rapportage van het UWV. Met in achtneming van deze toezeggingen worden de gevraagde voorzieningen geweigerd.

4.9. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze kosten worden aan de zijde van gedaagden begroot op

– € 90,81 aan explootkosten,

– € 560,= aan griffierecht en

– € 816,= aan salaris advocaat.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. Weigert de gevraagde voorzieningen.

5.2. Veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van gedaagden begroot op EUR 1.466,81.

5.3. Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2011.?