Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BT6562

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-09-2011
Datum publicatie
04-10-2011
Zaaknummer
13/660596-11 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Cocaïnehandel vanuit een restaurant. Drugsbezit. Wapenbezit. Veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/660596-11 (Promis)

Datum uitspraak: 27 september 2011

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres] [woonplaats], gedetineerd in het Huis van Bewaring "De Weg" te Amsterdam.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 september 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E.J. de Groot en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W. van Vliet, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging op de zitting - ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 17 juni 2011 te [plaats] (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht of afgeleverd of verstrekt (aan [koper 1] en/of [koper 2] en/of [koper 3] en/of [koper 4] en/of aan één of meer anderen) of vervoerd (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op of omstreeks 17 juni 2011 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 8,73 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op of omstreeks 17 juni 2011 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen een zak inhoudende ongeveer twee kilo, in elk geval een (grote) hoeveelheid

van een materiaal bevattende versnijdingsmiddel, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

4.

hij op of omstreeks 17 juni 2011 te [plaats] een of meer wapens van categorie I, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad;

5.

hij op of omstreeks 17 juni 2011 te [plaats] (een) wapen(s) van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten:

- twee wapens van categorie II onder 5°, zijnde (een) voorwerp(en) waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht;

- een busje pepperspray, zijnde een voorwerp dat bestemd is voor het treffen van personen met (een) verstikkende, weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen), in elk geval een wapen van categorie II onder 6°.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.i

Naar aanleiding van een verklaring van getuige [ex-vriendin van koper 1], waarin zij verklaart dat haar ex-vriend [koper 1] zijn cocaïne haalde bij het Griekse restaurant [restaurant] aan de [A-straat nr] te [plaats]ii, en naar aanleiding van CIE-informatieiii, wordt op vrijdag 17 juni 2011 het restaurant [restaurant] doorzochtiv. Tijdens de doorzoeking worden in totaal 16 wikkels aangetroffen en in beslag genomen.v Deze blijken bij elkaar 8,73 gram van een materiaal bevattende cocaïne te bevatten.vi In een aktetas worden twee stroomstootwapens en een ploertendoder aangetroffenvii, wapens van respectievelijk categorie I en II.viii In de gang wordt ook nog een plastic zak met wit poeder aangetroffen.ix Achter de bar ligt een op een busje pepperspray gelijkend voorwerp.x

[verdachte] en zijn zus [zus van verdachte] (ook wel [zus van verdachte] genoemdxi) worden aangehouden.xii Zij zijn de eigenaren van het restaurant [restaurant].xiii

[koper 1] verklaart dat hij sinds 2010 regelmatig voor zichzelf cocaïne koopt bij [roepnaam verdachte] (zo noemt hij [verdachte]xiv) in het restaurant [restaurant].xv In 2008 heeft hij voor iemand anders cocaïne bij [roepnaam verdachte] gekocht.xvi Hij betaalde € 20 voor een halve gram en € 40 voor een hele gram.xvii [zus van verdachte] legde de cocaïne wel eens klaar als [roepnaam verdachte] niet in het restaurant aanwezig was. Zij gaf de cocaïne dan aan hem. Hij rekende dan niet bij haar af, maar bij [roepnaam verdachte], als hij hem weer zag. [zus van verdachte] wist dat hij cocaïne kwam halen en dit bij [roepnaam verdachte] kocht.xviii

[koper 2] verklaart op 20 juni 2011 het volgende. Hij hoorde van zijn vriend [koper 1] dat je bij [restaurant] cocaïne kon kopen. Hij koopt zelf sinds 6 maanden cocaïne bij [restaurant]. Hij koopt de cocaïne bij [verdachte], roepnaam [roepnaam verdachte].xix [zus van verdachte] heeft hem ook een paar keer cocaïne gegeven. Zij zei toen dat hij de betaling met [roepnaam verdachte] moest regelen.xx

[koper 3] verklaart op 21 juni 2011 al vier jaar cocaïne bij [roepnaam verdachte] te bestellen. In het begin kreeg hij dit via [koper 1], maar sinds een jaar koopt hij het direct bij [roepnaam verdachte], voor € 40 per gram.xxi [zus van verdachte] wist van de handel in cocaïne af.xxii

[koper 4] koopt sinds april 2011 voor € 40 per gram cocaïne bij [roepnaam verdachte]. Hij ging naar het restaurant en liep dan door naar de keuken, waar [roepnaam verdachte] hem cocaïne gaf.xxiii

[verdachte] verklaart gedurende een periode van 12 maanden drugs te hebben gedeald. Hij verkocht aan ongeveer 7 tot 8 personen.xxiv De wapens en de drugs die zijn aangetroffen zijn van hem. De wapens heeft hij ter bescherming van zichzelf en zijn personeel aangeschaft.xxv

[zus van verdachte] verklaart dat zij gedurende twee maanden voor haar aanhouding ervan op de hoogte was dat haar broer vanuit het restaurant drugs dealde. Zij heeft een aantal keer dozen met daarin cocaïne gegeven aan mensen die langskwamen bij het restaurant.xxvi De cocaïne lag dan al klaar en zij kreeg aanwijzingen van haar broer.xxvii Zij is ervan op de hoogte dat er twee of drie stroomstootwapens en pepperspray in het restaurant liggen.xxviii

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft vrijspraak voor feit 3 geëist, nu niet vaststaat dat de bij verdachte aangetroffen zak met wit poeder versnijdingsmiddel betreft. Niet bewezen kan worden dat verdachte en zijn zus zich schuldig hebben gemaakt aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot drugshandel.

Zij acht, kort samengevat, de onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde feiten bewezen. Ten aanzien van feit 1 heeft zij aangevoerd dat op grond van getuigenverklaringen kan worden bewezen dat verdachte vanaf januari 2008 in drugs heeft gehandeld.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, zakelijk weergegeven, het volgende betoogd. Verdachte heeft bekend sinds de zomer van 2010 cocaïne te hebben verkocht aan 7 of 8 personen. De door de officier van justitie bewezen geachte langere periode is vooral gebaseerd op de verklaring van [koper 3]. Verdachte heeft [koper 3] weliswaar cocaïne gegeven, maar dat was eenmalig. Hij hield zich in 2008 nog niet bezig met het dealen van drugs. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het dealen van drugs in de periode vóór de zomer van 2010. Voorts dient hij te worden vrijgesproken van feit 3. De verklaring van verdachte dat het poeder bedoeld was om zijn haar te bleken, is aannemelijk. Ten aanzien van feit 2, 4 en 5 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

4.4.1 Vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de raadsman, niet bewezen wat onder 3 is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.4.2 Partiële vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde.

In het strafdossier bevindt zich geen rapport betreffende een onderzoek naar de inhoud van het aangetroffen busje, zodat niet kan worden vastgesteld of dit pepperspray bevat. Het onder 5 ten laste gelegde kan in zoverre niet worden bewezen, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

4.4.3 Het oordeel over het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

De rechtbank acht op grond van de verklaringen van de getuigen [koper 1] en [koper 3] bewezen dat verdachte reeds in 2008 cocaïne heeft verkocht. De rechtbank komt daarom tot bewezenverklaring van de gehele ten laste gelegde periode. De rechtbank acht niet aannemelijk dat verdachte gedurende deze gehele bewezen verklaarde periode voortdurend of regelmatig heeft gedeald. Dit zal zij in haar strafoverweging ten gunste van verdachte meewegen.

Ten aanzien van het onder 2, 4 en 5 ten laste gelegde:

Nu ten aanzien van deze feiten geen verweren zijn gevoerd, volstaat de rechtbank voor de bewezenverklaring met een verwijzing naar de genoemde bewijsmiddelen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

in de periode van 1 januari 2008 tot en met 17 juni 2011 te [plaats] telkens tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht aan [koper 1] en [koper 2] en [koper 3] en [koper 4] en aan anderen een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne;

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

op 17 juni 2011 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 8,73 gram van een materiaal bevattende cocaïne;

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

op 17 juni 2011 te [plaats] een wapen van categorie I, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

op 17 juni 2011 te [plaats] wapen van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten: twee wapens van categorie II onder 5°, zijnde voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2, 4 en 5 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

8.2. Het strafmaatverweer van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat bij de straftoemeting uit dient te worden gegaan van dealen gedurende een periode van ruim een jaar. De richtlijnen voor de straftoemeting zijn in dit geval te streng, aangezien verdachte first offender is, hij de drugs slechts op kleine schaal aan bekenden heeft verkocht en er niets op heeft verdiend. Bovendien is hij al gestraft omdat de exploitatievergunning van zijn restaurant inmiddels is ingetrokken. De raadsman heeft verzocht verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen, met eventueel daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verkoop van verdovende middelen. Naar algemeen bekend is vormen harddrugs een bedreiging voor de volksgezondheid en worden met de handel in harddrugs grote criminele winsten gemaakt. Voorts heeft hij verschillende wapens voorhanden gehad. Het bezit van een wapen is een van de eerste stappen die leiden tot het gebruik ervan, terwijl dat gebruik vervolgens nog meer geweld kan uitlokken.

De rechtbank ziet aanleiding om bij de strafoplegging aansluiting te zoeken bij de LOVS oriëntatiepunten. Bij het toepassen van deze oriëntatiepunten gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte gedurende een periode van een jaar (regelmatig) drugs heeft gedeald. Voor het dealen van drugs gedurende een periode van een jaar staat op grond van de genoemde landelijk oriëntatiepunten een gevangenisstraf van 12 maanden.

Nu verdachte first offender is en hij de drugs op kleine schaal aan een beperkte groep mensen heeft verkocht, zal de rechtbank de straf matigen. Dit leidt tot de oplegging van een gevangenisstraf van na te noemen duur.

Verbeurdverklaring

Onder verdachte zijn twee telefoons (beslagnummer 1 en 12) en een geldbedrag (beslagnummer 5) in beslag genomen.

De voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met behulp van de telefoons het onder 1 bewezen geachte is begaan, en het geld geheel of grotendeels door middel van het onder 1 bewezen geachte is verkregen, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Onttrekking aan het verkeer

Voorts zijn onder verdachte verschillende wapens (beslagnummer 2, 3, 4 en 8) in beslag genomen.

Nu deze voorwerpen zijn bestemd tot het begaan van het onder 4 en 5 bewezen geachte en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart het onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

en

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

1 2.00 STK Zaktelefoon Kl:wit

SAMSUNG

111025

5 Geld Euro

-

111046(1x100, 5x50 eu)

12 1.00 STK Telefoontoestel Kl:blauw

ONBEKEND

111058

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

2 1.00 STK Wapen Kl:oranje

taser

111026 (taser in sigarenkistje)

3 1.00 STK Wapen Kl:zwart

KELIN Kl-403

111027(self defensive flashlight in rood doosje)

4 1.00 STK Wapen Kl:zwart

PLOERTENDODER

111039

8 1.00 STK Wapen Kl:geel

DRAGON BLACKCAP pepperspra

111050

Gelast de teruggave aan verdachte van:

6 2.00 STK Papier Kl:wit

notitie

111048

7 1.00 STK Papier Kl:grijs

-

111049

9 1.00 STK Portemonnee Kl:zwart

DONNA REST

111051(inh:85 eu+29,70 eu losgeld)

10 1.00 STK Tas Kl:blauw

ALBERT HEIJN plastic

111055 (inh.stapel papieren)

11 1.00 STK Tas Kl:grijs

Aktentas

111057

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.E.J.M. Gielen, voorzitter,

mrs. B.C. Langendoen en A.J. Wesdorp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.M. Kroon, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 september 2011.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

ii Getuige [ex-vriendin van koper 1], p. 1013 tot en met 1019.

iii CIE-informatie, p. 1006 tot en met 1009.

iv Doorzoeking, p. 1010.

v Kennisgeving van inbeslagneming p. 1115 en 1116.

vi Een geschrift, zijnde een kopie van een NFI-rapport.

vii Doorzoeking, p. 1012.

viii Wapenrapport p. 1128, 1130 en 1131.

ix Doorzoeking, p. 1011.

x Doorzoeking, p. 1012.

xi Verklaring van verdachte [zus van verdachte] ter terechtzitting d.d. 13 september 2011.

xii Aanhouding p. 104 en 204.

xiii Verklaring van verdachte [verdachte] en [zus van verdachte] ter terechtzitting d.d. 13 september 2011.

xiv Verhoor getuige p. 1041 en verklaring van getuige, afgelegd bij de rechter-commissaris op 23 augustus 2011.

xv Verhoor getuige p. 1042.

xvi Verklaring van getuige, afgelegd bij de rechter-commissaris op 23 augustus 2011.

xvii Verhoor getuige p. 1042

xviii Verhoor getuige p. 1043.

xix Verhoor getuige p. 1081.

xx Verhoor getuige p. 1082.

xxi Verhoor getuige p. 1088.

xxii Verhoor getuige p. 1089.

xxiii Verhoor getuige p. 1094.

xxiv Verklaring van verdachte [verdachte], p. 1103.

xxv Verklaring van verdachte [verdachte], p. 1067 en 1068.

xxvi Verklaring van verdachte [zus van verdachte], p. 1107.

xxvii Verklaring van verdachte [zus van verdachte] ter terechtzitting van 13 september 2011.

xxviii Verklaring van verdachte [zus van verdachte], p. 1076.