Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BT6533

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-08-2011
Datum publicatie
04-10-2011
Zaaknummer
13/650648-11 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft het slachtoffer drie maal in het bovenlichaam gestoken met een mes. Poging tot doodslag. Verdachte is volledig ontoerekeningsvatbaar. De rechtbank gelast dat verdachte voor de termijn van één (1) jaar in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/650648-11 (Promis)

Datum uitspraak: 4 augustus 2011

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [1958],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] [woonplaats], gedetineerd in het Huis van Bewaring “Het Schouw” te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juli 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A. Oswald en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. E. Karl naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 18 april 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], in elk

geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven met dat opzet die [slachtoffer] met een

mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp drie, althans een of meer keer

in het (boven)lichaam, te weten in de (linker)zij (ongeveer 10 centimeter onder

de hartstreek) en/of de schouder en/of de hand, heeft gestoken;

Artikel 287 juncto 45 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

hij op of omstreeks 18 april 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], in elk

geval in Nederland, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (drie,

althans een of meer steekwond(en) en/of litteken(s) en/of blijvende

ontsieringen), heeft toegebracht, door voornoemde [slachtoffer] met dat opzet met een

mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp drie, althans een of meer keer

in het (boven)lichaam, te weten in de (linker)zij (ongeveer 10 centimeter onder

de hartstreek) en/of de schouder en/of de hand, te steken;

Artikel 302 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 18 april 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], in elk

geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp drie,

althans een of meer keer in het (boven)lichaam, te weten in de (linker)zij

(ongeveer 10 centimeter onder de hartstreek) en/of de schouder en/of de hand,

heeft gestoken;

Artikel 302 juncto 45 Wetboek van Strafrecht

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde, poging tot doodslag, wettig en overtuigend bewezen op grond van het proces-verbaal van bevindingen, de bekennende verklaring van verdachte en de verklaring van het slachtoffer. Uit deze bewijsmiddelen blijkt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag.

Verdachte heeft het slachtoffer driemaal gestoken met een groot mes, waarvan eenmaal net onder zijn hartstreek. Hierdoor heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zou overlijden. Dat verdachte het besef heeft gehad van wat hij heeft gedaan blijkt ook uit het feit dat hij zelf na het neersteken van het slachtoffer, de ambulance heeft gebeld.

3.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft in haar op schrift gestelde pleitnota – kort samengevat – aangevoerd dat hoewel verdachte zegt dat hij het slachtoffer niet wilde doden, door middel van de voorwaardelijk-opzetconstructie het primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan op de hierna opgegeven bewijsmiddelen en de ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring van verdachte zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

1. Een proces-verbaal met nummer 2011097537-4 van 18 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], inhoudende de verklaring van verbalisanten (doorgenummerde pag. 01 e.v.).

2. Een proces-verbaal met nummer 2011097537-9 van 19 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4], inhoudende verklaring van de getuige [slachtoffer] (doorgenummerde pag. 20 e.v.).

3. Een proces-verbaal van de terechtzitting van 21 juli 2011, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte. De verdachte heeft verklaard, zakelijk weergegeven:

“Ik was heel erg boos en toen heb ik [slachtoffer] met een mes gestoken. De officier van justitie toont mij het mes op pagina 33 en 34 en vraagt mij of ik dit mes herken. Ik kan u vertellen dat dat het mes is waarmee ik de heer [slachtoffer] heb gestoken.”

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 18 april 2011 te [plaats], gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven met dat opzet die [slachtoffer] met een mes, drie keer in het bovenlichaam, te weten in de linkerzij (ongeveer 10 centimeter onder de hartstreek) en de schouder en de hand, heeft gestoken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is niet strafbaar.

Daartoe overweegt de rechtbank het volgende:

In het Pro Justitia rapport van 15 juni 2011, opgesteld door psychiater G.E.A. de Waard alsmede in het Pro Justitia rapport van 1 juni 2011, opgesteld door psycholoog D. Breuker wordt geconcludeerd dat bij verdachte sprake is schizofrenie van het paranoïde type. Schizofrenie is een chronische aandoening, waarbij met zekerheid gesteld kan worden dat dit ziektebeeld op het moment van het ten laste gelegde eveneens aanwezig was. Tevens blijkt uit het onderzoek dat ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde sprake was van paranoïde wanen en akoestische hallucinaties. Het denken, voelen en handelen van verdachte werd op dat moment volledig bepaald door zijn psychose. Verdachte is overtuigd van zijn ideeën dat hij achtervolgd wordt vanuit Afrika en dat zijn familie het slachtoffer achter hem aan heeft gestuurd. De kans op recidive is aanwezig, wanneer verdachte zich opnieuw door stemmen en paranoïde wanen uitgedaagd voelt. De kans op recidive wordt vergroot doordat het ziektebesef gering is. Daarnaast wordt de kans op recidive vergroot door de uitgebreide sociale problematiek. Verdachte heeft geen dagbesteding, geen sociaal netwerk en heeft voorts financiële problemen. Ook wordt middelengebruik door verdachte niet uitgesloten. Het is aannemelijk dat de uigebreide sociale problemen tot spanningsklachten en algehele onvrede leiden, wat van negatieve invloed kan zijn op de psychotische stoornis.

Geadviseerd wordt om verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren voor het ten laste gelegde.

De deskundigen adviseren een klinische behandeling in een Forensisch Psychiatrisch Afdeling (FPA) met als doel medicamenteuze behandeling van de psychose en begeleiding bij de sociale problemen. Vanuit de FPA kan toegewerkt worden naar een reguliere GGZ-afdeling voor verdere rehabilitatie en stabilisatie.

De rechtbank neemt deze conclusie over en volgt dit advies.

Het bewezen geachte kan verdachte wegens een ziekelijke stoornis niet worden toegerekend. Verdachte dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7. Motivering van de maatregelen

7.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en zal worden geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één (1) jaar. Ten aanzien van de in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie gevorderd dat het mes waarmee verdachte heeft gestoken dient te worden onttrokken aan het verkeer en het overhemd van verdachte dient te worden teruggegeven aan verdachte.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte zich kan vinden in de toepassing van de maatregel ex artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht na te noemen maatregel op zijn plaats, aangezien de verdachte gevaarlijk is voor zichzelf en voor anderen. Dit oordeel is onder meer gebaseerd op de ernst van het bewezen geachte feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte, zoals deze uit de rapportage naar voren komt en ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte dient op grond van het vorenstaande voor een termijn van één (1) jaar in een psychiatrisch ziekenhuis te worden geplaatst.

Onttrekking aan het verkeer

Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 1.00 STK Mes

KEUKENMES mes

4047363,

dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot dit voorwerp het bewezen geachte is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Onttrekking aan het verkeer

Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:

2 1.00 STK Overhemd Kl:Blauw

GERUIT OVERHEMD

4047364.blauw geruit overhemd,

dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien dit voorwerp geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen en dit voorwerp van zodanige aard is – het overhemd is van bloed doordrenkt – dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 37, 45, 287 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Poging tot doodslag

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

Gelast dat verdachte voor de termijn van één (1) jaar in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1 1.00 STK Mes

KEUKENMES mes

4047363.

1.00 STK Overhemd Kl:Blauw

GERUIT OVERHEMD

4047364.blauw geruit overhemd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.M. van der Nat, voorzitter,

mrs. Sj.A. Rullmann en C.S. Schoorl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. Khattou, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 augustus 2011.