Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BT2659

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
27-09-2011
Zaaknummer
AWB 11-2559 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om postadres is geen besluit. Afwijzing verzoek om postadres niet op rechtsgevolg gericht. Geen gevolgen verbonden aan het niet hebben van postadres voor toekenning recht op bijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/2559 WWB

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer op 31 augustus 2011 in de zaak tussen

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. J.S. Vlieger,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. J.M. Boegborn.

Zitting hebben:

mr. R. Raat, rechter,

mr. R.M.N. van den Hazel, griffier.

Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij meegedeeld dat partijen binnen zes weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

Bij brief van 24 maart 2011 heeft verweerder het verzoek van eiser om toestemming voor het gebruik van een postadres afgewezen.

Bij besluit van 8 april 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de afwijzing van het verzoek om een postadres geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

Volgens een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (Raad) van 15 december 2009 (te vinden op www.rechtspraak.nl, met LJ-nummer BK7220) is een reactie van verweerder op een verzoek om een postadres als zodanig niet op zelfstandig rechtsgevolg gericht en daarom niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De Raad heeft daarbij echter opgemerkt dat wanneer verweerder ertoe zou overgaan aan het al dan niet beschikken over een postadres gevolgen voor de verlening van bijstand te verbinden, de daartoe strekkende beslissing wel gericht zou zijn op rechtsgevolg.

In verweerders brief van 24 maart 2011 staat: “U heeft geen recht op een bijstandsuitkering. Het recht op het gebruik van een postadres is uitsluitend toegestaan aan personen met een bijstandsuitkering”. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder nader toegelicht dat verweerder uitsluitend een postadres toekent aan personen die recht op bijstand hebben of die mogelijk voor bijstandverlening in aanmerking komen en van wie verweerder een aanvraag om bijstand heeft ontvangen. Hangende de aanvraagprocedure krijgen die personen in voorkomende gevallen een postadres.

Anders dan eiser onder verwijzing naar een uitspraak van deze rechtbank van 2 maart 2011 (te vinden op www.rechtspraak.nl, met LJ-nummer BQ5247) stelt, is de rechtbank van oordeel dat verweerder met de brief van 24 maart 2011 aan het al dan niet beschikken over een postadres geen gevolgen heeft verbonden voor de verlening van bijstand. Uit de brief van 24 maart 2011 blijkt dat verweerder het verzoek van eiser om een postadres heeft afgewezen, omdat eiser geen recht op bijstand heeft. De omgekeerde situatie doet zich niet voor. Uit de stukken blijkt dat verweerder eisers aanvraag om bijstand buiten behandeling heeft gesteld, omdat eiser niet alle voor de beoordeling van het recht op bijstand benodigde stukken heeft overgelegd. Niet omdat eiser niet over een postadres beschikt.

Gelet hierop is verweerders afwijzing van het verzoek om een postadres niet op rechtsgevolg gericht en is het dus geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Verweerder heeft het bezwaar van eiser daartegen dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten of vergoeding van het griffierecht.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB