Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BT2583

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
26-09-2011
Zaaknummer
469075 - HA ZA 10-2830
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatig handelen taxateur op grond van onjuiste taxatie? Benoeming deskundige, derdenwerking exoneratieclausule

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 469075 / HA ZA 10-2830

Vonnis van 31 augustus 2011

in de zaak van

de naamloze vennootschap

SNS BANK N.V., voorheen BLG HYPOTHEEKBANK N.V.,

gevestigd te Geleen,

eiseres,

advocaat mr. M. Ris te Utrecht,

tegen

1. [A],

wonende te --,

gedaagde,

advocaat mr. W.F. Roelink te Hoofddorp,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEW SALES REAL ESTATE B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

gedaagde,

niet verschenen.

Eiseres zal hierna SNS worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk [A] c.s. genoemd worden en ieder afzonderlijk [A] respectievelijk New Sales.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 juni 2011, met producties,

- de conclusie van antwoord zijdens [A],

- het verlenen van verstek tegen New Sales,

- het tussenvonnis van 17 november 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie van 27 januari 2011, waarin de zaak naar de rol is verwezen voor akte uitlaten productie aan de zijde van [A], en in het proces-verbaal genoemde stukken,

- de akte niet dienen, verleend ter rolzitting van 2 maart 2011 aan [A],

- het verzoek van 29 maart 2011 aan de zijde van [A] om alsnog een akte uitlaten productie te mogen nemen en de beslissing van de rolrechter om deze akte niet toe te staan,

- de akte overleggen productie zijdens SNS,

- de akte niet dienen, verleend ter rolzitting van 13 april 2011 aan [A].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 18 juli 2001 heeft [A], in het kader van zijn dienstbetrekking bij [A] Makelaars B.V., een taxatierapport (hierna: het taxatierapport) opgesteld betreffende een kavel grond met een nog daarop te bouwen opstal, kadastraal bekend gemeente [plaats] sectie [--] nummer [--] (hierna: het perceel). Het taxatierapport luidt, voor zover van belang:

“(…)

Opdrachtgever(s) Mevrouw [B]

(…)

Opdracht namens opdrachtgever n.v.t.

verstrekt door

Opdracht is verstrekt aan: [A] Makelaars b.v.

(…)

Datum opname en inspectie: 18-07-2001

(…)

C. DOEL VAN DE TAXATIE

De taxatie is bedoeld om inzicht te verstrekken in de waarde van het object ten behoeve van:

1 een beoordeling van een aanvraag

(hypothecaire) geldlening bij nader te bepalen Nederlandse financieringsinstelling

(…)

D. WAARDERING

Het object is per opnamedatum getaxeerd op

- onderhandse verkoopwaarde vrij NLG 1.725.000,00 EURO 782.770,87

van huur en gebruik in huidige staat

Zegge een miljoen zevenhonderdvijfentwintigduizend gulden

executiewaarde vrij van huur NLG 1.525.000,00 EURO 692.014,83

en gebruik in huidige staat

Zegge een miljoen vijfhonderdvijfentwintigduizend gulden

(…)

E. VERANTWOORDING EN AANSPRAKELIJKHEID

1. Voorwaarden

Op deze taxatie zijn van toepassing De Voorwaarden NVM 2000

2. Aansprakelijkheid

De taxatie is uitsluitend bestemd voor genoemd doel en genoemde opdrachtgever Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard voor enig ander gebruik of gebruik door anderen dan de opdrachtgever en (financiële) instellingen voorzover deze met name onder A en C zijn genoemd. Indien onder C geen instellingen zijn vermeld beperkt de aansprakelijkheid zich tot de opdrachtgever en de financiële instelling die op basis van dit rapport het object heeft gefinancierd.

(…)

G. PRIVAATRECHTELIJKE ASPECTEN

(…)

2. Kadastrale omschrijving object

a. Het perceel / perceel met opstal(len), Gemeente Sektie Nummer Grootte

kadastraal bekend: [plaats] [--] [--] ged. 27,50 are ged.

(…)

N. NIEUWBOUW, VERBOUW, VERBETERING

1. Er is sprake van:

a. een in aanbouw zijnd pand: Ja

(…)

2. De belangrijkste werkzaamheden: De bouw moet nog een aanvang nemen

(…)

4. Het bedrag dat de betrokkene (nog)

aan de werkzaamheden denkt te

besteden: NLG 800.000,00 EURO 363.024,17

(…)

P. BIJLAGEN

De kavelwaarde bedraagt f 900.000,--

(…)”

2.2. Artikel 3 van de bij het taxatierapport gevoegde algemene leveringsvoorwaarden der Vereniging van Register Vastgoed Taxateurs (RVT) luidt, voor zover van belang:

“(…)

3. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van deze leden wordt uitbetaald, vermeerderd met het bedrag van het onder de verzekering toepasselijk eigen risico dat volgens de voorwaarden van de primaire polis niet ten laste van de verzekeraar is

(…)”

2.3. Bij akte van 20 augustus 2001 heeft SNS aan mevrouw [B] (hierna: [B]) een geldlening verstrekt tot een bedrag van NLG 900.000,00 (EUR 408.402,19). Tot zekerheid van terugbetaling van deze geldlening is ten gunste van SNS tot het (totaal)bedrag van NLG 1.305.000,00 (EUR 592.183,18) een recht van eerste hypotheek verleend op het woonhuis met erf aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--] (hierna: het onderpand).

2.4. Bij akte van 15 maart 2002 heeft SNS aan [B] een geldlening verstrekt tot een bedrag van EUR 110.000,00. Tot zekerheid van terugbetaling van deze geldlening is ten gunste van SNS tot het (totaal)bedrag van EUR 398.750,00 een recht van tweede hypotheek verleend op het onderpand.

2.5. [B] heeft verzuimd om (tijdig) aan haar betalingsverplichting te voldoen, hetgeen heeft geleid tot een betalingsachterstand.

2.6. SNS heeft ten behoeve van uitwinning van het onderpand een (her)taxatie laten uitvoeren door makelaar [C] (hierna: de hertaxatie). Bij brief van 27 mei 2008 heeft [C] SNS als volgt bericht, voor zover van belang:

“(…)

Ik stel de waarde per heden dan ook als volgt vast:

A) Onderhandse verkoopwaarde: € 365.000,--

B) Executiewaarde: € 310.000,--

(…)”

2.7. Bij brief van 22 juli 2009 heeft [C] SNS als volgt bericht, voor zover van belang:

“(…)

Uitgaande van de perceelsgrootte van 17 are 58 ca. en rekeninghoudend met ligging en alle op de waarde betrekking hebbende factoren ken ik aan de grond van het object per 2001 een waarde toe van € 100.000,--.

Aangezien de waardedatum terug in de tijd is, dient u dit bedrag te zien als een circa bedrag.

(…)”

2.8. SNS heeft een tweede hertaxatie laten uitvoeren door de heer [D]. Bij brief van 22 juli 2009 heeft [D] SNS als volgt bericht, voor zover van belang:

“(…)

Naar aanleiding van uw schriftelijk verzoek d.d. 22 juni 2009 inzake een perceel grond gelegen aan bovengenoemd adres, kadastraal bekend als gemeente [plaats], sectie [--], nummer [--] (gedeeltelijk), groot 17 are 58 centiare, kunnen wij u het navolgende bevestigen.

Om tot een reële waardering van het perceel in 2001 te komen, hebben wij niet alleen ons geheugen, maar ook ons archief geraadpleegd. Rekening houdende met de ligging van het perceel, de afmetingen en andere van belang zijnde factoren, waarderen wij genoemd perceel als volgt:

Onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in 2001 € 100.000,-- (zegge: eenhonderdduizend euro).

Onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik in 2007 € 180.000,-- (zegge: eenhonderdtachtigduizend euro).

(…)”

2.9. Het onderpand is in juli 2008 geveild. De veilingopbrengst bedroeg EUR 316.000,00.

3. Het geschil

3.1. SNS vordert, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van [A] c.s. tot betaling van EUR 236.611,59 in hoofdsom alsmede EUR 1.250,00 aan door SNS gemaakte onderzoekskosten, te vermeerderen met rente en kosten.

3.2. SNS stelt dat [A] niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend taxateur betaamt en dat zij daardoor schade heeft geleden, waarvoor [A] aansprakelijk is. New Sales is volgens SNS aansprakelijk voor de onrechtmatige daad van [A], omdat het onrechtmatige handelen van [A] heeft plaatsgevonden in de uitoefening van zijn werkzaamheden in dienst dan wel in opdracht van New Sales.

3.3. [A] voert verweer. New Sales, tegen wie verstek is verleend, is niet verschenen.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vooropgesteld wordt dat het vonnis in deze procedure, gelet op het bepaalde in artikel 140 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), ook ten aanzien van de niet verschenen gedaagde New Sales als een vonnis op tegenspraak zal worden beschouwd. De vordering jegens New Sales ligt in beginsel voor toewijzing gereed, tenzij deze onrechtmatig of ongegrond voorkomt. SNS heeft onbetwist gesteld dat New Sales voorheen handelde onder de handelsnaam [A] Makelaars B.V., zodat de rechtbank dit als vaststaand aanneemt. Aangezien SNS stelt dat New Sales kwalitatief aansprakelijk is voor de schade ontstaan door onrechtmatig handelen van [A], is de vraag of de vordering jegens New Sales toewijsbaar is (mede) afhankelijk van de beoordeling van het door [A] gevoerde verweer. De rechtbank zal dan ook eerst het geschil tussen SNS en [A] beoordelen, waarna de vordering jegens New Sales aan de orde zal komen.

4.2. [A], die woonachtig is in België, heeft in zijn conclusie van antwoord te kennen gegeven zich niet te beroepen op de onbevoegdheid van de rechtbank Amsterdam. Gelet op het bepaalde in artikel 24 Verordening (EG) nr. 44.2001 en artikel 110 Rv is de Nederlandse rechter, in casu deze rechtbank, bevoegd van de onderhavige vordering jegens [A] kennis te nemen.

4.3. Ter beoordeling ligt voor de vraag of [A] als taxateur onrechtmatig jegens SNS heeft gehandeld. Bij die beoordeling is, anders dan [A] betoogt, niet relevant dat het taxatierapport New Sales als opdrachtnemer vermeldt. Vast staat immers dat [A] de taxatiewerkzaamheden heeft uitgevoerd. [A] diende als taxateur bij de uitvoering van zijn werkzaamheden de zorgvuldigheid in acht te nemen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Indien [A] dit niet heeft gedaan, heeft hij onrechtmatig gehandeld en is hij aansprakelijk voor de schade die SNS daardoor heeft geleden. Aangezien [A] wist dat het taxatierapport zou worden gebruikt om financiering te verkrijgen, geldt deze zorgvuldigheidsplicht niet alleen jegens zijn opdrachtgever, maar ook jegens SNS.

4.4. SNS stelt dat [A] niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot betaamt. SNS verwijt [A] dat hij ten onrechte de grootte van het perceel heeft vastgesteld op 27,5 are en dat hij de waarde van het perceel onjuist heeft vastgesteld. Volgens SNS blijkt uit de door haar overgelegde kadastrale gegevens en het overzicht van leveringen van het perceel dat de grootte daarvan 17,5 are was. Uit de hertaxaties (zie 2.7. en 2.8.) blijkt volgens SNS dat de waarde van het perceel in 2001 niet NLG 900.000,00 (omgerekend: EUR 408.402,19) was, zoals het taxatierapport vermeldt, maar EUR 100.000,00. Volgens SNS heeft zij de leningen verstrekt (mede) op basis van de omstandigheid dat de taxatiewaarde van het onderpand hoger was dan de omvang van de gevraagde lening. SNS stelt dat, indien [A] de juiste waarde van de het perceel had getaxeerd en – naar de rechtbank begrijpt – daardoor de juiste waarde van het onderpand, zij de hypothecaire lening van in totaal EUR 518.402,19 niet aan [B] zou hebben verstrekt. De door SNS geleden schade, te weten de resterende restschuld en achterstand in rentebetalingen, zou zich dan niet hebben voorgedaan, aldus SNS.

4.5. [A] betwist onrechtmatig jegens SNS te hebben gehandeld. Van een onjuiste taxatie is volgens hem geen sprake. [A] voert aan dat hij heeft voldaan aan de verstrekte opdracht, namelijk taxatie van de opstallen tezamen met het perceel grond met een oppervlakte zoals in het taxatierapport vermeld. De oppervlakte van 27,5 are blijkt volgens [A] ook uit het door hem geraadpleegd kadaster. [A] betwist de juistheid van de hertaxatie van [C], met name dat de waarde van het perceel grond in 2001 EUR 100.000,00 was.

4.6. Kern van het onderhavige geschil is of een redelijk bekwaam en redelijk handelend taxateur op 18 juli 2001 de waarde van het perceel en onderpand heeft kunnen taxeren op de in het taxatierapport opgenomen waardes. Vooropgesteld wordt dat de door SNS overgelegde hertaxaties naar het oordeel van de rechtbank, gezien de betwisting door [A], onvoldoende inzicht geven in de wijze en grondslag waarop de daarin neergelegde waardering van het perceel tot stand is gekomen.

4.7. Ten aanzien van de stelling van SNS dat [A] de grootte van het perceel ten onrechte op 27,5 are heeft vastgesteld, overweegt de rechtbank als volgt. Vast staat dat [A] het perceel in 2001 heeft getaxeerd, uitgaande van een grootte daarvan van 27,5 are. Indien de grootte van het perceel in 2001 niet 27,5 are maar 17,5 are was, zoals SNS stelt, dan is dat een indicatie voor de juistheid van de stelling van SNS dat [A] de waarde van het perceel in 2001 aanzienlijk te hoog heeft getaxeerd. Echter de rechtbank acht de door SNS overgelegde kadastrale gegevens onvoldoende om vast te stellen dat het perceel grond in 2001 17,5 are was. De overgelegde kadastrale gegevens betreffen immers de toestand van het perceel in 2011 respectievelijk 1984, niet de toestand van het perceel in 2001. Bovendien ziet het geschil in de kern op de waarde van het perceel in 2001 (en het gevolg daarvan voor de waarde van het onderpand) en die waarde wordt niet enkel bepaald door de grootte van het perceel.

4.8. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een onderzoek door een onafhankelijke deskundige noodzakelijk ter beantwoording van de vraag wat in 2001 de waarde van het perceel en de waarde van het onderpand was. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de (mogelijke) benoeming van een deskundige en de in dat kader te stellen vragen. [A] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt, SNS heeft bij akte uitlaten producties een voorstel voor de te stellen vragen gedaan.

4.9. Nu partijen geen voorstel hebben gedaan voor een te benoemen deskundige, heeft de rechtbank als deskundige aangezocht de heer ing. F. Nijpjes van kantoor Rentmeester F. Nijpjes. De heer Nijpjes heeft desgevraagd aan de rechtbank te kennen gegeven bereid te zijn het onderzoek te verrichten en vrij te staan ten aanzien van partijen.

4.10. Ten aanzien van de aan de deskundige te stellen vragen geldt het volgende. De rechtbank acht van belang dat, naast de door SNS gestelde vragen, de deskundige zijn oordeel geeft over de waarde van het onderpand. Naar de rechtbank begrijpt stelt SNS immers dat zij (mede) op basis van die waarde (waarvan de waarde van het perceel onderdeel uitmaakt) is overgegaan tot het verstrekken van de onder 2.4. en 2.5. genoemde leningen. De rechtbank ziet echter geen aanleiding de deskundige te vragen zijn rapportage in te richten conform het model taxatierapport uit november 2002, zoals door SNS voorgesteld. De rechtbank gaat ervan uit dat de deskundige zijn taxatierapport zal inrichten op de wijze die voldoet aan de daarvoor geldende normen.

4.11. Met inachtneming van het voorgaande, zullen aan de deskundige de volgende vragen worden gesteld:

1. Wat was op 18 juli 2001 de grootte van het perceel aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--]?

2. Wat was op 18 juli 2001 de grondwaarde van het perceel aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--]?

3. Wat was op 18 juli 2001 de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik van het perceel en de (destijds nog te bouwen) opstal aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--]?

4. Wat was op 18 juli 2001 de executiewaarde vrij van huur en gebruik van het perceel en de (destijds nog te bouwen) opstal aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--]?

5. Wilt u in uw taxatierapport motiveren op welke wijze u de door u vastgestelde waardes heeft vastgesteld en, wanneer u gebruik hebt gemaakt van objectvergelijking, ook de door u gebruikte referentiepanden in uw rapportage vermelden?

6. Welke marge wordt normaliter gehanteerd voor de toelaatbare afwijking van de taxatiewaarde ten opzichte van de werkelijke waarde van een onroerende zaak, in die zin dat nog van een reële taxatie kan worden gesproken?

7. Geeft uw onderzoek u – binnen het kader van uw deskundigheid – nog aanleiding tot het maken van andere opmerkingen die voor de beoordeling van het geschil van belang kunnen zijn?

4.12. SNS zal als de eisende partij gezien artikel 195 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in afwachting van de eindbeslissing een voorschot ter zake van de kosten van de deskundige aan de griffier van deze rechtbank dienen te betalen, welk voorschot zal worden vastgesteld op het door de deskundige te bepalen bedrag, tenzij binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffier aan partijen, waarbij een kopie van de voorschotnota van de deskundige wordt doorgezonden, schriftelijk bezwaar tegen het voorschot ter griffie is ingekomen. In laatstgenoemd geval zal de rechtbank nader beslissen over de begroting van het voorschot.

4.13. De beslissing met betrekking tot de betaling van het voorschot wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.14. In de brief van de griffier waarmee de voorschotnota aan partijen wordt doorgezonden, zal de termijn voor de voldoening van het voorschot worden gesteld op twee weken. Als het voorschot niet binnen de gestelde termijn is betaald, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

4.15. De deskundige dient niet met het onderzoek te beginnen voordat de rechtbank schriftelijk aan de deskundige heeft laten weten dat het voorschot ter griffie is ontvangen en het onderzoek kan beginnen.

4.16. De deskundige zal het onderzoek zelfstandig dienen te verrichten. Daarbij moet de deskundige partijen in de gelegenheid stellen om opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Uit het deskundigenbericht moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Tevens zal in het deskundigenbericht melding dienen te worden gemaakt van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken van partijen. Indien een partij schriftelijk opmerkingen aan de deskundige doet toekomen, verstrekt deze partij daarvan terstond een afschrift aan de wederpartij. De opmerkingen en verzoeken van partijen na afloop van het onderzoek kunnen niet ertoe strekken dat een partij die het niet eens is met een onderdeel van het deskundigenbericht, in discussie treedt met de deskundige. Die discussie hoort thuis in het verdere partijdebat bij de rechtbank.

4.17. Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek van de deskundige. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht.

4.18. Bij conclusie na deskundigenbericht zullen partijen op het deskundigenbericht kunnen reageren.

4.19. Indien de rechtbank naar aanleiding van het deskundigenbericht tot het oordeel komt dat [A] niet heeft gehandeld als van een redelijk bekwaam en redelijk handelend taxateur mag worden verwacht, dan is [A] jegens SNS aansprakelijk voor de schade die SNS daardoor heeft geleden. [A] betwist de stelling van SNS dat zij geen lening van in totaal EUR 518.402,19 aan [B] zou hebben verstrekt indien de waarde van het onderpand in 2001 lager zou zijn vastgesteld. Ten aanzien hiervan overweegt de rechtbank reeds thans dat het een feit van algemene bekendheid is dat de waarde van het onroerend goed dat verhypothekeerd wordt, naast de financiële positie van de geldnemer, één van de doorslaggevende factoren is die bepaalt of een geldverstrekker bereid is de verzochte hypothecaire geldlening te verstrekken. SNS heeft verder onbetwist gesteld dat het beleid van de bank is dat nooit meer wordt verstrekt aan lening dan 125 procent van de executiewaarde van het onroerend goed dat verhypothekeerd wordt. Indien de hoogte van de lening meer bedraagt dan 125 procent van de werkelijke executiewaarde van het onderpand in 2001, acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat SNS de lening niet zou hebben verstrekt indien het taxatierapport de juiste waarde had weergegeven.

4.20. Wat betreft de omvang van de schade overweegt de rechtbank, voor het geval vast komt te staan dat [A] daarvoor aansprakelijk is, thans reeds als volgt. SNS stelt dat de door haar geleden schade bestaat uit de hoofdsom van de lening en een achterstand in de rentebetalingen, verminderd met de veilingopbrengst van het onderpand. Dit bedrag komt volgens SNS neer op EUR 236.611,59. [A] voert hiertegen aan dat, indien hij aansprakelijk zou zijn voor de door SNS geleden schade, de als gevolg van de onrechtmatige daad toe te rekenen schade niet verder reikt dan het verschil tussen de veilingopbrengst van het onderpand en het bedrag dat [A] in 2001 als waarde had moeten vaststellen.

4.21. De rechtbank overweegt op dut punt als volgt. Indien naar aanleiding van het voorgaande komt vast te staan dat [A] onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van SNS en aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade, zal voor het bepalen van de hoogte van die schade, gezien hetgeen onder 4.19. is overwogen, er van uit moeten worden gegaan dat SNS de lening niet zou hebben verstrekt en de restschuld van [B] niet zou zijn ontstaan, zodat in beginsel het volledig uitstaande bedrag als schade moet worden aangemerkt.

4.22. Voor wat betreft de door SNS gevorderde vergoeding van de door haar intern gemaakte kosten voor onderzoek naar de door [A] uitgevoerde taxatie, volgens SNS EUR1.250,00, geldt het volgende. [A] betwist de kosten voor dit onderzoek en betwist dat deze kosten redelijkerwijs noodzakelijk waren voor het bepalen van de omvang van de schade. In het licht van deze betwisting heeft SNS onvoldoende (nader) onderbouwd op welke werkzaamheden de kosten betrekking hadden en dat de kosten redelijkerwijs noodzakelijk waren ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid. Het door SNS gevorderde bedrag ad EUR 1.250,00 aan intern gemaakte kosten komt dan ook niet voor vergoeding door [A] c.s. in aanmerking.

4.23. [A] beroept zich op de beperking van aansprakelijkheid opgenomen onder 3 in de algemene leveringsvoorwaarden (zie 2.2.). Uitgangspunt is dat contractuele bedingen alleen van kracht zijn tussen partijen bij de overeenkomst. Naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan in bepaalde gevallen evenwel een uitzondering op dit beginsel worden aanvaard in die zin dat een derde een contractueel beding in redelijkheid tegen zich moet laten gelden, maar daartoe zal een voldoende rechtvaardiging moeten bestaan in de aard van het desbetreffende geval. De rechtbank overweegt als volgt. SNS heeft niet betwist dat zij op de hoogte was van de exoneratieclausule. Bij het door SNS als productie 3 overgelegde taxatierapport zijn de algemene leveringsvoorwaarden, waarin de exoneratieclausule is opgenomen, bijgevoegd. SNS moest redelijkerwijs begrijpen dat New Sales ook jegens derden haar aansprakelijkheid heeft willen beperken. Aangezien SNS ten behoeve van de financiering gebruik heeft gemaakt van het taxatierapport en de algemene leveringsvoorwaarden daarvan onderdeel uitmaken, heeft SNS feitelijk de gelding van het exoneratiebeding aanvaard. Aangezien New Sales op grond van het voorgaande jegens SNS een beroep op het exoneratiebeding toekomt, komt dit beroep ingevolge artikel 6:257 BW ook toe aan [A].

4.24. [A] is niet ingegaan op de gevolgen die een geslaagd beroep op de exoneratieclausule volgens hem heeft voor de omvang van zijn (eventuele) schadevergoedingsplicht. [A] zal daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld zich daarover uit te laten, eventueel met stukken onderbouwd, bij conclusie na deskundigenbericht.

4.25. [A] heeft nog aangevoerd dat in de hypotheekakte wel de door de SNS gestelde juiste omvang van het perceel staat. [A] voert aan dat het daarom op de weg van SNS had gelegen om vervolgens actie te ondernemen. De rechtbank begrijpt deze stelling zo dat [A] een beroep doet op eigen schuld van SNS. Nu de juiste omvang van het perceel nog niet vast staat, zal de rechtbank de beslissing op dit punt aanhouden.

4.26. In afwachting van het deskundigenbericht zal de zaak worden verwezen naar de parkeerrol voor conclusies na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen.

4.27. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. beveelt met betrekking tot het in de rechtsoverwegingen 4.6. t/m 4.8. behandelde geschilpunt een deskundigenonderzoek,

5.2. benoemt tot deskundige:

Dhr. ing. F. Nijpjes

Adres: Rentmeester F. Nijpjes

Paarloweg 11

6077 NR Sint Odilienberg

Telefoon: 0475-537070

Fax: 0475-537034

E-mail: rentmeester@nijpjes.nl

Website: http://www.nijpjes.nl

5.3. bepaalt dat aan de deskundige de volgende vragen zullen worden voorgelegd:

1. Wat was op 18 juli 2001 de grootte van het perceel aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--]?

2. Wat was op 18 juli 2001 de grondwaarde van het perceel aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--]?

3. Wat was op 18 juli 2001 de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik van het perceel en de (destijds nog te bouwen) opstal aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--]?

4. Wat was op 18 juli 2001 de executiewaarde vrij van huur en gebruik van het perceel en de (destijds nog te bouwen) opstal aan [adres] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [--] nummer [--]?

5. Wilt u in uw taxatierapport motiveren op welke wijze u de door u vastgestelde waardes heeft vastgesteld en, wanneer u gebruik hebt gemaakt van objectvergelijking, ook de door u gebruikte referentiepanden in uw rapportage vermelden?

6. Welke marge wordt normaliter gehanteerd voor de afwijking van de taxatiewaarde ten opzichte van de werkelijke waarde van een onroerende zaak?

7. Geeft uw onderzoek u – binnen het kader van uw deskundigheid – nog aanleiding tot het maken van andere opmerkingen die voor de beoordeling van het geschil van belang kunnen zijn?

5.4. bepaalt dat door SNS een voorschot ter zake van de kosten van de deskundige ter griffie zal worden gedeponeerd, welk voorschot bij deze wordt bepaald op een door de deskundige op te geven bedrag, tenzij binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffier aan partijen, waarbij een kopie van de voorschotnota van de deskundige wordt doorgezonden, schriftelijk bezwaar tegen het voorschot ter griffie is ingekomen,

5.5. bepaalt dat de deskundige niet met het onderzoek dient te beginnen voordat de griffier schriftelijk aan de deskundige heeft laten weten dat het voorschot ter griffie is ontvangen en het onderzoek kan beginnen,

5.6. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal verrichten en dat dit zal plaatsvinden op een door de deskundige te bepalen plaats en tijd,

5.7. bepaalt dat de deskundige partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat uit zijn schriftelijk bericht moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan en dat daarbij tevens melding zal worden gemaakt van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken van partijen,

5.8. bepaalt dat de partij die schriftelijk opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, daarvan terstond een afschrift aan de wederpartij verstrekt,

5.9. bepaalt dat beide partijen uiterlijk op 14 september 2011 kopieën van de gedingstukken aan de deskundige zullen doen toekomen; kopieën van andere door de deskundige noodzakelijk geachte stukken zullen partijen zo spoedig mogelijk aan de deskundige doen toekomen,

5.10. bepaalt dat het door de deskundige uit te brengen bericht uiterlijk drie maanden na dagtekening van het bericht van de griffier dat het voorschot ter griffie is ontvangen, zal worden ingeleverd ter griffie van deze rechtbank,

5.11. verklaart de beslissing omtrent het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

5.12. verwijst de zaak naar de parkeerrol van 4 april 2012 voor het nemen van conclusies na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen,

5.13. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2011.?