Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6536

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-06-2011
Datum publicatie
01-09-2011
Zaaknummer
AWB 11-2334 WRO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vergunning voor werken in de openbare ruimte Schellingwouderbrug. De werkzaamheden vinden plaats op zowel het grondgebied van stadsdeel Oost als het grondgebied van stadsdeel Noord. Verweerder was niet bevoegd een besluit te nemen over werkzaamheden die plaatsvinden binnen de grenzen van het stadsdeel Noord. Het bestreden besluit wordt dan ook geschorst voorzover het ziet op werkzaamheden op het grondgebied van stadsdeel Noord. Verzoekster heeft de door haar te lijden schade als gevolg van het bestreden besluit onvoldoende aannemelijk gemaakt. Voorts kan niet gezegd worden dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om, waar het de werkzaamheden op het grondgebied van stadsdeel Oost betreft, een voorlopige voorziening te treffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/2334 WRO

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

de besloten vennootschap Landmarkt Amsterdam B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

gemachtigde mr. R. Sieben,

en

het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. H. Pals.

Tevens heeft aan dit geding deelgenomen:

Combinatie KWS-Mercon,

gevestigd te Gorichem,

vergunninghouder.

Procesverloop

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek hangt samen met het door verzoekster ingediende bezwaar tegen het besluit van verweerder van 20 april 2011 (het bestreden besluit).

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 mei 2011.

Verzoekster is vertegenwoordigd door [aanwezige 1], bijgestaan door mr. R. Sieben. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. H. Pals en [aanwezige 2]. Vergunninghouder is vertegenwoordigd door [aanwezige 3], [aanwezige 4] en [aanwezige 5]. Tevens is verschenen de heer [aanwezige 6], werkzaam bij Goudappel Coffeng.

Overwegingen

1. inleidende bepaling

1.1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de daarvoor vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

2. feiten en omstandigheden

2.1. Vergunninghouder heeft op 28 maart 2011 een vergunning voor werken in de openbare ruimte (WIOR-vergunning) aangevraagd voor het onderhoud aan de bovenzijde van de Schellingwouderbrug, de renovatie van het fietspad en de autoweg, het vervangen van de boogbrug en de basculebrug en het vervangen van voetgangerstrappen en leuningen over de gehele brug. De aanvraag is besproken in de Werkgroep Werk in Uitvoering (WWU). De WWU is een overlegorgaan binnen de gemeente Amsterdam, ingesteld op basis van de Verordening werken in de openbare ruimte. De WWU heeft positief geadviseerd over de betreffende aanvraag. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de gevraagde vergunning verleend.

2.2. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Verzoekster stelt - kort samengevat - dat zij door de voorgestelde sluiting van de Schellingwouderbrug in juni en september 2011 onevenredig in haar belangen wordt getroffen, nu haar bezoekers veelal uit IJburg, Amsterdam-Oost en Zeeburg komen en de Schellingwouderbrug één van de belangrijkste verkeersaders is. Door de afsluiting van de Schellingwouderbrug bestaat een gegronde vrees dat de bezoekers niet meer naar verzoekster toe zullen gaan voor hun dagelijkse boodschappen. Verzoekster zal dan ook onevenredig veel schade lijden als gevolg van het bestreden besluit. Verzoekster verwijst voorts naar het advies van Goudappel Coffeng van 12 april 2011, waarin een drietal varianten zijn uitgedacht waarbij het ook in de maanden juni en september mogelijk is om de Schellingwouderbrug open te houden voor regulier verkeer. Verweerder heeft hier bij zijn besluitvorming echter geen rekening mee gehouden. Het bestreden besluit is dan ook onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, aldus verzoekster.

3. bevoegdheid stadsdeel Oost

3.1. Verzoekster heeft allereerst opgeworpen dat verweerder niet bevoegd was het bestreden besluit te nemen, nu de werkzaamheden aan de Schellingswouderbrug plaats zullen vinden op zowel het grondgebied van stadsdeel Oost als op het grondgebied van stadsdeel Noord.

3.2. Ter zitting heeft verweerder gesteld dat binnen de gemeente Amsterdam de informele afspraak bestaat dat wanneer een WIOR-vergunning betrekking heeft op meer dan één stadsdeel, het stadsdeel met de meeste vierkante meters geroerde grond de WIOR-vergunning afgeeft. Het stadsdeel Noord is bekend met het bestreden besluit, nu dit stadsdeel ook een vertegenwoordiger heeft in de hiervoor genoemde WWU.

3.3. De voorzieningenrechter ziet voor een afspraak zoals door verweerder genoemd geen grondslag in de Verordening op de Stadsdelen of in de Verordening Werken in de openbare ruimte. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat verweerder niet bevoegd was een besluit te nemen over werkzaamheden die plaatsvinden binnen de grenzen van het stadsdeel Noord.

3.4. De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat verweerder ter zitting heeft aangegeven dat - in het geval er inderdaad sprake is van een bevoegdheidsgebrek - de aanvraag van vergunninghouder zal worden doorgestuurd naar het stadsdeel Noord en dat het dagelijks bestuur van het stadsdeel Noord op zeer korte termijn alsnog een WIOR-vergunning zal kunnen afgeven voor het gedeelte van de werkzaamheden dat valt binnen haar stadsdeelgrenzen. Dat neemt niet weg dat verweerder niet in staat is om het gebrek in het bestreden besluit te repareren. Op grond hiervan zal de voorzieningenrechter het bestreden besluit schorsen, voor zover dit besluit betrekking heeft op werkzaamheden binnen de grenzen van het stadsdeel Noord en daarom onbevoegd is genomen.

4. inhoudelijke beoordeling

4.1. Het doel van de Verordening werken in de openbare ruimte is het coördineren en structureren van werkzaamheden in de openbare ruimte. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder ten aanzien van de afsluiting van de Schellingwouderbrug geen verkeersbesluit heeft genomen. Verweerder heeft ter zitting betoogd dat dit niet nodig is, nu het gaat om tijdelijke verkeersmaatregelen en hiervoor, gelet op het bepaalde in artikel 35 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, geen verkeersbesluit nodig is.

4.2. De tijdelijke verkeersmaatregelen die in het kader van de werkzaamheden aan de Schgellingwouderbrug zullen worden getroffen zijn:

- afsluiting voor regulier autoverkeer van zaterdag 4 juni 2011 tot en met zondag 26 juni 2011 (23 dagen);

- afsluiting voor regulier autoverkeer van zaterdag 10 september 2011 tot en met zondag 2 oktober 2011 (23 dagen);

-- afsluiting voor alle verkeer in de weekenden van – waarschijnlijk – zaterdag 5 en zondag 6 november 2011 en zaterdag 24 en zondag 25 maart 2012.

.

Het autoverkeer kan tijdens de afsluitingen gebruik maken van de Zeeburgertunnel in de ringweg A10, fietsers en brommers kunnen in de twee weekenden dat de brug geheel afgesloten wordt, via de Oranjesluizen rijden.

4.3. De bevoegdheid tot het nemen van verkeersmaatregelen waar het hier om gaat en die vallen binnen de verleende WIOR-vergunning, kent ruime beoordelingsmarges, waarbinnen het daartoe bevoegde bestuursorgaan de belangen die bij het nemen van een verkeersbesluit zijn betrokken tegen elkaar afweegt. Als uitgangspunt geldt verder dat het treffen van een verkeersmaatregel als een normale maatschappelijke ontwikkeling moet worden beschouwd, waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van de daardoor getroffenen mogen worden gelaten. Dit neemt niet weg dat zich feiten en/of omstandigheden kunnen voordoen, waardoor een individueel belang ten gevolge van een dergelijke maatregel zodanig zwaar wordt getroffen dat een bestuursorgaan, na afweging van de betrokken belangen, niet in redelijkheid tot het treffen van de verkeersmaatregel heeft kunnen overgaan, dan wel het nadeel daarvan niet redelijkerwijs ten laste van de betrokkene dient te blijven. Dat sprake is van dergelijke feiten en omstandigheden dient in beginsel door betrokkene aannemelijk gemaakt te worden.

4.4. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij een jonge onderneming is en sinds april 2011 aan de Schellingwouderdijk een overdekte marktplaats met een eigen concept en produktaanbod heeft. Zij richt zich op de verkoop van versproducten die zoveel mogelijk van boerderijen en producenten in de buurt afkomstig zijn.

4.5. Verzoekster stelt dat zij onevenredig zwaar door de geplande werkzaamheden wordt getroffen en baseert zich daarbij op een advies van Goudappel Coffeng van 12 april 2011 en op een door Lengkeek Expertises uitgevoerde schadeberekening.

4.5. De voorzieningenrechter overweegt dat in het advies van Goudappel Coffeng wordt gesteld dat de bezoekers met name uit IJburg, stadsdeel Oost en Zeeburg komen. Deze stelling is echter niet met feitelijke gegevens onderbouwd. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat hierover enquêtes zijn gehouden, maar deze enquêtes zijn niet overgelegd. Het is dan ook onduidelijk welk percentage bezoekers daadwerkelijk gebruik maakt van de Schellingwouderbrug.

Voorts blijkt uit voornoemd advies dat de omrijdtijd als gevolg van de sluiting van de Schellingwouderbrug ligt tussen de één en drie minuten. Volgens het advies zal de langere afstand door bezoekers als hinderlijk worden ervaren en is de kans aanwezig dat bezoekers weg blijven en op zoek gaan naar een alternatief. Ook deze stelling is niet met feitelijke gegevens onderbouwd.

De door verzoekster overgelegde schadebegroting is voorts gebaseerd op veronderstelde cijfers, zowel wat betreft omzetcijfers als wat betreft de mogelijke gevolgen van de sluiting van de Schellingwouderbrug voor die omzet. Bovendien ziet de schadebegroting niet alleen op verzoekster, maar ook op haar partners.

De voorzieningenrechter is, gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, dan ook van oordeel dat verzoekster de door haar te lijden schade als gevolg van het bestreden besluit onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dat betekent dat verzoekster evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat zij een zodanig onevenredig nadeel lijdt dat op grond daarvan geconcludeerd moet worden dat het bestreden besluit niet evenredig is in verhouding tot het met dit besluit te dienen doel. De voorzieningenrechter overweegt hierbij ten overvloede dat als achteraf blijkt dat verzoekster inderdaad schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit, zij een verzoek om nadeelcompensatie kan indienen bij verweerder.

4.6.. De voorzieningenrechter is voorts, anders dan verzoekster, van oordeel dat niet gezegd kan worden dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid. Uit de notulen van de vergadering van de WWU van 13 april 2011 blijkt dat het belang van verzoekster bij de besluitvorming is meegewogen en dat de door Goudappel Coffeng voorgestelde alternatieven zijn besproken. De voorgestelde alternatieven zijn echter gestuit op bezwaren van onder meer de brandweer en de politie.

4.7.. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter, de belangen tegen elkaar afwegende, geen aanleiding om, waar het de werkzaamheden op het grondgebied van stadsdeel Oost betreft, een voorlopige voorziening te treffen en wijst het verzoek in zoverre dan ook af.

5. De voorzieningenrechter zal verweerder op na te melden wijze in de kosten veroordelen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het bestreden besluit, voor zover dit ziet op werkzaamheden binnen de grenzen van het stadsdeel Noord van de gemeente Amsterdam;

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor het overige af;

- bepaalt dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht van € 302,- vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van € 874,- te betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P. Smit, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van Excel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2011.

de griffier de voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB