Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6266

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-08-2011
Datum publicatie
30-08-2011
Zaaknummer
1160271 CV EXPL 10-20774
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot compensatie voor ondervonden vertraging. Niet is gedagvaard de luchtvaartmaatschappij die de vlucht feitelijk heeft uitgevoerd maar een daarmee in concernverband verbonden luchtvaartmaatschappij. Kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet kwalificeert als "luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert" in de zin van de Verordening (EG) nr. 261/2004. Volgens kantonrechter bestaat geen grond voor vereenzelviging van gedaagde met de luchtvaartmaatschappij die de vlucht feitelijk heeft uitgevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2012/43
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 1160271 CV EXPL 10-20774

Vonnis van: 11 augustus 2011

F.no.: 568

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

1. [eiser 1]

en

2. [eiser 2]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers,

nader gezamenlijk te noemen: [eiser 1 c.s.]

gemachtigde: mr. G.C. Kruyswijk

t e g e n

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

gevestigd te Amstelveen

gedaagde

nader te noemen KLM

gemachtigden: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. A.K. Sjouw

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 21 mei 2010 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 13 augustus 2010;

- de incidentele conclusie tot aanhouding tot na wijzen arrest Hof van Justitie EU met producties;

- het antwoord op de incidentele conclusie;

- het vonnis in het incident van 26 november 2010;

- de conclusie van repliek met producties;

- de conclusie van dupliek met producties;

- de akte waarin [eiser 1 c.s.] heeft gereageerd op die laatste producties.

Vervolgens is pleidooi bepaald. Het pleidooi heeft op 5 juli 2011 plaatsgevonden, gelijktijdig met de pleidooien in de zaken met nummers CV 10-17816, CV 10-20774, CV 10-28638 en CV 10-18367. Bij deze gelegenheid is [eiser 2] verschenen. Voor KLM zijn [aanwezige 1] en [aanwezige 2] verschenen, bijgestaan door mr. J.D. van de Meent. Beide partijen hebben producties en een pleitnota overgelegd. [eiser 1 c.s.] heeft tevens een akte wijzing van eis ingediend.

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

feiten en omstandigheden

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:

a. [eiser 1 c.s.] heeft via het World Ticket Center twee vliegtickets gekocht voor een (retour)vlucht van Amsterdam naar Rio de Janeiro.

b. In het e-ticket is als reisschema vermeld:

Flight KLM KL791 Friday, January 01, 2010

Booking Class: Tourist

Departure Schiphol Arpt, Amsterdam Netherlands

Terminal 10:10 (…)

Arrival Guarulhos Arpt, Sao Paulo Brazil

Terminal 1 19:10 (…)

Flight TAM Linhas Aerea JJ8095 Friday, January 01, 2010

Booking Class: Economy

Departure Guarulhos Arpt, Sao Paulo Brazil

Terminal 1 21:40 (…)

Arrival Rio Internacional, Rio De Janeiro Brazil

Terminal 2 22:35 (…)

Flight Air France AF443 Tuesday, January 19, 2010

Booking Class: Economy

Departure Rio Internacional, Rio De Janeiro Brazil

Terminal 1 18:40 (…)

Arrival Charles De Gaulle Intl Arpt, Paris France

Terminal 2e 08:25 (…)

on Wednesday

Flight Air France AF8224 (Operated By KLM ROYAL DUTCH AIRL)

Booking Class: Economy Wednesday, January 20, 2010

Departure Charles De Gaulle Intl Arpt, Paris France

Terminal 2f 09:35 (…)

Arrival Schiphol Arpt, Amsterdam Netherlands

Terminal 10:55 (…)

c. [eiser 1 c.s.] heeft per e-mail vanuit Rio de Janeiro getracht de terugvlucht te bevestigen. De ontvangst van deze e-mail werd bij e-mail van 16 januari 2010 afkomstig van de ‘Serviço Cliënte AIR FRANCE KLM’ bevestigd. De afdeling ‘Customer Care KLM The Netherlands’ heeft [eiser 1 c.s.] hierna bij e-mail van 11 februari 2010 als volgt bericht:

Thank you for your e-mail in which your reconfirm your booking for the flights from Rio the Janeiro to Paris and from Paris to Amsterdam. Please allow me to explain.

First of all our sincere apologies for the delay in answering your reaction. For flights with Air France and KLM it is not necessary to reconfirm your booking anymore.

I trust I have informed you sufficiently.

(…)

d. De terugvlucht van Rio de Janeiro naar Parijs is met een vertraging van meer dan 20 uur vertrokken. [eiser 1 c.s.] heeft hierdoor de aansluitende vlucht van Parijs naar Amsterdam gemist. Hij is uiteindelijk met een vertraging van 21 en 55 minuten in Amsterdam aangekomen.

e. Bij e-mail van 11 februari 2010 heeft [eiser 1 c.s.] nog een reactie ontvangen op de e-mail die hij vanuit Rio de Janeiro had verzonden.

f. Bij brief van 8 maart 2010, gericht ‘Aan de directie van Air France-KLM’, heeft [eiser 1 c.s.] aanspraak gemaakt op betaling van € 1.200,00 aan compensatie op de voet van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). [eiser 1 c.s.] heeft daarbij verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) van 19 november 2009 (hierna: het Sturgeon-arrest).

g. [eiser 1 c.s.] heeft een reactie op deze brief ontvangen van de afdeling ‘Customer Care KLM Nederland’. Deze reactie was gesteld op briefpapier van KLM, met links onder aan de pagina nog de vermelding ‘Air France KLM’ en rechts onder aan de pagina de tekst ‘KLM Nederland vertegenwoordigt tevens: Air France (…)’. In deze brief is vermeld:

Vriendelijk dank voor uw reactie omtrent uw geplande reis met KLM/ Air France van Rio de Janeiro naar Parijs op 19 januari 2010. (…) Namens KLM/ Air France bied ik u voor het geleden ongemak mijn oprechte verontschuldigingen aan.

Vlucht AF0443 was vertraagd en wij stellen ons op het standpunt dat er bij vertragingen volgens de verordening 261/2004 zorg en assistentie moet worden aangeboden, maar geen compensatie hoeft te worden betaald. Dat volgt uit de tekst en de totstandkomings-geschiedenis

Vanzelfsprekend zijn wij bekend met het Sturgeon-arrest van de Vierde Kamer van het Hof van Justitie. Op basis van advies van internationaal gerenommeerde deskundigen stellen wij ons op het standpunt dat dat arrest niet kan worden gevolgd, omdat het ondermeer in strijd is met een eerdere uitspraak van het Hof van Justitie, het Verdrag van Montreal en het rechtszekerheidsbeginsel.

Gelet op het voorgaande wijzen wij uw verzoek om compensatie af.

Uiteraard zal KLM/ Air France wel eventuele directe kosten, zoals maaltijd-, telefoon-, verfrissings- en hotelkosten, (…) U kunt de nota’s van deze kosten (…) via de website (…) of via onderstaand adres naar ons versturen.

KLM Customer Care (…)

h. [eiser 1 c.s.] heeft de hiervoor bedoelde compensatie niet ontvangen.

Vordering

2.1 [eiser 1 c.s.] vordert in deze procedure veroordeling van KLM tot betaling van:

a. € 1.200,00 aan hoofdsom;

b. de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 8 maart 2010 tot aan de voldoening;

c. de proceskosten van [eiser 1 c.s.].

2.2 Volgens [eiser 1 c.s.] is KLM, nu zij zich met Air France steeds als één luchtvaartonderneming presenteert, gehouden om hem op de voet van artikel 7 van de Verordening te compenseren voor de ondervonden vertraging.

2.3 Bij gelegenheid van het pleidooi heeft [eiser 1 c.s.] laten weten de grondslag van zijn vordering te willen wijzigen c.q. aanvullen, in die zin dat hij zich subsidiair (voor het geval geoordeeld zou moeten worden dat KLM niet de vervoerder is) op het standpunt stelt dat sprake is van een onrechtmatige daad van KLM jegens [eiser 1 c.s.], nu KLM misbruik maakt van het identiteitsverschil tussen haarzelf en Air France en daarmee misbruik van (proces-)recht.

Verweer

3.1 KLM voert verweer tegen de vordering van [eiser 1 c.s.]. KLM voert primair aan dat zij niet tot betaling van compensatie is gehouden, omdat zij niet ‘de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert’ is zoals bedoeld in artikel 3 lid 5 van de Verordening.

3.2 Verder voert KLM aan niet tot betaling van compensatie te zijn gehouden, omdat in het onderhavige geval sprake is van vertraging en, anders dan bij instapweigering of annulering, bij vertraging geen recht op compensatie bestaat zoals door [eiser 1 c.s.] bedoeld. Volgens KLM biedt het voormelde Sturgeon-arrest geen adequate basis voor de onderhavige vordering en dient de vordering om deze reden te worden afgewezen.

3.3 Subsidiair dienen volgens KLM prejudiciële vragen te worden gesteld aan het HvJ EU, althans dient de beantwoording van reeds door andere rechterlijke instanties gestelde prejudiciële vragen door het HvJ EU te worden afgewacht. Meer subsidiair voert KLM aan dat de beantwoording van de door deze rechtbank volgens zijn vonnis van 11 mei 2011 te stellen vragen aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad moet worden afgewacht, dan wel het oordeel van het Amsterdamse gerechtshof in een daar lopende beroepsprocedure.

Beoordeling

4.1 KLM heeft bezwaar gemaakt tegen de door [eiser 1 c.s.] bij gelegenheid van het pleidooi naar voren gebrachte wijziging c.q. aanvulling van de grondslag van de eis.

4.2 De kantonrechter volgt KLM in haar bezwaren op dit punt. Doordat [eiser 1 c.s.] de onderhavige wijziging c.q. aanvulling van de grondslag van zijn eis pas bij pleidooi naar voren heeft gebracht, heeft KLM zich hierop niet behoorlijk kunnen voorbereiden. Haar verdediging op dit punt zou hierdoor onredelijk worden bemoeilijkt. Daarbij kan niet gezegd worden, dat [eiser 1 c.s.] niet eerder in de gelegenheid was de onderhavige grondslag van zijn eis naar voren te brengen. De goede procesorde staat er dan ook aan in de weg dat de gewenste wijziging c.q. aanvulling thans nog wordt toegestaan. De stellingen op dit punt van [eiser 1 c.s.] zullen als tardief worden gepasseerd.

4.3 Het voorgaande brengt mee dat thans uitsluitend de vraag aan de orde is, of KLM op grond van de Verordening is gehouden tot betaling van compensatie aan [eiser 1 c.s.] wegens de ondervonden vertraging.

4.4 Artikel 3 van de Verordening bepaalt in dit verband, dat deze van toepassing is op elke “luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert en vervoer aanbiedt aan passagiers als bedoeld in de leden 1 en 2” van dit artikel.

4.5 Onder 7 van de preambule van de Verordening is voorts vermeld:

Om de effectieve toepassing van deze verordening te waarborgen, dienen de bij de verordening gecreëerde verplichtingen op de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert of voornemens is uit te voeren, met eigen danwel inclusief of zonder bemanning geleaste vliegtuigen, of in enige andere vorm.

4.6 Voor de beantwoording van de voormelde vraag is derhalve bepalend, of KLM al dan niet kan worden beschouwd als de “luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert” in de hiervoor bedoelde zin. De vraag moet ontkennend worden beantwoord. Tussen partijen is niet in geschil is dat de vertraging werd geleden doordat vlucht AF443 van Rio de Janeiro naar Parijs aanzienlijk later vertrok dat gepland. Zoals in het e-ticket van [eiser 1 c.s.] vermeld, zou deze vlucht worden uitgevoerd door Air France. De vlucht werd vervolgens - óók volgens de stellingen van [eiser 1 c.s.] - feitelijk (met vertraging) door Air France uitgevoerd. Hieruit volgt dat niet KLM, maar Air France moet worden aangemerkt als de “luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert” zoals hiervoor bedoeld.

4.7 De omstandigheid dat Air France en KLM zich in correspondentie, op hun website en in de media ook gezamenlijk onder de naam “Air France KLM” presenteren, maakt het voorgaande niet anders. Dat Air France en KLM separate rechtspersonen zijn is niet in geschil. Dat daarnaast van een rechtspersoon “Air France KLM” sprake is, is gesteld noch gebleken. Wel staat vast dat KLM en Air France in concernverband met elkaar zijn verbonden. Dit is op zichzelf echter niet voldoende om te kunnen concluderen dat [eiser 1 c.s.] ook jegens KLM aanspraak zou kunnen maken op betaling van de compensatie voor de ondervonden vertraging. Ook overigens geeft de wijze waarop KLM en Air France zich tegenover [eiser 1 c.s.] hebben gepresenteerd geen aanleiding voor een conclusie in deze zin. In ieder geval kan niet gezegd worden dat door KLM danwel Air France op een zodanige wijze verwarring is gewekt over het verschil in identiteit tussen hen beide, dat om deze reden aan dit identiteitsverschil voorbij gegaan zou mogen worden. Aan [eiser 1 c.s.] kan worden toegegeven dat in de correspondentie naar aanleiding van de vlucht niet expliciet is vermeld dat het om een vlucht van Air France gaat. Hiertegenover staat echter dat op het briefpapier van KLM is vermeld dat deze laatste mede Air France vertegenwoordigt. Hetzelfde geldt voor de website van Air France, waarvan door [eiser 1 c.s.] een uitdraai werd overgelegd. Voorts wordt in de brief van 11 februari 2010 uitdrukkelijk gewag gemaakt van flights with Air France and KLM . Van misbruik van (proces)recht kan tegen deze achtergrond niet worden gesproken.

4.8 De slotsom van het voorgaande is dat voor vereenzelviging van KLM met Air France geen grond bestaat. KLM kan niet worden aangemerkt als de “luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert” zoals in de Verordening bedoeld. Dat de Verordening tot doel heeft een hoog niveau van bescherming van passagiers te waarborgen, maakt dit niet anders. [eiser 1 c.s.] had de vordering eenvoudig tegen Air France aanhangig kunnen maken. Zijn vordering wordt daarom afgewezen.

4.9 Bij deze uitkomst van de procedure zal [eiser 1 c.s.] worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van KLM.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. wijst de vordering af;

II. veroordeelt [eiser 1 c.s.] in de proceskosten die aan de zijde van KLM tot op heden begroot worden op € 300,00, inclusief eventueel verschuldigde btw;

III. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. F. van der Hoek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.