Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5471

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
22-08-2011
Zaaknummer
405840 / HA ZA 08-2334
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schadestaatprocedure, schadevaststelling na deskundigenbericht naar aanleiding van onrechtmatige uitzending van het door Tros uitgezonden televisieprogramma Radar op 24 mei 2004

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 405840 / HA ZA 08-2334

Vonnis van 29 juni 2011

in de zaak van

1. de maatschap naar burgerlijk recht

LAKO KENNELS,

gevestigd te Huissen (gemeente Lingewaard),

2. [A],

3. [B],

beiden wonende te --,

eisers,

advocaat: mr. P.A.J.M. Lodestijn,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

TROS,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat: mr. M.A. de Kemp.

Eisers zullen hierna worden aangeduid als Lako Kennels c.s. en afzonderlijk als Lako Kennels, [A] en [B]. Gedaagde zal hierna worden aangeduid als Tros.

1. De verdere procedure

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 oktober 2009, waarbij H.J.M. Bos (hierna: de deskundige) tot deskundige is benoemd;

- het deskundigenbericht, ter griffie ingeleverd bij brief van 22 maart 2010;

- de conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Lako Kennels c.s., met producties;

- de conclusie van antwoord na deskundigenbericht aan de zijde van Tros, met producties;

- de akte houdende uitlating en overlegging producties aan de zijde van Lako Kennels c.s., met producties;

- de antwoordakte uitlating producties aan de zijde van Tros.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Volhard wordt in hetgeen in de tot nog toe gewezen tussenvonnissen is overwogen en geoordeeld.

2.2. In de onderhavige zaak gaat het – kort gezegd – om het volgende. Bij vonnis van deze rechtbank van 17 mei 2006 (320357 / HA ZA 05-2016), in de zaak tussen Lako Kennels c.s. enerzijds en Tros en een medegedaagde anderzijds, is voor recht verklaard dat Tros en de medegedaagde partij aansprakelijk zijn voor de schade die Lako Kennels heeft geleden als gevolg van een onrechtmatige uitzending van het door Tros uitgezonden televisieprogramma Radar op 24 mei 2004, de onrechtmatige publicatie aangaande Lako Kennels op de website van Tros en de schade die het gevolg is van de weigering van Tros tot rectificatie van het een en ander. De zaak is ter begroting van de schade verwezen naar de onderhavige schadestaatprocedure.

Bij tussenvonnis van 8 april 2009 (hierna: het tussenvonnis) is – samengevat – het volgende overwogen. Vaststaat dat er een causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige gedraging van Tros en de door Lako Kennels c.s. gevorderde schade (rechtsoverweging 4.4 tot en met 4.6). Onder schade dient te worden verstaan de vermindering van het bedrijfsresultaat over de diverse jaren (rechtsoverweging 4.8). Dat Lako Kennels na de gewraakte uitzending klanten verloor en dat daarmee de omzet (en uiteindelijk het bedrijfsresultaat) is afgenomen, is het redelijkerwijs te verwachten gevolg van het vermelden van Lako Kennels in de top vijf. Gelet op de causaliteitsmaatstaf van artikel 6:98 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en de in het tussenvonnis vermelde omstandigheden, in hun onderlinge verband bezien, kunnen de afgenomen bedrijfsresultaten in redelijkheid aan het onrechtmatig handelen van Tros worden toegerekend (rechtsoverweging 4.8).

2.3. De hiervoor onder 2.2 vermelde rechtsoverwegingen dienen tot uitgangspunt bij de verdere beoordeling, die thans nog ziet op de vraag naar de omvang van de door Lako Kennels c.s. geleden schade. In het tussenvonnis is hieromtrent overwogen dat Tros gemotiveerd de juistheid heeft betwist van de door Lako Kennels c.s. aan de door hen gevorderde schade ten grondslag gelegde gegevens. Lako Kennels c.s. zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om door middel van een deskundigenbericht hun schade te bewijzen. De deskundige heeft na zijn benoeming onderzoek verricht. Zijn rapport heeft hij in concept aan partijen gezonden. Tros heeft in dat stadium afgezien van het geven van een reactie. Lako Kennels c.s. hebben op het conceptrapport gereageerd. De reactie van Lako Kennels c.s. en de reactie hierop van de deskundige zijn in het deskundigenbericht vermeld.

De deskundige heeft zijn deskundigenbericht bij brief van 22 maart 2010 ter griffie ingeleverd. Partijen hebben vervolgens bij conclusie c.q. antwoordconclusie na deskundigenbericht op het deskundigenbericht gereageerd. Vervolgens hebben zij ieder nog een akte genomen. Op hetgeen door partijen naar voren is gebracht zal, voor zover voor de beoordeling van belang, hierna worden ingegaan.

2.4. Aan de deskundige zijn de volgende vragen ter beantwoording voorgelegd:

“(…)

1. Welke bedrijfsresultaten voor belasting heeft Lako Kennels behaald in de jaren 2004 tot en met 2008?

2. Wat zouden naar uw mening de bedrijfsresultaten van Lako Kennels voor belasting over de jaren 2004 tot en met 2008 zijn geweest bij een normale bedrijfsuitoefening en met inachtneming van de normale bedrijfsrisico’s? Kunt u inzichtelijk maken welke omstandigheden u bij de begroting van het bedrijfsresultaat van belang heeft geacht?

3. Kunt u, uitgaande van een normale bedrijfsuitoefening en met in achtneming van de normale bedrijfsrisico’s en de goede en kwade kansen, een schatting maken van het bedrijfsresultaat van Lako Kennels voor belastingen over de periode 2009 tot en met 2014? Kunt u inzichtelijk maken welke omstandigheden u bij de begroting van het bedrijfsresultaat van belang heeft geacht?

4. Op welk bedrag schat u de schade van Lako Kennels over de periode 2009-2014?

5. Kunt u de schade van Lako Kennels over de periode 2009-2014 kapitaliseren naar 1 januari 2009? Zo niet, kunt u dan vermelden waarom het kapitaliseren naar uw mening niet mogelijk is?

6. Heeft u verder nog opmerkingen die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de zaak?

(…)”

Hierna zal worden ingegaan op de conclusies van de deskundige.

Vraag 1: de werkelijke bedrijfsresultaten over 2004-2008

2.5. De deskundige heeft vraag 1 als volgt beantwoord:

“(…)

De resultaten voor belastingen van Lako [rechtbank: Lako Kennels] blijken uit de opgemaakte jaarrekeningen van de onderneming waarbij door de heer J.H.M. Winkelhorst RA een samenstellingsverklaring is verstrekt. De resultaten kunnen als volgt worden weergegeven:

2004 : € 57.814

2005 : € 8.720

2006 : € 29.115

2007 : € 46.986

2008: € 61.429

(…)”

Partijen hebben tegen deze conclusie van de deskundige geen bezwaren aangevoerd, zodat de rechtbank de conclusie tot de hare maakt.

Vraag 2: de bedrijfsresultaten over 2004-2008 bij een normale bedrijfsuitoefening en met inachtneming van de normale bedrijfsrisico’s

2.6. De deskundige heeft vraag 2 als volgt beantwoord:

“(…)

In bijlage 1 zijn voor de jaren 2002 tot en met 2006 de omzetbedragen per maand weergegeven zoals deze blijken uit het overzicht aangiften omzetbelasting. Hieruit blijkt dat er in 2004 in de periode juni tot en met december een omzetdaling van € 51.894 is gerealiseerd in vergelijking met dezelfde periode in 2003. In de periode januari tot en met mei 2005 is de omzet € 39.153 lager dan in dezelfde periode 2004. Dit betekent dat in de periode van een jaar na de betreffende uitzending op 24 mei 2004 de omzet € 91.047 lager was dan de omzet in het jaar voor de uitzending. In de eerste 5 maanden van 2004 is de omzetdaling ten opzichte van dezelfde periode in 2003 € 5.930, echter de omzet was wel gestegen in deze periode ten opzichte van dezelfde periode in 2002, namelijk € 12.821. De omzet over de periode juni 2003 tot en met mei 2004 bedroeg € 257.199, derhalve betekent de daling van de omzet met € 91.047 een daling van ruim 35%. In de berekening is geen rekening gehouden met andere positieve danwel negatieve invloeden op de omzetontwikkeling.

In bijlage 2 is berekend de gemiddelde brutomarge (omzet minus inkoopwaarde van de omzet) over de jaren 1999 tot en met 2003. Hierbij zijn de advertentiekosten opgenomen onder de bedrijfskosten in plaats van onder de inkoopwaarde van de omzet aangezien deze kosten niet een rechtstreeks verband houden met de omzet. De gemiddelde brutomarge bedraagt € 152.746. Wij zijn van mening door de gemiddelde brutomarge van deze jaren te nemen dat een representatieve brutomarge wordt genomen over een reeks van jaren waarbij plussen en minnen in de bruto marge als gevolg van ondernemingstechnische en privé oorzaken (waaronder ziekte mevrouw [A] in 2003) worden genivelleerd. Op 24 mei 2004 was de uitzending die de procedure heeft veroorzaakt. Vandaar is dit jaar niet meegenomen voor de berekening van het gemiddelde. Deze gemiddelde brutomarge is overgenomen in de resultatenrekeningen voor de jaren 2004 tot en met 2008 zoals vermeld in de betreffende jaarrekeningen. Tevens hebben wij hierbij gecorrigeerd de baten en lasten betrekking hebbende op de procedure TROS versus Lako zoals deze blijken uit de jaarrekeningen.

De bedrijfsresultaten van Lako Kennels voor belasting over de jaren 2004 tot en met 2008 bij een normale bedrijfsuitoefening en met inachtneming van de normale bedrijfsrisico’s op basis van de voorgaande uitgangspunten zijn in bijlage 2 berekend en zijn als volgt:

2004 : € 96.563

2005 : € 93.071

2006 : € 93.729

2007 : € 108.462

2008 : € 109.229

Het verschil in het resultaat voor belastingen volgens de jaarrekeningen en het gecorrigeerde resultaat voor belastingen over de jaren 2004 tot en met 2008 bedraagt € 296.989.

(…)”

2.7. Lako Kennels c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop de deskundige het bedrijfsresultaat over de periode 2004-2008 heeft berekend. De deskundige heeft hierop als volgt gereageerd:

“(…)

Bij het berekenen van de bedrijfsresultaten over de periode 2004 tot en met 2008 is door de deskundige uitgegaan van een gemiddelde over de periode 1999 tot en met 2003, waarbij geen rekening gehouden is met een significant stijgende brutowinstmarge. [rechtbank: dit is een weergave door de deskundige van de opmerking van Lako Kennels c.s.]

Hieromtrent lichten wij het volgende toe:

- uit de jaarrekeningen over de jaren 1999 tot en met 2003 blijken de volgende

brutowinstmarges:

1999 : € 137.392

2000 : € 162.739

2001 : € 149.431

2002 : € 168.668

2003 : € 145.498

Op grond van de afwijkingen in de winstmarges zijn wij niet van mening dat sprake is van een

significant stijgende brutowinstmarge.

- vraag 2 van het vonnis verzoekt tot een antwoord op het bedrijfsresultaat. Indien sprake zou zijn van een toenemende brutowinstmarge, dan zal dit eveneens leiden tot een toename van de overige bedrijfskosten. De mogelijke aannames bij de projectie van zowel de ontwikkeling van de brutowinstmarge als de bedrijfskosten achten wij dusdanig discutabel dat daarmee niet een stellig standpunt omtrent de schade ingenomen kan worden.

(…)”

2.8. De deskundige is, blijkens zijn antwoord op vraag 2 (zie hiervoor onder 2.6), voor het vaststellen van het bedrijfsresultaat onder meer uitgegaan van een gemiddelde brutowinstmarge van EUR 152.746,--. Hiermee wordt een representatieve brutomarge genomen over een reeks van jaren, waarbij de plussen en minnen in de brutomarge als gevolg van ondernemingstechnische en privé-oorzaken worden genivelleerd, aldus de deskundige. Vervolgens heeft de deskundige op basis van dit uitgangspunt het resultaat berekend voor de jaren 2004-2008 en geconcludeerd dat het verschil in het resultaat voor belastingen volgens de jaarrekeningen en het gecorrigeerde resultaat voor belastingen over de jaren 2004 tot en met 2008 EUR 296.989,-- bedraagt.

De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van deze conclusie van de deskundige. Lako Kennels c.s. hebben gesteld dat de deskundige ten onrechte niet is uitgegaan van de over de periode 1999-2003 – zoals door Lako Kennels c.s. verwoord – “stabiele, significant, stijgende” brutowinstmarge-ontwikkeling. Volgens Lako Kennels c.s. dient deze ontwikkeling te worden geëxtrapoleerd naar de daaropvolgende jaren. Met de deskundige is de rechtbank echter allereerst van oordeel dat over de jaren 1999-2003 geen sprake is van een significant stijgende brutowinstmarge. Weliswaar is in de jaren 2000 en 2002 een stijging te constateren ten opzichte van het jaar daarvoor (zie hiervoor onder 2.7), maar niet kan worden gezegd dat deze stijging een significante stijging betreft of dat sprake is van een trendmatige ontwikkeling, zoals door Lako Kennels c.s. betoogd. Gelet op de over de verschillende jaren schommelende brutowinstmarges is verder begrijpelijk dat de deskundige heeft gekozen voor een uitgangspunt waarin deze schommelingen zoveel mogelijk worden ondervangen. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot extrapolatie zoals door Lako Kennels c.s. betoogd. Hetgeen Lako Kennels c.s. met betrekking tot het niet extrapoleren verder nog hebben gesteld behoeft, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen beoordeling.

2.9. Tros heeft als eerste bezwaar aangevoerd dat de deskundige geen rekening heeft gehouden met de aanwezigheid van andere omstandigheden die tot de daling van de bedrijfsresultaten kunnen hebben geleid. Aan dit bezwaar zal worden voorbijgegaan. Met uitzondering van de omstandigheid dat sprake zou zijn geweest van een daling van de algehele interesse in puppies, waaromtrent reeds in het tussenvonnis is geoordeeld, en de hierna te bespreken mogelijke prijsdaling, zijn geen andere omstandigheden gesteld of gebleken die de conclusie rechtvaardigen dat niet alleen de gewraakte uitzending maar ook andere omstandigheden debet zijn geweest aan de daling van de bedrijfsresultaten. De deskundige behoefde bij die stand van zaken niet uit eigener beweging te onderzoeken of zulke omstandigheden aanwezig waren.

2.10. Tros heeft verder als bezwaar aangevoerd dat de deskundige zich heeft gebaseerd op stukken die niet zijn voorzien van een accountantsverklaring, maar van een samenstellingsverklaring. Daarmee bestaat geen enkele zekerheid over de juistheid van de inhoud van de jaarrekeningen, aldus Tros. Dit bezwaar treft geen doel.

Het enkele feit dat een jaarrekening is voorzien van een samenstellingsverklaring en niet van een accountantsverklaring brengt immers niet met zich dat moet worden getwijfeld aan de juistheid van de in deze jaarrekening opgenomen gegevens. Tros heeft ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat aan de juistheid van de in de jaarrekeningen vermelde gegevens dient te worden getwijfeld.

2.11. Als bezwaar heeft Tros naar voren gebracht dat de jaarrekeningen summier zijn en dat zij geen gegevens vermelden over het aantal verkochte puppies, de gemiddelde verkoopprijs van de puppies en over de kosten. Zonder nadere toelichting, die van de zijde van Tros ontbreekt, is onduidelijk waarom de jaarrekening deze door Tros vermelde gegevens zou moeten bevatten. Het gaat immers om de schade in zijn totaliteit, waartoe in beginsel kan worden volstaan met het gebruik maken van de in de jaarrekening en winst- en verliesrekening vermelde gegevens. Tros heeft verder aangevoerd dat de deskundige ten onrechte geen rekening heeft gehouden met prijsdalingen bij de verkoop van puppies en dat niet kan worden uitgesloten dat de omzetdaling vanaf 2004 is veroorzaakt door prijsdalingen. Zij heeft echter geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden geconcludeerd dat in zijn algemeenheid sprake was van een prijsdaling bij de verkoop van puppies en dat ook Lako Kennels hiermee werd geconfronteerd. Het bezwaar treft derhalve geen doel.

2.12. Daarnaast heeft Tros als bezwaar naar voren gebracht dat er geen zekerheid is over de gevolgen van de ziekte van [A] voor de omzet van Lako Kennels voor zover dit de periode na mei 2004 betreft. Aan dit bezwaar zal worden voorbijgegaan. Lako Kennels c.s. hebben betwist dat [A] ook in 2004 nog ziek was, terwijl Tros geen feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit het tegendeel volgt. Dit lag wel op haar weg.

Vraag 3: de bedrijfsresultaten over 2009-2014

2.13. De deskundige heeft vraag 3 als volgt beantwoord:

“(…)

Een begroting is altijd aan onzekerheden ten aanzien van de uitgangspunten onderhevig, zeker voor een periode van 6 jaren. In de vraag zoals hij gesteld wordt mag worden uitgegaan van een normale bedrijfsuitoefening en met inachtneming van de normale bedrijfsrisico’s en de goede en kwade kansen.

In het vonnis d.d. 21 oktober 2009 staat opgenomen onder 2.2 dat met betrekking tot de omvang van de schade een vergelijking dient te worden gemaakt tussen het bedrijfsresultaat dat in werkelijkheid is behaald en het bedrijfsresultaat dat zou zijn behaald in de hypothetische situatie zonder de onrechtmatige gedragingen van TROS.

Voor de berekeningen in bijlage 1 zijn genomen de gemiddelden van de omzet van de jaren 1999 tot en met 2003. Duidelijk is dat Lako in deze jaren een bruto marge heeft gerealiseerd welke altijd hoger was dan € 137.000. De gemiddelde brutomarge over deze jaren van € 152.746 kan worden gezien als een marge die bij een normale bedrijfsuitoefening en met inachtneming van de normale bedrijfsrisico’s kan worden gerealiseerd.

Uit de bijlage blijkt dat de vaste kosten van de onderneming in de verschillende jaren niet veel afwijken behoudens de advertentiekosten. Deze kosten zijn aanmerkelijk gedaald in de jaren na 2005. Deze kosten hebben wij berekend op het gemiddelde gerealiseerd in de jaren 1999 tot en met 2005, zijnde € 30.118. In 2007 is er een boekwinst materiële vaste activa die de hogere accountantskosten voor 2006 compenseert. Hiervoor hebben wij geen correctie doorgevoerd. De overige kosten hebben wij berekend op het gemiddelde van de jaren 2004 tot en met 2008.

Zoals uit de bijlage blijkt kan het resultaat voor belastingen voor de jaren 2009 tot en met 2014 berekend worden op € 90.839 per jaar.

(…)”

2.14. Lako Kennels c.s. hebben als bezwaar aangevoerd dat de deskundige ten onrechte voor de advertentiekosten vanaf 2005 een jaarlijks bedrag van EUR 30.118,-- heeft vastgesteld. De deskundige heeft daarmee geen rekening gehouden met het feit dat de advertentiekosten van Lako Kennels vanaf 2005 sterk zijn afgenomen en met de “alom erkende trend binnen de advertentiebranche”, aldus Lako Kennels c.s. Deze trend bestaat er volgens Lako Kennels c.s. uit dat er (vanaf 2005) een fundamentele verschuiving heeft plaatsgevonden in de wijze van adverteren waardoor de advertentiekosten aanzienlijk zijn gedaald.

Lako Kennels c.s. kunnen niet in hun bezwaar worden gevolgd. Weliswaar stellen zij dat sprake is van een alom erkende trend, maar zij hebben dit niet aannemelijk gemaakt. Hiertoe is in ieder geval onvoldoende het door hen in het geding gebrachte persbericht. In dit persbericht wordt op geen enkele wijze gerefereerd aan een sinds 2005 bestaande trend in de door Lako Kennels c.s. vermelde zin. Ook overigens kunnen Lako Kennels c.s. niet in hun bezwaar worden gevolgd. Zo hebben zij – zoals Tros terecht tegenwerpt – geen stukken in het geding gebracht waaruit volgt dat Lako Kennels vóór 2005 op een andere wijze adverteerde dan na 2005. Voor zover moet worden aangenomen dat sprake is geweest van de door Lako Kennels c.s. genoemde maatschappelijke trend kan dus niet worden geconcludeerd dat zich ook bij Lako Kennels een wijziging heeft voorgedaan in de wijze van adverteren en dat het deze wijziging is geweest die heeft geleid tot een vermindering van de advertentiekosten.

2.15. Tros heeft als bezwaar aangevoerd dat de deskundige ten onrechte mede het jaar 2009 heeft gebruikt als basis voor het vaststellen van het bedrijfsresultaat over de periode 2009-2014. Zij onderbouwt dit aldus, dat Lako Kennels in 2009 een sterk lagere omzet en brutowinstmarge kende dan in 2007 en 2008. Deze lagere omzet en brutowinstmarge is volgens Tros niet aan haar toe te rekenen. Tros gaat met haar bezwaar echter ten onrechte eraan voorbij dat de deskundige is gevraagd de bedrijfsresultaten te berekenen met inachtneming van de normale bedrijfsrisico’s en met inachtneming van de goede en kwade kansen. Voor zover Tros al in haar stelling kan worden gevolgd dat de in 2009 verminderde omzet en brutowinstmarge niet aan haar is toe te rekenen, wordt dit bezwaar ondervangen doordat de deskundige voor zijn berekening gebruik heeft gemaakt van een gemiddeld bedrijfsresultaat over de jaren 2007-2009. De juistheid van deze methode heeft Tros niet betwist.

Vraag 4: de schade over 2009-2014

2.16. De deskundige heeft vraag 4 als volgt beantwoord:

“(…)

De schade is door ons berekend door de margederving te berekenen. De kosten veronderstellen wij constant, behoudens de advertentiekosten welke door ons berekend zijn op het gemiddelde zoals besteedt in de jaren 1999 tot en met 2005. In 2005 en 2006 bedroegen de advertentiekosten € 28.000 en € 21.000, derhalve beduidend hoger dan in de jaren daarna, echter in 2005 en 2006 was de omzet sterk gedaald.

De gemiddelde gerealiseerde bruto marge in de jaren 2007 tot en met 2009 bedraagt € 99.560. Deze heeft zich enigszins gestabiliseerd na de zeer sterk gedaalde marge in de jaren 2005 en 2006. De schade per jaar kan worden berekend door het verschil te nemen in de gemiddelde gerealiseerde marge in de jaren 2007 tot en met 2009 met de gemiddelde gerealiseerde marge in de jaren 1999 tot en met 2003. In bijlage 4 is dit berekend op een lagere gemiddelde gerealiseerde marge van € 53.185. Wij hebben ook de advertentiekosten hiervoor herrekent tot het niveau van in de jaren 1999 tot en met 2005. Dit betekent een hogere kostenpost van € 18.420, derhalve per saldo een hoger rendement van € 34.765 wat voor de periode 2009 tot en met 2014 een totale schadepost betekent van € 208.590.

(…)”

2.17. Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.14 en 2.15 is overwogen bestaat geen aanleiding van deze conclusie van de deskundige af te wijken. De rechtbank zal de conclusie van de deskundige daarom tot de hare maken.

Vraag 5: kapitalisatie van de schade over 2009-2014

2.18. De deskundige heeft vraag 5 als volgt beantwoord:

“(…)

De marge voor de jaren 2009 — 2014 is door ons gelijk gehouden. Feitelijk zou je deze marge ieder jaar moeten indexeren omdat je mag verwachten dat tarieven ieder jaar worden aangepast in verband met de tevens te verwachten stijging van de kosten (zakelijk en privé) ieder jaar. Doordat wij deze indexatie van marge en kosten en dus van het rendement niet hebben doorgevoerd zijn wij van mening dat kapitaliseren niet vereist is naar 1 januari 2009 en dat de schade derhalve bedraagt voor deze periode € 208.590. Hierbij veronderstellen wij dus dan de rentefactor voor de contante waardeberekening gelijk is aan de indexatie.

(…)”

2.19. Partijen hebben tegen deze conclusie van de deskundige geen bezwaren aangevoerd, zodat de rechtbank de conclusie tot de hare maakt.

2.20. Nu geen van de door Lako Kennels c.s. en Tros tegen het deskundigenbericht opgeworpen bezwaren doel treft, worden de conclusies van de deskundige integraal overgenomen en maakt de rechtbank deze tot de hare. Dit brengt met zich dat de schade aan de zijde van Lako Kennels c.s. ten gevolge van de onrechtmatige gedragingen van Tros wordt vastgesteld op de EUR 296.989,-- (2004 tot 2008) en EUR 208.590,-- (2009-2014), totaal EUR 505.579,--. Dit bedrag is toewijsbaar, alsmede de daarover gevorderde wettelijke rente vanaf 24 mei 2004.

Buitengerechtelijke kosten

2.21. Lako Kennels c.s. hebben vergoeding gevorderd van buitengerechtelijke kosten ter zake van de vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Lako Kennels c.s. hebben hun kosten als volgt begroot:

Auditoria B.V. EUR 10.710,--;

[CD] EUR 20.683,50;

advocaatkosten EUR 23.148,22.

2.22. Met betrekking tot de kosten van Auditoria B.V. heeft Tros terecht en onbetwist aangevoerd dat niet is gebleken van meer kosten dan hetgeen Auditoria B.V. bij factuur van 25 juni 2007 in rekening heeft gebracht (conclusie na deskundigenbericht, productie 2), EUR 2.523,-- inclusief btw (EUR 2.120,-- exclusief btw). Tros heeft verder onbetwist aangevoerd dat de bij deze factuur in rekening gebrachte btw niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Gelet op de complexiteit van de schadevaststelling en met inachtneming van de hiervoor vermelde slagende verweren aan de zijde van Tros, acht de rechtbank het verrichte onderzoek door de externe deskundige Auditoria B.V. redelijkerwijs noodzakelijk ter vaststelling van de schade en ook de gemaakte kosten redelijk tot een bedrag van EUR 2.120,--. Aldus komt op de voet van artikel 6:96 lid 2 onder b BW een bedrag van EUR 2.120,--, voor vergoeding in aanmerking. Lako Kennels c.s. hebben niet gesteld wanneer zij de factuur van Auditoria B.V. hebben voldaan, zodat de wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

2.23. Met betrekking tot de kosten van [CD] geldt dat Lako Kennels c.s. deze bij dagvaarding hebben begroot op EUR 2.523,--. Lako Kennels c.s. hebben bij conclusie na deskundigenbericht gesteld dat de kosten van [CD] thans moeten worden begroot op EUR 20.683,50. Lako Kennels c.s. hebben met betrekking tot deze kosten echter niet hun eis vermeerderd op de in artikel 130 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) voorgeschreven wijze. Dit brengt met zich dat de door Lako Kennels c.s. gestelde kosten die het bij dagvaarding gevorderde bedrag overschrijden reeds om deze reden niet voor toewijzing in aanmerking komen. Met betrekking tot de bij dagvaarding gevorderde kosten van EUR 2.523,-- hebben Lako Kennels c.s. niet inzichtelijk gemaakt welke werkzaamheden zijn verricht ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, zodat ook deze kosten zullen worden afgewezen.

2.24. De gevorderde advocaatkosten zullen eveneens worden afgewezen. Blijkens de stellingen van Lako Kennels c.s. betreffen dit kosten die verband houden met de onderhavige procedure. De artikelen 237-241 Rv plegen voor deze werkzaamheden een vergoeding in te houden. Dit wordt niet anders doordat, zoals Lako Kennels c.s. stelt, het schadedebat buitenproportioneel veel werkzaamheden van haar advocaat heeft gevergd. Niet valt in te zien waarom deze werkzaamheden dan voor rekening van Tros moeten komen. Een enkel, niet onderbouwd, beroep op de eisen van redelijkheid en billijkheid is onvoldoende.

Conclusies

2.25. Hetgeen in de tussenvonnissen en in onderhavig vonnis is overwogen en geoordeeld, leidt ertoe dat Tros zal worden veroordeeld tot betaling aan Lako Kennels c.s. van EUR 505.579,--, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 mei 2004 tot aan de dag der algehele voldoening.

2.26. Tros zal tevens worden veroordeeld tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten van EUR 2.120,--, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 juli 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

2.27. Tros zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van Lako Kennels c.s., tot op heden begroot op EUR 14.136,61 ter zake verschotten (waarvan EUR 9.113,17 ter zake van het deskundigenbericht) en EUR 8.385,-- ter zake van het salaris advocaat.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt Tros aan Lako Kennels c.s. te betalen EUR 505.579,-- (vijfhonderdvijfduizend vijfhonderdnegenenzeventig euro), vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 mei 2004 tot aan de dag der algehele voldoening;

3.2. veroordeelt Tros aan Lako Kennels c.s. te betalen EUR 2.120,-- (tweeduizend honderdtwintig euro), vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 juli 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

3.3. veroordeelt Tros in de kosten van deze procedure aan de zijde van Lako Kennels c.s., tot op heden begroot op EUR 22.521,61;

3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.5. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Vrakking en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2011.?