Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BR3864

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-02-2011
Datum publicatie
01-08-2011
Zaaknummer
13/400804-09 (A), 13/421118-08 (B), 13/676878-10 (C) en 13/457102-08 (TUL) (PROMIS)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor oplichting, wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, bezit van een vals paspoort, het vervalsen van een betaalpas en het gebruiken van deze vervalste betaalpas. Veroordeling tot gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden onvoorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummers: 13/400804-09 (A), 13/421118-08 (B), 13/676878-10 (C) en 13/457102-08 (TUL) (PROMIS)

Datum uitspraak: 4 februari 2011

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] te [woonplaats].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 januari 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. H. Leepel en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. M.H. Aalmoes naar voren is gebracht.

De rechtbank beveelt de voeging van de tegen verdachte bij afzonderlijke dagvaardingen aangebrachte zaken met bovengenoemde parketnummers, hierna te noemen respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd, zoals is omschreven in de dagvaarding en de vordering wijziging tenlastelegging, toegewezen ter terechtzitting van 21 januari 2011, dat:

Ten aanzien van zaak A:

1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 mei 2009 tot en met 14 mei 2009 te Amsterdam en/of te Diemen en/of te Utrecht en/of te Hoofddorp en/of te Amstelveen en/of te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer en/of te Wormerveer, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens gebruik makend van een creditcard/waardekaart met nummer [kaartnr 1])

(telkens) een of meer medewerker(s) van de hierna genoemde bedrijven op de hierna genoemde data,

bewogen tot de afgifte van de hierna genoemde goederen, in elk geval (telkens) van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

toen en aldaar zich in die hierna genoemde winkel(s) begeven en/of ter betaling van die goederen een creditcard/waardekaart (met kaartnummer [kaartnr 1]) overhandigd en/of zich gelegitmeerd met een Brits paspoort ten name van [valse naam 1] en/of zich voorgedaan als de rechtmatige houder en/of gebruiker van die creditcard/waardekaart, waardoor die medewerker(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte:

- op of omstreeks 12 mei 2009 bij ING te Amsterdam een geldbedrag (euro 1.250,00) en/of

- op of omstreeks 12 mei 2009 bij BP Gaasperplas te Amsterdam benzine/diesel/gas, in e4lk geval enig goed (euro 127,74) en/of

- op of omstreeks 12 mei 2009 bij Gassan Schiphol Plaza te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer een of meer goed(eren) (euro 2000,00 euro) en/of

- op of omstreeks 13 mei 2009 bij ING te Diemen een geldbedrag (euro 1.250,00) en/of

- op of omstreeks 13 mei 2009 bij Media Markt te Utrecht een of meer goed(eren) (euro 1.107,00) en/of

- op of omstreeks 13 mei 2009 bij Media Markt te Utrecht een of meer goed(eren) (euro 886,99) en/of

- op of omstreeks 13 mei 2009 bij BK Foodstrip te Amsterdam een of meer goed(eren)/levensmidddeln (euro 19,40) en/of

- op of omstreeks 13 mei 2009 bij Paolo Salotto Shoes te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer schoeisel, in elk geval een of meer goed(eren) (euro 89,99) en/of

- op of omstreeks 13 mei 2009 bij Kappe Perfumes&Color te Hoofddorp een of meer goed(eren) (euro 72,00) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2009 bij ABN AMRO Bank 1111CJ te Diemen een geldbedrag (euro 1.000,00) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2009 bij Rabobank te Nederland een geldbedrag (euro 250,00) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2009 bij Free Record Shop 7 te Amstelveen een Wii spelcomputer en/of een console en/of twee wii spellen (euro 369,96) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2009 bij Winthouw B.V. te Amstelveen een spijkerbroek en/of een t-shirt van het merk Dolce & Gabanna (euro 307,00) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2009 bij Prenatal 051 te Wormerveer een cadeau-/waardebon (euro 100,00) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2009 bij Kijkshop 1045 te Amstelveen een rijstkoker en/of drie mobiele telefoons (euro 248,96) en/of

- op of omstreeks 14 mei 2009 bij Dixons fil. 1108 te Amstelveen een playstation 3 en/of een of meerdere dvd's (euro 412,98);

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

2. hij in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 14 mei 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, International Card Services heeft bewogen tot de afgifte van een creditcard/waardekaart (met kaartnummer [kaartnr 1]), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als [aangever 1], te weten de rechtmatige houder/rechthebbende van eerdergenoemde creditkaart/waardekaart en/of (terwijl hij, verdachte zich voordeed als die [aangever 1]) een (telefonische) adreswijziging doorgegeven en/of aangegeven/gemeld dat hij zijn pincode van zijn oude creditcard/waardekaart was vergeten en/of (vervolgens) ingebeld naar de voice-computer van International Card Services en/of een pincode gekozen en/of ingegeven, waardoor International Cardservices werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

3. hij op of omstreeks 14 mei 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland, in het bezit was van een een nationaal paspoort van het United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland (ten name van [valse naam 1], documentnummer [paspoortnummer]), in elk geval van een reisdocument, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het vals of vervalst was, bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat voornoemd reisdocument was voorzien van afwijkende foto- c.q. printtechniek en/of afwijkende c.q. onjuiste reactie onder aanstraling met UV-licht en/of afwijkende druk- en reproduktietechnieken en/of dat voornoemd reisdocument was voorzien van een pasfoto van hem, verdachte, terwijl hij, verdachte niet [valse naam 1] heet en/of dat aan de binnenzijde van de achterste omslag een valse (Emergencies) pagina was aangebracht;

(artikel 231 Wetboek van Strafrecht)

4. hij op of omstreeks 14 mei 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 326 Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, (had(den) aangehouden) en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde hem ten spoedigste te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten politiebureau Amstelveen-Zuid, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin voornoemde verbalisanten verdachte trachtte(n) te geleiden en/of (met kracht) die [verbalisant 1] weg te duwen, tengevolge waarvan de opsporingsambtenaar [verbalisant 2] enig lichamelijk letsel (te weten een losgekomen nagel van de rechterduim) bekwam;

(artikel 181 Wetboek van Strafrecht)

5. hij op of omstreeks 14 mei 2009 te Amsterdam en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een (omgebouwd alarm-)pistool (voorzien van opschrift Star, model GT 28), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 26 Wet wapens en munitie)

Ten aanzien van zaak B:

1. hij in of omstreeks de periode vanaf 1 juni 2007 tot en met 30 september 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk (een) betaalpas(sen), (een) waardekaart(en), enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten 19, althans een aantal, Visa en/of Master-card(s)

([kaartnr 2],

[kaartnr 3],

[kaartnr 4],

[kaartnr 5],

[kaartnr 6],

[kaartnr 7],

[kaartnr 8],

[kaartnr 9],

[kaartnr 10],

[kaartnr 11],

[kaartnr 12],

[kaartnr 13],

[kaartnr 14],

[kaartnr 15],

[kaartnr 16],

[kaartnr 17]) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen;

(artikel 232 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

2. hij in of omstreeks de periode vanaf 1 juni 2007 tot en met 13 juni 2008 te Amsterdam en/of Biddinghuizen en/of Amstelveen en/of Den Haag en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of Diemen en/of Hoofddorp, in elk geval in Nederland,

onder meer

op of omstreeks 13 juni 2008 bij de Mediamarkt (vestiging Arena boulevard, 2.764 euro, kaartnummer [kaartnr 18])

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer valse of vervalste betaalpas(sen), waardekaart(en) of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en), bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, als ware deze pas(sen) of kaart(en) echt en onvervalst, bestaande het gebruikmaken hierin dat hij verdachte met die kaart(en) aankopen heeft gedaan/betalingen heeft verricht

(totaal 14.578,91 euro) en/of

die kaart(en) ter betaling ter verkrijging van enig goed, heeft aangeboden en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat de magneetstrips(s) van de kaart(en) en/of de gegevens van de kaarthouder(s) is/zijn gekopieerd/geskimd;

(artikel 232 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht)

3. hij in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2007 tot en met 20 november 2007 te Amsterdam een of meer wapens van categorie III onder 1, te weten een losse vuurwapenloop, althans een onderdeel van een vuurwapen,

en/of

een voorwerp van categorie I onder 3, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 2 lid 1, 1 onder 3e, 3 lid 1 juncto 26 lid 1 en 55 lid 3 onder a van de Wet wapens en munitie

en/of

artikel 2 lid 1 onder f van de regeling wapens en munitie, 2 lid 1 juncto 13 lid 1 en 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie)

Ten aanzien van zaak C:

1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 oktober 2010

tot en met 16 oktober 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

Hotel Mercure (te Amsterdam) en/of

Hotel Casa 400

heeft bewogen tot het verlenen van een dienst (te weten een (aantal) overnachting(en)) en/of het afgeven van etens- en/of drinkwaren, in elk geval van enige dienst en/of goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een bonafide hotelgast en/of een valse creditcart aangeboden ter betaling van die overnachtingen en/of etens- en/of drinkwaren, waardoor bovengenoemd hotel (telkens) werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld en/of het verlenen van bovenomschreven dienst;

Artikel 326 Wetboek van Strafrecht

2. hij in of omstreeks de periode van 8 oktober 2010 tot en met 15 oktober 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkeens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste creditcard, bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware die creditcard echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, die pas ter betaling heeft aangeboden aan hotel Mercure en/of hotel Casa 400 en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat die creditcard geheel nagemaakt was, in elk geval niet was uitgegeven door American Express, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de creditcard bestemd is voor zodanig gebruik;

Artikel 232 Wetboek van Strafrecht

2. Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsvrouw heeft betoogd dat de dagvaarding in zaak B partieel nietig dient te worden verklaard nu onduidelijk is waarop het onder 2 telastegelegde totaalbedrag van € 14.578, - gebaseerd is. Blijkens het proces-verbaal is er op 13 juni 2008 eenmaal een geslaagde aankoop geweest of betaling verricht voor een bedrag van € 3.632,37. Dit bedrag wijkt zo ver af van het in de dagvaarding vermelde bedrag dat behandeling van de zaak uitgaande van dat benadelingsbedrag denaturering van de dagvaarding zou zijn. Bovendien blijkt niets van pleegplaatsen te Biddinghuizen, Amstelveen, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Diemen of Hoofddorp. De verdediging weet niet wat de steller van de telastelegging hiermee bedoelt, dus de verdediging weet niet waartegen zij zich moet verweren.

De officier van justitie heeft betoogd dat uit de telastelegging blijkt dat het onder meer om de transactie bij de Mediamarkt gaat. De verdediging kon zich daar wel degelijk tegen verdedigen, dus de dagvaarding dient niet nietig te worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende duidelijk is wat aan verdachte wordt telastegelegd. In de dagvaarding wordt expliciet de transactie bij de Mediamarkt genoemd. Ook wordt genoemd met welk kaartnummer deze frauduleuze transactie zou hebben plaatsgevonden, zodat de verdachte en de verdediging uit het dossier konden opmaken dat dit feit ook zag op de transacties bij de Aktiesport en de Free Record Shop die op dezelfde dag en met hetzelfde kaartnummer plaatsvonden. Het verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook voorts geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het in zaak A onder 1 t/m 4, in zaak B onder 2 en in zaak C onder 1 en 2 telastegelegde bewezen dient te worden geacht. De officier van justitie heeft hiertoe onder andere het volgende aangevoerd.

Het in zaak B, onder 1 telastegelegde kan niet bewezen worden. De creditcards waar in de telastelegging en in de aangifte naar verwezen wordt, kunnen niet worden gekoppeld aan verdachte. [vriendin verdachte] heeft wel een voor verdachte belastende verklaring afgelegd. Ook is het vreemd dat verdachte ontkent in de IKEA te zijn geweest, terwijl op de beelden te zien is dat hij daar wel degelijk is geweest. Dat is echter onvoldoende om te kunnen bewijzen dat hij die negentien creditcards heeft geskimd.

Het in zaak B, onder 2 telastegelegde kan wel bewezen worden. Uit de aangifte en de verklaring van [aangever 10] wordt duidelijk dat verdachte de televisies op 13 juni 2008 heeft gekocht. [aangever 10] wijst volledig op verdachte en zegt hem zelfs te kennen. Zij heeft het niet over een andere man. Het verhaal van verdachte, dat hij de televisies voor iemand anders kwam halen is dus kennelijk leugenachtig. Op de camerabeelden is duidelijk verschil te zien tussen de twee mannen met strepen op de mouwen. De ene man had strepen op zijn middenarm en de andere op zijn pols. Het is dus duidelijk dat het hier verdachte betreft.

Ook kan bewezen worden dat verdachte de aankopen in de Aktiesport en de Free Record Shop heeft gedaan. Getuige [getuige 1] verklaart de naam [valse naam 2] te herkennen en een verbalisant heeft verdachte op de videobeelden van die winkels herkend. De aankoop bij de Free Record Shop is volgens European Merchant Services (hierna:EMS) ook met dezelfde creditcard gedaan als de aankopen bij de Mediamarkt.

Het in zaak A, onder 1 en 2 telastegelegde kan bewezen worden verklaard. In de Samsung SGHJ700 die bij verdachte is aangetroffen zat een simkaart met het telefoonnummer dat op 7 mei 2009 naar International Card Services (hierna: ICS) heeft gebeld om de pincode in te stellen voor de creditcard waar ICS aangifte over doet. Bij de Kijkshop is betaald met de creditcard op naam van [aangever 1], eindigend op [kaartnr 1]. Ook bij de Dixons en de Free Record Shop is met die creditcard betaald.

Bij de Next Issue heeft een man, aan wiens signalement verdachte voldoet, een Brits paspoort overhandigd en de naam [valse naam 1] opgegeven. Deze man had bij die winkelketen al twee keer eerder betaald met valse creditcards op naam van [valse naam 1]. Een paspoort op naam van [valse naam 1] is bij verdachte aangetroffen. Gebleken is dat dit paspoort vals is.

Uit pagina 112 van het dossier blijkt dat met de creditcard eindigend op [kaartnr 1] meer transacties zijn verricht. Deze creditcard kan volledig gekoppeld worden aan verdachte. Hij heeft gebeld voor de pincode en op 14 mei 2009 transacties met de pas verricht. Gelet daarop kan bewezen worden dat hij ook de andere transacties op 12, 13 en 14 mei heeft verricht.

Het is opvallend dat er geen creditcard bij verdachte is aangetroffen, maar een verbalisant heeft op de camerabeelden van de Dixons gezien dat hij wel degelijk heeft gepind op het moment van de frauduleuze transactie bij de Dixons. Het vermoeden is dat de creditcard tijdens de wederspannigheid is weggemaakt.

Ook de verklaring van verdachte [medeverdachte 1] is belastend voor verdachte.

Verdachte heeft verklaard dat hij een knuffelbeer heeft gekocht bij de Prenatal, maar bij de Prenatal is met het eerder genoemde creditcardnummer een waardebon gekocht. Ook is er geen knuffelbeer bij verdachte aangetroffen. Er klopt dus niets van zijn verklaring.

Het in zaak A, onder 3 telastegelegde kan bewezen worden verklaard op grond van de verklaring van valsheid van het paspoort en de bekennende verklaring van verdachte.

Uit het proces-verbaal van bevindingen en de camerabeelden in zaak A blijkt dat verdachte is aangehouden door twee verbalisanten in uniform. Verdachte wilde wegrennen en heeft zich toen verzet tegen aanhouding. Hierbij heeft hij letsel veroorzaakt bij verbalisant [verbalisant 2]. Dit wordt ook bevestigd door de aangifte van de Dixons.

Het in zaak C, onder 1 en 2 telastegelegde kan niet bewezen worden voor zover dit ziet op hotel Casa400, want er kan niet worden bewezen dat verdachte in dat hotel is geweest en zich daar heeft voorgedaan als [valse naam 3]. Deze feiten kunnen echter wel bewezen worden voor zover ze zien op Hotel Mercure. Uit de aangifte van American Express blijkt dat de creditcard eindigend op [kaartnr 19] niet op naam van [valse naam 3] staat. Op de reservering is echter een handtekening geplaatst met de naam [valse naam 3]. Ook heeft een getuige verklaard dat verdachte zich voordeed als [valse naam 3]. De creditcard op naam van [valse naam 3] is in de tas van verdachte aangetroffen. Ten slotte is verdachte tijdens zijn verblijf in Hotel Mercure een keer weggereden in een zwarte Audi, waarvan vast staat dat deze van hem is. Daarbij is een uitrijkaart van [valse naam 3] gebruikt. Verdachte heeft verklaard dat hij bij andere mensen op bezoek was en dat zij de creditcard in zijn tas hebben gedaan. In kamer 1001 lagen echter poststukken van verdachte en mevrouw [vriendin verdachte], de vriendin van verdachte, en de sleutels van verdachte. Die kamer is dus aan verdachte te koppelen.

3.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het in zaak A, onder 1, 2, 4 en 5, het in zaak B, onder 1 t/m 3 en het in zaak C, onder 1 en 2 telastegelegde. De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van het in zaak A, onder 3 telastegelegde. De raadsvrouw heeft hiertoe onder andere het volgende aangevoerd.

Het in zaak B, onder 1 telastegelegde kan niet bewezen worden. Het enkele feit dat er een creditcard vervalst is met de naam van [valse naam 2] betekent niet dat verdachte deze creditcard heeft vervalst. Uit het dossier bleek immers dat deze naam ook op andere valse creditcards is gezet en dat ook andere mannen zijn aangehouden voor het betalen met geskimde creditcards op naam van [valse naam 2]. Het enige bewijsmiddel tegen verdachte ten aanzien van deze zaak is de belastende verklaring van [vriendin verdachte]. Er is dus geen wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien van het in zaak B, onder 2 telastegelegde heeft verdachte verklaard dat hij op 13 juni 2008 op verzoek van een andere man de plasmaschermen heeft opgehaald. Uit de verklaring van de medewerker van de Aktiesport blijkt dat hij die dag ook daadwerkelijk samen met een ander was. Deze getuige heeft verklaard dat er camerabeelden zijn van de man die de aankopen heeft gedaan, maar deze beelden bevinden zich niet in het dossier.

Toen verdachte werd aangehouden hield hij noch een valse of vervalste creditcard, noch de identiteitskaart op naam van [valse naam 2] bij zich. Het telastegelegde kan dus niet bewezen worden.

Er bevinden zich geen aangiften of bonnetjes in het dossier ten aanzien van de frauduleuze transacties op 12 en 13 mei 2009. En zelfs het enkele feit dat verdachte een kaart in zijn bezit had, waarmee ten laste van de kaart eindigend op [kaartnr 1] werd betaald, is niet voldoende omdat het mogelijk is dat meerdere valse of vervalste creditcards kunnen worden afgegeven ten laste van een en dezelfde originele kaart. Dus kan niet worden vastgesteld dat verdachte deze oplichting heeft gepleegd en dient hij daarvan te worden vrijgesproken. Ditzelfde geldt voor de bankopnamen bij de ABN Amro, de Rabobank en Winthouw op 14 mei 2009. Dit ligt anders voor de transacties bij de Free Record Shop, Prenatal, Kijkshop en Dixons, maar in die gevallen is niet gebleken dat verdachte zich heeft gelegitimeerd met een Brits paspoort ten namen van [valse naam 1]. Dat zou ook vreemd zijn, want uit de bonnetjes blijkt dat de benadeling heeft plaatsgevonden ten laste van de rekening van [aangever 1]. Ook ten aanzien van die transacties kan de telastelegging niet bewezen worden. Dus dient verdachte vrijgesproken te worden van het in zaak A, onder 1 telastegelegde.

Het in zaak A, onder 2 telastegelegde kan nooit bewezen worden vanaf 1 april 2009, want de pincode van de nieuw aangevraagde creditcard is pas op 8 mei 2009 aangemaakt.

Verdachte dient ook vrijgesproken te worden van de in zaak A onder 4 telastegelegde wederspannigheid omdat uit het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten niet blijkt dat verdachte wist dat het om verbalisanten ging. De dader van wederspannigheid moet begrijpen dat de vordering van een ambtenaar afkomstig is om voorwaardelijke opzet op wederspannigheid te hebben. Ook is niet aan verdachte medegedeeld dat hij werd aangehouden en is niet gebleken van enig ander gegeven bevel of vordering. Als er geen bevel of vordering is kan hieraan niet opzettelijk niet worden voldaan.

Het staat wel vast dat American Express en Hotel Mercure benadeeld zijn. Er is echter niet veel bewijs voor de stelling dat verdachte de boeking op naam van [valse naam 3] heeft gedaan en zich heeft voorgedaan als die [valse naam 3]. De getuige die belastend voor verdachte verklaard, is niet afzonderlijk gehoord. De getuige is van Chinese afkomst en het is bekend dat veel Chinezen donkere mensen op elkaar vinden lijken. Bovendien is hij gehoord toen hij zag dat verdachte was aangehouden. Als iemand is aangehouden en men dat ziet, dan ontstaat al snel het vermoeden dat die persoon de dader wel zal zijn. De verklaring van de getuige levert dus geen onderbouwing van de schuld van verdachte op.

Het enige bewijs dat over blijft is het feit dat de creditcard bij verdachte is aangetroffen. Hij heeft daar echter een goede verklaring voor, namelijk dat hij samen met andere mensen was en dat zij de kaart aan hem hebben gegeven. Dat verklaart ook waarom zijn spullen in de hotelkamer zijn gevonden.

Toen verdachte werd aangehouden zat hij niet in een zwarte auto, maar in een grijze. De zwarte auto behoort toe aan zijn bedrijf. Verdachte is op 14 oktober 2010 ook niet in die auto waargenomen.

Verdachte dient dus vrijgesproken te worden van het in zaak C, onder 1 en 2 telastegelegde.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

3.3.1. Vrijspraak

Ten aanzien van het in zaak A, onder 5 telastegelegde:

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat het op 14 mei 2009 inbeslaggenomen wapen aan verdachte toebehoorde of dat hij wist van de aanwezigheid daarvan. Verdachte dient dus vrijgesproken te worden van dit feit.

Ten aanzien van het in zaak B, onder 3 telastegelegde:

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, voorts van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de op 20 november 2007 inbeslaggenomen wapens aan verdachte toebehoorden of dat hij wist van de aanwezigheid daarvan. Verdachte dient dus ook vrijgesproken te worden van dit feit.

3.3.2. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezengeachte heeft begaan op de hierna in samenvattende vorm weergegeven feiten en omstandigheden zoals vervat in de als voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het in zaak A, onder 1 telastegelegde:

De creditcard met nummer [kaartnr 1] is rechtmatig verstrekt aan [aangever 1]. Op 30 april 2009 heeft iemand, die opgaf te zijn [aangever 1], telefonisch een adreswijziging aan een medewerker van de afdeling cliëntenservice van International Card Services doorgegeven. Op 5 mei 2009 is door een medewerker van de afdeling cliëntenservice een melding ontvangen van een persoon die opgaf [aangever 1] te zijn. Deze persoon deelde mede dat hij de pincode van zijn oude Mastercard was vergeten en daarom een nieuwe Mastercard wilde ontvangen. Aan de kaarthouder is op het, op 30 april opgegeven, nieuwe adres een brief gezonden met daarin een UTN-code, waarmee de kaarthouder kan inbellen naar een voice-computer en zelf zijn pincode kan ingeven. Dit is gebeurd op 7 mei 2009 om 23:47 uur. Rond deze tijd is door een aantal telefoonnummers gebeld, waaronder [telnr 1]. Na het kiezen van de pincode is de Mastercard met nummer [kaartnr 1] op 8 mei 2009 aangemaakt en op 11 mei 2009 aan de kaarthouder verzonden. De creditcard is op 12 mei 2009 geactiveerd, waarna er van 12 t/m 14 mei de volgende frauduleuze transacties zijn verricht:

- 12 mei 2009, ING te Amsterdam: € 1.250, -;

- 12 mei 2009, BP Gaasperdam te Amsterdam: € 127,74;

- 12 mei 2009 Gassan Schiphol Plaza te Luchth (de rechtbank begrijpt: Luchthaven Schiphol): € 2.000, -;

- 13 mei 2009, ING te Diemen: € 1.250, -;

- 13 mei 2009, Media Markt te Utrecht: € 1.107, -;

- 13 mei 2009, Media Markt te Utrecht: € 886,99;

- 13 mei 2009 BK Foodstrip te Amsterdam: € 19,40;

- 13 mei 2009, Paolo Salotto Shoes te Luchth Schiph (de rechtbank begrijpt: Luchthaven Schiphol): € 89,99;

- 13 mei 2009, Kappe Perfumes & Color te Hoofddorp: € 72, -;

- 14 mei 2009, ABN Amro Bank 1111 CJ te Diemen: € 1.000, -;

- 14 mei 2009, Rabobank te Amstel en Vec (de rechtbank begrijpt: Amstel en Vechtstreek): € 250, -;

- 14 mei 2009, Free Record Shop 7 te Amstelveen: € 369,96;

- 14 mei 2009, Winthouw B.V. (de rechtbank begrijpt dat hiermee de Next Issue wordt bedoeld) te Amstelveen: € 307, -;

- 14 mei 2009, Prenatal 051 te Wormerveer: € 100, -;i.

[aangever 1] heeft verklaard dat hij nooit een adreswijziging heeft doorgegeven en ook geen nieuwe kaart had ontvangenii.

Op 14 mei 2009 is bij verdachte een Samsung SGHJ700 inbeslaggenomen. In deze mobiele telefoon zat een simkaart met het telefoonnummer [telnr 1]iii.

Op 14 mei 2009 kwam een man de Next Issue in Amstelveen binnen. De man kocht een broek van Dolce & Gabbana van € 207, - en een T-shirt van Dolce & Gabbana van € 100, -. Hij betaalde met een creditcard. De man had een Brits paspoort op naam van [valse naam 1]. De man had een Wii in zijn tas zitteniv. Diezelfde dag kocht een man een rijstkoker en drie mobiele telefoons bij de Kijkshop te Amstelveen. Hij betaalde hierbij met een creditcard eindigend op [kaartnr 1] op naam van [aangever 1]v. Op 14 mei 2009 kregen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], die in uniform gekleed waren, de opdracht om naar het winkelcentrum van Amstelveen te gaan omdat een man daar verschillende winkels met een valse creditcard zou oplichten. Bij de toonbank van de Dixons te Amstelveen stond verdachte, die voldeed aan het opgegeven signalement van de oplichter. Verdachte droeg een paspoort op naam van [valse naam 1] bij zichvi. Bij verdachte zijn zeven mobiele telefoons, een rijstkoker, een Brits paspoort met nummer [paspoortnummer], een Dolce & Gabbana T-shirt, een Dolce & Gabbana broek, een waardebon van Prenatal ter waarde van € 100, -, een Nintendo Wii + Sports, twee spellen voor de Nintendo Wii en een controller voor een Playstation Dualshock 3 inbeslaggenomenvii. Op een bon van de Free Record Shop van 14 mei 2009 is te zien dat drie Wii artikelen en een PS3 (de rechtbank begrijpt: Playstation 3) zijn gekocht met een creditcard eindigend op [kaartnr 1] op naam van [aangever 1]. Op deze bon is met de hand "[paspoortnummer]" geschrevenviii.

Ten aanzien van het in zaak A, onder 2 telastegelegde:

De creditcard met nummer [kaartnr 1] is rechtmatig verstrekt aan [aangever 1]. Op 30 april 2009 heeft iemand, die opgaf te zijn [aangever 1], telefonisch een adreswijziging aan een medewerker van de afdeling cliëntenservice van International Card Services doorgegeven. Op 5 mei 2009 is door een medewerker van de afdeling cliëntenservice een melding ontvangen van een persoon die opgaf [aangever 1] te zijn. Deze persoon deelde mede dat hij de pincode van zijn oude Mastercard was vergeten en daarom een nieuwe Mastercard wilde ontvangen. Aan de kaarthouder is op het, op 30 april opgegeven, nieuwe adres een brief gezonden met daarin een UTN-code, waarmee de kaarthouder kan inbellen naar een voice-computer en zelf zijn pincode kan ingeven. Dit is gebeurd op 7 mei 2009 om 23:47 uur. Rond deze tijd is door een aantal telefoonnummers gebeld naar de voice-computer, waaronder [telnr 1]. Na het kiezen van de pincode is de Mastercard met nummer [kaartnr 1] op 8 mei 2009 aangemaakt en op 11 mei 2009 aan de kaarthouder verzondenix. [aangever 1] heeft verklaard dat hij nooit een adreswijziging heeft doorgegeven en ook geen nieuwe kaart had ontvangenx.

Op 14 mei 2009 is bij verdachte een Samsung SGHJ700 inbeslaggenomen. In deze mobiele telefoon zat een simkaart met het telefoonnummer [telnr 1]xi.

Ten aanzien van het in zaak A, onder 3 telastegelegde:

Nu verdachte het telastegelegde feit heeft bekend en de raadsvrouw hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, kan, op grond van artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering met hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:

1. Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2009131770-10 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], inhoudende de inbeslagneming van een Brits paspoort met nummer [paspoortnummer] (p. 19 en 20).

2. Een geschrift te weten een verklaring van valsheid van 18 mei 2009, opgemaakt door J. Westerburger, documentdeskundige werkzaam bij de Dienst Persoonsgegevens afdeling Identiteits en Documentfraude te Amsterdam (p. 143).

3. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte van 19 mei 2009 van de rechter-commissaris, mr. W.M.C. van den Berg, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Ten aanzien van het in zaak A, onder 4 telastegelegde:

Op 14 mei 2009 kregen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], die in uniform gekleed waren, de opdracht om naar het winkelcentrum van Amstelveen te gaan omdat een man daar verschillende winkels met een valse creditcard zou oplichten. Bij de toonbank van de Dixons te Amstelveen stond verdachte, die voldeed aan het opgegeven signalement van de oplichter. Verbalisant [verbalisant 1] sprak verdachte aan en vroeg hem naar zijn paspoort. Verdachte zei dat hij zijn paspoort in zijn auto had laten liggenxii. Toen verdachte werd verteld dat hij was aangehouden, zei hij: "Ik aangehouden, ik ben helemaal niet aangehouden"xiii. Verdachte probeerde weg te rennen. De verbalisanten hebben verdachte vastgepakt. Verdachte duwde verbalisant [verbalisant 1] in de richting van een vitrinekast. Verdachte probeerde zich naar de uitgang te begeven en oefende daarbij veel kracht uit met zijn armen en benen. Hij probeerde zich los te rukken. De verbalisanten probeerden verdachte naar de grond te brengen om zijn handen te boeien, maar hij werkte tegen en probeerde in de tegengestelde richting te gaan dan waar de verbalisanten hem in trachten te brengen. De verbalisanten hebben verdachte aangehouden ter zake oplichting en wederspannigheid en hem overgebracht naar het politiebureau Amstelveen-Zuid. Verbalisant [verbalisant 2] heeft bij de aanhouding een geblesseerde duimnagel opgelopen. De nagel van zijn rechterduim was losgekomen. Daarbij voelde hij een hevige pijnscheutxiv.

Ten aanzien van het in zaak B, onder 1 telastegelegde:

Uit onderzoek en analyse ontdekte de afdeling Risk van European Merchant Services een fraudezaak waarbij met verschillende creditcards transacties werden verricht die niet waren verricht door de rechtmatige Visa en/of Mastercardhouders. De complete magneetstrip is tijdens deze transacties gelezen en elektronisch verzonden naar het autorisatiecentrum. De gegevens op de magneetstrippen bevatten dezelfde gegevens, inclusief veiligheidscodes, als de gegevens van de rechtmatige originele kaarten. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de volledige gegevens van de magneetstrips zijn gekopieerd. Uit onderzoek is gebleken dat de Common Point of Purchase de Grasshoppers te Amsterdam wasxv.

[vriendin verdachte] heeft verklaard dat zij in de Grasshopper werkte. Bij haar is een skimapparaat aangetroffen. Ze verklaarde in mei te zijn benaderd door haar vriend [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte). [verdachte] gaf haar het apparaatje en vroeg haar pasjes er doorheen te halen. Dan nam hij het apparaatje weer in ontvangst. [vriendin verdachte] had het apparaatje de ene keer wel bij zich en de andere keer niet. Als ze het niet bij zich had gaf ze het aan haar vriendxvi. [vriendin verdachte] heeft op 21 november 2007 ook verklaard dat ze een keer heeft gezien dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) gegevens van het kopieerapparaatje haalde. Dat was ongeveer drie weken daarvoor. In de auto vroeg [verdachte] haar om het apparaatje. Ze vertelde hem dat er een aantal gekopieerde gegevens op stonden. [verdachte] maakte toen met een scartdraad verbinding tussen het kopieerapparaat en een laptopxvii.

Ten aanzien van het in zaak B, onder 2 telastegelegde:

Op 13 juni 2008 is verdachte aangehouden in de Mediamarkt, gevestigd op Arena Boulevard 3 te Amsterdam. Hij probeerde goederen op te halen die eerder op de dag waren gekocht met een gestolen of geskimde pasxviii. De goederen, twee televisies, waren gekocht met een creditcard met nummer [kaartnr 18]xix. [aangever 10] heeft verklaard dat de man die de televisies heeft afgerekend ook op 8 en 12 juni 2008 al geprobeerd had goederen te betalen met creditcards. De man legitimeerde zich op 13 juni 2008 met een identiteitskaart op naam van [valse naam 2]. Zij heeft deze man herkend op camerabeelden van de Mediamarkt van 12 juni 2008 om 18:54:26 uurxx. Verdachte heeft verklaard dat hij de man is die te zien is op die beelden van de Mediamarkt van 12 juni 2008 om 18:54:26 uurxxi.

Deze creditcard met nummer [kaartnr 18] is afgegeven door de National Bank of Kuwait en is, volgens de uitgevende bank, nimmer uit het bezit van de kaarthouder geweest. Met deze kaart zijn op 13 juni 2008 vier frauduleuze transacties verricht, waaronder:

- om 16:09 uur is € 2.764, - betaald bij de Media Markt te Amsterdam Zuidoost;

- om 16:33 uur is € 442,40 betaald bij de Aktie Sport te Amsterdam Zuidoost;

- om 16:44 uur is € 424,97 betaald bij de Free Record Shop te Amsterdam Zuidoostxxii.

Getuige [getuige 1] (de rechtbank begrijpt: werkzaam bij de Aktiesport) heeft verklaard dat er op 13 juni 2008 een man een grote hoeveelheid sportkleding heeft gekocht. De man betaalde met een creditcard. De man heeft zich gelegitimeerd met een Nederlandse identiteitskaart op naam van [valse naam 2]. Ook de creditcard stond volgens haar op naam van [valse naam 2]xxiii.

Verbalisant [verbalisant 4] hebben op beveiligingsbeelden van de Mediamarkt waargenomen dat verdachte de betaling van € 2.764, - op 13 juni 2008 heeft gedaan. Ook heeft hij op videobeelden van de Aktiesport, gevestigd op het Bijlmerplein te Amsterdam, gezien dat verdachte op 13 juni 2008 omstreeks 16:33 samen met een andere man een groot aantal kledingstukken heeft afgerekend. Ten slotte heeft hij op videobeelden van de Free Record Shop, gevestigd op het Bijlmerplein te Amsterdam Zuidoost, gezien dat verdachte op 14 juni 2008 (de rechtbank begrijpt dat dit een kennelijke verschrijving is en dat wordt bedoeld: 13 juni 2008) omstreeks 16:44 uur een aantal artikelen afrekende en met een card betaaldexxiv.

Ten aanzien van het in zaak C, onder 1 en 2 telastegelegde:

Op 11 oktober 2010 is er via internet een kamer geboekt bij hotel Mercure. Deze boeking is gedaan met een creditcard op naam van [valse naam 3] met nummer [kaartnr 19]. Op 12 oktober 2010 kwam een man die zich [valse naam 3] noemde het hotel binnen. De man heeft eerst kamer 9017 gekregen en is later overgeboekt naar kamer 1001. Bij de overboeking is weer de creditcard op naam van [valse naam 3] met nummer [kaartnr 19] gebruikt. De man heeft verscheidene etens- en drinkwaren gekocht en geboekt op de creditcard. Op 13 oktober 2010 heeft de man een creditcard payment ondertekend met de naam [valse naam 3]. Op 14 oktober 2010 heeft de man een bon voor een bestelling via roomservice ondertekend met de naam [valse naam 3]. Later die dag werd het hotel gebeld met de mededeling dat er een creditcard werd gebruikt in het hotel, terwijl die creditcard was uitgereikt aan [naam], geboren in Canada, en terwijl die creditcard op 13 oktober 2010 in Canada gebruikt was. Het nummer van de creditcard bleek bij kamernummer 1001 thuis te horenxxv.

Op 15 oktober 2010 is verdachte aangehouden in het Hotel Mercure. [getuige 2], een medewerker van het hotel, verklaarde dat verdachte de persoon is die in kamer 1001 verblijft en zich [valse naam 3] noemt. [getuige 3], een andere medewerkster van het hotel, verklaarde dat zij op die dag bij kamer 1001 was geweest omdat de gast in die kamer roomservice had besteld. In de kamer was toen maar één persoon aanwezig. De gast heeft de bestelbon getekend met de naam [valse naam 3]. [getuige 3] verklaarde dat verdachte de hotelgast van kamer 1001 was die de bon heeft getekend. [getuige 2] verklaarde ook dat hij die dag door een negroïde man werd aangesproken die vertelde dat hij zijn uitrijkaart was vergeten. Die man gaf kamernummer 1001 op. Hij zat in een grijze Fiat. De autosleutel die verdachte in zijn bezit had, paste in het contactslot van deze autoxxvi.

In de tas van verdachte is ook een creditcard op naam van [valse naam 3] met nummer [kaartnr 19] aangetroffenxxvii.

In kamer 1001 zijn verschillende goederen aangetroffen waaronder vijf poststukken op naam van verdachte en twee poststukken geadresseerd aan [vriendin verdachte]xxviii.

Verdachte heeft op 16 oktober 2010 verklaard samen te wonen met [vriendin verdachte]xxix.

Naar aanleiding van onderzoek van de afdeling Security van American Express bleek dat de American Express kaart met nummer [kaartnr 19], die in Canada is uitgegeven aan [naam], op een gegeven moment tegelijk in Canada en Europa gebruikt bleek te worden. Met deze kaart zijn transacties gedaan bij het Mercure Hotel op naam van [valse naam 3] (de rechtbank begrijpt: [valse naam 3])xxx.

De rekening van Hotel Mercure op naam van [valse naam 3] betreft onder meer etens- en drinkwaren en een aantal overnachtingenxxxi.

3.3.3. Nadere bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het in zaak A, onder 1 telastegelegde:

De rechtbank acht alle telastegelegde frauduleuze transacties, met uitzondering van de transactie bij de Dixons op 14 mei 2009, bewezen. Weliswaar bevat het dossier alleen aangiften of bonnetjes ten aanzien van de transacties bij de Free Record Shop, Next Issue, Prenatal en Kijkshop, maar de rechtbank concludeert dat het niet anders kan dan dat verdachte ook de andere transacties heeft verricht nu de creditcard waarmee de frauduleuze transacties zijn verricht met het telefoonnummer van verdachte is aangevraagd, deze creditcard pas op 11 mei 2009 is verstuurd en het voor de rechtbank vaststaat dat verdachte de frauduleuze transacties bij de Free Record Shop, Next issue, Prenatal en Kijkshop heeft verricht. Verdachte heeft ook geen verklaring afgelegd waaruit zou blijken dat hij de andere transacties niet heeft verricht.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het telastegelegde niet bewezen ten aanzien van de transactie bij de Dixons op 14 mei 2009 omdat uit het dossier niet blijkt dat de Playstation 3 en Dvd's daadwerkelijk aan verdachte zijn afgegeven voordat hij werd aangehouden.

Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts ook dat verdachte zich ten minste een aantal malen heeft gelegitimeerd met het paspoort op naam van [valse naam 1]. Weliswaar is in dit licht bezien opmerkelijk dat hij betaalde met een creditcard op naam van [aangever 1], maar dit doet aan de inhoud van die bewijsmiddelen niet af en staat niet in de weg aan een bewezenverklaring. Dit verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.

Ten aanzien van het in zaak B, onder 1 telastegelegde:

De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw, het in zaak B, onder 1 telastegelegde wel wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank is weliswaar, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat de in de telastelegging genoemde creditcardnummers niet gekoppeld kunnen worden aan verdachte, maar ziet in de aangifte van EMS en de verklaring van [vriendin verdachte], te weten dat zij het skimapparaat van verdachte had gekregen en hem geskimde gegevens op zijn laptop heeft zien zetten, aanleiding om bewezen te achten dat verdachte in ieder geval een aantal creditcards heeft vervalst.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen

* Het in zaak A, onder 1 telastegelegde, namelijk dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 12 mei 2009 tot en met 14 mei 2009 te Amsterdam en te Diemen en te Utrecht en te Hoofddorp en te Amstelveen en te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer en te Wormerveer telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, telkens gebruik makend van een creditcard met nummer [kaartnr 1], telkens (een of meer medewerker(s) van) de hierna genoemde bedrijven op de hierna genoemde data, heeft bewogen tot de afgifte van de hierna genoemde goederen, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

toen en aldaar zich in die hierna genoemde winkels begeven en ter betaling van die goederen een creditcard met kaartnummer [kaartnr 1] overhandigd en/of zich gelegitimeerd met een Brits paspoort ten name van [valse naam 1] en zich voorgedaan als de rechtmatige houder van die creditcard, waardoor die werden bewogen tot bovenomschreven afgifte:

- op 12 mei 2009 bij ING te Amsterdam een geldbedrag, euro 1.250,00 en

- op 12 mei 2009 bij BP Gaasperdam te Amsterdam enig goed, euro 127,74 en

- op 12 mei 2009 bij Gassan Schiphol Plaza te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer een of meer goed(eren), euro 2000,00 euro en

- op 13 mei 2009 bij ING te Diemen een geldbedrag, euro 1.250,00 en

- op 13 mei 2009 bij Media Markt te Utrecht een of meer goed(eren), euro 1.107,00 en

- op 13 mei 2009 bij Media Markt te Utrecht een of meer goed(eren), euro 886,99 en

- op 13 mei 2009 bij BK Foodstrip te Amsterdam een of meer goed(eren)/levensmiddelen, euro 19,40 en

- op 13 mei 2009 bij Paolo Salotto Shoes te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer een of meer goed(eren), euro 89,99 en

- op 13 mei 2009 bij Kappe Perfumes & Color te Hoofddorp een of meer goed(eren), euro 72,00 en

- op 14 mei 2009 bij ABN AMRO Bank 1111 CJ te Diemen een geldbedrag, euro 1.000,00 en

- op 14 mei 2009 bij Rabobank te Nederland een geldbedrag, euro 250,00 en

- op 14 mei 2009 bij Free Record Shop 7 te Amstelveen een Wii spelcomputer en een console en twee Wii spellen, euro 369,96 en

- op 14 mei 2009 bij Winthouw B.V. te Amstelveen een spijkerbroek en een T-shirt van het merk Dolce & Gabbana, euro 307,00 en

- op 14 mei 2009 bij Prenatal 051 te Wormerveer een waardebon, euro 100,00 en

- op 14 mei 2009 bij Kijkshop 1045 te Amstelveen een rijstkoker en drie mobiele telefoons, euro 248,96;

* Het in zaak A, onder 2 telastegelegde, namelijk dat verdachte:

in de periode van 30 april 2009 tot en met 11 mei 2009 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, International Card Services heeft bewogen tot de afgifte van een creditcard met kaartnummer [kaartnr 1], hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als [aangever 1], te weten de rechtmatige houder van eerdergenoemde creditkaart en terwijl hij, verdachte zich voordeed als die [aangever 1] een adreswijziging doorgegeven en aangegeven dat hij zijn pincode van zijn oude creditcard was vergeten en vervolgens ingebeld naar de voice-computer van International Card Services en een pincode gekozen en ingegeven, waardoor International Card Services werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

* Het in zaak A, onder 3 telastegelegde, namelijk dat verdachte:

op 14 mei 2009 te Amstelveen in het bezit was van een nationaal paspoort van het United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, ten name van [valse naam 1], documentnummer [paspoortnummer], waarvan verdachte wist dat het vervalst was, bestaande die vervalsing hierin dat voornoemd reisdocument was voorzien van afwijkende foto printtechniek en afwijkende c.q. onjuiste reactie onder aanstraling met UV-licht en afwijkende druk- en reproductietechnieken en dat aan de binnenzijde van de achterste omslag een valse (Emergencies) pagina was aangebracht;

* Het in zaak A, onder 4 telastegelegde, namelijk dat verdachte:

op 14 mei 2009 te Amstelveen toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 326 Wetboek van Strafrecht hadden aangehouden en vastgegrepen zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin voornoemde verbalisanten verdachte trachtten te geleiden en die [verbalisant 1] weg te duwen, tengevolge waarvan de opsporingsambtenaar [verbalisant 2] enig lichamelijk letsel, te weten een losgekomen nagel van de rechterduim bekwam;

* Het in zaak B, onder 1 telastegelegde, namelijk dat verdachte:

in de periode vanaf 1 juni 2007 tot en met 30 september 2007 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk betaalpassen, bestemd voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, te weten een aantal Visa en/of Mastercards, heeft vervalst met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen;

* Het in zaak B, onder 2 telastegelegde, namelijk dat verdachte:

op 13 juni 2008 te Amsterdam, onder meer bij de Mediamarkt, vestiging Arena boulevard, 2.764 euro, kaartnummer [kaartnr 18],

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalste betaalpas, bestemd voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware deze pas echt en onvervalst, bestaande het gebruikmaken hierin dat hij verdachte met die kaart betalingen heeft verricht en bestaande die vervalsing hierin dat de magneetstrip van de kaart is gekopieerd;

* Het in zaak C, onder 1 telastegelegde, namelijk dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 11 oktober 2010 tot en met 15 oktober 2010 te Amsterdam telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels Hotel Mercure te Amsterdam heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, te weten een aantal overnachtingen en het afgeven van etens- en drinkwaren, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een bonafide hotelgast en een valse creditcard aangeboden ter betaling van die overnachtingen en etens- en drinkwaren, waardoor bovengenoemd hotel telkens werd bewogen tot het verlenen van bovenomschreven dienst;

*

Het in zaak C, onder 2 telastegelegde, namelijk dat verdachte:

in de periode van 11 oktober 2010 tot en met 15 oktober 2010 te Amsterdam telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse creditcard, bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, als ware die creditcard echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, die pas ter betaling heeft aangeboden aan hotel Mercure en bestaande die valsheid hierin dat die creditcard niet was uitgegeven door American Express, terwijl hij weet dat de creditcard bestemd is voor zodanig gebruik.

Voor zover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf en maatregelen

7.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezengeachte feiten, te weten het in zaak A, onder 1 t/m 4, in zaak B, onder 2 en in zaak C onder 1 en 2 telastegelegde, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie de vorderingen van de benadeelde partijen ICS en Hotel Mercure volledig toewijsbaar geacht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het in zaak C inbeslaggenomen goed teruggegeven zal worden aan verdachte, dat de in zaak A op de beslaglijst onder 10 en 19 genummerde goederen zullen worden onttrokken aan het verkeer en dat de overige goederen die in zaak A inbeslaggenomen zijn, verbeurd verklaard zullen worden. Ten slotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen zal worden. Zij heeft hiertoe onder andere het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft zich vanaf 2007 tot en met 2010 bezig gehouden met creditcardfraude. Er is sprake van grootschalige en stelselmatige oplichting waardoor verdachte enorme schade aan de maatschappij heeft toegebracht. De creditcardmaatschappijen draaien immers telkens weer voor de kosten op. Ook de individuele kaarthouder heeft last van het handelen van verdachte. De schade voor de individuele kaarthouder wordt weliswaar vergoed, maar dergelijke gebeurtenissen zorgen voor een groot gevoel van onveiligheid.

Verdachte was ook in het bezit van een vals paspoort. Daar worden doorgaans flinke straffen voor gegeven omdat de maatschappij moet kunnen vertrouwen op de echtheid van een identiteitsdocument.

Verdachte verklaart weliswaar dat hij een harde werker is, maar gelet op de ernst van de bewezen geachte feiten is alleen een langdurige gevangenisstraf een passende straf. Omdat verdachte niet eerder is veroordeeld voor dergelijke feiten, is een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wel op zijn plaats. Verdachte [medeverdachte 2], die ook in het dossier figureert, heeft een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan vijf voorwaardelijk gekregen, voor creditcardfraude gedurende anderhalf jaar. De strafeis in de onderhavige zaak is dus niet buitensporig. Dit blijkt ook uit andere uitspraken in vergelijkbare zaken.

Een vergelijking met sociale zekerheidsfraude is absoluut niet passend.

Ook kan niet worden volstaan met een werkstraf. Alleen het bezit van een vals paspoort wordt al bestraf met een gevangenisstraf van enkele maanden.

De in zaak A inbeslaggenomen goederen hebben anderhalf jaar bij de politie gelegen. De winkeliers en creditcardmaatschappij hebben dus zeker schade geleden.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat aan verdachte geen gevangenisstraf, doch hooguit een werkstraf opgelegd zou moeten worden. Er is geen sprake van grootschalige creditcardfraude gedurende drie jaren. Feitelijk gaat het om één creditcard in zaak A en één creditcard in zaak C. Verdachte kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor alle vervalste creditcards. Dit blijkt ook wel uit de vonnissen in de zaken [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] waarin creditcardnummers worden genoemd die niet aan verdachte gekoppeld kunnen worden. De zaak tegen verdachte kan dan ook niet worden vergeleken met die tegen [medeverdachte 2] om te bepalen wat een passende straf zou zijn.

Bij het bepalen van de strafmaat dient niet te worden gekeken naar de periode, maar naar het benadelingsbedrag. In het geval van sociale zekerheidsfraude voor een dergelijk bedrag wordt een verdachte slechts op een politierechterzitting gezet.

Er is verdachte veel aan gelegen om niet vast te zitten. Hij verdient met zijn bedrijf maar ongeveer € 1.200, - per maand. Zijn bedrijf wordt gezien als een gat in de markt. Als hij vast komt te zitten, dan zullen anderen in dat gat springen en is het voor hem helemaal over.

De officier van justitie geeft aan dat zij dit een zeer ernstig feit vindt. Het is dan ook opvallend dat zij de zaak zo lang op de plank heeft laten liggen. Nu kan je geen gevangenisstraf meer opleggen aan iemand die al zo lang vrij is.

Daarnaast wordt verdachte, door de invoering van de nieuwe wet voorwaardelijke invrijheidsstelling, alleen maar benadeeld door het opleggen van een voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf.

De raadsvrouw heeft betoogd dat er feitelijk geen sprake is van benadeling voor de benadeelde partij International Card Services aangezien van een groot deel van de transacties niet bewezen kan worden dat deze door verdachte zijn verricht, terwijl de goederen die bij de overige transacties zouden zijn verkregen onder verdachte inbeslaggenomen zijn. Deze goederen kunnen aan de winkels worden teruggegeven, waarna deze winkels de vergoeding die zij voor die goederen hebben ontvangen van ICS aan ICS moeten terugbetalen.

De raadsvrouw heeft daarnaast betoogd dat de rechtbank niet toe dient te komen aan de vordering van Hotel Mercure nu de verdediging stelt dat verdachte van het desbetreffende feit vrijgesproken dient te worden.

De raadsvrouw heeft voorts betoogd dat de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen dient te worden aangezien die voorwaardelijke straf is opgelegd voor verboden wapenbezit en dus een heel ander feit betreft dan de feiten die vandaag bewezen kunnen worden.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

7.3.1 Strafoplegging

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan creditcardfraude. Naast het feit dat hij zelf een aantal creditcards heeft vervalst, heeft hij andere valse creditcards gebruikt door ze in winkels aan te bieden ter betaling van producten, door er geld mee op te nemen bij banken, en door ze te gebruiken voor het verkrijgen van overnachtingen en eten en drinken in een hotel.

Het vertrouwen dat door de consument en de acceptant in het betaalnetwerk en in de creditcard moet kunnen worden gesteld is van groot economisch en maatschappelijk belang. Door zijn handelingen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op dat vertrouwen. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijke en economische verkeer. Daarnaast heeft de handelswijze van verdachte geleid tot financiële schade voor de betrokken creditcardmaatschappijen en het Hotel Mercure.

Ook heeft verdachte een vervalst paspoort in zijn bezit gehad. Dit is een zeer ernstig feit omdat het maatschappelijke systeem is gebaseerd op de juistheid van ieders identificatiedocumenten.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan wederspannigheid. Verzet tegen een rechtmatige aanhouding met toepassing van geweld is ontoelaatbaar en dient te worden bestreden.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat alleen aan langdurige gevangenisstraf een passende straf is, in de eerste plaats als vergelding en voorts uit het oogpunt van speciale en generale preventie, dit laatste mede in het licht van de omstandigheid dat dergelijke delicten steeds vaker voorkomen. Gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, acht de rechtbank de strafeis van de officier van justitie niet buitensporig hoog. Nu de rechtbank echter meer strafbare feiten bewezen acht dan de officier van justitie, ziet zij daarin aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd en een hogere gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank overweegt daartoe voorts dat verdachte ter terechtzitting geen berouw heeft getoond en dat hij, ondanks dat hij een aantal malen is aangehouden, en zelfs na geschorst te zijn op grond van zijn persoonlijke omstandigheden, zijn frauduleuze handelingen steeds weer heeft hervat.

De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte, blijkens het hem betreffende Uittreksel van de Justitiële Documentatie nog niet eerder is veroordeeld voor dergelijke feiten. De rechtbank ziet daarin aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.

7.3.2. Beslissingen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen

Ten aanzien van de benadeelde partij International Card Services BV:

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat behandeling van (een deel van) de vordering van de benadeelde partij International Card Services BV, geen onevenredige belasting vormt van dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in zaak A, onder 1 bewezen geachte feit, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 9.079,04 (negenduizendnegenenzeventig euro en vier cent). De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De raadsvrouw heeft betoogd dat de onder verdachte inbeslaggenomen goederen kunnen worden teruggegeven aan de winkels waar deze gekocht zijn. De winkels zouden daardoor geen schade meer hebben en zouden dus de vergoeding die zij voor die goederen hadden ontvangen aan ICS terug dienen te betalen, waardoor ook ICS minder schade zou hebben.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe het volgende. De inbeslaggenomen goederen liggen al ruim anderhalf jaar bij de Domeinen. Het is een feit van algemene bekendheid dat goederen na een zo lange tijd een groot deel van hun waarde hebben verloren en niet meer kunnen worden verkocht door de winkels waar ze vandaan komen. Teruggave van de goederen aan de desbetreffende winkels kan de schade dan ook niet meer wegnemen.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij, te weten de schade die zou zijn geleden als gevolg van de transactie bij de Dixons te Amstelveen op 14 mei 2009, is niet van eenvoudige aard. Uitgebreid nader onderzoek is nodig om deze schade te kunnen vaststellen. Behandeling van dit deel van de vordering zou dit strafgeding in de gegeven omstandigheden daarom onevenredig belasten. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van International Card Services BV voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

Ten aanzien van de benadeelde partij Hotel Mercure a/d Amstel:

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat behandeling van de vordering van de benadeelde partij Hotel Mercure a/d Amstel, geen onevenredige belasting vormt van dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in zaak C, onder 1 bewezengeachte feit, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 1.865,07 (achttienhonderdvijfenzestig euro en zeven cent). De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van Hotel Mercure a/d Amstel voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

7.3.3. Beslissingen ten aanzien van het beslag

Onttrekking aan het verkeer:

Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten het in zaak A op de beslaglijst onder 10 genummerde goed, dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van dit voorwerp het in zaak A, onder 1 bewezengeachte is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten het in zaak A op de beslaglijst onder 19 genummerde goed, dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien dit voorwerp is aangetroffen in het onderzoek naar de misdrijven waarvan verdachte wordt verdacht, terwijl dit voorwerp kan dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Teruggave aan rechthebbende:

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de in zaak A op de beslaglijst onder 2 t/m 9 en 11 t/m 17 genummerde goederen, dienen aan de rechthebbende te worden teruggegeven.

Teruggave aan verdachte:

Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten het in zaak C op de beslaglijst onder 3 genummerde goed, dat aan verdachte toebehoort, dient aan verdachte te worden teruggegeven.

7.3.4. Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 11 juni 2009 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/457102-08, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 26 maart 2008 van de politierechter te Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken, met bevel dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 (twee) jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens blijkt uit de stukken dat de kennisgeving, als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering, aan verdachte is toegezonden.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 36f, 47, 55, 57, 180, 181, 231, 232, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het in zaak A, onder 5 en in zaak B, onder 3 telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A, onder 1 t/m 4, het in zaak B, onder 1 en 2 en het in zaak C, onder 1 en 2 telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het in zaak A, onder 1 en 2 telastegelegde:

Oplichting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het in zaak A, onder 3 telastegelegde:

In het bezit zijn van een reisdocument, waarvan hij weet dat het vervalst is.

Ten aanzien van het in zaak A, onder 4 telastegelegde:

Wederspannigheid, terwijl het misdrijf enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Ten aanzien van het in zaak B, onder 1 telastegelegde:

Opzettelijk een betaalpas bestemd voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg vervalsen, met het oogmerk zichzelf te bevoordelen.

Ten aanzien van het in zaak B, onder 2 telastegelegde:

Opzettelijk gebruik maken van een vervalste betaalpas als ware deze echt en onvervalst, terwijl hij weet dat de pas bestemd is voor zodanig gebruik.

Ten aanzien van het in zaak C, onder 1 en 2 telastegelegde:

Eendaadse samenloop van:

Oplichting

Én

Opzettelijk gebruik maken van een valse creditcard als ware deze echt en onvervalst, terwijl hij weet dat de pas bestemd is voor zodanig gebruik.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

* Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

* Wijst de vordering van de benadeelde partij International Card Services BV, gevestigd op het adres Wisselwerking 32, 1112 XP te Diemen toe tot een bedrag van € 9.079,04 (negenduizendnegenenzeventig euro en vier cent).

Veroordeelt verdachte aan International Card Services BV voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer International Card Services BV, te betalen de som van € 9.079,04 (negenduizendnegenenzeventig euro en vier cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 80 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

* Wijst de vordering van de benadeelde partij Hotel Mercure a/d Amstel, gevestigd op het adres Joan Muyskensweg 10, 1069 CJ te Amsterdam toe tot een bedrag van € 1.865,07 (achttienhonderdvijfenzestig euro en zeven cent).

Veroordeelt verdachte aan Hotel Mercure a/d Amstel voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij Hotel Mercure a/d Amstel, te betalen de som van € 1.865,07 (achttienhonderdvijfenzestig euro en zeven cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 28 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van de voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

* Verklaart onttrokken aan het verkeer de in zaak A op de beslaglijst onder 10 en 19 genummerde goederen.

* Gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de in zaak A op de beslaglijst onder 2 t/m 9 en 11 t/m 17 genummerde goederen.

* Gelast de teruggave aan [verdachte] van het in zaak C op de beslaglijst onder 3 genummerde goed.

* Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij voornoemd vonnis d.d. 26 maart 2008, zijnde een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.P.H.I. Cleerdin, voorzitter,

mrs. B.T. Beuving en M.L. Harmsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Spliet, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 februari 2011.

i Een geschrift, te weten een aangifte van International Card Services BV van 2 juni 2009, opgemaakt door [aangever 2], met als bijlage een weergave van frauduleuze transacties (p. 219 t/m 227).

ii Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2009144188-1 van 26 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5], inhoudende de verklaring van [aangever 1] (p. 230 t/m 232).

iii Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009131770-1 van 19 juni 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 257 en 258).

iv Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2009131770-1 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7], inhoudende de verklaring van [aangever 3] (p. 47 t/m 50).

v Een proces-verbaal van aangifte met bijlage met nummer 2009131770-20 van 15 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7], inhoudende de verklaring van [aangever 4] (p. 108 t/m 111).

vi Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009131770-1 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisanten (p. 1 t/m 3).

vii Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2009131770-7 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 12 en 13).

Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2009131770-8 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 16 en 17).

Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2009131770-10 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 19 en 20).

Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2009131770-11 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 22 en 23).

Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2009131770-12 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 25 en 26).

Een proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming met nummer 2009131770-13 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 28 en 29).

viii Een proces-verbaal van bevindingen met bijlage met nummer 2009131770-1 van 16 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 124 en 125).

ix Een geschrift, te weten een aangifte van International Card Services BV van 2 juni 2009, opgemaakt door [aangever 2] (p. 219 t/m 225).

x Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2009144188-1 van 26 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5], inhoudende de verklaring van [aangever 1] (p. 230 t/m 232).

xi Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009131770-1 van 19 juni 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 257 en 258).

xii Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009131770-1 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisanten (p. 1 t/m 3).

xiii Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2009131770-9 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9], inhoudende de verklaring van [aangever 5] (p. 57 t/m 60).

xiv Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2009131770-1 van 14 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisanten (p. 1 t/m 3).

xv Een geschrift, te weten een aangifte van European Merchant Services van 13 november 2007, opgemaakt door [aangever 6] (p. 6 t/m 16).

xvi Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2007307739-4 van 20 november 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 10], inhoudende de verklaring van [vriendin verdachte] (p. 47 t/m 50).

xvii Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2007307739-11 van 21 november 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 10], inhoudende de verklaring van [vriendin verdachte] (p. 51 en 52).

xviii Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2008169269-1 van 13 juni 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisanten (p. 3 en 4).

xix Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2008169269-1 van 13 juni 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 13], inhoudende de verklaring van [aangever 7] (p. 5 t/m 7).

xx Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2008169269-7 van 14 juni 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 14], inhoudende de verklaring van [aangever 10] (p. 54 t/m 57).

xxi Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2008169269-6 van 14 juni 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 14], inhoudende de verklaring van verdachte (p. 58 t/m 63).

xxii Een geschrift, te weten een aangifte van European Merchant Services van 16 juni 2008, opgemaakt door [aangever 6] (p. 8 t/m 13).

xxiii Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2008169269-11 van 19 juni 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4], inhoudende de verklaring van [getuige 1] (p. 44 en 45).

xxiv Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2008169269-1 van 30 juni 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 22 en 23).

xxv Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2010253486-1 van 16 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15], inhoudende de verklaring van [aangever 8] (p. 7 t/m 10).

xxvi Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2010253486-5 van 15 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 16] en [verbalisant 17], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisanten (p. 13 t/m 15).

xxvii Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2010253486-6 van 15 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 18], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 16).

xxviii Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2010253486-19 van 17 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15], inhoudende de verklaring van voornoemde verbalisant (p. 30 t/m 32).

xxix Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2010253486-15 van 16 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 20], inhoudende de verklaring van verdachte (p. 38 t/m 42).

xxx Een geschrift, te weten een kopie van een aangifte van American Express van 20 oktober 2010, opgemaakt door [aangever 9].

xxxi Een aanvullend proces-verbaal met bijlage met nummer 2010253486-1 van 20 oktober 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 19], inhoudende de verklaring van [aangever 8].