Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7170

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-04-2011
Datum publicatie
06-06-2011
Zaaknummer
Parketnr 13.706139-11, RK nummer 11/998.
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overlevering Denemarken toegestaan. Samenloop met EAB België (13.706108-11; BQ7168). Redelijkheidstoets. Rechtbank bevestigt oordeel van ovj dat aan Belgische EAB voorrang dient te worden gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.706139-11

RK nummer: 11/998

Datum uitspraak: 1 april 2011

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 17 februari 2011 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 4 februari 2011 door het plaatsvervangend hoofd van het Deense Ministerie van Justitie (Justitsministeriet), Denemarken. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

alias [alias],

geboren te [geboorteplaats] (Oekraïne) op [geboortedatum] 1972,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans uit anderen hoofde gede¬tineerd in het Huis van Bewaring “Haarlem” te Haarlem.

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 maart 2011. Daarbij zijn de offi¬cier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. C.W. Dirkzwager namens mr. M.J. van Essen, advocaat te Amsterdam, gehoord. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Russische taal.

2. Grondslag en inhoud van het EAB

Aan het EAB ligt een beschikking met betrekking tot de voorlopige hechtenis van 3 februari 2011 van een rechter bij de rechtbank Sonderborg ten grondslag. (K01-402/2011)

Het EAB houdt het verzoek in om overlevering ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek betreft het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schul¬dig heeft gemaakt aan vijf naar het recht van Denemarken strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB, waarvan een door de griffier gewaarmerkte fotokopie als bijlage aan deze uitspraak is gehecht.

3. Identiteit van de opgeëiste persoon

De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij niet de Nederlandse, maar de Oekraïense nationaliteit heeft.

4. Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De feiten zijn zowel naar het recht van Denemarken als naar Nederlands recht strafbaar.

Op deze feiten is in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden gesteld.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft dan wel het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

5. Samenloop

Er is sprake van samenloop van het onderhavige aanhoudingsbevel met een aanhoudingsbevel uit België uitgevaardigd op 2 februari 2011.

In zijn schriftelijke samenvatting overweegt de officier van justitie dat voorrang dient te worden gegeven aan overlevering voor het Europees aanhoudingsbevel afkomstig van de Belgische justitiële autoriteiten. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de opgeëiste persoon op grond van dit EAB is aangehouden en het Deense EAB pas enige tijd later werd ontvangen. Bovendien hebben de Deense autoriteiten aangegeven akkoord te gaan met een onmiddellijke overlevering naar België.

De opgeëiste persoon alsmede zijn raadsvrouw hebben te kennen gegeven eveneens de voorkeur te hebben om voorrang te geven aan het Belgische verzoek.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de officier van justitie in redelijkheid tot zijn keuze kunnen komen. De rechtbank bevestigt derhalve het oordeel van de officier van justitie dat aan het Belgische EAB voorrang dient te worden gegeven.

6. Slotsom

Nu ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden toegestaan.

7. Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon], alias [alias] aan het plaatsvervangend hoofd van het Deense Ministerie van Justitie ten behoeve van het in Denemarken tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. J.H.J. Evers, voorzit¬ter,

mrs. S.A. Krenning en I.V.Ottens, rech¬ters,

in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema, grif¬fier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 1 april 2011.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.