Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ6036

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-02-2011
Datum publicatie
26-05-2011
Zaaknummer
13-520067-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Witwassen, gebruikmaken van valse geschriften en oplichting.

Overeenkomst tussen coffeeshophouder en zijn inkoper waarmee werd beoogd laatstgenoemde een legaal inkomen te verschaffen. Schijnconstructie, want de gepresenteerde arbeidsovereenkomst valt niet als zodanig aan te merken wegens het ontbreken van een gezagsverhouding, terwijl partijen moesten weten dat een overeenkomst die verplicht tot het leveren van meer dan de gedoogde hoeveelheden wiet, in strijd is met de openbare orde. Het inkomen is dus uit misdrijf verkregen en de documenten die het inkomen een legaal voorkomen moesten geven, zijn vals.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/520067-08 (PROMIS)

Datum uitspraak: 2 februari 2011

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[woonadres] [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 december 2009, 26 januari 2010, 21 september 2010 en 19 januari 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. N. Voorhuis en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. J.J.J. van Rijsbergen naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op 26 januari 2010 en 19 januari 2011 - tenlastegelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 24 augustus 2009 te Amsterdam en/of Purmerend en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

een of meer voorwerp(en), te weten (onder meer):

in of omstreeks de periode vanaf 01 oktober 2003 tot met 24 augustus 2009

- een of meer geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van € 199.386,- en/of

in of omstreeks de periode vanaf 01 november 2007 tot en met 24 augustus 2009

- een of meer personenauto('s), te weten:

een personenauto van het merk Fiat, type Punto, kenteken [kenteken 1] en/of

- een of meer scooter(s), te weten:

een scooter van het merk Piaggio, type C38, kenteken [kenteken 2];

en/of

- een woning, zijnde een pand gelegen aan de [woonadres] te [woonplaats], kadastraal bekend als [woonplaats] [kadasternr.]

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van de/het voorwerp(en) gebruik heeft/hebben gemaakt, zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 24 augustus 2009 te Amsterdam en/of Purmerend en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten (in ieder geval):

in of omstreeks de periode vanaf 01 oktober 2003 tot met 24 augustus 2009

- een of meer geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van € 199.386,- en/of

in of omstreeks de periode vanaf 01 november 2007 tot en met 24 augustus 2009

- een of meer personenauto('s), te weten:

een personenauto van het merk Fiat, type Punto, kenteken [kenteken 1] en/of

- een of meer scooter(s), te weten:

een scooter van het merk Piaggio, type C38, kenteken [kenteken 2];

en/of

- een woning, zijnde een pand gelegen aan de [woonadres] te [woonplaats], kadastraal bekend als [woonplaats] [kadasternr.]

voorhanden heeft/hebben gehad en/of daarvan gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat bovengenoemd(e) voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf;

2.

hij op of omstreeks 24 augustus 2009 te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen van categorie II onder 6° van de Wet wapens en munitie, te weten:

een busje traangas, merk CS Spray, type No. 1 Dallas, zijnde een voorwerp als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie II onder 6° van de Wet wapens en munitie, dat bestemd is voor het treffen van personen met een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof,

voorhanden heeft/hebben gehad;

3.

hij op of omstreeks 24 augustus 2009 te Amsterdam tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk een radiozendapparaat, te weten:

een GSM- en/of UMTS- 'jammer' en/of 'blocker', zijnde een apparaat, bedoeld om het mobiele telefoonverkeer in GSM- en/of UMTS- frequentiebanden in de directe omgeving van het apparaat geheel onmogelijk te maken door het uitzenden van een (breedbandig) stoorsignaal

heeft/hebben aangelegd en/of geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben gebruikt, terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend;

4.

hij op of omstreeks 24 augustus 2009 te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad drie, althans een of meer, (xtc-)pillen bevattende MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

en/of

twee, althans een of meer, pillen bevattende amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2006 tot en met 24 augustus 2009 te Duivendrecht en/of Amsterdam en/of te Purmerend, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad grote hoeveelheden hennep en/of hennepstekken en/of hennepplanten, in elk geval:

(zaaksdossier (9-)12-4, 13 september 2008 Purmerend)

-een zwarte tas met 25, althans een of meer, paketten hennep (met een totaalgewicht van 24.650) en/of

(zaaksdossier (9-)12-5, 1 december 2008 Amsterdam)

vier, althans een of meer, kartonnen dozen met 336, althans een of meer, hennepstekken en/of

(zaaksdossier (9-)12-7, 24 augustus 2009)

-in een pand aan de [A-straat nr.] te Purmerend een hoeveelheid van ongeveer 498 hennepplanten en/of 6625 hennepstekken, althans een groot aantal hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan,

(zaaksdossier (9-)12-8, 24 augustus 2009)

-in een pand aan de [B-straat nr. A] te Amsterdam een hoeveelheid van ongeveer 15 hennepplanten en/of -in een pand aan de [B-straat nr. B] te Amsterdam een hoeveelheid van ongeveer 100 hennepplanten en/of

-een of meer hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende hennep,

in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet

en/of

(zaaksdossier (9-)12-6, 24 augustus 2009)

hij in of omstreeks de periode 1 september 2008 tot en met 1 februari 2009 te Duivendrecht en/of Amsterdam en/of te Purmerend, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad uit een pand aan [C-straat nr.] te Duivendrecht/Amsterdam meermalen hoeveelheden, in totaal circa 6.000 stuks, althans een of meer grote hoeveelhe(i)d(en) hennep en/of hennepstekken en/of delen daarvan

en/of

(zaaksdossier (9-)12-6, 24 augustus 2009

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van 1 oktober 2006 tot en met 24 augustus 2009 te Duivendrecht en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad

In een pand aan [C-straat nr.] te Duivendrecht/Amsterdam een hoeveelheid van ongeveer 300 moeder(hennep)planten en/of 175 hennepplanten/stekken, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan

in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:

- het mee helpen opbouwen van de hennepplantage en/of

- het in elkaar zetten van bakken ten behoeve van kweek van de hennepplanten en/of,

- het monteren en ophangen van de emballagelampen;

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2006 tot en met 24 augustus 2009 te Duivendrecht en/of Amsterdam en/of te Purmerend, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) heeft weggenomen:

- in perceel [C-straat nr.] te Duivendrecht/Amsterdam een hoeveelheid elektriciteit t.w.v. 9.739,42 euro en/of

- in perceel [A-straat nr.] te Purmerend een hoeveelheid elektriciteit t.w.v. 29.402,59 euro en/of

- in perceel [B-straat nr. B] te Amsterdam een hoeveelheid elektriciteit t.w.v. 3.591,20 euro,

in elk geval een hoeveelheid elektriciteit, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij hij, verdachte, het/de weggenomen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking door de zegels van de hoofdaansluitkast(en) te verbreken en/of aan de

bovenzijde van de zekeringhouder(s) (een) illegale elektriciteitsaansluiting(en) (buiten de meter om) te maken en/of een of meer extra fase dra(a)d(en) aan te sluiten en/of de hoofdbeveiliging van de elektrische installatie te verzwaren en/of de ijkschroefgleuven op de

elektriciteitsmeter te beschadigen en/of de originele ijkzegels te vervangen;

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 24 augustus 2009 te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft gebruik gemaakt van en/of afgeleverd en/of voorhanden gehad,

een (of meer) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en), te weten (onder meer):

- een model-werkgeversverklaring van (Coffeeshop) [coffeeshop] v.o.f. m.b.t. de

werknemer [verdachte] d.d. 20 januari 2005 (p.02565) en/of

- een salarisspecificatie van (Coffeeshop) [coffeeshop] v.o.f. m.b.t. [verdachte]

d.d 25 januari 2005 (p.02566) en/of

- een jaaropgaaf over het jaar 2004 van (Coffeeshop) [coffeeshop] v.o.f. m.b.t

[verdachte] d.d. 20 januari 2005 (p.02567),

in ieder geval (telkens) een of meer vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en) -

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van

enig feit te dienen -,

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het/zij echt en onvervalst,

welke valsheid hierin bestond dat opzettelijk in strijd met de waarheid in dat/die geschrift(en) was vermeld dat verdachte als werknemer (barmedewerker en/of bediende) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan en/of is aangesteld in vaste dienst bij

(Coffeeshop) [coffeeshop] v.o.f., terwijl hij in werkelijkheid leverancier/inkoper van die Coffeeshop was, althans niet als werknemer in dienst was in die Coffeeshop, en bestaande dat gebruikmaken en/of dat afleveren en/of dat voorhanden hebben hierin dat hij en of zijn mededader(s) dat/die geschriften heeft/hebben verstrekt en/of doen verstrekken aan de ABN Amro Bank N.V.;

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 24 augustus 2009 te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de ABN Amro Bank N.V. en/of de ABN-AMRO Hypotheken Groep B.V. heeft/hebben bewogen tot de afgifte van 200.750,- euro, in elk geval van een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, en/of op die tijdstippen en aldaar de ABN Amro Bank N.V. en/of de ABN-AMRO Hypotheken Groep B.V. heeft/hebben bewogen tot het verstrekken van (een) hypothecaire lening tegen voormeld bedrag, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een aanvraag woninghypotheek voor het pand [woonadres] te [woonplaats] d.d. 20 januari 2005 ingediend en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze

financiering de volgende stukken verstrekt en/of doen verstrekken aan de ABN Amro Bank N.V. en/of de ABN-AMRO Hypotheken Groep B.V., te weten (onder meer):

- een model-werkgeversverklaring van (Coffeeshop) [coffeeshop] v.o.f. m.b.t. de

werknemer [verdachte] d.d. 20 januari 2005 (p.02565) en/of

- een salarisspecificatie van (Coffeeshop) [coffeeshop] v.o.f. m.b.t. [verdachte]

d.d 25 januari 2005 (p.02566) en/of

- een jaaropgaaf over het jaar 2004 van (Coffeeshop) [coffeeshop] v.o.f. m.b.t

[verdachte] d.d. 20 januari 2005 (p.02567),

ingediend en/of doen indienen,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat hij, verdachte, in werkelijkheid niet als werknemer (barmedewerker en/of bediende) bij (Coffeeshop) [coffeeshop] v.o.f. te Amsterdam in dienst is getreden, maar in werkelijkheid leverancier/inkoper van die Coffeeshop/v.o.f. was, waardoor hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de ABN Amro Bank N.V. en/of de ABN-AMRO Hypotheken Groep B.V. ten behoeve van voornoemde afgifte een onjuist beeld met betrekking tot de werkelijke werkzaamheden van verdachte heeft/hebben voorgespiegeld waardoor de ABN Amro Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of verstrekking.

2. Voorvragen

2.1 Met betrekking tot de geldigheid van de dagvaarding overweegt de rechtbank als volgt. Aan verdachte is onder feit 5, zevende alinea, tenlastegelegd dat hij "(...) in elk geval 6000 stuks hennep(stekken) aanwezig heeft gehad uit een pand aan de [C-straat] te Amsterdam/Duivendrecht". De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegelicht dat bedoeld wordt dat de 6000 stekken uit het pand aan de [A-straat] in Purmerend kwamen. Dat de hennep(stekken) "uit een pand aan de [C-straat] te Amsterdam/Duivendrecht" kwamen, is niet relevant of noodzakelijk voor een bewezenverklaring, aldus de officier van justitie. De rechtbank oordeelt overeenkomstig en acht de uitleg die de officier van justitie ter terechtzitting heeft gegeven voldoende duidelijk. De dagvaarding is dan ook niet innerlijk tegenstrijdig. De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is.De rechtbank stelt voorts vast dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

2.2 Met betrekking tot de ontvankelijkheid van de officier van justitie heeft de verdediging betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging ten aanzien van de feiten 1 en 7 en, naar de rechtbank begrijpt, feit 8, omdat deze feiten vallen onder de feiten waarvoor justitie in 2009 een schikking met verdachte is aangegaan. Verdachte zou niet meer worden vervolgd voor de uit het Segura-onderzoek voortvloeiende feiten indien hij zou voldoen aan de in de schikking genoemde voorwaarden. De huidige vervolging van verdachte voor deze feiten is in strijd met het ne bis in idem beginsel, althans het vertrouwensbeginsel aldus de verdediging.

2.3 De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte nu terechtstaat voor nieuwe feiten die geen deel uitmaakten van het onderzoek Segura en dus niet in de schikking met verdachte zijn meegenomen.

2.4 De rechtbank overweegt als volgt. Het transactievoorstel met verzenddatum 30 januari 20091 tussen verdachte en het Openbaar Ministerie betreft naar blijkt uit de ter terechtzitting overgelegde concept tenlastelegging met parketnummer 13/523243-06 de periode van 26 september 2004 tot en met 11 september 2006. Zij heeft betrekking op de volgende feiten:

* medeplegen hennepkweek [D-straat] in Amsterdam;

* heling buitenboordmotor (garage [E-straat] in Amsterdam);

* medeplegen van witwassen van € 60.627,-.

Met verdachte is overeengekomen dat indien hij voldoet aan de overeengekomen voorwaarden, ook een voorwaardelijk sepot volgt voor de feiten:

* medeplegen hennepkweek ([F-straat] in Amsterdam);

* medeplegen hennepkweek (Rijsenhout);

* medeplegen hennepkweek ([G-straat] in Amsterdam).

Bij de witwasberekening is het loon dat verdachte verdiende bij coffeeshop [coffeeshop] aangemerkt als legale inkomsten en ten gunste van verdachte afgetrokken van de werkelijke contante uitgaven van verdachte.2

In de thans aan de orde zijnde strafzaak wordt aan verdachte verweten dat hij:

1. in de periode van 1 oktober 2003 tot en met 24 augustus 2009 een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van zijn woning, van een auto Fiat Punto, en een scooter Piaggio kenteken [kenteken 2] en van geldbedragen (in totaal een bedrag van

€ 199.386,-);

2. het voorhanden hebben van een busje traangas op 24 augustus 2009;

3. het voorhanden hebben van een 'jammer' of 'blocker' op 24 augustus 2009;

4. het voorhanden hebben van 3 pillen bevattende MDMA en 2 pillen bevattende amfetamine op 24 augustus 2009;

5. het telen/bereiden/aanwezig hebben van hennep(stekken en/of -planten) in de periode van 13 september 2008 tot en met 24 augustus 2009 op andere plaatsen dan de zojuist genoemde;

6. elektriciteit heeft gestolen in de periode van 1 oktober 2006 tot en met 24 augustus 2009;

7. gebruik heeft gemaakt van vals opgemaakte geschriften in de periode van 1 januari 2005 tot en met 24 augustus 2009;

8. de ABN Amro Bank N.V. voor een bedrag van € 200.750,- heeft opgelicht in de periode 1 januari 2005 tot net met 24 augustus 2009.

De onder 2 tot en met 6 tenlastegelegde feiten vallen evident buiten de periode waarop het transactievoorstel ziet. Het goed (de woning) en de geldbedragen die in dezelfde periode zijn verworven als waar het Segura-onderzoek op ziet en waar in de huidige tenlastelegging de feiten 1, 7 en 8 (mede) op zien, zijn niet in het toenmalige transactievoorstel meegenomen. Het inkomen dat verdachte genereerde uit het dienstverband met [coffeeshop] werd toentertijd als legaal gezien en dat bedrag is dan ook in de toenmalige witwasberekening van de uitgaven afgetrokken. Er is toen geen onderzoek gedaan naar het dienstverband van verdachte anders dan dat de loongegevens zijn opgevraagd. De woning is niet in het transactievoorstel opgenomen en ook van valsheid in geschrifte betreffende documenten die betrekking hebben op het dienstverband van verdachte, alsmede de oplichting van de ABN Amro Bank N.V. komen niet aan de orde in het transactievoorstel.

De rechtbank constateert dat aan verdachte in de onderhavige zaak andere verwijten gemaakt worden dan de feiten genoemd in het transactievoorstel uit 2009. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel en verwerpt het daarop gegronde verweer.

Ook het verweer dat verdachte niet vervolgd zou worden voor feiten die voortvloeien uit het dossier dat is samengesteld naar aanleiding van het Segura-onderzoek gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op. In het transactievoorstel staat immers vermeld dat verdachte '(voorwaardelijk) niet vervolgd zal worden ter zake van de in dat strafdossier vermelde misdrijven/overtredingen, respectievelijk de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel' indien hij aan bepaalde voorwaarden zou voldoen. Dit verweer berust dus op een grondslag die niet overeenkomt met de feiten, en wordt daarom eveneens verworpen. Enig vertrouwen dat in het bijzonder geen nader onderzoek naar het beweerde dienstverband zou worden gedaan, heeft verdachte aan de schikking niet mogen ontlenen.

De slotsom is dus dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vordering.

Verder constateert de rechtbank dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vordert vrijspraak ten aanzien van de kweek en/of het aanwezig hebben van hennep in het pand aan de [A-straat] te Purmerend en de diefstal van elektriciteit daar (feiten 5 en 6). Zij is van mening dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1 tot en met 8 tenlastegelegde heeft begaan. Zij heeft daartoe - kort samengevat - het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het onder 1, 7 en 8 tenlastegelegde heeft de officier van justitie bepleit dat het dienstverband van verdachte en [coffeeshop] vals is. Door middel van valse documenten heeft verdachte de ABN Amro Bank N.V. opgelicht. Het enige legale inkomen van verdachte en van zijn partner en medeverdachte [partner] (hierna: [partner]) bestaat uit het loon dat [partner] uit arbeid verdient, hetgeen niet meer dan € 8.000,- per jaar is. Van dat bedrag kunnen niet eens alle vaste lasten van verdachte en [partner] worden betaald. Een deel van de vaste lasten en alle andere uitgaven moeten dus gedaan zijn met geld uit misdrijf afkomstig.

Ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft de officier van justitie er op gewezen dat deze goederen in de woning of auto van verdachte zijn aangetroffen op dusdanige plaatsen dat hij er de beschikking over had.

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde heeft de officier van justitie gewezen op de diverse observaties op verdachte, de tapgesprekken tussen verdachte en anderen, verklaringen van [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [oom van partner], de hennep(stekken en/of -planten) die bij de doorzoekingen zijn aangetroffen en de rapporten inhoudende de conclusie dat het inbeslaggenomen en onderzochte materiaal hennep is.

3.2. Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 2 tot en met 4 tenlastegelegde heeft de verdediging niets opgemerkt.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem onder 1 en 5 tot en met 8 tenlastegelegde feiten. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het onder 1, 7 en 8 tenlastegelegde is de verdediging van mening dat het dienstverband van verdachte en [coffeeshop] niet vals was. Het bedrag aan uitgaven (feit 1) was bovendien veel lager dan door het Openbaar Ministerie geschat. Kortom, er zijn geen onverklaarbare uitgaven.

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde heeft de verdediging met betrekking tot de tas met hennep aangevoerd dat er op 13 september 2008 was sprake van stelselmatige observatie zonder dat een bevel 126g van het Wetboek van Strafvordering was afgegeven. De observatie moet voor onrechtmatig worden gehouden en de resultaten moeten worden uitgesloten van bewijs. Wegens gebrek aan wettig bewijs moet verdachte worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de verdediging ten aanzien van dit feit betoogd dat verdachte slechts kan worden veroordeeld voor 15 kilogram. Bovendien was hij slechts een loopjongen.

Met betrekking tot de levering van 336 stekjes kan uit het bewijs niet worden afgeleid dat verdachte de vier aangetroffen dozen heeft geleverd, nu het observatieteam spreekt over twee dozen. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte slechts voor een onbekende

- geringere - hoeveelheid hennepstekken kan worden veroordeeld. Bovendien was hij slechts een doorgeefluik.

Voor de betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij aan de [A-straat] te Purmerend bestaat geen enkel bewijs.

Met betrekking tot de [B-straat nr. A en B] merkt de verdediging op dat de verklaring van [oom van partner] niet betrouwbaar is, omdat hij is gestuurd door verbalisanten. Zonder zijn verklaring ontbreekt het wettige bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.

Met betrekking tot de kwekerij aan de [C-straat] te Duivendrecht: de verklaring van [medeverdachte 1] is innerlijk tegenstrijdig en daarmee onbetrouwbaar en mag daarom niet tot het bewijs worden gebruikt. Wegens gebrek aan wettig bewijs moet vrijspraak volgen. Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte slechts heeft geholpen met het opbouwen van de kwekerij. Dit betreffen in de visie van de verdediging slechts niet strafbare voorbereidingshandelingen.

Ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde heeft de verdediging betoogd dat [medeverdachte 1] heeft erkend dat hij de stroom illegaal aftapte in de [A-straat] te Purmerend en de [C-straat] te Duivendrecht. Van enige betrokkenheid van verdachte bij de diefstal van de stroom in de [B-straat nr. B] is niet gebleken.

3.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zoals vermeld in de voetnoten zijn vervat. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gebruikte bewijsmiddelen zijn opgemaakt overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke regels. Als het bewijsmiddel bestaat uit een verklaring die door een getuige bij de rechter-commissaris wordt afgelegd, zal dit uitdrukkelijk worden vermeld.

3.3.1 Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 24 augustus 2009 vindt een doorzoeking plaats in de woning van verdachte en zijn partner [partner] aan de [woonadres] in [woonplaats].3 Daarbij wordt onder meer een busje aangetroffen4 in de keukenkast rechts naast de afzuigkap.5 Uit onderzoek naar het aangetroffen busje blijkt dit van het merk CS Spray, type No 1 Dallas. Het betreft een busje traangas als bedoeld in artikel 2, lid 1 Categorie II onder sub 6 van de Wet wapens en munitie.6

Verdachte heeft bij de politie bekend dat dit busje van hem is.7 [partner] heeft verklaard dat zij weet dat verdachte het busje traangas mee heeft genomen ter bescherming toen hij tien dagen in de shop (de rechtbank begrijpt: [coffeeshop]) ging werken.8

Gezien de plaats waar het busje is aangetroffen en de verklaringen van verdachte en van [partner] acht de rechtbank bewezen dat verdachte het busje samen met haar voorhanden heeft gehad.

3.3.2 Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Tijdens de doorzoeking van verdachtes woning wordt ook enige radioapparatuur, ook wel een "jammer" genoemd, aangetroffen en in beslag genomen.9 Deze "jammer" is aangetroffen in de meterkast.10

Uit onderzoek blijkt dat dit voorwerp bestaat uit een 5-band mobiele telefoon en Wifi-jammer zonder merk en type en serienummeraanduiding. Het is een radiozendapparaat als bedoeld in artikel 1.1 onder kk van de Telecommunicatiewet, bestemd voor het uitzenden van radiocommunicatiesignalen met grote bandbreedte. Het apparaat is gebouwd en ontworpen om het GSM en UMTS verkeer te verstoren op de GSM-1 en GSM-2 band, de UMTS band van 2100 tot 2200 megahertz en de zogenaamde Wifi-band van 2400 MHz tot 2500 MHz. Na raadpleging van het vergunningenbestand bij het Agentschap Telecom stelt de opsporingsambtenaar vast dat aan verdachte niet de krachtens de Telecommunicatiewet vereiste vergunning is verleend voor het gebruik van een GSM-jammer. De vrijstelling ingevolge artikel 10.9, lid 2 en het bepaalde in artikel 10.10 lid 1 van de Telecommunicatiewet is niet van toepassing.11

Beoordeling van de bewijsmiddelen.

[partner] heeft verklaard dat zij niet weet wat een "jammer" is en ook niet wist dat een dergelijk apparaat in haar huis aanwezig was. Verdachte heeft zich consequent op zijn zwijgrecht beroepen. Gezien de vindplaats, te weten in de meterkast in de woning van verdachte heeft verdachte dit voorwerp aanwezig gehad terwijl aan hem geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend. De mogelijkheid dat iemand anders dan verdachte het apparaat daar heeft neergelegd of dat een ander dat buiten de wetenschap van verdachte deed, acht de rechtbank zo onwaarschijnlijk, dat de rechtbank die mogelijkheden uitsluit.

3.3.3 Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 24 augustus 2009 vindt een doorzoeking van een auto, een Opel met kenteken [kenteken 3] plaats. Deze auto staat geparkeerd voor de woning van verdachte in [woonplaats].12 In de auto is in het linkerportier een plastic zakje met onder meer 3 oranje pillen en 2 blauwe pillen aangetroffen.13 De auto staat op naam van verdachte.14Uit onderzoek blijkt dat de 3 oranje tabletten MDMA en de 2 blauwe tabletten amfetamine bevatten.15

Beoordeling van de bewijsmiddelen.

De pillen zijn in de auto van verdachte aangetroffen. Hij heeft verklaard dat de pillen voor eigen gebruik zijn.16 Bewezen kan dus worden verklaard dat verdachte deze pillen aanwezig had. Uit het dossier is niet gebleken dat zijn partner weet had van de aanwezigheid van deze pillen. De rechtbank acht daarom het medeplegen van het voorhanden hebben niet bewezen.

3.3.4 Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde:

3.3.4.1 Vrijspraak ten aanzien van de kwekerij aan de [A-straat nr.] te Purmerend

Nu uit het dossier van geen enkele betrokkenheid van verdachte bij deze kwekerij is gebleken, is de rechtbank, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat verdachte ten aanzien van dit onderdeel moet worden vrijgesproken.

3.3.4.2 Vrijspraak ten aanzien van de levering van 6.000 stuks hennep(stekken)

[medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) heeft verklaard dat hij in totaal 6.000 stuks hennep(stekken) aan verdachte heeft geleverd. Deze verklaring wordt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. De rechtbank spreekt verdachte vrij ten aanzien van dit onderdeel, wegens gebrek aan wettig bewijs.

3.3.4.3 Vrijspraak ten aanzien van de kwekerij aan de [C-straat nr.] te Duivendrecht

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 24 augustus 2009 wordt het bedrijfspand aan de [C-straat nr.] in Duivendrecht doorzocht. Men treft in een ruimte 300 planten en in een andere ruimte bakken met daarin 175 planten aan.17 De planten blijken hennep te zijn.18

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij het pand aan de [C-straat nr.] huurt sinds september 2008 teneinde hennepstekken te gaan kweken op hydrocultuur. Hij had beneden in de loods een ruimte met 300 moederplanten.19 De samenwerking tussen [medeverdachte 1] en verdachte was in de periode september 2009 tot februari 2009. Verdachte heeft hem geholpen met het opbouwen van de plantage in de [C-straat]; hij heeft de lampen opgehangen en de bakken in elkaar gezet. [medeverdachte 1] had gehoopt dat verdachte met hem in de plantage zou investeren, maar dat heeft verdachte niet willen doen.20 In de auto van [medeverdachte 1], een Peugeot met kenteken [kenteken 4], rijdt [voornaam], maar dat is niet verdachte. Deze [voornaam] blijkt [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) te zijn.21 [medeverdachte 2] bracht in opdracht van [medeverdachte 1] de stekken weg.22 Verdachte en [medeverdachte 2] hadden beiden een sleutel van het pand aan de [C-straat]. De elektra in het pand heeft [medeverdachte 1] samen met hen aangelegd.23 [medeverdachte 1] en verdachte hadden contact via een "één op één telefoonverbinding". [medeverdachte 1] haalde verdachte op bij de garage aan de [H-straat] in Amsterdam om vervolgens samen te werken in het pand aan de [C-straat].24

Tijdens de observatie op 24 september 2008 worden verdachte en [medeverdachte 2] samen gezien als zij uit het pand aan de [C-straat nr.] komen en in de Peugeot van [medeverdachte 1] stappen. Zij rijden vervolgens naar de [H-straat] te Amsterdam. Daar laden zij dozen uit een vrachtwagen en leggen deze neer in de garage aan de [H-straat nr.].25

Op 2 oktober 2008 wordt verdachte in Purmerend als bestuurder van de Peugeot van [medeverdachte 1] gesignaleerd.26

Op 13 oktober 2008 wordt gezien dat de Peugeot van [medeverdachte 1] in het pand aan de [C-straat nr.] staat. Gezien wordt dat verdachte als passagier instapt, waarna de auto wegrijdt. Enige tijd later (om 13.35 uur) wordt gezien dat de auto op de [H-straat] in Amsterdam met de achterzijde tegen een garagedeur (nummer 5) staat geparkeerd.27 Verdachte en de andere man stappen uit. Verdachte opent de deur van de garage. De twee mannen zetten 10 kartonnen dozen uit het voertuig in de garage. De garage wordt afgesloten en de mannen rijden weg. Om 14.19 uur komt de Peugeot weer aanrijden en stopt weer voor de garage. Verdachte opent de garagedeur. Enige tijd later rijdt de Peugeot weer weg.28

Ook op 14 oktober 2008 komen verdachte en de andere man aanrijden in de Peugeot van [medeverdachte 1] en stoppen zij bij de garage aan de [H-straat nr.]. Verdachte opent de garagedeur en zij zetten 10 dozen uit de garage in de auto.29

Van het perceel aan de [C-straat nr.] worden video-opnamen gemaakt in de periode van 17 tot en met 20 oktober 2008. Daarop is te zien dat verdachte op 20 oktober 2008 om 08.50 uur de roldeur van binnenuit opent. De Peugeot van [medeverdachte 1] rijdt de loods binnen, waarna verdachte de garagedeur weer sluit.30

De beoordeling van de bewijsmiddelen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de verklaringen van [medeverdachte 1] als onbetrouwbaar te bestempelen. Zijn verklaringen over de betrokkenheid van verdachte en [medeverdachte 2] worden ondersteund door de bevindingen van verbalisanten, zowel tijdens de observaties als na het bekijken van de video-opnamen van de garagebox aan de [H-straat nr.] en het pand aan de [C-straat nr.]. Ook op andere punten worden zijn verklaringen ondersteund. Zijn verklaring over de betrokkenheid van [medeverdachte 5] wordt bijvoorbeeld onderschreven door [medeverdachte 5] zelf.31

Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat de handelingen die verdachte verrichtte niet kunnen worden gekwalificeerd als niet-strafbare voorbereidingshandelingen. Gezien bovengenoemde activiteiten die de verdachte tezamen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verrichtte, kan het niet anders dan dat zij daarover van te voren afspraken hebben gemaakt. De rechtbank leidt uit vorenstaande af dat sprake was van een duidelijke taakverdeling. Een en ander duidt op een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte 1], gericht op het gezamenlijk inrichten en in gebruik nemen van een hennepplantage dat sprake is van medeplegen. De verrichte handelingen van verdachte duiden op medeplegen en kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet worden gekwalificeerd als medeplichtigheid. Het had dan ook op de weg van de officier van justitie gelegen om medeplegen ten laste te leggen. Nu aan verdachte slechts medeplichtigheid is tenlastegelegd spreekt de rechtbank verdachte daarvan vrij.

3.3.4.4 Stelselmatige observatie op 13 september 2008?

Door de verdediging is aangevoerd dat op 13 september 2008 sprake was van stelselmatige observatie terwijl daaraan geen bevel ten grondslag lag.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegelicht dat tot 10 september 2008 een bevel stelselmatige observatie was afgegeven ten aanzien van [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]). Tijdens de observaties op deze persoon is verdachte gezien. Ten aanzien van verdachte was geen sprake van stelselmatige observatie, aldus de officier van justitie.

De rechtbank overweegt als volgt. Zij constateert dat uit het dossier blijkt dat voor de observaties op 25 en 26 juli 2008 - waarbij verdachte is gezien - een bevel stelselmatige observatie was afgegeven betreffende [medeverdachte 4]. Ten aanzien van de observaties op 16 en 18 juni 2008 staat in het dossier niet expliciet vermeld dat hiervoor een bevel stelselmatige observatie ten aanzien van [medeverdachte 4] was afgegeven, maar de rechtbank gaat daarvan, ook gelet op de toelichting ter terechtzitting van de officier van justitie, uit. De rechtbank is van oordeel dat tot 10 september 2008 geen sprake was van stelselmatige observatie op verdachte.

Ten aanzien van de vraag of er vanaf 12 september 2008 sprake was van stelselmatige observatie overweegt de rechtbank als volgt. Uit het proces-verbaal van observeren blijkt dat de observatie door drie opsporingsambtenaren wordt gedaan. De woning van verdachte wordt geobserveerd vanaf de ochtend. Wanneer verdachte om 10.12 uur uit de woning komt, in de auto stapt en wegrijdt, wordt hij gevolgd. Om 10.30 uur is verdachte niet meer onder controle.

Uit het verzoek vordering tot verstrekking van gegevens ex art 126nd van het Wetboek van Strafvordering blijkt dat het observatieteam op diezelfde dag omstreeks 18.00 uur een ontmoeting waarneemt tussen verdachte en [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7]) in de Burger King te Zaandijk. Daarbij wordt gehoord dat verdachte hem de route naar de [I-straat] in Purmerend tot drie maal toe heeft uitgelegd.

Uit het dossier blijkt niet dat tijdens de observatie op 12 september 2008 video- of foto-opnamen zijn gemaakt. Uit het feit dat observanten (een deel van) het gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 7] hebben verstaan, concludeert de rechtbank dat de observanten zich in ieder geval op enig moment op geringe afstand van verdachte bevonden.

Op 13 september 2008 wordt de observatie uitgevoerd door zeven opsporingsambtenaren. Verdachte wordt kennelijk van een afstand geobserveerd wanneer hij zich bevindt op een terrein op de [I-straat] te Purmerend. Om 11.45 uur wordt gezien dat verdachte met een andere man naar een auto loopt. Hij pakt een tas uit de auto en zet deze in een andere auto. De observatie actie loopt tot 21.30 uur en al die tijd vindt de observatie plaats op het terrein.32

Er is sprake van stelselmatige observatie als er een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte gemaakt wordt. Of dit het geval is, hangt volgens de Hoge Raad af van een aantal omstandigheden zoals de duur, de intensiteit, de plaats, het doel van de observaties en de wijze waarop deze hebben plaatsgevonden.33

Tijdens de observaties op 12 en 13 september 2008 bevindt verdachte zich op de openbare weg, te weten een openbare ruimte (de Burger King) of een bedrijventerrein en betreedt daar een loods. Verdachte loopt een paar keer heen en weer tussen een auto en de loods. In de loods hebben verbalisanten geen zicht op hem. De rechtbank is van oordeel dat de twee observaties niet stelselmatig zijn te achten, nu zij slechts een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte maken. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

3.3.4.5 Zwarte tas met hennep

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 13 september 2008 om 10.24 uur wordt [medeverdachte 4] gebeld door [medeverdachte 8](hierna: [medeverdachte 8]).34 [medeverdachte 4] zegt dat [voornaam] (de rechtbank begrijpt: verdachte) bij hem staat. [medeverdachte 8] vraagt of hij het nog even moet regelen voor verdachte. [medeverdachte 4] zegt van wel. Om 10.52 uur belt [medeverdachte 8] nogmaals naar [medeverdachte 4]. Kort samengevat wordt in dat gesprek afgesproken dat [medeverdachte 8] 'ze' zelf komt brengen in Purmerend.35 Om 11.47 uur belt [medeverdachte 8] [medeverdachte 4] nogmaals. [medeverdachte 4] legt uit hoe [medeverdachte 8] hen kan vinden.36

Op diezelfde dag wordt verdachte geobserveerd. Hij parkeert zijn auto (Opel Combo) op de [I-straat] in Purmerend. Om 11.45 uur wordt gezien dat verdachte met een andere man naar een auto loopt. Hij pakt een zwarte tas uit de auto en zet deze in zijn auto. Om 17.03 uur wordt gezien dat verdachte per auto aankomt bij een loods, gelegen achter het perceel [I-straat nr.] in Purmerend. Om 17.12 uur wordt gezien dat verdachte de eerder genoemde zwarte tas de loods in draagt.37

De loods aan de [I-straat nr.] te Purmerend wordt gehuurd door [medeverdachte 4].38 Op 13 september 2008 wordt de loods doorzocht. Er wordt gericht gezocht naar een grote zwarte tas. In een auto van het merk BMW die in de loods staat wordt een dergelijke tas aangetroffen met daarin 15 pakketten. Los in de kofferbak vinden verbalisanten nog eens 10 pakketten. Uit onderzoek komt naar voren dat de pakketten gemiddeld iets meer dan 1000 gram wegen, inclusief verpakking.39 De pakketten die zich in de tas bevonden bevatten hennep.40

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 8] telefonisch heeft uitgelegd hoe hij hen kon vinden. Verdachte heeft de tas gekregen van [medeverdachte 8]. Verdachte heeft de tas in de BMW in de loods gezet. [medeverdachte 4] wist dat er wiet in de tas zat.41

De beoordeling van de bewijsmiddelen.

De rechtbank constateert dat het gesprek waarin [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 8] uitlegt hoe hij moet rijden om bij hen te komen om 11.47 uur plaatsvindt, terwijl in het proces-verbaal van observatie staat gerelateerd dat de ontmoeting tussen [medeverdachte 8] en verdachte om 11.45 uur plaatsvindt. Het staat volgens de rechtbank echter gezien de verklaring van [medeverdachte 4] buiten twijfel dat de gevoerde gesprekken zien op de overdracht van de tas aan verdachte.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] ongeveer 15 kilogram hennep aanwezig heeft gehad. Deze hoeveelheid betreft de pakketten die in de tas zijn aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat niet uit te sluiten valt dat de 10 pakketten die los in de kofferbak van de BMW lagen, daar al langer lagen en spreekt verdachte vrij ten aanzien van het aanwezig hebben van die 10 pakketten.

3.3.4.6 Levering 336 stekken

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Uit opgenomen gesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]) op vrijdag 28 november 2008 blijkt dat zij een afspraak maken voor maandag.42 Maandag 1 december 2008 om 09.19 uur hebben zij wederom telefonisch contact. Verdachte vraagt of voor twaalven goed is en [medeverdachte 3] vindt dat goed.43 Om 11.14 uur spreken zij telefonisch af bij het Olympisch stadion te Amsterdam, achter de bloemenstal.44

Tijdens een observatie op 1 december 2008 wordt gezien dat verdachte aan komt rijden in de Peugeot van [medeverdachte 1] en om 11.38 uur stopt bij een bloemenstal die is gelegen aan de IJdoornlaan te Amsterdam. Verdachte en een onbekende man stappen uit de auto en lopen naar een BMW X5, alwaar zij contact maken met [medeverdachte 3]. Zij stappen daarna weer in de Peugeot en beide auto's rijden naar de Van Tuyll van Serooskerkenweg in Amsterdam. Verbalisanten nemen waar dat verdachte uit de Peugeot stapt en twee bruine dozen uit de laadruimte pakt en deze aan [medeverdachte 3] geeft. [medeverdachte 3] zet de dozen in de kofferbak van zijn auto. [medeverdachte 3] rijdt weg. Na een korte stop bij een Growshop rijdt [medeverdachte 3] naar de [J-straat] te Amsterdam. [medeverdachte 3] stapt uit en brengt de dozen naar de woonboot met nummer [nr.].45

Vrijwel direct nadat [medeverdachte 3] de woonboot heeft betreden, gaan verbalisanten hem achterna. Op de benedenverdieping treffen zij vier kartonnen dozen aan waarin zich kennelijk hennepplantjes bevinden.46 De dozen worden in beslag genomen. De onderzochte plantjes blijken hennep te zijn.47

De beoordeling van de bewijsmiddelen.

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij vier dozen met daarin kloontjes van hennep naar de boot heeft gebracht. Hij had op het Stadionplein te Amsterdam ter hoogte van de Febo een afspraak met twee kennissen. Zij hebben hem die dozen met plantjes geleverd. Hij heeft hen daarvoor geld betaald.48

De verbalisanten relateren in het proces-verbaal van observatie dat zij zien dat verdachte twee dozen aan [medeverdachte 3] geeft en dat [medeverdachte 3] twee dozen naar de woonboot brengt. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij vier dozen heeft ontvangen. In de woonboot zijn vier dozen aangetroffen. De rechtbank acht vanwege deze discrepantie tussen de waarnemingen van verbalisanten en de verklaring van [medeverdachte 3] en het feit dat er vier dozen zijn aangetroffen bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen met [medeverdachte 3] van het aanwezig hebben van twee kartonnen dozen met hennep.

3.3.4.7 [B-straat nr. A en B]

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte wordt een sleutelbos aangetroffen met drie sleutels. Twee van deze sleutels passen op de deur van de garageboxen aan de [B-straat nr. A en B] te Amsterdam.49

Tijdens doorzoeking van de garagebox aan de [B-straat nr. A] wordt een kweekkast met daarin 15 planten aangetroffen. In de garagebox aan de [B-straat nr. B] wordt achter een afscheidingswand een hennepplantage aangetroffen met 100 planten.50 Uit onderzoek blijkt dat het in beide gevallen om hennep gaat.51

De huurcontracten voor de garageboxen aan de [B-straat nr. A]52 en [nr. B]53 staan op naam van [oom van partner] (oom van medeverdachte [partner]) sinds 1 mei 2009, respectievelijk 1 juli 2007.

Tijdens een doorzoeking van de auto van verdachte wordt een cilinderslot met daarin een sleutel, voorzien van een label met het opschrift '[B-straat nr. A]', aangetroffen.54

De beoordeling van de bewijsmiddelen.

[oom van partner] heeft verklaard dat hij de garagebox aan de [B-straat nr. B] ongeveer één jaar zelf heeft gebruikt en dat verdachte er daarna gebruik van maakte. In de garagebox aan de [B-straat nr. B] 7 à 8 oogsten zijn geweest en de [B-straat nr. A] zou dit de tweede oogst worden. Hij kreeg van verdachte een vergoeding, variërend van € 400,- tot € 600,- per oogst. Daar moest hij dan nog wel de huur van de garageboxen van betalen.55

Anders dan de verdediging en met de officier van justitie acht de rechtbank de verklaring van [oom van partner] betrouwbaar. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat hij door verbalisanten is gestuurd. Hij heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij alles al heeft verklaard bij de politie en dat bekend is dat de planten van verdachte waren.56 Dat [oom van partner] bij de rechter-commissaris verklaart over minder oogsten en slechtere opbrengsten dan bij de politie, doet hieraan niet af.

Op grond van de verklaring van [oom van partner] in combinatie met het aantreffen van sleutels van beide garageboxen in het huis van verdachte en het cilinderslot met de sleutel met opschrift '[B-straat nr. A]' in verdachtes auto, is de rechtbank van oordeel dat verdachte hennep heeft geteeld in voornoemde garageboxen.

3.3.5 Ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde:

3.3.5.1 [C-straat nr.] te Duivendrecht

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Tijdens de doorzoeking van het pand aan de [C-straat nr.] te Duivendrecht wordt een kwekerij aangetroffen met in totaal 475 planten.57 Het betrof hennep.58 Namens Liander N.V. is aangifte gedaan van diefstal van stroom uit het pand [C-straat]. De fraudespecialist heeft geconstateerd dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken, dat er geen zegels meer aanwezig waren en dat de deksel van de aansluitkast was verwijderd. Aan de bovenzijde van de zekeringhouders was een illegale elektriciteits-aansluiting gemaakt; op alle drie de faseaansluitpunten was namelijk een extra fasedraad aangesloten. Voorts liep de aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om en was de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard.59

De beoordeling van de bewijsmiddelen.

In rubriek 3.3.4.3 heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat verdachte als medepleger van het telen van hennep aangemerkt kan worden. Daar is ook vastgesteld dat verdachte samen met anderen de plantage gebruiksgereed heeft gemaakt. Uit de door de rechtbank betrouwbaar geachte verklaring van [medeverdachte 1] volgt dat daartoe ook behoorde het aanleggen van de illegale elektriciteitsaansluiting. Volgens [medeverdachte 1] heeft verdachte dit bovendien samen met hem en een ander gedaan. Verdachte is daarom schuldig aan diefstal van elektriciteit uit het pand aan de [C-straat nr.].

3.3.5.2 [B-straat nr. B] te Amsterdam

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Namens Liander N.V. is aangifte gedaan van diefstal van stroom uit het pand aan de [B-straat nr. B] te Amsterdam. De fraudespecialist heeft geconstateerd dat de ijkschroefgleuven op de elektriciteitsmeter waren beschadigd en dat de op de elektriciteitsmeter aangetroffen ijkzegels niet de originele door de fabriek aangebrachte ijkzegels waren en ook niet door Liander N.V. aangebracht waren.60

Voor het overige bewijs wijst de rechtbank naar het reeds in rubriek 3.3.4.7 besprokene.

Ten aanzien van de diefstal van elektriciteit uit de garagebox aan de [B-straat nr. B] overweegt de rechtbank voorts als volgt. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [oom van partner] de door hem gehuurde garagebox voor de kweek van hennep aan verdachte in gebruik heeft gegeven. Uit niets blijkt dat [oom van partner] meer heeft gedaan dan dat. Aangenomen moet daarom worden dat verdachte de ruimte zo heeft ingericht dat daar wiet kon worden gekweekt. Algemeen bekend is dat dit mede pleegt in te houden dat de elektriciteitstoevoer wordt aangepast, zodat illegaal stroom kan worden betrokken voor de kweek. Onder deze omstandigheden kan het niet anders dan dat verdachte dit heeft gedaan.Verdachte is daarom schuldig aan diefstal van stroom in de garagebox.

3.3.6 Ten aanzien van het onder 1, 7 en 8 ten laste gelegde: fictief dienstverband?

De verdediging heeft betoogd dat verdachte wel degelijk in dienst was bij [coffeeshop], alleen niet als barmedewerker of barbediende zoals in de werkgeversverklaring, salarisspecificatie en jaaropgaaf is opgenomen, maar als inkoper. De functie van 'wietinkoper' staat niet in de horeca CAO vermeld en daarom is gekozen voor een functieomschrijving die daar het meest op leek.

[eigenaar coffeeshop] is de eigenaar van coffeeshop [coffeeshop]. Hij heeft verklaard dat verdachte de inkoop regelde en dat inkopen niet mag. De functie inkoper komt dus niet in de CAO voor. Verdachte kwam misschien twee of drie keer per maand in de coffeeshop. Dat was meestal 's morgens en dan bleef hij soms een uur en soms vijftien minuten. Als [eigenaar coffeeshop] op vakantie was, kwam verdachte 's avonds en dan lette hij op. In de afgelopen drie jaar is verdachte één keer drie avonden en één keer zeven avonden en één keer tien of veertien dagen in de coffeeshop geweest tijdens zijn vakantie, aldus [eigenaar coffeeshop]. De inkopers voor verdachte waren niet in loondienst. Hij kreeg echter problemen met de leveranties van softdrugs, omdat de leveranciers hun afspraken niet altijd nakwamen. Toen heeft hij verdachte in loondienst genomen. Zo is de aanvoer van voldoende wiet voor de coffeeshop gegarandeerd. 61 Verdachte regelt niet alle wietinkopen, maar ongeveer 60% tot 70% daarvan.62

Verdachte heeft verklaard dat hij werkt voor coffeeshop [coffeeshop], maar dat hij daar nooit is. Hij haalt de wiet ergens vandaan en geeft dat aan de coffeeshop.63

Uit dit een en ander trekt de rechtbank de volgende conclusies.

Verdachte heeft niet een functie die meebrengt dat hij zijn werkzaamheden binnen de coffeeshop moet uitoefenen. Hij zorgt voor de aanvoer van wiet. Slechts tijdens de vakanties van de eigenaar van de coffeeshop staat hij in de winkel, maar dan als vervanger van de eigenaar.

Voorts is al uit het voorgaande gebleken en sluit hierbij aan dat verdachte handelt in wiet. Voor een deel kweekt hij die zelf.

Kennelijk had de eigenaar van de coffeeshop behoefte aan een vaste leverancier. Hij heeft die in verdachte gevonden. Gelet op de hoeveelheden die een coffeeshop nodig heeft, kan daarvoor niet legaal worden betaald. Niettemin had verdachte behoefte aan een legaal inkomen. Het moet er onder deze omstandigheden voor worden gehouden dat [eigenaar coffeeshop] en verdachte hebben afgesproken dat de coffeeshop verdachte een vast loon zou betalen terwijl de tegenprestatie van verdachte erin zou bestaan dat hij de leveranties van wiet garandeerde. Zij hebben dat vast gelegd in een arbeidsovereenkomst.64 Hieraan zijn onder meer fiscale gevolgen verbonden en verdachte kan zo naar buiten toe presenteren dat hij over een legaal inkomen beschikt.

Uit dit alles volgt dat in werkelijkheid geen sprake is van een arbeidsovereenkomst omdat een gezagsverhouding ontbreekt, en dat de overeenkomst bovendien in strijd is met de openbare orde.

Voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is immers vereist dat de werkgever gezag uitoefent over de wijze waarop de werknemer zijn werkzaamheden vervult. Uit het voorgaande volgt dat daarvan geen sprake was. Verdachte was geheel vrij hoe hij aan zijn garantieplicht voldeed en hij werkte ook geheel buiten het toezicht van [eigenaar coffeeshop]. Niet is gebleken dat een wezenlijk onderdeel van hun overeenkomst de vervanging van [eigenaar coffeeshop] was tijdens diens vakanties, terwijl ook niet is gebleken dat verdachte bij de vervulling van die werkzaamheden instructies kreeg hoe hij die vervangende taak moest vervullen.

De verdediging heeft bij haar betoog dat wel sprake is van een vast dienstverband gewezen op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (LJN AQ6684). Het verweer gaat niet op, omdat in het onderhavige geval sprake is van een andere situatie dan in die uitspraak. Immers bestaan verdachtes werkzaamheden niet - zoals wel het geval was in de zaak die de raadsman aanhaalt - ook deels uit gedoogde activiteiten zoals de verkoop in de coffeeshop van drugs aan consumenten, maar louter uit strafbare handelingen, namelijk het afleveren van softdrugs.

Met dit laatste is reeds toegelicht waarom de overeenkomst ook in strijd is met de openbare orde. Het (af-)leveren van wiet is verboden en wordt niet gedoogd, zodat een overeenkomst waarbij een van de partijen op zich neemt de levering van wiet te garanderen en de andere partij op zich neemt daarvoor te betalen, eveneens is verboden. Reeds hier wordt opgemerkt dat de inkomsten die verdachte uit zijn overeenkomst met [eigenaar coffeeshop] heeft verkregen derhalve de vrucht vormen van een misdrijf.

Voorts merkt de rechtbank nog op dat uit de aard van de overeenkomst volgt dat deze niet beperkt bleef tot leveranties van maximaal het gedoogde gewicht van 5 gram. Dat zou de overeenkomst zinloos hebben gemaakt. Daarbij komt dat verdachte, hoewel ter terechtzitting uitgenodigd uitleg te geven over de door hem gesloten overeenkomst, geen toelichting heeft willen geven op de tussen hem en [eigenaar coffeeshop] gemaakte afspraken. Verdachte heeft steeds gebruik gemaakt van zijn recht om te zwijgen.

Er is dus, als gezegd, sprake van een fictief dienstverband, nu een gezagsverhouding ontbreekt. Bovendien is de overeenkomst in strijd met de openbare orde. De inkomsten uit dit dienstverband zijn daarom aan te merken als 'uit misdrijf verkregen'.

3.3.7 Voorts ten aanzien van het onder 7 en 8 tenlastegelegde:

3.3.7.1 De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden

Aan verdachte en zijn partner [partner] is een offerte voor het verkrijgen van een hypothecaire lening uitgebracht.65 Op 12 januari 2005 is voor verdachte en [partner] een aanvraag woninghypotheek gedaan bij de ANB Amro Bank NV.66 Op die aanvraag is vermeld dat verdachte werkzaam is als barmedewerker bij [coffeeshop]. Het gewenste bedrag aan hypothecaire lening bedraagt € 200.750,- en het onderpand betreft een woning aan de [woonadres] te [woonplaats], kadastrale ligging sectie [kadasternr.].67 Bij de aanvraag zijn een model-werkgeversverklaring,68 een salarisspecificatie69 en een jaaropgaaf70 betreffende verdachte meegestuurd. In alle drie de documenten staat als functie van verdachte 'bediende' vermeld.

Op 7 februari 2005 verzoekt de ABN Amro Bank NV aan de notaris om de hypothecaire geldlening te passeren,71 aan welk verzoek op 10 februari 2005 wordt voldaan; in de akte is vermeld dat ABN Amro Bank NV de kredietverstrekker is.72

Op 9 december 2009 heeft [medewerker ABN] (hierna: [medewerker ABN]) namens de ABN AMRO Hypotheken Groep BV aangifte tegen verdachte gedaan van valsheid in geschrift en oplichting bij de verkrijging van een hypotheek op het onderpand [woonadres] in [woonplaats].73 [medewerker ABN] is gemachtigd tot het doen van aangifte van geconstateerde frauduleuze en strafbare feiten en handelingen voor (onder meer) de volgende vennooschappen:

- de besloten vennootschap ABN AMRO Hypotheken Groep B.V., gevestigd te Amersfoort;

- de naamloze vennootschap ABN Amro Bank N.V.74

3.3.7.2 De beoordeling van de bewijsmiddelen

3.3.7.3 Ten aanzien van het gebruik van de valse documenten

Verdachte heeft een model-werkgeversverklaring, een salarisspecificatie en een jaaropgaaf betreffende zichzelf gebruikt bij de aanvraag van de woninghypotheek door deze op te sturen naar de bank. In rubriek 3.3.6 heeft de rechtbank vastgesteld dat dit dienstverband fictief is. De werkgeversverklaring, salarisspecificatie en jaaropgaaf zijn dus vals.

Verdachte wist of moest weten dat dit zo was. Er valt immers geen constructie te bedenken die het leveren van meer dan de gedoogde (zeer geringe) hoeveelheden wiet legaal maakt, ook niet door de levering van de gewenste hoeveelheden te garanderen. Dat is nu eenmaal inherent aan het in Nederland gekozen stelsel dat verkoop aan consumenten toelaat maar niet de tussen- of groothandel.

3.3.7.4 Ten aanzien van de oplichting van de ABN Amro Bank NV

[medewerker ABN] heeft verklaard dat de algemene (ongeschreven) regel was dat er geen hypotheken werden verstrekt aan personen die werkzaam waren in de coffeeshopbranche. Hij denkt dat als destijds bij de aanvraag hypotheek van verdachte bekend was geweest dat hij werkzaam was in de coffeeshopbranche, de aanvraag van verdachte niet was goedgekeurd.75

De rechtbank heeft geconstateerd dat de hypothecaire lening is verstrekt door de ABN Amro Bank NV, maar dat [medewerker ABN] in zijn aangifte heeft vermeld dat hij aangifte van oplichting doet namens de ABN Amro Hypotheken Groep BV. De rechtbank ziet dat als een kennelijke vergissing van [medewerker ABN] die geen consequenties behoort te hebben. Immers blijkt uit eerdergenoemde volmacht dat hij ook is gemachtigd om aangifte te doen namens de ABN Amro Bank NV.

De bank heeft op basis van de hypotheekaanvraag van verdachte die is onderbouwd met de genoemde valse documenten een hypothecaire lening verstrekt aan verdachte voor een bedrag van € 200.750,-, terwijl uit de aangifte volgt dat de bank dit niet zou hebben gedaan als zij zou hebben geweten dat verdachte werkte voor een coffeeshop. Bewezen kan dus worden verklaard dat verdachte de bank heeft opgelicht. De opzet hierop vloeit voort uit het welbewust gebruikmaken van verdachte van de door hem en [eigenaar coffeeshop] bedachte schijnconstructie.

3.3.8 Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

3.3.8.1 Voertuigen en de woning

Verdachte heeft sinds 27 juli 2007 een personenauto, merk Fiat, type Punto met kenteken [kenteken 1] op zijn naam staan.76 [partner] heeft verklaard dat zij altijd in die auto rijdt en dat verdachte de kosten van dit voertuig regelt.77 Deze auto is in beslag genomen.78

Uit een uitdraai van de Rijksdienst voor Wegverkeer blijkt voorts dat verdachte sinds 13 oktober 2007 in het bezit is van een scooter, merk Piaggio, type C38 met kenteken

[kenteken 2].79 Deze scooter is in beslag genomen.80

3.3.8.2 Inkomsten [partner]

[partner] heeft verklaard dat zij de kosten van haar ziekenfonds, telefoonrekening, verzekeringen en de boodschappen betaalt.81 Zij werkt in de thuiszorg en verdient ongeveer

€ 550,- per vier weken. Na betaling van haar vaste lasten houdt zij niets meer over van haar salaris.82 Verdachte betaalt de kosten van het gas, water, licht en de hypotheek.83

Uit een overzicht van de Belastingdienst blijkt dat het inkomen van [partner] iets meer dan

€ 8.000,- per jaar bedraagt over de jaren 2006 tot en met 2008.84

In rubriek 3.3.6 heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat de inkomsten die verdachte van [coffeeshop] krijgt, uit misdrijf afkomstig zijn. Het legale inkomen van verdachte en [partner] samen bestaat dus alleen uit haar salaris en bedraagt iets meer dan € 8.000,- per jaar.

Verdachte en [partner] hebben de woning in 2005 gekocht. De rechtbank verwijst naar hetgeen al besproken is in naar rubriek 3.3.7 voor zover hier van belang. [partner] wist pas vanaf het moment dat verdachte en zij werden aangehouden in verband met het onderzoek Segura - dat was op 11 september 2006 - van de criminele activiteiten van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat zij er voor die tijd ervan uit mocht gaan dat de inkomsten van verdachte uit legale bron waren.

3.3.8.3 Uitgaven uit onverklaarbare bron

De rechtbank gaat uit van de volgende uitgaven die door verdachte zijn gedaan en die niet te rijmen zijn met het legale inkomen.

Uitgaven: bedrag toelichting

Bonnetjes

€ 5.956,11

1

Paard

€ 3.930,-

2

Zomer Turkije 2009

€ 2.364,66

3

Zomer Italië 2008

€ 667,50

4

Zomervakantie 2007

€ 1.516,08

5

Huurkosten [E-straat nr.]

€ 4.210,-

6

Bouwkosten hennepplantage [B-straat nr. A]

€ 895,-

7

Bouwkosten hennepplantage [nr. B]

€ 1.495,-

8

Aankoopkosten kweekkast hennep [E-straat]

€ 450,-

9

Brandstofkosten

€ 800,-

10

Aangetroffen verdovende middelen [woonadres]

€ 50,-

Aangetroffen cash geld [woonadres]

€ 500,-

11

Aangetroffen cash geld [woonadres]

€ 320,-

12

Aangetroffen cash geld [woonadres]

€ 296,39

13

Aangetroffen cash geld [woonadres]

€ 1.020,-

14

Kasstortingen

€ 38.030,-

15

Betalingen [oom van partner] ivm [B-straat nr. A en B]

€ 2.540,-

16

Ontvangsten chartaal geld

[periode 1-10-2003 - 11-09-2006]

€ 47.066,03

17

Totaalbedrag:

€112.106,77

Ad 1: bij de doorzoeking op 24 augustus 2009 van de woning van verdachte en [partner] worden diverse bonnen aangetroffen, waaronder stortingsbewijzen en kassabonnen.85 Het totaalbedrag van de aangetroffen bonnen bedraagt € 7.282,11. De bonnen onder nummer 19 tot en met 22, 31 tot en met 34 en 37 zijn ongedateerd. De rechtbank kan niet vaststellen dat deze uitgaven in de tenlastegelegde periode zijn gedaan. Het bedrag dat met die bonnen is gemoeid (€ 1.326,-) wordt in mindering gebracht op het totaalbedrag van de aangetroffen bonnen.

Ad 2: blijkens een door de verdediging overgelegde factuur van Tinkerhoeve "De Bonte Parels" blijkt het paard van [partner] op 3 juni 2002 te zijn gekocht. Deze factuur is op 10 juni 2002 contant betaald. De aanschaf van het paard valt buiten de tenlastegelegde periode en de kosten daarvan zullen niet worden meegerekend in de berekening van het witgewassen bedrag. Blijkens een door de verdediging overgelegde brief van [staleigenaar], eigenaar van de stal waar het paard staat, zijn de stallingskosten € 75,- per maand in de maanden mei tot en met oktober en van november tot en met april € 180,- per maand. [staleigenaar] heeft op 30 december 2009 verklaard dat [partner] en verdachte sinds 3 jaar een stal huren en dat zij een betalingsachterstand van een half jaar hebben.86 De kosten voor één jaar stalling bedragen € 180,- * 6 + € 75,- * 6 = € 1.530,-. De kosten voor drie jaar stalling en een half jaar betalingsachterstand bedragen € 1.530,- * 3 - (4 * € 75,- + 2 * € 180,-) = € 3.930,-.

Ad 3: [partner] heeft verklaard dat verdachte, zij en hun zoon in 2009 op vakantie zijn geweest naar Turkije.87 Verdachte heeft eensluidend verklaard.88 Met betrekking tot de kosten van deze vakantie zal de rechtbank de verdediging volgen in haar standpunt dat het realistischer is om als uitgangspunt het gemiddelde te nemen van de drie goedkoopste aanbieders.89 De rechtbank hanteert een bedrag van (€ 2.694,50 + € 2.011,50 + € 2.388,-) / 3 = € 2.364,66 aan kosten voor deze vakantie.

Ad 4 en 5: de rechtbank neemt de door de politie gehanteerde berekening90 over, met dien verstande dat het gemiddelde bedrag dat als uitgangspunt voor de vakantie in 2007 naar beneden bijgesteld dient te worden tot een bedrag van (€ 2.364,66 + 667,50) / 2 =

€ 1.516,08.

Ad 6: [partner] heeft verklaard dat verdachte de autobox aan de [E-straat nr.] te Amsterdam huurt.91 Uit het huurcontract van de autobox blijkt dat verdachte deze sinds 1 juli 2007 huurt.92 De kosten bedragen € 490,- voor de maand december (de rechtbank begrijpt: juli) aan borgsom, contractskosten en huur en vanaf 1 augustus 2007 bedraagt de huur € 155,- per maand. Op 24 augustus 2009, de dag dat verdachte wordt aangehouden, bedragen de huurkosten in totaal 24 * € 155,- + € 490,- = € 4.210,-.

Ad 7 en 8: in rubriek 3.3.4.7 heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat verdachte betrokken is bij de kwekerijen aan de [B-straat nr. A en B]. Nu er hier sprake is kweekkasten met een beperkte omvang volgt de rechtbank de verdediging in haar verweer dat de bouwkosten naar beneden bijgesteld moeten worden en hanteert de door de verdediging in haar pleitaantekeningen (in bijlage 6 en 7) genoemde prijzen.

Ad 9: dat de autobox aan de [E-straat nr.] gehuurd wordt door verdachte is reeds besproken onder 6. Uit niets blijkt dat andere personen gebruik maken van deze garage. De kosten van de kweekkast komen volledig op conto van verdachte. De rechtbank zal echter wel de door de raadsman gesuggereerde kostprijs (bijlage 8 van zijn pleitaantekeningen) aanhouden van € 450,-.

Ad 10: de rechtbank acht het redelijk om het aantal kilometers dat verdachte heeft gereden te schatten op 10.000. Uit de diverse observaties (zoals beschreven in de rubrieken 3.3.4.3, 3.3.4.5 en 3.3.4.6) blijkt ook dat verdachte regelmatig in zijn auto rijdt om zijn werkzaamheden te kunnen volbrengen. Voorts zal de rechtbank, evenals de officier van justitie, een verbruik van 1 op 15 en een benzineprijs van € 1,25 hanteren. Dit maakt dat de totale brandstofkosten komen op 10.000 / 15 * € 1,25 = € 833,33. Evenals de officier van justitie in haar berekening doet, zal de rechtbank dat bedrag naar beneden afronden naar € 800,-.

Ad 11 tot en met 14: deze bedragen zijn tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte en [partner] aangetroffen.93

Ad 15: dit betreffen alle stortingen op eigen rekening van verdachte. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat het hier zou gaan om stortingen van anderen, bestemd voor de betaling aan BOOM in verband met het transactievoorstel. Het is volstrekt niet aannemelijk geworden dat de kasstortingen iets anders zijn dan het eigen geld van verdachte, dat hij op zijn eigen rekening heeft gestort.

Ad 16: [oom van partner] heeft verklaard dat hij 7 à 8 oogsten heeft gehad met betrekking tot de plantage aan de [B-straat nr. B].94 De fraudespecialist van Liander N.V. gaat uit van minimaal 4 oogsten. De rechtbank zal de door de fraudespecialist van Liander N.V. gehanteerde berekening aanhouden. Het duurt ongeveer 3 maanden voor er geoogst kan worden. Dat betekent dat de hennepkwekerij ongeveer 4 * 3 = 12 maanden in werking moet zijn geweest. De huurkosten in die periode zijn € 150,- * 12 = € 1.800,-. De [B-straat nr. A] werd sinds 1 mei 2009 gehuurd. De huurkosten van die garagebox zijn tot aan de aanhouding van verdachte in totaal € 185,- * 4 = € 740,-. In totaal komt het bedrag aan huurkosten dat [oom van partner] met het geld van verdachte heeft betaald op € 2.540,-.

Ad 17: dit bedrag betreffen de (contante) salarisuitbetalingen van [coffeeshop] onder de titel 'salaris' van verdachte.95

4. Bewezenverklaring

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De rechtbank heeft uit de wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte

Ten aanzien van feit 1:

in de periode van 1 oktober 2003 tot 10 september 2006 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader voorwerpen, te weten geldbedragen tot een totaalbedrag van € 47.066,03

en

in de periode van 1 januari 2005 tot en met 10 september 2006 te [woonplaats],dfd van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, een voorwerp te weten een woning, zijnde een pand gelegen aan de [woonadres] te [woonplaats], kadastraal bekend als [woonplaats] sectie [kadasternr.]

en

in de periode van 11 september 2006 tot en met 24 augustus 2009 te [woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader een voorwerp te weten een woning, zijnde een pand gelegen aan de [woonadres] te [woonplaats], kadastraal bekend als [woonplaats] sectie [kadasternr.]

en

in de periode van 11 september 2006 tot en met 24 augustus 2009 te Amsterdam of elders in Nederland,, tezamen en in vereniging met een ander van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader

voorwerpen, te weten:

- geldbedragen tot een totaalbedrag van € 112.106,77 en

- een personenauto van het merk Fiat, type Punto, kenteken [kenteken 1], en

- een scooter van het merk Piaggio, type C38, kenteken [kenteken 2]

verworven en/ of voorhanden gehad, zulks terwijl hij, verdachte in de periode van 1 oktober 2003 tot en met 10 september 2006 wist en in de periode van 11 september 2006 tot en met 24 augustus 2009 met zijn mededader wist dat de geldbedragen en die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

Ten aanzien van feit 2:

op 24 augustus 2009 te [woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie II onder 6° van de Wet wapens en munitie, te weten een busje traangas, merk CS Spray, type No. 1 Dallas, zijnde een voorwerp als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie II onder 6° van de Wet wapens en munitie, dat bestemd is voor het treffen van personen met een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof,

voorhanden heeft gehad;

Ten aanzien van feit 3:

op 24 augustus 2009 te [woonplaats] opzettelijk een radiozendapparaat, te weten een GSM- en UMTS- 'jammer' en 'blocker', zijnde een apparaat, bedoeld om het mobiele telefoonverkeer in GSM- en UMTS- frequentiebanden in de directe omgeving van het apparaat geheel onmogelijk te maken door het uitzenden van een (breedbandig) stoorsignaal aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend;

Ten aanzien van feit 4:

op 24 augustus 2009 te [woonplaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad drie pillen bevattende MDMA en twee pillen bevattende amfetamine;

Ten aanzien van feit 5:

op 13 september 2008 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad een zwarte tas met 15 pakketten hennep (met een totaalgewicht van ongeveer 15.000 gram)

en

op 1 december 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad twee kartonnen dozen met hennepstekken

en

in de periode van 1 juli 2008 tot en met 24 augustus 2009 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft geteeld

-in een garagebox aan de [B-straat nr. A] te Amsterdam een hoeveelheid van ongeveer 15 hennepplanten en

-in een garagebox aan de [B-straat nr. B] te Amsterdam een hoeveelheid van ongeveer 100 hennepplanten

Ten aanzien van feit 6:

in de periode van 1 juli 2008 tot en met 24 augustus 2009 te Duivendrecht en Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- in perceel [C-straat nr.] te Duivendrecht een hoeveelheid elektriciteit en

- in perceel [B-straat nr. B] te Amsterdam een hoeveelheid elektriciteit,

toebehorende aan Liander N.V. waarbij hij, verdachte, de weggenomen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking door de zegels van de hoofdaansluitkasten te verbreken en aan de bovenzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting buiten de meter om te maken en extra fase draden aan te sluiten en de hoofdbeveiliging van de elektrische installatie te verzwaren of de ijkschroefgleuven op de

elektriciteitsmeter te beschadigen en de originele ijkzegels te vervangen;

Ten aanzien van feit 7:

in de periode van 1 januari 2005 tot en met 10 februari 2005 te Amsterdam of elders in Nederland opzettelijk heeft gebruik gemaakt van valse geschriften, te weten:

- een model-werkgeversverklaring van [coffeeshop] v.o.f. m.b.t. de

werknemer [verdachte] d.d. 20 januari 2005 en

- een salarisspecificatie van [coffeeshop] v.o.f. m.b.t. [verdachte] en

- een jaaropgaaf van [coffeeshop] v.o.f. m.b.t [verdachte] d.d. 20 januari 2005,

elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl hij, verdachte wist dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als ware zij echt en onvervalst,

welke valsheid hierin bestond dat opzettelijk in strijd met de waarheid in die geschriften was vermeld dat verdachte als werknemer (barmedewerker of bediende) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was aangegaan en is aangesteld in vaste dienst bij [coffeeshop] vof., terwijl hij in werkelijkheid leverancier/inkoper van die vof was en niet als werknemer in dienst was in die vof en bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij die geschriften heeft verstrekt of doen verstrekken aan de ABN Amro Bank NV;

Ten aanzien van feit 8:

in de periode van 1 januari 2005 tot en met 10 februari 2005 te Amsterdam of elders in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels,

de ABN Amro Bank NV heeft bewogen tot de afgifte van 200.750,- euro bij wege van het verstrekken van een hypothecaire lening tegen voormeld bedrag, immers heeft hij verdachte met vorenomschreven oogmerk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid ter onderbouwing van een aanvraag woninghypotheek voor het pand [woonadres] te [woonplaats] d.d. 20 januari 2005 de volgende stukken verstrekt of doen verstrekken aan de ABN Amro Bank N.V. te weten:

- een model-werkgeversverklaring van [coffeeshop] v.o.f. m.b.t. de

werknemer [verdachte] d.d. 20 januari 2005 en

- een salarisspecificatie van [coffeeshop] v.o.f. m.b.t. [verdachte] en

- een jaaropgaaf van [coffeeshop] v.o.f. m.b.t [verdachte] d.d. 20 januari 2005,

terwijl hij, verdachte wist dat hij, verdachte, in werkelijkheid niet als werknemer (barmedewerker of bediende) bij [coffeeshop] vof te Amsterdam in dienst was getreden, maar in werkelijkheid leverancier/inkoper van die vof was, waardoor hij, verdachte, de ABN Amro Bank NV ten behoeve van genoemde afgifte een onjuist beeld met betrekking tot de werkelijke werkzaamheden van verdachte heeft voorgespiegeld waardoor de ABN Amro Bank NV werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen

7.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 tot en met 8 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van voorarrest.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat bij een eventuele strafoplegging kan worden volstaan met de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte haalt zijn middelen van bestaan uit de hennephandel. Hiertoe behoort ook het opzetten van hennepkwekerijen en de diefstal van elektriciteit. In 2009 heeft hij al een transactievoorstel met het Openbaar Ministerie ter zake van diverse hennepkwekerijen en witwassen gekregen. Deze waarschuwing heeft hij genegeerd. Hij is al die tijd doorgegaan met zijn illegale activiteiten. Door middel van het gebruik van valse documenten en oplichting probeert hij zijn criminele bestaan te verhullen. De door verdachte gekozen levenswijze brengt met zich mee dat hij zich ook schuldig maakt aan gewoontewitwassen door verschillende goederen en geldbedragen voorhanden te hebben waarvan het bezit niet vanuit een door hem gegenereerde legale inkomstenbron of de legale inkomstenbron van zijn partner is te verklaren. Witwassen en de onderliggende criminaliteit vormen een aantasting van de legale economie en zijn, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de samenleving.

Verdachte heeft een aanzienlijke hoeveelheid hennep aanwezig gehad die - gezien de hoeveelheid - in ieder geval niet voor eigen gebruik was bestemd. Door zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de handel in en verspreiding van voor de gezondheid schadelijke softdrugs en aan daarmee gepaard gaande vermogens- en andere criminaliteit. Verdachte heeft - naar de rechtbank aannemelijk acht - bij de hierboven vermelde delicten gehandeld uit financieel gewin, terwijl hij geen oog heeft gehad voor de risico's voor de volksgezondheid en de schade voor de samenleving die uit het gebruik van hennep kunnen voortvloeien.

Uit het Uittreksel Justitiële Documentatieregister van 26 augustus 2009 blijkt dat verdachte tot nu toe alleen is veroordeeld tot werkstraffen.

De rechtbank weegt mee dat verdachte uitsluitend in de hennephandel zit en van enige gewelddadigheid niet is gebleken.

In strafverzwarende zin weegt de rechtbank mee dat verdachte zich gedurende een lange periode schuldig heeft gemaakt aan het begaan van strafbare feiten. Bovendien heeft hij zijn partner, die de zorg heeft over hun zoon en twee dagen per week als thuishulp werkt, meegesleept in zijn illegale bestaan.

Op de bewezenverklaarde feiten dient te worden gereageerd met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht minder bewezen dan de officier van justitie. Bovendien vindt zij de eis van de officier van justitie te fors. Om voornoemde redenen acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden.

8. Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een personenauto merk Fiat type Punto (kenteken [kenteken 1]) en een scooter, merk Piaggo type C38 (kenteken [kenteken 2]), worden verbeurd verklaard. Zij zijn daarvoor vatbaar, omdat zij aan de verdachte toebehoren en met betrekking tot welke het onder 1 tenlastegelegde feit is begaan.

Met betrekking tot het inbeslaggenomen huis van verdachte aan de [woonadres] te [woonplaats] overweegt de rechtbank als volgt. Verbeurdverklaring is een bevoegdheid en geen verplichting van de rechtbank. Dit huis is het hoofdverblijf van verdachte samen met zijn gezin. Door de rechtbank is onvoldoende in te schatten tot welke gevolgen verbeurdverklaring zal leiden. Om die reden beslist de rechtbank tot teruggave van het huis aan verdachte.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 33, 33a, 47, 57, 225, 311, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;

- 10.9 van de Telecommunicatiewet en

- 1 en 6 van de Wet op de economische delicten.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tot en met 8 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

gewoontewitwassen

en

medeplegen van gewoontewitwassen

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Ten aanzien van feit 3:

overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.9, eerste lid van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan

Ten aanzien van feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van feit 5:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van feit 6:

diefstal, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 7:

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 8:

oplichting

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart de verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Heft op de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis.

Verklaart verbeurd de auto (Fiat Puncto, kenteken [kenteken 1]) en de scooter (Piaggio, C38, kenteken [kenteken 2]).

Gelast de teruggave aan verdachte van de woning aan de [woonadres] te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.J. Cohen Tervaert, voorzitter,

mrs. A.A.M. van Oosten en B.T. Beuving, rechters,

in tegenwoordigheid van N.C. van Geel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 februari 2011.

1 Een geschrift, inhoudende een transactie ex artikel 74 Wetboek van Strafrecht d.d. 20 januari 2009, gericht aan [verdachte], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 7 en 8

2 Een geschrift, inhoudende een berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling ex artikel 36e, derde lid van het Wetboek van Strafrecht uit het Segura dossier, p. 11

3 Proces-verbaal van doorzoeking [woonadres] te [woonplaats], rubriek 9, zaaksdossier 9, doorgenummerde p. 12 en 13

4 Een geschrift, inhoudende een kennisgeving van inbeslagneming, rubriek 12, doorgenummerde p. 143 en proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagname, rubriek 12, doorgenummerde p. 146

5 Proces-verbaal van deelonderzoek [verdachte] voorhanden hebben van traangas, rubriek 9, zaaksdossier 9, niet genummerde p. 3

6 Proces-verbaal technische omschrijving bus traangas, rubriek 9, zaaksdossier 9, doorgenummerde p. 1

7 Proces-verbaal 4e verhoor [verdachte], rubriek 9, zaaksdossier 9, doorgenummerde p. 8

8 Proces-verbaal 5e verhoor [partner], rubriek 4, doorgenummerde p. 189 en 190

9 Een geschrift, inhoudende een kennisgeving van inbeslagneming, rubriek 12, doorgenummerde p. 143 en 144 en proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming, rubriek 12, doorgenummerde p. 152

10 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen jammer, rubriek 9, zaaksdossier 10, doorgenummerde p. 1

11 Proces-verbaal van technisch onderzoek, rubriek 9, zaaksdossier 10, doorgenummerde p. 12 en 13

12 Proces-verbaal bevindingen onderzoek Opel, kenteken [kenteken 3], rubriek 5, doorgenummerde p. 46

13 Proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming, rubriek 9, zaaksdossier 10, doorgenummerde p. 2 en 3

14 Een geschrift, inhoudende een uittreksel RDW, rubriek 9, zaaksdossier 10, doorgenummerde p. 1

15 Een geschrift, inhoudende een rapport van 27 augustus 2009 van drs R. Jellema, rubriek 13, doorgenummerde p. 134

16 Proces-verbaal van 4e verhoor [verdachte], rubriek 9, zaakdossier 12, doorgenummerde p. 16

17 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 52

18 Een geschrift, inhoudende een rapport van 31 augustus 2009 van drs R. Jellema, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 85

19 Proces-verbaal van 1e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 111

20 Proces-verbaal van 2e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 118, 121 en proces-verbaal van 3e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 133 en proces-verbaal van 7e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 193

21 Proces-verbaal van 2e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 118 en 121 en proces-verbaal van 4e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 136

22 Proces-verbaal van 7e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 197

23 Proces-verbaal van 4e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 136 en 138

24 Proces-verbaal van 7e verhoor [medeverdachte 1], rubriek 4, doorgenummerde p. 195,196 en 197

25 Proces-verbaal observeren 24 september 2008, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 1 en 2 en proces-verbaal bevindingen [medeverdachte 2], rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 141 en 142

26 Proces-verbaal observeren 2 oktober 2008, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 18 en 19

27 Proces-verbaal observeren 13 oktober 2008, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 20

28 Proces-verbaal bevindingen observatie [H-straat] vanaf 13 oktober 2008, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 35 en 36

29 Proces-verbaal bevindingen observatie [H-straat] vanaf 13 oktober 2008, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 36

30 Proces-verbaal bevindingen observatie [C-straat] vanaf 17 oktober 2008, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 38 en 39

31 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5], rubriek 4, doorgenummerde p. 236 en 237

32 Proces-verbaal van observeren 13 september 2008, rubriek 9, zaaksdossier 4, p. 114 tot en met 116

33 HR 21 maart 2000, LJN AA5254.

34 Een geschrift, inhoudende een uitdraai tapgesprek tussen [persoon 1] en [persoon 2] op 13 september 2008 om 10.24 uur, rubriek 9, zaaksdossier 4, doorgenummerde p. 119

35 Een geschrift, inhoudende een uitdraai tapgesprek tussen [persoon 1] en [persoon 2] op 13 september 2008 om 10.52 uur, rubriek 9, zaaksdossier 4, doorgenummerde p. 120

36 Een geschrift, inhoudende een uitdraai tapgesprek tussen [persoon 1] en [persoon 2] op 13 september 2008 om 11.47 uur, rubriek 9, zaaksdossier 4, doorgenummerde p. 121

37 Proces-verbaal van observeren 13 september 2008, rubriek 9, zaaksdossier 4, p. 114 tot en met 116

38 Proces-verbaal van bevindingen, rubriek 9, zaaksdossier 4, doorgenummerde p. 68 tot en met 71

39 Proces-verbaal betreden schuur ter inbeslagneming, rubriek 9, zaaksdossier 4, doorgenummerde p. 21, 24 en 25

40 Proces-verbaal van technisch onderzoek, rubriek 9, zaaksdossier 4, doorgenummerde p. 98 en 99

41 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4], rubriek 9, zaaksdossier 4, doorgenummerde p. 155, 157

42 Een geschrift, inhoudende een tapgesprek tussen verdachte en [medeverdachte 3] op 28 november 2008, rubriek 9, zaaksdossier 5, doorgenummerde p. 18

43 Een geschrift, inhoudende een tapgesprek tussen verdachte en [medeverdachte 3] op 1 december 2008, rubriek 9, zaaksdossier 5, doorgenummerde p. 19

44 Een geschrift, inhoudende een tapgesprek tussen verdachte en [medeverdachte 3] op 1 december 2008, rubriek 9, zaaksdossier 5, doorgenummerde

45 Proces-verbaal van observeren 1 december 2008, rubriek 9, zaaksdossier 5, doorgenummerde p. 2 en 3

46 Proces-verbaal van bevindingen en aanhouding [medeverdachte 3] en [persoon 3], rubriek 9, zaaksdossier 5, doorgenummerde p. 3

47 Een geschrift, inhoudende een rapport van 4 december 2008 van drs R. Jellema, rubriek 9, zaaksdossier 5, doorgenummerde p. 23

48 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3], rubriek 9, zaaksdossier 5, onderzoek "13Captiva" (eigen nummering) p. 33

49 Proces-verbaal van bevindingen sleutels garageboxen [B-straat nr. A en B] te Amsterdam, rubriek 9, zaaksdossier 8, doorgenummerde p. 1 en 2

50 Proces-verbaal van bevindingen, doorzoeking [B-straat nr. A en B] in Amsterdam, rubriek 9, zaaksdossier 8, doorgenummerde p. 4

51 Een geschrift, inhoudende een rapport van 31 augustus 2009 van drs R. Jellema, rubriek 9, zaaksdossier 8, doorgenummerde p. 30

52 Een geschrift, inhoudende een huurcontract voor autoboxen [B-straat nr. A], rubriek 9, zaakdossier 8, doorgenummerde p. 15

53 Een geschrift, inhoudende een huurcontract voor autoboxen [B-straat nr. A], rubriek 9, zaakdossier 8, doorgenummerde p. 17

54 Proces-verbaal van bevindingen, rubriek 9, zaaksdossier 8, doorgenummerde p. 115

55 Proces-verbaal van verhoor/ bevindingen [oom van partner], rubriek 9, zaaksdossier 8, doorgenummerde p. 66 en 67

56 Proces-verbaal van verhoor [oom van partner], afgelegd bij de rechter-commissaris op 31 augustus 2010

57 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 52

58 Een geschrift, inhoudende een rapport van 31 augustus 2009 van drs R. Jellema, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 85

59 Een geschrift, inhoudende een aangifteformulier van Liander, ondertekend door [medewerker Liander 1] op 26 augustus 2009, rubriek 9, zaaksdossier 6, doorgenummerde p. 106

60 Een geschrift, inhoudende een aangifteformulier van Liander, ondertekend door [medewerker Liander 2] op 2 oktober 2009, rubriek 9, zaaksdossier 8, doorgenummerde p. 84 en 85

61 Proces-verbaal van verhoor [eigenaar coffeeshop], afgelegd bij de rechter-commissaris op 24 juni 2010, p. 2

62 Proces-verbaal van verhoor [eigenaar coffeeshop], rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 692

63 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 63

64 Een geschrift, inhoudende een arbeidscontract van 1 april 2004 tussen [coffeeshop] en verdachte, rubriek 9, zaaksdossier 2, p. 19

65 Een geschrift, inhoudende een offerte ABN AMRO hypotheek van 7 januari 2005, rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 506 tot en met p. 514

66 Een geschrift, inhoudende een aanvraag woninghypotheek van 12 januari 2005, rubriek 9, zaaksdossier 2, p. 542 tot en met 545

67 Een geschrift, inhoudende een kadastraal bericht object van 3 januari 2005

68 Een geschrift, inhoudende een model-werkgeversverklaring van 20 januari 2005, rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 565

69 Een geschrift, inhoudende een salarisspecificatie van 21 december 2004 betreffende verdachte, rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 566

70 Een geschrift, inhoudende een jaaropgaaf van 20 januari 2005 betreffende verdachte, rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 567

71 Een geschrift, inhoudende een brief van de ABN AMRO Bank N.V. aan notariskantoor Klein Binnenkade Notarissen van 7 februari 2005, rubriek 9, zaaksdossier 2 doorgenummerde p. 654

72 Een geschrift, inhoudende een hypotheekakte van 10 februari 2005, rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 657 tot en met 668

73 Een geschrift, inhoudende een aangifte van valsheid in geschrift en oplichting van 9 december 2009, rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 502 tot en met 504

74 Een geschrift, inhoudende een volmacht aan [medewerker ABN], van 7 augustus 2009, rubriek 9, zaaksdossier 2, doorgenummerde p. 501

75 Proces-verbaal van verhoor [medewerker ABN], afgelegd bij de rechter-commissaris op 23 juni 2010, doorgenummerde p. 4 en 5

76 Geschrift, inhoudende uitdraai RDW van 11 augustus 2009, rubriek 9, zaaksdossier 3, doorgenummerde p. 6

77 Proces-verbaal van verhoor [partner], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 24

78 Proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagname, rubriek 12, doorgenummerde p. 139

79 Geschrift, inhoudende uitdraai RDW van 11 augustus 2009, rubriek 9, zaaksdossier 3, doorgenummerde p. 5

80 Proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagname, rubriek 12, doorgenummerde p. 3326

81 Proces-verbaal van verhoor [partner], rubriek 4, doorgenummerde p. 185 en 186

82 Proces-verbaal van verhoor [partner], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 23 en 24

83 Proces-verbaal van verhoor [partner], rubriek 4, doorgenummerde p. 179

84 Geschrift, inhoudende een brief van de Belastingdienst van 30 juli 2009, rubriek 9, zaaksdossier 3, doorgenummerde p. 11

85 Proces-verbaal cash uitgaven [verdachte] en [partner], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 54 tot en met 56. Aangetroffen bonnetjes, zie doorgenummerde p. 63 tot en met 72

86 Proces-verbaal van verhoor [staleigenaar], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 95 en 96

87 Proces-verbaal van 1e verhoor [partner], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 24 en proces-verbaal van 4e verhoor [partner], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 335

88 Proces-verbaal van 1e verhoor [verdachte], rubriek 4, doorgenummerde p. 3

89 Proces-verbaal van bevindingen witwassen [partner], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 292 en bijbehorende geschriften, inhoudende prijsberekeningen van een vakantie in Turkije, rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 256 tot en met 266

90 Proces-verbaal van bevindingen witwassen [partner], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 293 en bijbehorende geschriften, inhoudende prijsberekeningen van een vakantie in Italië, doorgenummerde p. 246 en 247

91 Proces-verbaal van 4e verhoor [partner] ,rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 339

92 Een geschrift, inhoudende een huurcontract voor autoboxen , rubriek 9, zaaksdossier 8, doorgenummerde p. 13 en 14

93 Kennisgeving van inbeslagname [woonadres] te [woonplaats], rubriek 12, doorgenummerde p. 143 en 144

94 Proces-verbaal van verhoor [oom van partner], rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 225

95 Geschriften, inhoudende salarisstroken van verdachte betreffende de periode 1 oktober 2003 tot 1 oktober 2006, rubriek 9, zaaksdossier 1, doorgenummerde p. 120 tot en met p. 134 en p. 138 tot en met p. 149 en p. 153 tot en met p. 160

??

??

??

??

Parketnummer: 13/520067-08 (PROMIS)

Inzake: [verdachte]