Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3854

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-03-2011
Datum publicatie
10-05-2011
Zaaknummer
AWB 09-6031 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ongeschiktheidsontslag. In de verslagen van de gesprekken worden voldoende concrete gedragingen door verweerder genoemd waaruit blijkt dat eiser ongeschikt is voor zijn functie. Eiser is tijdig met zijn tekortkomingen geconfronteerd. Eiser is voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn functioneren te verbeteren. Verweerder was bevoegd eiser wegens ongeschiktheid voor zijn functie ontslag te verlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/6031 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats]

eiser,

gemachtigde: mr. A.J. Buurma

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel West van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde: mr. N. Zwagerman.

Procesverloop

Bij besluit van 13 mei 2009 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten om eiser met ingang van 1 juli 2009 ontslag te verlenen uit gemeentedienst op grond van artikel 12.12, aanhef en onder a, van de Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA).

Bij besluit van 18 november 2009 heeft verweerder het daartegen door eiser gemaakte bezwaar - conform het advies van de bezwaarschriftencommissie – gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2011. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde en [oud-directeur], destijds directeur van de afdeling waar eiser werkzaam was.

Bij beslissing van 8 februari 2011 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en bepaald dat het onderzoek ter zitting op vrijdag 25 februari 2011 wordt voortgezet, nu de gemachtigde van eiser en eiser niet op de hoogte waren gesteld van de zitting van 2 februari 2011.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 februari 2011. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde en [oud-directeur].

Overwegingen

1. Feiten en omstandigheden

1.1. Eiser is sedert 1 februari 2000 in dienst bij verweerder, laatstelijk als Coördinator boekhouding. Na een reorganisatie in 2007 is eiser met ingang van 1 januari 2007 geplaatst in de functie van Senior medewerker financiën binnen de directie Ondersteuning, afdeling Administratie, Informatie en Faciliteiten.

1.2. Op 18 oktober 2004 heeft een Planning- en Resultaatgesprek (hierna: P&R- gesprek) met eiser plaatsgevonden over de periode januari 2004 tot oktober 2004 met als eindoordeel C (“voldoet aan gestelde eisen”).

1.3. Op 15 maart 2006 heeft een P&R-gesprek met eiser plaatsgevonden over de periode van oktober 2004 tot maart 2006 met als eindoordeel B/C (“voldoet niet aan gestelde eisen/ voldoet aan de gestelde eisen”).

1.4. Op 1 juni 2007 heeft een P&R-gesprek met eiser plaatsgevonden over de periode van maart 2006 tot juni 2007 met als eindoordeel B.

1.5. Op 29 november 2007 heeft een P&R-gesprek met eiser plaatsgevonden over de periode van juni 2007 tot december 2007 met als eindoordeel A (“voldoet duidelijk niet aan gestelde eisen”).

1.6. Bij brief van 9 januari 2008 heeft verweerder eiser meegedeeld voornemens te zijn eiser per 1 februari 2009 ontslag te verlenen op grond van artikel 1122, eerste lid, aanhef en onder c, van het Ambtenarenreglement Amsterdam (ARA). Bij brief van 11 februari 2008 heeft eiser hiertegen zijn bedenkingen geuit.

1.7. Bij het primaire besluit heeft verweerder besloten gevolg te geven aan het voornemen eiser met ingang van 1 juli 2009 te ontslaan uit gemeentedienst op grond van artikel 12.12, aanhef en onder a, van de NRGA, omdat eiser ongeschikt en/of onbekwaam is voor de verdere vervulling van zijn functie, anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken.

2. Standpunten partijen

2.1. In het bestreden besluit heeft verweerder gesteld dat eiser al gedurende langere tijd kritiek heeft gekregen op zijn functioneren. Nadat ondanks pogingen en afspraken geen verbetering optrad is terecht de conclusie getrokken dat eiser ongeschikt is voor de functie Senior medewerker financiën. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld door eiser gedurende geruime tijd de mogelijkheid te geven vanuit het dienstverband bij het Stadsdeel een andere baan te zoeken. Daarbij is ook zorgvuldig gehandeld door deze periode te verlengen vanwege de persoonlijke omstandigheden van eiser. Ten onrechte is in het primaire besluit geen aanzeggingstermijn in acht is genomen. Verweerder heeft eisers bezwaarschrift gegrond verklaard in verband met deze aanzeggingstermijn, eiser vervolgens ontslagen per 1 juli 2009 en heeft het bezwaarschrift ongegrond verklaard voor het overige.

2.2. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het P&R-gesprek van 29 november 2007 de eerste en enige beoordeling is in de functie van Senior medewerker financiën. Daarin wordt aangegeven dat de beoordelaar met eiser samen naar een oplossing wil zoeken. Eiser had op basis van deze afspraak in redelijkheid van zijn werkgever mogen verwachten dat met hem in gesprek zou worden gegaan over een oplossing. Dit P&R-gesprek biedt onvoldoende basis om een ontslag wegens ongeschiktheid en/of onbekwaamheid op te baseren. Bovendien is deze beoordeling slechts uitgevoerd door één beoordelaar. Bij een negatieve beoordeling die gevolgd wordt door een ontslagvoornemen, dienen tenminste twee beoordelaars betrokken te zijn op grond van artikel 11.7 en artikel 12.12 van de NRGA. De P&R-gesprekken van 15 maart 2006 en 1 juni 2007 betreffen planningsgesprekken en geen beoordelingen, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Het gesprek van 15 maart 2006 is als planningsgesprek aan te merken aangezien het vorige P&R- gesprek meer dan 15 maanden geleden had plaatsgevonden. Het gesprek van 1 juni 2007 was een planningsgesprek aangezien het hier het eerste gesprek betrof in de nieuwe functie van Senior medewerker financiën.

De taken en verantwoordelijkheden waarop eiser in de uitoefening van zijn functie als Senior medewerker financiën in de praktijk werd beoordeeld, bleken sterk te verschillen van de taken en verantwoordelijkheden genoemd in de functietypering van deze functie.

Verweerder heeft eiser onvoldoende ondersteuning geboden, al dan niet in de vorm van scholing, om verbetering mogelijk te maken.

3. Wettelijk kader

Volgens artikel 12.12, eerste lid, aanhef en onder a, van de NRGA kan de ambtenaar worden ontslagen als hij ongeschikt of onbekwaam is voor de verdere vervulling van zijn functie, anders dan door ziekte of gebreken.

Toelichting bij artikel 12.12 van de NRGA:

Een ontslag op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de functie kan slechts worden gegeven als er concrete feiten of omstandigheden zijn waaruit blijkt dat de ambtenaar niet de geschikte persoon is voor zijn functie. De ambtenaar moet ondubbelzinnig zijn gewezen op zijn slechte functioneren en de mogelijkheid hebben gehad het functioneren te verbeteren. Aanwijzingen aan of afspraken met de ambtenaar moeten schriftelijk zijn vastgelegd, bijvoorbeeld met brieven of verslagen van functionerings- of beoordelingsgesprekken. De werkgever moet aantonen dat sprake is van concrete feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de ambtenaar zodanige eigenschappen van karakter, geest of gemoed vertoont (ongeschiktheid) dan wel een zodanig gebrek aan kennis, vaardigheden, niveau heeft (onbekwaamheid) dat hij redelijkerwijs niet in zijn functie kan worden gehandhaafd. Vage aanduidingen als 'past niet in het team' zijn niet voldoende. De rechter toetst in een door de ambtenaar aangespannen procedure het dossier (bijvoorbeeld beoordelingen, gespreksverslagen, vastlegging van afspraken, brieven met klachten).

4. Beoordeling van het beroep

I. Het aantal beoordelaars

4.1. Eiser is uit de functie van Senior medewerker financiën ontslagen. De periode die ter beoordeling voor ligt is dan ook de periode van de datum van plaatsing in de functie van Senior medewerker financiën, 1 januari 2007, tot en met het bestreden besluit, 18 november 2009. In deze periode hebben twee P&R-gesprekken plaatsgevonden, namelijk op 1 juni 2007 en op 29 november 2007.

4.2. Ten tijde van het P&R-gesprek van 29 november 2007 gold het Algemeen Rechtspositiereglement van de gemeente Amsterdam (het ARA) en daarmee ook de Regeling ter uitvoering van artikel 873 van het ARA. In de Regeling staat niets over het aantal beoordelaars dat betrokken zou moeten zijn bij een negatieve beoordeling die tot ontslag leidt. De beoordeling is op zichzelf dus volgens de regelen der kunst opgesteld.

4.3. Ten tijde van eisers ontslag gold de NRGA. Eiser is op grond van artikel 12.12, aanhef en onder a, van het NRGA ontslagen. In artikel 12.12 van het NRGA worden ook geen eisen gesteld aan het aantal beoordelaars dat betrokken zou moeten zijn bij een beoordeling die ten grondslag wordt gelegd aan een ontslag. Wijziging van de regelgeving leidt er naar het oordeel van de rechtbank niet toe dat aan een onder de vigeur van eerdere regelgeving op juiste wijze opgemaakte beoordeling de grondslag komt te ontvallen. De grond waarop eiser is ontslagen betreft immers niet de negatieve beoordeling van 29 november 2007, maar de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria ten aanzien van een ongeschiktheidsontslag.

II. Is het P&R-gesprek van 1 juni 2007 een beoordelingsgesprek?

4.4. Partijen zijn verdeeld over de vraag of het P&R-gesprek van 1 juni 2007 moet worden aangemerkt als een planningsgesprek of als een beoordelingsgesprek. Op pagina 7 van het boekje ‘Planning- & Resultaatgesprek van het Stadsdeel Oud-West, oktober 2004’ (hierna: het boekje P&R-gesprek) staat het volgende (met onderstrepingen door de rechtbank): ‘Met medewerkers die net in een nieuwe functie zijn gestart of met medewerkers die langer dan 15 maanden geen P&R- gesprek meer hebben gehad, wordt alleen een planningsgesprek gevoerd’.

Verweerder heeft gesteld dat de functie van Senior medewerker financiën in het kader van de reorganisatie aanvankelijk de B2-status had gekregen, wat betekent dat deze functie gewijzigd is ten opzichte van eisers oude functie van Coördinator boekhouding. Nadat eiser bezwaar heeft gemaakt tegen de B2-status is deze status gewijzigd in een B1-status, wat “licht gewijzigd” betekent.

De functie van Senior medewerker financiën is niet aangemerkt als “ongewijzigd” en heeft ook niet de daarbij behorende A-status heeft gekregen.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of een licht gewijzigde functie gelijk is te stellen aan een nieuwe functie zoals bedoeld in de weergegeven tekst uit het boekje ‘P&R-gesprek’. De rechtbank overweegt dat verweerder onvoldoende overtuigend heeft kunnen aantonen dat een functie met een B1-status niet dient te worden aangemerkt als een nieuwe functie. De stelling van verweerder dat geen sprake is van een nieuwe functie, omdat eiser niet behoefde te solliciteren voor de functie van Senior medewerker financiën, acht de rechtbank een onvoldoende motivering. Naar het oordeel van de rechtbank dient de functie van Senior medewerker financiën dus aangemerkt te worden als een nieuwe functie.

Vervolgens ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag wat onder de term ‘net’ moet worden verstaan, nu dit niet gedefinieerd is in het boekje ‘P&R-gesprek’ en verweerder daarop geen nadere motivering heeft weten te geven. De rechtbank ziet zich daarom genoodzaakt de term ‘net’ zelf in te vullen en komt tot het oordeel dat het gesprek van 1 juni 2007 te kort na 1 januari 2007 heeft plaatsgevonden om als een beoordelingsgesprek te kunnen worden beschouwd. De rechtbank oordeelt dan ook dat het P&R-gesprek van 1 juni 2007 moet worden aangemerkt als een planningsgesprek. Het gesprek van november 2007 wordt wel als beoordelingsgesprek aangemerkt.

III. Het ongeschiktheidsontslag

4.5. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) gelden voor het verlenen van een ongeschiktheidsontslag van een ambtenaar na te noemen criteria. Het ongeschiktheidsoordeel moet worden onderbouwd met feiten, omstandigheden, voorbeelden en voorvallen waaruit blijkt dat de ambtenaar tekort is geschoten in zijn functioneren.

a) De ongeschiktheid voor de functie moet worden aangetoond aan de hand van concrete gedragingen van de ambtenaar.

b) De ambtenaar moet tijdig met zijn tekortkomingen zijn geconfronteerd.

c) De ambtenaar moet in de gelegenheid zijn gesteld om zijn functioneren te verbeteren; voor zover nodig dient hem daarbij begeleiding te worden geboden.

ad a) de gestelde tekortkomingen

4.6. Uit het dossier blijkt dat eiser meermalen op zijn functioneren aangesproken. In de verslagen van de gesprekken van 1 juni 2007 en op 29 november 2007 worden voldoende concrete gedragingen door verweerder genoemd waaruit blijkt dat eiser ongeschikt is voor zijn functie. De rechtbank wijst onder andere op het voorval ten aanzien van de opening van een rekening voor een voorziening in het boekhoudsysteem, het niet of onvoldoende beantwoorden van e-mails en het incident met de GIN-code. In het dossier bevinden zich geen bezwaren of aanmerkingen van eiser ten aanzien van de weergave van wat in de gesprekken op 1 juni 2007 en 29 november 2007 is besproken. Bovendien staat de beoordeling van 29 november 2007 in rechte vast, nu eiser tegen deze vastgestelde beoordeling geen bezwaar heeft gemaakt.

4.7. De beroepsgrond van eiser, dat zijn functie van Senior medewerker financiën in de praktijk anders uitpakte dan waarop deze in de functietypering stond beschreven, slaagt niet. De rechtbank oordeelt dat eiser deze beroepsgrond niet in het kader van zijn ontslag kan aanvoeren. Eiser had desgewenst in een eerder stadium functieonderhoud moeten aanvragen bij zijn leidinggevende. Hij had dit moeten doen ofwel op het moment dat hij bemerkte dat er teveel eisen aan hem werden gesteld ofwel tijdens de P&R-gesprekken. Desgevraagd heeft eiser ter zitting aangegeven dat hij dit niet met zijn leidinggevende heeft besproken.

4.8. Eiser heeft in beroep nog aangevoerd dat hij in zijn nieuwe functie in de praktijk ook de taak had om collega’s op gedrag aan te sturen, wat niet in de functietypering staat. Wat hier ook van zij, de rechtbank is van oordeel dat de beoordeling van 27 november 2009 voldoende voorvallen bevat die betrekking hebben op de vakinhoudelijke taakvervulling van de functie van Senior medewerker financiën. Deze beroepsgrond slaagt naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet.

ad b) confrontatie met de tekortkomingen

4.9. Op 1 juni 2007 heeft eiser van zijn leidinggevende te horen gekregen dat hij onvoldoende functioneert. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hiermee tijdig met zijn tekortkomingen geconfronteerd.

ad c) geboden verbeterkansen

4.10. Voorts is de rechtbank van oordeel dat eiser voldoende in de gelegenheid is gesteld om zijn functioneren te verbeteren. Verweerder heeft eiser de mogelijkheid gegeven cursussen te volgen. Tijdens het gesprek in januari 2007, aldus het verslag van het P&R-gesprek van 1 juni 2007, heeft eiser met zijn leidinggevende afgesproken dat eiser een cursus communicatie en een cursus coachen/ leidinggeven zou zoeken. Tijdens het gesprek op 1 juni 2007 blijkt dat eiser hier nog geen initiatief op heeft genomen. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser een te zeer afwachtende houding heeft aangenomen en onvoldoende initiatief heeft genomen om zichzelf te verbeteren.

Eiser stelt in beroep dat hij een scholingsprogramma voor seniormedewerkers zou gaan volgen en in afwachting was van deze door verweerder te organiseren algemene cursus. Dit moge zo zijn, maar niet is gebleken dat hij - zoals afgesproken - een cursus communicatie heeft gevolgd. Ook valt naar het oordeel van de rechtbank niet in te zien waarom eiser niet zelf een cursus coachen/ leidinggeven had kunnen regelen. De rechtbank acht het ten slotte niet onredelijk dat verweerder van eiser verwachtte dat hij zelf het initiatief moest nemen voor het regelen van een cursus.

4.11. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat verweerder bevoegd was eiser wegens ongeschiktheid voor zijn functie, die niet voortvloeit uit ziekte of gebreken, ontslag te verlenen. Voorts kan niet gezegd worden dat verweerder, bij afweging van alle relevante belangen, niet in redelijkheid tot het ontslag heeft kunnen besluiten.

4.12. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. De rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser of vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Polak, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. van Hof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2011.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.