Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3603

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-03-2011
Datum publicatie
06-05-2011
Zaaknummer
AWB 11-1100 WRO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Wabo, bouwstop dakkapel, plaats dakkapel voldoet niet aan vereisten genoemd in artikel 2, bijlage II Besluit omgevingsrecht om zonder vergunning te mogen worden gebouwd. Geen aanleiding om af te wijken van de jurisprudentie die onder de Woningwet ten aanzien van een bouwstop is gevormd. Legalisatie behoeft niet te worden nagegaan.

Wetsverwijzingen
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2.1
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 5.17
Besluit omgevingsrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2012/4895
JOM 2011/815
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/1100 WRO

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

en

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen,

verweerder,

gemachtigden: mr. ing. D. Walraven en mr. P.J. van den Hurk.

Procesverloop

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek hangt samen met het door verzoeker ingediende bezwaar tegen het besluit van verweerder van 3 februari 2011.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 maart 2010.

Verzoekster is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door de gemachtigden.

Overwegingen

1. Het besluit van verweerder.

Verzoekster heeft een tweede dakkapel op haar woning willen plaatsen. De bouw daarvan heeft verweerder stil gelegd omdat het op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het verboden is om zonder vergunning een project uit te voeren voor zover dat gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk.

2. Beoordeling van het verzoek.

2.1. Niet in geschil is dat verzoekster geen omgevingsvergunning heeft. Verzoekster voert aan dat zij over het bouwen van de dakkapel contact heeft gehad met een ambtenaar van de gemeente. Uit de gesprekken heeft zij opgemaakt dat er geen bezwaren bestonden tegen het bouwen van de dakkapel en dat daar geen vergunning voor nodig was. De rechter twijfelt niet aan de goede bedoelingen van verzoekster op dat punt. Gelet op de standpunten die ter zitting zijn gewisseld lijkt het erop dat verzoekster en de ambtenaar die haar te woord heeft gestaan elkaar niet goed hebben begrepen.

2.2. De rechter dient echter wel te beoordelen of verweerder terecht de bouw van de dakkapel heeft stilgelegd.

2.3. Op grond van artikel 2.1, derde lid van de Wabo kan worden bepaald dat voor bepaalde categorieën activiteiten het verbod om zonder bouwvergunning te mogen bouwen niet geldt.

2.3.1. Voor het bouwen van een dakkapel is in het Besluit omgevingsrecht (BOR) onder voorwaarden een uitzondering gemaakt. Deze voorwaarden staan in de bijlage II van het BOR onder artikel 2, aanhef, vierde lid, genoemd.

“Een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de wet is niet vereist, indien deze activiteiten betrekking hebben op:

(…)

4. een dakkapel in het achterdakvlak of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a. voorzien van een plat dak,

b. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m,

c. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet,

d. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok,

e. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak, en (…)”

2.4. Ter zitting heeft de rechter aan de hand van de foto’s de situatie bekeken. Aan de hand van de foto’s is de rechter duidelijk geworden dat de onderkant van de te realiseren tweede dakkapel verder dan één meter van af de dakgoot (= dakvoet) ligt. De tweede dakkapel zit dan ook op een plek die niet voldoet aan de voorwaarde genoemd in artikel 2, vierde lid onder c. van de bijlage II van het BOR. Dit betekent dat er een vergunning is vereist voor het bouwen van de dakkapel welke ten tijde van het stilleggen van de bouw niet verleend was. De inspecteur heeft dan ook de bouw kunnen stilleggen.

2.4.1. Verzoekster heeft diverse foto’s laten zien van dakkapellen bij haar in de buurt die overeenkomen met het bouwplan dat zij had gewenst. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat deze destijds in 2005 nog waren toegestaan. De welstandseisen zoals die nu luiden staan twee dakkapellen boven elkaar niet meer toe. Vooralsnog twijfelt de rechter niet aan dat standpunt van verweerder.

2.4.2. De rechter is van oordeel dat bij de uitoefening van de in artikel 5.17 Wabo gegeven bevoegdheid om last te geven de met de Wabo strijdige bouwwerkzaamheden te staken, niet hoeft te worden gegaan of de bouw gelegaliseerd kan worden. De rechter ziet geen aanleiding om ten aanzien van deze ordemaatregel af te wijken van de jurisprudentie die onder de Woningwet met betrekking tot de bouwstop is gevormd. (zie de uitspraak van de Raad van State van 21 mei 2008, LJN BD2139).

2.5 Op grond van het bovenstaande zal het verzoek dan ook worden afgewezen. Voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Rooij, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.E. Toonen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2011.

de griffier de voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.