Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3355

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-03-2011
Datum publicatie
03-05-2011
Zaaknummer
10/724, 10/725 en 10/726 WASCHB
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verzet ongegrond; beroep niet tijdig; geen verschoonbare termijnoverschrijding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2011/31.30.2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

Zaaknummers: 10/724, 10/725 en 10/726 WASCHB

Uitspraak van de meervoudige kamer

op het verzet tegen een uitspraak van deze rechtbank van 8 juli 2010 in de zaken van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [verzoeker],

Ontstaan en loop van de zaken

Bij uitspraak van 8 juli 2010 heeft de rechtbank de beroepen van [verzoeker] tegen een drietal uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (hierna: Waternet) van 15 januari 2010 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wegens het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken indienen van het beroepschrift.

Hiertegen is door [verzoeker] bij brief van 2 augustus 2010, ingekomen bij de rechtbank op 3 augustus 2010, verzet gedaan.

De rechtbank heeft het verzet op 23 februari 2011 ter zitting behandeld, waar [verzoeker] in persoon is verschenen.

Motivering

1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of [verzoeker] terecht in zijn beroepen

kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank overweegt het volgende.

2. Niet in geschil is dat de drie uitspraken op bezwaar van 15 januari 2010 op de juiste wijze bekend zijn gemaakt. Evenmin is in geschil dat, zoals de rechtbank in de uitspraak van 8 juli 2010 heeft overwogen, de beroepstermijn van deze besluiten eindigde op 26 februari 2010 en dat het beroepschrift te laat, namelijk op 1 maart 2010, is ingediend.

3. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring slechts achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4. [verzoeker] heeft ter zitting aangegeven dat hij veel ziek is geweest en problemen heeft ondervonden bij het verkrijgen van zijn post van Waternet via degene die daadwerkelijk op zijn toenmalige postadres aan de [adres I] te [plaats] woonde. [verzoeker] heeft aangegeven dat hem gezien deze omstandigheden niets kan worden verweten.

5. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] geen argumenten heeft aangedragen op grond waarvan geoordeeld kan worden dat de overschrijding van de hier aan de orde zijnde beroepstermijn verschoonbaar is. Naar het oordeel van de rechtbank betreffen de door [verzoeker] aangevoerde omstandigheden geen omstandigheden die ertoe leiden dat niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege dient te blijven. Het betreffen immers omstandigheden waarmee [verzoeker] kennelijk te maken heeft gehad ten tijde van de periode waarin hij bezwaar kon maken tegen de aanslagen van Waternet en zij zien niet op de periode waarin de beroepstermijn liep na ontvangst van de drie uitspraken op bezwaar van 15 januari 2010. Deze drie uitspraken op bezwaar zijn [verzoeker] overigens toegezonden op zijn op dat moment geldende postadres [adres II] te [plaats] en ter zitting heeft [verzoeker] aangegeven dat hij geen hinder heeft ondervonden en ondervindt bij het verkrijgen van post verzonden aan dit postadres. Gezien het voorgaande is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan [verzoeker] niet kan worden verweten dat hij te laat beroep heeft ingesteld.

6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de rechtbank in het verzet dan ook geen gronden gevonden om te oordelen dat bij de uitspraak van 8 juli 2010 is uitgegaan van onjuiste feiten of omstandigheden. De rechtbank heeft dan ook terecht de door [verzoeker] ingediende beroepen niet-ontvankelijk verklaard.

7. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak die op grond van artikel 8:54 van de Awb op 26 november 2010 is gedaan in stand blijft.

8. Bij deze beslissing is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Luigjes, voorzitter, mr. M.C. van As en mr. W.A. Swildens, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Verweel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2011 te Alkmaar.

griffier voorzitter

Tegen deze uitspraak kunnen [verzoeker] en de heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht beroep in cassatie instellen. Beroep in cassatie wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.