Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0890

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
11-04-2011
Zaaknummer
451555 - HA ZA 10-579
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opzegging duurovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 451555 / HA ZA 10-579

Vonnis van 9 maart 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRIMASTER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. A. Das Gupta te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.

(thans The Royal Bank of Scotland N.V.),

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M. Schut te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Trimaster en ABN AMRO worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 5 februari 2010 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 9 juni 2010 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie van 30 september 2010 met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. ABN AMRO is een internationaal opererende bank. Na de overname van ABN AMRO door het consortium bestaande uit The Royal Bank of Scotland (hierna: RBS), Fortis en Santander (hierna: het Consortium) in oktober 2007 werd de afdeling Wholesale van ABN AMRO toebedeeld aan RBS. Bij de uiteindelijke juridische splitsing van de bank op 7 februari 2010 zijn de aan RBS toebedeelde onderdelen van de bank gebleven in de entiteit ABN AMRO Bank N.V., maar is de naam van deze entiteit gewijzigd in The Royal Bank of Scotland N.V.

2.2. Trimaster is opgericht op 9 september 2004 met als bedrijfsomschrijving “het (doen) verzorgen van trainingen en opleidingen, alsmede houdsteractiviteiten”. Trimaster is opgericht door [A] en [B].

2.3. Binnen ABN AMRO is de afdeling Wholesale verantwoordelijk voor dienstverlening aan grote, internationale cliënten. Midden jaren ’90 werd voor het personeel van Wholesale een eigen trainingsinstituut opgezet onder de naam “Wholesale Academy”. Binnen de Wholesale Academy werd onder meer een trainingsprogramma ontwikkeld met de naam “Graduate Development Program”, een training van zes weken voor pas aangenomen academici, als inleiding op het werken in de financiële wereld (hierna: GDP). [A] en [B] werkten als trainer binnen de Wholesale Academy.

2.4. In 2003/2004 ontstond binnen ABN AMRO het idee om het GDP uit te besteden aan een extern bureau. Per 1 juli 2004 werd [C] hoofd van de Wholesale Academy. In juli 2004 heeft ABN AMRO (de Wholesale Academy) met [A] en [B] afspraken gemaakt om een aantal GDPs door [A] en [B] te laten verzorgen vanuit een door hen op te zetten eigen onderneming.

2.5. Op 20 juli 2004 heeft Trimaster ([B]) per e-mail aan ABN AMRO ([D], afdeling Procurement) het volgende geschreven:

“Points that were agreed with [C]:

[…]

- Contract to end on 31 December 2007. Four programmes guaranteed per year, one programme that can be cancelled against a fee, and two additional programmes optional. Beyond 31-12-2007, the contract will be on a rolling basis for 12 months at a time, with the option for both parties to cancel with six months notice.

- Total cost per programme: EUR 317.000. In addition, EUR 13.000 for activities.

- Start of contract 30 August 2004.

[…]”.

2.6. Op 11 augustus 2004 hebben ABN AMRO en Trimaster (in oprichting) een letter of intent (hierna: de LOI) getekend waarin, voor zover van belang, het volgende is vastgelegd:

“WHEREAS

[…]

B. TriMaster is a company started by current ABN AMRO employees. These employees have the intention to leave ABN AMRO in order to dedicate their time fully to TriMaster. TriMaster has offered ABN AMRO its services with regard to providing Graduate training to ABN AMRO personnel;

C. ABN AMRO is interested in the services offered by Trimaster and intends to enter into the “Niche Agreement Training and Education” which will be amended in order to fit the current understanding (hereinafter: “the Agreement”) with Trimaster. TriMaster is willing to negotiate the Agreement with ABN AMRO;

D. The founders of TriMaster are seeking certainty with regard to the execution Agreement, in light of their intended resignation from ABN AMRO […]

E. ABN AMRO is willing to express its intention to enter into the Agreement to provide certainty;

IT IS HEREBY AGREED AS FOLLOWS:

[…]

2. Objectives

Parties will continue to negotiate, finalise and to execute the Agreement pursuant to which ABN AMRO intends to obtain certain training services from TriMaster […].

Parties so far negotiated on the basis of the ABN AMRO “Niche Agreement Training and Education” and already have reached agreement on the following commercial terms, which will no longer be subject to negotiation […]:

- The term of the Agreement will be from September 2004 – December 2007;

- ABN AMRO will purchase a minimum of four training programmes a year;

[…]

- Price per programme is € 330.000 maximum […]”

2.7. Op 22 mei 2006 hebben ABN AMRO en Trimaster een aanvulling op de LOI ondertekend (het zogenoemde Amendment to the Letter of Intent, hierna: het Amendment). In het Amendment is, voor zover van belang, het volgende vastgelegd:

“WHEREAS

A. Parties have entered into a letter of intent on 04 September 2004;

B. In anticipation of the negotiations of the Agreement, parties want to add further stipulations and intentions to the LOI as follows;

IT IS HEREBY AGREED AS FOLLOWS:

[…]

2. Negotiated terms.

Parties so far negotiated and already have reached agreement on the following additional commercial terms, which will no longer be subject to negotiation, even if negotiations with regard to the Agreement will be continued:

- The present graduate training cooperation (LOI) will be extended at least until 31st of December 2009;

- TriMaster is prepared to develop new programmes for the trainees of ABN AMRO that will start from the 1st of September 2006;

[…]

- The price of the programmes starting the 1st of January 2008 will be € 425.000,- ex V.A.T. per programme and as from the start of the Agreement will drop to € 340.000,- ex V.A.T.;

[…]

- TriMaster will provide two triple programmes during the period of 01-08-2006 until 31-12-2006 at a price of Eur 425.000.

3. Negotiation principles.

Parties will have indicated already the following negotiation principles for the Agreement;

- The Agreement will at least run to 31st of December 2009.

[…]

4. Timeframe.

The parties intend to have the Agreement finalized in August 2006 (“Completion Date”).

5. Miscellaneous

All the provisions of the LOI are deemed to be part of this amendment. […]”.

2.8. In maart 2007 kwam in de publiciteit dat ABN AMRO onderhandelde met Barclays over een eventuele fusie. Korte tijd later bleek dat ook het Consortium een bod op ABN AMRO wilde doen met het doel de bank te splitsen en te verdelen. De biedingsstrijd resulteerde er uiteindelijk in dat Barclays op 5 oktober 2007 haar bod introk. Op 10 oktober 2007 deed het Consortium formeel haar bod gestand. Op 11 oktober 2007 werd de opsplitsing van ABN AMRO in gang gezet.

2.9. Bij e-mail van 17 september 2007 heeft Trimaster ([B]) aan ABN AMRO ([E], sinds eind 2006 hoofd van de Wholesale Academy), voor zover van belang, het volgende bericht:

“I have started the planning for 2008. Although I can understand that it may be too early for you to tell us how many Graduate Development Programmes that ABN AMRO want to run next year, it would be important for me to know as soon as possible whether you need a GDP in January as you verbally indicated on 10 September. As always, it would be best for you to book the dates, and then postpone or cancel if necessary, rather than ‘waiting to the last minute’.”

Bij e-mail van 2 oktober 2007 heeft ABN AMRO ([E]) als volgt geantwoord:

“I think that it is a good thing that we plan four courses for the first half of 2008”.

Trimaster ([B]) heeft op 11 oktober 2007 als volgt op dit bericht gereageerd:

“I have tentatively booked the following five programmes for first half 2008 to give you some alternatives.”

ABN AMRO ([E]) heeft vervolgens verzocht een van de GDPs te schrappen. Trimaster ([B]) heeft ABN AMRO per e-mail van 26 oktober 2007 uiteindelijk als volgt bericht:

“I confirm that I have booked the following dates for GDP’s in 2008:

GDP 39 28 January – 10 March

GDP 40 10 March – 23 April

GDP 41 5 May – 17 June

GDP 42 16 June – 28 July”

2.10. ABN AMRO heeft GDPs van Trimaster afgenomen als volgt:

- in 2004: 3

- in 2005: 5

- in 2006: 11

- in 2007: 9

- in 2008: 1.

2.11. Per e-mail van 7 april 2008 heeft ABN AMRO (Brown) de beëindiging van de relatie aan Trimaster bevestigd:

“Further to our call on Thursday last week, I can confirm that GBM graduate programme will not be looking to utilise the ABN GGDP programme in its current format. To this end, the course that is currently running (commenced 10th March) will be the last course that ABN will source from Trimaster. […]”

2.12. Trimaster ([A]) heeft op deze e-mail gereageerd per e-mail van 8 april 2008 waarin hij schrijft “We have in total cancelled the following agreed programmes” waarna een overzicht volgt van 19 GDPs (met data in 2008 en 2009). In de e-mail staat verder:

“These are all the graduate programmes we had in our schedule. We have no specific dates pencilled in for after 2009. In total the cancellation fees amount to: Eur 8.075.000 ex VAT. […]”

2.13. Per e-mail van 9 april 2008 heeft ABN AMRO (Brown) Trimaster als volgt bericht:

“Many thanks for your prompt response. You detail in your e-mail a commitment by ABN to 19 courses. As per the LOI signed by both parties, the commitment to Trimaster to ABN is 4 courses per annum. We have taken 1 course for 2007, leaving 3, with 4 committed in 2009, equating to a total of 7. Please advise.”

3. Het geschil

3.1. Trimaster vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

- voor recht verklaart dat ABN AMRO toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Trimaster;

- voor recht verklaart dat ABN AMRO onrechtmatig heeft gehandeld jegens Trimaster;

- voor recht verklaart dat ABN AMRO aansprakelijk is jegens Trimaster voor alle schade die Trimaster heeft geleden door de abrupte beëindiging van de contractuele relatie tussen partijen en dat ABN AMRO deze schade aan Trimaster dient te vergoeden;

- ABN AMRO veroordeelt aan Trimaster te betalen een bedrag van € 10.754.375,=, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente over de door Trimaster aan ABN AMRO gefactureerde bedragen vanaf de vervaldata van de respectieve facturen;

een en ander met veroordeling van ABN AMRO in de kosten van deze procedure.

3.2. De overeenkomst tussen partijen is volgens Trimaster rechtsgeldig beëindigd. Zij vordert dan ook geen nakoming. Trimaster stelt zich evenwel op het standpunt dat vanwege de verwachtingen die door ABN AMRO zijn gewekt, gevoed door toezeggingen van ABN AMRO, het ABN AMRO niet vrijstond zonder meer de relatie met haar te beëindigen op de wijze zoals zij in de week van 3 april 2008 heeft gedaan. De beëindiging van de relatie kwam geheel onverwacht en was bovendien in strijd met recent daarvoor gedane toezeggingen. Door de beëindiging van de relatie wenste ABN AMRO niet meer de 19 reeds ingeboekte GDPs af te nemen en annuleerde zij tevens de 10 eind 2007/begin 2008 bestelde klantenprogramma’s (“Ferrari’s”) en een bestelde RTD-course en een WiFi-solution. Trimaster lijdt schade onder meer omdat ABN AMRO de geboekte cursussen niet afneemt. ABN AMRO heeft wanprestatie gepleegd en/of onrechtmatig gehandeld door de tussen partijen bestaande (duur)overeenkomst plotseling op te zeggen en Trimaster vervolgens te “blacklisten” (waardoor zij geen zaken meer kon doen met enig onderdeel van ABN AMRO). ABN AMRO heeft misbruik gemaakt van haar machtspositie. Ten slotte beroept Trimaster zich erop – zo heeft zij ter comparitie verduidelijkt – dat ABN AMRO de tussen partijen bestaande overeenkomst (vastgelegd in het Amendment) waarin een minimale afnameverplichting van vier GDPs per jaar tot en met 2009 is overeengekomen, niet is nagekomen.

3.3. Trimaster stelt verder dat ABN AMRO voor 2008 en 2009 reeds 10 GDPs per jaar had geboekt. Op basis van de afspraken tussen partijen zou ABN AMRO volgens haar in 2008 en 2009 20 GDPs afnemen. Trimaster wijst ter onderbouwing van haar stelling op het volgende. Partijen hebben weliswaar de LOI en het Amendment getekend, maar deze stukken geven niet de daadwerkelijke afspraken tussen partijen weer. In de praktijk ging alles anders en informeel; aan een schriftelijke overeenkomst waarin de afspraken werden uitgewerkt, hadden partijen geen behoefte. Partijen heeft altijd een structurele langdurige samenwerking voor ogen gestaan. Trimaster is opgericht op initiatief van ABN AMRO teneinde de GDPs in beginsel op exclusieve basis te leveren. Trimaster heeft uitgebreid, geïnvesteerd en medewerkers (dikwijls oud-werknemers van ABN AMRO) aangenomen op verzoek van ABN AMRO om aan de vraag vanuit ABN AMRO te voldoen. Het doel was vanaf het begin dat Trimaster gestaag zou groeien; van het verzorgen van drie naar 10 GDPs voor ABN AMRO per jaar, hetgeen in 2010 moest zijn gerealiseerd. Dit blijkt onder meer uit de door Trimaster als productie 2 overgelegde “minutes” van de eerste presentatie van [A] en [B] aan ABN AMRO op 9 juli 2004. In augustus 2005 heeft [F] (Managing Director van ABN AMRO) zijn plan gepresenteerd om op voortdurende basis 200 GDP-trainees aan te nemen en om hen te trainen via de GDP van Trimaster (dit blijkt uit het door Trimaster als productie 12 overgelegde stuk). Uit een e-mailwisseling van 23 augustus 2005 (overgelegd als productie 11) blijkt ook de wens van ABN AMRO om jaarlijks 10 programma’s door Trimaster te laten verzorgen. Op 1 mei 2006 gaf ABN AMRO te kennen zeven GDPs nodig te hebben in de tweede helft van dat jaar. Trimaster ging hiermee akkoord op voorwaarde dat ABN AMRO zich zou verbinden tot een afname van 10 programma’s per jaar (zie de door Trimaster als productie 14 overgelegde e-mailcorrespondentie). Op 20 oktober 2006 voorspelde ABN AMRO (in een e-mail van [G], door Trimaster overgelegd als productie 17) dat in 2007 meer dan 200 trainees per jaar in dienst zouden worden genomen en informeerde zij Trimaster dat zij diende te rekenen op 200 trainees per jaar tot eind 2009. In 2006 en 2007 heeft Trimaster (gemiddeld) 10 GDPs per jaar verzorgd. In oktober 2007 heeft ABN AMRO voor het voorjaar van 2008 vier GDPs geboekt. Op 3 oktober 2007 hebben ABN AMRO en Trimaster vier GDPs ingeroosterd voor de eerste helft van 2008 met de reële verwachting dat ABN AMRO in 2008 een totaal van tussen de 10 en 12 GDPs zou afnemen. Ook voor 2009 waren er 10 GDPs ingeboekt. In januari 2008 informeerden drie medewerkers van ABN AMRO Trimaster hoeveel GDP-trainees zij in (de tweede helft van) 2008 in dienst zouden hebben ([H] (Londen): meer dan 60; [I] (Hong Kong): meer dan 40; en [J] (Risk Management Amsterdam): 50). Trimaster stelde vervolgens in overleg met ABN AMRO vast dat Trimaster zeven programma’s voor de tweede helft van het jaar zou organiseren waarmee het totaal GDPs voor 2008 op tien kwam. In maart 2008 heeft [K] (RBS) Trimaster geïnformeerd dat in 2008 wederom 200 GDP-trainees in dienst zouden treden (dat wil zeggen genoeg GDP-trainees voor 10 programma’s) en dat het in 2008 “business as usual” zou zijn. Dit werd op 26 maart 2008 ook bevestigd door [L] (ABN AMRO). Trimaster diende ook voor 2009 rekening te houden met ten minste 10 GDPs. Ten slotte heeft ABN AMRO in het telefoongesprek op 3 april 2008 toegezegd dat de 20 voor 2008 en 2009 reeds geboekte GDPs door ABN AMRO aan Trimaster zouden worden betaald. Aldus steeds Trimaster.

3.4. ABN AMRO voert gemotiveerd verweer. Zij betwist gedetailleerd en onderbouwd met stukken (waaronder verklaringen van een groot aantal van de personen binnen ABN AMRO die contacten hebben gehad met Trimaster en die door Trimaster in de dagvaarding worden genoemd) de gang van zaken zoals die door Trimaster wordt geschetst. Zij betwist dat Trimaster op verzoek van ABN AMRO is opgericht om op exclusieve basis voor haar de GDPs te gaan verzorgen en dat partijen vanaf het begin een structurele, langdurige samenwerking en een groei naar 10 GDPs per jaar voor ogen heeft gestaan. Dit blijkt ook niet uit de LOI en het Amendment, integendeel. Een nadere schriftelijke vastlegging van de afspraken in een definitieve overeenkomst vond ABN AMRO vanaf het begin wel degelijk van belang (dit blijkt ook uit de LOI en het Amendment) en zij heeft vele pogingen gedaan om op basis van de in de LOI en het Amendment vastgelegde afspraken tot een definitieve overeenkomst te komen, maar die pogingen zijn door Trimaster gefrustreerd. ABN AMRO betwist dat zij Trimaster heeft aangezet tot investeringen of haar heeft aangespoord meer medewerkers (al dan niet afkomstig van ABN AMRO) in dienst te nemen. Zij bestrijdt dat zij voor 2008 en 2009 al 10 GDPs per jaar had besteld en ook dat op dat punt toezeggingen zijn gedaan of verwachtingen gewekt. Trimaster wist dat ABN AMRO begin 2006 intern de beslissing had genomen tot het organiseren van een tender, een inschrijving waarbij potentiële aanbieders van GDPs een aanbod konden doen. ABN AMRO betwist ook dat zij andere programma’s (bijvoorbeeld “Ferrari’s”) heeft besteld. ABN AMRO merkt op dat de RTD-course na de beëindiging van de relatie aan ABN AMRO is geleverd door [A] (en anderen) handelende onder de naam Market Sims i.o.

3.5. De stellingen van partijen worden hierna, voor zover van belang, nader uitgewerkt en besproken.

4. De beoordeling

10 GDPs per jaar voor 2008 en 2009 overeengekomen?

4.1. Trimaster stelt in de eerste plaats dat zij met ABN AMRO heeft afgesproken dat zij 10 GDPs in 2008 en 10 GDPs in 2009 voor ABN AMRO zou verzorgen.

Voor zover Trimaster hiermee bedoelt dat partijen, los van concrete boekingen van bepaalde GDPs, hebben afgesproken dat Trimaster 20 GDPs zou verzorgen, heeft zij haar stellingen – gelet op hetgeen hierna onder 4.5 zal worden overwogen – tegenover de gemotiveerde betwisting van ABN AMRO onvoldoende onderbouwd.

Voor zover Trimaster bedoelt dat ABN AMRO 20 GDPs voor 2008 en 2009 concreet heeft geboekt in die zin dat een bindende afspraak voor die GDPs tot stand is gekomen, heeft zij dit betoog eveneens onvoldoende onderbouwd. Immers, in de correspondentie van september/oktober 2007 (zie 2.9) is geen bestelling van ABN AMRO voor 10 GDPs in 2008 te lezen en over GDPs voor 2009 wordt in deze correspondentie niet gesproken. In deze e-mails heeft ABN AMRO slechts op verzoek van Trimaster een inschatting gegeven van een nader overeen te komen aantal GDPs in 2008. Hierbij is van belang dat Trimaster zelf aan ABN AMRO heeft medegedeeld dat het beter was om vroeg te reserveren en vervolgens te annuleren, dan om tot het laatste moment te wachten om een GDP te plannen. Ook hieruit volgt dat Trimaster uit de gestelde uitlatingen van ABN AMRO redelijkerwijs niet mocht afleiden dat ABN AMRO zich wenste te verbinden om de gestelde aantallen GDPs af te nemen en te betalen.

Voor het overige heeft Trimaster niet toegelicht wanneer of door wie of op welke wijze de door haar gestelde bestelling(en) zou(den) zijn gedaan.

Om deze redenen wordt het betoog dat partijen hebben afgesproken dat Trimaster 10 GDPs in 2008 en 10 GDPs in 2009 voor ABN AMRO zou verzorgen, als onvoldoende toegelicht verworpen.

Toezegging dat 20 GDPs zouden worden betaald?

4.2. Aan de stelling van Trimaster dat ABN AMRO in een telefoongesprek op 3 april 2008 heeft toegezegd dat de 20 voor 2008 en 2009 reeds geboekte GDPs door ABN AMRO aan Trimaster zouden worden betaald, wordt voorbij gegaan. Trimaster heeft, tegenover de betwisting door ABN AMRO, onvoldoende toegelicht welke concrete uitlatingen in dat gesprek ertoe leiden dat zij redelijkerwijs mocht aannemen dat ABN AMRO wenste te erkennen dat zij 20 GDPs zou betalen. Een toezegging tot betaling kan in redelijkheid niet worden afgeleid uit de door Trimaster overgelegde en niet betwiste transcriptie van het telefoongesprek. Uit de transcriptie is wel af te leiden dat het gesprek heeft geleid tot de onder 2.11 hiervoor aangehaalde e-mail, maar uit deze e-mail kan een toezegging tot betaling in redelijkheid niet worden opgemaakt.

Andere cursussen/diensten overeengekomen?

4.3. Ten aanzien van de “Ferrari’s”, de RTD-course en de WiFi-solution heeft Trimaster slechts gesteld dat de “Ferrari’s” eind 2007/2008 door H. van Veen zouden zijn geboekt. Uit de door Trimaster ter comparitie getoonde interne presentatie van het “FIPS”-programma (waarop het logo van Trimaster is vermeld) kan niet worden afgeleid dat de “Ferrari’s” al zijn geboekt. Voor het overige heeft Trimaster nagelaten (nader) aan te geven door wie, hoe en wanneer deze cursussen zouden zijn geboekt. Dit lag tegenover de betwisting door ABN AMRO wel op haar weg.

Het betoog van Trimaster dat partijen zijn overeengekomen dat ABN AMRO de genoemde cursussen/diensten zou afnemen en betalen, wordt dan ook als onvoldoende toegelicht verworpen.

‘Blacklisting’; misbruik van machtspositie?

4.4. Trimaster stelt ter toelichting van haar betoog over ‘blacklisting’ en misbruik van machtspositie niets anders dan dat ABN AMRO heeft beslist – en haar medewerkers heeft medegedeeld – dat contacten met Trimaster via Brown moesten lopen en dat Trimaster geen afspraken met andere medewerkers van ABN AMRO mocht maken. Deze handelwijze, die ABN AMRO niet heeft betwist, levert geen onrechtmatige daad of andere grond voor aansprakelijkheid op. ABN AMRO mag immers zelf beslissen welke medewerkers haar tegenover Trimaster vertegenwoordigen en zij mag ook beslissen dat contacten alleen via één medewerker lopen.

Beëindiging overeenkomst onredelijk?

4.5. Partijen zijn het erover eens dat tussen hen een duurovereenkomst bestond op grond waarvan ABN AMRO opdrachten gaf aan Trimaster om cursussen (GDPs) te verzorgen. Evenmin is in geschil dat ABN AMRO (gelet op artikel 7:408 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek) in beginsel de bevoegdheid had deze overeenkomst te beëindigen. Aan de orde is de stelling van Trimaster dat ABN AMRO deze overeenkomst niet ‘zonder meer en plotseling’ mocht opzeggen. Trimaster heeft hiermee bedoeld, naar de rechtbank begrijpt, dat ABN AMRO de overeenkomst niet mocht opzeggen zonder een redelijke opzegtermijn in acht te nemen, dan wel zonder de schade van Trimaster te vergoeden.

Uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid vloeit voort dat opzegging van duurovereenkomsten in beginsel moet geschieden met inachtneming van een redelijke opzegtermijn. Dit geldt in dit geval, gelet op de aard van de samenwerking waarbij ABN AMRO regelmatig terugkerende opdrachten gaf om cursussen te verzorgen, ook indien de samenwerking tussen partijen als overeenkomst van opdracht moet worden aangemerkt. Bij de beantwoording van de vraag of een redelijke opzegtermijn in acht is genomen, moeten de wederzijdse belangen van partijen in het licht van de omstandigheden van het geval worden afgewogen. Daarom zijn ook de aard en het gewicht van de redenen voor de opzegging van belang. Verder zijn onder meer van belang hoe lang en op welke wijze partijen met elkaar hebben samengewerkt en welke investeringen door Trimaster zijn gedaan met het oog op de samenwerking met ABN AMRO.

Ten aanzien van de vraag of ABN AMRO gehouden was om een redelijke opzegtermijn in acht te nemen (en zo ja, welke), overweegt de rechtbank als volgt.

4.5.1. Centraal in het betoog van Trimaster staat het beeld dat zij schetst van de relatie tussen partijen en de verwachtingen die door ABN AMRO in die relatie zouden zijn gewekt. Van dat beeld blijft na de betwisting door ABN AMRO en bestudering van de door partijen overgelegde stukken weinig overeind.

Van de door Trimaster gestelde gewekte verwachtingen blijkt niet uit de door Trimaster overgelegde stukken:

- Wat betreft de door Trimaster overgelegde “minutes” van de bijeenkomst op 9 juli 2004 betwist ABN AMRO dat dit stuk weergeeft wat daadwerkelijk tussen de genoemde personen is besproken. Geen van de betrokkenen van ABN AMRO herkent het verslag of de inhoud daarvan. Met ABN AMRO stelt de rechtbank vast dat uit het stuk niet blijkt dat deze “minutes” een verslag inhouden van hetgeen is besproken en/of dat dit stuk ooit aan ABN AMRO (ter goedkeuring of bevestiging) is toegezonden. Uit het door Trimaster bij productie 2 overgelegde document “Proposal 2004” blijkt overigens, zoals ABN AMRO terecht stelt, dat Trimaster dacht aan een contract van september 2004 tot en met december 2007, met een minimumafname van drie GDPs per jaar.

- In de LOI staat niet, zoals Trimaster stelt, dat Trimaster allereerst exclusief ten behoeve van het GDP van ABN AMRO is opgericht. Haar stelling dat de LOI en het Amendment de afspraken tussen partijen niet juist weergeven en dat partijen geen behoefte hadden aan vastlegging in een definitieve overeenkomst, heeft Trimaster in het licht van de gemotiveerde betwisting door ABN AMRO onvoldoende onderbouwd.

- Uit de als productie 4 bij dagvaarding overgelegde e-mailcorrespondentie uit oktober 2004 zou volgens Trimaster blijken dat partijen hadden vastgesteld dat onderzoek nodig was hoe Trimaster over voldoende bronnen zou beschikken om aan de geplande, steeds toenemende vraag aan GDPs van ABN AMRO te kunnen voldoen. Met ABN AMRO kan de rechtbank dit niet lezen in deze correspondentie.

- In de e-mailwisseling van 23 augustus 2005 (door Trimaster overgelegd als productie 11) wordt geen aantal programma’s genoemd (in ieder geval niet door ABN AMRO; de ene medewerker van ABN AMRO stelt een andere medewerker hierover juist een vraag: “do you have an idea on total number of programs we want to commit for in 2006?”).

- In de e-mail van ABN AMRO ([G]) van 20 oktober 2006 (door Trimaster overgelegd als productie 17) staat:

“Dit zou neerkomen op 190+ graduates voor GDP volgend jaar. […]

Dus, waarschijnlijk een goed idee om Trimaster vast op de hoogte te stellen dat de aantallen omhoog lijken te gaan, committeren kunnen we pas als we GM approval hebben. […]”

Van enige toezegging over het aantal te organiseren GDPs in dejaren 2007, 2008 en 2009 is in deze e-mail geen sprake.

- Volgens ABN AMRO is het door Trimaster als productie 12 overgelegde stuk een intern budgetverzoek van ABN AMRO dat niet voor Trimaster is bedoeld en niet aan haar is gecommuniceerd. Met ABN AMRO stelt de rechtbank vast dat Trimaster in het stuk niet wordt genoemd en dat uit het stuk niet blijkt dat en hoe het aan Trimaster is gecommuniceerd. Niet valt dus in te zien dat met dit stuk door ABN AMRO bij Trimaster verwachtingen zijn gewekt.

- De voorwaarde dat ABN AMRO zich zou verbinden tot een afname van 10 programma’s per jaar is, anders dan Trimaster stelt, niet te lezen in de door Trimaster als productie 14 overgelegde e-mailcorrespondentie.

4.5.2. Voor zover al juist is dat door medewerkers van ABN AMRO uitspraken zijn gedaan over aantallen GDPs in 2008 en 2009 (hetgeen door ABN AMRO wordt betwist), mocht Trimaster op grond van die uitspraken er gezien de volgende omstandigheden niet van uitgaan dat die GDPs ook daadwerkelijk zouden worden geboekt:

- uit de hiervoor onder 2 aangehaalde e-mails kan worden afgeleid dat ABN AMRO op verzoek van Trimaster schattingen wenste te geven van de verwachte aantallen GDPs;

- ABN AMRO heeft onbetwist gesteld dat Trimaster al begin 2006 wist dat ABN AMRO voornemens was een tender uit te schrijven voor de GDPs;

- Trimaster wist van de overname door het Consortium en de onzekere toekomst van de GDPs gelet op de integratie met RBS;

- Trimaster nam deel aan een tender in 2008;

- de belangrijkste contactpersoon van Trimaster bij ABN AMRO ([E]) heeft eind 2007 al duidelijk te kennen gegeven dat alles aangaande GDPs voor 2008 onzeker was.

4.5.3. Trimaster heeft haar stelling dat haar al vóór 2007 toezeggingen zijn gedaan dat in 2008 en 2009 ten minste 10 GDPs zouden worden afgenomen, mede in het licht van de tekst van de LOI en het Amendment en de gemotiveerde betwisting van ABN AMRO, onvoldoende concreet onderbouwd. Het enkele feit dat in 2006 11 GDPs zijn georganiseerd en in 2007 negen, is mede in het licht van al het voorgaande onvoldoende ter onderbouwing van de stelling van Trimaster dat een groei naar 10 GDPs door beide partijen structureel werd beoogd, ook voor de daarop volgende jaren.

4.5.4. Trimaster heeft voor het overige (behoudens hetgeen hierna onder 4.5.5 aan de orde zal komen) geen concrete omstandigheden gesteld die tot de (gerechtvaardigde) verwachting kunnen leiden dat ABN AMRO bij haar cursussen zou blijven afnemen.

Bij deze stand van zaken is de slotsom van het voorgaande dat, voor zover ABN AMRO gehouden was om een redelijke opzegtermijn in acht te nemen, het door Trimaster gestelde aantal van 20 GDPs niet in aanmerking zal worden genomen bij de beantwoording van de vraag hoe lang deze termijn moest zijn of hoe groot de schade is die door ABN AMRO moet worden vergoed (nu zij geen opzegtermijn in acht heeft genomen).

4.5.5. Rest de vraag of ABN AMRO zich in het Amendment heeft verplicht om tot en met 2009 ten minste vier GDPs per jaar van Trimaster af te nemen en of ABN AMRO in het licht van het Amendment de relatie tussen partijen op 3 april 2008 zonder meer (dus: zonder een redelijke opzegtermijn in acht te nemen) mocht beëindigen. Het is de rechtbank – en ABN AMRO – eerst op de comparitie duidelijk geworden dat Trimaster (ook) aan haar vorderingen ten grondslag legt dat ABN AMRO de minimumafnameverplichting neergelegd in het Amendment (waaruit volgt dat ABN AMRO tot eind 2009 nog zeven GDPs moest afnemen) niet is nagekomen en dat deze omstandigheid bij de beoordeling van een redelijke opzegtermijn en de gevorderde vergoeding van schade moet worden betrokken. Het debat tussen partijen heeft zich hierop nog niet toegespitst. Alvorens de rechtbank op dit punt een beslissing zal nemen, zal ABN AMRO dan ook in de gelegenheid worden gesteld om bij akte op deze stellingname van Trimaster te reageren.

4.5.6. Ten aanzien van de redenen die ABN AMRO had om de overeenkomst te beëindigen, overweegt de rechtbank reeds nu dat dit op zichzelf goede redenen waren, te weten de aan Trimaster bekende overname door RBS, het feit dat de onderhandelingen met Trimaster over een definitieve overeenkomst, waarin – naar reeds in het Amendment was vastgelegd – ook een aanzienlijk lagere beloning voor Trimaster per GDP zou worden overeengekomen, al jarenlang stroef verliepen, en het feit dat de opstelling van Trimaster bij die onderhandelingen weinig constructief was.

Slot

4.6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verwijst de zaak naar de rol van 6 april 2011 voor de akte aan de zijde van ABN AMRO als bedoeld in rechtsoverweging 4.5.5,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Schoonbrood - Wessels, mr. R.A. Dudok van Heel en mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2011.?