Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0842

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
11-04-2011
Zaaknummer
452216 - HA ZA 10-685
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tekortkoming in nakoming reisovereenkomst?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 452216 / HA ZA 10-685

Vonnis van 9 maart 2011

in de zaak van

1. [A],

2. [B],

beiden zonder vaste woon- of verblijfplaats,

eisers in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAMONOS TRAVELS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.M.E. Voerman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] c.s. en Vamonos genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 februari 2010 met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in reconventie met producties;

- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 21 april 2010 waarin een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 5 oktober 2010 met de daarin genoemde stukken, waaronder de conclusie van antwoord in reconventie met producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Vamonos is een reisbureau dat onder meer is gespecialiseerd in individuele wereldreizen op maat naar Afrika, Latijns-Amerika, Azië en het Midden-Oosten.

2.2. [A] c.s. is begin januari 2010, met haar twee minderjarige kinderen, vertrokken voor een rondreis door het continent Afrika voor de duur van ruim één jaar. Voor het maken van deze reis heeft [A] c.s. een reisovereenkomst gesloten met Vamonos. Op basis van deze reisovereenkomst zou [A] c.s. tien bestemmingen van haar geplande wereldreis bezoeken in de periode van 6 januari 2010 tot en met 7 maart 2011. De eerste bestemmingen van [A] c.s. waren de landen Uganda en Rwanda.

2.3. [A] c.s. heeft ter voorbereiding op de reis een word-document opgesteld dat leidend was voor de planning van de reis door Vamonos (hierna: het word-document).

In het word-document staat onder meer, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“(…) Day 4 (…) Transfer Ngamba Island (…)

After een early lunch staat allereerst de forest walk met chimpansees gepland.

Taking Care of en Alternative kids!

(…)

Day 5 (…) Jinja (…)

Overnight: Jinja Nile Resort – Triple + Extra Bed – Nile facing (…)

Day 8 (…) Jinja – Transfer Masindi

Overnight: Masindi Hotel – Family Room

Day 10 (…) Masindi – Transfer Murchison Falls (…)

Overnight: Nile Safari Lodge (…)

Nile Safari Lodge Activities: (arrange with guide)

(…)

Wildlife Drives: (Inclusive)

Walking Trails: (Inclusive)

Village Walks: (Inclusive)

(…)”

2.4. Bij e-mail van 25 augustus 2009 heeft mevrouw [C] van Vamonos [A] c.s., voor zover hier relevant, als volgt bericht:

“(…) [D] ( Rb: [D] van Vamonos) zei me net wel dat hij eerst alle Afrika offerte’s aan gaat passen. Als jullie deze geboekt hebben gaat hij daarna met de docent aan de slag. (…) Ook wil hij naar deze nieuwe agenten toe eerst de boeking kunnen doorgeven voordat hij nieuwe prijzen voor de docent gaat opvragen. (…)”

2.5. Vamonos heeft ten behoeve van de door [A] c.s. geplande reis een overeenkomst opgesteld gedateerd 9 november 2009, welke niet is ondertekend. Deze overeenkomst luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“Overeenkomst tussen Vamonos Travels en de Familie [A] betreffende de boekingsvoorwaarden van de Wereldreis van familie [A], Etappe I + II.

(…)

3. Annuleringskosten

In het geval van annulering door de familie [A] zijn de kosten van annulering gelijk aan de (aan)betaalde bedragen als boven genoemd. Hierbij wordt er van uitgegaan dat alle volgens bovenstaand schema verschuldigde (aan)betalingen daadwerkelijk zijn betaald.

(…)”

2.6. Naar aanleiding van het word-document en veelvuldig overleg heeft Vamonos reisbescheiden opgesteld voor [A] c.s. In een reisvoorstel gedateerd 4 december 2009 is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“(…) Inbegrepen bij de reissom:

• (…)

• Transport per 4x4 busje (met voldoende ruimte voor bagage) op prive-basis, vanaf dag 5 t/m dag 60. (…)

• Gids en chauffeur op privébasis (…)

• Baby-sitter en activiteiten voor de kinderen (…)”

2.7. In een offerte gedateerd 5 januari 2010 is, voor zover hier relevant, het navolgende opgenomen:

“(…) Uw Hotels:

place hotel rooms (…)

(…)

Jinja/Bujagali Jinja Nile Resort triple with extra bed Nile facing (…)

(…)

Masindi Masindi Hotel family room (…)

Excursies

day place excursion

(…)

dag 4 Ngamba Island adults: Forest Walk chimps /children:

activities with rangers

(…)

dag 10 Murchison Falls boat trip (…)

dag 11-13 Murchison Falls gamedrives/ walking trails / village walks

(…)

dag 15 Kibale NP adults: chimps / children: activities with

rangers (…)

(…)

Dag 17 Kibale NP whole day excursion (5am – 9 pm) Chimp

Habituation Experience/ children: Activities

and babysitting during these hours (…)”

2.8. In de periode van 8 januari 2010 tot en met 16 januari 2010 hebben diverse

e-mailwisselingen plaatsgevonden tussen [A] c.s. en Vamonos waarin [A] c.s. klachten uit over het verloop van de reis in Uganda.

2.9. Bij e-mail van 14 januari 2010 heeft [E] van Vamonos [A] c.s., voor zover hier van belang, als volgt bericht:

“(…) Zoals jullie weten ben ik met [D] in november een week in Uganda geweest en heb hier de agent ontmoet. We weten dus wel degelijk met wie we te maken en kennen het land in grote lijnen. Dat de agent een dergelijke reis nooit heeft uitgevoerd mag niet verwonderlijk heten, ik denk dat deze reis vrij uniek is. In deeltjes voert de agent deze reis continu uit. (…)”

2.10. Bij fax van 19 januari 2010 heeft de advocaat van [A] c.s. aan Vamonos onder meer het volgende bericht:

“(…) Tot mij wendden zich de heer en mevrouw [A]-[B] Zij hebben bij u een reisovereenkomst afgesloten voor onder meer Rwanda en Uganda

Zij zijn nu bezig met die reis Helaas hebben zij reeds meermalen moeten constateren dat de in de overeenkomst toegezegde faciliteiten hetzij niet aanwezig zijn, hetzij niet conform de overeenkomst zijn Ondanks voortdurende aanmaningen en ingebrekestellingen van de heer [A] treedt geen enkele verbetering op

Cliënten zien dan ook geen andere mogelijkheid dan de overeenkomst per heden te ontbinden wegens ernstige tekortkomingen van Vamonos (…)”

2.11. Op 22 januari 2010 heeft [A] c.s. conservatoir beslag laten leggen op een aantal roerende zaken van Vamonos. Op 8 februari 2010 heeft [A] c.s. conservatoir derdenbeslag laten leggen op de bankrekeningen van Vamonos.

2.12. Op de website van het Jinja Nile Resort (www.madahotels.com/jinjanile/jinja-fact-sheet.php) staat, voor zover hier relevant, het volgende vermeld:

“(…) Facilities

Guest Rooms

The resort has 140 guest rooms (all with a double & single bed). (…)”

2.13. Bij brief van 10 februari 2010 heeft Vamonos aan [A] c.s., voor zover hier van belang, het volgende medegedeeld:

“(…) 2b) de auto.

(…)

De genoemde chauffeur en gids zijn in Afrika vrijwel altijd een en dezelfde persoon. (…)

2c) de kinderopvang.

In het 4 uur durende gesprek na aankomst met onze lokale agent is de kinderopvang tijdens activiteiten die jullie zonder kinderen zouden gaan ondernemen tot in detail doorgesproken.

Voor 10 januari stond er voor jullie een forest walk naar de chimps ingepland en voor de kinderen “activiteiten”. Afgesproken tijdens het gesprek met onze agent is dat de kinderen achter zouden blijven bij de staff van het Ngamba Island Camp en dat de de staff met hen een bezoek zou brengen aan het plaatselijke Education Centre.

Voor 19 januari stond geen kinderopvang ingepland. Toch is met de agent afgesproken dat de rangers met de kinderen ook een korte wandeling door het bos zouden maken en dat verder de chauffeur op hen zou passen. Dit is gebeurd volgens afspraak. (…)”

3. Het geschil

in conventie

3.1. [A] c.s. vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Vamonos:

1. tot betaling van EUR 91.316,05, zijnde de aanbetaling voor niet genoten reisdagen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 februari 2010 tot aan de dag van betaling;

2. tot betaling van EUR 9.980,09, zijnde schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 februari 2010 tot aan de dag van betaling;

3. tot betaling van EUR 4.000,00, zijnde de kosten van het arrangeren van vervangende accommodatie alsmede telefoon- en internetkosten;

4. tot betaling van EUR 10.000,00 in verband met gederfd reisgenot;

5. tot betaling van EUR 3.501,36 voor buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 februari 2010 tot aan de dag van betaling;

6. tot kwijtschelding van alle eventuele betalingsverplichtingen van [A] c.s. aan Vamonos in verband met facturen voor de overige reisbestemmingen;

7. tot betaling van de kosten van het geding, waaronder de beslagkosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2. [A] c.s. legt hieraan – kort gezegd – ten grondslag dat de reisovereenkomst niet aan de verwachtingen voldeed die zij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:507 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. De tekortkomingen van Vamonos in de uitvoering van de reisovereenkomst, zowel ieder voor zich als gezamenlijk, gaven [A] c.s. het recht de reisovereenkomst met onmiddelijke ingang te ontbinden en door deze ontbinding zijn over en weer ongedaanmakingsverplichtingen ontstaan en heeft [A] c.s. schade geleden die Vamonos dient te vergoeden, aldus [A] c.s.

3.3. Vamonos voert gemotiveerd verweer en voert – samengevat – aan dat de zorgvuldig voorbereide reis wel degelijk voldeed aan de verwachtingen die [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Indien de reis op sommige punten zou hebben afgeweken van hetgeen [A] c.s. daar in redelijkheid van mocht verwachten, geldt dat deze tekortkomingen van zo geringe betekenis zijn dat deze de ontbinding van de gehele reisovereenkomst niet rechtvaardigen. Tenslotte voert Vamonos aan dat [A] c.s. de reisovereenkomst heeft opgezegd zonder dat daarvoor een omstandigheid is aan te wijzen die aan Vamonos kan worden toegerekend, hetgeen volgens Vamonos betekent dat [A] c.s. geen recht heeft op restitutie van de reissom of vergoeding van schade.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5. Vamonos vordert – na wijziging van eis – veroordeling van [A] c.s. tot betaling van EUR 21.264,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 januari 2010 tot aan de dag van betaling alsmede onmiddellijke ambtshalve opheffing van alle ten laste van Vamonos gelegde conservatoire beslagen, met veroordeling van [A] c.s. in de proceskosten.

3.6. Vamonos legt hieraan – kort gezegd – ten grondslag dat zij, nu [A] c.s. de reisovereenkomst heeft opgezegd, recht heeft op nakoming door [A] c.s. van de verplichtingen die voortvloeien uit de reisovereenkomst tót de datum van opzegging, te weten 19 januari 2010.

3.7. [A] c.s. voert gemotiveerd verweer en betwist dat een reisovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen in de vorm die Vamonos stelt. Voorts voert [A] c.s. aan dat zij de (gestelde) reisovereenkomst niet heeft opgezegd, maar ontbonden en dat deze ontbinding gerechtvaardigd was. Op de datum van de (gestelde) opzegging stond volgens [A] c.s. bovendien geen opeisbare vordering open. Daarnaast voert [A] c.s. aan dat Vamonos geen kosten heeft gemaakt zodat zij deze kosten op grond van de redelijkheid en billijkheid niet kan claimen, dat voordeelstoerekening zal moeten plaatsvinden en dat de (gestelde) kosten zullen moeten worden verrekend met de vorderingen die [A] c.s. op Vamonos heeft.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Op grond van artikel 7:507 lid 1 BW is een reisorganisator als Vamonos verplicht tot uitvoering van de reisovereenkomst overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Indien de reis niet verloopt overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben, is de reisorganisator op grond van lid 2 van voornoemd artikel verplicht de schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming in de nakoming niet aan hem noch aan de persoon van wiens hulp hij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt, is toe te rekenen.

4.2. [A] c.s. stelt dat sprake is van tekortkomingen in de nakoming van de reisovereenkomst door Vamonos nu de uitvoering niet voldeed aan hetgeen zij op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten. Op grond daarvan meent [A] c.s. dat zij gerechtigd was de reisovereenkomst met onmiddellijke ingang te ontbinden en dat zij recht heeft op schadevergoeding. [A] c.s. heeft ter onderbouwing van dit standpunt diverse klachten geuit over de uitvoering van de reisovereenkomst door Vamonos. De rechtbank zal de klachten van [A] c.s. in het navolgende één voor één bespreken en vaststellen of de uitvoering van de reisovereenkomst door Vamonos op deze punten voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten en of op deze punten al dan niet sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Vamonos.

4.3. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat er nooit een definitieve reisovereenkomst door partijen is getekend. Om te kunnen bepalen of sprake is van tekortkomingen in de nakoming van de reisovereenkomst door Vamonos en of de uitvoering van de reisovereenkomst door Vamonos voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten, dient eerst te worden vastgesteld wat partijen met elkaar zijn overeengekomen. De rechtbank begrijpt de stellingen van partijen aldus dat het word-document leidend was voor de planning van de reis (zie hiervoor onder 2.3). Op grond van het word-document en veelvuldig overleg zijn de reisbescheiden gedateerd 5 januari 2010 opgesteld, zoals overgelegd in productie E-1 bij dagvaarding (zie hiervoor onder 2.7). Aan de reisbescheiden van 5 januari 2010 is het reisvoorstel van 4 december 2009 voorafgegaan zoals overgelegd in productie 11 bij conclusie van antwoord in conventie (zie hiervoor onder 2.6). Voorts begrijpt de rechtbank dat de als productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie overgelegde, niet ondertekende overeenkomst een conceptovereenkomst betreft die na overleg tussen partijen op diverse punten is gewijzigd (zie hiervoor onder 2.5). Deze wijzigingen volgen uit een aantal overgelegde e-mails en betreffen onder meer de aanbetaling, de betalingstermijn en de gehanteerde wisselkoersen. De rechtbank overweegt dat zij op grond van voornoemde stukken dient vast te stellen wat partijen in het kader van de hierna te bespreken klachten van [A] c.s. met elkaar zijn overeengekomen althans wat zij op grond hiervan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.4. Ten aanzien van de stelling van Vamonos dat de ANVR-reisvoorwaarden op de reisovereenkomst tussen partijen van toepassing zijn overweegt de rechtbank als volgt. [A] c.s. betwist dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de toepasselijkheid van de ANVR-reisvoorwaarden. Naar de toepasselijkheid van deze voorwaarden is noch per brief of e-mail noch op de facturen verwezen, aldus [A] c.s. Vamonos voert aan dat zij aan het begin van het proces van de totstandkoming van de reisovereenkomst melding heeft gemaakt van de toepasselijkheid van de ANVR-reisvoorwaarden. De rechtbank overweegt dat zij echter heeft nagelaten deze stelling nader (met stukken) te onderbouwen. Voor de toepasselijkheid van de ANVR-reisvoorwaarden op de tussen partijen gesloten reisovereenkomst is vereist dat [A] c.s. deze voorwaarden vóór of tijdens het sluiten van de overeenkomst heeft aanvaard. Van deze aanvaarding door [A] c.s. is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. In het navolgende zal de rechtbank er derhalve vanuit gaan dat de ANVR-reisvoorwaarden niet op de reisovereenkomst tussen partijen van toepassing zijn.

4.5. De rechtbank stelt in het algemeen voorop dat tussen [A] c.s. en Vamonos afspraken zijn gemaakt over de invulling en het verloop van de reis en dat Vamonos zich in beginsel aan deze afspraken dient te houden. Uit de stellingen van [A] c.s. en de overgelegde e-mailcorrespondentie volgt duidelijk dat het voor [A] c.s., ook met het oog op de educatie van de kinderen, van groot belang was dat alles vooraf geregeld zou zijn zodat de reis zo soepel mogelijk zou verlopen. Dit is door [A] c.s. ook duidelijk aan Vamonos kenbaar gemaakt. Inherent aan een dergelijke, bijzondere reis door een land als Uganda is echter dat niet alle omstandigheden van tevoren zijn te voorzien. Het feit dat sommige dingen anders lopen dan vooraf gepland, levert naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet in alle omstandigheden direct een tekortkoming in de nakoming op. Wel mag [A] c.s. naar het oordeel van de rechtbank op grond van de reisovereenkomst, wanneer dingen anders lopen dan gepland, van Vamonos verwachten dat zij adequaat reageert en snel optreedt om eventuele problemen op te lossen.

Het intakegesprek met de agent in Uganda

4.6. [A] c.s. stelt dat zij na aankomst in Uganda op 7 januari 2010 een vijf uur durend gesprek heeft gevoerd met de lokale agent van Vamonos in Uganda, waarin de agent met een aantal wijzigingsvoorstellen kwam. Dit is niet conform de met Vamonos gemaakte afspraak dat de reis zou verlopen volgens het word-document, aldus [A] c.s.

4.7. Vamonos voert aan dat het normaal is dat reizigers die een transfer hebben geboekt bij aankomst met de agent kennismaken, maar dat dat doorgaans geen vijf uur duurt. Vamonos stelt van de agent gehoord te hebben dat het gesprek maar vier uur duurde. Ook dat is lang voor een intakegesprek, maar het doorspreken van zo’n programma kost nu eenmaal tijd, aldus Vamonos. Met wijzigingsvoorstellen van de kant van de agent stelt Vamonos niet bekend te zijn.

4.8. De rechtbank overweegt dat onweersproken is dat het gebruikelijk is dat reizigers bij aankomst een gesprek voeren met de lokale agent ter kennismaking. Onweersproken is eveneens dat dit gesprek in het geval van [A] c.s. bovenmatig lang heeft geduurd. Het moment van aankomst is naar het oordeel van de rechtbank een logisch en geschikt moment om de geplande reis met de agent door te spreken inclusief eventuele wijzigingsvoorstellen. Dat de agent ter plaatse nog met enkele wijzigingsvoorstellen zou zijn gekomen, acht de rechtbank in het licht van hetgeen hiervoor onder 4.5 is overwogen niet per definitie onredelijk. Dat dit gesprek langer heeft geduurd dan normaal kan, gelet op de unieke reis die [A] c.s. zou gaan maken, evenmin onredelijk worden geacht. De rechtbank ziet hierin onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de reis op dit punt niet voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst mocht verwachten en dat op dit punt sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Vamonos.

Prijsverschillen tussen offertes Vamonos en offertes agenten

4.9. [A] c.s. stelt dat er prijsverschillen bestaan tussen de offertes van Vamonos en de offertes van de agenten ter plaatse.

4.10. Vamonos betwist niet dat de agenten ter plaatse wellicht lager offreren dan zijzelf en wijst erop dat zij op grond van het verdienmodel dat zij hanteert iets extra’s in rekening brengt voor de door haar verrichte bemiddelingswerkzaamheden.

4.11. [A] c.s. heeft niet betwist dat de prijsverschillen tussen de offertes van Vamonos en de offertes van de lokale agenten kunnen worden verklaard door de omstandigheid dat Vamonos iets extra’s in rekening brengt voor de door haar verrichte bemiddelingswerkzaamheden. De rechtbank acht dit redelijk en is van oordeel dat [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst ook niet redelijkerwijs mocht verwachten dat Vamonos niets in rekening zou brengen voor haar werkzaamheden. Van een toerekenbare tekortkoming van Vamonos is naar het oordeel van de rechtbank op dit punt ook geen sprake.

Vaccinaties

4.12. [A] c.s. stelt dat Vamonos, in samenspraak met de lokale agenten, verantwoordelijk was voor de planning en coördinatie van de uitvoering van vaccinaties en klaagt dat er onzekerheid bestond over de planning van de uitvoering van de vaccinaties. [A] c.s. heeft ter comparitie aangevoerd dat zij de eerste vaccinaties binnen zes weken na aanvang van de reis moest krijgen, maar dat uit niets is gebleken dat Vamonos dit had gecoördineerd, nu de lokale agent ook van niets wist. De onttrekking van verantwoordelijkheid ten aanzien van de vaccinaties door Vamonos getuigt ervan dat de uitvoering van de overeenkomst niet overeenkomstig de verwachtingen was die [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst mocht hebben, aldus [A] c.s.

4.13. Vamonos voert aan dat zij niet verantwoordelijk is voor het verzorgen van de vaccinaties van haar reizigers en dat alle reizigers zelf de verantwoordelijkheid dragen afdoende gevaccineerd te zijn voor de reisbestemming waar zij heen gaan. Zij wijst in dit kader op artikel 5 lid 1 juncto lid 3 van de ANVR-reisvoorwaarden. Ter comparitie heeft Vamonos voorts aangevoerd dat het verwijt dat er onzekerheid bestond over de aanwezigheid van voldoende vaccinaties ter plaatse iets anders is dan het verwijt dat de vaccinaties niet zouden zijn ingepland. Vamonos voert aan dat zij voor de vaccinaties een dag en tijd heeft ingepland en dat zij dit ook met de betreffende klinieken heeft afgestemd en de agent hierover heeft geïnformeerd. Zij kan er echter niet voor instaan dat de vaccinaties ook daadwerkelijk gegeven kunnen worden en dat heeft zij [A] c.s. duidelijk laten weten, aldus Vamonos.

4.14. Nu niet is gebleken dat de toepasselijkheid van de ANVR-reisvoorwaarden tussen partijen is overeengekomen, zoals hiervoor onder 4.4 reeds overwogen, kan het beroep van Vamonos op deze voorwaarden niet slagen. De rechtbank begrijpt de stellingen van partijen aldus dat tussen hen niet in geschil is dat Vamonos niet verantwoordelijk was voor de aanwezigheid van voldoende vaccinaties in de kliniek ter plaatse, maar wel voor het inplannen van de vaccinaties. De rechtbank is van oordeel dat [A] c.s. – gelet op de gemotiveerde betwisting door Vamonos – onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat de vaccinaties niet door Vamonos zijn ingepland. [A] c.s. stelt dat onzekerheid bestond over de planning van de uitvoering van de vaccinaties omdat de lokale agent niet wist of deze door Vamonos waren ingepland. De rechtbank begrijpt dat dit bij [A] c.s. voor de nodige onrust heeft gezorgd. Gesteld noch gebleken is echter dat [A] c.s. de afgesproken vaccinaties, die zij naar eigen zeggen binnen zes weken na aanvang van de reis moest krijgen, niet tijdig zou hebben ontvangen. De rechtbank concludeert dat onvoldoende is gebleken dat de reis op dit punt niet voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten en dat evenmin vast is komen te staan dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming van Vamonos.

Het word-document

4.15. Voorts klaagt [A] c.s. dat de lokale agent niet over het word-document bleek te beschikken, hetgeen wel met Vamonos was afgesproken omdat het word-document leidend was voor de reis. De offertes van de lokale agent konden volgens [A] c.s. niet als vervanging van het word-document dienen omdat deze niet overeenkwamen met de offertes die [A] c.s. van Vamonos had ontvangen. Gelet hierop had het word-document zeker, conform afspraak, naar de agent gestuurd moeten worden om problemen te voorkomen, aldus [A] c.s.

4.16. Vamonos voert aan dat zij op basis van het word-document de offertes heeft opgesteld die door [A] c.s. zijn geaccordeerd. Het word-document en de offertes van Vamonos stemmen volgens Vamonos met elkaar overeen. Op basis van de offertes heeft Vamonos de reserveringen geplaatst bij de lokale agent. Het als productie E-1 bij dagvaarding overgelegde excel-file, waarin ook alle stops zijn vermeld, is wel aan de agent toegezonden. De agent heeft derhalve alle relevante informatie van Vamonos ontvangen bij de reservering, aldus Vamonos. Tot slot wijst Vamonos erop dat het word-document grotendeels in het Nederlands is opgesteld.

4.17. De rechtbank overweegt dat vast staat dat het word-document leidend was voor de planning van de reis. Duidelijk is dat [A] c.s. veel tijd en zorg heeft besteed aan het opstellen van het word-document en dat het voor haar belangrijk was dat de reis volgens het word-document zou verlopen. [A] c.s. mocht derhalve van Vamonos verwachten dat zij de lokale agenten conform dit word-document zou instrueren. Onweersproken is dat Vamonos de op basis van het word-document opgestelde offerte van 5 januari 2010, die door [A] c.s. is geaccordeerd, naar de lokale agent in Uganda heeft toegestuurd. De rechtbank is van oordeel dat Vamonos op die manier alle relevante informatie aan de lokale agent heeft doorgegeven. De rechtbank ziet niet in waarom deze informatie middels het word-document aan de agent had moeten worden verstrekt nu het word-document grotendeels in het Nederlands is opgesteld en derhalve voor de lokale agent deels onbegrijpelijk zou zijn. De stelling van [A] c.s. dat er afwijkingen bestonden tussen het word-document en de offertes van de agenten is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet onderbouwd. Op grond van het voorgaande is onvoldoende gebleken dat de reis wat dat betreft niet voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten. De rechtbank is van oordeel dat Vamonos niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de reisovereenkomst op dit punt.

(On)ervarenheid agent in Uganda

4.18. [A] c.s. voert aan dat tijdens de reis gebleken is dat de agent van Vamonos ter plaatse, Crystal Safaris, onervaren was met de uitvoering van de reis zoals deze door [A] c.s. in Uganda werd ondernomen. Ook Vamonos zelf bleek – in tegenstelling tot hetgeen zij [A] c.s. heeft medegedeeld – onervaren met het uitvoeren van reizen in Uganda en met de samenwerking met deze agent. Als gevolg van deze onervarenheid was de situatie ter plaatse anders dan vooraf geoffreerd en bleek het pre-advies van Vamonos voorafgaand aan de reis niet volledig of onjuist te zijn. Zo bleken bepaalde hotelkamers niet conform de overeenkomst te zijn en waren op sommige locaties geen geschikte kinderactiviteiten aanwezig, aldus [A] c.s.

4.19. Vamonos betwist dat haar agent ter plaatse, Crystal Safaris, onervaren is en voert aan dat zij al jaren contact heeft met deze ervaren partner. Dit doet niet af aan de omstandigheid dat de reis zoals die door [A] c.s. is geboekt uniek is en dat de agent niet eerder precies zo’n reis als hier aan de orde was, geregeld had. Voorts merkt Vamonos op dat twee van haar medewerkers speciaal ter voorbereiding van de reis van [A] c.s. voor een periode van een week naar Uganda zijn gegaan om de reis van [A] c.s. uitgebreid door te kunnen spreken met de agent ter plaatse.

4.20. De rechtbank is van oordeel dat [A] c.s., gelet op de gemotiveerde betwisting door Vamonos, onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat de lokale agent onervaren is en dat Vamonos niet eerder met deze agent zou hebben samengewerkt. [A] c.s. heeft niet weersproken dat de door haar zelf samengestelde reis uniek is en dat het vanzelfsprekend is dat die niet eerder op deze manier is uitgevoerd. Zij kon naar het oordeel van de rechtbank dan ook redelijkerwijs niet verwachten dat de lokale agent ervaring had met deze reis en deze al eens in zijn geheel, op exact dezelfde wijze, had uitgevoerd. Hetzelfde heeft te gelden voor de verwachtingen van [A] c.s. ten aanzien van Vamonos. Uit de stelling van [A] c.s. dat dingen anders zijn gelopen dan gepland, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat de agent onervaren was omdat, zoals hiervoor reeds overwogen onder 4.5, aan een dergelijke reis inherent is dat bepaalde dingen anders kunnen lopen dan vooraf gepland. Van [A] c.s. mag in dat kader een zekere mate van flexibiliteit worden verwacht. Dat vooraf expliciet is onderhandeld over bepaalde punten die nu in geschil zijn en dat hierover dingen zijn vastgelegd in het word-document doet hier niet aan af. Ten aanzien van de stelling dat Vamonos niet eerder met deze agent zou hebben samengewerkt, overweegt de rechtbank dat de door [A] c.s. voorgestane uitleg van de e-mails van Vamonos van 25 augustus 2009 en 14 januari 2010 (zie hiervoor onder 2.4 en 2.9) waar zij deze stelling op baseert door Vamonos ter comparitie gemotiveerd is weersproken. Vamonos voert aan dat de heer [E] de agent ter plaatse weliswaar voor het eerst heeft ontmoet toen hij en de heer [D] van Vamonos naar Uganda zijn afgereisd, maar dat [D], degene die bij Vamonos gespecialiseerd is in Afrikareizen, de agent al geruime tijd kende. Dit is door [A] c.s. niet weersproken. Ook het standpunt dat “deze nieuwe agenten”, waar de e-mail van 25 augustus 2009 van mevrouw [C] naar verwijst, op andere agenten slaat dan de agent in Uganda is door [A] c.s. ter comparitie niet weerlegd. De rechtbank is van oordeel dat de reis op dit punt voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst mocht verwachten en dat geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Vamonos.

Kinderkorting

4.21. [A] c.s. stelt dat Vamonos de leeftijden van de kinderen foutief heeft doorgegeven aan de lokale agent, waardoor in een aantal gevallen een gratis verblijf of een korting niet ten voordele van [A] c.s. is doorberekend. Daarnaast voert [A] c.s. aan dat het juist doorgeven van de leeftijden van de kinderen van belang was in verband met het plannen van excursies waarvoor minimale en maximale leeftijdscategorieën gelden. Als de agent de leeftijden van de kinderen had geweten, had daar rekening mee gehouden kunnen worden en hadden de kinderen zich niet hoeven te vervelen omdat er voor hen geen geschikte activiteiten waren, aldus [A] c.s.

4.22. Vamonos betwist dat zij de leeftijden van de kinderen van [A] c.s. onjuist heeft doorgegeven aan de lokale agent. Zelfs indien dit wel het geval zou zijn geweest, heeft [A] c.s. als gevolg hiervan niet teveel betaald aan Vamonos. Vamonos heeft aan [A] c.s. immers een offerte gedaan op basis van twee volwassenen en twee kinderen van de leeftijd van 8 en 5 jaar, dus met kinderkorting en heeft later ook de kosten voor twee volwassenen en twee kinderen bij [A] c.s. in rekening gebracht. Dat bij het maken van de offerte rekening is gehouden met de leeftijd van de kinderen blijkt niet altijd uit de offerte omdat het bedrag daarin gemiddeld wordt, aldus Vamonos.

4.23. De rechtbank is van oordeel dat [A] c.s., in het licht van de betwisting door Vamonos, onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat Vamonos de leeftijden van de kinderen foutief heeft doorgegeven aan de lokale agent. Daarnaast is onweersproken dat zelfs indien Vamonos de leeftijden verkeerd zou hebben doorgegeven, [A] c.s. als gevolg hiervan niet teveel heeft betaald aan Vamonos. De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat de reis op dit punt niet voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten en dat niet gebleken is dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming van Vamonos.

De minivan

4.24. [A] c.s. stelt dat de gehuurde minivan oud bleek te zijn en niet in een optimale technische staat verkeerde. Daarnaast was er onvoldoende bagageruimte beschikbaar. [A] c.s. is van mening dat Vamonos haar in deze onjuist geïnformeerd heeft. De keuze voor de minivan was ingegeven door het feit dat een gids én een chauffeur met [A] c.s. zouden meereizen. Dit wordt bevestigd door de laatste pagina van het reisvoorstel van

4 december 2009, waar staat vermeld dat gids en chauffeur op privébasis zijn inbegrepen bij de reissom. Ter plaatse bleek echter dat de gids en de chauffeur één en dezelfde persoon waren, waardoor het vervoer met een 4x4 terreinwagen met meer bagageruimte en minder stoelen volgens [A] c.s. meer voor de hand had gelegen. [A] c.s. stelt dat zij Vamonos heeft verzocht om de minivan om te ruilen voor de 7-persoons Land Cruiser die Crystal Safaris in bezit had en dat snelle nalevering van deze 4x4 personenwagen in haar ogen geen extra vertraging had hoeven opleveren.

4.25. Vamonos voert aan dat [A] c.s. zelf had aangegeven dat zij de voorkeur gaf aan een minivan als vervoersmiddel en dat zij op alle routes gebruik wilde maken van deze minivan, dus niet alleen op routes waar een chauffeur én gids mee zouden rijden. Tijdens de reis heeft [A] c.s. aangegeven toch in een Land Cruiser vervoerd te willen worden. Vamonos heeft deze auto kosteloos voor [A] c.s. geregeld. Als gevolg van een miscommunicatie omtrent het type Land Cruiser is de auto uiteindelijk op 20 januari 2010 geleverd in plaats van op 17 januari 2010, aldus Vamonos.

4.26. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat [A] c.s. zelf voor een minivan heeft gekozen. Vamonos heeft echter niet weersproken dat [A] c.s. voor de minivan heeft gekozen in verband met de ruimte aangezien er zowel een gids als een chauffeur mee zouden moeten reizen. De stelling van Vamonos dat [A] c.s. op alle routes gebruik wilde maken van de minivan en niet alleen op de routes waar een chauffeur én gids mee zouden reizen, doet naar het oordeel van de rechtbank niet ter zake nu het niet praktisch lijkt tijdens een dergelijke reis steeds van vervoersmiddel te moeten wisselen. Het verwijt dat [A] c.s. Vamonos maakt, is dat zij haar had dienen te informeren over de omstandigheid dat de gids en chauffeur één en dezelfde persoon zouden zijn zodat een 4x4 terreinwagen met meer bagageruimte en minder stoelen beter geschikt zou zijn als vervoersmiddel voor [A] c.s. De rechtbank overweegt dat Vamonos heeft erkend dat zij op de hoogte was van het feit dat de gids en chauffeur één en dezelfde persoon zouden zijn. Niet gesteld of gebleken is dat zij dat voorafgaand aan de reis aan [A] c.s. heeft laten weten. De rechtbank is echter van oordeel dat [A] c.s. redelijkerwijs van Vamonos had mogen verwachten dat Vamonos haar hiervan op de hoogte had gesteld zodat zij een betere afweging had kunnen maken ten aanzien van het door haar gewenste vervoermiddel. Dat Vamonos tijdens de reis alsnog (kosteloos) een Land Cruiser voor [A] c.s. heeft geregeld, neemt niet weg dat zij [A] c.s. vooraf volledig had dienen te informeren. De rechtbank concludeert dan ook dat de reis op dit punt niet voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst mocht verwachten en dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Vamonos.

Jinja Nile Resort

4.27. [A] c.s. stelt dat het geleverde type kamer in het Jinja Nile Resort niet overeenkwam met hetgeen zij op grond van de reisovereenkomst mocht verwachten. Volgens de reisbescheiden was een drie persoonskamer met één extra bed en uitzicht op de Nijl gereserveerd, maar ter plaatse werd een twee persoonskamer met twee extra bedden aangeboden die veel te klein was voor vier personen. [A] c.s. heeft Vamonos laten weten alleen op kleinschalige accommodaties te willen verblijven, hetgeen het Jinja Nile Resort met haar 385 kamers niet was. Ook bleek dat een van toepassing zijnde kinderkorting niet door Vamonos was doorberekend. Dat [A] c.s. het hotel zelf heeft uitgekozen doet niet af aan het feit dat de kamer niet conform afspraak was. Het was de taak van Vamonos en haar agent om de route en de hotels uit het word-document te checken en eventueel te wijzigen indien deze niet zouden voldoen aan de wensen van [A] c.s. Tot slot klaagt [A] c.s. dat de activiteiten in de omgeving van het Jinja Nile Resort – mede gelet op de duur van het verblijf – te wensen overlieten en dat het hotel slecht bereikbaar was. Vamonos had dergelijke problemen moeten voorzien en [A] c.s. voorafgaand aan de reis moeten adviseren over alternatieve locaties, aldus [A] c.s.

4.28. Volgens Vamonos heeft [A] c.s. in het Jinja Nile Resort gekregen waarvoor zij heeft betaald. [A] c.s. heeft dit hotel zelf aangedragen. Het hotel heeft 140 kamers die blijkens de website van het hotel allemaal één twee persoons- en één eenpersoonsbed hebben. In een dergelijke kamer is een extra bed geplaatst conform de wens van [A] c.s. om met zijn vieren op een kamer te slapen. Voorts voert Vamonos aan dat zij nooit zaken doet met het hotel zelf en dat het hotel derhalve geen uitspraken kan doen over het al dan niet doorberekenen van kinderkorting door Vamonos aan [A] c.s. De duur van het verblijf (drie dagen) in het Jinja Nile Resort hangt volgens Vamonos samen met het verzoek van [A] c.s. om gedurende de reis meer leermomenten in te lassen voor de kinderen.

4.29. De rechtbank overweegt dat de klachten van [A] c.s. dat het Jinja Nile Resort niet kleinschalig was en dat er in de omgeving weinig activiteiten waren onvoldoende zijn gemotiveerd tegen de achtergrond dat [A] c.s. deze accommodatie zelf heeft aangedragen en zij Vamonos daarnaast heeft verzocht meer leermomenten voor de kinderen in te bouwen. Dat de accommodatie slecht bereikbaar was, is naar het oordeel van de rechtbank een omstandigheid waar [A] c.s. tijdens een dergelijke reis rekening mee diende te houden. Ten aanzien van het verwijt aangaande de kinderkorting verwijst de rechtbank naar rechtsoverweging 4.23. De klacht dat het geleverde type kamer in het Jinja Nile Resort niet overeenkwam met hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst mocht verwachten, is naar het oordeel van de rechtbank eveneens onvoldoende gemotiveerd in het licht van de door Vamonos overgelegde kopie van de website van het Jinja Nile Resort, waaruit blijkt dat alle kamers van het resort een dubbel én een enkel bed hebben. Nu zowel het word-document als de offerte van 5 januari 2010 vermelden dat in het Jinja Nile Resort een “triple with extra bed Nile facing” voor [A] c.s. diende te zijn geboekt, is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat de reis op dit punt niet voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten en dat op dit punt evenmin is gebleken van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Vamonos.

Masindi Hotel

4.30. [A] c.s. stelt dat in het Masindi Hotel een family room of interconnecting kamer zou zijn geregeld, maar dat bij aankomst bleek dat de enige interconnecting kamer van het hotel bezet was. Omdat de gast die in deze kamer verbleef zijn kamer aan de familie wilde afstaan, kon [A] c.s. deze uiteindelijk betrekken. [A] c.s. stelt ter plaatse van de manager van het hotel te hebben vernomen dat bij de boeking door de agent al was medegedeeld dat de interconnecting kamer niet beschikbaar was.

4.31. Vamonos erkent dat overeengekomen is dat een interconnecting kamer beschikbaar zou zijn voor [A] c.s. in het Masindi Hotel. Deze kamer was per ongeluk door de receptionist van het hotel aan een andere reiziger toegewezen. Na tussenkomst van Vamonos heeft de manager van het Masindi Hotel zijn excuses aangeboden en is de fout hersteld, aldus Vamonos.

4.32. Tussen partijen is niet in geschil dat een family room of interconnecting kamer voor [A] c.s. beschikbaar zou zijn in het Masindi Hotel. Dit blijkt ook uit zowel het word-document als de offerte van 5 januari 2010. Door een fout van de agent bij de boeking althans door een fout van de receptionist van het hotel bleek de kamer bij aankomst bezet te zijn. De rechtbank overweegt dat dit kan gebeuren en dat ter plaatse, al dan niet na contact hierover met Vamonos, adequaat is gereageerd zodat [A] c.s. de juiste kamer uiteindelijk toch heeft kunnen betrekken. Meer kan [A] c.s. is een dergelijke situatie naar het oordeel van de rechtbank niet verlangen. De rechtbank ziet in het voorgaande onvoldoende aanleiding voor de conclusie dat de reis op dit punt niet voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten en dat op dit punt sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Vamonos.

Kinderactiviteiten en kinderopvang

4.33. [A] c.s. stelt dat de reis, in strijd met de gemaakte afspraken, niet “kidsproof was ingestoken” door Vamonos. De op 16 januari 2010 geplande boottocht en de op 17 januari 2010 geplande game drives waren niet geschikt voor kleine kinderen. Toen [A] c.s. op 19 januari 2010 een chimpansee tracking zou maken, zouden voor de kinderen passende vervangende activiteiten en volledige oppas geregeld worden. Achteraf bleek dat slechts een één uur durende boswandeling geregeld was voor de kinderen en dat zij 2,5 uur lang in de minivan, zonder airconditioning met buiten 35 graden Celsius, op hun ouders hebben moeten wachten, terwijl de gids/chauffeur die als oppas fungeerde het grootste gedeelte van de tijd heeft geslapen. [A] c.s. wijst erop dat zij niets lokaal heeft geboekt. De agent ter plaatse heeft bepaalde activiteiten voor de eerste twintig dagen omgeboekt en [A] c.s. mocht ervan uitgaan dat de kinderopvang die voor deze activiteiten was geregeld automatisch mee zou worden gewijzigd. Er is ook voor professionele kinderopvang betaald, aldus [A] c.s.

4.34. Vamonos betwist dat zij nalatig is geweest in het verzorgen van de kinderactiviteiten althans kinderopvang. Zowel ten aanzien van de game drives als ten aanzien van de chimpansee tracking voert Vamonos aan dat zij niet verantwoordelijk was voor het regelen van kinderactiviteiten en/of kinderopvang aangezien deze activiteiten niet door Vamonos zijn geregeld maar door [A] c.s. zelf ter plaatse zijn geboekt.

4.35. De rechtbank is van oordeel dat dit verweer van Vamonos faalt. In de offerte van

5 januari 2010 staat bij diverse dagen vermeld dat wanneer [A] c.s. op chimpansee tracking zou gaan er activiteiten en een baby-sitter voor de kinderen geregeld zouden worden. Voorts bepaalt het reisvoorstel van 4 december 2009, dat een baby-sitter en activiteiten voor de kinderen bij de reissom zijn inbegrepen. Vamonos heeft de stelling van [A] c.s. dat de lokale agent een van de Kibale Trackings heeft omgeboekt naar een trekking in Murchinson Falls omdat daar een grotere chimpanseefamilie woont niet weersproken. De rechtbank is met het oog op het voorgaande van oordeel dat [A] c.s. redelijkerwijs mocht verwachten dat de blijkens de offerte met Vamonos overeengekomen kinderactiviteiten en –opvang in Kibale samen met de excursie omgeboekt zouden worden. De stelling van Vamonos dat deze activiteiten niet vooraf door haar zijn geregeld maar ter plaatse door [A] c.s. zelf zijn geboekt, is naar het oordeel van de rechtbank niet alleen in strijd met de tekst van de voornoemde offerte en het reisvoorstel, maar ook met de uit de onweersproken stellingen van [A] c.s. op dat punt volgende (gewenste) opzet van de reis om alles vooraf te regelen zodat de reis zo soepel mogelijk zou verlopen. Ook valt dit standpunt naar het oordeel van de rechtbank niet te rijmen met de in de brief van Vamonos van 10 februari 2010 opgenomen uitleg (zie hiervoor onder 2.13). De rechtbank overweegt in het licht hiervan, mede gelet op de betwisting door [A] c.s. van de stelling dat zij ter plaatse zelf iets zou hebben geboekt, dat het verweer van Vamonos op dit punt onvoldoende gemotiveerd is onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat de reis op dit punt niet voldeed aan hetgeen [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht verwachten en dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Vamonos.

Conclusies

4.36. De rechtbank concludeert dat Vamonos op twee punten, te weten ten aanzien van de minivan en de organisatie van de kinderactiviteiten en kinderopvang, niet heeft voldaan aan de verwachtingen die [A] c.s. op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Op deze twee punten is sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de reisovereenkomst door Vamonos. De andere klachten van [A] c.s. over de uitvoering van de reisovereenkomst door Vamonos treffen geen doel. Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet geconcludeerd worden dat Vamonos ten aanzien van deze klachten geen adequate oplossingen heeft aangedragen zoals [A] c.s. heeft gesteld.

Op grond van artikel 6:265 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde tekortkomingen, gelet op de bijzondere aard van de reis, zoals hiervoor reeds uiteengezet onder 4.5 en 4.20, de omvang van de reis en het aantal genoten reisdagen, de door [A] c.s. gevorderde algehele ontbinding van de reisovereenkomst niet rechtvaardigen.

4.37. Nu duidelijk is dat [A] c.s. de reisovereenkomst wil beëindigen, begrijpt de rechtbank de stellingen van [A] c.s. aldus dat zij zich – gezien de verdergaande consequenties van ontbinding – primair op ontbinding heeft beroepen en subsidiair op opzegging. Op grond van artikel 7:503 lid 1 BW kan de reiziger de reisovereenkomst te allen tijde met onmiddellijke ingang opzeggen. Het beroep op opzegging van de reisovereenkomst slaagt derhalve. Van opzegging wegens aan [A] c.s. toe te rekenen omstandigheden is gelet op voornoemde twee toerekenbare tekortkomingen van Vamonos geen sprake. Het verweer van Vamonos dat [A] c.s. de reisovereenkomst heeft opgezegd zonder dat daarvoor een omstandigheid is aan te wijzen die aan Vamonos kan worden toegerekend, slaagt derhalve niet. Aangezien de reis reeds ten dele is genoten heeft [A] c.s. op grond van lid 3 van artikel 7:503 BW recht op teruggave van een evenredig deel van de reissom. Teruggave dient plaats te vinden van de bedragen die gemoeid zijn met de niet door [A] c.s. genoten reisdagen.

4.38. De vordering tot betaling van EUR 91.316,05, zijnde de – onweersproken – aanbetaling voor de acht niet genoten reisbestemmingen in Afrika en de eenenvijftig niet genoten reisdagen in Uganda/Rwanda (inclusief wettelijke rente tot de datum van dagvaarding), is op grond van het voorgaande derhalve toewijsbaar, evenals de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 februari 2010 tot aan de dag van betaling.

4.39. Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding ten bedrage van EUR 9.980,09 overweegt de rechtbank als volgt. [A] c.s. vordert de aanbetaalde reissom voor de genoten eerste dertien dagen van de reis als materiële schade van Vamonos terug en legt daaraan ten grondslag dat zij geen dag zonder problemen van haar vakantie heeft kunnen genieten en dat zij veel tijd heeft verloren met het eigenhandig rechtzetten van problemen ter plaatse. De rechtbank is van oordeel dat deze vordering niet toewijsbaar is gelet op de – hierna te bespreken – gevorderde geldsom in verband met gederfd reisgenot, waarin reeds een vergoeding voor deze door [A] c.s. geleden schade is besloten.

4.40. De door [A] c.s. gevorderde kosten in verband met het arrangeren van vervangende accommodatie in de eerste drie dagen na de gestelde ontbinding van de overeenkomst zijn evenmin toewijsbaar. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat de ontbinding van de overeenkomst niet gerechtvaardigd was, moet het maken van deze kosten door [A] c.s. als een eigen keuze worden aangemerkt en dienen deze kosten voor eigen rekening van [A] c.s. te komen. Hetzelfde heeft te geleden voor de gevorderde telefoon- en internetkosten nu ook deze in rechtstreeks verband staan met de ongerechtvaardigde ontbinding.

4.41. Nu is vastgesteld dat sprake is van een tweetal toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van de reisovereenkomst door Vamonos is de hiervoor reeds aangehaalde vordering tot vergoeding van gederfd reisgenot op grond van artikel 7: 510 BW in beginsel toewijsbaar. Gelet op de ernst en aard van de tekortkomingen en de gevolgen daarvan acht de rechtbank een bedrag van EUR 1.500,00 voor gederfd reisgenot billijk.

4.42. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso)kosten zal – mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voor-werk II – worden afgewezen. Uit de door [A] c.s. gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan [A] c.s. vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.43. De vordering tot kwijtschelding van alle eventuele betalingsverplichtingen van [A] c.s. aan Vamonos in verband met facturen voor de overige reisbestemmingen (in het bijzonder voor wat betreft de restant-betalingen voor de reis naar de Seychellen en Malawi) zal op grond van hierna in reconventie nader te noemen overwegingen eveneens worden afgewezen.

4.44. De vordering van [A] c.s. tot veroordeling van Vamonos in de beslagkosten is gelet op het bepaalde in artikel 706 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toewijsbaar. De beslagkosten worden op grond van de als productie E-10 bij dagvaarding overgelegde facturen van de deurwaarders begroot op EUR 1.370,36 aan verschotten en EUR 894,00 aan salaris advocaat (1 rekest x EUR 894,00). De totale beslagkosten worden derhalve begroot op EUR 2.264,36, welk bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2010 tot de dag der algehele voldoening.

4.45. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.46. Vamonos zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden op basis van het toe te wijzen bedrag begroot op:

Dagvaarding EUR 87,93

Vastrecht EUR 2.615,00

Salaris advocaat EUR 1.788,00 (2 punten x tarief IV) +

Totaal EUR 4.490,93

4.47. De gevorderde wettelijke rente over de nakosten en de kosten van het geding is toewijsbaar vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening.

in reconventie

Vermeerdering van eis

4.48. Vamonos heeft daags voor de comparitie haar eis vermeerderd in die zin dat zij eveneens vordert alle ten laste van haar gelegde conservatoire beslagen met onmiddellijke ingang ambtshalve op te heffen. [A] c.s. maakt bezwaar tegen deze eisvermeerdering en voert daartoe aan dat deze gelet op het late tijdstip van instellen en de omstandigheid dat een onderbouwing ontbreekt in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Ter comparitie is zijdens Vamonos verduidelijkt dat de vermeerdering van eis ziet op een gedeelte van de reconventionele vordering dat aanvankelijk abusievelijk niet is meegenomen. De vermeerdering van eis beoogt te voorkomen dat als de rechtbank van oordeel is dat de vordering van [A] c.s. onredelijk is, tussenkomst van de rechtbank vereist is om de gelegde beslagen opgeheven te krijgen, aldus Vamonos. Zijdens [A] c.s. worden voornoemde bezwaren ter comparitie gehandhaafd, maar wordt inhoudelijk geen bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis.

4.49. De rechtbank overweegt dat uitgangspunt is dat de eiser, zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, zijn eis of de gronden daarvan kan veranderen of wijzigen.

Hoewel de rechtbank met [A] c.s. van oordeel is dat deze eisvermeerdering zeer laat is ingesteld, is deze eisvermeerdering naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig in strijd met de eisen van een goede procesorde dat zij buiten beschouwing moet worden gelaten. Hierbij is van belang dat de eisvermeerdering een dusdanig beperkte omvang heeft dat niet geoordeeld kan worden dat [A] c.s. door de late indiening in haar belangen is geschaad. De rechtbank zal dus uitgaan van de vermeerderde eis in reconventie.

Reconventionele vorderingen

4.50. Vamonos vordert in reconventie nakoming door [A] c.s. van de verplichtingen die voortvloeien uit de reisovereenkomst tót de datum van opzegging. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen in conventie gaat de rechtbank ervan uit dat de reisovereenkomst is opgezegd en niet ontbonden. Deze opzegging is naar het oordeel van de rechtbank op grond van artikel 7:503 lid 1 BW, anders dan de primair aangevoerde ontbinding, gerechtvaardigd. Gelet op de toerekenbare tekortkomingen aan de zijde van Vamonos, zoals hiervoor in conventie besproken, heeft [A] c.s. de reisovereenkomst naar het oordeel van de rechtbank niet opgezegd wegens aan haar toe te rekenen omstandigheden zoals bedoeld in lid 2 van voornoemd artikel. Dit brengt met zich dat [A] c.s. niet schadeplichtig is jegens Vamonos. Op grond van artikel 7:513 BW kan hier niet ten nadele van de reiziger van worden afgeweken.

4.51. De rechtbank begrijpt de stellingen van Vamonos aldus dat zij aan haar vordering artikel 3 van de conceptovereenkomst van 9 november 2009 ten grondslag legt (zie hiervoor onder 2.5). Daargelaten de vraag of deze bepaling uit de conceptovereenkomst tussen partijen is overeengekomen, is de rechtbank van oordeel dat deze regeling met betrekking tot de annuleringskosten niet van toepassing is op het onderhavige geval waarin sprake is van gerechtvaardigde opzegging wegens niet aan [A] c.s. toe te rekenen omstandigheden. Voor zover Vamonos bedoeld te betogen dat ook in een geval van gerechtvaardigde opzegging wegens niet aan de reiziger toe te rekenen omstandigheden de reiziger kosten verschuldigd is voor niet genoten reisdagen dan is dat standpunt, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder 4.50, in strijd met de wet.

4.52. De vordering in conventie van [A] c.s. tot kwijtschelding van alle eventuele betalingsverplichtingen van [A] c.s. aan Vamonos in verband met facturen voor de overige reisbestemmingen zal met het oog op hetgeen hiervoor is overwogen wegens gebrek aan belang worden afgewezen.

4.53. Nu de vorderingen van [A] c.s. in conventie grotendeels zijn toegewezen, is de rechtbank van oordeel dat de door [A] c.s. gelegde conservatoire beslagen rechtmatig zijn gelegd en derhalve zal de door Vamonos in reconventie gevorderde opheffing van deze beslagen worden afgewezen.

4.54. Vamonos zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in reconventie, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op

EUR 579,00 (2 punten x 0,5 x tarief III).

4.55. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen behoeven de overige stellingen van partijen geen nadere bespreking meer.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt Vamonos tot betaling van EUR 92.816,05 (zegge: tweeënnegentigduizend achthonderdzestien euro en vijf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van EUR 91.316,05 vanaf 16 februari 2010 tot aan de dag van voldoening;

5.2. veroordeelt Vamonos in de kosten van het beslag, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op EUR 2.264,36, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf

16 februari 2010 tot aan de dag van voldoening;

5.3. veroordeelt Vamonos in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- EUR 131,00 aan salaris advocaat,

- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;

5.4. veroordeelt Vamonos in de kosten van het geding in conventie, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op EUR 4.490,93, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;

5.5. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

5.7. wijst het gevorderde af;

5.8. veroordeelt Vamonos in de kosten van het geding in reconventie, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op EUR 579,00;

5.9. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2011.?