Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0818

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-02-2011
Datum publicatie
22-04-2011
Zaaknummer
AWB 10-5428 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres ontvangt pensioen in Suriname welk pensioen wordt gestort op haar Surinaamse bankrekening. Mocht verweerder bij de vaststelling van de hoogte van de AIO-uitkering (aanvullende inkomensvoorziening ouderen) van eiseres rekening houden met dit Surinaamse pensioen? Eiseres heeft niet aangetoond dat zij niet beschikt noch redelijkerwijs kan beschikken over haar Surinaamse pensioengelden. Beroep om die reden ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10/5428 WWB

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde mr. A.R. Sitaldin,

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank,

verweerder,

gemachtigde mr. A.P. van den Berg.

Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder de AIO-uitkering van eiseres met ingang van 1 juli 2010 herzien en vastgesteld op € 578,38 per maand.

Bij besluit van 4 oktober 2010 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 januari 2011.

Eiseres is vertegenwoordigd door mr. A.R. Sitaldin. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. A.P. van den Berg.

Overwegingen

1. Feiten en omstandigheden

1.1. Eiseres ontvangt een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). In aanvulling hierop ontvangt eiseres ingevolge artikel 47a van de Wet Werk en Bijstand (WWB) een zogenaamde AIO-uitkering (aanvullende inkomensvoorziening ouderen).

1.2. Bij het primaire besluit heeft verweerder de AIO-uitkering van eiseres met ingang van 1 juli 2010 herzien en vastgesteld op € 578,38 per maand. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

1.3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Hiertoe heeft verweerder overwogen dat eiseres in Suriname een ambtenarenpensioen en een weduwenpensioen ontvangt van het Pensioenfonds Suriname (hierna: het Pensioenfonds). Deze pensioenen worden aangemerkt als inkomen in de zin van de WWB en hiermee dient rekening te worden gehouden bij de beoordeling van de hoogte van de AIO-uitkering.

1.4. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat het bestreden besluit onzorgvuldig is. Eiseres kan namelijk niet beschikken over de pensioenen uit Suriname omdat het Pensioenfonds en de bank waar eiseres haar pensioenen ontvangt geen betalingen verrichten aan bankinstellingen in Nederland. Als gevolg van de verlaging van de AIO-uitkering kan eiseres niet meer voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Verweerder heeft aldus onvoldoende rekening gehouden met de belangen van eiseres.

2. Juridisch kader

2.1. Ingevolge artikel 19, eerste lid onder a en b, van de WWB, heeft de alleenstaande, onverminderd paragraaf 2.2, recht op algemene bijstand indien het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de bijstandsnorm en er geen in aanmerking te nemen vermogen is.

2.2. Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de WWB worden tot de middelen alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.

2.3. Ingevolge artikel 31, derde lid, van de WWB worden de middelen in aanmerking genomen tot het bedrag dat resteert na aftrek van belasting, premies, verplichte bijdragen en overige verplichte inhoudingen.

2.4. Ingevolge artikel 32, eerste lid en onder a, van de WWB wordt onder inkomen verstaan de op grond van artikel 31 in aanmerking genomen middelen voor zover deze inkomsten uit of in verband met arbeid betreffen of socialezekerheidsuitkeringen.

2.5. Ingevolge artikel 47a, eerste lid en onder a, van de WWB heeft de Sociale verzekeringsbank tot taak algemene bijstand te verlenen in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen aan alleenstaanden van 65 jaar en ouder, hier te lande die in zodanige omstandigheden verkeren of dreigen te geraken dat zij niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.

2.6. Ingevolge artikel 47a, tweede lid, van de WWB zijn de artikelen 1 tot en met 6, de hoofdstukken 2 en 3, de paragrafen 5.1 en 5.2, hoofdstuk 6 en de artikelen 79, 80 en 81 van toepassing op de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, door de Sociale verzekeringsbank, tenzij in deze paragraaf anders is bepaald.

2.7. Ingevolge artikel 54, derde lid, aanhef en onder b, van de WWB, kan het college, onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van bijstand en van weigering van bijstand, een dergelijk besluit herzien of intrekken indien anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

3. Inhoudelijke beoordeling

3.1. Vaststaat dat eiseres recht heeft op twee pensioenen van het Pensioenfonds in Suriname en dat eiseres de pensioenen ontvangt op een bankrekening bij RBTT Bank Suriname N.V. in Suriname (hierna: RBBT Bank).

3.2. Naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) rechtvaardigt het feit dat een bankrekening op naam staat van een betrokkene de vooronderstelling dat het op die rekening staande tegoed een bestanddeel vormt van het vermogen waarover hij daadwerkelijk beschikt of redelijkerwijs kan verkrijgen. In een dergelijke situatie is het aan de betrokkene om in genoegzame mate aan te tonen dat het tegendeel het geval is (zie de uitspraak van de CRvB van 19 mei 2009, te vinden op www.rechtspraak.nl, LJN: BI7116).

3.3. Eiseres heeft aangevoerd dat de pensioenen niet aangemerkt kunnen worden als inkomen waarmee rekening moet worden gehouden omdat zij hierover niet noch redelijkerwijs kan beschikken. Het Pensioenfonds en de RBTT Bank verrichten namelijk geen betalingen aan bankinstellingen in Nederland.

3.4. Deze grond faalt. Verweerder heeft informatie opgevraagd bij de attaché voor Sociale zaken van de Nederlandse ambassade in Suriname. Deze heeft uiteengezet dat eiseres een zogenaamde eurorekening bij de RBTT Bank of een andere bank in Suriname kan openen via welke rekening de pensioengelden naar een Nederlandse bank kunnen worden overgemaakt. Gesteld noch gebleken is dat eiseres heeft geprobeerd een dergelijke eurorekening te openen. Dit had wel van haar mogen worden verwacht.

3.5. Voorts heeft verweerder aangevoerd dat de pensioenen ook via Surichange of Western Union Money Transfer kunnen worden betaald op een Nederlandse bankrekening. Eiseres heeft hier tegenin gebracht dat hieraan hoge kosten zijn verbonden en dat zij geen familie of kennissen heeft in Suriname die voor haar dergelijke betalingen kunnen verrichten.

3.6. Vast is komen te staan dat eiseres één maal per jaar naar Suriname reist. Eiseres kan de pensioenen dan zelf contant opnemen. Ook kan zij tijdens haar verblijf in Suriname regelen dat de pensioenen via Surichange of Western Union Money Transfer worden betaald op haar Nederlandse bankrekening. Ter zitting heeft verweerder bovendien verklaard dat hij bereid is om met de kosten van overboeking, commissie en koersverlies rekening te houden en uit te gaan van het nettobedrag dat eiseres dan van haar Surinaamse pensioen zou overhouden.

3.7. Dat de pensioengelden maandelijks door het Pensioenfonds worden uitgekeerd en dat eiseres de pensioenen daardoor niet met vooruitwerkende kracht zou kunnen opnemen of overboeken, doet hieraan niet af. Eiseres heeft immers, zoals verweerder onbetwist heeft betoogd, al geruime tijd in Suriname pensioen opgebouwd en verweerder houdt pas met ingang van 1 juli 2010 rekening met de pensioenen in Suriname.

3.8. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij niet beschikt noch redelijkerwijs kan beschikken over haar Surinaamse pensioengelden. Verweerder heeft deze pensioenen terecht tot de middelen van eiseres gerekend en daarmee bij de herziening van de hoogte van de AIO-uitkering rekening gehouden.

3.9. De rechtbank zal het beroep van eiseres ongegrond verklaren. Voor een veroordeling in de proceskosten of een vergoeding van het griffierecht ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Raat, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. van Beek, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2011.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB