Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BP6498

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-03-2011
Datum publicatie
02-03-2011
Zaaknummer
13-660151-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Amsterdam heeft vandaag een van de verdachten van de overval van een belwinkel op 10 februari 2010 in Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan de helft voorwaardelijk. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van de aangifte van de eigenaar van de belwinkel en twee getuigenverklaringen. Zij hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij niets met de overval te maken had en toevallig in de belwinkel was. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk geëist en de verdediging had vrijspraak bepleit. De rechtbank is tot een iets lagere straf gekomen dan geëist omdat het feit al enige tijd geleden plaatsvond en verdachte sedertdien niet opnieuw wegens strafbare feiten veroordeeld is. Tevens heeft de rechtbank laten meewegen dat verdachte en zijn mededaders zich hebben teruggetrokken bij de eerste tegenstand door de eigenaar van de belwinkel. Ook de jonge leeftijd van verdachte, het feit dat hij een baan heeft en rol bij de zorg voor zijn kind zijn in de overwegingen betrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/660151-10 (PROMIS)

Datum uitspraak: 2 maart 2011

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

wonend [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2011.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.A.M. Brok en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T. den Haan, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Verdachte wordt, kort samengevat, verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een overval op een belwinkel, waarbij hij tezamen met anderen diefstal met geweld heeft ge-pleegd of daartoe een poging heeft gedaan. De volledige tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak. Het open-baar ministerie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.

3.1.1 Op 10 februari 2010 wordt [slachtoffer 1] overvallen in zijn belwinkel “Welcome Callcen-tre” aan de [adres] te Amsterdam. Er worden een mobiele telefoon van het merk Samsung, vijf kleingeldbakjes, achttien telefoonkaarten en een doosje met daarin een simkaart zonder zijn toestemming weggenomen. Hij verklaart daarover dat er een jongen (jongen 1) binnenkomt, die de dag ervoor ook is binnengekomen. Hij gaat weg en komt tien minuten la-ter weer terug. Zo’n vijf minuten later komen twee andere jongens de winkel binnen. Een daarvan (jongen 2) koopt een tijdcode en gaat achter een computer zitten en de andere jongen (jongen 3) gaat achter hem staan. Er komt een vierde jongen binnen, die met de andere drie praat en daarna weer naar buiten gaat. [slachtoffer 1] verklaart dat jongen 1 roept dat zijn computer raar doet en [slachtoffer 1] loopt erheen om hem te helpen. In de deuropening van zijn balie wordt hij door de jongens 1 en 3 vastgepakt bij zijn armen. Jongen 4 komt weer binnen en doet het licht uit. Jongen 2 pakt allerlei spullen waaronder telefoonkaarten achter [slachtoffer 1]’s balie en stopt deze in een door hem meegenomen plastic tas. Als [slachtoffer 1] achter de jongens aanrent, pakt een van hen een stoel vast en wil deze naar hem toegooien om [slachtoffer 1] de weg te versper-ren.

3.1.2 [naam 1] rijdt in een auto met drie vrienden en wil hen afzetten voor de belwinkel. Ze zien iets in de belwinkel gebeuren en vier jongens naar buiten rennen. Hij rijdt achter hen aan. Drie van de jongens rennen een zijstraat in waarvan hij weet dat hij er met de auto niet door-heen kan. Hij rijdt daarom achter de vierde jongen aan. Als twee van [naam 1]’s vrienden deze jongen bijna te pakken hebben stapt uit [naam 1] en grijpt de jongen bij de kraag. Ze nemen de jongen vervolgens mee terug naar de belwinkel Aangever [slachtoffer 1] herkent de jongen die wordt teruggebracht naar de belwinkel als degene die als jongen 3 wordt aangeduid in de beschrij-ving in 3.1.1.

3.1.3 [naam 2] zit bij [naam 1] in de auto. Als [naam 1] voor het belhuis stopt, ziet hij een man in de deuropening van het belhuis staan, die de ingang blokkeert. Achter deze man ziet hij de eige-naar van het belhuis worstelen met drie andere mannen. Vervolgens rennen in eerste instantie drie mannen naar buiten. Een vierde komt daar achteraan. De man die door de anderen is aan-gehouden, herkent [naam 2] als de man die samen met drie andere mannen uit de belwinkel kwam rennen.

3.1.4 Verdachte is op het moment van de overval in de belwinkel en rent ook weg als de eige-naar achter hem aankomt.

3.2 Waardering van het bewijs

3.2.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en dat sprake was van een voltooid delict. Zij voert ter ondersteuning van haar standpunt het volgende aan.

Als bewijs voor deze feiten dient in de eerste plaats de verklaring van aangever [slachtoffer 1]. Deze heeft bij de politie en de rechter commissaris consistent en betrouwbaar verklaard. Deze verklaring sluit aan op de verklaringen van de vier achtervolgers, waarbij met name kan worden verwezen naar de verklaring van [naam 2] die een man in de deuropening ziet staan die de ingang blokkeert en de eigenaar met drie mannen ziet worstelen. Deze observaties komen overeen met de verklaring van aangever. De verklaring van verdachte is ongeloofwaardig, temeer daar hij is weggevlucht en na zijn aanhouding door zijn achtervolgers heeft gepoogd zich aan hun greep te onttrekken en tegenstrijdig heeft verklaard over de woonplaats van zijn neef en over het al dan niet kennen van getuige [naam 3]. Daarbij speelt een rol dat verdachte zich om onduidelijke redenen heeft beroepen op zijn zwijgrecht bij het politieverhoor. De verklaringen van verdachte zijn dus ongeloofwaardig, aldus de officier van justitie.

3.2.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat er veel bijzaken zijn en dat verdachte wellicht over een enkele daarvan niet consistent heeft verklaard, maar dat dit niet kan bijdragen tot vaststelling van de feiten omtrent de hoofdzaak. Daarin staan de verklaringen van aangever en die van verdachte dat hij wel in de belwinkel was, maar niet betrokken bij de overval, tegenover elkaar. De ver-klaring van de aangever is daarmee onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de overval. Hij verwijst hierbij naar een uitspraak van het Hof Amsterdam, waarin geoordeeld werd dat wisselende verklaringen over bijzaken niet leiden tot de conclusie dat verdachte wist over de aanwezigheid van verdovende middelen in een koffer. Er zijn contra-indicaties. De raadsman wijst in dit verband met name op de omstandigheid dat verdachte bij het vluchten een andere weg koos dan de anderen en dat hij meteen nadat hij was achterhaald riep dat hij bij zijn neef langs wilde die daar woonde. De raadsman bepleit vrijspraak.

3.2.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank acht de verklaringen van de aangever [slachtoffer 1] geloofwaardig. Hij heeft gedetail-leerde, consistente verklaringen afgelegd, die worden bevestigd door de verklaringen van de-genen die verdachte hebben achtervolgd en mee teruggenomen naar de belwinkel. Ook en met name de verklaring van [naam 2] bevestigt de beschrijving van de aangever. Verdachte heeft wisselend verklaard over de vraag of er al dan niet al iemand in de belwinkel aanwezig was toen hij binnenkwam en of hij al dan niet met de andere jongens heeft gesproken toen zij de belwinkel binnenkwamen. Tevens heeft hij wisselend verklaard over zijn relatie tot getuige [naam 3], die gezien de verklaring van [naam 3] wel relevant kon zijn voor de betrokkenheid van verdachte bij het delict. Ten slotte heeft verdachte niet verklaard waarom hij bij de politie een ander adres van zijn neef heeft genoemd dan ter zitting.

Al het voorgaande bij elkaar genomen, ziet de rechtbank geen reden te twijfelen aan enig deel van de aangifte van [slachtoffer 1] en hecht de rechtbank geen geloof aan de verklaring van verdach-te, voor zover hij ontkent bij de overval betrokken te zijn geweest.

Het voorgaande leidt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Aan het subsidiair ten laste gelegde komt de rechtbank niet toe.

4. De bewezenverklaring

De rechtbank heeft op grond van de wettige bewijsmiddelen die staan vermeld in de voetnoten in rubriek 3.1. de overtuiging gekregen en acht dan ook bewezen dat verdachte

op 10 februari 2010 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung) en vijf kleingeldbakjes en 18 telefoonkaarten en een doosje met daarin een simkaart, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of belwinkel Welcome Callcentre (gelegen aan de [adres]), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededaders die [slachtoffer 1] bij de armen hebben vastgepakt en het licht in de belwinkel hebben uitgedaan en hebben getracht een stoel naar die [slachtoffer 1] te gooien om de weg voor die [slachtoffer 1] te versperren.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf en de maatregel

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte voor het door haar bewe-zen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden, waarvan 5 (vijf) maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Zij heeft daarbij in aan-merking genomen dat belwinkeleigenaren vaak slachtoffer zijn van dit soort overvallen en dat die op de slachtoffers grote impact hebben. Verdachte heeft zich daarmee aan een ernstig misdrijf schuldig gemaakt. De officier van justitie heeft er ook op gewezen dat het een ge-plande actie betrof. Een forse reactie is dan ook vereist. Anderzijds heeft de officier bij haar eis betrokken dat het feit reeds een jaar geleden is dat de overval heeft plaatsgevonden en dat verdachte als enige van de vier daders gepakt is. De officier van justitie heeft om teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen telefoon verzocht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich omtrent de strafmaat op het standpunt gesteld dat er mee rekening moet worden gehouden dat verdachte door de raadkamer in vrijheid is gesteld, werk heeft, voor zijn kind zorgt en zijn leven op orde heeft.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met een aantal anderen aan diefstal met geweld schuldig gemaakt. Hij heeft de nietsvermoedende eigenaar van een belwinkel in zijn winkel overvallen en zich daarbij laten leiden door financieel gewin, zonder stil te staan bij de mogelijk ernstige gevol-gen van zijn handelen voor het slachtoffer. Daarnaast draagt de handelwijze van verdachte in sterke mate bij aan de gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank acht dit een ernstig feit. Voorts weegt mee dat verdachte volgens een hem be-treffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 17 januari 2011 al meermalen voor dief-stal is veroordeeld.

Anderzijds neemt de rechtbank ten voordele van verdachte in overweging dat het feit al enige tijd geleden plaatsvond en dat, zoals blijkt uit het hiervoor genoemde uittreksel, verdachte na zijn invrijheidstelling niet opnieuw wegens strafbare feiten veroordeeld is. Tevens overweegt de rechtbank dat verdachte en zijn mededaders zich hebben teruggetrokken bij de eerste te-genstand door aangever [slachtoffer 1]. Ten slotte wordt verdachtes jonge leeftijd, het feit dat hij een baan heeft en rol bij de zorg voor zijn kind in de overwegingen betrokken.

Op deze gronden zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan geëist.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen per-sonen, gepleegd met het oogmerk de diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gesto-lene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in ver-zekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte groot, 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

1 zwarte Nokia 1208 zaktelefoon met imeinummer [nummer].

Dit vonnis is gewezen door

mr. F. Wieland, voorzitter,

mrs. T.H. van Voorst Vader en M.L. Harmsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 maart 2011.

Bijlage

Volledige tekst van de tenlastelegging:

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 10 februari 2010 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of zes, althans een of meer bakje(s) (met daarin kleingeld) en/of 18, althans een of meer (opwaardeer/telefoon)kaart(en) en/of een doosje met daarin een simkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of belwinkel Welcome Callcentre (gelegen aan de [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) ander(e) deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die belwinkel is/zijn binnengegaan en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangesproken en/of achter een of meer computer(s) is/zijn gaan zitten en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben gemeld dat een computer het niet deed en/of die [slachtoffer 1] (bij de arm(en)) heeft/hebben vastgepakt en/of het licht in de belwinkel heeft/hebben uitgedaan en/of voornoemd(e) goed(eren) in een plastic tas heeft/hebben gestopt en/of heeft/hebben getracht een stoel naar die [slachtoffer 1] te gooien (om de weg voor die [slachtoffer 1] te versperren);

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair:

hij op of omstreeks 10 februari 2010 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of zes, althans een of meer bakje(s) (met daarin kleingeld) en/of 18, althans een of meer (opwaardeer/telefoon)kaart(en) en/of een doosje met daarin een simkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of belwinkel Welcome Callcentre (gelegen aan de [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte, en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen die belwinkel is/zijn binnengegaan en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben aangesproken en/of achter een of meer computer(s) is/zijn gaan zitten en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben gemeld dat een computer het niet deed en/of die [slachtoffer 1] (bij de arm(en)) heeft/hebben vastgepakt en/of het licht in de belwinkel heeft/hebben uitgedaan en/of voornoemd(e) goed(eren) in een plastic tas heeft/hebben gestopt en/of heeft/hebben getracht een stoel naar die [slachtoffer 1] te gooien (om de weg voor die [slachtoffer 1] te versperren);

(artikel 312 jo artikel 45 Wetboek van Strafrecht)