Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BP5180

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-02-2011
Datum publicatie
21-02-2011
Zaaknummer
480977 / KG ZA 11-103 Pee/BB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de publicatie die door gedaagde in de vorm van een column op de website van de Telegraaf heeft gestaan jegens eisers onrechtmatig is omdat daarin een grievend beeld van de echtgenote wordt geschetst waarvoor geen grondslag is te vinden in de door gedaagde als feiten aangevoerde beweringen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 480977 / KG ZA 11-103 Pee/BB

Vonnis in kort geding van 3 februari 2011

in de zaak van

1. [eiseres sub 1],

2. [eiser sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 24 januari 2011,

advocaat mr. S.F. Kalff te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TELEGRAAF MEDIA NEDERLAND LANDELIJKE MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

domicilie hebbende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. R.S. Le Poole te Amsterdam.

Eisers zullen ook ieder afzonderlijk [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] worden genoemd. Gedaagden worden ook wel Telegraaf Media en [gedaagde sub 2] genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 26 januari 2011 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding met dien verstande dat zij de duur van het op de website geplaatst houden van de rectificatie van 5 werkdagen hebben gewijzigd in 5 dagen. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van eisers: [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] met mr. Kalff.

Aan de zijde van gedaagden: de heer [persoon 1], plaatsvervangend hoofdredacteur, de heer [persoon 2], bedrijfsjurist, alsmede [gedaagde sub 2] met mr. Le Poole en zijn kantoorgenote mr. A.B. Sixma.

2. De feiten

2.1. Telegraaf Media is uitgever van het dagblad De Telegraaf en het weekblad Privé, hierna aangeduid als de Privé. Telegraaf Media is tevens verantwoordelijk voor de exploitatie en instandhouding van de website www.telegraaf.nl. Onderdeel van deze website is online nieuws uit de Privé. [gedaagde sub 2] is hoofdredacteur van de Privé.

2.2. [eiseres sub 1] is beeldend kunstenaar en echtgenote van [eiser sub 2], welke laatste als onderzoeksjournalist in binnen- en buitenland bekendheid geniet.

2.3. In de Privé van 30 juni 2010 heeft een artikel gestaan met de titel: ‘Waarom pikt [eiseres sub 1] alles van haar man’.

Naar aanleiding van dit artikel is op grond van een tussen (de rechtsvoorganger van) Telegraaf Media en eisers gesloten vaststellingsovereenkomst een rectificatie geplaatst in de Privé en op de Privépagina van de website www.telegraaf.nl.

2.4. Op 15 januari 2011 is op de Privépagina van de website www.telegraaf.nl een door [gedaagde sub 2] geschreven blog geplaatst onder de titel “[titel]”. Dit blog had de volgende inhoud:

‘Juist omdat [eiser sub 2] verder in alles zo rechtlijnig is, spreekt dat merkwaardige privéleven van hem bij veel mensen tot de verbeelding.

Je hoeft maar even te googelen of je ziet zijn naakte echtgenote in alles etalerende standjes op internet, waar ze zegt voor alles ‘in’ te zijn en zij tegelijk suggereert minstens tien jaar jonger te zijn. Een mens zijn lust is een mens zijn leven. Zelf voost de crimefighter met een redactrice van RTL’s showbizzprogramma, met wie hij de hele wereld over reist. Niet alleen lag zij met hem op het strand van Ibiza; de minnares was zelfs mee op dienstreis naar Thailand, toen [eiser sub 2] daar de jeugdvriend van seriemoordenaar [persoon 3] bewoog tot zijn verborgen camera-actie in de cel. Het was ook in die dagen dat ik aan hem mijn vaste parkeerplek bij de rechtbank kwijtraakte.

Deze week twitterde [eiser sub 2] maar weer’s over een rectificatie die hij afgelopen zomer heeft afgedwongen en die hij als de grootste overwinning uit zijn carrière lijkt de beschouwen. Het zou me niet eens verbazen als, ingelijst, achter zijn állergrootste vlam hangt: z’n lieve [x].

In het verhaal dat rechtgezet moest worden, suggereerden we ten onrechte dat [eiser sub 2] zijn [naam] achterna liep terwijl mevrouw [eiseres sub 1] eenzaam thuis zat. Er was geen rechter voor nodig om ons ervan te overtuigen dat zulks snel gecorrigeerd moest worden. Wat er hielp? De foto’s die me van alle kanten werden toegespeeld en die een hoop duidelijk maakten.

Het allesbehalve rechtlijnige liefdesleven van [eiser sub 2]; ook in het dagelijks leven onderzoekt en onthult hij een hoop!’

2.5. Bij brief van 17 januari 2011 hebben eisers Telegraaf Media gesommeerd om de onder 2.4 vermelde publicatie van de website te verwijderen en verwijderd te houden, op de website een rectificatie te plaatsen en de door gedaagden geleden schade te vergoeden.

2.6. De publicatie is op 19 januari 2011 van de website verwijderd. Telegraaf Media heeft toegezegd dat zij deze ook verwijderd zal houden.

3. Het geschil

3.1. Eisers vorderen thans, samengevat:

I. gedaagden op straffe van een dwangsom te bevelen om binnen 4 uur na betekening van dit vonnis de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van het artikel als weergegeven onder 2.4 te staken en gestaakt te houden;

II. gedaagden op straffe van een dwangsom te bevelen om binnen 4 uur na betekening van dit vonnis gedurende 5 dagen een rectificatie te plaatsen met een inhoud zoals vermeld in het petitum van de dagvaarding;

III. gedaagden hoofdelijk te veroordelen om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis aan eisers te betalen een bedrag van EUR 15.000,= aan immateriële schadevergoeding;

IV. gedaagden op straffe van een dwangsom te bevelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de zoekmachines Google en Yahoo aan te schrijven met het verzoek de litigieuze publicatie met spoed uit het cache geheugen te verwijderen, met een afschrift van die brief aan de raadsman van eisers;

V. gedaagden te veroordelen in de proceskosten.

3.2. Eisers hebben daartoe gesteld, kort gezegd, dat gedaagden met het plaatsen van de publicatie onrechtmatig jegens hen handelen met als gevolg waarvan zij bij voortduring immateriële schade leiden. De beweringen in de publicatie zijn volgens eisers onjuist, suggestief en louter grievend jegens gedaagden, in het bijzonder jegens [eiseres sub 1]. De publicatie beschadigt volgens eisers hun eer, goede naam en reputatie. Daarnaast vormen de uitlatingen een onaanvaardbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eisers. In de publicatie wordt (wederom) aandacht besteed aan het huwelijksleven van eisers, op een manier die door eisers niet behoeft te worden getolereerd. Dit geldt met name voor de grievende wijze waarop over [eiseres sub 1] wordt geschreven. Zo wordt zij in het artikel neergezet als een vrouw die zich zelf via het internet ‘aanbiedt’ en ‘voor alles in is’ en zich daarbij uitgeeft voor iemand die ‘minstens 10 jaar jonger is’. Dit is echter onjuist. In dit verband hebben eisers gesteld dat [gedaagde sub 2] zijn uitlatingen heeft gebaseerd op een door derden op de datingsite ‘[website]’ geplaatste contactadvertentie, die in juni 2010 enige tijd op de website www.geenstijl.nl en de website van de Telegraaf was te zien. Nadat eisers Geen Stijl en [persoon 3] hadden gewezen op het feit dat het om een gefingeerde advertentie ging is de advertentie van deze sites verwijderd. Nu www.geenstijl.nl onderdeel is van de Telegraaf Groep en [persoon 3] redactrice is van de Privépagina van de Telegraaf, moet ervan worden uitgegaan dat gedaagden ermee bekend waren dat het om een niet door [eiseres sub 1] geplaatste contactadvertentie ging. Ook de foto’s van [eiseres sub 1] die bij de contactadvertentie stonden afgebeeld zijn niet door haar op het internet geplaatst. De foto’s zijn afkomstig uit een serie privéfoto’s die uit de mailbox van [eiser sub 2] zijn gestolen en die ten behoeve van de werkzaamheden van [eiseres sub 1] als beeldend kunstenaar zijn gemaakt. [eiser sub 2] heeft van deze diefstal indertijd aangifte gedaan. Gedaagden wisten ook dat het om gestolen foto’s ging want zij hebben toen aan die diefstal nog een artikel in de Privé gewijd. Eisers hebben ter onderbouwing van dit standpunt ter zitting de Privé van 21 februari 2007 overgelegd. Gedaagden hebben er doelbewust voor gekozen om, zonder een en ander eerst bij eisers te verifiëren tot publicatie van het artikel over te gaan. Dat er naaktfoto’s van [eiseres sub 1] op het internet staan is niet juist en bij de gestolen foto’s die in het bezit zijn van gedaagden is geen sprake van ‘alles etalerende standjes’. De uiterst grievende uitlating ‘je hoeft maar even te googelen of je ziet zijn naakte echtgenote in alles etalerende standjes op internet, waar ze zegt voor alles ‘in’ te zijn en zij tegelijkertijd suggereert minstens 10 jaar jonger te zijn’ is dan ook nergens op gebaseerd.

[gedaagde sub 2] heeft het artikel van 30 juni 2010, waarin een bepaald beeld werd geschetst van het privéleven van eisers, willen ‘nuanceren’ door in de gewraakte publicatie te schrijven: ‘In het verhaal dat rechtgezet moest worden, suggereerden we ten onrechte dat [eiser sub 2] zijn [naam] achterna liep terwijl mevrouw [eiseres sub 1] eenzaam thuis zat. Er was geen rechter voor nodig om ons ervan te overtuigen dat zulks snel gecorrigeerd moest worden. Wat er hielp? De foto’s die me van alle kanten werden toegespeeld en die een hoop duidelijk maakten.’

[gedaagde sub 2] wil de lezer kennelijk doen geloven dat een rectificatie van het artikel van 30 juni 2010 op zijn plaats was omdat uit op internet beschikbare informatie en foto’s van [eiseres sub 1] blijkt dat zij helemaal niet eenzaam thuis zat, maar zichzelf via het internet aanbiedt. De rectificatie was echter uitsluitend aan de orde omdat sprake was van een onrechtmatige publicatie, hetgeen gedaagden toen ook hebben erkend. Door thans naar die rectificatie te verwijzen hebben gedaagden bovendien tussen partijen gemaakte afspraken geschonden, omdat een onderdeel van de naar aanleiding van het artikel van 30 juni 2010 gesloten vaststellingsovereenkomst betrof dat (de rechtsvoorganger van) Telegraaf Media ook in de toekomst op de rectificatie geen commentaar meer zou geven.

3.3. Gedaagden hebben bestreden dat zij onrechtmatig jegens eisers hebben gehandeld. Zij hebben zich daarbij op het standpunt gesteld dat het niet vreemd is dat over het ‘open huwelijk’ van eisers wordt geschreven omdat zij zich daar zelf ook regelmatig over uitlaten in de media. In januari 2011 heeft [eiser sub 2] ook nog over de rectificatie van het artikel van 30 juni 2010 getwitterd. Dat artikel is volgens gedaagden indertijd gerectificeerd omdat het was gebaseerd op het verhaal van één anonieme bron en niet omdat het volledig uit onjuistheden zou bestaan. Nadat [gedaagde sub 2] er vervolgens van verschillende kanten op geattendeerd werd dat er informatie over [eiseres sub 1] op internet stond heeft hij besloten om nog eens aandacht aan het onderwerp te schenken. De betreffende informatie betrof de contactadvertentie die op de website ‘[website]’ staat en naaktfoto’s van [eiseres sub 1] die op het internet circuleren. In de contactadvertentie, waarbij foto’s van [eiseres sub 1] zijn geplaatst, staat onder meer dat zij 39 jaar oud is (terwijl zij is geboren in 1959), geïnteresseerd is in ‘dating’ en dat haar seksuele voorkeur ‘bi’ is. Volgens gedaagden is het onaannemelijk dat de contactadvertentie zonder medeweten van [eiseres sub 1] op de website is geplaatst omdat de foto’s die bij de advertentie zijn geplaatst duidelijk foto’s zijn die met haar toestemming zijn genomen. Daarnaast is het, als sprake zou zijn van een gefingeerde advertentie, onbegrijpelijk waarom die nog steeds op de website ‘[website]’ te zien is. Dat Geen Stijl en [persoon 3] al eerder door eisers zijn aangeschreven over de contactadvertentie is gedaagden niet bekend. De naaktfoto’s van [eiseres sub 1] zijn [gedaagde sub 2] bovendien door verschillende bronnen toegestuurd. Ze zijn door gedaagden niet gepubliceerd maar gedaagden moeten er wel over kunnen schrijven. Dat het hier om gestolen privéfoto’s zou gaan is gedaagden niet bekend.

Naar de mening van gedaagden bestond er voldoende feitenmateriaal voor het door [gedaagde sub 2] geschreven blog. en is de wijze waarop het is geschreven niet onrechtmatig. Daarbij moet volgens gedaagden in aanmerking worden genomen dat het om een column van [gedaagde sub 2] gaat met een satirisch karakter, waaraan minder zware eisen kunnen worden gesteld dan aan een louter feitelijk nieuwsbericht. Bovendien moet volgens gedaagden rekening worden gehouden met het feit dat eisers publieke figuren zijn die nu eenmaal een grotere tolerantie moeten opbrengen ten aanzien wat over hen wordt geschreven dan niet publieke figuren. Gedaagden betwisten dat zij met het schrijven over de rectificatie van het artikel van 30 juni 2010 in strijd met gemaakte afspraken handelen. In de column van [gedaagde sub 2] wordt de strekking van de rectificatie juist bevestigd, zodat in geen enkel opzicht afbreuk aan die rectificatie wordt gedaan. Gedaagden hebben ten slotte betwist dat zij wederhoor hadden moeten toepassen. Het gaat immers om een column waarin uitsluitend de mening van [gedaagde sub 2] wordt verkondigd. [gedaagde sub 2] heeft zich in zijn column beperkt tot de opmerking dat de contactadvertentie en naaktfoto’s van [eiseres sub 1] bestaan, hetgeen hij zelf ook heeft kunnen vaststellen. Wederhoor was volgens gedaagden dan ook niet nodig.

3.4. Op de stellingen van partijen zal verder voor zover van belang onder de beoordeling worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Rv - waarin is bepaald dat aan het niet binnen vier weken betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. Vooropgesteld wordt dat eisers desgevraagd ter zitting hebben verklaard dat zij geen beroep doen op een wanprestatie uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst die tussen hen en (de rechtsvoorganger van) Telegraaf Media is gesloten naar aanleiding van de publicatie van 30 juni 2010, maar zich uitsluitend beroepen op de onrechtmatigheid van de publicatie.

4.3. Indien de vorderingen van eisers worden toegewezen, is dit een beperking van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van gedaagden op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen, in dit geval van eisers (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij wet is voorzien, is sprake wanneer de uitlatingen van gedaagden onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW worden geoordeeld. Voor het antwoord op de vraag of hiervan sprake is, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Gedaagden hebben een commercieel belang en een belang om zich (in het openbaar) kritisch, informerend, opiniërend of waarschuwend te kunnen uitlaten over onderwerpen die volgens hen voor hun lezers interessant zijn. Het belang van eisers is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer door voor hun ongewenste publiciteit over hun privéleven die hun goede naam aantast. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Eén van die omstandigheden is erin gelegen in hoeverre gedaagden de door eisers gewraakte publicatie met feitenmateriaal kunnen staven. Ook kan van belang zijn in hoeverre degene over wie wordt gepubliceerd een publiek figuur is en op welk terrein die persoon zelf de publiciteit zoekt of juist terughoudender is. Verder is de aard van de publicatie van belang. Wordt bijvoorbeeld een misstand aan de kaak gesteld waarover zonder openbaarmaking geen publiek debat mogelijk is of wordt uit commerciële overwegingen slechts informatie van verstrooiende aard gegeven. Daarnaast kan het karakter van de publicatie een rol spelen. Zo worden aan een column -waaronder in het algemeen wordt verstaan een kort stukje waarin een auteur spits en uitdagend louter zijn eigen mening publiek maakt, veelal over een actueel onderwerp en soms satirisch of badinerend van toon- andere eisen gesteld dan aan de vruchten van onderzoeksjournalistiek, reeds omdat de lezer aanstonds begrijpt dat wat er staat is uitvergroot en met meerdere korrels zout moet worden genomen. Overigens is de ene column de andere niet en het enkele feit dat iets in de vorm van een column is geschreven betekent niet dat er een vaste maatstaf is waarop het geschrevene moet worden beoordeeld, alleen al omdat het in de vorm van een column is geschreven. Telkens zullen de bijzonderheden van het geval bepalend zijn.

4.4. Gedaagden stellen met de publicatie geen misstand aan de kaak die anders niet bekend zou zijn geworden. Evenmin openen gedaagden door deze publicatie het publiek debat over een belangrijke kwestie. De publicatie is uitsluitend bedoeld om uit commercieel belang over het privéleven van eisers te informeren.

4.5. Verder staat vast dat [eiser sub 2], over wie in de gewraakte publicatie wordt geschreven, een publiek figuur is die beroepsmatig ook anderen kritisch benadert. Dit brengt in beginsel met zich dat hij een grotere tolerantie zal moeten opbrengen ten aanzien van wat over hem wordt geschreven dan iemand die niet, dan wel minder in de publieke belangstelling staat en zich in het openbaar niet kritisch over anderen uitlaat. Het betekent echter niet dat hij zich alles moet laten welgevallen. Zeker niet nu het hier om een publicatie gaat die de strikte privésfeer betreft, te weten het ‘open huwelijk’ van eisers, een onderwerp waarover [eiser sub 2] terughoudend naar buiten treedt. In dit verband is aannemelijk geworden dat hij daarover uitsluitend bij wijze van reactie in het openbaar heeft gesproken nadat aan zijn huwelijk buiten hem om in de media aandacht werd geschonken. Dat, zoals gedaagden hebben aangevoerd, ook [eiseres sub 1] als een publiek figuur moet worden aangemerkt wordt niet onderschreven. In dit verband is voldoende aannemelijk gemaakt dat [eiseres sub 1] op geen enkele wijze de publiciteit zoekt, behoudens in haar hoedanigheid van beeldend kunstenaar en dat zij alleen over haar privéleven naar buiten treedt als zij daarover op een voor haar onheuse wijze wordt aangesproken. Het enkele feit dat iemand een relatie heeft of gehuwd is met een persoon die publiciteit niet schuwt maakt die persoon zelf niet tot een publiek persoon, hoezeer wellicht ook (een deel van) het publiek nieuwsgierig zal zijn naar die partner. Ieder mens heeft er aanspraak op (uitsluitend) naar zijn eigen doen en laten te worden beoordeeld.

4.6. Ten aanzien van het karakter van de publicatie hebben eisers betoogd dat de publicatie niet moet worden gezien als een column, waarin aan de auteur een grotere mate van vrijheid toekomt dan in andere journalistieke genres. Daarin worden zij door de voorzieningenrechter niet gevolgd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet de gewraakte publicatie worden gezien als een satirisch bedoelde column. De opmerkingen over eisers zijn grotendeels niet gepresenteerd als (nieuws)feit en het merendeel van de passages zal door een gemiddelde lezer dan ook als een opinie van [gedaagde sub 2] worden opgevat. Bovendien wordt de mening van [gedaagde sub 2] over de leefwijze van [eiser sub 2] (en zijn echtgenote) op een spottende niet altijd serieuze manier gegeven. Als voorbeeld kan worden genoemd hetgeen [gedaagde sub 2] schrijft over de rectificatie van het artikel van 30 juni 2010, te weten: ‘Het zou me niet eens verbazen als (deze rectificatie, vzr.), ingelijst, achter zijn állergrootste vlam hangt: z’n lieve [x]’ en ‘In het verhaal dat rechtgezet moest worden, suggereerden we ten onrechte dat [eiser s[eiser sub 2] zijn [naam] achterna liep (…)’. Ook uit de opmerking over het verlies van de vaste parkeerplek bij de rechtbank blijkt dat [gedaagde sub 2] [eiser sub 2] in dit stuk op de hak neemt. Dat [gedaagde sub 2] tevens hoofdredacteur is van het weekblad Privé, dat eveneens door de Telegraaf wordt uitgegeven, betekent niet dat hij niet ook in sommige geschriften als columnist kan optreden.

4.7. Aan een dergelijke (satirische) column mogen volgens vaste jurisprudentie niet dezelfde hoge eisen worden gesteld als aan onderzoeksjournalistiek. Aan een auteur komt in een column een grotere mate van vrijheid toe om zijn persoonlijke mening te geven dan in andere journalistieke genres. Ook in een column is de auteur echter gebonden aan grenzen. Deze grenzen kunnen bijvoorbeeld overschreden worden indien de uitingen zijn gedaan met de bedoeling de ander te kwetsen of de bewoordingen met het oog op het te dienen belang nodeloos grievend zijn. Daarnaast is sprake van overschrijding van grenzen wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening kwalificaties bezigen of vergelijkingen treffen waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven of indien zij zich beroepen op feiten tot ondersteuning van hun mening terwijl die genoemde feiten niet bestaan. De vrijheid die aan een columnist toekomt geeft hem geen vrijbrief en maakt de door hem op de korrel genomen persoon niet vogelvrij.

4.8. Wat betreft de inhoud van de publicatie hebben eisers met name bezwaar gemaakt tegen de zinsnede ‘Je hoeft maar even te googelen of je ziet zijn naakte echtgenote in alles etalerende standjes op internet, waar ze zegt voor alles ‘in’ te zijn en zij tegelijkertijd suggereert minstens 10 jaar jonger te zijn’.

Deze zinsnede is feitelijk van aard, zowel in de bewoordingen als in de context waarin deze staat, te weten ná een opmerking over het merkwaardige privéleven van [eiser sub 2] en vóór de zinsnede ‘Zelf voost de crimefighter met een redactrice van RTL’s showbizzprogramma, met wie hij de hele wereld over reist.’, die eveneens feitelijk van aard is en aansluit bij eerdere publicaties over [eiser sub 2].

Een dergelijke mededeling van feitelijke aard moet, ongeacht of deze wordt gedaan in een column of op een andere wijze wordt gepubliceerd, op zijn waarheidsgehalte worden beoordeeld bij de hiervoor bedoelde afweging van belangen.

4.9. Gedaagden hebben voornoemde uitlating gebaseerd op een op de website ‘[website]’ geplaatste contactadvertentie met informatie over [eiseres sub 1] en op naaktfoto’s van [eiseres sub 1] die gedaagden van meerdere bronnen zouden hebben verkregen en die op het internet zouden circuleren.

In geschil is of gedaagden (op basis van deze informatie) tot het schrijven van voornoemde passage hadden mogen komen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat niet het geval. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.

Voor wat betreft ‘Je hoeft maar even te googelen of je ziet zijn naakte echtgenote in alles etalerende standjes op internet’ geldt dat hetgeen in deze zin wordt gezegd feitelijk onjuist is gebleken. Gedaagden hebben ook erkend dat je met googelen niet bij de naaktfoto’s van [eiseres sub 1] komt. Gedaagden beschikken uitsluitend over naaktfoto’s van [eiseres sub 1], die zij, naar zij stellen, van verschillende bronnen per e-mail toegestuurd hebben gekregen. Eisers hebben over deze foto’s verklaard dat het privéfoto’s betreffen die uit de mailbox van [eiser sub 2] zijn gestolen en dat gedaagden van die diefstal op de hoogte waren. Gelet op het artikel dat in 2007 in de Privé aan die diefstal is gewijd komt dit aannemelijk voor. Bovendien kan van de foto’s waarover gedaagden beschikken niet worden gezegd dat [eiseres sub 1] daarop ‘in alles etalerende standjes’ is te zien. Met ‘in alles etalerende standjes’ wordt, in samenhang met de zinsnede ‘waar ze zegt voor alles ‘in’ te zijn’ immers gesuggereerd dat daarbij sprake is van houdingen die bij seksuele handelingen worden aangenomen, maar bij de foto’s die aan de voorzieningenrechter zijn overgelegd, is daar geen sprake van, hoezeer wellicht door sommigen een enkele foto als ondeugend zal worden beschouwd. Eisers hebben door het tonen van een fotoboek uit 2008 waarin werk van [eiseres sub 1] is opgenomen aangetoond dat de foto’s zijn gebruikt als poses waarop zij in die periode in haar werk heeft voortgeborduurd en op geen enkele manier is aannemelijk geworden dat eisers beoogd hebben dat deze foto’s buiten de intimiteit van hun woning zouden worden gebracht. Dat die foto’s door een slordigheid van [eiser sub 2] in het bezit zijn gekomen van een derde, zoals gedaagden hebben aangevoerd, is, zeker nu gedaagden niets hebben aangevoerd over enig maatschappelijk belang dat gediend wordt met verwijzing naar die foto’s, geen rechtvaardiging om het bestaan daarvan (opnieuw) in de openbaarheid te brengen.

4.10. Dat [eiseres sub 1] op het internet zegt ‘voor alles in te zijn’ en ‘tegelijkertijd suggereert minstens 10 jaar jonger te zijn’ volgt volgens gedaagden uit het profiel dat zij op de website ‘[website]’ hebben aangetroffen. Gedaagden zijn er daarbij vanuit gegaan dat het profiel door [eiseres sub 1] zelf is opgesteld en geplaatst dan wel dat dit met haar toestemming is gebeurd. Daar hadden gedaagden echter niet zonder meer van uit mogen gaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat op het internet veel als waar wordt gepubliceerd, terwijl het onwaar is. Een ieder, en zeker een publicist, dient zich daarvan bewust te zijn en behoedzaam om te gaan met de verspreiding van berichten die hun oorsprong vinden op het internet, indien die verspreiding nadelig kan zijn voor derden. Zoals ter zitting door eisers aan de hand van een door hen op naam van de voorzieningenrechter aangemaakte contactadvertentie is getoond, kan op een eenvoudige wijze door een derde een contactadvertentie op een website worden geplaatst. Daarbij kunnen ook willekeurige foto’s worden afgebeeld. Het feit dat bij het profiel van [eiseres sub 1] ook foto’s van haar zijn geplaatst, maakt niet dat men er dan vanuit kan gaan dat het om een door [eiseres sub 1] zelf aangemaakt profiel gaat. Iedereen die over foto’s van een bepaalde persoon beschikt kan die foto’s immers op het internet zetten. Ook hier is weer relevant dat aannemelijk is dat gedaagden op de hoogte waren van het feit dat er foto’s uit de mailbox van [eiser sub 2] waren gestolen. Evenmin kan uit het feit dat de contactadvertentie maanden op de website van ‘[website]’ heeft gestaan de conclusie worden getrokken dat het dan wel om een door [eiseres sub 1] zelf aangemaakte contactadvertentie moet gaan. Van niemand kan worden verlangd dat hij regelmatig alle datingsites op het internet bezoekt om na te gaan of niet van hem of haar niet afkomstige gegevens op zijn of haar naam zijn gesteld.

Mocht het al zo zijn dat gedaagden ondanks de eerdere publicatie in de Privé er niet van op de hoogte waren of behoorden te zijn dat het om gestolen foto’s ging, dan had de beschikbare informatie, ook al omdat gedaagden wisten dat er ten aanzien van de leeftijd van [eiseres sub 1] een onjuistheid in de vermelde gegevens zat, voor gedaagden in ieder geval aanleiding moeten zijn om alvorens over de contactadvertentie te schrijven één en ander eerst bij eisers te verifiëren.

4.11. Een afweging van de belangen, zoals hiervoor onder 4.3 genoemd, leidt, gelet op voornoemde omstandigheden, tot het oordeel dat het recht van eisers op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer in dit geval zwaarder weegt dan het recht van gedaagden bij vrijheid van meningsuiting. [gedaagde sub 2] heeft de grenzen overschreden die hem als schrijver van een column zijn gegeven. De onder 4.8 omschreven passage van de publicatie over [eiseres sub 1] is dan ook onrechtmatig. Dit geldt temeer nu de denigrerende betekenis van deze passage nog eens wordt versterkt door de zinsnede ‘Zelf voost de crimefighter met een redactrice van RTL’s showbizzprogramma, met wie hij de hele wereld over reist.’, die verderop in de publicatie staat vermeld. Anders dan gedaagden ter zitting hebben betoogd, kunnen deze twee passages niet los van elkaar worden gezien en zal de lezer dit verband met het gedrag van [eiseres sub 1] zoals een regel eerder beschreven ook leggen.

Weliswaar heeft de onrechtmatige passage alleen betrekking op [eiseres sub 1], maar gelet op de context van de gehele publicatie, alsmede gelet op het feit dat het om de echtgenote van [eiser sub 2] gaat en deze zin slechts kan worden verklaard uit de behoefte om juist ook [eiser sub 2] te treffen, wordt de passage ook jegens [eiser sub 2] onrechtmatig geacht. Hoewel voor het overige de publicatie kenbaar is als een stuk waarin [gedaagde sub 2] probeert spits, uitdagend en satirisch bedoeld zijn mening over [eiser sub 2] aan zijn lezers te slijten, en in het kader van een beoordeling van de toelaatbaarheid daarvan in een column op zich zelf bezien, de passage over [eiseres sub 1] weggedacht, niet onrechtmatig kan worden beoordeeld, zal toch publicatie van het gehele stuk worden verboden, nu de passage over [eiseres sub 1] tot de kern van de publicatie behoort en de publicatie als één geheel moet worden beschouwd.

4.12. Gelet op het voorgaande is de gevraagde veroordeling om de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van de publicatie, zoals weergegeven onder 2.4, te staken en gestaakt te houden toewijsbaar. Dat van deze veroordeling mogelijk een chilling effect zal uitgaan op anderen die van hun vrijheid van meningsuiting gebruik willen maken, kan daaraan in dit geval niet afdoen. Van een ongebreidelde vrijheid van meningsuiting kan immers ook een chilling effect uitgaan, zodanig dat personen zich in hun doen en laten niet meer vrij voelen te handelen zoals zij wensen omdat zij moeten vrezen dat hun doen en laten zonder voldoende grond onder een vergrootglas kan worden gelegd en aan ongewenste publiciteit kan worden onderworpen. De publicatie is weliswaar reeds van de website verwijderd en gedaagden hebben toegezegd dat dit zo zal blijven, maar met deze enkele toezegging behoeven eisers geen genoegen te nemen.

4.13. Daarnaast wordt een vorm van rectificatie, dat als een effectief middel wordt gezien om de schade te beperken, op zijn plaats geacht, met dien verstande dat aan gedaagden niet zal worden opgedragen een rectificatie van de aangevochten publicatie in de strikte zin te publiceren, maar een mededeling te doen waaruit blijkt dat zij onrechtmatig jegens eisers hebben gehandeld, een en ander op de wijze als in het dictum te verwoorden.

4.14. Gedaagden zullen daarnaast worden veroordeeld Google en Yahoo opdracht te geven tot verwijdering van de gewraakte publicatie uit hun zoekmachines. Dat eisers, zoals gedaagden hebben aangevoerd, dit ook zelf kunnen doen, doet niet ter zake. Het zijn immers gedaagden die onrechtmatig hebben gehandeld.

4.15. De aan de veroordelingen te verbinden dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

4.16. Eisers hebben ten slotte een voorschot op schadevergoeding gevraagd van EUR 15.000,=. Een geldvordering is in kort geding alleen toewijsbaar, indien voldoende aannemelijk is dat de vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen en indien van de eisende partij niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de procedure afwacht.

4.17. Op grond van de hiervoor weergegeven omstandigheden is aannemelijk geworden dat eisers door de publicatie in hun persoonlijke levenssfeer zijn aangetast en dat zij daardoor immateriële schade hebben geleden. Gezien de ernst van de aantasting van de persoonlijke levenssfeer van eisers is voorshands voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure gedaagden veroordeeld zullen worden tot betaling aan eisers van een vergoeding wegens die immateriële schade. Het spoedeisend belang bij toewijzing van dit bedrag in kort geding als voorschot is hierin gelegen dat de functie van smartengeld tevens is gelegen in het geven van een prompte genoegdoening voor de vergaande inbreuk op hun privacy. Dit bedrag is dan ook toewijsbaar. Bij de vaststelling van dit bedrag is rekening gehouden met de ernst van de aantasting, alsmede met de schadebeperkende werking van de rectificatie. Nu het gedeelte van de publicatie dat onrechtmatig wordt geacht met name een aantasting van de persoonlijke levenssfeer van [eiseres sub 1] betreft, terwijl zij het publieke optreden niet zoekt, wordt aannemelijk geacht dat de bodemrechter aan haar tenminste het bedrag van EUR 5.000,= zal toekennen, zodat gedaagden in dit kort geding zullen worden veroordeeld bij wijze van voorschot tot betaling van dit bedrag aan [eiseres sub 1]. Verder is aannemelijk dat de bodemrechter aan [eiser sub 2], alle omstandigheden in aanmerking nemend, in het bijzonder diens plaats in de publieke sfeer, een lager bedrag ter vergoeding van immateriële schade zal toekennen. Gedaagden zullen daarom worden veroordeeld om aan hem bij wijze van voorschot het bedrag van EUR 2.500,= te betalen.

4.18. Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding EUR 90,81

- griffierecht 258,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.164,81

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt gedaagden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van de publicatie van [gedaagde sub 2], zoals onder 2.4 staat weergegeven, te staken en gestaakt te houden,

5.2. veroordeelt gedaagden om aan eisers een dwangsom te betalen van EUR 2.500,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken veroordeling voldoen, tot een maximum van EUR 50.000,= is bereikt,

5.3. veroordeelt gedaagden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis , gedurende 5 dagen, zonder enig commentaar op de Privé pagina van de website www.telegraaf.nl, met een duidelijke link in de linker onderwerpenkolom met rode letters op de openingspagina van de site, in zwarte letters op een witte achtergrond en in dezelfde omvang en uitvoering als de op 14 juli 2010 geplaatste rectificatie van een artikel over eisers, de volgende tekst te plaatsen:

“MEDEDELING OP LAST VAN DE VOORZIENINGENRECHTER TE AMSTERDAM

PUBLICATIE OVER [eisers]

Op onze website www.telegraaf.nl heeft van 15 januari 2011 tot 19 januari 2011 een publicatie van de hand van [gedaagde] gestaan over het privéleven van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2]. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 3 februari 2011 in kort geding geoordeeld dat deze publicatie jegens [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] onrechtmatig was omdat daarin een grievend beeld van [eiseres sub 1] werd geschetst waarvoor geen grondslag was te vinden in de door ons als feiten aangevoerde beweringen.’

Hoofdredacteur Privé Directie Telegraaf Media Nederland Landelijke Media B.V.”

5.4. veroordeelt gedaagden om aan eisers een dwangsom te betalen van EUR 2.500,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.3 uitgesproken veroordeling voldoen, tot een maximum van EUR 50.000,= is bereikt,

5.5. veroordeelt gedaagden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de zoekmachines Google en Yahoo aan te schrijven met het verzoek de onder 2.4 vermelde publicatie met spoed uit het cache geheugen te verwijderen omdat de publicatie onrechtmatig is, met een direct (per fax of digitaal) afschrift van die brief aan de raadsman van eisers,

5.6. veroordeelt gedaagden om aan eisers een dwangsom te betalen van EUR 1.000,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.5 uitgesproken veroordeling voldoen, tot een maximum van EUR 25.000,= is bereikt,

5.7. veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis aan [eiseres sub 1] te betalen een bedrag van EUR 5.000,= (zegge: vijfduizend euro) en aan [eiser sub 2] een bedrag van EUR 2.500,= (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro),

5.8. veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op EUR 1.164,81,

5.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.10. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.J. Peeters, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2011.