Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:BP3450

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
07-02-2011
Zaaknummer
456650 - HA ZA 10-1298
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen ingebrekestelling, geen verzuim

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 456650 / HA ZA 10-1298

Vonnis van 26 januari 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ECOSHOWER B.V.,

gevestigd te Laren,

eiseres,

advocaat mr. E.T. van den Hout te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMSTERDAM CITY CENTRE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. L.G.R.M. van der Meulen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Ecoshower en City Centre genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 augustus 2010 en de daarin genoemde stukken,

- het tussenvonnis van 13 oktober 2010, waarin een comparitie van partijen is bepaald,

- het proces-verbaal van comparitie van 25 november 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen partijen is medio oktober 2009 een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan Ecoshower 110 douchekoppen (“handdouche-sproeiers”) aan City Centre zou leveren (hierna te noemen: de overeenkomst).

2.2. Ecoshower heeft City Centre bij factuur van 1 november 2009 een bedrag van

EUR 8.297,88 (inclusief verzendkosten en btw) voor deze 110 douchekoppen in rekening gebracht. Ecoshower is hierbij uitgegaan van een prijs van EUR 63,20 (inclusief korting van 20% en exclusief btw) per douchekop.

2.3. Ecoshower heeft de overeenkomst bij e-mail van 3 november 2009 aan City Centre bevestigd, waarna zij de 110 douchekoppen op 10 december 2009 aan City Centre heeft geleverd.

2.4. Bij e-mail van 16 december 2009 heeft de heer [A] (hierna te noemen: [A]), directeur van City Centre, aan Ecoshower het volgende bericht:

“(…)

Met [B] (rechtbank: de heer [B] (hierna te noemen: [B])) gesproken over een bedrag van eind 30 euro. Laten we morgen even contact hebben (…)”

2.5. Op 8 januari 2010 heeft [A] Ecoshower opnieuw een e-mail gestuurd, waarin hij het volgende aan Ecoshower bericht:

“(…)

Wellicht is het zinnig om volgende week even bij elkaar te komen. De gestuurde nota komt niet overeen met de prijs welke ik met [B] besproken heb. Ik heb daar een keer een mail over gestuurd, maar geen antwoord gehad. Daarnaast zijn er negatieve berichten aangaande de bewuste douchekoppen (…).”

2.6. Na een reactie op deze e-mail van Ecoshower heeft [A] Ecoshower bij

e-mail van 20 januari 2010 het volgende bericht:

“(…)

[B] zal weten van een andere prijs; zo niet, maakt ook niet (meer) uit.

De tekst uit handen geven heeft naast mijn koudwatervrees over de kwaliteit mij nu al doen besluiten om geen douchekoppen af te gaan nemen. (…) De dozen met douchekoppen staan nog steeds verpakt klaar. Nu om retour te gaan. (…)”

2.7. City Centre heeft, zoals aangekondigd, de douchekoppen hierna aan Ecoshower geretourneerd.

2.8. Ecoshower heeft de vordering hierop uit handen gegeven aan haar advocaat, die City Centre bij brief van 25 januari 2010 in gebreke heeft gesteld. In reactie op deze ingebrekestelling heeft de advocaat van City Centre bij brief van 2 februari 2010 aan Ecoshower bericht dat de overeenkomst inmiddels zou zijn ontbonden. Dit heeft de advocaat van City Centre bij brief van 22 februari 2010 herhaald.

2.9. City Centre is niet tot betaling van de onder 2.2. vermelde factuur overgegaan.

3. Het geschil

3.1. Ecoshower vordert samengevat - veroordeling van City Centre tot betaling van EUR 8.297,88, vermeerderd met de reeds verschenen wettelijke handelsrente ad

EUR 328,46 en de nog te verschijnen wettelijke handelsrente vanaf 23 maart 2010 tot de datum der algehele voldoening. Daarnaast vordert Ecoshower veroordeling van City Centre tot betaling van de door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten ad EUR 1.293,95 en de proceskosten.

3.2. Ecoshower legt - tegen de achtergrond van de hiervoor onder 2 opgesomde feiten - aan haar vordering ten grondslag dat zij haar verplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen door City Centre de overeengekomen 110 douchekoppen te leveren, zodat City Centre gehouden is tot betaling van de daartegenover staande prijs.

3.3. City Centre voert als meest verstrekkende verweer aan dat zij de overeenkomst reeds heeft ontbonden wegens non-conformiteit van de douchekoppen. De non-conformiteit bestaat daaruit dat de in rekening gebrachte prijs hoger is dan de prijs die aan haar is aangeboden. Daarnaast bezitten de douchekoppen niet de eigenschappen waarvan City Centre mocht uitgaan, in die zin dat de douchekoppen niet de gewenste waterbesparing bewerkstelligen.

Indien Ecoshower nog een vordering op haar zou hebben dan kan deze volgens City Centre niet zien op de waarde van de douchekoppen, nu zij de douchekoppen aan Ecoshower heeft geretourneerd. De vordering van Ecoshower zou dus lager moeten zijn dan nu het geval is, aldus steeds City Centre.

4. De beoordeling

4.1. Wanneer nakoming niet tijdelijk of blijvend onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas nadat de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW)).

4.2. Dat nakoming van de overeenkomst blijvend of tijdelijk onmogelijk was, is gesteld noch gebleken, zodat Ecoshower in verzuim diende te zijn voordat City Centre de overeenkomst mocht ontbinden. Zoals blijkt uit de artikelen 6:81 en 6:82 lid 1 BW is voor het intreden van dit verzuim in beginsel vereist dat de schuldenaar in gebreke wordt gesteld door middel van een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn tot nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Daarnaast kan het verzuim zonder ingebrekestelling intreden indien zich één van de in artikelen 6:82 lid 2 en 6:83 BW genoemde uitzonderingssituaties voordoet.

4.3. Nu Ecoshower - onweersproken - heeft betoogd dat City Centre haar niet in gebreke heeft gesteld en City Centre geen gronden heeft aangevoerd op grond waarvan kan worden aangenomen dat het verzuim van Ecoshower zonder ingebrekestelling is ingetreden, is Ecoshower niet in verzuim geraakt. City Centre was dus niet bevoegd de overeenkomst te ontbinden, zodat het beroep op ontbinding van de overeenkomst van City Centre faalt.

4.4. Daarnaast had City Centre ook geen grond voor ontbinding. Ook al zou juist zijn dat City Centre een andere (lagere) prijs voor de douchekoppen met Ecoshower is overeengekomen (waarover hieronder meer), dan nog betekent dit niet dat de douchekoppen non-conform zijn. Het gaat bij de prijs immers niet om eigenschappen van de zaak die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.

Verder is ter comparitie gebleken dat de gestelde non-conformiteit alleen gebaseerd is op - niet nader onderbouwde - berichten van relaties van City Centre, die niet tevreden waren over de douchekoppen van Ecoshower. City Centre heeft, zo is tijdens de comparitie ook gebleken, de geleverde douchekoppen niet uit de verpakking gehaald of getest. Of de douchekoppen al dan niet de gewenste waterbesparing opleverden is nooit zelf door City Centre geconstateerd, zodat het beroep op de non-conformiteit als niet onderbouwd wordt verworpen.

4.5. Nu de overeenkomst niet door City Centre is ontbonden en dus nog tussen partijen van kracht is, richt het geschil zich op de vraag welk bedrag City Centre voor de 110 douchekoppen aan Ecoshower moet betalen.

4.6. Ecoshower heeft hierover aangevoerd dat zij een luxe en een eenvoudig type douchekop verkoopt en dat beide typen tijdens aan de overeenkomst voorafgaande gesprekken met City Centre aan de orde zijn geweest. City Centre heeft na het testen van beide typen douchekoppen uiteindelijk niet voor het eenvoudige type van EUR 42,00 (inclusief korting en exclusief btw) gekozen, maar voor het luxe type van EUR 63,20 (inclusief korting en exclusief btw), zodat City Centre gehouden is om deze prijs per douchekop te betalen. Bij deze gesprekken heeft [A] ook steeds de prijslijsten van de douchekoppen onder ogen gehad, aldus Ecoshower.

4.7. Gelet op dit gemotiveerde betoog van Ecoshower had het op de weg van City Centre gelegen om haar stelling dat zij een lagere prijs dan EUR 63,20 per douchekop met Ecoshower is overeengekomen nader te onderbouwen. Dit geldt temeer waar [A] in de hiervoor onder 2.4. genoemde e-mail schrijft dat een prijs van eind EUR 30 is overeengekomen en bij conclusie van antwoord wordt aangevoerd dat een prijs van

EUR 42,00 per douchekop is overeengekomen. Dat [A] bij de comparitie afwezig was en geen nadere toelichting op het standpunt van City Centre heeft kunnen geven, komt in het licht van het bepaalde in artikel 88 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voor rekening van City Centre. Daarbij komt dat City Centre pas anderhalve maand na ontvangst van de factuur, te weten op 16 december 2009, voor het eerst tegenover Ecoshower over de prijs heeft geklaagd. Wanneer een hoger bedrag wordt gefactureerd dan is overeengekomen mag worden verwacht dat hierover bij het ontvangen van de factuur wordt geklaagd.

Nu een nadere onderbouwing door City Centre achterwege is gebleven zal het standpunt van City Centre, dat een prijs van EUR 42,00 per douchekop is overeengekomen, als onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd.

4.8. City Centre is dan ook gehouden om een prijs van EUR 63,20 exclusief btw per douchekop aan Ecoshower te betalen, zodat de vordering tot betaling van de hoofdsom van EUR 8.297,88 zal worden toegewezen. Dat City Centre de douchekoppen inmiddels aan Ecoshower heeft geretourneerd doet hier, anders dan City Centre betoogt, niet aan af. Ecoshower heeft recht op nakoming van de overeenkomst. Dat City Centre de douchekoppen na levering heeft geretourneerd kan zij niet aan Ecoshower tegenwerpen.

Het staat haar vrij om, na voldoening van de onderhavige vordering, de douchekoppen bij Ecoshower op te halen.

4.9. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voorwerk II - worden afgewezen. Uit de door Ecoshower gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Ecoshower vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

4.10. De gevorderde rente zal als overigens niet weersproken worden toegewezen.

4.11. City Centre zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Ecoshower worden begroot op:

- dagvaarding EUR 83,13

- vast recht 314,00

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.165,13

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt City Centre om aan Ecoshower te betalen een bedrag van EUR 8.626,34 (achtduizendzeshonderdzesentwintig euro en vierendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over EUR 8.297,88 vanaf 23 maart 2010 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt City Centre in de proceskosten, aan de zijde van Ecoshower tot op heden begroot op EUR 1.165,13,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2011.?