Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2011:732

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-01-2011
Datum publicatie
08-07-2015
Zaaknummer
AWB 10-1690 WET
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

wet veiligheidsonderzoeken – weigering verklaring van geen bezwaar

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties zich op basis van de resultaten van het onderzoek van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in redelijkheid kunnen besluiten het in geding zijnde gegeven niet als een jeugdzonde als bedoeld in de beleidsregel te bestempelen, omdat het een geweldsdelict betreft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10/1690 WET

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde mr. M.L. van Gaalen,

en

de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties,

verweerder,

verweerder,

gemachtigde mr. J.A.C. Verbeek.

Procesverloop

Bij besluit van 30 oktober 2009 heeft verweerder geweigerd om eiseres een verklaring van geen bezwaar betreffende de vervulling van een vertrouwensfunctie op een Nederlandse burgerluchthaven te verstrekken, omdat er volgens verweerder onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat eiseres de vertrouwensfunctie in alle opzichten naar behoren zal vervullen.

Bij besluit van 8 maart 2010 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 januari 2010.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde.

Overwegingen

1. feiten en omstandigheden

1.1.

Op 26 augustus 2009 is eiseres door het ROC Amsterdam Airport aangemeld voor een veiligheidsonderzoek in verband met een door haar geambieerde vertrouwensfunctie als bedoeld in de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) op een Nederlandse burgerluchthaven.

1.2.

Naar aanleiding van een uitgevoerd veiligheidsonderzoek door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft verweerder geweigerd eiseres een verklaring van geen bezwaar te verstrekken. Verweerder heeft aan deze - bij het bestreden besluit gehandhaafde - weigering ten grondslag gelegd dat in het uittreksel uit de justitiële documentatie staat vermeld dat eiseres op 27 september 2007 door de kinderechter te Amsterdam is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur subsidiair 50 dagen jeugddetentie, waarvan 40 uur susidiair 20 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar voor medeplegen van een poging tot zware mishandeling en openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen op 25 juni 2006 te Amsterdam. Dit zijn, zo stelt verweerder, strafbare feiten die genoemd worden in de Beleidsregel vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken op de burgerluchthavens (hierna: de Beleidsregel) als strafbare feiten waar in het bijzonder op moet worden gelet. Het medeplegen van een poging tot zware mishandeling en het openlijk met verenigde krachten plegen van geweld tegen personen zijn niet verenigbaar met een vertrouwensfunctie in de burgerluchtvaart, waarin wordt verwacht dat men zich op een zodanige wijze gedraagt dat de veiligheid van personen op geen enkele wijze in gevaar wordt gebracht.

1.3.

Voorts stelt verweerder vast dat eiseres ten tijde van de strafbare feiten waarvan zij wordt verdacht minderjarig was. Verweerder overweegt dat in de toelichting op de Beleidsregel wordt gesteld dat strafrechtelijke gegevens die voor het bereiken van de achttienjarige leeftijd zijn vastgelegd doorgaans kunnen worden aangemerkt als jeugdzonden. Gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) bestaat er volgens verweerder echter beoordelingsruimte om zulke strafrechtelijke gegevens wegens, onder andere de aard en zwaarte van de delicten, niet aan te merken als jeugdzonden. Nu het gaat om delict waarbij geweld is gebruikt kunnen de strafbare feiten volgens verweerder niet als jeugdzonden worden aangemerkt.

1.4.

Eiseres stelt dat sprake is geweest van een eenmalige ontsporing in de persoonlijke sfeer die dient te worden beschouwd als een jeugdzonde. Zij wijst er op dat zij ten tijde van het delict 13 jaar oud was, inmiddels is zij 18 jaar oud. Zij heeft sedertdien geen politiecontacten gehad. Eiseres heeft de verklaring van geen bezwaar nodig om de opleiding luchtvaartdienstverlening af te ronden.

2. wettelijk kader

2.1.

Op grond van 7, eerste lid, van de Wvo - voor zover hier van belang - wordt, alvorens een verklaring wordt afgegeven of geweigerd, ten aanzien van de betrokken persoon door de AIVD een veiligheidsonderzoek ingesteld. Uit het tweede lid van dit artikel volgt dat het veiligheidsonderzoek het instellen van een onderzoek naar gegevens die uit het oogpunt van de nationale veiligheid van belang zijn voor de vervulling van de desbetreffende vertrouwensfunctie, omvat. Hierbij wordt onder meer gelet op gegevens betreffende overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden, naar aanleiding waarvan betwijfeld mag worden of de betrokkene de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten onder alle omstandigheden getrouwelijk zal volbrengen.

2.2.

Ingevolge artikel 8, tweede lid, van de Wvo kan een verklaring slechts worden geweigerd indien onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat de betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen of indien het veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens heeft kunnen opleveren om daarover een oordeel te geven.

3. inhoudelijke beoordeling
3.1. Verweerder is bevoegd een verklaring van geen bezwaar te weigeren indien onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat de betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen. Verweerder komt bij de beoordeling of onvoldoende waarborgen aanwezig zijn beoordelingsvrijheid toe die door de rechter terughoudend dient te worden getoetst.

3.2.

Uit de toelichting bij de door verweerder ontwikkelde en gepubliceerde Beleidsregel blijkt dat gegevens die zijn vastgelegd voordat de betrokken persoon de leeftijd van 18 jaar bereikte, doorgaans kunnen worden gezien als gegevens betreffende jeugdzonden. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 3 mei 2006, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer AW7348) duidt het in de toelichting op artikel 1 van de Beleidsregel opgenomen woord "doorgaans" erop dat de minister een gegeven dat is vastgelegd voordat de betrokkene de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, niet in alle gevallen aanmerkt als een jeugdzonde. De minister heeft zich de ruimte voorbehouden om ook als de betrokkene ten tijde van de gedragingen waarop de hem tegengeworpen justitiële gegevens betrekking hebben de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, bij afweging van de betrokken belangen tot een weigering van de verklaring te komen.

3.3.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op basis van de resultaten van het onderzoek van de AIVD in redelijkheid kunnen besluiten het in geding zijnde gegeven niet als een jeugdzonde als bedoeld in de beleidsregel te bestempelen, omdat het een geweldsdelict betreft.

3.4.

Voorts acht de rechtbank het uitgangspunt van verweerder dat het belang van de nationale veiligheid, bij afweging van de betrokken belangen, zwaarder dient te wegen dan de persoonlijke belangen van degene die de vertrouwensfunctie vervult, gelet op het bijzondere karakter van een dergelijke functie, niet onredelijk. Zoals de Afdeling meermalen heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 9 april 2008, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer BC9032, is het niet kunnen vervullen van een vertrouwensfunctie door de betrokkene die niet beschikt over een verklaring van geen bezwaar inherent aan het systeem van de Wvo en moeten diens daarmee samenhangende belangen worden geacht daarin te zijn verdisconteerd. De door eiseres gestelde omstandigheid dat zij haar opleiding zal moeten beëindigen, kan niet als zodanig bijzonder worden aangemerkt, dat verweerder op grond hiervan van het door hem gehanteerde beleidsuitgangspunt had moeten afwijken.

3.5.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep ongegrond zal worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.A.G. de Vries, rechter, in tegenwoordigheid van
B.O. Schaafsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2011.

De griffier,

De rechter,

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Afschrift verzonden op:

D: C

SB