Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BZ3653

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
08-03-2013
Zaaknummer
AWB 09/2409 WMO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WMO.

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen aanleiding eiseres meer uren huishoudelijke verzorging toe te kennen en in een hogere klasse in te delen. Verweerder mocht daarbij afgaan op het advies van het CIZ. Eiseres heeft niet onderbouwd waarom verweerder in haar geval per taak meer uren zou moeten toekennen dan in de Beleidsregels als normering is opgenomen. Ten aanzien van het toekennen van compensatie voor het bereiden van maaltijden heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege medische dan wel praktische redenen geen gebruik kan maken van een voorliggende voorziening. Eiseres heeft ten slotte geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht die verweerder aanleiding hadden dienen te geven tot toepassing van de hardheidsclausule.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/2409 WMO

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres],

wonende te [plaats],

eiseres,

gemachtigde mr. E. Stap,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde mr. J.C. Smit.

Procesverloop

Bij besluit van 19 februari 2009 heeft verweerder eiseres geïndiceerd voor hulp bij het

huishouden gedurende zes uur per week.

Bij besluit van 16 april 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van

19 februari 2009 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 april 2010.

Eiseres is ter zitting vertegenwoordigd door mr. J.W.F. Meninck. Verweerder is

vertegenwoordigd door mr. J.C. Smit.

Overwegingen

1. Feiten en omstandigheden

1. .1. Eiseres heeft op 23 december 2008 een aanvraag ingediend voor hulp bij het

huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo).

1.2. Ter beoordeling van deze aanvraag heeft verweerder het Centrum Indicatiestelling

Zorg (hierna: CIZ) verzocht om advies. Het CLZ heeft op grond van medisch onderzoek

vastgesteld dat eiseres vanwege ziekte beperkingen ondervindt ten aanzien van de uitvoering

van huishoudelijk werk.

1.3. Het CIZ heeft vervolgens een positieve indicatie voor overname van het zwaar

huishoudelijk werk, onderhoud textiel/de was en het licht huishoudelijk werk afgegeven voor

in totaal 6 uur per week. Hierdoor komt eiseres uit in indicatieklasse 3.

2. Wettelijk kader

2.1. Op grond van artikel 1 , aanhef en onder u, van de Verordening voorzieningen

maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Amsterdam (hierna: de Verordening)

wordt onder “hulp bij het huishouden” verstaan — voor zover hier van belang — het

ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het

huishouden in verband met een somatische beperking die leidt tot het disfunctioneren van de

verzorging van het huishouden van de persoon met beperkingen, te verlenen door een

instelling.

2.2. Op grond van artikel 21 , eerste lid, van de Verordening verstrekt het college alleen

een individuele voorziening voor hulp bij het huishouden ter compensatie van aantoonbare

beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden.

2.3. Op grond van artikel 22 van de Verordening wordt de omvang van de

huishoudelijke verzorging uitgedrukt in klassen, waarbij — voor zover hier van belang — de

volgende klassen met de daarbij behorende uren kunnen worden toegekend:

(...)

Klasse 2: 2 tot en met 3.9 uur per week:

Klasse 3: 4 tot en met 6.9 uur per week;

Klasse 4: 7 tot en met 9.9 uur per week:

(...)

2.4. Op grond van artikel 35 van de Verordening kan het college in bijzondere gevallen

ten gunste van de persoon met beperkingen afwijken van de bepalingen van deze

verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegend aard

leidt.

3. Inhoudelijke beoordeling

3.1. Eiseres stelt zich in hoofdzaak op het standpunt dat zij in een hogere klasse dient te

worden ingedeeld, aangezien de door verweerder toegekende hulp niet voldoende aansluit bij

haar gezondheid en leefomstandigheden.

3.2. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen aanleiding eiseres meer uren toe te

kennen en in een hogere klasse in te delen. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

3.3. Verweerder heeft de toekenning gebaseerd op het advies van het CIZ. Dit advies is

tot stand gekomen na een medisch onderzoek door medisch adviseur [A]. Deze heeft

informatie opgevraagd bij de huisarts en eiseres ook persoonlijk gezien en gesproken op het

spreekuur. Bovendien heeft de medisch adviseur acht geslagen op röntgeninformatie uit het

Slotervaart-ziekenhuis.

3.4. Naar het oordeel van de rechtbank is het advies van het CIZ op objectieve wijze,

inzichteljk en zorgvuldig opgesteld. De rechtbank stelt vast dat het advies concludent is en

geen onjuiste feiten bevat. Ook anderszins geeft het advies door de wijze waarop het is

opgesteld geen aanleiding te twijfelen over de juistheid van de daarin verwoorde conclusie.

Eiseres heeft zelf ook geen medische stukken ingebracht die doen twijfelen aan die juistheid.

Verweerder heeft zich daarom bij de beoordeling van de aanvraag op het advies van het CIZ

mogen baseren.

3.5. Verweerder heeft in een bijlage bij hoofdstuk 3: “Normering hulp bij het

huishouden” van de Beleidsregels voor de voorzieningen uit de Verordening voorzieningen

maatschappelijke ondersteuning (Hierna: de Beleidsregels) een normering opgenomen voor

hulp bij het huishouden. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres op grond van deze in de

Beleidsregels opgenomen normering de maximale hoeveelheid uren toegekend heeft

gekregen voor de voor haar geïndiceerde taken. Eiseres heeft niet onderbouwd waarom

verweerder in haar geval per taak meer uren zou moeten toekennen dan in de Beleidsregels

als normering is opgenomen.

3.6. Voor zover eiseres bedoeld heeft dat zij ook in aanmerking dient te komen voor

compensatie voor het bereiden van maaltijden is de rechtbank van oordeel dat verweerder

zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het bestaan van een voorliggende voorziening

(zoals maaltijddiensten) aan de toekenning daarvan in de weg staat. Eiseres heeft niet

aannemelijk gemaakt dat zij daarvan vanwege medische dan wel praktische redenen geen

gebruik kan maken. Zoals verweerder ter zitting heeft toegelicht wordt door de

maaltijddienst rekening gehouden met diverse individuele wensen, zoals halalbereiding en

maaltijden voor diabetici, zodat ook dat er niet aan in de weg hoeft te staan dat eiseres van

deze voorziening gebruik kan maken.

3.7. Tot slot heeft eiseres geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht die

verweerder aanleiding hadden dienen te geven tot toepassing van de hardheidsclausule.

3.8. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eiseres niet

kan slagen. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

3.9. Voor een veroordeling in de proceskosten of een vergoeding van het griffierecht

bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Th. van der Windt, rechter, in aanwezigheid van

mr. P.H. Broier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2010.

de griffier de rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Afschrift verzonden op: 08 juni 2010

D: C

SB