Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BV8025

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-01-2010
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
DX09-141
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease. Recht van echtgenote om de lease-overeenkomst te vernietigen op basis van art. 1:88 BW verjaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

zaak- en rolnummer: 1031617 DX EXPL 09-141

vonnis van: 6 januari 2010

f.no.: 605

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

verweerster,

wonende te Emmeloord,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

nader te noemen Verweerster,

gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),

t e g e n

de naamloze vennootschap Dexia Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

nader te noemen Dexia,

gemachtigde: Swier & Van der Weijden Gerechtsdeurwaarders.

De procedure

In de hoofdzaak en in het incident

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van Verweerster van 9 maart 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord van Dexia tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Rv., met producties;

- de incidentele conclusie van antwoord van Verweerster;

- het tussenvonnis, tevens vonnis in het incident, van 19 augustus 2009, waarbij de incidentele vordering van Dexia is afgewezen en een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie tevens getuigenverhoor van 21 september 2009, met de daarin genoemde stukken;

- de conclusie na enquête van Verweerster, met een productie;

- de conclusie na enquête van Dexia.

1.2.Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

In de hoofdzaak en in het incident

2.De feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

2.1.Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio-Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio-Lease). Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.2De echtgenoot van Verweerster, naam Echtgenoot van verweerster (hierna: Echtgenoot van verweerster) heeft de volgende lease-overeenkomst (hierna: de lease-overeenkomst) ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd Termijnbedrag

59205488 30-10-2001 Korting Kado € 9.621,23 120 mnd. € 46,49 per mnd.

2.3.In totaal heeft Echtgenoot van verweerster op grond van de lease-overeenkomst € 2.092,05 aan termijnbetalingen aan Dexia betaald en heeft Dexia € 309,62 aan Echtgenoot van verweerster uitgekeerd.

2.4.Per 23 februari 2006 heeft Dexia met betrekking tot de lease-overeenkomst een eindafrekening opgesteld volgens welke Echtgenoot van verweerster nog € 3.043,28 verschuldigd was. Dit bedrag is verminderd met de Duisenbergkorting, waarna Dexia de resterende vordering ad

€ 2.981,04 heeft gecedeerd aan Varde Investments (Ireland) Limited (hierna: Varde).

2.5.Verweerster heeft Echtgenoot van verweerster, met wie zij ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst was gehuwd, geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomst.

2.6.Echtgenoot van verweerster heeft op 9 juni 2003 een zogenoemde “Overeenkomst Dexia Aanbod” (hierna: het Dexia Aanbod) ondertekend. Deze overeenkomst bood Echtgenoot van verweerster bepaalde mogelijkheden voor de wijze waarop een eventuele restschuld na het einde van de looptijd van een lease-overeenkomst kon worden voldaan.

2.7.Het Dexia Aanbod (waarin Echtgenoot van verweerster als “Deelnemer” wordt aangeduid) luidt – voor zover van belang – als volgt:

“Artikel 1 Algemene Bepalingen

[ ]

DA-Effectenlease-overeenkomst: Dexia Aanbod Effectenlease-overeenkomst: de effectenlease-overeenkomst(en) tussen Deelnemer en Dexia waarvoor het Dexia Aanbod geldt [ ]

NDA-Effectenlease-overeenkomst: Niet Dexia Aanbod Effectenlease-overeenkomst: de (eventuele) effectenlease-overeenkomst(en) tussen Deelnemer en Dexia waarvoor de verruimde mogelijkheden van het Dexia Aanbod niet gelden [ ]

[ ]

Artikel 5 Verklaringen van Deelnemer en afstand van recht

Artikel 5.1 Verklaringen van Deelnemer

5.1.1. Deelnemer verklaart dat hij een eventueel door of namens hem tegen Dexia [ ] gerichte klacht die betrekking heeft op, of verband houdt met, die effectenlease-overeenkomst(en) intrekt of doet intrekken.

5.1.2. Deelnemer verklaart dat hij terzake van de DA-Effectenlease-overeenkomst(en) en/of de NDA-Effectenlease-overeenkomst(en) afstand doet van alle door of namens hem of te zijnen behoeve door derden jegens Dexia [ ] gepretendeerde rechten (met inbegrip van maar niet beperkt tot enig recht op schadevergoeding of vernietiging) uit hoofde van of verband houdende met die effectenlease-overeenkomst(en) [ ].

5.1.3. Deelnemer verklaart dat hij op geen enkele wijze een beroep zal doen op een eventueel in het kader van of samenhangende met een groepsactie in de zin van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek tegen Dexia en/of enige tussenpersoon te wijzen rechterlijke uitspraak die betrekking heeft op of verband houdt met effectenlease. [ ]

5.1.4. Deelnemer verklaart dat hij rechthebbende is ten aanzien van de in de artikelen 5.1.1, 5.1.2 en 5.1.3 bedoelde vorderingen en rechten en dat hij ook overigens alle bevoegdheden bezit die zijn vereist om bovengenoemde verklaringen effectief te kunnen afleggen.

[ ]”.

2.8.Verweerster heeft het Dexia Aanbod niet ondertekend.

2.9.Bij brief van 18 juli 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft Verweerster met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomst vernietigd.

3.Vorderingen Verweerster

3.1Verweerster vordert dat bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat de lease-overeenkomst door de vernietigingsbrief buitengerechtelijk is vernietigd, althans deze te vernietigen, en Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen in het kader van de lease-overeenkomst is betaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag van algehele terugbetaling. Voorts vordert Verweerster dat Dexia de registratie van Echtgenoot van verweerster bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel ongedaan maakt. Ten slotte vordert Verweerster Dexia te veroordelen tot betaling van de (werkelijke) proceskosten.

4.Standpunten Verweerster

4.1Verweerster stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomst moet worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus haar toestemming behoefde ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat zij deze (schriftelijke) toestemming niet heeft verleend, heeft zij de lease-overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen.

5.Standpunten Dexia

5.1.Dexia betwist de vorderingen van Verweerster. Daartoe voert zij, voor zover voor de beoordeling van belang, allereerst aan dat de vordering van Verweerster dient te worden afgewezen omdat Echtgenoot van verweerster het Dexia Aanbod heeft aanvaard. Ten slotte stelt Dexia dat de vordering tot vernietiging van de lease-overeenkomst op grond van artikel 1:88 jo. 1:89 BW is verjaard.

6.Beoordeling

Dexia Aanbod

6.1.Zoals hierboven al is vastgesteld, is het Dexia Aanbod wel door Echtgenoot van verweerster, maar niet door Verweerster ondertekend. Door de ondertekening van deze overeenkomst heeft Echtgenoot van verweerster weliswaar afstand gedaan van zijn rechten, maar niet van de rechten van Verweerster. Het recht om de lease-overeenkomst op grond van artikel 1:89 BW te vernietigen komt immers slechts de niet-handelende echtgenoot toe, zodat de handelende echtgenoot van dat recht geen afstand kan doen. Bovendien verzet ook reeds de aard van artikel 1:88 BW zich ertegen dat de handelende echtgenoot door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst met betrekking tot een overeenkomst waarop artikel 1:88 BW betrekking heeft het beroep op de vernietigbaarheid van die overeenkomst op grond van artikel 1:89 BW van de andere echtgenoot onmogelijk maakt. Hiermee zou immers de aan artikel 1:88 BW ten grondslag liggende beschermingsgedachte worden ondergraven. Het Dexia Aanbod ligt derhalve niet aan toewijzing van de vorderingen in de weg.

Huurkoop en artikel 1:88/1:89 BW

6.2.Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008, (LJN BC2837) wordt de onderhavige overeenkomst aangemerkt als huurkoop. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomst van toepassing is, zodat Echtgenoot van verweerster voor het aangaan van de lease-overeenkomst de toestemming van Verweerster behoefde. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende deze toestemming ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had Verweerster de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

Verjaring

6.3.Dexia beroept zich er op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer Verweerster bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomst.

6.4.Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

6.5.Dexia heeft ter onderbouwing van haar beroep op verjaring aangevoerd dat Verweerster van de lease-overeenkomst op de hoogte moet zijn geweest vanaf het moment dat deze werd aangegaan omdat het in Nederlandse gezinsverhoudingen gebruikelijk is dat beleggingsbeslissingen zoals het aangaan van effectenlease-overeenkomsten met medeweten en instemming van beide partners worden genomen. Daarnaast heeft Dexia aangevoerd dat de termijnen van de lease-overeenkomst zijn betaald vanaf een en/of rekening die op naam stond van zowel Echtgenoot van verweerster als Verweerster.

6.6.Verweerster heeft hier tegenover gesteld dat zij pas omstreeks 1 juli 2005 door haar echtgenoot op de hoogte is gesteld van het bestaan van de lease-overeenkomst. Verweerster heeft erkend dat de betalingen voor de lease-overeenkomst werden gedaan vanaf een en/of rekening, maar stelt ook dat zij desondanks niet wist van de lease-overeenkomst omdat haar echtgenoot de financiële zaken van het huishouden beheerde en zij zich daarmee niet bemoeide.

6.7.Zoals de kantonrechter op de comparitie heeft aangegeven, wettigen de door Dexia aangevoerde feiten en omstandigheden het (bewijs)vermoeden dat Verweerster eerder dan drie jaar voor het versturen van de vernietigingsbrief wetenschap heeft gehad van het bestaan van de lease-overeenkomst. Het is dan aan Verweerster om tegen dit vermoeden tegenbewijs bij te brengen. Daartoe heeft Verweerster zichzelf en Echtgenoot van verweerster doen horen als getuigen.

6.8.In dit getuigenverhoor heeft Verweerster verklaard dat zij en haar echtgenoot twee en/of rekeningen hebben. De rekening die eindigt op 111348 hebben ze vanaf 1970 en deze wordt voornamelijk door Echtgenoot van verweerster gebruikt. Later heeft Verweerster ook een en/of rekening gekregen, dat is de rekening bij de SNS bank die eindigt op 193. Verweerster heeft verklaard dat de 11348 rekening de gewone huishoudrekening is waarvan zij de boodschappen deed en dat zij daarom ook pinde van deze rekening. Verweerster heeft verklaard wel eens naar de bankafschriften te hebben gekeken, maar alleen omdat zij dan wilde weten hoeveel geld er nog was. Verweerster keek alleen naar het saldo, de rest interesseerde haar niet. Haar echtgenoot regelde het allemaal.

6.9.Verweerster heeft desgevraagd verklaard dat zowel haar echtgenoot als zijzelf wel eens de post van de mat pakt en deze vervolgens op tafel legt. Verweerster heeft verklaard niet te weten of daar wel eens post van Dexia of Legio-Lease bij zat.

6.10.Over het moment dat Echtgenoot van verweerster haar over de lease-overeenkomst vertelde heeft Verweerster verklaard dat dat ongeveer in 2005 was. Volgens Verweerster wist haar echtgenoot toen dat hij het niet meer alleen kon doen en moest hij het haar wel vertellen. Verweerster weet nog goed weet dat zij toen best kwaad was en dat zij heeft gefoeterd.

6.11.Echtgenoot van verweerster heeft verklaard dat hij de lease-overeenkomst heeft afgesloten naar aanleiding van een advertentie of folder van Legio-Lease. De risico’s waren hem niet volledig bekend. Hij heeft het niet met zijn echtgenote besproken; hij kon dat alleen beslissen, voor Fl. 100,- per maand vond hij dat dat wel kon.

6.12.Echtgenoot van verweerster heeft tevens verklaard dat hij kostwinner was en dat Verweerster de boodschappen deed en daarbij pinde van de en/of rekening met nummer 11348, waarvan ook Legio-Lease betaald werd. De bankafschriften werden meestal door Echtgenoot van verweerster opgeborgen maar mogelijk heeft Verweerster ook wel eens geholpen.

6.13.Over het moment waarop hij zijn echtgenote over de lease-overeenkomst heeft verteld heeft Echtgenoot van verweerster verklaard dat dat was toen hij naar Leaseproces was gegaan en dat het niet zo prettig was toen hij het Verweerster vertelde.

6.14.Gelet op hetgeen de getuigen hebben verklaard en hetgeen partijen hierover in hun conclusies na enquête hebben opgemerkt is Dexia naar het oordeel van de kantonrechter geslaagd in het bewijs van haar stelling dat Verweerster eerder dan drie jaar voor 18 juli 2005 op de hoogte was van het bestaan van de lease-overeenkomst. Uit het door Verweerster aangevoerde bewijs zijn geen concrete omstandigheden naar voren gekomen die aannemelijk zouden maken dat Verweerster – anders dan reeds bij wijze van bewijsvermoeden aangenomen – niet bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomst tot aan 2005. Vanaf het begin van de lease-overeenkomst (oktober 2001) is immers maandelijks een bedrag van ongeveer fl. 100,- van de en/of rekening van Echtgenoot van verweerster en Verweerster afgeschreven. Verweerster heeft verklaard dat zij wel eens naar de bankafschriften keek en dat zij ook wel post zag. Hierdoor is niet aannemelijk dat Verweerster daarbij de regelmatig terugkerende betalingen aan Dexia niet zou hebben gezien of dat haar niet zou zijn opgevallen dat haar man met enige regelmaat post van Dexia ontving. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat Verweerster op enig moment voor 18 juli 2002 door kennisname van de bankafschriften, al dan niet in combinatie met het zien van poststukken van Dexia, van het bestaan van een overeenkomst met Dexia op de hoogte is geraakt. Dat haar man het bestaan van de lease-overeenkomst mogelijk niet met zoveel woorden met haar heeft besproken maakt dat niet anders. Het beroep van Dexia op verjaring slaagt derhalve en de vordering zal worden afgewezen.

Overige stellingen

6.15.De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

Proceskosten

6.16.Gelet op de uitslag van de procedure dient Verweerster te worden veroordeeld in de kosten van het geding in de hoofdzaak.

6.17.Met betrekking tot de aangehouden beslissing op de kosten in het incident geldt dat Dexia in deze kosten zal worden veroordeeld, met gebruikmaking van het toepasselijke tarief in de hoofdzaak, aangezien de door haar ingestelde incidentele vordering is afgewezen.

6.18.Uitvoerbaar bij voorraad

Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Beslissing

De kantonrechter:

In de hoofdzaak

I.wijst de vorderingen af;

II.veroordeelt Verweerster in de kosten van de procedure aan de zijde van Dexia gevallen, tot op heden begroot op € 375,00 aan salaris gemachtigde;

In het incident

III.veroordeelt Dexia in de kosten van het incident, gevallen aan de zijde van Verweerster en tot op heden begroot op € 150,00 aan salaris gemachtigde;

In de hoofdzaak en in het incident

IV.verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Aldus gewezen door mr. A.M.I. van der Does, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter