Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BV7824

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
06-03-2012
Zaaknummer
DX09-553
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Primair: artikel 1:89 BW, subsidiair: schending zorgplicht.

Geoordeeld werd dat het beroep van Dexia op de verjaring van het vernietigingsrecht slaagde, zodat het beroep van afnemer op artikel 1:89 BW werd afgewezen. Voorts is voor wat betreft het beroep op de schending van de zorgplicht bij de berekeningen die zijn gebaseerd op hetgeen het Amsterdamse hof dienaangaande in zijn arresten van 1 december 2009 heeft overwogen, met bepaalde door afnemer gestelde kosten wel danwel geen rekening gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Zaak- en rolnummer: 1102229 DX EXPL 09-553

Vonnis van: 7 juli 2010

F.no.: 695

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser],

wonende te Arnemuiden,

eisende partij in conventie,

verweerder in reconventie,

nader te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. G. van Dijk,

t e g e n

de naamloze vennootschap Dexia Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

nader te noemen: Dexia,

gemachtigde: H. Verbeek.

De procedure in conventie en in reconventie

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-de dagvaarding van 9 november 2009, met producties;

-de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties;

-het tussenvonnis van 24 februari 2010, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

-het proces-verbaal van comparitie van 12 mei 2010, met de daarin genoemde stukken.

Daarop is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

1.De feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio-Lease B.V. Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

1.2.[eiser] heeft de volgende overeenkomsten tot effectenlease ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Dexia:

Nr Contractnr. Datum Naam overeenkomst Leasesom Looptijd

1 57011518 03-10-1997 Feestplan € 13.803,04 120 mnd

2 59007827 13-05-1998 Feestplan II € 22.878,52 120 mnd

3 76010178 13-11-2000 WinstVer10Dubbelaar € 30.342,10 120 mnd

4 23400043 05-07-2001 Privé Pensioen Effect Maandbetaling € 14.837,29 240 mnd

De in de procedure betrokken lease-overeenkomsten zullen hierna als individuele overeenkomst worden aangeduid met het betreffende nummer uit de meest linker kolom van bovenstaande tabel en gezamenlijk als ‘de lease-overeenkomsten’.

1.3.Lease-overeenkomst 4 is tot stand gekomen via een assurantie tussenpersoon Spaar Select B.V.

1.4.In totaal heeft [eiser] op grond van de lease-overeenkomsten € 19.491,56 aan maandtermijnen aan Dexia betaald en € 3.060,98 aan dividenden en andere voordelen ontvangen.

1.5.De lease-overeenkomsten zijn inmiddels geëindigd. Dexia heeft met betrekking tot de lease-overeenkomsten eindafrekeningen opgesteld, waaraan de kantonrechter de volgende gegevens ontleent:

Nr. Datum eindafrekening Saldo eindafrekening Waarvan achterstallige termijnen

1 02-10-2007 -/- € 1.584,64 € 0,00

2 09-03-2006 -/- € 2.005,37 € 581,21

3 09-03-2006 -/- € 4.398,28 € 794,15

4 09-03-2006 -/- € 4.079,60 € 317,66

Van de restschuld van lease-overeenkomst 4 staat thans nog een bedrag van € 4.009,85 open. [eiser] heeft de respectievelijke restschulden niet aan Dexia voldaan.

1.6.Ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten was de inkomens- en vermogenspositie van [eiser] en van diegenen met wie hij een gezamenlijke huishouding voerde, zoals weergegeven in bijlage I bij dit vonnis.

1.7.J.J. [echtgenote van eiser] (hierna: [echtgenote van eiser]), de echtgenote van [eiser], met wie [eiser] ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten reeds was gehuwd, heeft geen (schriftelijke) toestemming verleend voor het aangaan van de lease-overeenkomsten.

1.8.Bij brief van 27 juli 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [echtgenote van eiser] met een beroep op artikel 1:89 BW de lease-overeenkomsten vernietigd.

1.9.Naast de in het geding zijnde lease-overeenkomsten, heeft [eiser], voor zover van belang, met Dexia de volgende overeenkomsten tot effectenlease gesloten:

Nr. Contractnr. Datum Naam overeenkomst Datum beëindiging Batig saldo Leasesom Looptijd

A 72007805 28-11-1996 WinstVerdubbelaar 28-11-2001 € 2.595,12 € 5.079,82 60 mnd

B 73005027 24-04-1997 WinstVerdubbelaar 24-04-2002 n.v.t. € 16.513,26 60 mnd

C 74030480 05-03-1998 WinstVerDriedubbelaar 05-03-2001 n.v.t. € 21.077,03 36 mnd

D 74039615 11-03-1998 WinstVerDriedubbelaar 12-03-2001 n.v.t. € 7.964,73 36 mnd

E 74042317 12-03-1998 WinstVerDriedubbelaar 12-03-2001 n.v.t. € 7.919,62 36 mnd

Deze eerdere effectenlease-overeenkomsten zijn geëindigd en de geleasete effecten zijn verkocht. Na verkoop van de effecten en nadat aan alle verplichtingen uit deze lease-overeenkomsten was voldaan resteerde voor [eiser] voor wat betreft lease-overeenkomst nr. A een batig saldo zoals in bovenstaande tabel weergegeven en derhalve van € 2.595,12 (hierna: het batig saldo).

2.Het geschil

in conventie

2.1.[eiser] vordert op gronden als vermeld in de processtukken dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair: voor recht verklaart dat de lease-overeenkomsten rechtsgeldig door [echtgenote van eiser] zijn vernietigd en Dexia veroordeelt om al hetgeen door [eiser] in het kader van de lease-overeenkomsten aan haar is betaald terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2004 tot aan de dag der voldoening;

Subsidiair: Dexia veroordeelt, wegens het niet nakomen van haar zorgplicht jegens [eiser], om al hetgeen door [eiser] in het kader van de lease-overeenkomsten aan haar is betaald terug te betalen, of althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie zal bepalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data waarop de betalingen door [eiser] zijn gedaan tot aan de dag der voldoening;

Primair en subsidiair:

1) voorwaardelijk, voor het geval Dexia met betrekking tot [eiser] een A-codering aan de Stichting BKR heeft doorgegeven, Dexia veroordeelt om binnen twee weken na betekening van het vonnis te bewerkstelligen dat de registratie van [eiser] bij het Bureau Kredietregistratie in Tiel wordt doorgehaald en dat de aan die registratie gekoppelde achterstandcodering ongedaan wordt gemaakt, op straffe van een dwangsom;

2) Dexia veroordeelt in de proceskosten.

2.2.[eiser] heeft aan deze vorderingen – voor zover van belang – het volgende ten grondslag gelegd. [eiser] stelt, voor zover voor de beoordeling van belang, dat de lease-overeenkomsten moeten worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming van [echtgenote van eiser] behoefden ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat zij deze (schriftelijke) toestemming niet heeft verleend, heeft zij de lease-overeenkomsten rechtsgeldig kunnen vernietigen. Voorts stelt [eiser] dat Dexia de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden. Dexia is aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade.

2.3.Dexia heeft de vorderingen en de grondslag daarvan bestreden op gronden die, voor zover van belang, hierna aan de orde zullen komen.

in reconventie

2.4.In reconventie vordert Dexia [eiser] te veroordelen tot betaling van € 5.682,96, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 1.584,64 vanaf 12 oktober 2007, alsmede wettelijke rente over het bedrag van € 4.098,32 vanaf 19 maart 2006, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie zal bepalen, stellende dat [eiser] in verzuim is met de nakoming van zijn verplichtingen uit de lease-overeenkomsten, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

2.5.[eiser] voert gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van Dexia. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader in gegaan.

3.De beoordeling

Huurkoop en artikel 1:88/1:89 BW

3.1.Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008, (LJN BC2837) worden de onderhavige overeenkomsten aangemerkt als huurkoop. Dit betekent dat artikel 1:88 lid 1 onder d BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is, zodat [eiser] voor het aangaan van de lease-overeenkomsten de toestemming van [echtgenote van eiser] behoefde. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende deze toestemming ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN AZ9721, rov 2.12.3 en het reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [echtgenote van eiser] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

Verjaring

3.2.Dexia beroept zich er op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer [echtgenote van eiser] bekend was met het bestaan van de lease-overeenkomsten.

3.3.Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring.

3.4.Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia allereerst aangevoerd dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet, zeker gezien de beleggingsdoelstellingen van [eiser]. Deze stelling is echter naar het oordeel van de kantonrechter in haar algemeenheid onvoldoende om bekendheid van [echtgenote van eiser] met de beslissing van [eiser] tot het aangaan van de lease-overeenkomsten aan te nemen. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het eerdergenoemde arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2009.

3.5.Dexia heeft ook aangevoerd dat de betalingen van de op grond van de lease-overeenkomsten verschuldigde bedragen hebben plaatsgevonden vanaf een en/of-rekening die op naam van [eiser] en [echtgenote van eiser] stond. [echtgenote van eiser] moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest van het bestaan van deze betalingen vanaf het moment dat de eerste betalingen aan Dexia zijn verricht. Dexia gaat er derhalve van uit dat [echtgenote van eiser] in ieder geval op de hoogte was van de lease-overeenkomsten vanaf het moment van ontvangst van de relevante bankafschriften, waarop die betalingen staan vermeld.

3.6.Daarnaast heeft Dexia aangevoerd dat vaststaat dat [eiser] vanaf 29 oktober 1997 met betrekking tot de lease-overeenkomsten op meerdere momenten poststukken van Dexia of haar rechtsvoorgangers heeft ontvangen, zodat Dexia het onaannemelijk acht dat de veelheid aan post [echtgenote van eiser] niet is opgevallen. Uit de zogenaamde eega-verklaring (als productie bij de dagvaarding overgelegd) blijkt ook dat [echtgenote van eiser] de post wel opende, de bankafschriften bekeek en de naam van Dexia of een rechtsvoorganger gezien zou kunnen hebben. Aangezien het gaat om aanzienlijke bedragen en meerdere overeenkomsten (en ook nog betalingen in het kader van vijf niet in het geding zijnde overeenkomsten), staat het voor Dexia vast dat [echtgenote van eiser] op de hoogte was van de lease-overeenkomsten. Ten slotte gaat Dexia ervan uit dat [eiser] en [echtgenote van eiser] gezamenlijk hun belastingaangifte indienden zodat [echtgenote van eiser] in de belastingaangiftes heeft kunnen zien dat [eiser] de rente van de lease-overeenkomsten aftrok.

3.7.[eiser] heeft hier het volgende tegenover gesteld. De betalingen werden gedaan vanaf een en/of-rekening, maar deze rekening werd door [eiser] beheerd. [echtgenote van eiser] keek wel eens naar de bankafschriften en zal hierbij mogelijk de naam van Dexia of een rechtsvoorganger wel eens waargenomen hebben. Dat zei haar echter niets, evenmin als de namen van andere instellingen waaraan regelmatig betalingen werden gedaan. Het was voor haar geen aanleiding daar vragen over te stellen aan [eiser], hetgeen zij dan ook niet heeft gedaan. In de aanvullende verklaring (productie 1 bij de akte na tussenvonnis) heeft [echtgenote van eiser] verklaard dat zij in een gesprek met een medewerker van Leaseproces niet kon uitsluiten dat haar oog misschien wel eens over de naam Dexia is gegleden maar dat zij zich dat niet kon herinneren. Achteraf is de eerdergenoemde eega-verklaring niet nauwkeurig en was het juist zo dat [echtgenote van eiser] af en toe naar de bankafschriften keek om het saldo te controleren, maar dat zij zich niet kan herinneren ooit betalingen aan Dexia te hebben gezien. [eiser] heeft hierover ter comparitie nog verklaard dat ook al is het oog van [echtgenote van eiser] op een bankafschrift gevallen op het woord Dexia, dit nooit in haar bewustzijn is opgenomen. De gemachtigde van [eiser] heeft hier ter comparitie nog aan toegevoegd dat voor de verjaring van belang is wanneer het vernietigingsrecht aan [echtgenote van eiser] ten dienste is komen te staan en dat hiervoor daadwerkelijke wetenschap met het bestaan van de lease-overeenkomsten is vereist.

3.8.[eiser] en [echtgenote van eiser] hebben voorts in de reeds genoemde eegaverklaring gesteld dat [eiser] de financiële en administratieve zaken van het huishouden regelde en [echtgenote van eiser] zich daar niet mee bemoeide. [eiser] kreeg daarin het volle vertrouwen van [echtgenote van eiser]. Naar aanleiding van de berichtgeving in de krant in maart 2003 omtrent Dexia, heeft [eiser] zich gewend tot de internetpagina van stichting Eegalease. Op dat moment heeft hij besloten om open kaart te spelen met [echtgenote van eiser] over de lease-overeenkomsten en de daardoor ontstane schade. [echtgenote van eiser] heeft in de reeds genoemde aanvullende verklaring nog verklaard dat zij de post op een stapel legde voor haar echtgenoot en deze post nooit bekeek en dat zij in de periode waarin de contracten speelden nooit de inhoud van een belastingaangifte heeft gezien.

3.9.De kantonrechter oordeelt als volgt. Aangezien in de eigen stellingen van [eiser] besloten ligt dat [echtgenote van eiser] de bankafschriften van de en/of-rekening wel eens bekeek en hierbij mogelijk de naam van Dexia of een rechtsvoorganger wel eens heeft waargenomen, behoeft de (andere) stelling van [eiser] dat [echtgenote van eiser] eerst in maart 2003 op de hoogte kwam van het bestaan van de lease-overeenkomsten een nadere toelichting. Daartoe is ontoereikend de uitleg dat [echtgenote van eiser] zich niet bewust zou zijn geworden van hetgeen zij wellicht op een bankafschrift heeft gezien en dat zij zich niet kan herinneren ooit betalingen aan Dexia te hebben gezien. Immers, deze uitleg impliceert dat [echtgenote van eiser] kennis heeft genomen van het bestaan van de lease-overeenkomsten, maar dat zij dit later weer is vergeten. De aldus aangevangen verjaringstermijn is hiermee echter niet gestopt. Dit betekent dat de stelling van Dexia dat [echtgenote van eiser] door raadpleging van de oudste bankafschriften waarop een betaling aan haar staat vermeld wist van de lease-overeenkomsten, als onvoldoende gemotiveerd weersproken als vaststaand heeft te gelden. Het beroep van Dexia op de verjaring van het vernietigingsrecht van [echtgenote van eiser] slaagt, zodat de overige grondslagen van de vordering beoordeeld moeten worden.

3.10.Voor de maatstaven en beoordelingskaders met betrekking tot het beroep op zorgplicht verwijst de kantonrechter naar de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (LJN BC2837) en 5 juni 2009 (LJN BH 2815) en van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (LJN BK4978, BK4981, BK4982 en BK4983), welke als leidraad worden genomen. Door partijen zijn geen althans onvoldoende bijzondere omstandigheden gesteld die in het onderhavige geval een afwijking daarvan rechtvaardigen. Toepassing van die maatstaven en beoordelingskaders leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:

A.Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;

B.[eiser] heeft schade geleden, bestaande uit verschuldigde termijnen en de respectievelijke restschulden;

C.er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.

De kantonrechter verwijst naar het vonnis van de kantonrechter Amsterdam d.d. 27 januari 2010 (LJN BL0912), in het bijzonder de rechtsoverwegingen 3.1 tot en met 3.3 daarvan, welke hier worden overgenomen.

3.11.In het onderhavige geval dient op de schade eerst in mindering te worden gebracht het voordeel als bedoeld in artikel 6:100 BW en vervolgens (op het restant) het deel van de schade dat [eiser] wegens eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW zelf dient te dragen. De wijze waarop dit gebeurt wordt hierna uiteengezet. Voor de concrete berekening in het onderhavige geval wordt verwezen naar bijlage II bij dit vonnis.

3.12.Ingevolge artikel 6:100 BW dient in mindering te worden gebracht al het voordeel dat [eiser] ingevolge de lease-overeenkomsten heeft genoten, zoals aan [eiser] betaalde of toekomende dividenden. Voor zover [eiser] een batig saldo heeft behaald uit eerdere effectenlease-overeenkomsten die zijn geëindigd vanaf een tijdstip gelegen één jaar vóór het aangaan van de in de onderhavige procedure betrokken lease-overeenkomsten, dient ook dit saldo in mindering te worden gebracht. Het in mindering te brengen voordeel bedraagt in totaal € 5.656,10 (ontvangen dividenden ad € 3.060,98 plus batig saldo ad € 2.595,12). De kantonrechter zal dit voordeel in eerste instantie in mindering brengen op de schade bestaande uit de verschuldigde rente en eventuele periodieke aflossingen en vervolgens, voor zover dan nog een deel van het voordeel resteert, op de respectievelijke restschulden. Dit ligt het meest voor de hand, omdat deze betalingsverplichtingen zich eerder hebben voorgedaan dan dat de respectievelijke restschulden zich openbaarden.

3.13.Nadat het (eventuele) voordeel op de schade in mindering is gebracht, moet vervolgens worden beoordeeld in hoeverre de resterende door [eiser] geleden schade op de voet van artikel 6:101 BW (eigen schuld) als door hemzelf veroorzaakt voor zijn rekening moet blijven. Daarbij dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de termijnen en de respectievelijke restschulden. Verwezen wordt naar de rechtsoverwegingen 3.6 en 3.7 van eerdergenoemd vonnis van de kantonrechter Amsterdam d.d. 27 januari 2010 welke hier worden overgenomen. De kantonrechter gaat hierbij uit van de tot het moment van beëindiging ‘verschuldigde’ termijnen en niet slechts van de ‘betaalde’ termijnen, omdat het voor de vaststelling van de hoogte van de schade niet uitmaakt of een verschuldigd bedrag reeds is betaald of niet. Verschuldigde maar onbetaald gebleven termijnen blijven immers opeisbaar.

Termijnen

3.14.In dit geval zou nakoming door Dexia van haar onderzoeksplicht hebben uitgewezen dat Dexia het aangaan van lease-overeenkomsten 1, 2 en 4 niet had behoren te ontraden omdat daardoor naar redelijke verwachting niet een onaanvaardbaar zware financiële last op [eiser] werd gelegd. In navolging van het Amsterdamse hof is de kantonrechter van oordeel dat de (na verrekening van voordeel resterende) schade aan termijnen voor wat betreft deze lease-overeenkomsten geheel voor rekening van [eiser] behoort te blijven.

3.15.Voor wat betreft lease-overeenkomst 3 zou nakoming door Dexia van haar onderzoeksplicht hebben uitgewezen dat Dexia het aangaan van deze lease-overeenkomst had behoren te ontraden omdat daardoor naar redelijke verwachting wel een onaanvaardbaar zware financiële last op [eiser] werd gelegd. In navolging van het Amsterdamse hof is de kantonrechter van oordeel dat deze (na verrekening van voordeel resterende) schade aan termijnen in beginsel 1/3 deel vanwege eigen schuld voor rekening van [eiser] behoort te blijven.

3.16.Voor de aan bovenbedoelde beoordeling ten grondslag liggende berekeningen wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte bijlage I. Deze berekeningen zijn gebaseerd op hetgeen het Amsterdamse hof dienaangaande in zijn arresten van 1 december 2009 heeft overwogen. De kantonrechter heeft daarbij, in navolging van het Amsterdamse hof, in aanmerking genomen de zogenoemde “Nibud-basisnorm” (Y) en het door Nibud gehanteerde basisbedrag met betrekking tot de (netto) woonlasten, behorende bij de gezinssamenstelling van [eiser] ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomsten (voor de normbedragen die het Nibud met betrekking tot de verschillende gezinssituaties door de jaren heen heeft gepubliceerd, verwijst de kantonrechter naar : www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Amsterdam/Actualiteiten/Basis+en+woonlastnormen.htm).

3.17.Bij deze berekeningen zij nog het volgende opgemerkt. [eiser] heeft nog gesteld dat in ogenschouw dient te worden genomen dat hij destijds zijn twee studerende kinderen, die in 1996 en 1997 het huis uit zijn gegaan, toch nog voor een aanzienlijk deel onderhield. Aangezien [eiser] heeft nagelaten deze kosten nader op te geven en te onderbouwen is hiermee, wat hier overigens ook van zij, bij de genoemde berekeningen geen rekening gehouden. De door [eiser] met betrekking tot lease-overeenkomsten 3 en 4 aangevoerde post bijzondere lasten ad € 449,24, betreft de premie van AMEV Levensverzekering N.V. (productie 8 bij de akte na tussenvonnis). Dit bedrag is bij de woonlasten opgenomen, nu deze levensverzekering immers door de hypotheekbank verplicht aan de hypothecaire lening is gekoppeld. Voor de gegevens die zijn gebruikt met betrekking tot de verplichtingen uit eerdere lease-overeenkomsten wordt verwezen naar het onder 1.9. weergegeven overzicht.

Respectievelijke restschulden

3.18.Ten aanzien van de respectievelijke restschulden stelt de kantonrechter voorop dat uit de lease-overeenkomsten voldoende duidelijk kenbaar was dat een geldlening werd verstrekt, dat het geleende geld werd belegd in effecten, dat [eiser] over het geleende bedrag rente was verschuldigd en dat het geleende bedrag moest worden terugbetaald ongeacht de verkoopopbrengst van de effecten. Op de gronden zoals door de Hoge Raad en het Amsterdamse hof is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat hieruit volgt dat wat betreft de (na verrekening van voordeel resterende) schade bestaande uit de respectievelijke restschulden in beginsel 1/3 deel daarvan vanwege eigen schuld voor rekening van [eiser] behoort te blijven.

Algemeen

3.19.Van omstandigheden die meebrengen dat de billijkheid een andere verdeling van de schade eist dan volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen, is niet gebleken. De door [eiser] aangevoerde omstandigheden zijn in de verdeling van de schade, waarbij het tekortschieten van Dexia zwaarder is gewogen dan de eigen schuld van [eiser], reeds verdisconteerd. Aan het door [eiser] aangevoerde geringe verschil tussen het ontraden en het niet ontraden van de lease-overeenkomsten 2 en 4 wordt op zichzelf beschouwd, dat wil zeggen zonder bijkomende bijzondere omstandigheden - welke evenwel niet zijn gebleken - te weinig gewicht toegekend.

3.20. Onder verwijzing naar de in bijlage II weergegeven berekeningen, brengt het voorgaande mee dat Dexia in totaal aan schade dient te dragen € 5.954,71 (€ 94,56 plus € 949,44 plus € 2.402,75 plus € 2.507,96) wegens de respectievelijke restschulden, € 529,43 wegens achterstallige termijnen van lease-overeenkomst 3 en voorts dat Dexia terzake van voor haar rekening komende schade € 4311,10 aan [eiser] dient terug te betalen wegens op grond van lease-overeenkomst 3 betaalde termijnen.

3.21.Het bovenstaande brengt mee dat Dexia voor wat betreft de lease-overeenkomsten 1, 2 en 4 geen geleden schade hoeft te vergoeden wat betreft betaalde termijnen en dat van het deel van de respectievelijke restschulden dat [eiser] nog niet heeft betaald, zijnde in totaal € 5.954,71, voor rekening van Dexia dient te blijven. Dit betekent dat de vorderingen in conventie louter met betrekking tot lease-overeenkomst 3 toewijsbaar zijn. Derhalve dient Dexia een bedrag van in totaal € 4.840,53 (schade aan termijnen en achterstallige termijnen) aan [eiser] te betalen.

Wettelijke rente

3.22.Dexia is over de door haar te betalen schadevergoeding wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat zij dienaangaande in verzuim is. Ingevolge artikel 6:83 aanhef en onder b, BW treedt verzuim ter zake van een schadevergoedingsplicht als de onderhavige van rechtswege in als zij niet terstond wordt nagekomen. Het verzuim kan echter pas intreden op het moment dat een opeisbare verbintenis tot schadevergoeding is ontstaan. In dit geval kon pas op het moment van beëindiging van lease-overeenkomst 3 worden vastgesteld dat schade was geleden, zodat Dexia steeds op de dag van de eindafrekening, zijnde 9 maart 2006, in verzuim is geraakt en dus vanaf die datum wettelijke rente is verschuldigd.

Buitengerechtelijke kosten

3.23.De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat werkzaamheden zijn verricht anders dan ter voorbereiding van processtukken en instructie van de zaak. Voor zover [eiser] vergoeding vordert van kosten voor het bij derden opvragen van bescheiden behoren deze tot de in artikel 241 Rv bedoelde kosten, en derhalve tot de proceskosten.

in reconventie

3.24.Nu de lease-overeenkomsten niet rechtsgeldig zijn vernietigd of ontbonden zal [eiser] aan zijn daaruit voortkomende betalingsverplichtingen dienen te voldoen voor zover deze méér bedragen dan de schade welke volgens hetgeen in conventie is overwogen door Dexia moet worden gedragen.

3.25.Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat de in aanmerking te nemen schade terzake van de maandtermijnen voor wat betreft de lease-overeenkomsten 1, 2 en 4 geheel voor rekening van [eiser] komt. Dit betekent ook dat hij het in aanmerking te nemen bedrag aan achterstallige termijnen voor wat betreft deze lease-overeenkomsten op de respectievelijke eindafrekeningen volledig aan Dexia is verschuldigd.

3.26.Ten aanzien van het resterende door Dexia gevorderde bedrag geldt, zoals in conventie is overwogen, dat Dexia 2/3 deel van de schade bestaande uit de respectievelijke restschulden moet dragen.

3.27.Dit betekent dat, na verrekening van de door Dexia te dragen schade als vastgesteld in conventie en na vermindering met hetgeen reeds aan Dexia is voldaan door verrekening of betaling, een en ander zoals berekend in bijlage II, door [eiser] terzake van de vordering in reconventie nog een bedrag van in totaal € 5.513,99 (€ 1.490,08 plus € 1.055,93 plus € 1.466,09 plus € 1.501,89) aan Dexia zal moeten worden voldaan.

Wettelijke rente

3.28.[eiser] is over de per saldo door hem te betalen schadevergoeding wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag waarop de betalingstermijn van de respectievelijke eindafrekeningen was verstreken, zijnde onderscheidenlijk 12 oktober 2007 (lease-overeenkomst 1) en 19 maart 2006 (de lease-overeenkomsten 2, 3 en 4).

in conventie en in reconventie

Proceskosten

3.29.Nu partijen terzake van de vorderingen in conventie en in reconventie over en weer een bedrag dienen te betalen, worden beide partijen in het ongelijk gesteld. Daartoe ziet de kantonrechter aanleiding de kosten te compenseren, des dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

BKR-registratie

3.30.Nu de kantonrechter heeft vastgesteld dat [eiser] nog betalingsverplichtingen jegens Dexia heeft, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden afgewezen.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

I.veroordeelt Dexia aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.840,53, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

II.verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

in reconventie

III.veroordeelt [eiser] om aan Dexia te betalen een bedrag van € 5.513,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.490,08 vanaf 12 oktober 2007 en over € 4.023,91 vanaf 19 maart 2006, tot aan de dag der algehele voldoening;

IV.verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

in conventie en in reconventie

V.compenseert de proceskosten, des dat elk van partijen de eigen kosten draagt;

VI.wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. W.A.J.P. van den Reek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

BIJLAGE I

Beoordeling onaanvaardbaar zware last

Afnemer [eiser]

Contractnummer 57011518 (ovk 1)

Rolnummer: DX 09-553

samenstelling huishouden 2 vw

Y. nibudbasisnorm 741,93

X. netto maandinkomen 2.884,70

vermogen 16.191,79

af: vrijstelling 10.000,00

in aanmerking te nemen vermogen 6.191,79

V. vermogen per maand 51,60

netto woonlasten 242,14

norm woonlast Nibud 158,82

W. Woonlasten boven Nibud 83,32

leasesom 13.803,04

looptijd in maanden 120

A. verplichting leaseovereenkomst 115,03

B. verpl. eerdere leaseovereenk 359,88

C. verpl. eerdere overig krediet 0,00

besteedbaar inkomen

X + V - W - A - B - C 2.378,07

bestedingsnorm

Y + (0,1xY) + 0,15x(X-Y) 1.137,54

SLOTSOM AANVAARDBARE LAST

Berekening verplichtingen eerdere leaseovereenkomsten

leasesom WVD 72007805 5.079,82

aantal termijnen 60

leasesom WVD 73005027 16.513,26

aantal termijnen 60

leasesom 3 0,00

aantal termijnen 1

leasesom 4 0,00

aantal termijnen 1

verpl. eerder leaseovereenk 359,88

Beoordeling onaanvaardbaar zware last

Afnemer [eiser]

Contractnummer 59007827 (ovk 2)

Rolnummer: DX 09-553

samenstelling huishouden 2 vw

Y. nibudbasisnorm 762,35

X. netto maandinkomen 3.166,54

vermogen 1.261,96

af: vrijstelling 10.000,00

in aanmerking te nemen vermogen 0,00

V. vermogen per maand 0,00

netto woonlasten 263,19

norm woonlast Nibud 149,75

W. Woonlasten boven Nibud 113,44

leasesom 22.878,52

looptijd in maanden 120

A. verplichting leaseovereenkomst 190,65

B. verpl. eerdere leaseovereenk 1.501,62

C. verpl. eerdere overig krediet 0,00

besteedbaar inkomen

X + V - W - A - B - C 1.360,83

bestedingsnorm

Y + (0,1xY) + 0,15x(X-Y) 1.199,21

SLOTSOM AANVAARDBARE LAST

maximale woonlast 424,81

Berekening verplichtingen eerdere leaseovereenkomsten

leasesom ovk 1 13.803,04

aantal termijnen 120

leasesom WVD 72007805 en 73005027 21.593,08

aantal termijnen 60

leasesom WV3D 74030480, 74039615 en 74042317 36.961,38

aantal termijnen 36

leasesom 4 0,00

aantal termijnen 1

verpl. eerder leaseovereenk 1501,62

Beoordeling onaanvaardbaar zware last

Afnemer [eiser]

Contractnummer 76010178 (ovk3)

Rolnummer: DX 09-553

samenstelling huishouden 2 vw

Y. nibudbasisnorm 806,37

X. netto maandinkomen 3.263,48

vermogen 15.086,83

af: vrijstelling 10.000,00

in aanmerking te nemen vermogen 5.086,83

V. vermogen per maand 42,39

netto woonlasten (incl. € 449,24 AMEV Levensverz.) 629,55

norm woonlast Nibud 162,00

W. Woonlasten boven Nibud 467,55

leasesom 30.342,10

looptijd in maanden 120

A. verplichting leaseovereenkomst 252,85

B. verpl. eerdere leaseovereenk 1.692,27

C. verpl. eerdere overig krediet 0,00

besteedbaar inkomen

X + V - W - A - B - C 893,20

bestedingsnorm

Y + (0,1xY) + 0,15x(X-Y) 1.255,57

SLOTSOM ONAANVAARDBARE LAST

Berekening verplichtingen eerdere leaseovereenkomsten

leasesom WVD 72007805 en 73005027 21.593,08

aantal termijnen 60

leasesom ovk 1 en ovk 2 36.681,56

aantal termijnen 120

leasesom WV3D 74030480, 74039615 en 74042317 36.961,38

aantal termijnen 36

leasesom 4 0,00

aantal termijnen 1

verpl. eerder leaseovereenk 1692,27

Beoordeling onaanvaardbaar zware last

Afnemer [eiser]

Contractnummer 23400043 (ovk 4)

Rolnummer: DX 09-553

samenstelling huishouden 2 vw

Y. nibudbasisnorm 804,10

X. netto maandinkomen 3.599,23

vermogen 31.659,00

af: vrijstelling 10.000,00

in aanmerking te nemen vermogen 21.659,00

V. vermogen per maand 90,25

netto woonlasten (incl. € 449,24 AMEV Levensverz.) 630,14

norm woonlast Nibud 162,00

W. Woonlasten boven Nibud 468,14

leasesom 14.837,29

looptijd in maanden 240

A. verplichting leaseovereenkomst 61,82

B. verpl. eerdere leaseovereenk 918,42

C. verpl. eerdere overig krediet 0,00

besteedbaar inkomen

X + V - W - A - B - C 2.241,10

bestedingsnorm

Y + (0,1xY) + 0,15x(X-Y) 1.303,78

SLOTSOM AANVAARDBARE LAST

Berekening verplichtingen eerdere leaseovereenkomsten

leasesom ovk 1, ovk 2 en ovk 3 67.023,66

aantal termijnen 120

leasesom WVD 72007805 5.079,82

aantal termijnen 60

leasesom WVD 73005027 16.513,26

aantal termijnen 60

leasesom 4 0,00

aantal termijnen 1

verpl. eerder leaseovereenk 918,42

BIJLAGE II

Berekening schade, voordeelstoerekening, verdeling restschuld

Afnemer [eiser]

Contractnummer 57011518 (ovk 1)

Rolnummer: DX 09-553

reconventionele vordering ingesteld ja

A. Betaalde leasetermijnen 2.471,04

saldo eindafrekening 1.584,64

af: achterstallige termijnen 0,00

B. in aanmerking te nemen restschuld 1.584,64

totale schade exclusief voordeelstoerekening 4.055,68

af: batig saldo voorgaande lease-overeenkomsten 2.471,04

af: uitgekeerde dividenden c.a. 1.442,80

af: verrekende dividenden c.a. 0,00

C. totale schade minus voordeel 141,84

schade m.b.t. betaalde termijnen minus voordeel geen schade

eigen schuld afnemer 1

D. door Dexia te vergoeden schade m.b.t. betaalde termijnen 0,00

schade m.b.t. achterstallige termijnen minus voordeel geen schade

eigen schuld afnemer 1

E. door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen 0,00

schade wat betreft restschuld minus voordeel 141,84

eigen schuld afnemer 1/3

F. door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld 94,56

door afnemer volgens eindafrekening verschuldigd 1.584,64

af: door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld (F) 94,56

af: door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen (E) 0,00

af: verrekende dividenden c.a. 0,00

af: door afnemer reeds betaald 0,00

G. door afnemer te betalen: 1.490,08

Berekening schade, voordeelstoerekening, verdeling restschuld

Afnemer [eiser]

Contractnummer 59007827 (ovk2)

Rolnummer: DX 09-553

reconventionele vordering ingesteld ja

A. Betaalde leasetermijnen 8.330,25

saldo eindafrekening 2.005,37

af: achterstallige termijnen 581,21

B. in aanmerking te nemen restschuld 1.424,16

totale schade exclusief voordeelstoerekening 10.335,62

af: batig saldo voorgaande lease-overeenkomsten 124,08

af: uitgekeerde dividenden c.a. 1.618,18

af: verrekende dividenden c.a. 0,00

C. totale schade minus voordeel 8.593,36

schade m.b.t. betaalde termijnen minus voordeel 6.587,99

eigen schuld afnemer 1

D. door Dexia te vergoeden schade m.b.t. betaalde termijnen 0,00

schade m.b.t. achterstallige termijnen minus voordeel 581,21

eigen schuld afnemer 1

E. door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen 0,00

schade wat betreft restschuld minus voordeel 1.424,16

eigen schuld afnemer 1/3

F. door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld 949,44

door afnemer volgens eindafrekening verschuldigd 2.005,37

af: door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld (F) 949,44

af: door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen (E) 0,00

af: verrekende dividenden c.a. 0,00

af: door afnemer reeds betaald 0,00

G. door afnemer te betalen: 1.055,93

Berekening schade, voordeelstoerekening, verdeling restschuld

Afnemer [eiser]

Contractnummer 76010178 (ovk 3)

Rolnummer: DX 09-553

reconventionele vordering ingesteld ja

A. Betaalde leasetermijnen 6.466,65

saldo eindafrekening 4.398,28

af: achterstallige termijnen 794,15

B. in aanmerking te nemen restschuld 3.604,13

totale schade exclusief voordeelstoerekening 10.864,93

af: batig saldo voorgaande lease-overeenkomsten 0,00

af: uitgekeerde dividenden c.a. 0,00

af: verrekende dividenden c.a. 0,00

C. totale schade minus voordeel 10.864,93

schade m.b.t. betaalde termijnen minus voordeel 6.466,65

eigen schuld afnemer 1/3

D. door Dexia te vergoeden schade m.b.t. betaalde termijnen 4.311,10

schade m.b.t. achterstallige termijnen minus voordeel 794,15

eigen schuld afnemer 1/3

E. door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen 529,43

schade wat betreft restschuld minus voordeel 3.604,13

eigen schuld afnemer 1/3

F. door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld 2.402,75

door afnemer volgens eindafrekening verschuldigd 4.398,28

af: door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld (F) 2.402,75

af: door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen (E) 529,43

af: verrekende dividenden c.a. 0,00

af: door afnemer reeds betaald 0,00

G. door afnemer te betalen: 1.466,09

Berekening schade, voordeelstoerekening, verdeling restschuld

Afnemer [eiser]

Contractnummer 23400043 (ovk 4)

Rolnummer: DX 09-553

reconventionele vordering ingesteld ja

A. Betaalde leasetermijnen 2.223,62

saldo eindafrekening 4.079,60

af: achterstallige termijnen 317,66

B. in aanmerking te nemen restschuld 3.761,94

totale schade exclusief voordeelstoerekening 6.303,22

af: batig saldo voorgaande lease-overeenkomsten 0,00

af: uitgekeerde dividenden c.a. 0,00

af: vermindering restschuld 69,75

C. totale schade minus voordeel 6.233,47

schade m.b.t. betaalde termijnen minus voordeel 2.153,87

eigen schuld afnemer 1

D. door Dexia te vergoeden schade m.b.t. betaalde termijnen 0,00

schade m.b.t. achterstallige termijnen minus voordeel 317,66

eigen schuld afnemer 1

E. door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen 0,00

schade wat betreft restschuld minus voordeel 3.761,94

eigen schuld afnemer 1/3

F. door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld 2.507,96

door afnemer volgens eindafrekening verschuldigd 4.079,60

af: door Dexia te dragen schade m.b.t. restschuld (F) 2.507,96

af: door Dexia te dragen schade m.b.t. achterstallige termijnen (E) 0,00

af: vermindering restschuld 69,75

af: door afnemer reeds betaald 0,00

G. door afnemer te betalen: 1.501,89