Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7527

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
14-03-2011
Zaaknummer
448600 / HA ZA 10-180
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

onverschuldigde betaling? ongedaanmakingsverbintenis? retrocessie?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 448600 / HA ZA 10-180

Vonnis van 28 juli 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INFOMEDICS FACTORING B.V.,

gevestigd te Almere,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.E. Jonen,

tegen

[A],

wonende te --,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. G.J. Verduijn.

Partijen zullen hierna Infomedics en [A] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 april 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 11 juni 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Rond de jaarwisseling 2005/2006 hebben Infomedics en [A] een ‘factoring- en clearingovereenkomst’ (hierna: de overeenkomst) gesloten, voor de duur van een jaar en met ingang van 1 januari 2006.

2.2. In de overeenkomst zijn onder andere de volgende passages opgenomen:

‘1. De aangehechte Infomedics Factoring en Clearing Voorwaarden versie 5.0 (de “Voorwaarden”) en het aangehechte deelnemerformulier vormen een onverbrekelijk onderdeel met deze overeenkomst.

2. De deelnemer verkoopt en cedeert hierbij aan Infomedics en Infomedics koopt en verkrijgt hierbij vorderingen die de Deelnemer gedurende de looptijd van deze overeenkomst heeft of zal verkrijgen op een natuurlijke persoon en/of een zorgverzekeraar en/of een andere organisatie als gevolg van het verlenen van medische of paramedische zorg in het kader van zijn bedrijf of beroep met uitzondering van Uitgesloten Vorderingen zoals deze worden vermeld in artikel 3.3 van de Voorwaarden.

(..)

5. Het debiteurenrisico met betrekking tot de Vorderingen valt buiten deze overeenkomst en blijft bij de Deelnemer. Infomedics zal na toepassing van het buitengerechtelijke incassotraject de nog geheel of gedeeltelijk openstaande Vorderingen bepalen en deze aan de Deelnemer retrocederen tegen de alsdan geldende nominale waarde, welke Vorderingen de Deelnemer alsdan zal aanvaarden, tenzij de Deelnemer Infomedics toestemming verleent een gerechtelijke procedure te starten.’

2.3. In de door Infomedics gehanteerde Factoring- en Clearing Voorwaarden (hierna: AV) zijn de volgende bepalingen opgenomen:

‘4.3 Indien door onjuiste Gegevens Infomedics de vordering niet kan verwerken zal Infomedics de vordering(en) retrocederen, welke retrocessie de Deelnemer zal aanvaarden.

(..)

7.1 Infomedics is te allen tijde bevoegd een aan haar gecedeerde Vordering aan de Deelnemer te retrocederen indien:

a. Blijkt dat de ontvangen Gegevens ten aanzien van de betreffende Vordering geheel of gedeeltelijk onjuist of onvolledig zijn;

b. Een Vordering geheel of gedeeltelijk ongegrond of onrechtmatig blijkt te zijn;

c. De Deelnemer aan Infomedics verzoekt een bepaalde Vordering te laten vervallen.

(..)

7.4 De deelnemer is niet gerechtigd een betaling van een debiteur in ontvangst te nemen voor een vordering die reeds aan Infomedics is gecedeerd.

(..)

13.3 (..) Uiterlijk zes (6) maanden na beëindiging van de Factor- en Clearingovereenkomst zal Infomedics een eindafrekening opmaken en het eventueel resterende bedrag uitbetalen aan de Deelnemer, dan wel het nog aan Infomedics toekomende bedrag van de Deelnemer navorderen’

2.4. [A] heeft tot en met oktober 2006 vorderingen overgedragen aan Infomedics. In onderling overleg tussen [A] en de heer [B], accountmanager van Infomedics, is toen besloten om nieuwe vorderingen niet meer over te dragen. De overeenkomst is per 31 december 2006 beëindigd.

2.5. In een e-mail van 22 januari 2007 van de heer [B] aan [A] staat het volgende:

‘(..) Met name in de eerste helft van het jaar hebben jullie veel betalingen ontvangen van verzekeraars. Dit waren bedragen die voor ons bestemd waren, op onze declaraties en dus fouten van de verzekeraars. Ondanks dat wij dus geen betaling van de verzekeraar hebben ontvangen, hebben wil alles aan jullie bevoorschot op basis van de door jullie aangeleverde bestanden. Nu wij een afrekening gaan maken over 2006 lijkt het mij logisch dat wij datgene wat aan jullie is betaald, inhouden. Jullie hebben 2 keer geld ontvangen voor dezelfde nota, dat is niet echt de bedoeling. (..)’

2.6. Bij brief van 21 februari 2008 geeft Infomedics aan [A] aan dat zij bezig is met de financiële afwikkeling van de periode 2006 en [A] wil informeren over de stand van zaken. Infomedics geeft daarbij aan dat er sprake is van afgewezen declaraties, die gedeeltelijk opnieuw dienen te worden gedeclareerd en gedeeltelijk niet gedeclareerd kunnen worden.

2.7. Bij e-mail van 7 maart 2008 stuurt Infomedics een Excel-bestand aan [A], inhoudende een overzicht van de afgewezen declaraties. Infomedics verzoekt daarbij om betaling van het daarbij horende bedrag van EUR 27.841,40.

2.8. Op 22 april 2008 stuurt Infomedics aan [A] een dossier met onder andere een beschrijving van de stand van zaken en met specificaties van de door [A] aangeleverde bestanden en van de aan [A] gedane betalingen. In het financiële overzicht is een bedrag van EUR 10.150,75 opgenomen, onder vermelding van ‘rechtstreeks aan u betaald door verzekeraars’. Voorts is onderaan in het overzicht een bedrag van EUR 28.990,80 opgenomen, onder vermelding van ‘nog door u te voldoen’.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Infomedics vordert, samengevat en uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [A] tot betaling van EUR 28.991,--, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2007 tot de dag der algehele voldoening en proceskosten. De vordering is als volgt opgebouwd. Infomedics vordert een bedrag van EUR 21.590,-- voor afgewezen declaraties, waarvan EUR 16.268,-- volgens haar opnieuw kan worden ingediend en het resterende bedrag ad EUR 5.323,-- definitief is afgewezen. Verder vordert Infomedics EUR 10.151,-- voor rechtstreekse betalingen door ziektekostenverzekeraars aan [A]. Rekening houdend met het nog door Infomedics aan [A] verschuldigde bedrag voor door [A] aangeleverde declaraties van EUR 2.750,-- vordert Infomedics in totaal EUR 28.991,--

3.1.1. Infomedics legt aan haar vordering ten grondslag dat zij onverschuldigde betalingen heeft verricht aan [A]. Op basis van de eenzijdige opgaven van [A] van vorderingen op derden heeft Infomedics voorschotbetalingen aan [A] gedaan. Achteraf is gebleken dat een deel van de opgaven van [A] onjuist was. [A] kon voor dit gedeelte geen vorderingsrecht overdragen omdat hijzelf niets te vorderen had, aldus Infomedics.

3.1.2. Ter comparitie heeft Infomedics als subsidiaire grondslag voor haar vordering aangevoerd dat er uit de overeenkomst een ongedaanmakingsverbintenis voortvloeit ten aanzien van de voor retrocessie vatbare vorderingen. Op [A] rust derhalve een verplichting tot gedeeltelijke ongedaanmaking van de prestaties op grond van de overeenkomst, voor zover die betrekking hebben op betaling van het gevorderde bedrag.

3.2. [A] voert in verweer aan dat Infomedics geen vorderingsrecht meer heeft. Volgens [A] zijn partijen reeds in de periode van eind 2006 tot begin 2007 een definitieve afwikkeling overeengekomen, althans mocht hij daar gerechtvaardigd op vertrouwen. Voor zover dit niet het geval is voert hij aan dat de vordering in strijd is met de contractuele beëindigingtermijn die in de AV is neergelegd, alsmede met de klachttermijn in artikel 7:23 lid 1 BW.

3.2.1. Ten aanzien van de deelvordering op grond van afgewezen declaraties voert [A] voorts aan dat er geen sprake is van al dan niet onverschuldigde voorschotbetalingen, maar van conform de overeenkomst verkochte en geleverde vorderingen. Deze gecedeerde vorderingen zijn ook niet geretrocedeerd, zoals in de overeenkomst voorgeschreven, zodat ook om die reden Infomedics geen vorderingsrecht toekomt. Subsidiair voert [A] aan dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn wanneer Infomedics na langdurig stilzitten en nadat de vervaltermijnen in de contracten tussen [A] en de zorgverzekeraars zijn verstreken een beroep zou kunnen doen op haar bevoegdheid om vorderingen aan [A] te retrocederen. [A] doet, voor zover de vordering voor toewijzing vatbaar wordt geacht, een beroep op verrekening van de vordering met de door hemzelf als gevolg van de tardieve retrocessies nog te lijden schade.

3.2.2. Ten aanzien van de deelvordering op grond van rechtstreekse betalingen door verzekeraars aan [A] erkent [A] het gevorderde bedrag te hebben ontvangen, maar voert hij aan dat het reeds is verrekend met uitbetalingen van Infomedics aan [A]s.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.4. [A] vordert, samengevat en uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Infomedics tot schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, althans betaling van EUR 16.268,--, vermeerderd met rente en proceskosten.

3.4.1. [A] legt ten grondslag aan de vordering dat Infomedics wanprestatie heeft gepleegd en dat [A] bij toewijzing van de vordering in conventie schade zal lijden. Vanwege het langdurig stilzitten van Infomedics is het niet langer mogelijk om een aantal vorderingen bij de verzekeraars te incasseren. Wanneer Infomedics in conventie met succes een beroep doet op de mogelijkheid om deze vorderingen aan [A] te retrocederen lijdt [A] schade, nu hij niet meer de mogelijkheid zal hebben om de vorderingen bij de zorgverzekeraars te declareren.

3.5. Infomedics voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Ten aanzien van de vordering van EUR 21.590,-- vanwege afgewezen declaraties

4.1. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze deelvordering niet slagen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.1.1. Infomedics legt primair ten grondslag aan haar vordering dat er sprake is van onverschuldigde betalingen door haar aan [A]. Uit de overeenkomst en de AV blijkt echter dat partijen afgesproken hebben om vorderingen over te dragen door middel van (ver-)koop en levering. De door Infomedics aan [A] verrichte betalingen zijn derhalve te kwalificeren als betaling van de koopsom voor aan haar overgedragen vorderingen, waarmee Infomedics voldeed aan een op haar rustende verplichting uit de overeenkomst, en niet als verstrekking van een voorschot. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Infomedics in deze de rechtsverhouding tussen partijen miskend en kan de door haar aangevoerde grondslag onverschuldigde betaling de vordering niet dragen. De ter zitting geponeerde stelling van Infomedics dat van een voltooide cessie pas sprake zou zijn zodra en voor zover Infomedics de vordering kon innen, vindt geen steun in het recht noch in de tussen partijen geldende overeenkomst.

4.1.2. Subsidiair heeft Infomedics als grondslag voor de vordering gesteld dat er op [A] een ongedaanmakingsverbintenis of ongedaanmakingsverplichting rust. Ook deze grondslag kan de vordering niet dragen. Naar het oordeel van de rechtbank is een ongedaanmakingsverbintenis niet aan de orde, nu de ontbinding van de overeenkomst niet is gevorderd. De rechtbank kan de stelling van Infomedics dat die verbintenis uit de overeenkomst zou voortvloeien niet volgen, en niet valt verder in te zien op grond waarvan een dergelijke verbintenis of verplichting zou bestaan.

4.1.3. Voor zover Infomedics bedoelt dat er op [A] een verplichting rust tot betaling van de koopsom voor door Infomedics geretrocedeerde vorderingen, is de rechtbank van oordeel dat er niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een retrocessie, zodat ook deze verplichting niet aan de orde is. De rechtbank verwijst daarbij naar de in artikel 3:94 BW vermelde vereisten voor een cessie van een vordering op naam, te weten een akte van levering en mededeling aan de schuldenaar, alsmede naar de in de AV beschreven handelwijze voor het uitvoeren van een (retro-)cessie. Van het bestaan van de vereiste aktes van levering is niet gebleken, en evenmin van daartoe strekkende mededelingen aan de schuldenaren. Aangezien de vorderingen naar het oordeel van de rechtbank niet aan [A] zijn geretrocedeerd, is de daar tegenover staande betalingsverplichting niet aan de orde, zodat de deelvordering van Infomedics ook niet op deze grond voor toewijzing vatbaar is.

Ten aanzien van de vordering van EUR 10.151,-- vanwege rechtstreeks door [A] ontvangen betalingen van verzekeraars

4.2. De stelling van Infomedics dat [A] een bedrag van EUR 10.151,-- rechtstreeks heeft ontvangen van de ziektekostenverzekeraars wordt door [A] niet betwist. Evenmin betwist [A] dat dit bedrag, gelet op de ten grondslag aan de betaling liggende gecedeerde vorderingen, Infomedics toebehoort. Wel voert [A] aan dat het vorderingsrecht van Infomedics is vervallen, en ten tweede dat het bedrag reeds in het najaar van 2006 door middel van verrekening aan Infomedics is betaald.

4.2.1. De rechtbank overweegt als volgt. Ook aan deze deelvordering legt Infomedics ten grondslag dat er sprake is van onverschuldigde betaling, op grond waarvan [A] het door hem ontvangen bedrag terug dient te betalen. Voor zover Infomedics daarmee doelt op het door de ziektekostenverzekeraars gedane betaling aan [A] is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een onverschuldigde betaling in de rechtsverhouding tussen Infomedics en [A]. Deze betaling is immers niet verricht door Infomedics maar door een derde partij, te weten de ziektekostenverzekeraar, en gesteld noch gebleken is dat er daarbij sprake was van enige vorm van vertegenwoordiging van Infomedics. Voor zover Infomedics in haar vordering doelt op de door haar aan [A] gedane betalingen voor de gecedeerde vorderingen die de basis vormen voor het door de verzekeraars uitgekeerde bedrag, kan evenmin worden gezegd dat deze betalingen onverschuldigd zijn gedaan. De betalingen voor de gecedeerde vorderingen hebben immers in de door partijen gesloten overeenkomst een geldige grondslag, te weten de (ver-)koop van vorderingen op naam. Naar het oordeel van de rechtbank kan de door Infomedics gestelde grondslag deze deelvordering derhalve niet dragen.

Ten aanzien van de vordering als geheel

4.3. Beide deelvorderingen stranden derhalve op het gebrek aan een geldige grondslag. Voor het geval er op enige andere grondslag een vorderingsrecht voor Infomedics zou voortvloeien uit de overeenkomst, overweegt de rechtbank ten overvloede als volgt. Bij het aangaan van de overeenkomst heeft Infomedics de door haar opgestelde AV ingebracht in de onderhandelingen. Partijen zijn overeengekomen dat deze AV onderdeel vormen van de overeenkomst. In artikel 13.3 van de AV is bepaald dat Infomedics uiterlijk 6 maanden na beëindiging van de overeenkomst een eindafrekening zal opmaken en een eventueel nog aan haar toekomende bedrag zal navorderen.

4.3.1. Tussen partijen staat vast dat de overeenkomst per 31 december 2006 is beëindigd. [A] voert aan dat de door hem ontvangen rechtstreekse betalingen reeds besproken zijn met de heer [B] van Infomedics in oktober 2006. Dit is door Infomedics niet betwist. Tevens blijkt uit de e-mail van de heer [B] van 22 januari 2007 dat Infomedics op dat moment op de hoogte was van de rechtstreekse betalingen van de ziekteverzekeraars aan [A]. Uit de stellingen van partijen en de door hen ingebrachte stukken valt op te maken dat de daadwerkelijke aanzet van Infomedics tot eindafrekening pas met de e-mail van 21 februari 2008 is gekomen, en dat de eerste concrete melding door Infomedics van navordering van het bedrag van EUR 10.151,-- door middel van het versturen van het Excel-bestand van 7 maart 2008 is gedaan. Op 22 april 2008 wordt door Infomedics voorts een dossier aangeleverd, dat wellicht gekwalificeerd kan worden als een voorlopige eindafrekening.

4.3.2. De rechtbank stelt vast dat de periode tussen de beëindiging van de overeenkomst en de eerste concrete melding van de eindafrekening en van de navordering van het rechtstreeks betaalde bedrag ruim veertien maanden bedraagt, terwijl er een contractuele vervalperiode is afgesproken van zes maanden.

4.3.3. Infomedics heeft gesteld dat de vertraagde eindafrekening te wijten is aan de gewijzigde wetgeving en het moeizame declaratieverkeer met de zorgverzekeraars. Uit de stellingen van Infomedics blijkt echter niet waarom er geen tussentijdse contacten met [A] zijn geweest, met vermeldingen dat er sprake was van behoorlijke bedragen aan afgewezen declaraties. Indien hiervan tussentijdse melding was gedaan, had [A] actie kunnen ondernemen om de inning van de declaraties te bespoedigen en/of had hij zich kunnen voorbereiden op een financiële tegenvaller. Mede gelet op de afwezigheid van dergelijke meldingen valt niet in te zien waarom de gevolgen van het moeizame declaratieverkeer voor rekening en risico van [A] zouden moeten komen.

4.3.4. Dit geldt temeer ten aanzien van de terugvordering van het rechtstreeks door [A] ontvangen bedrag. Niet valt in te zien waarom dit bedrag niet binnen de afgesproken periode teruggevorderd had kunnen worden, nu is gebleken dat Infomedics er tijdig van op de hoogte was.

4.3.5. Gesteld noch gebleken is voorts dat het vervalbeding in de AV onredelijk bezwarend zou zijn, temeer dit door Infomedics is opgesteld en zij er daarom geacht moet worden er van op de hoogte te zijn. Met [A] is de rechtbank derhalve van oordeel dat een eventuele vorderingsrecht van Infomedics is vervallen. Of het rechtstreeks ontvangen bedrag, zoals door [A] aangevoerd, wel of niet reeds is verrekend kan daarom in het midden blijven.

4.4. Gelet op bovenstaande zal de rechtbank de vordering in conventie afwijzen.

4.5. Infomedics zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] worden begroot op:

- vast recht EUR 640,00

- salaris advocaat 1.158,00 (3,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.798,00

in voorwaardelijke reconventie

4.6. Nu de vorderingen in conventie worden afgewezen, is de door [A] gestelde voorwaarde niet vervuld. De reconventie wordt dan ook geacht niet te zijn ingesteld en de rechtbank komt niet toe aan een beoordeling van de reconventionele vordering.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen in conventie af,

5.2. veroordeelt Infomedics in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 1.798,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. Nyman en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2010.?