Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BP6882

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-10-2010
Datum publicatie
07-03-2011
Zaaknummer
392887 - HA ZA 08-777
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanrijding tussen twee auto's. Beide bestuurders onrechtmatig gehandeld. Medeschuld. Door billijkheidscorrectie is gedaagde niet gehouden het deel van de schade van eiser te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2012/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 392887 / HA ZA 08-777

Vonnis van 27 oktober 2010

in de zaak van

de naamloze vennootschap naar Belgisch recht

AXA BELGIUM N.V.,

gevestigd te Brussel, België,

eiseres,

advocaat mr. A. Knigge,

tegen

1. [A],

wonende te --,

2. de naamloze vennootschap

FORTIS ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Utrecht,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

gedaagden,

advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer.

Partijen zullen hierna Axa Belgium en [A] c.s. (afzonderlijk ook [A], Fortis ASR en [B]) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de gelijkluidende dagvaardingen van 26 februari 2008 en 4 maart 2008 met bewijsstukken,

- de conclusie van antwoord met bewijsstukken,

- het tussenvonnis van 21 mei 2008 waarin een comparitie van partijen is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie houdende tussenvonnis van 3 november 2008,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor, tevens tegenverhoor, tevens comparitie van 21 april 2009,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 10 september 2009,

- de akte uitlating voortzetting procedure van de zijde van [A] c.s.,

- de antwoordakte van de zijde van Axa Belgium,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 4 juni 2010,

- de conclusie na enquête van Axa Belgium,

- de antwoordconclusie na enquête van [A] c.s.,

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 10 december 2004 heeft er een aanrijding plaatsgevonden tussen een personenauto merk Volvo met kenteken //-//-// (hierna de Volvo) en een personenauto merk Mercedes met Belgisch kenteken ///-/// (hierna de Mercedes). De bestuurder van de Volvo was [A]. [C] (hierna [C]) was de bestuurder van de Mercedes. De aanrijding vond plaats op de -- in -- ter hoogte van de oprit van de autosnelweg A1.

2.2. Ten gevolge van de aanrijding hebben beide voertuigen schade opgelopen. De schade aan de Mercedes is op basis van de afgesloten cascoverzekering door Axa Belgium aan de verzekerde van de Mercedes vergoed.

2.3. Axa Belgium heeft de schaderegelaar/vertegenwoordiger van Fortis ASR, [B], op grond van artikel 6 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen (hierna: WAM) aangesproken voor de uit het ongeval voortkomende schade en haar herhaaldelijk gesommeerd de schade te vergoeden.

2.4. [B] heeft namens Fortis ASR de vordering afgewezen.

3. Het geschil

3.1. Axa Belgium vordert samengevat – hoofdelijke veroordeling van [A] c.s. tot betaling van EUR 30.265,64, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Axa Belgium legt aan haar vordering het navolgende ten grondslag. [A] heeft onrechtmatig jegens [C] gehandeld doordat zij heeft nagelaten [C] voorrang te verlenen, als gevolg waarvan een aanrijding is ontstaan. De schade bedraagt EUR 25.022,34. Axa Belgium heeft deze schade aan [C] vergoed. [A] c.s. zijn gehouden dit bedrag aan Axa Belgium te betalen. Verder maakt Axa Belgium aanspraak op vergoeding van wettelijke rente berekend tot aan de dag van dagvaarding op EUR 3.935,30 en administratiekosten van EUR 150,00 alsmede een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van EUR 1.158,00.

3.3. [A] c.s. voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat [C], als rechtdoorgaand verkeer, voorrangsgerechtigd was ten opzichte van de linksafslaande [A]. Nu [A] aan [C] niet de vrije doorgang heeft verleend, ligt de schuld aan het ongeval in beginsel bij [A], tenzij vast komt te staan dat [C] zich medeschuldig heeft gemaakt aan het ongeval.

4.2. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of dit laatste het geval is geweest onder meer doordat [C] vlak voor het ongeval over de doorgetrokken streep van rijstrook is gewisseld. Nu [A] c.s. zich beroept op het rechtsgevolg van haar stelling rust op haar de bewijslast hiervan. [A] c.s. is bij tussenvonnis van 3 november 2008 toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat [C] vlak voor het ongeval over de doorgetrokken streep van rijstrook is gewisseld.

4.3. [A] c.s. heeft daartoe twee getuigen doen horen, te weten zichzelf als partijgetuige en [D] (hierna [D]). Axa Belgium heeft in contra-enquete twee getuigen doen horen te weten [C] en [E] (hierna [E]) passagier van de Mercedes.

4.4. De verklaring van [A] luidt, voor zover van belang, als volgt.

“ Het was een winterdag en het schemerde. (…) Ik reed linksaf de snelweg op. Even daarvoor was ik vóór de haaientanden gestopt voor een auto die uit de richting -- kwam. Ik stond echt stil. Die auto heb ik langs laten rijden en ben toen opgetrokken. Toen ik op de weghelft zat, en dat was al een flink eind, zag ik van rechts opeens twee koplampen en vrijwel meteen werd ik meteen rechtsachter aangereden. Ik kan niet zeggen wat mijn snelheid was, ik trok net op, gewoon normaal. Ik had een oude Volvo in een donkere kleur. Ik heb geen idee wat de snelheid van [C] was. De klap waarmee hij mij raakte was gigantisch. Ik zag de lichten en toen was het al gebeurd. Ik kan niet zeggen of [C] over de doorgetrokken streep is gereden. Dat heb ik allemaal niet gezien. Ik heb wel gezien dat het druk was op de strook voor rechtsafslaand verkeer, maar de rij reed wel langzaam door.

De heer [D] kwam meteen na het ongeluk naar mij toe en zei: ‘ik heb alles gezien. Het was niet uw schuld. [C] reed voor mij op de strook om rechtsaf te gaan. Hij schoot ineens de rij uit, ging ineens over de streep heen, om rechtdoor te gaan.’

4.5. De verklaring van [D] luidt, voor zover van belang, als volgt.

“Ik reed vanuit -- richting -- over de -- voor de afslag naar de A1. Ik wilde de snelweg op. Komend vanuit -- zijn er vanaf de rotonde richting de A1 twee rijstroken. Ik reed vanaf de rotonde op de rechter rijstrook. Ik ben daar steeds blijven rijden. De weg gaat onder de A1 door. Achter mij kwam een auto aan, hij reed (…) met snelheid. De afstand tussen hem en mij was kort, ik keek daarom vaker in mijn spiegel dan ik gewoonlijk doe. Het viel mij op dat hij mij wilde passeren. Ter hoogte van het viaduct waar de weg onder de A1 door gaat, ging de auto achter mij de linkerbaan op. Hij trok op met hoge snelheid en haalde mij in. Daarna pakte hij de rechterbaan weer. (…). Vlak voor de afslag met de A1 ging hij weer naar links. Hij trok daarbij weer op en had veel snelheid. Toen hij naar links reed, reed hij vervolgens frontaal aan tegen de auto die die weg overstak. (…) Mijn mening is dat de overstekende auto hem niet heeft kunnen zien. Vlak voor de afslag naar de A1 is een doorgetrokken streep. Voor zover ik weet is hij over de doorgetrokken streep naar links gegaan. Ik heb alleen de botsing gezien. Ik heb niet goed gezien waar de auto die overstak vandaan kwam. (…) Voordat de man op de overstekende auto botste heeft hij niet geremd. Er was voor hem ook te korte tijd om te zien dat er een auto overstak. (…) Het is juist dat ik een aantal maal een schriftelijke verklaring heb afgelegd. U houdt mij voor dat ik in die verklaringen anders verklaar over de richting van waaruit de overstekende auto kwam. Het leek op het moment van het ongeluk voor mij dat ze vanaf de snelweg kwam. (…) Ik heb haar niet gezien. Ik zag haar auto pas toen de botsing plaatsvond. Daarvoor heb ik haar auto niet gezien. (…) Ik weet zeker dat de man over de doorgetrokken streep reed. Het is uitgesloten dat hij over de stippellijn is gereden. Ik neem aan dat de man de overstekende auto niet heeft kunnen zien. Gelet op zijn snelheid en het late moment van wisselen van de rijbaan.”

4.6. De verklaring van [C] luidt, voor zover van belang, als volgt.

“ Ik kwam uit de richting -- en reed op de rechterrijstrook, de strook die afslaat naar de A1. Mijn snelheid was ongeveer 80kmh. Ik was op weg naar --, en dat kan via de A1 / A27 of rechtdoor. Ik reed op de rechterrijstrook onder de A1 door en ben daarna naar links gegaan, de linker baan op. De afstand tussen het viaduct waar de A1 overheen loopt en de kruising is ongeveer 200 à 250 meter. Ik ben ongeveer halverwege deze afstand naar links gegaan, dus ongeveer 100 tot 125 meter voor de kruising. De doorgetrokken streep is vanaf de kruising ongeveer 40 tot 50 meter terug. Ik reed toen ik naar links ging niet over de doorgetrokken streep. Ik dacht eerst via de A1 naar -- te gaan, maar op een gegeven moment bedacht ik mij en heb gekozen voor de weg rechtdoor. Het verkeer op de rechter strook reed goed door. Er was geen verkeershinder. Men reed ook ongeveer 80kmh. Ik kan mij niet herinneren of er auto’s achter mij reden op die rijstrook. Ineens zag ik de Volvo voor me, want die trok op. Ik heb de Volvo rechtsachter geraakt. Het schemerde, ik had mijn lichten aan. (…) Mr. Hovinga vraagt mij of ik over de doorgetrokken streep ben gereden. Dat is niet het geval. (…). Mr. Hovinga houdt mij voor dat getuige [D] heeft verklaard dat ik hem eerst heb ingehaald op de rechterrijstrook, en vervolgens weer uit de rij geschoten ben. Dat zegt me niets. Ik weet niet of ik op de linkerrijstrook nog gas gegeven heb. Ik zag de auto van mevrouw in een flits. Voor ik het wist zaten wij eigenlijk al tegen elkaar. Toen ik de auto zag, kon ik niets meer.

4.7. De verklaring van [E] luidt, voor zover van belang, als volgt.

“ We kwamen uit de richting --. Ter hoogte van Nijhof sloegen wij rechtsaf richting --. Dat wordt daar een tweebaansweg. Uit de richting waaruit wij kwamen rij je automatisch op de rechterrijstrook. Als je daar op blijft, ga je uiteindelijk de A1 op. Op een gegeven moment zijn wij op de linker baan gaan rijden. Dat moet na het viaduct zijn geweest, ergens tussen het viaduct en het kruispunt. Ik kan mij niet meer herinneren op welk punt dat precies is geweest. (…). Ik hoor u zeggen dat de heer [C] verklaard heeft dat wij eerst op de rechter rijstrook reden met de bedoeling om via de A1 te gaan en dat hij zich bedacht en vervolgens via de dijk ging. Daar kan ik me niets van herinneren. Dat weet ik niet, maar zoals gezegd lijkt me dat niet logisch. Als dat het geval is zijn we wellicht wat later naar de linkerbaan gegaan.

Toen we op de linkerbaan reden zag ik de Volvo links stilstaan, om over te steken, voor de kruising. Ik heb de auto duidelijk gezien, ook al schemerde het en misschien was het zelfs al donker. We reden ongeveer 80kmh. (…) Ik zag de Volvo en het volgende moment zit je er tegenaan. (…) U houdt mij de versie voor van de getuige [D], die verklaard heeft dat wij hem ingehaald zouden hebben en voor hem zijn gaan rijden op de rechterrijstrook en vervolgens opeens naar links schoten. Dat zegt mij niets. Ik kan mij zo voorstellen dat dat inhalen nog net na de bocht, voor het viaduct gebeurd is, maar dat kan ik mij niet herinneren. Dat dat later gebeurd zou zijn, kan ik me niet voorstellen.”

4.8. Uit bovenstaande verklaringen kan worden afgeleid dat [C] in eerste instantie op de rechterrijbaan voor afslaand verkeer naar de snelweg reed en dat hij voor de oprit nog van rijstrook is gewisseld naar de linkerbaan voor rechtdoorgaand verkeer. Op basis van de verklaringen kan niet worden vastgesteld of [C] bij het wisselen van rijstrook over de doorgetrokken streep is gereden. Alleen [D] verklaart zulks, maar hij verklaart niet dat hij dat daadwerkelijk heeft gezien. Hij leidt het af uit hetgeen hij overigens heeft gezien. Nu [E] en [C] verklaren niet over de doorgetrokken streep te zijn gereden is [A] c.s. niet in de bewijsopdracht geslaagd.

4.9. Zoals [A] c.s. terecht heeft aangevoerd betekent dat niet dat er geen sprake is van schuld van [C] aan het ongeval. Het wisselen van een rijstrook is immers een handeling waarbij de nodige zorgvuldigheid is vereist. Direct na de splitsing van de beide rijbanen is een kruising waarbij auto’s, die van de oprit van de snelweg A1 komen en die vanuit -- naar de oprit van de snelweg gaan, de rechtdoorgaande rijbaan moeten oversteken. De zorgvuldigheid eist in die situatie dat indien voor die kruising nog van rijstrook wordt gewisseld dit op zodanige wijze gebeurt dat degene die op de kruising staan voldoende tijd hebben om voorrang te verlenen en veilig de kruising kunnen oversteken. Weliswaar staat niet vast dat [C] bij het wisselen van rijstrook de doorgetrokken streep heeft overschreden, maar uit de verschillende verklaringen kan wel worden afgeleid dat hij dat zo vlak voor de kruising heeft gedaan en daarbij zodanige snelheid had dat [A] daarmee geen rekening kon houden. Allereerst blijkt dat uit de verklaring van [D]. Verder kan dit ook worden afgeleid uit de verklaring van [A]: zij heeft [C] niet zien aankomen. Ook de verklaring van de verklaringen van [C] en [E] volgt zulks. Zij verklaren dat zij nadat zij van rijstrook waren gewisseld zij de auto van [A] zagen en het volgende moment er tegenaan zaten. Door kort voor de oprit met hoge snelheid van baan te wisselen, heeft [C] niet de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen en is er sprake van onrechtmatig handelen van [C].

4.10. Het voorgaande leidt ertoe dat [C] zelf medeschuldig is aan het veroorzaken van het ongeval. Dan hangt de mate van aansprakelijk van [A] af van de mate van waarin de aan [C] en Van Vesssum toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval dit eist. Volgens [A] c.s. is het ongeval geheel te wijten aan het gevaarlijke en onvoorspelbare rijgedrag van [C] en moet [C] daarom volledig aansprakelijk worden gehouden voor de uit het ongeval voortvloeiende schade. De rechtbank begrijpt de stellingen van Axa Belgium aldus dat het ongeval geheel is te wijten aan het feit dat [A] geen voorrang heeft verleend.

4.11. Het aandeel van de gedragingen van [A] en [C] in het ontstaan van de schade moet voor ieder op 50% worden gesteld. De billijkheid eist in dit geval echter dat de schadevergoedingsplicht van [A] geheel vervalt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [A] [C] feitelijk geen voorrang kon verlenen doordat [C] op het laatste moment met hoge snelheid nog van rijstrook wisselde. Daarop behoefde [A] niet bedacht te zijn. Volgens [A] zag zij de auto ook pas toen zij al aan het oversteken was. Uit de verklaringen van [D], [C] en [E] kan evenmin worden afgeleid dat [A] [C] eerder had kunnen zien. Volgens hen vond de botsing ook plaats direct na de wisseling van rijstrook. Onder deze omstandigheden is [A] niet aansprakelijk voor de schade van [C].

4.12. De vorderingen van Axa Belgium worden dan ook afgewezen. Axa Belgium zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [A] c.s. worden begroot op:

- vast recht 665,00

- getuigen taxe 15,00

- salaris advocaat 2.605,50 ( 4,5 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 3.285,50

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Axa Belgium in de proceskosten, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op EUR 3.285,50,

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Hall en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2010.?