Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2010:BP3481

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
442952 - HA ZA 09-3607
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vermogensbeheer, terughoudendheid bij beoordeling beroep op artikel 6:89 BW; bewijsopdracht overeengekomen cliëntenprofiel (dat volgens opdrachtgever anders is dan in de overeenkomst is vastgelegd)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2011/32
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 442952 / HA ZA 09-3607

Vonnis van 17 november 2010

in de zaak van

1. [A],

2. [B],

beiden wonende te --,

eisers,

advocaat mr. drs. J.H. Tonino te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUREFFECT ASSET MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. W. de Jong te Amsterdam.

Eisers zullen hierna [A], respectievelijk [B], worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als [A] c.s. Gedaagde zal Eureffect worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 november 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- het tussenvonnis van 14 april 2010, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie van 19 augustus 2010, met de daarin genoemde stukken;

- de brief van 17 september 2010 van mr. Tonino;

- de brief van 30 september 2010 van mr. De Jong.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] en [B] zijn gehuwd. [A] is geboren in 1931 en [B] in 1939. In 1950 heeft [A] samen met zijn vader en broer een fabriek in landbouwmachines opgericht (Trio[A]). De fabriek is in 1983 verkocht. De opbrengst heeft [A] hoofdzakelijk in diverse bedrijfsonroerend goed projecten gestoken. Daarnaast heeft [A] tot 2004 inkomen gegenereerd met het uitgeven van licenties aan derden van door zijn onderneming ontwikkelde (octrooien op) landbouwmachines.

2.2. Toen [A] in 1993 met het investeren in (bedrijfs)onroerend goed projecten wilde stoppen heeft hij enkele Nederlandse staatsobligaties gekocht. Eind jaren negentig heeft [A] zelf in beperkte mate gehandeld in aandelen en opties. Vanaf 2000 heeft [A] (een deel van) zijn vermogen belegd via ABN AMRO op basis van een beleggingsadviesrelatie.

2.3. Eureffect verricht vermogensbeheer voor derden en beheert daarnaast het open-end beleggingsfonds voor gemene rekening Spirit AIM.

2.4. [A] heeft, onder meer in verband met een bij hem in 1994 gediagnosticeerde ongeneeslijke oogaandoening (macula degeneratie), waardoor zijn gezichtsvermogen afneemt en hij steeds minder goed in staat is stukken te lezen, besloten zijn vermogen in beheer te geven bij een vermogensbeheerder. [A] is via een van zijn zoons in contact gekomen met Eureffect. Op 10 februari 2005 heeft bij [A] c.s. thuis een intakegesprek plaatsgevonden tussen [A] en [C] (hierna: [C]) van Eureffect.

2.5. Naar aanleiding van dit gesprek heeft Eureffect een Intake Formulier (hierna: het intakeformulier) ingevuld voor intern gebruik, waarop zij onder meer de geboortedata van [A] c.s. heeft vermeld. Het intakeformulier bevat verder, voor zover hier van belang, de volgende informatie:

- bij “Indicatie vermogen waarmee u bij Eureffect van start gaat” staat een bedrag van

€ 100.000,- vermeld;

- bij “Oorsprong vermogen” is aangekruist “spaargeld” en “verkoop bedrijf”;

- bij “Beleggingservaring” is aangekruist “Aandelen”, “Obligaties”, “Opties” en “Beleggingsfondsen”, alle met de toevoeging “vanaf 1985”;

- bij “Indicatie inkomen” is “n.a.” ingevuld, met de toevoeging “pensioen/rentenier”;

- bij “Pensioenvoorzieningen” staat n.a. ingevuld.

[A] c.s. hebben het intakeformulier ondertekend. Onderaan het intakeformulier staan de volgende “Aanvullende opmerking(en)”:

“[D] op 12/10/06 Met [C] bezoek gebracht. Mede om Intake te completeren. Client wil weinig kwijt over vermogenspositie. Heeft wel aanslag vermogensrendementsheffing laten zien/besproken. Fiscus “waardeert” bezit op ruim 5,5 mio. Is volgens de heer [A] “ruim aan de lage kant”. […]”

2.6. [A] c.s. en Eureffect hebben een vermogensbeheerovereenkomst ondertekend gedateerd 10 februari 2005 (hierna: de overeenkomst) en een tripartiete overeenkomst met Kas Bank N.V. (hierna: de Kas Bank). In de overeenkomst (waarin [A] c.s. met “Cliënt” worden aangeduid) is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:

“Artikel 4 – Beleggingsdoelstelling, Uitgangspunten en Beperkingen

4.1 Cliënt en Eureffect zullen bij ondertekening van deze overeenkomst de uitgangspunten en doelstellingen van Cliënt ter zake van het Beheer vaststellen, hetgeen zal worden vastgelegd in Bijlage 2 bij deze overeenkomst.

4.2 Cliënt is voorts bevoegd aan Eureffect schriftelijke specificaties te verstrekken terzake van:

- eventuele beperkingen met betrekking tot de markten, waarop effectentransacties ten behoeve van Cliënt zullen worden uitgevoerd en afgewikkeld

- eventuele beperkingen ten aanzien van de effecten of categorieën van effecten, waarin mag worden belegd.

Deze specificaties zullen worden opgenomen in Bijlage 3.

Eureffect zal de uitgangspunten en doelstellingen, alsmede de ontvangen specificaties als bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel, in acht nemen bij het Beheer.

[…]

Artikel 5 – Risico’s en Aansprakelijkheid

[…]

5.3 Eureffect is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van waardevermindering van het vermogen en/of door Cliënt geleden verliezen of welke andere oorzaak dan ook, behalve indien en voor zover komt vast te staan dat de schade een rechtstreeks gevolg is van opzet of grove schuld van Eureffect bij de uitvoering van deze overeenkomst.

[…]

Artikel 6 – Periodieke Vastlegging en Informatieverstrekking

6.1 Cliënt ontvangt van Eureffect in het kader van het gevoerde Beheer ten minste de volgende gegevens;

- Effectennota’s met betrekking tot alle voor rekening en risico van Cliënt verrichte transacties.

- Minimaal per kwartaal wordt een berekening gemaakt van de verkoopwaarde van het totale belegde Vermogen op basis van de laatste koers op de beurs van die dag. Deze berekening en een specificatie van de mutaties in het vermogen en een berekening van de op dat moment gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten en de in rekening gebrachte kosten worden Cliënt telkenmale door Eureffect toegezonden.

[…]

6.2 Cliënt is gehouden de in lid 1 genoemde gegevens bij ontvangst te controleren en zal bij onduidelijkheden onverwijld contact opnemen met Eureffect.

6.3 Het beheer geldt als juist te zijn gevoerd en aanvaard door Cliënt, tenzij cliënt bezwaren tegen het door Eureffect gevoerde Beheer binnen dertig (30) dagen na ontvangst van de in lid 1 van dit artikel genoemde gegevens aan Eureffect kenbaar heeft gemaakt […]”

2.7. In de door [A] c.s. ondertekende Bijlage 2 bij de overeenkomst zijn de beleggingsdoelstelling, uitgangspunten en/of beperkingen van [A] c.s. ter zake van het door Eureffect te voeren beheer vastgelegd. In deze Bijlage 2 staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

- bij “Doel” is aangekruist “korte termijn vermogensgroei d.m.v. trading”;

- bij “Doel” is “inkomstenbron” niet aangekruist en daarachter staat een streep waar “opname per maand” of “opname incidenteel” kan worden ingevuld;

- bij “Uitgangspunten” is aangekruist “speculatief (trading)”;

- bij “Opties en/of futures” is geen van de vakjes aangekruist;

- bij “Debetstanden” is “nee” aangekruist.

In de “Toelichting” op Bijlage 2 staan de vier “Uitgangspunten” voor het beheer toegelicht als volgt:

“Defensief

[…]

Neutraal

Een neutraal ingestelde belegger is een belegger die, ten einde een hoger rendement te behalen, bereid is voor een deel van de portefeuille grotere koersschommelingen te accepteren. Bij een neutraal ingestelde belegger is een lange termijn strategische allocatie van 50% aandelen en 50% vastrentende waarden doorgaans de meest optimale.

Offensief

[…]

Speculatief (trading)

De wijze van Beheer wordt mede gebaseerd op informatie vanuit de zogenaamde technische analyse. Deze analyse methodiek bestudeert historisch koersgedrag, zowel objectief als subjectief. Met grafiekanalyse en/of indicatoranalyse wordt een scenario gedefinieerd wat betreft toekomstig marktgedrag. Dergelijke scenario’s monden uit in korte termijn transacties, beginnende bij zogenaamde intraday transacties.

Ook wordt in dit profiel gebruik gemaakt van korte termijn ‘opportunities’. Deze kunnen bijvoorbeeld ontstaan in een zeer volatiele markt of indien over- of onderwaardering wordt geconstateerd.

De aard van de analysemethoden en de daaruit voortvloeiende scenario’s brengen met zich mee dat de transactiefrequentie hoger ligt dan bij de meer traditionele analyses. Bovendien hebben deze transacties een hogere risicograad. De portefeuille krijgt hierdoor een zogenaamd ‘speculatief karakter’.

Cliënt verklaart hierbij uitdrukkelijk zich bewust te zijn van de risico’s die aan het beleggen in effecten (mede op basis van technische analyse) zijn verbonden en deze te aanvaarden.”

2.8. In de eveneens door [A] c.s. ondertekende Bijlage 3 bij de overeenkomst is aangegeven in welke “Markten” en “Categorieën van Effecten” ten behoeve van [A] c.s. mag worden belegd. Op deze Bijlage 3 zijn in de categorie “Aandelen” alle vakjes met “ja” aangekruist. In alle overige categorieën (opties, futures, vastrentende waarden, warrants, overige en specials), zijn alle vakjes met “nee” aangekruist, met uitzondering van “Deposito’s t.n.v. Cliënt”, waar “ja” is aangekruist.

2.9. Bij brief van 15 februari 2005 hebben [A] c.s. Eureffect verzocht de transactienota’s niet toe te sturen naar hun correspondentieadres, maar te bewaren bij Eureffect, waarbij [C] zorg zou dragen voor het aanleveren van deze correspondentie aan hun huisadres. Bij brief van 28 december 2005 hebben [A] c.s. ook de Kas Bank verzocht het correspondentieadres te wijzigen in het adres van Eureffect.

2.10. [A] is vanaf het begin van de vermogensbeheerrelatie ongeveer maandelijks thuis bezocht door iemand van Eureffect om zijn portefeuille te bespreken, en wel meestal door zijn accountmanager [C].

2.11. Bij brief van 6 oktober 2005 heeft Eureffect [A] c.s., voor zover hier van belang, als volgt bericht:

“Wij zijn verheugd u te kunnen informeren dat wij […] per 15 oktober aanstaande aanvangen met ons beleggingsfonds; het hedgefund Spirit AIM.

Spirit AIM is een beleggingsfonds dat door een uitgekiende combinatie van de beleggingsstijlen;

- een Europees Long/Short portefeuille;

- event driven handel en

- arbitrage,

een meer dan gemiddeld rendement nastreeft. […]

Wij achten een allocatie van € 50.000 in het fonds passend binnen de grootte en het profiel van uw portefeuille.

[…] Bijkomend voordeel is ook dat over het deel van uw portefeuille dat in het fonds deelneemt, geen vaste beheer- en performancefee verschuldigd is, aangezien het fonds een eigen kostenstructuur kent.

[…]

Het prospectus en de financiële bijsluiter zijn te downloaden van onze site www. eureffect.nl

[…]

Indien u de allocatie van Spirit AIM binnen uw portefeuille wilt aanpassen dan kunt u dit aangeven op het inschrijfformulier en de overboekingsopdracht.

[…]”

2.12. Op 9 oktober 2005 hebben [A] c.s. een inschrijfformulier voor deelname in Spirit AIM ondertekend. Op dit inschrijfformulier hebben zij te kennen gegeven voor een bedrag van € 50.000,- participaties in Spirit AIM te willen aankopen. Op het formulier staat, voor zover hier van belang, voorts het volgende vermeld:

“[…]

Het Prospectus en de Voorwaarden van beheer en bewaring van SPIRIT AIM zijn van toepassing op bovengenoemde deelname. Door ondertekening van dit inschrijfformulier verklaart ondergetekende bekend te zijn met de inhoud van dit Prospectus en de Voorwaarden van beheer en bewaring. Het Prospectus is verkrijgbaar bij de Beheerder van het Fonds, te weten Eureffect B.V. […].”

2.13. [A] c.s. hebben na hun eerste investering in Spirit AIM van € 50.000,- op de volgende data en voor de volgende bedragen participaties in Spirit AIM gekocht:

- 2 januari 2006: € 550.000,-

- 1 februari 2006: € 900.000,-

- 1 maart 2006: € 500.000,-

- 3 april 2006: € 200.000,-

- 1 november 2006: € 500.000,-

- 1 februari 2007: € 500.000,-,

zodat [A] c.s. in totaal € 3.200.000,- in Spirit AIM hebben geïnvesteerd. Daarvan is een bedrag van € 450.000,- direct door [A] c.s. aan Spirit AIM betaald. De overige stortingen waren afkomstig van hun rekening bij de Kas Bank.

2.14. Op 18 januari 2006 heeft Eureffect [A] c.s. een brief gestuurd waarin, voor zover hier van belang, het volgende staat vermeld:

“Recent heeft u aangegeven een bedrag van € 500.000 te willen onttrekken aan uw portefeuille bij Kas Bank N.V. Genoemd bedrag zou moeten worden toegevoegd aan uw participatie in ons hedge fund Spirit AIM.

[…]

Middels deze brief willen wij u uitdrukkelijk wijzen op de risico’s van beleggingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen, zeker als deze beleggingen een relatief groot deel uitmaken van het voor uw vermogensbeheerder zichtbare vermogen.

Zou u het tweede exemplaar van deze brief willen ondertekenen en aan ons retourneren ter bevestiging van het feit dat u kennis hebt genomen van bovenstaande alinea en u zich de risico’s realiseert? […]”

[A] c.s. hebben deze brief voor akkoord ondertekend geretourneerd aan Eureffect.

2.15. Op enig moment heeft Eureffect een brief gestuurd aan [A] c.s., welke brief abusievelijk is gedateerd 15 februari 2005, waarin Eureffect, voor zover van belang, het volgende schrijft:

“U heeft te kennen gegeven om additioneel € 500.000 extra te willen beleggen in Spirit AIM. Hierdoor verandert de samenstelling van uw belegd vermogen.

In het kader van de zorgplicht die Eureffect heeft voor haar relaties, houden wij ook het overeengekomen risicoprofiel in de gaten. Dit risicoprofiel is samen met u opgesteld aan de hand van uw vermogen, wensen doelstellingen en risicohouding. Met u is destijds een neutraal profiel afgesproken.

Indien u nog € 500.000 extra wilt storten in het fonds Spirit AIM, nemen de risico’s in de portefeuille toe en verandert uw risicoprofiel naar offensief. Indien u daarmee expliciet akkoord gaat, verzoeken wij u vriendelijk deze brief (in tweevoud) voor akkoord te ondertekenen en één exemplaar te retourneren in de ingesloten antwoordenvelop. […].”

[A] c.s. hebben deze brief voor akkoord ondertekend geretourneerd aan Eureffect.

2.16. Vanaf mei 2006 hebben [A] c.s., op eigen verzoek, de correspondentie van de Kas Bank weer direct op hun thuisadres ontvangen.

2.17. De waarde van Spirit AIM is aanvankelijk sterk gestegen, van een koers van € 50,- per 1 november 2005 tot een koers van € 93,30 per 31 maart 2007. Daarna is de koers gestaag gaan dalen.

2.18. Naar aanleiding van een telefonisch verzoek van [A] c.s. heeft Eureffect, als beheerder van Spirit AIM, op 22 januari 2008 aan [A] c.s. een mutatieformulier toegestuurd waarmee [A] c.s. te kennen konden geven dat zij participaties in Spirit AIM wilden verkopen.

2.19. Bij brief van 25 januari 2008 heeft Eureffect, als beheerder van Spirit AIM, aan de participanten van Spirit AIM bericht dat de beheerder in verband met extreme marktomstandigheden had besloten tijdelijk de inkoop van participaties Spirit AIM op te schorten, waardoor tot nader order geen in- en uittreding meer kon plaatsvinden. In de brief staat voorts dat het vertrouwen van de beheerder in de lange termijnvooruitzichten voor de portefeuille onverminderd groot is en dat naarmate de rust op de markt en de liquiditeit in de door Spirit AIM gehouden fondsen terugkeert, de noodzaak van de tijdelijke opschorting zal afnemen.

2.20. [A] c.s. hebben de overeenkomst opgezegd per 30 juni 2008. In december 2008 is de effectenportefeuille op verzoek van [A] c.s. overgeboekt naar ABN AMRO. De – inmiddels gesloten – hedgefunds in de portefeuille werden niet geaccepteerd door ABN AMRO.

2.21. Bij brief van 6 maart 2009 heeft de toenmalige raadsman van [A] c.s. Eureffect aansprakelijk gesteld voor de schade die [A] c.s. hebben geleden door het handelen van Eureffect. De raadsman schrijft in de brief onder meer het volgende:

“[…] Gezien deze gang van zaken hebben cliënten enorme schade geleden. Hun volledige inleg in Spirit AIM ad EUR 3,15 miljoen is in ca. tweeënhalf jaar volledig verdampt. […]

Aldus is de rest van het vermogen van cliënten ook vrijwel in rook opgegaan. Van de totaal ingelegde ca. EUR 4.500.000 (inclusief Spirit AIM) resteert nog slechts ca. EUR 100.000. […]

Het behoeft weinig betoog dat cliënten menen dat uw organisatie ernstig is tekort geschoten in de uitvoering van de vermogensbeheerovereenkomst en alle (andere) verplichtingen die zij jegens cliënten heeft. Het gaat – voorzover thans valt te overzien – onder meer om het volgende.

Portefeuille Eureffect.

a. Onverantwoorde, eenzijdige beleggingen in diverse hedgefunds en andere fondsen met een hoog risico (waaronder Spirit AIM).

Het niet (juist) toepassen van beleggingsprofielen. Meer concreet:

- het onvoldoende bepalen van een risicoprofiel;

- het onvoldoende beschrijven van cliënten, hun vermogenspositie en het doel dat wordt beoogd met beleggen;

- het onvoldoende vastleggen van mutaties in het profiel en het geven en vastleggen van goede voorlichting over de gevolgen van dergelijke mutaties

b. In strijd handelen met het vastgelegde beleggingsprofiel door in diverse producten te handelen die expliciet waren uitgesloten en door het overgrote deel van het vermogen in hedgefunds te beleggen die deels met geleend geld waren gefinancierd.

[…]

Spirit AIM

a. […]

b. Het niet (tijdig) honoreren van wensen van cliënten om uit te stappen.

[…]”

2.22. Na vergeefse pogingen om Spirit AIM te heropenen heeft Eureffect, als beheerder van Spirit AIM, bij brief van 26 maart 2009 aan de participanten bericht dat de Kas Bank, als kredietverstrekker van Spirit AIM, zich op 25 maart 2009 de totale portefeuille van Spirit AIM heeft toegeëigend, waardoor zij zich, met de bewaarder van Spirit AIM, genoodzaakt zag over te gaan tot ontbinding en vereffening van Spirit AIM.

2.23. Bij brief van 29 april 2009 heeft Eureffect, als beheerder van Spirit AIM, de participanten bericht dat Spirit AIM inmiddels is vereffend en dat er geen baten zijn die in de toekomst aanleiding kunnen geven tot enige uitkering aan de participanten.

3. Het geschil

3.1. [A] c.s. vorderen dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Eureffect veroordeelt aan hen te betalen:

a. een bedrag van € 4.166.404,-, zijnde de waarde van de participaties in Spirit AIM per 1 september 2007, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen ander bedrag;

b. een bedrag van € 591.938,-, zijnde de verloren waarde van de effectenportefeuille, niet zijnde de participaties in Spirit AIM, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen ander bedrag;

c. de wettelijke rente te berekenen tot aan de dag van de uitspraak over het onder a) gevorderde bedrag vanaf 1 september 2007 en over het onder b) gevorderde bedrag vanaf 30 juni 2008, althans vanaf door de rechtbank in goede justitie te bepalen andere data;

d. een bedrag van € 6.422,- voor buitengerechtelijke incassokosten, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen ander bedrag;

een en ander met veroordeling van Eureffect in de proceskosten.

3.2. [A] c.s. stellen dat Eureffect toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en zowel bij het aangaan van de overeenkomst als bij de uitvoering ervan in strijd heeft gehandeld met de bepalingen van de overeenkomst, met de op dergelijke overeenkomsten toepasselijke regelgeving en met de zorgplichten die Eureffect als vermogensbeheerder heeft jegens haar cliënten. Dit tekortschieten heeft zich volgens [A] c.s. gemanifesteerd ten aanzien van een groot aantal onderwerpen, te weten:

• onzorgvuldigheden bij het aangaan van de overeenkomst met betrekking tot het “Ken uw Cliënt” beginsel, het vaststellen van het beleggingsprofiel en het afspreken van de kaders van het vermogensbeheer;

• het onvoldoende voorlichten over de specifieke risico’s verbonden aan bepaalde financiële producten waar vervolgens in is belegd;

• het handelen in strijd met het beleggingsprofiel van [A];

• het onvoldoende spreiden van de portefeuille en het risico;

• het hanteren van een te hoog en niet bij het beleggingsprofiel passend handelspatroon en -frequentie;

• het handelen in strijd met de beperking in toegelaten instrumenten, als overeengekomen in de overeenkomst;

• onvoldoende voorlichting over de kenmerken en risico’s van het hedgefund Spirit AIM;

• het negeren van de wens van [A] om uit Spirit AIM te stappen;

• het onvoldoende informeren over mogelijke belangenverstrengelingen tussen Eureffect als vermogensbeheerder enerzijds en Eureffect als fondsbeheerder en het Amsterdams Effectenkantoor B.V. (hierna: AEK) als grootaandeelhouder anderzijds;

• de daadwerkelijke belangenverstrengeling tussen Eureffect en AEK waardoor het belang van [A] werd achtergesteld bij het eigen belang.

Daarnaast dient het handelen van Eureffect als geheel gezien als onrechtmatig te worden gekwalificeerd, voor zover dit buiten de overeenkomst zou vallen, aldus [A] c.s.

3.3. Eureffect voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Rechtsverwerking

4.1. Als meest verstrekkende verweer heeft Eureffect aangevoerd dat [A] c.s. niet binnen 30 dagen na ontvangst van effectennota’s en kwartaaloverzichten, zoals bepaald in artikel 6.3 van de overeenkomst, althans niet binnen een redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6:89 Burgerlijk Wetboek (BW), hebben geklaagd, waarmee zij hun rechten hebben verwerkt. [A] c.s. hebben (een deel van) hun klachten over het door Eureffect gevoerde vermogensbeheer en over hun deelname in Spirit AIM pas bij brief van 6 maart 2009 aan Eureffect kenbaar gemaakt en zijn pas op 2 november 2009 tot dagvaarden overgegaan. [A] c.s. hebben ruim 19 maanden na het opschorten van de uittreding uit Spirit AIM en 16 maanden na de beëindiging van de overeenkomst gewacht met klagen. Eureffect heeft er belang bij dat cliënten hun klachten tijdig kenbaar maken, zodat zij mogelijk schadebeperkende maatregelen kan treffen en haar bewijspositie niet wordt bemoeilijkt. Aldus steeds Eureffect.

4.2. Het beroep van Eureffect op artikel 6:89 BW wordt verworpen. Volgens dit artikel kan een schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, bij de schuldenaar heeft geprotesteerd. [A] c.s. stellen dat hen pas na inwinnen van juridisch advies nadat zij de overeenkomst hadden opgezegd duidelijk werd dat het beheer was gevoerd in strijd met hun opdracht. Voor de beoordeling van de vraag wanneer [A] c.s. de door hen gestelde gebrekkige prestatie hebben ontdekt, dan wel redelijkerwijs hadden moeten ontdekken, is van belang dat het hier niet gaat om feitelijke gebreken, maar om tekortkomingen in de dienstverlening op een gebied waarop de – juist om die reden aangezochte – dienstverlenende partij bij uitstek deskundig is. In het licht daarvan moet het beroep op de toepasselijkheid van artikel 6:89 BW terughoudend worden beoordeeld. Anders dan Eureffect lijkt te veronderstellen kan uit de omstandigheid dat Spirit AIM in januari 2008 de uittreding uit het fonds opschortte nog niet worden afgeleid dat [A] c.s. op dat moment bekend hadden moeten zijn met de door hen gestelde gebrekkige prestatie. Eureffect gaf daarbij immers te kennen dat het om een tijdelijke maatregel ging en dat de lange termijnvooruitzichten voor het fonds onverminderd groot waren. Vaststaat dat [A] c.s. uit onvrede over de steeds dalende waarde van de portefeuille en de gang van zaken rondom Spirit AIM eind juni 2008 de overeenkomst met Eureffect hebben opgezegd. Ook het moment van opzeggen van de overeenkomst kan nog niet worden aangemerkt als het moment waarop zij redelijkerwijs op de hoogte hadden behoren te zijn van de door hen gestelde gebrekkige prestatie. Onvrede over de geleverde prestatie impliceert immers nog geen bekendheid met ter zake gemaakte fouten. Wel lag het vanaf het moment van opzeggen van de overeenkomst op de weg van [A] c.s. om (op voortvarende wijze) te onderzoeken of de door Eureffect geleverde prestatie al dan niet gebrekkig was. Dit onderzoek aan de zijde van [A] c.s. heeft, ongeveer acht maanden na beëindiging van de beleggingsrelatie, geleid tot de aansprakelijkstelling bij brief van 6 maart 2009. Deze aansprakelijkstelling is niet zodanig laat dat dit tot de conclusie moet leiden dat [A] c.s. niet binnen bekwame tijd als bedoeld in artikel 6:89 BW hebben geklaagd.

De door Eureffect gestelde belangen, waarvan zij overigens niet concreet heeft aangegeven in hoeverre die door het vermeende late klagen van [A] c.s. zijn geschonden, maken dit niet anders.

4.3. Wat betreft het beroep van Eureffect op artikel 6.3 van de overeenkomst acht de rechtbank relevant dat vanaf het begin van de vermogensbeheerrelatie de transactienota’s van Eureffect op verzoek van [A] c.s. steeds bij Eureffect werden bewaard en eens in de maand of in het kwartaal ter gelegenheid van een van de bezoeken van medewerkers van Eureffect bij [A] c.s. thuis werden afgeleverd. Door Eureffect is niet betwist dat het haar bekend was dat een van de redenen hiervoor was dat [A] als gevolg van zijn oogziekte dergelijke stukken niet, althans moeilijk kon lezen. Niet betwist is verder dat [B] zich niet bemoeide met het beheer van het vermogen en inhoudelijk niet betrokken was bij de gesprekken tussen [A] en medewerkers van Eureffect. Een en ander zal derhalve als vaststaand worden aangenomen. Volgens [A] c.s. werden de portefeuilleoverzichten en transactienota’s tijdens de bezoeken nagenoeg niet besproken, terwijl volgens Eureffect tijdens die bezoeken de samenstelling van het vermogen, al dan niet aan de hand van deze stukken, uitgebreid werd besproken. Ook als dit laatste juist is en (sommige van) deze stukken door Eureffect werden gebruikt om aan de hand daarvan [A] over de stand van zaken in te lichten, mocht Eureffect, mede gelet op de bekendheid met de oogziekte van [A], niet ervan uitgaan dat [A] c.s. van meer informatie op de hoogte waren dan de informatie die mondeling dor de medewerkers van Eureffect aan [A] werd verstrekt. In ieder geval mocht Eureffect onder de gegeven omstandigheden niet verwachten dat [A] na de bezoeken van de medewerkers van Eureffect zelf (met behulp van een ander) van de portefeuilleoverzichten en transactienota’s zou kennisnemen, zeker niet als uitgegaan moet worden van het standpunt van Eureffect dat zij [A] altijd uitgebreid heeft geïnformeerd over de stand van zaken. Onder deze omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Eureffect met een beroep op artikel 6.3 van de overeenkomst [A] c.s. zou kunnen tegenwerpen dat zij niet binnen 30 dagen na ontvangst van de effectennota’s en kwartaaloverzichten hebben geklaagd. Eureffect komt daarom geen beroep toe op artikel 6.3 van de overeenkomst.

Tekortkomingen/onrechtmatig handelen

4.4. De talloze verwijten die [A] c.s. aan Eureffect maken zijn voor een groot deel terug te voeren op hun stelling dat Eureffect al bij het aangaan van de vermogensbeheerrelatie de uitgangspunten daarvan onjuist heeft vastgelegd. In de kern stellen zij in dit verband dat zij Eureffect uitsluitend mandaat hebben gegeven om hun vermogen behoudend en voorzichtig te gaan beheren, geen grote risico’s te nemen en het vermogen in een beperkt assortiment effecten te gaan beleggen. Deze wensen van [A] c.s. zijn evenwel niet vastgelegd in de overeenkomst en ook het nadien gevolgde beleggingsbeleid is hiermee volledig in strijd.

4.5. Eureffect bestrijdt onder verwijzing naar de overeenkomst en de bijlagen gemotiveerd dat zij het beheer niet overeenkomstig de wensen van [A] c.s. heeft gevoerd. De rechtbank zal, nu een groot deel van de verwijten van [A] c.s. valt of staat met het antwoord op de vraag of hun onder 4.4. vermelde stellingen juist zijn, allereerst hierop ingaan.

4.6. Bij de beoordeling van de vraag of Eureffect is tekortgeschoten in de op haar rustende zorgplicht jegens [A] c.s. wordt voorop gesteld dat tussen partijen vaststaat dat de relatie in termen van effectendienstverlening – in ieder geval deels – dient te worden gekwalificeerd als een vermogensbeheerrelatie. Deze vermogensbeheerrelatie is vastgelegd in de overeenkomst. Op Eureffect als vermogensbeheerder rustte, ter voldoening aan het zogenoemde know your customer-beginsel, de verplichting om vóór het sluiten van de overeenkomst bij [A] c.s. informatie in te winnen over hun financiële positie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen, voor zover relevant bij de uitvoering van de door Eureffect als vermogensbeheerder te verrichten diensten. Aangezien het hier bovendien gaat om een vermogensbeheerrelatie waarbij Eureffect de vrije hand is gelaten bij de uitvoering van het vermogensbeheer, rustte op haar de verplichting, méér dan in het geval waarin de cliënt zelf nog een in enig opzicht actieve rol vervult bij het nemen van beleggingsbeslissingen, een grondig onderzoek te doen naar het profiel van [A] c.s. en hun beleggingsdoelstellingen. Daarbij diende Eureffect, waar nodig, actief relevante informatie op te vragen, ten einde te waarborgen dat het te voeren beheer aansloot bij de wensen van [A] c.s. Daartegenover mocht van [A] c.s. worden verlangd dat zij aan Eureffect desgevraagd voldoende en juiste informatie verschaften omtrent hun financiële situatie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen, en – behoudens andersluidende afspraken, zoals hiervoor besproken – dat zij kennis namen van de aan hen door Eureffect verstrekte schriftelijke stukken en dat zij bij Eureffect reclameerden indien daarin onjuiste of onvolledige informatie was opgenomen.

4.7. Voorts heeft als maatstaf voor de beoordeling van de aan Eureffect verweten gedragingen te gelden dat van Eureffect mocht worden verwacht dat zij bij de uitvoering van de overeenkomst zou handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vermogensbeheerder in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht.

Cliëntenprofiel, beleggingsdoelstelling en beleggingsbeleid

4.8. [A] c.s. verwijten Eureffect dat zij het cliëntenprofiel onjuist heeft vastgelegd, althans dat zij onzorgvuldig is geweest bij het vaststellen van het cliëntenprofiel en in het verlengde hiervan een onjuist beleggingsbeleid heeft gevoerd. Ter comparitie heeft [A] in dit verband verklaard dat hij tijdens het intakegesprek te kennen heeft gegeven dat hij veilig wilde beleggen en dat hij altijd 5-10% van zijn vermogen liquide wilde houden. [C] heeft hem daarop geantwoord dat Eureffect veilig belegde en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. [A] heeft vervolgens de na het intakegesprek aan hem toegestuurde overeenkomst en ook de bijbehorende bijlagen ondertekend (wat volgens Eureffect snel moest gebeuren), maar de kruisjes op de bijlagen waren al ingevuld toen hij deze ondertekende. Kort nadat hij de overeenkomst, die hij (met uitzondering van de kleine lettertjes) met veel moeite kon lezen, had getekend heeft hij gezien dat op Bijlage 2 als uitgangspunt “speculatief” stond. Toen hij dat ontdekte, heeft hij meteen [C] van Eureffect gebeld en hem gezegd dat hij dat niet wilde. [C] heeft hem toegezegd dat hij het in orde zou maken en [A] heeft daarop vertrouwd.

Feitelijk is volgens [A] c.s. steeds gesproken over een profiel dat zich het beste als neutraal laat kenschetsen. Dat [A] c.s. veilig wilden beleggen blijkt ook uit het feit dat het vermogen van [A] c.s. een pensioendoelstelling had (verwezen wordt naar het intakeformulier waarop dat volgens hen is vermeld) en de instrumenten waarin zij wel en niet wensten te beleggen (zie Bijlage 3 bij de overeenkomst). De in Bijlage 3 bij de overeenkomst opgenomen lijst met toegelaten instrumenten past ook niet bij een speculatief profiel, aangezien juist instrumenten die bij een dergelijk profiel passen (zoals opties, futures en warrants) zijn uitgesloten. Ten slotte wijzen [A] c.s. op de onder 2.15 aangehaalde brief van Eureffect gedateerd 15 februari 2005, waarin Eureffect bevestigt dat destijds een neutraal profiel was afgesproken en op de onder 2.11 vermelde brief van 6 oktober 2005, waarin aan [A] c.s. een beleggingsvoorstel wordt gedaan dat overeenstemt met een neutraal beleggingsprofiel. Eureffect heeft immers ter comparitie bij monde van haar bestuurder [D] verklaard dat Spirit AIM alleen aan cliënten met een neutraal of een offensief profiel werd aangeboden en dat Eureffect bij cliënten met een neutraal profiel adviseerde maximaal 10% van het belegd vermogen in Spirit AIM te investeren, terwijl dat maximum niet gold voor cliënten met een offensiever profiel. Het belegd vermogen van [A] c.s. bij Eureffect beliep op dat moment ongeveer € 500.000,-, zodat ook uit deze brief blijkt dat Eureffect er vanuit ging dat voor [A] c.s. een neutraal profiel gold, aldus steeds [A] c.s.

4.9. Eureffect betwist dat [A] c.s. te kennen hebben gegeven behoudend te willen beleggen. Volgens Eureffect is zij met [A] c.s. een speculatief beleggingsbeleid overeengekomen en heeft zij dit overeenkomstig de wensen van [A] c.s. in de overeenkomst vastgelegd. Ter comparitie heeft Eureffect bevestigd dat zij het vermogen van [A] c.s. steeds overeenkomstig het overeengekomen “speculatieve (trading)” profiel heeft belegd. De vraag is of Eureffect dit terecht heeft gedaan, althans gerechtvaardigd erop heeft mogen vertrouwen dat deze wijze van beleggen overeenkomstig de wensen van [A] c.s. was. Nu [A] c.s. zich beroepen op de rechtsgevolgen van hun stelling dat een neutraal profiel is overeengekomen rust op hen de bewijslast van deze stelling. Bovendien komt aan de overeenkomst, waarin is vastgelegd dat overeenkomstig een speculatief (trading) profiel zal worden belegd, dwingende bewijskracht toe, behoudens te leveren tegenbewijs. Gelet hierop zullen [A] c.s., overeenkomstig hun bewijsaanbod, als hierna te melden worden toegelaten te bewijzen dat [A] aan Eureffect kenbaar heeft gemaakt veilig te willen beleggen. Het ligt voor de hand dat in het kader van de bewijslevering in elk geval [A] en [C] als getuigen zullen worden aangedragen.

4.10. Indien [A] c.s. erin slagen het gevraagde bewijs te leveren, moet ervan uit worden gegaan dat Eureffect in haar zorgplicht jegens [A] c.s. tekort is geschoten. In dat geval staat immers vast dat zij een beleggingsbeleid heeft gevoerd dat niet met de wensen van [A] c.s. overeenstemde. Indien dat het geval is, kan Eureffect zich ter afwering van haar aansprakelijkheid niet verschuilen achter de exoneratieclausule in artikel 5.3 van de overeenkomst. Ter beoordeling zal vervolgens staan de hoogte van de door [A] c.s. geleden schade en de vraag of een deel van die schade, zoals Eureffect stelt, op de voet van artikel 6:101 BW (eigen schuld) voor rekening van [A] c.s. moet blijven. In dat verband zal onder meer aan de orde komen of en zo ja in hoeverre [A] van het daadwerkelijk gevoerde beleggingsbeleid op de hoogte is geweest en daarmee (impliciet) heeft ingestemd.

4.11. Indien [A] c.s. niet in hun bewijsopdracht slagen, zal voor de verdere beoordeling uitgangspunt zijn dat een speculatief beleggingsprofiel is overeengekomen zoals vastgelegd in de overeenkomst. In dat geval is duidelijk dat een groot deel van de verwijten die [A] c.s. Eureffect maken niet opgaat en zal moeten worden beoordeeld welke verwijten resteren, of deze verwijten tot schade voor [A] c.s. hebben geleid en wat de hoogte van de als gevolg hiervan door [A] c.s. geleden schade is. Ook dan zal aan de orde komen of en in hoeverre er sprake is van eigen schuld van [A] c.s.

Spirit AIM

4.12. Ten aanzien van de beleggingen in Spirit AIM verwijten [A] c.s. Eureffect allereerst dat Eureffect hen onvoldoende heeft voorgelicht. Zij stellen daartoe dat Eureffect hen niet heeft gewezen op de risico’s van de door Spirit AIM gevoerde long-short strategie, beleggen met geleend geld en het hefboomeffect. Eureffect heeft [A] juist voorgehouden dat Spirit AIM altijd beter zou presteren dan de beheerportefeuille omdat Spirit AIM ook bij dalende koersen rendement zou opleveren. Eureffect heeft [A] niet verteld welk rendement Spirit AIM beoogde te behalen. Eureffect heeft [A] nooit de prospectus of de financiële bijsluiter ter hand gesteld, maar hem slechts verwezen naar de website van Spirit AIM, terwijl Eureffect wist dat [A] niet de beschikking had over internet. De enige waarschuwingen die Eureffect (in zeer beperkte vorm) aan [A] c.s. heeft gegeven zijn verwoord in de brieven van 18 januari 2006 (zie onder 2.14) en 15 februari 2005 (zie onder 2.15). Voorts heeft Eureffect nagelaten [A] te wijzen op de mogelijke belangentegenstelling gezien de relatie tussen Eureffect en AEK, dat van 1 december 2006 tot de zomer van 2009 een meerderheidsbelang van 50,1% had in Eureffect. Aldus steeds [A] c.s.

4.13. Eureffect stelt hier tegenover dat de participaties in Spirit AIM geen onderdeel uitmaakten van het belegde vermogen en dat de overeenkomst op deze beleggingen van [A] c.s. niet van toepassing is. Eureffect trad slechts op als aanbieder van Spirit AIM en heeft [A] c.s. ook niet geadviseerd om deel te nemen in Spirit AIM. [A] c.s. hebben het besluit om deel te nemen in Spirit AIM zelfstandig genomen. [A] c.s. hebben, zo blijkt uit de door hen getekende opdrachtformulieren, de opdracht om deel te nemen in het fonds zelf verstrekt. Bovendien heeft Eureffect ([C]) [A] regelmatig mondeling en schriftelijk gewaarschuwd. [A] heeft verder kennis genomen van het prospectus, zoals hij heeft bevestigd in het inschrijfformulier (zie onder 2.12), en het prospectus bevat alle informatie die het op grond van de wet ten minste moet bevatten. In het prospectus zijn onder meer de risico’s van deelname in Spirit AIM beschreven, waaronder de risico’s van beleggen met geleend geld (de hefboom), en de werking van de long-short strategie. In de (half)jaarverslagen van het fonds is steeds uitdrukkelijk ingegaan op transacties verricht met gelieerde partijen. In de financiële bijsluiter waarnaar in het prospectus wordt verwezen staat dat het risico “zeer groot” is dat de belegger zijn inleg in het fonds niet terugkrijgt, aldus steeds Eureffect.

4.14. Voor de beoordeling van de vraag hoever de zorgplicht van Eureffect met betrekking tot de investeringen in Spirit AIM reikt is allereerst van belang of de participaties in Spirit AIM onderdeel uitmaakten van het belegde vermogen en de overeenkomst dus mede op deze beleggingen van [A] c.s. van toepassing was. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval was, althans dat [A] c.s. hier redelijkerwijs vanuit hebben mogen gaan. In haar brief van 6 oktober 2005 (zie onder 2.11), waarin zij het fonds onder de aandacht van [A] c.s. brengt, schrijft Eureffect immers dat “[zij] een allocatie van € 50.000 in het fonds passend [acht] binnen de grootte en het profiel van uw portefeuille” en “Bijkomend voordeel is ook dat over het deel van uw portefeuille dat in het fonds deelneemt” (onderstrepingen Rb). Ook later, in de brief die is gedateerd op 15 februari 2005 (zie onder 2.15), heeft Eureffect bevestigd, althans de indruk gewekt, dat de participaties Spirit AIM deel uitmaakten van het belegd vermogen. In deze brief schrijft zij: “Indien u nog € 500.000 extra wilt storten in het fonds Spirit AIM, nemen de risico’s in de portefeuille toe en verandert uw risicoprofiel naar offensief.”

Dat [A] c.s. Eureffect zelf opdracht hebben gegeven een deel van het belegd vermogen te gelde te maken om hiermee participaties Spirit AIM te kopen, dat [A] c.s. steeds zelf de betalingsopdrachten gaven om de participaties te betalen en dat van de € 3.200.000,- die [A] in Spirit AIM hebben belegd een bedrag van € 450.000,- afkomstig was van een andere rekening van [A] c.s. dan de rekening bij de Kas Bank, doet aan het voorgaande niet af. [A] c.s. hebben onweersproken gesteld dat zij zelf de betalingsopdrachten voor de participaties in Spirit AIM moesten geven omdat het een belegging in niet-beursgenoteerde effecten betrof en dat zij ook betalingsopdrachten moesten tekenen voor de aankoop van andere in de beheerportefeuille opgenomen niet-beursgenoteerde fondsen.

Eureffect wijst er verder op dat in de portefeuilleoverzichten die [A] c.s. (in ieder geval) vanaf 2008 ontvingen de participaties in Spirit AIM niet zijn opgenomen. De wijze van administreren van het belegd vermogen brengt evenwel nog niet met zich dat de participaties in Spirit AIM geen onderdeel (meer) uitmaken van dat belegd vermogen. In dit verband is ook van belang dat een dergelijk onderscheid tussen de beheerportefeuille enerzijds en Spirit AIM anderzijds niet werd gemaakt in de portefeuilleoverzichten die Eureffect speciaal voor [A] c.s. maakte. Ook uit het feit dat voor de participaties Spirit AIM geen beheerskosten in rekening werden gebracht behoefden [A] c.s., anders dan Eureffect meent, nog niet af te leiden dat deze beleggingen niet onder de overeenkomst vielen. Dit geldt temeer waar Eureffect in haar brief van 6 oktober 2005 schrijft: “Bijkomend voordeel is ook dat over het deel van uw portefeuille dat in het fonds deelneemt, geen vaste beheer- en performancefee verschuldigd is, aangezien het fonds een eigen kostenstructuur kent.”

4.15. Vaststaat verder dat [A] c.s. op initiatief van Eureffect tot het investeren in Spirit AIM zijn overgegaan. De stelling van Eureffect dat [A] c.s. op eigen initiatief hebben besloten deel te nemen in Spirit AIM is immers niet te rijmen met de brief van 6 oktober 2005. Nu wordt geoordeeld dat de investeringen in Spirit AIM ook onder het door Eureffect gevoerde vermogensbeheer vielen, is de beoordeling van de vraag in hoeverre Eureffect met haar advisering om deel te nemen in Spirit AIM is tekort geschoten in haar zorgplicht jegens [A] c.s. (mede) afhankelijk van de uitkomst van de bewijslevering. Het antwoord op de vraag of Eureffect [A] c.s. had mogen voorstellen (in deze mate) in Spirit AIM te gaan beleggen, zal immers wanneer vast komt te staan dat [A] c.s. een neutraal profiel wensten anders uitvallen dan wanneer ervan uit moet worden gegaan dat partijen overeenkomstig de wens van [A] c.s. een speculatief beleggingsprofiel zijn overeengekomen als vastgelegd in de overeenkomst. Indien vast komt te staan dat [A] c.s. een neutraal profiel wensten, had het in ieder geval op de weg van Eureffect gelegen nadrukkelijker dan zij heeft gedaan erop te wijzen dat dit niet binnen het overeengekomen profiel paste. Indien komt vast te staan dat Eureffect [A] c.s. niet heeft mogen voorstellen (in deze mate) in Spirit AIM te gaan beleggen, zal vervolgens aan de orde komen of sprake is van schade en of en, zo ja in hoeverre, een deel van die schade op de voet van artikel 6:101 BW (eigen schuld) voor rekening van [A] c.s. moet blijven. De rechtbank merkt hierover nu reeds op dat in dit verband in ieder geval zal worden meegewogen dat [A] toen hij zag hoeveel winst op de portefeuille (en in het bijzonder de participaties Spirit AIM) werd gemaakt – bijna een verdubbeling van de waarde in een periode iets meer dan een jaar (zie onder 2.17) – moet hebben begrepen dat dit een risicovolle belegging was, dat [A] c.s. steeds zelf de opdrachten voor verdere (omvangrijke) beleggingen in Spirit AIM hebben gegeven en tevens dat Eureffect op enig moment [A] c.s. erop heeft gewezen dat een extra belegging in Spirit AIM van € 500.000,- zou betekenen dat het risicoprofiel zou veranderen naar offensief (zie onder 2.15).

4.16. Voor zover [A] c.s. Eureffect verwijten dat zij de wens van [A] c.s. om uit Spirit AIM te stappen hebben genegeerd, gaat dit verwijt niet op. Uit de eigen stellingen van [A] c.s. blijkt immers dat [A] steeds – weliswaar na gesprekken met Eureffect – zelf de beslissing heeft genomen om geen opdracht te geven tot verkoop van zijn participaties in Spirit AIM.

4.17. [A] c.s. verwijten Eureffect voorts dat zij heeft nagelaten [A] te wijzen op de mogelijke belangentegenstellingen tussen Eureffect en AEK en stellen dat er sprake was van een daadwerkelijke belangenverstrengeling waardoor het belang van [A] c.s. werd achtergesteld bij het eigen belang van Eureffect en AEK. Ter onderbouwing hiervan hebben [A] c.s. onder meer de banden tussen Eureffect en AEK uiteengezet en stilgestaan bij de rol die AEK heeft gehad als liquidity provider voor een groot aantal fondsen in Spirit AIM en (de rest van) de beleggingsportefeuille van [A] c.s. Eureffect bestrijdt de door [A] c.s uiteengezette banden tussen Eureffect en AEK niet, maar betwist dat Eureffect zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige belangenverstrengeling en dat zij zich bij (aanvullende) deelname van [A] c.s. in Spirit AIM heeft laten leiden door de belangen van AEK. Eureffect voert daarbij aan dat zij voldeed aan de wettelijke regels ten aanzien van belangenconflicten en transacties met gelieerde partijen en stelt dat zij haar cliënten, onder wie [A] c.s., daarover in algemene zin heeft geïnformeerd.

De rechtbank is van oordeel dat [A] c.s. hun stelling dat de door hen gesignaleerde belangenverstrengeling tot sub-optimale transacties (en dus schade) heeft geleid, onvoldoende hebben onderbouwd. Het had, na de betwisting door Eureffect, op hun weg gelegen deze verwijten nader te concretiseren, hetgeen zij niet hebben gedaan. Het enkel stellen dat niet kan worden uitgesloten dat Eureffect het eigen belang (soms) zwaarder heeft laten wegen dan het belang van de cliënten zoals [A] c.s., is in ieder geval onvoldoende om ter zake aan de stelplicht te voldoen. Aan dit verwijt zal als zelfstandige grondslag voor aansprakelijkheid van Eureffect dan ook voorbij worden gegaan.

Verdere beoordeling

4.18. In afwachting van de bewijslevering zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

4.19. De rechtbank ziet geen aanleiding om zoals door de raadsman van [A] c.s. ter comparitie verzocht tussentijds hoger beroep open te stellen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt [A] c.s. het bewijs op van feiten en/of omstandigheden waaruit volgt dat zij met Eureffect zijn overeengekomen dat Eureffect hun vermogen volgens een als neutraal te kenschetsen profiel zou gaan beleggen, in die zin dat zij aan Eureffect uitsluitend mandaat hebben gegeven om hun vermogen behoudend en voorzichtig te gaan beheren, geen grote risico’s te nemen en het vermogen in een beperkt assortiment effecten te gaan beleggen,

5.2. verwijst de zaak naar de rol van 15 december 2010 opdat [A] c.s. kunnen meedelen of, en zo ja hoe, zij dit bewijs wensen te leveren, met opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen in de eerstvolgende vier maanden, voor zover zij getuigen wil doen horen,

5.3. bepaalt dat de getuigen zullen worden gehoord door mr. R.A. Dudok van Heel, rechter-commissaris,

5.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe, mr. R.A. Dudok van Heel en mr. M. Haisma en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2010.?